Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:4227

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-07-2013
Datum publicatie
12-07-2013
Zaaknummer
13/666709-12 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is wegens het plegen van seksueel misbruik met meer dan twintig kinderen op onder meer een onderwijsinstelling, een kinderdagverblijf, de scouting en een zorginstelling /stichting voor mensen met een verstandelijke beperking. De rechtbank legt TBS met dwangverpleging op nu verdachte intensieve behandeling nodig heeft. Ter bescherming van de maatschappij dient deze behandeling in een gesloten inrichting plaats te vinden. Verdachte wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf van vijf jaar omdat de rechtbank hem verminderd toerekeningsvatbaar acht. Daarnaast moet verdachte immateriële schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/666709-12 (Promis)

Datum uitspraak: 12 juli 2013

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[GBA-adres], gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats 1].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 juni 2013, 25 juni 2013, 27 juni 2013 en 28 juni 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.M. Römer en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H. de Kroon, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zittingen van 24 juni 2013 en 27 juni 2013 – ten laste gelegd dat

1.

(Zaak A 1500 + Zaak A 3000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak A 1500, dat toen (telkens) de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    B) een kind genoemd in zaak A 3000, dat toen (telkens) de leeftijd van twaalf jaren, althans die van zestien jaren, nog niet had bereikt en/of

  • -

    C) een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt,

van welk(e) bovenomschreven kind(eren) genoemd onder A) en/of B) en/of C) hij, verdachte, (telkens) wist dat dat/die kind(eren) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde/verkeerden, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat dat/die kind(eren) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl die kind(eren)/minderjarige(n) (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid waren toevertrouwd,

(telkens) buiten echt een of meer (ontuchtige) handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat/die kind(eren), hebbende verdachte (telkens) een of meermalen

  • -

    A) het geslachtsdeel/kruis van het kind genoemd in zaak A 1500 betast en/of zijn, verdachtes penis tegen en/of in de mond van het kind genoemd in zaak A 1500 geduwd en/of gebracht en/of

  • -

    B) het geslachtsdeel/de vagina van het kind genoemd in zaak A 3000 betast en/of gestreeld en/of zijn, verdachtes, vinger in de vagina van het kind genoemd in zaak A 3000 geduwd en/of gebracht en/of

  • -

    C) zijn, verdachtes, penis in de mond van dat/die andere kind(eren) geduwd en/of gebracht en/of het geslachtsdeel van dat/die andere kind(eren) betast en/of gestreeld;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak A 1500 dat toen (telkens) de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    B) een kind genoemd in zaak A 3000 dat toen (telkens) de leeftijd van twaalf jaren, althans die van zestien jaren, nog niet had bereikt en/of

  • -

    C) een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt,

van welke bovenomschreven kind(eren) genoemd onder A) en/of B) en/of C) hij, verdachte, (telkens) wist dat dat/die kind(eren) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde/verkeerden, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat dat/die kind(eren) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/ haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl die kind(eren)/minderjarige(n) (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd waren,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het een of meermalen ontuchtig

  • -

    A) betasten van het geslachtsdeel/kruis van het kind genoemd in zaak A 1500 en/of brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis tegen en/of in de mond van het kind genoemd in zaak A 1500 en/of

  • -

    B) betasten en/of strelen van het geslachtsdeel/de vagina en/of de borsten van het kind genoemd in zaak A 3000 en/of duwen/brengen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van het kind genoemd in zaak A 3000 en/of

  • -

    C) betasten en/of strelen van het geslachtsdeel van dat/die andere

kind(eren);

2.

(Zaak A 2000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) met een persoon genoemd in zaak A 2000 en/of met een of meer andere perso(o)n(en), van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) niet of onvolkomen instaat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en), hebbende verdachte een of meermalen (telkens) zijn, verdachtes, penis in de mond van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) geduwd/gebracht en/of het geslachtsdeel van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) betast en/of gestreeld en/of de hand van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) op zijn, verdachtes, geslachtsdeel gelegd;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens), met een persoon genoemd in zaak A 2000 en/of met een of meer andere perso(o)n(en), van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) (telkens) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed/leden dat die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) (telkens) niet of onvolkomen in staat was zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het een of meermalen

ontuchtig duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) en/of het betasten en/of strelen van het geslachtsdeel van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) en/of het leggen van de hand van die persoon genoemd in zaak A 2000 en/of die andere perso(o)n(en) op zijn, verdachtes, geslachtsdeel;

3.

(Zaak A 1000 + Zaak A 4000 + Zaak A 5000 + Zaak A 6000 + Zaak A 7000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak A 1000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    B) een kind genoemd in zaak A 4000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    C) een kind genoemd in zaak A 5000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    D) een kind/persoon genoemd in zaak A 6000 en/of

  • -

    E) een kind genoemd in zaak A 7000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt en/of

  • -

    F) een of meer andere kind(eren)/perso(o)n(en), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt,

van welk(e) bovenomschreven kind(eren) genoemd onder resp. A) en/of B) en/of C) en/of D) en/of E) en/of F), verdachte, (telkens) wist dat dat/die kind(eren)/perso(o)n(en) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat dat/die kind(eren)/perso(o)n(en) (telkens) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl dat/die kind(eren)/minderjarige(n) genoemd in de zaken A 1000 en/of A 4000 en/of A 5000 en/of A 7000 aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd waren,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het een of meermalen ontuchtig

  • -

    A) tegen zich aandrukken van het kind genoemd in zaak A 1000 en/of met zijn, verdachtes, geslachtsdeel aanrijden tegen het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak A 1000 en/of

  • -

    B) tegen het been van het kind genoemd in zaak A 4000 gaan staan en/of het betasten/aanraken/tegen zich aan laten hangen van het geslachtsdeel van dat kind en/of

  • -

    C) openmaken en/of naar voren trekken van de boxershort/de onderbroek van het kind genoemd in zaak A 5000 en/of kijken naar het geslachtsdeel van het kind/de persoon genoemd in zaak A 5000 en/of

  • -

    D) bovenop het kind/de persoon genoemd in zaak A 6000 gaan liggen en/of maken van rijbewegingen tegen het kind/de persoon genoemd in zaak A 6000 en/of zoenen in de nek van het kind/de persoon genoemd in zaak A 6000 en/of omhelzen van het kind/de persoon genoemd in zaak A 6000 en/of wrijven over het geslachtsdeel van het kind/de persoon genoemd in zaak A 6000 en/of

  • -

    E) omhelzen van het kind genoemd in zaak A 7000 en/of knuffelen van het kind genoemd in zaak A 7000 en/of zoenen in de nek van het kind genoemd in zaak A 7000 en/of

  • -

    F) knuffelen van dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) en/of betasten van het geslachtsdeel van dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en);

4.

(Zaak B 1000)

hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2010 tot en met 24 augustus 2010 te [plaats 2], gemeente [gemeente], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) met het kind genoemd in zaak B 1000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of met een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

welk(e) bovenomschreven kind(eren)/minderjarige(n) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd was of waren,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het een of meermalen ontuchtig betasten en/of strelen (over een slaapzak heen) van het geslachtsdeel/kruis, althans in de richting van het geslachtsdeel/kruis van het kind genoemd in zaak B 1000 en/of het betasten en/of strelen van geslachtsdeel/kruis van dat/die andere kind(eren);

5.

(Zaak C 1000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 2 februari 2007 tot en met 23 november 2007 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) met een kind genoemd in zaak C 1000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of met een of meer andere kind(eren, dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

welk(e) bovenomschreven kind(eren)/minderjarige(n) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd was of waren,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het een of meermalen ontuchtig tegen zich aandrukken van het kind genoemd in zaak C1000 en/of van die andere kinderen en/of het (over een slaapzak heen) strelen en/of betasten van het geslachtsdeel/kruis van het kind genoemd in zaak C 1000 en/of betasten en/of strelen van het geslachtsdeel/kruis van dat/die andere kind(eren);

6.

(Zaak D 1000 + D 2000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009 te [plaats 3] en/of te [plaats 4] en/of te [plaats 5], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak D 1000, dat toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

  • -

    B) een persoon genoemd in zaak D 2000 en/of

  • -

    C) een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt en/of een of meer andere perso(o)n(en),

van welk(e) bovenomschreven kind(eren) en/of perso(o)n(en) genoemd onder resp. A) en/of B) en/of C) verdachte, (telkens) wist dat dat/die kind(eren)/perso(o)n(en) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde/verkeerden, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden, dat dat/die kind(eren) en/of perso(o)n(en) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl dat kind/die minderjarige genoemd in de zaak D 1000, en/of die andere kind(eren)/minderjarige(n), aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd was/waren,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het een of meermalen ontuchtig

  • -

    A) op hem, verdachte, laten liggen van dat kind genoemd in zaak D 1000 (waarbij hij, verdachte, een erectie kreeg) en/of betasten/strelen van het geslachtsdeel/kruis van dat kind en/of

  • -

    B) vastpakken en/of betasten en/of strelen van het geslachtsdeel/kruis van die persoon genoemd in zaak D 2000 en/of

  • -

    C) vastpakken en/of betasten en/of strelen van het geslachtsdeel/kruis van dat/die andere kind(eren) of perso(o)n(en);

7.

(Zaak E 1000 + E 6000 + E 10000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 6] en/of te [plaats 7] en/of te [plaats 3] en/of te [plaats 8], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst

-A) (van 15 november 2011 tot en met 18 november 2011) een kind genoemd in zaak E 1000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-B) (van 1 mei 2012 tot en met 22 juni 2012) een kind genoemd in zaak E 6000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-C) (op of omstreeks 29 maart 2012) een kind genoemd in zaak E 10000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-D) een of meer andere kind(eren) van wie hij (telkens) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die/deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, (telkens) een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met bovenomschreven kind(eren) genoemd onder resp. A) en/of B) en/of C en/of D) te plegen, terwijl hij (telkens) (enige) handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, een en ander hierin bestaande, dat verdachte (telkens) een of meermalen

- A) het kind genoemd in zaak E 1000 een vriendschapsverzoek via Hyves heeft gestuurd en/of het kind een of meer sms berichten heeft verstuurd en/of het een of (meer)ma(a)l(en) heeft gebeld en/of via internet msn/chat contact met dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken en/of het kind genoemd in zaak E 1000 heeft gevraagd om een foto te sturen en/of het kind een geldbedrag heeft aangeboden voor die foto en/of het kind genoemd in zaak E 1000 een foto (van verdachtes ontbloot onderlichaam) heeft gestuurd (naar de mobiele telefoon van dat kind) en/of

-B) het kind genoemd in zaak E 6000 middels Whats App berichten en/of sms berichten heeft gestuurd en/of via chat en/of via internet contact met dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken, om seksuele handelingen te verrichten, en/of het kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld om foto's van elkaars "ding" uit te wisselen en/of

-C) via chat en/of via internet met het kind genoemd in zaak E 10000 contact heeft gehad en/of dat kind genoemd in zaak E 10000 heeft gevraagd om zijn stijve penis (via de cam) te laten zien en/of dat kind genoemd in zaak E 10000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken en/of -D) dat/die andere kind(eren) vriendschapsverzoeken via Hyves heeft gestuurd en/of het kind/die kinderen een of meer sms berichten en/of Whats App berichten heeft verstuurd en/of via internet msn/chat contact met dat/die kind(eren) heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte een ontmoeting heeft voorgesteld en/of dat/die kind(eren) heeft gevraagd om een foto te sturen en/of dat/die kind(eren) een foto (van zijn ontbloot onderlichaam) heeft

gestuurd (naar de mobiele telefoon van dat/die kind(eren));

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 6] en/of te [plaats 7] en/of te [plaats 3] en/of te [plaats 8], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst

-A) (van 15 november 2011 tot en met 18 november 2011) een kind genoemd in zaak E 1000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-B) (van 1 mei 2012 tot en met 30 mei 2012) een kind genoemd in zaak E 6000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-C) (op of omstreeks 29 maart 2012) een kind genoemd in zaak E 10000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of

-D) een of meer andere kind(eren) van wie hij (telkens) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die/deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

(telkens) een ontmoeting voor te stellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met bovenomschreven kind(eren) genoemd onder resp. A) en/of B) en/of C) en/of D) te plegen en/of om (telkens) (enige) handelingen te ondernemen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, (telkens) een of meermalen

- A) het kind genoemd in zaak E 1000 een vriendschapsverzoek via Hyves heeft gestuurd en/of het kind een of meer sms berichten heeft verstuurd en het een of (meer)ma(a)l(en) heeft gebeld en/of via internet msn/chat contact met dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken en/of het kind genoemd in zaak E 1000 heeft gevraagd om een foto te sturen en/of het kind een geldbedrag heeft aangeboden voor die foto en/of het kind genoemd in zaak E 1000 een foto (van verdachtes ontbloot onderlichaam) heeft gestuurd (naar de mobiele telefoon van dat kind en/of

-B) het kind genoemd in zaak E 6000 middels Whats App berichten en/of sms berichten heeft gestuurd en/of via chat en/of via internet contact met dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken, om seksuele handelingen te verrichten, en/of het kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld om foto's van elkaars "ding" uit te wisselen

en/of

-C) via chat en/of via internet met het kind genoemd in zaak E 10000 contact heeft gehad en/of dat kind genoemd in zaak E 10000 heeft gevraagd om zijn stijve penis (via de cam) te laten zien en/of dat kind genoemd in zaak E 10000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten/met hem af te spreken en/of

-D) dat/die andere kind(eren) vriendschapsverzoeken via Hyves heeft gestuurd en/of het kind/die kinderen een of meer sms berichten en/of Whats App berichten heeft verstuurd en/of via internet msn/chat contact met dat/die kind(eren) heeft gezocht/gehad, waarbij verdachte een ontmoeting heeft voorgesteld en/of dat/die kind(eren) heeft gevraagd om een foto te sturen en/of dat/die kind(eren) een foto (van verdachtes ontbloot onderlichaam) heeft gestuurd (naar de mobiele telefoon van dat/die kind(eren));

en/of

(zaak E10000)

hij op of omstreeks 29 maart 2012 te [plaats 8] en/of [plaats 3], althans in Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, (door zich voor te doen als minderjarig meisje en/of aan te bieden (als meisje) ook naakt voor de camera te komen en/of door 80 euro aan te bieden) het kind genoemd in zaak E 10000 waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten het (via de webcam) laten zien van zijn boxershort en/of penis, te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

De rechtbank begrijpt het onder 7 ten laste gelegde als een primair, subsidiair en alternatief ten laste gelegd feit en zal dit in het vonnis verder ook zo aanduiden.

8.

(Zaak E 2000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 9], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) met een kind genoemd in zaak E 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en/of met een of meer andere kind(eren), dat/die (telkens) de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had(den) bereikt,

van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat dat kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat dat kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) buiten echt, (telkens) een of meer (ontuchtige) handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het kind genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren), hebbende verdachte een of meermalen (telkens) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren) geduwd/gebracht en/of zijn verdachtes, tong in de mond van het kind genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren) geduwd/gebracht en/of de penis van dat kind genoemd in zaak E 2000 en/of van dat/die andere kind(eren) in zijn verdachtes, mond geduwd/gebracht en/of de penis van het kind genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren) afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren) laten aftrekken/betasten;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 9], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) met een kind genoemd in zaak E 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en/of met een of meer andere kind(eren), dat/die (telkens) nog niet de

leeftijd van zestien jaren had(den) bereikt,

van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar/hun geestvermogens leed/leden dat het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) niet of onvolkomen in staat was/waren zijn/haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte (telkens) een of meermalen ontuchtig zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) geduwd/gebracht en/of zijn verdachtes, tong in de mond van het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) geduwd/gebracht en/of de penis

van het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) in zijn verdachtes, mond, laten duwen/brengen en/of de penis van het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door het kind/die persoon genoemd in zaak E 2000 en/of dat/die andere kind(eren)/perso(o)n(en) laten aftrekken/betasten;

9.

(Zaak E 4000 + E 5000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 26 juni 2012 (telkens)

- A) te [plaats 10], althans in Nederland, met een kind genoemd in zaak E 4000,

dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en/of

- B) te [plaats 11], althans in Nederland, met een kind genoemd in zaak E

5000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt en/of

- C) (elders) in Nederland een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had/hadden bereikt,

(telkens) buiten echt, een of meer (ontuchtige) handelingen heeft gepleegd, die (telkens) (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van bovenomschreven kind(eren) genoemd onder resp. A) en/of B) en/of C), hebbende verdachte (telkens) een of meermalen

  • -

    A) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak E 4000 geduwd/gebracht en/of de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 in de anus en/of de mond van hem, verdachte, laten duwen/brengen en/of de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 4000 laten aftrekken/betasten en/of

  • -

    B) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak E 5000 geduwd/gebracht en/of de penis van het kind genoemd in zaak E5000 in de anus en/of de mond van hem, verdachte, laten duwen/brengen en/of de penis van het kind genoemd in zaak E 5000 afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 5000 laten aftrekken/betasten en/of

  • -

    C) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van dat/die andere kind(eren) geduwd/gebracht en/of de penis van dat/die kind(eren) in de anus en/of de mond van hem, verdachte, laten duwen/brengen en/of de penis van dat/die kind(eren) afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door dat/die kind(eren) laten aftrekken/betasten;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 26 juni 2012 met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak E 4000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te [plaats 10], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) en/of

  • -

    B) een kind genoemd in zaak E 5000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te [plaats 11], althans in Nederland en/of elders in Nederland en/of

  • -

    C) een of meer andere kind(eren), dat/die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt, in Nederland

(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het een of meermalen ontuchtig

-A) duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak E 4000 en/of laten duwen/laten brengen van de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 en/of in de anus en/of de mond van hem, verdachte en/of aftrekken/betasten van de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 en/of laten aftrekken/betasten van zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 4000 en/of

  • -

    B) duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak E 5000 en/of laten duwen/laten brengen van de penis van het kind genoemd in zaak E 5000 en/of in de anus en/of de mond van hem, verdachte en/of aftrekken/betasten van de penis van het kind genoemd in zaak E 5000 en/of laten aftrekken/betasten van zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 5000 en/of

  • -

    C) duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van dat/die andere kind(eren) en/of laten duwen/laten brengen van de penis van dat/die kind(eren) en/of in de anus en/of de mond van hem, verdachte en/of aftrekken/betasten van de penis van dat/die andere kind(eren) en/of laten aftrekken/betasten van zijn, verdachtes, penis door dat/die andere kind(eren);

10.

(Zaak F 1000 + F 2000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 12] en/of te [plaats 13] en/of te [plaats 3] en/of te [plaats 14] en/of te [plaats 15] en/of te [plaats 8] en/of te [plaats 16] en/of te [plaats 17], althans in Nederland en/of elders in Nederland twee, althans een of meer kind(eren) genoemd in zaak F 1000, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze kinderen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, en/of een kind bedoeld in zaak F 2000, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of een of meer andere kinderen, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, (telkens) met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen door in het bijzijn en/of in de nabijheid van dat/die kind(eren) bedoeld in zaak F 1000 en/of F 2000 en of dat/die andere kind(eren), zijn (verdachtes) broek naar beneden te doen en/of zijn, verdachtes, penis te tonen en/of te plassen en/of zijn, verdachtes, penis vast te pakken en/of zich af te trekken;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 12] en/of te [plaats 13] en/of te [plaats 3] en/of te [plaats 14] en/of te [plaats 15] en/of te [plaats 8] en/of te [plaats 16] en/of te [plaats 17], althans in Nederland en/of elders in Nederland (telkens) zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd en/of zich (telkens) opzettelijk oneerbaar op een niet voor het openbaar verkeer bestemde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar en/of (telkens) zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in en/of op en/of bij en/of nabij een of meer park(en) en/of een of meer speelplaats(en) en/of een of meer bouwplaats(en) en/of een of meer scho(o)l(en) en/of een of meer tennisba(a)n(en) en/of een of meer sportveld(en) en/of een of meer tuincentrum(s) en/of een of meer bosje(s) en/of een of meer (andere) plaatsen, (telkens) met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

11.

(Zaak G 2000)

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], althans in Nederland en/of elders in Nederland, (telkens) met een kind genoemd in zaak G 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en/of met een of meer andere kind(eren), dat/die (telkens) de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had(den) bereikt, (telkens) buiten echt, (telkens) een of meer (ontuchtige) handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of (telkens) mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren), hebbende verdachte (telkens) een of meermalen zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak

G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) geduwd/gebracht en/of de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) in de anus en/of de mond van hem, verdachte, laten duwen/brengen en/of de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) afgetrokken/betast en/of zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) laten aftrekken/betasten;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] en/of elders in Nederland, (telkens) met een kind genoemd in zaak G 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en/of met een of meer andere kind(eren), dat/die (telkens) de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had(den) bereikt, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het een of meermalen ontuchtig brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) en/of het laten duwen/brengen van de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) in de anus en/of de mond van hem, verdachte en/of het betasten en/of aftrekken van de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren) en/of het laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak G 2000 en/of dat/die andere kind(eren);

12.

(Zaak G 3000)

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3], in elk geval in Nederland (telkens) een of meer afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende één of meer afbeelding(en), te weten een computer (merk LG) (goednummer 12-0107-2) bevattende een kinderpornografische film en/of een mobiele telefoon (merk Apple iPhone4) (goednummer 12-0197-1) bevattende een of meer kinderpornografische afbeeldingen en/of een of meer kinderpornografische films, (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een

communicatiedienst, de toegang tot die afbeelding(en) heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- het anaal en/of oraal penetreren (met de penis) van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of

- het (met de penis) anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door

(een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of (waarbij) deze perso(o)n(en)

poseert/poseren in (een) (erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij

haar/zijn/hun leeftijd past/passen en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de

(onnatuurlijke) pose nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of billen en/of borsten in

beeld gebracht worden,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Volgens de officier van justitie kunnen – kort gezegd – alle ten laste gelegde feiten worden bewezen met betrekking tot de kinderen aan wie een zaaksnummer is toegekend. Voor feit 7 geldt dit ook voor de kinderen aan wie geen zaaksnummer is toegekend. Zij heeft erop gewezen dat voor de zaken A ([onderwijsinstelling]), C ([kinderopvang]) en D ([zorginstelling]) naast de verklaringen van verdachte bewijs kan worden geput uit verklaringen van de ouders en collega’s die bevestigen dat verdachte in de ten laste gelegde periode in contact is geweest met de desbetreffende kinderen, en de verklaring van de jongen genoemd in zaak A 7000. Verder is de officier van justitie van mening dat gebruik kan worden gemaakt van zogenoemd “schakelbewijs”, dat wil zeggen de bewijsmiddelen in de overige zaken tevens gebruiken als bewijs in de zaken A, C en D.

Wat betreft feit 7 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de jongens genoemd in de zaken E 1000 en E 6000 het primair ten laste gelegde (grooming) kan worden bewezen, en ten aanzien van de jongen in de zaak E 10.000 de verleiding die alternatief ten laste is gelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat verdachte van de zaken A, C en D (behalve A 7000) moet worden vrijgesproken. Naast de verklaring van verdachte is er onvoldoende steunbewijs. Schakelbewijs is niet passend, nu niet gesproken kan worden van een zich herhalende modus operandi. Mocht de rechtbank hierover anders denken, kunnen volgens de raadsvrouw de handelingen die in de zaak A 4000 en A 5000 ten laste zijn gelegd niet als ontuchtig worden gekwalificeerd.

Zij heeft bepleit dat het hoofdstuk van het nog niet verschenen boek van drs. [X] moeten worden uitgesloten van het bewijs, nu [X] niet als deskundige heeft opgetreden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsoverweging

In dit dossier spelen de bekennende en onthullende verklaringen van verdachte een centrale rol. Zonder zijn verklaringen zouden veel zaken onontdekt zijn gebleven.

Artikel 359, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) luidt:

“Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen tenzij (…) zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.”

De rechtbank zal dan ook voor de bewezenverklaring van de feiten waarvan de raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit volstaan met een dergelijke (verkorte) opgave van de bewijsmiddelen. Dit betreft de feiten 3 met betrekking tot A 7000, 4 (B 1000), 7 (E 1000, E 6000 en E 10.000), 9 (E 4000 en E 5000), 10 (F 1000 en F 2000), 11 (G 2000) en 12 (bezit kinderporno).

In de zaak van de jongen met nummer E 2000 (feit 8) heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onderdeel dat ziet op de onmachtigheid van de jongen. Daarin wordt zij niet gevolgd. Uit de aangifte van de vader van de jongen volgt dat de jongen licht zwakzinnig is. Dat verdachte wist dat de jongen aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens leed, blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting. Verdachte heeft immers verteld dat hij vond dat de jongen kinderlijk sprak en dat hij wist dat de jongen op speciaal onderwijs zat. Hieruit heeft de verdachte geconcludeerd dat de jongen enigszins gehandicapt is, en hieruit had hij ook moeten afleiden dat de jongen onvoldoende in staat was zijn wil ter zake het seksuele contact te bepalen.

In de overige zaken (A: [onderwijsinstelling], behalve A 7000, C: [kinderopvang] en D: [zorginstelling]) overweegt de rechtbank als volgt. De overtuiging dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan kan slechts worden gegrond op de inhoud van wettige bewijsmiddelen (artikel 338 Sv). Ingevolge artikel 341, vierde lid Sv kan het bewijs voor het ten laste gelegde niet uitsluitend aan de verklaringen van verdachte worden ontleend. Er moeten andere wettige bewijsmiddelen zijn die deze verklaringen steunen. Anders dan de raadsvrouw, is de rechtbank van oordeel dat dit steunbewijs zich in het dossier bevindt. Uit de aangiftes van de ouders en de verklaringen van medewerkers van [onderwijsinstelling], [kinderopvang] en [zorginstelling], zoals hieronder nader aangegeven, blijkt immers dat verdachte in de ten laste gelegde perioden daadwerkelijk bij deze instellingen werkte en dat hij contact had met de genoemde kinderen en soms met deze kinderen alleen was. De bekentenissen van verdachte over het misbruik van kinderen worden hierdoor dan ook in tijd, plaats en gelegenheid bevestigd. Hiermee bestaat voldoende wettig bewijs.

De volgende vraag is of de rechtbank zich door deze wettige bewijsmiddelen ook laat overtuigen. De enkele bevestiging in tijd en plaats acht de rechtbank onvoldoende. Nu echter de bekennende verklaringen van verdachte in de overige zaken (zo goed als) volledig zijn bevestigd door andere bewijsmiddelen, is de rechtbank ervan overtuigd dat verdachte in deze zaken (A, C en D) ook de waarheid heeft gesproken. Verdachte heeft telkens zijn seksuele lusten trachten bot te vieren op kinderen of personen die ongelijkwaardig aan hem waren in leeftijd, afhankelijkheid en/of geestelijke ontwikkeling.

Het bewijs in die andere zaken (B, E, F en G) wordt dan ook bij wijze van “schakelbewijs” gebruikt voor het bewijs in de zaken A, C en D.

Voor wat betreft feit 10 (seksueel corrumperen) acht de rechtbank bewezen dat verdachte naast seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens kinderen tot zestien jaar op speelplaatsen in [plaats 3] (F 1000) en [plaats 15] (F 2000), ditzelfde gedrag ook in andere plaatsen en op andere tijdstippen heeft vertoond aan kinderen onder de zestien jaar. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting uitgebreid en gedetailleerd verklaard wat hij zich kon herinneren en wat zijn drijfveren waren. Kort gezegd kwam het erop neer dat hij zich na werktijd met de auto of de fiets naar een willekeurige kinderspeelplaats begaf om vervolgens zijn geslachtsdeel aan een of meer kinderen te laten zien en zich af te trekken ten overstaan van kinderen. Nu deze verklaringen in de zaken F 1000 en F 2000 waar blijken te zijn en gelet op hetgeen in de vorige alinea is overwogen, houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte soortgelijk gedrag heeft vertoond aan andere kinderen in [plaats 12] en [plaats 16]. Ook hier geldt dat de bewijsmiddelen in de zaken B, E, F1000 en F2000 en G worden gebruikt voor het bewijs van de andere voorvallen.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de bewezen verklaarde handelingen in de zaken A 4000 en A 5000 als ontuchtig moeten worden aangemerkt.

In de zaak A 5000 acht de rechtbank het naar voren trekken van een boxershort van een minderjarige, aan verdachtes zorg toevertrouwde gehandicapte jongen, om vervolgens naar het geslachtsdeel van die jongen te kijken, een handeling van seksuele aard in strijd met de sociaal ethische norm.

Voor wat betreft de zaak A 4000 gaat het om het opzet dat verdachte heeft gehad op de aanraking met het geslachtsdeel van deze jongen, die zich bij het omkleden omdraaide waardoor zijn geslachtsdeel tegen de arm van verdachte aankwam. Verdachte, hierop ter terechtzitting doorgevraagd, heeft verklaard dat hij aanvankelijk geen opzet had op deze aanraking, dat hij de draai van de – visueel gehandicapte – jongen zag aankomen en dat hij zich vervolgens niet heeft verplaatst om de aanraking te voorkomen, sterker nog, dat hij de situatie juist even heeft laten voortbestaan door niet een stap terug te doen maar nog even te blijven staan. De rechtbank acht de (ter terechtzitting op dit punt gewijzigde) tenlastelegging dan ook bewezen in die zin dat verdachte het geslachtsdeel van dat kind tegen zich aan heeft laten hangen. De rechtbank acht dit een ontuchtige handeling.

De officier van justitie heeft bij de feiten 1, 8, 9, 10 en 11 ervoor gekozen een tweede gedeelte na de woorden “en/of” ten laste te leggen. Nu de rechtbank telkens het eerste gedeelte bewezen acht (ontuchtige handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van die kinderen), begrijpt zij het tweede gedeelte van deze tenlasteleggingen (waarin aan verdachte alleen de ontuchtige handelingen worden verweten) als subsidiair ten laste gelegd. Dat is ook in overeenstemming met het requisitoir van de officier van justitie, aangezien zij bij die feiten telkens tot een bewezenverklaring komt van de eerste gedeelten, niet ook van de tweede gedeelten.

4.3.2

Vrijspraak

Onder 7. is aan verdachte tenlastegelegd dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan “grooming” (artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht (Sr)), dan wel poging daartoe. Voor zover in deze zaak relevant is hiertoe vereist dat komt vast te staan dat verdachte

  1. een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk om ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, en

  2. enige handeling heeft ondernomen gericht op verwezenlijking van die ontmoeting.

In de zaak E 10.000 is geen sprake geweest van het voorstellen van een ontmoeting. Het bericht van verdachte in de desbetreffende chatsessie “anders kom ik naar [plaats 8] en breng 80 euro” kan niet als zodanig gelden. Gelet op verdachtes verklaring ter zitting en de context van de chatsessie, was dat bericht namelijk gericht op het overhalen van de jongen om zijn geslachtsdeel voor de camera te laten zien en niet op het voorstellen van een ontmoeting. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van zowel het voltooid delict als een poging daartoe. Nu verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven dat de desbetreffende chatsessie in de zaak
E 10.000 (waarin verdachte zich als meisje voordeed) erop was gericht om de jongen aan de andere kant naakt voor de webcam te krijgen, zal hij wel worden veroordeeld voor verleiding (artikel 248a Sr).

In de zaken E 1000 en E 6000 heeft verdachte wel een ontmoeting met een ontuchtig karakter voorgesteld.

Daarnaast heeft verdachte in de zaak E 1000 een foto van zijn onderbroek met daarin een zichtbare erectie gestuurd en zijn er kennelijk telefoonnummers uitgewisseld, waarna verdachte een aantal maal telefonisch contact opnam met de jongen genoemd in de zaak E1000. De laatste keer kreeg hij de vader van de jongen aan de telefoon, waarna het contact werd verbroken.

In de zaak E 6000 heeft verdachte meerdere malen aangedrongen op een ontmoeting, wat door de desbetreffende jongen steeds werd afgehouden.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hiervoor genoemde handelingen van verdachte niet aan te merken als enige handeling gericht op de verwezenlijking van een ontmoeting. De vastgestelde contacten in de zaken E 1000 en E 6000 zijn hiervoor onvoldoende, niet in de laatste plaats omdat het voorstel voor een ontmoeting zich (nog) niet had geconcretiseerd tot een tijd en plaats.

Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 7, primair, ten laste gelegde. Dit geldt ook voor de onder dit feit opgenomen “een of meer andere kinderen”, nu niet kan worden vastgesteld of, en zo ja welke, concrete handelingen verdachte ten aanzien van andere kinderen heeft ondernomen ter verwezenlijking van een onzedige ontmoeting.

Voor wat betreft de in de zaken E 1000 en E 6000 subsidiair ten laste gelegde poging tot grooming, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring, waarbij wordt gewezen op hetgeen hierna onder het kopje ‘strafbaarheid van het feit’ wordt overwogen.

De in dit ten laste gelegde feit genoemde “andere kinderen” kunnen, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, niet worden bewezen. Uit de door de officier van justitie aangehaalde chatsessies en de verklaringen van verdachte hieromtrent kan niet zonder meer worden ontleend dat het verdachte erom te doen was om tot een onzedelijke ontmoeting te komen.

4.4

De bewijsmiddelen

De rechtbank gaat bij haar beslissing dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7 subsidiair en alternatief, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 primair en 12 ten laste gelegde feiten uit van de volgende bewijsmiddelen en de daarin vervatte redengevende feiten en omstandigheden, een en ander met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.3.1 is overwogen.

Het hoofdstuk uit het nog niet gepubliceerde boek van [X] wordt niet voor het bewijs gebruikt. Het verweer van de raadsvrouw dienaangaande behoeft dan ook geen verdere bespreking.

De rechtbank hanteert voor de bewezenverklaring de codes die aan de verschillende zaaksdossiers zijn gegeven. Op pagina 4 van het procesdossier staat een overzicht van de bijbehorende namen. De rechtbank kiest ervoor ook de namen van de ouders niet in dit vonnis te noemen. De rechtbank wijst in dit verband op de betreffende dossierpagina en op het overzicht op pagina 2 van het procesdossier.

Met betrekking tot het schakelbewijs geldt dat voor het bewijs van de zaken A (behalve A 7000), C en D, zijnde de feiten 1, 2, 3 (met uitzondering van zaak A 7000), 5 en 6, alsmede voor de zaak F als het gaat om “andere kinderen” (feit 10), tevens worden gebruikt de hieronder genoemde bewijsmiddelen onder de feiten 3 met betrekking tot A 7000, 4 (B 1000), 7 (E 1000, E 6000 en E 10000), 9 (E 4000 en E 5000), 10 (F 1000 en F 2000) en 11 (G 2000).

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 14 juli 2012

(p. A1019 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben [functie] bij [onderwijsinstelling]. [onderwijsinstelling] (locatie [plaats 3]) is een instelling die blinde en slechtziende mensen begeleidt. Er is ook een afdeling voor meervoudig beperkte kinderen. Naast een visuele beperking hebben deze kinderen ook een verstandelijke beperking en soms ook een motorische beperking. Op deze afdeling was [verdachte] werkzaam als onderwijsassistent. In deze hoedanigheid was hij de leerkracht behulpzaam bij het onderwijs aan kinderen en behulpzaam bij het eten en drinken, toiletgang en het aan- en uitkleden bij bewegingslessen, zoals zwemmen. Hij hield toezicht op de kinderen tijdens pauzes. Op de gang [naam gang] zaten de kinderen met het laagste niveau. De kinderen zijn 10, 12, 18 jaar oud, maar hebben een ontwikkelingsniveau van 20 maanden, maar met een volwassen lijf en volwassen behoeftes. [verdachte] is in maart/april 2009 begonnen. In mei/juni 2012 heeft hij een leerling geknuffeld, die dat niet prettig vond. Na dit incident hebben we besloten om [verdachte] op weg te helpen naar een andere baan.

3. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 18 juli 2012
p. A1025 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben leerkracht op de groep [groep 1]. De leeftijd van de kinderen is tussen 4 en 20 jaar. Cognitief komen ze niet verder dan 3 of 4 jaar, waarvan veel niet praten. In die groep zitten o.a. (A 6000) en (A 2000). (A 6000) is verstandelijk en visueel beperkt, niveau ongeveer 2 à 3 jaar. (A 2000) is zwaar autistisch en slechtziend. Zijn niveau is tussen de 2 en 3 jaar. A 2000 ging op maandagmiddag altijd op het terrein wandelen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] was mijn onderwijsassistent vanaf dat hij hier kwam werken, ongeveer drie jaar geleden. Hij deed alles wat een leerkracht ook moet doen. Met het zwemmen ging hij mee. Hij deed ook de verzorging, bijvoorbeeld het naar de wc brengen, van zijn ‘eigen kinderen’. Bij het zwemmen kleedde [verdachte] de jongens om. Wat deed [verdachte] met (A 2000)? Hij wandelde op het terrein zelf, maar je kon hen niet zien. Ze wandelden ongeveer 20 minuten. Het gebeurde in het gebouw of op het terrein (van [onderwijsinstelling]) wel vaker dat er momenten waren dat je één op één was.

3. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 25 juli 2012, opgemaakt op 25 juli 2012 p. A2034 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben vakleraar [vak] bij [onderwijsinstelling]. [verdachte] werkt denk ik sinds drie jaar bij [onderwijsinstelling]. Hij hielp met zwemmen. Er waren jongens- en meisjeskleedkamers. [verdachte] had een groep met een autistische jongen die ook begeleid moest worden en die moest er dan als laatste uit. [verdachte] is alleen met kinderen geweest tijdens aan- of uitkleden. [verdachte] bracht altijd twee leerlingen, (…) en (A 6000). Daarna haalde [verdachte] dan (A 2000) uit de klas en die nam hij mee naar het zwembad. Het protocol schrijft voor om nooit in een één op één situatie te komen met een kind. Dit protocol wordt niet altijd nageleefd. Er moet wel eens iemand verschoond worden, dus vul maar in. Ook na afloop van het zwemmen kan het zijn dat [verdachte] alleen was met kinderen in de kleedkamer. Vanuit het zwembad heb ik geen zicht in de kleedkamer. [verdachte] heeft voornamelijk op de rode stroom gewerkt.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

ten aanzien van A 1500

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Processen-verbaal van verhoor van aangeefster (moeder A 1500) d.d. 12 juli 2012

(p. A1508 en A1515), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (A 1500) is geboren op [2000] en gaat vanaf zijn vijfde naar [onderwijsinstelling] (in [plaats 3]). Vanaf 7 of 8 jaar bleef hij daar ook slapen. Hij is blind en heeft een ontwikkelingsachterstand met een nivo van onder de 4 jaar. Hij begrijpt veel dingen niet.

ten aanzien van A 3000

1 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor van aangeefster (moeder A 3000) d.d. 14 juli 2012

(p. A3009 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[verdachte] was de vaste onderwijsassistent van mijn dochter (A 3000) van augustus 2009 tot en met juli 2010. Mijn dochter (geboren[1999]) is verstandelijk beperkt, blind, kan niet praten, en heeft een geestelijk niveau van drie jaar. Zij gaat sinds augustus 2004 naar [onderwijsinstelling] in [plaats 3]. Zij zit in de rode stroom.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder A 2000) d.d. 16 juli 2012

(p. A2024 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (A 2000), geboren op [1994], woont in de instelling [onderwijsinstelling] te [plaats 3] omdat hij visueel, verstandelijk beperkt en autistisch is. Hij heeft het verstandelijk vermogen van een tweejarige. Hij zit in de gang ‘[naam gang]’. Ik denk dat het heeft plaatsgevonden in het afgelopen schooljaar en het jaar daarvoor, 2010-2011 en 2011-2012.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

ten aanzien van A 1000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder A 1000) d.d. 12 juli 2012

(p. A1008 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (A 1000) is geboren op [2000] en gaat vanaf zijn vijfde naar [onderwijsinstelling] (in [plaats 3]). Vanaf 7 of 8 jaar bleef hij daar ook slapen. Hij ziet een beetje. Hij is autistisch. Hij heeft een ontwikkelingsachterstand. Hij zit nu op nivo van een 4 à 5 jarige.

ten aanzien van A 4000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder A 4000) d.d. 20 augustus 2012

(p. A4004 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven

Mijn zoon (A 4000), geboren [1999], heeft een visuele handicap. Hij is erg goed van geloof. Als iemand zijn vertrouwen wint, dan gaat hij er blind voor. Hij loopt iets achter door zijn vroeggeboorte, maar verder is hij op gewoon niveau. Hij gaat na de vakantie naar praktijk op VMBO-niveau. Hij zit vanaf zijn 6e jaar op de [onderwijsinstelling] school in [plaats 3]. (A 4000) was erg enthousiast over [verdachte].

ten aanzien van A 5000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder A 5000) d.d. 20 augustus 2012

(p. A5005 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (A 5000), geboren [1995], zit sinds januari 2007 op de [onderwijsinstelling] school in [plaats 3]. Hij is zeer slechtziend en heeft motorische beperkingen. Hij heeft ADHD. Sinds zijn 7e jaar weten we dat hij verstandelijke beperkingen heeft. Cognitief zit hij op niveau 8 à 9 jaar. Op sociaal emotioneel niveau een jaar of 4.

ten aanzien van A 6000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2 Proces-verbaal van aangifte (moeder A 6000) d.d. 22 augustus 2012

(p. A6004 e.v), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (A 6000), geboren [1992], heeft geen ogen en zit in een rolstoel. Hij is 20 jaar oud, maar functioneert op een leeftijd van 2-3 jaar. Wij moeten hem bij alles helpen. Vanaf zijn 6e jaar zit hij bij [onderwijsinstelling] in [plaats 3] totdat hij 20 werd, kort geleden. [begeleider] en [verdachte] waren zijn vaste begeleiders. In juni 2012 zijn wij naar de gymzaal van groep [naam gang] gegaan. Ik heb de deur opengedaan. Ik zag een groep kinderen liggen, op hun buik. Alleen [verdachte] was in de gymzaal, geen andere begeleiders.

ten aanzien van A 7000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor van aangeefster (moeder A 7000) d.d. 5 september 2012 (p. A7013 e.v.)

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2012 (p. A7025)

4. Proces-verbaal van bevindingen betreffende het studioverhoor van A7000 d.d. 20 september 2012 (p. A7028 e.v.)

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van aangifte B 1000 d.d. 24 augustus 2010, opgemaakt op 31 mei 2011 (p. B1003 e.v.)

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder C1000) d.d. 19 juli 2012
(p. C1008 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (C 1000), geboren [2004], is vanaf 1 november 2006 tot en met 13 april 2007 naar kinderopvang [kinderopvang] gegaan. Hier heeft hij op de [groep 2] gezeten op de woensdagen en vrijdagen. Als ik (C 1000) ophaalde sprak ik [verdachte] altijd even.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 25 juli 2012
(p. C1036 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben directeur bij Stichting Kinderopvang [plaats 3], en [kinderopvang] is een vestiging hier in [plaats 3]. [verdachte] heeft hier gewerkt, voornamelijk op de [groep 2]. Hij is begonnen op 2 februari 2007, gediplomeerd voor SPW-3 in juli 2007. Hij heeft van augustus 2007 tot en met november 2007 als invalkracht gewerkt.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

1. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 7 augustus 2012p. D1005 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben sinds 2003 werkzaam bij Stichting [zorginstelling], een landelijke stichting voor verstandelijk gehandicapten die in heel Nederland diverse woonvoorzieningen heeft. Kinderen in [locatie A] zijn er tot de leeftijd van 18 jaar en hebben verschillende beperkingen, bijvoorbeeld PDD-NOS, autisme, syndroom van Down. Op [locatie B] wonen beneden de ouderen van 40-60 jaar en boven de jongeren van 18 tot ongeveer 30 jaar. Er zijn één op één situaties (tussen begeleider en cliënt) bij het naar bed brengen. [verdachte] ken ik sinds 2005. Dat was volgens mij eerst bij [locatie A] en later bij [locatie B]. [verdachte] had in [locatie A] één op één situaties bij slaapdiensten, omkleden, misschien bij het naar bed gaan, douchen.

2. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] d.d. 5 juli 2012p. D1020 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben locatiemanager bij de Stichting [zorginstelling]. [locatie A] is in [plaats 4] en [locatie B] is in [plaats 3]. [verdachte] heeft ingevallen in [locatie A] en [locatie B] als begeleider, MBO-niveau. Meehelpen met koken en ondersteuning van de algemeen dagelijkse levensbehoefte. Een stukje medische verzorging. Helpen en ondersteunen met douchen en zo.

(D 2000) zat op [locatie B] op de eerste verdieping.

ten aanzien van D 1000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van aangifte (moeder D 1000) d.d. 6 september 2012 (p. D1012 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon (D 1000), geboren [1996], heeft een lichte verstandelijke beperking. Ze zeggen dat hij ADHD heeft. Hij is zeg maar moeilijk lerend en loopt een paar jaar achter. Hij heeft vanaf zijn tiende, dus in 2006 tot zeg maar augustus 2007 in [locatie A] gezeten,.

ten aanzien van D 2000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder D 2000) d.d. 21 augustus 2012

(p. D2008 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn zoon is verstandelijk gehandicapt. Het niveau van zijn denken is dat van een jongen van 6-7 jaar. Het handelen, dan is hij een jongen van 10 jaar. [Y] zit sinds zijn 18e bij [zorginstelling]. Hij was toen de jongste op de groep. Hij kwam als eerste op [locatie B] terecht, in 2007. Sinds 9 augustus 2012 is hij weer bij mij thuis. Ik kan me herinneren dat toen jullie “onzedelijk” zeiden, dat ik meteen die jongen in gedachten had. Hij is een kleine jongen en heeft een bruine huidskleur. Ik kwam een keer op [locatie B] en mijn zoon was helemaal blij dat hij die jongen weer zag.

Ten aanzien van het onder 7 primair ten laste gelegde

ten aanzien van zaak E 1000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van aangifte (vader E 1000) d.d. 28 december 2011 p. E1001 e.v.)

3. Proces-verbaal van verhoor van getuige E 1000 d.d. 28 december 2011 p. E1004 e.v.)

4. geschriften, te weten uitdraaien/prints van berichten op Hyves p. E1015 e.v.)

Ten aanzien van zaak E 6000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor van getuige E 6000 d.d. 27 augustus 2012p. E6004 e.v.)

3. Geschriften, te weten schriftelijke weergaven van What’s app-gesprekken tussen verdachte en E 6000 op 9 mei 2012 en 19 mei 2012 p. E6013-E6031)

Ten aanzien van het onder 7 alternatief ten laste gelegde (E 10.000)

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van bevindingen betreffende het verhoor van verdachte d.d. 20 september 2012 p. 555-557)

3. Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een chatsessie tussen E 10.000 en verdachte d.d. 29 maart 2012p. E10001 e.v., in het bijzonder p. E10011 en E10020 tot en met E10024)

4. Proces-verbaal van verhoor getuige (E 10.000) d.d. 12 maart 2013p. E10032 e.v.)

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor aangever (vader E 2000) d.d. 24 juli 2012 p. E2001 e.v.)

4. Proces-verbaal van bevindingen betreffende het studioverhoor van E 10.000 d.d.
6 augustus 2012p. E2020 e.v.)

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

ten aanzien van E 4000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor aangever (E 4000) d.d. 10 september 2012p. E4005 e.v.)

3. Proces-verbaal van bevindingen betreffende een analyse van telecomgegevens d.d.
11 juni 2013 p. 833)

ten aanzien van E 5000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van bevindingen betreffende een informatief gesprek met E 5000 d.d. 9 augustus 2012 (p. E5001 e.v.)

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

Ten aanzien van F 1000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster (moeder F 1000) d.d. 8 augustus 2012

(p. F1008 e.v.)

3. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] d.d. 2 augustus 2012 (p. F1012)

Ten aanzien van F 2000

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van aangifte (vader F 2000) d.d. 12 april 2012p. F2004 e.v.)

3. Proces-verbaal van bevindingen betreffende een analyse van telecomgegevens d.d.
24 september 2012p. F2021)

Ten aanzien van “andere kinderen” ([plaats 12], [plaats 16])

1 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. Proces-verbaal van verhoor van getuige G2000 d.d. 4 juli 2012 p. G2005 e.v.)

4. Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, d.d. 26 april 2013 betreffende e-mailcontacten tussen verdachte en G2000p. G2026 e.v.)

Ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde

1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013

2. 2. Proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek in beslag genomen goed d.d. 6 juli 2012 p. G3001 e.v.)

3. 5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

(Zaak A 1500 + Zaak A 3000)

in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak A 1500, dat toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, en

  • -

    B) een kind genoemd in zaak A 3000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

van welke bovenomschreven kinderen genoemd onder A) en B) hij, verdachte, wist dat die kinderen aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van hun geestvermogens leden dat die kinderen niet of onvolkomen in staat waren hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl die kinderen aan zijn, verdachtes, zorg waren toevertrouwd,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die kinderen, hebbende verdachte

  • -

    A) het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak A 1500 betast en zijn, verdachtes, penis in de mond van het kind genoemd in zaak A 1500 gebracht, en

  • -

    B) de vagina van het kind genoemd in zaak A 3000 gestreeld en zijn, verdachtes, vinger in de vagina van het kind genoemd in zaak A 3000 gebracht;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

(Zaak A 2000)

in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] met een persoon genoemd in zaak A 2000, van wie hij, verdachte, wist dat die persoon genoemd in zaak A 2000 aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens leed dat die persoon genoemd in zaak A 2000 niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die persoon genoemd in zaak A 2000, hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de mond van die persoon genoemd in zaak
A 2000 gebracht en het geslachtsdeel van die persoon genoemd in zaak A 2000 betast en gestreeld en de hand van die persoon genoemd in zaak A 2000 op zijn, verdachtes, geslachtsdeel gelegd;

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

(Zaak A 1000 + Zaak A 4000 + Zaak A 5000 + Zaak A 6000 + Zaak A 7000)

in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak A 1000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

  • -

    B) een kind genoemd in zaak A 4000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

  • -

    C) een kind genoemd in zaak A 5000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

  • -

    D) een kind/persoon genoemd in zaak A 6000, en

  • -

    E) een kind genoemd in zaak A 7000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had/hadden bereikt,

van welke bovenomschreven kinderen genoemd onder A) en D) en E) verdachte wist dat die kinderen aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van hun geestvermogens leden dat die kinderen niet of onvolkomen in staat waren hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl die kinderen genoemd in de zaken A 1000 en A 4000 en A 5000 en A 7000 aan zijn, verdachtes, zorg toevertrouwd waren,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig

  • -

    A) tegen zich aandrukken van het kind genoemd in zaak A 1000 en met zijn, verdachtes, geslachtsdeel aanrijden tegen het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak A 1000, en

  • -

    B) tegen het been van het kind genoemd in zaak A 4000 gaan staan en het tegen zich aan laten hangen van het geslachtsdeel van dat kind, en

  • -

    C) naar voren trekken van de boxershort van het kind genoemd in zaak A 5000 en kijken naar het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak A 5000, en

  • -

    D) bovenop het kind genoemd in zaak A 6000 gaan liggen en maken van rijbewegingen tegen het kind genoemd in zaak A6000 en zoenen in de nek van het kind genoemd in zaak
    A 6000 en omhelzen van het kind genoemd in zaak A 6000 en wrijven over het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak A 6000, en

  • -

    E) omhelzen van het kind genoemd in zaak A 7000 en knuffelen van het kind genoemd in zaak A 7000 en zoenen in de nek van het kind genoemd in zaak A 7000;

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

(Zaak B 1000)

in de periode van 14 augustus 2010 tot en met 24 augustus 2010 te [plaats 2], gemeente [gemeente], met het kind genoemd in zaak B 1000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, welk bovenomschreven kind aan zijn, verdachtes, waakzaamheid toevertrouwd was, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig betasten, over een slaapzak heen, van het geslachtsdeel/kruis van het kind genoemd in zaak B 1000;

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

(Zaak C 1000)

in de periode van 2 februari 2007 tot en met 23 november 2007 te [plaats 3] met een kind genoemd in zaak C 1000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, welk bovenomschreven kind aan zijn, verdachtes, zorg toevertrouwd was, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig tegen zich aandrukken van het kind genoemd in zaak C 1000 en het (over een slaapzak heen) strelen van het geslachtsdeel van het kind genoemd in zaak C 1000;

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

(Zaak D 1000 + D 2000)

in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009 te [plaats 3] en te [plaats 4] met

  • -

    A) een kind genoemd in zaak D 1000, dat toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

  • -

    B) een persoon genoemd in zaak D 2000,

van welk bovenomschreven kind en van welke bovenomschreven persoon genoemd onder resp. A) en B) verdachte wist dat dat kind en die persoon aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van hun geestvermogens leden, dat dat kind en die persoon niet of onvolkomen in staat waren hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

terwijl dat kind genoemd in de zaak D 1000 aan zijn, verdachtes, zorg toevertrouwd was,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig

  • -

    A) op hem, verdachte, laten liggen van dat kind genoemd in zaak D 1000, waarbij hij, verdachte, een erectie kreeg, en

  • -

    B) vastpakken en betasten en strelen van het geslachtsdeel van die persoon genoemd in zaak D 2000;

Ten aanzien van het onder 7 subsidiair ten laste gelegde

(Zaak E 1000 en E 6000)

in de periode van 1 november 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 6] en te [plaats 7] en te [plaats 3] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst

-A) van 15 november 2011 tot en met 18 november 2011 een kind genoemd in zaak E 1000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en

-B) van 1 mei 2012 tot en met 30 mei 2012 een kind genoemd in zaak E 6000, dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt

een ontmoeting voor te stellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met bovenomschreven kinderen genoemd onder resp. A) en B) te plegen en om handelingen te ondernemen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting,

- A) het kind genoemd in zaak E 1000 een vriendschapsverzoek via Hyves heeft gestuurd en het kind sms berichten heeft verstuurd en het meermalen heeft gebeld en via internet contact met dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 1000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten en het kind genoemd in zaak E 1000 heeft gevraagd om een foto te sturen en het kind een geldbedrag heeft aangeboden voor die foto en het kind genoemd in zaak E 1000 een foto van verdachtes onderlichaam heeft gestuurd naar de mobiele telefoon van dat kind, en

-B) het kind genoemd in zaak E 6000 middels Whats App berichten heeft gestuurd en contact met dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft gehad, waarbij verdachte dat kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld hem te ontmoeten om seksuele handelingen te verrichten, en het kind genoemd in zaak E 6000 heeft voorgesteld om foto's van elkaars "ding" uit te wisselen.

Ten aanzien van het onder 7 alternatief ten laste gelegde

(Zaak E 10.000)

hij op 29 maart 2012 te [plaats 8] en [plaats 3] door belofte van geld en misleiding, door zich voor te doen als minderjarig meisje en aan te bieden als meisje ook naakt voor de camera te komen, en door 80 euro aan te bieden, het kind genoemd in zaak E 10.000, waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen een ontuchtige handeling, te weten het via de webcam laten zien van zijn penis, te plegen;

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

(Zaak E 2000)

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 9] met een kind genoemd in zaak E 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, van wie hij, verdachte, wist dat dat kind genoemd in zaak E 2000 aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens leed dat dat kind genoemd in zaak E 2000 niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het kind genoemd in zaak
E 2000, hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de anus en de mond van het kind genoemd in zaak E 2000 gebracht en zijn verdachtes, tong in de mond van het kind genoemd in zaak E 2000 gebracht en de penis van dat kind genoemd in zaak E 2000 in zijn verdachtes, mond gebracht en de penis van het kind genoemd in zaak E 2000 afgetrokken en zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 2000 laten aftrekken;

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

(Zaak E 4000 + E 5000)

hij in de periode van 1 november 2010 tot en met 26 juni 2012

  • -

    A) te [plaats 10] met een kind genoemd in zaak E 4000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en

  • -

    B) te [plaats 11] met een kind genoemd in zaak E 5000, dat toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van bovenomschreven kinderen genoemd onder A) en B), hebbende verdachte

  • -

    A) zijn, verdachtes, penis in de anus en de mond van het kind genoemd in zaak E 4000 gebracht en de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 in de anus en de mond van hem, verdachte, laten brengen en de penis van het kind genoemd in zaak E 4000 afgetrokken en zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 4000 laten aftrekken, en

  • -

    B) zijn, verdachtes, penis in de anus en de mond van het kind genoemd in zaak E 5000 gebracht en de penis van het kind genoemd in zaak E 5000 in de anus en de mond van hem, verdachte, laten brengen en de penis van het kind genoemd in zaak E 5000 afgetrokken en zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak E 5000 laten aftrekken;

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

(Zaak F 1000 + F 2000)

hij in de periode van 1 juni 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 12] en te [plaats 3] en te [plaats 15] en te [plaats 16] kinderen genoemd in zaak F1000, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze kinderen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, en een kind bedoeld in zaak F 2000, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en andere kinderen, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen door in het bijzijn en/of in de nabijheid van die kinderen bedoeld in zaak F 1000 en F 2000 en die andere kinderen, zijn, verdachtes, broek naar beneden te doen en zijn, verdachtes, penis te tonen en zijn, verdachtes, penis vast te pakken en zich af te trekken;

Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde

(Zaak G 2000)

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] met een kind genoemd in zaak G 2000, dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het kind genoemd in zaak G 2000, hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de anus en de mond van het kind genoemd in zaak G 2000 gebracht en de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 in de mond van hem, verdachte, laten brengen en de penis van het kind genoemd in zaak G 2000 afgetrokken en zijn, verdachtes, penis door het kind genoemd in zaak G 2000 laten aftrekken;

Ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde

(Zaak G 3000)

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 juni 2012 te [plaats 3] een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding, te weten een computer, merk LG (goednummer 12-0107-2) bevattende een kinderpornografische film, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- het anaal en oraal penetreren met de penis van het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, en

- het naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij zijn leeftijd past, en waarbij door het camerastandpunt nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel in

beeld gebracht wordt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De rechtbank acht het onder 7 subsidiair bewezen verklaarde – de poging tot grooming – niet strafbaar. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Grooming (artikel 248e Sr) is een (specifieke) voorbereidingshandeling, gericht op de verwezenlijking van een onzedelijke ontmoeting met iemand die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt. Uit de wetgeschiedenis met betrekking tot de algemene strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen (Handelingen II 1990/91, 22 268 nr. 3, blz. 13) blijkt dat poging tot voorbereiding en voorbereiding tot voorbereiding van een misdrijf geen strafbaarheid kunnen vestigen. De rechtbank is gelet op de wetsgeschiedenis van artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht (Handelingen II 2008/9, 31 810 nr. 3, blz. 6-7) van oordeel dat hetzelfde geldt voor poging tot grooming. Uit die wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever grooming strafbaar heeft willen stellen vanaf het moment dat het zich concretiseert tot een voorstel voor een ontmoeting met het kind gevolgd door “material acts leading to a meeting”. Een verdere verschuiving van de strafbaarheid naar de voorfase zou betekenen dat het loutere internetcontact met een kind, hoe moreel verwerpelijk ook gelet op de bedoelingen van verdachte, strafbaar zou zijn en dat zou te ver voeren.

De overige bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar, met inachtneming van hetgeen hierna onder 8.3 wordt overwogen omtrent verdachtes toerekeningsvatbaarheid.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten bewezen, met dien verstande dat zij, met uitzondering van feit 7, niet bewezen acht dat de aldaar beschreven handelingen ook met een of meer andere kinderen of personen hebben plaatsgevonden, zodat zij van die betreffende passages vrijspraak vordert.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging wordt opgelegd.

8.2.

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft de rechtbank verzocht om bij de oplegging van een straf rekening te houden met een aantal strafmatigingsgronden, waaronder – kort gezegd – de persoon van verdachte, zoals deze naar voren komt in de over hem opgemaakte rapportages en de diverse getuigenverklaringen, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zijn coöperatieve (proces)houding en de grote (lokale) media-aandacht voor deze zaak en de eventuele consequenties daarvan in de toekomst. Ook heeft zij erop gewezen dat de kinderen genoemd in de zaken E 5000, E 6000 en G 2000 geen aangifte hebben gedaan. De raadsvrouw heeft betoogd dat, mede gelet op deze factoren, de op te leggen straf minimaal zou moeten zijn en de nadruk op behandeling van verdachte zou moeten komen te liggen.

Ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde maatregel van TBS met dwangverpleging heeft de raadsvrouw verzocht om oplegging van de minder vergaande maatregel van TBS met voorwaarden. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de raadsvrouw gewezen op het rapport van psycholoog dr. [psycholoog 1], die oplegging van TBS met voorwaarden adviseert.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals deze naar voren is gekomen uit de over hem opgemaakte rapportages en zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met kinderen, die in enkele gevallen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het merendeel van deze kinderen was tussen de 12 en 16 jaar oud, daarnaast ook visueel en/of verstandelijk beperkt en aan verdachtes zorg toevertrouwd. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verleiding, het seksueel corrumperen van nog jongere kinderen en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen.

Met het plegen van ontuchtige handelingen met jonge en veelal zeer kwetsbare kinderen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van die kinderen. Verdachte was ten tijde van zijn handelen telkens op de hoogte van de jonge leeftijd en/of de aanwezige (geestelijke) beperkingen van zijn slachtoffers. Verdachte heeft, zo heeft hij ook zelf verklaard, met zijn handelen steeds prioriteit gegeven aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, voorbijgaand aan de kwetsbaarheid van deze kinderen/personen. Het is geenszins uit te sluiten dat personen met een verstandelijke beperking problemen ervaren als gevolg van misbruik en diverse ouders hebben aangegeven gedragsveranderingen te hebben gezien bij hun kind in de periode van het bewezenverklaarde. Volgens verdachte was er sprake van een glijdende schaal, waarbij hij ter bevrediging van zijn behoeften steeds verder ging en uiteindelijk ook steeds jongere kinderen opzocht. Het ging van kwaad tot erger.

Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van kinderen beneden de zestien alsmede die van wilsonbekwamen uitdrukkelijk beschermd, onder meer omdat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen inschatten, zeker niet als dit seksueel contact plaatsvindt met een (veel) ouder, volwassen persoon.

Met zijn handelen heeft verdachte in de meeste gevallen tevens het vertrouwen waarmee de ouders van de kinderen hun kind naar school ([onderwijsinstelling]), het kinderdagverblijf ([kinderopvang]), instelling ([zorginstelling]) of scoutingkamp ([scoutingkamp]) brachten, ernstig geschonden. Dit heeft bij de ouders, zo bleek uit de diverse ter terechtzitting afgelegde of schriftelijk ingediende verklaringen van de ouders, gevoelens van verdriet, schuld, onzekerheid, onmacht en wantrouwen veroorzaakt. Ook collega’s van verdachte, die dit niet hebben kunnen voorkomen, kampen met gevoelens van schuld en onzekerheid. De feiten hebben ten slotte grote maatschappelijke onrust veroorzaakt, met name in [plaats 3], de woonplaats van verdachte en de plaats waar het merendeel van de misdrijven heeft plaatsgevonden.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van de over verdachte uitgebrachte pro Justitia rapporten van psycholoog [psycholoog 2] d.d. 14 november 2012 en het rapport van psychiater [psychiater] d.d. 19 november 2012. De reclassering heeft zich in haar rapport van 28 november 2012 verenigd met de gelijkluidende conclusie van beide rapporten. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het op verzoek van de verdediging in de vorm van een contra-expertise opgemaakte rapport van psycholoog dr. [psycholoog 1] d.d. 14 juni 2013.

De deskundigen komen voor wat betreft de persoon van verdachte tot de eensluidende conclusie dat verdachte ten tijde van de door hem gepleegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De deskundigen hebben ter onderbouwing hiervan onder meer het volgende over de persoon van verdachte gerapporteerd, waarbij de bevindingen van deskundigen hooguit op details van elkaar afweken.

Verdachte heeft als gevolg van een combinatie van belastende levensomstandigheden (zoals adoptie, gepest zijn op school en seksueel misbruik aan het begin van zijn puberteit) en aangeboren beperkingen (zwakke flexibiliteit van het denken en beperkte probleemoplossende vaardigheden) een persoonlijkheidsproblematiek ontwikkeld. Het seksueel misbruik aan het begin van zijn puberteit heeft geleid tot een beschadiging van zijn seksuele ontwikkeling, wat in combinatie met zijn persoonlijkheidsproblematiek heeft geleid tot seksuele verstoringen in de vorm van hyperseksualiteit, een pedofiele voorkeur voor kinderen in zowel de puberale als prepuberale leeftijd en exhibitionisme. Door zijn seksuele traumatisering ontwikkelde verdachte een sterke neiging tot seksualiseren van gevoelens, waarbij hij zich (mede vanuit afhankelijkheid) richtte op jeugdigen.

Er was ten tijde van het ten laste gelegde bij verdachte sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van pedofilie, exhibitionisme, een parafilie NAO en (volgens [psychiater] en [psycholoog 2]) misbruik van alcohol. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en vermijdende trekken (volgens [psychiater] zelfs van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis) en intellectuele beperkingen in de vorm van gebrekkige acuut probleemoplossende vaardigheden. Zijn verbale intelligentie is veel groter dan zijn performale intelligentie. Als gevolg van zijn neiging tot afhankelijkheid en vermijding is verdachte tot op heden niet in staat geweest zijn leven op bevredigende wijze vorm te geven tot een bij zijn leeftijd passend niveau. Verdachte heeft uit angst voor seksuele relaties met leeftijdsgenoten zijn toevlucht gezocht in seksualisatie, gericht op minderjarigen. Zijn homoseksuele aard richtte hem daarbij vooral op jongens. Dit alles heeft geleid tot pedofiele gedragingen. Voor zover betrokkene zich seksueel richtte op wilsonbekwamen is zijn pathologische afhankelijkheid die werd geseksualiseerd, bepalend geweest. De spanning en ongelukkigheid, waaronder eenzaamheid, die dit met zich bracht kon verdachte niet op adequate wijze reguleren. De afhankelijke en regressieve tendensen vormden daardoor een voedingsbodem voor de ontwikkeling van seksueel obsessief, en later ook seksueel verstoord gedrag, zoals de ten laste gelegde feiten. Spijt-, schuld- en schaamtegevoelens die werden veroorzaakt door dit seksueel verstoorde gedrag bestreed hij door zich opnieuw met seks te gaan bezighouden, de laatste tijd in combinatie met toenemend alcoholgebruik, waardoor het seksueel verstoorde gedrag zich kon verbreden en intensiveren. Zo ontstond een negatieve vicieuze cirkel waaraan verdachte zich als gevolg van zijn persoonlijkheidsproblematiek steeds moeilijker kon onttrekken. Om deze reden achten de deskundigen verdachte unaniem verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt de conclusie dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is over, en overweegt ten aanzien van de strafoplegging als volgt.

De ernst, lange duur en impact van de bewezen verklaarde feiten maken dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen is. Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf houdt de rechtbank nog iets meer dan de officier van justitie in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat hij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, zijn coöperatieve (proces)houding, zijn blanco strafblad alsmede de te verwachten lange duur van de behandeling van de hiervoor geschetste persoonlijkheidsproblematiek van verdachte. De rechtbank zal aan verdachte, in afwijking van de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van kortere duur opleggen, namelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Terbeschikkingstelling

Ten aanzien van de vraag of aan verdachte naast een gevangenisstraf tevens een TBS-maatregel moet worden opgelegd, komen de deskundigen tot de volgende conclusies.

Door alle drie deskundigen wordt het recidiverisico zonder behandeling als hoog ingeschat. Verdachte heeft vanaf zijn 17e jaar, derhalve gedurende een periode van ongeveer 10 jaar, een verborgen leven gehad. Hij is in zijn volwassenheid niet bekend met het leiden van een normaal, evenwichtig leven, en heeft ook geen bijpassende vaardigheden ontwikkeld. Als gevolg van een langdurig bestaande seksverslaving is verdachte erg goed geworden in het verborgen houden van zijn seksueel deviante gedrag, een ‘overlevingsstrategie’ die niet zomaar is afgeleerd. De lange duur en ook de vaardigheid die hij heeft ontwikkeld in het verborgen houden van zijn onaangepaste gedrag duidt op een vrij ernstige problematiek. De pedofilie, voortkomend uit zijn persoonlijkheidsproblematiek, is een risicofactor die de kans op recidive vergroot. Ook geldt als risicofactor voor de toekomst dat verdachte, wanneer hij zich weer in de maatschappij zal begeven, hoogstwaarschijnlijk met stresserende omstandigheden te maken zal krijgen, die leiden tot spanningen, en spanningen leiden zonder adequate psychologische behandeling bij verdachte tot dit soort grensoverschrijdend gedrag, waarbij de grenzen steeds verder worden opgeschoven. Gelet op de aard en ernst van de problematiek is een behandeling gewenst voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en seksuele problematiek. Verdachte zal inzicht moeten verwerven in zijn delictscenario en de signalen die hem tot drangmatige seksuele belangstelling voor jeugdigen drijven. Hij zal een sterke, volwassen identiteit, ook aangaande zijn homoseksualiteit, moeten ontwikkelen. Een behandeling zal veel van verdachte en zijn (behandel)omgeving vergen. Verdachte moet leren om nieuw gedrag op eigen kracht te bestendigen. Dit raakt aan de kern van zijn persoonlijkheidsproblematiek. De behandeling zal naar verwachting dan ook intensief zijn en meerdere jaren in beslag nemen.

De rechtbank neemt de conclusie van de deskundigen ten aanzien van het recidiverisico en de noodzaak van een behandeling van verdachte over. De rechtbank acht met de deskundigen, gelet op de ernst en de lange duur van de gepleegde feiten, de oplegging van een TBS-maatregel geïndiceerd.

Ten aanzien van de vraag binnen welk juridisch kader de behandeling van verdachte zou moeten plaatsvinden, verschillen de deskundigen van mening.

Psycholoog [psycholoog 2] en psychiater [psychiater] adviseren om verdachte te behandelen in het kader van een TBS met dwangverpleging, nu slechts in die klinische situatie en binnen dat juridisch kader voldoende mogelijkheden bestaan om verdachte optimaal te behandelen, en alleen dit kader voldoende garanties biedt met betrekking tot de maatschappelijke veiligheid. Hoewel verdachte op dit moment zeer gemotiveerd is voor een behandeling, is zijn inzicht nog beperkt en zal de behandeling naar verwachting van lange duur zijn. Ook is gegeven de ernst van de stoornis en het hoge korte termijn recidiverisico een maximaal toezicht vereist. Om deze redenen is het kader van een TBS met verpleging noodzakelijk en volstaat het kader van een TBS met voorwaarden niet, aldus de deskundigen [psycholoog 2] en [psychiater].

Psycholoog [psycholoog 1] heeft een behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden bepleit in combinatie met een langdurig reclasseringstoezicht. [psycholoog 1] wijst in dit verband onder meer op het feit dat verdachte als first offender is aan te merken, dat er sprake is van ziektebesef en een beginnend ziekte-inzicht, van een steunend sociaal netwerk en een sterke intrinsieke motivatie bij verdachte om aan zijn problemen te werken. [psycholoog 1] ziet bij de behandeling van verdachte tevens een belangrijke rol weggelegd voor een medicamenteuze behandeling in de vorm van libidoremmende medicatie, waarbij de vraag in hoeverre dit aanslaat in belangrijke mate bepalend zal zijn voor de duur van het verdere traject. Hoewel medicatie de seksuele drang kan verminderen, zal dit niet het reeds lang bestaande ‘gewoontegedrag’ direct stoppen. Om die reden acht [psycholoog 1] het ook noodzakelijk om de eerste fase van de behandeling intramuraal in een beveiligde Forensich Psychiatrische Kliniek (FPK) te laten plaatsvinden, waarbij hij in verband met de daar aanwezige expertise op dit vlak in het bijzonder plaatsing in de FPK [plaats 18] adviseert.

Ter terechtzitting van 27 juni 2013 hebben de drie deskundigen verklaard bij hun eerder uitgebrachte conclusies en advies te blijven. In aanvulling en in reactie op het advies van [psycholoog 1] hebben zowel psycholoog [psycholoog 2] als psychiater [psychiater] ter terechtzitting erop gewezen dat het beveiligingsniveau van een FPK lager is dan dat van een TBS-kliniek en op het feit dat het verlofbeleid in een FPK in handen is van de behandelaars, terwijl dat bij een verblijf in een TBS-kliniek extern is georganiseerd en met meer waarborgen is omkleed. In reactie op de door [psycholoog 1] voorgestane medicamenteuze behandeling van verdachte menen zowel [psycholoog 2] als [psychiater] dat het riskant is om hier teveel de nadruk op te leggen, nu onzeker is of dergelijke medicatie wel geschikt is voor verdachte, of het zal aanslaan en of verdachte het ook zal blijven gebruiken wanneer hij wordt geconfronteerd met de vervelende bijwerkingen van het medicijn. Bovendien is de hyperseksualiteit van verdachte, die door deze medicatie verminderd kan worden, maar één van de vele probleemgebieden die behandeld moeten worden, aldus beide deskundigen. Hoewel alle deskundigen het erover eens zijn dat de motivatie voor behandeling op dit moment groot is bij verdachte, heeft psychiater [psychiater] ter terechtzitting erop gewezen dat deze motivatie los staat van de stoornis: de stoornis is er en die houd je niet in bedwang door een eventuele behandelingsbereidheid. Psycholoog [psycholoog 2] heeft hieraan toegevoegd dat tevens in gedachten moet worden gehouden dat wat verdachte zegt niet per se overeenkomt met de vaardigheden en praktische mogelijkheden die hij heeft om zijn problemen werkelijk aan te pakken (de verbale intelligentie tegenover de performale intelligentie). Ook meent zij, in tegenstelling tot [psycholoog 1], dat verdachte, gelet op zijn jarenlange verborgen (seksuele) leven, niet zonder meer als first offender is te beschouwen.

Ten aanzien van de vraag binnen welk juridisch kader verdachte zou moeten worden behandeld, overweegt de rechtbank als volgt.

De drie deskundigen zijn het erover eens dat het recidivegevaar zonder (langdurige) behandeling bij verdachte groot is. Ook zijn alle procespartijen het erover eens dat verdachte zeer gemotiveerd lijkt om aan zijn problemen te werken. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de wens om in dit geval de minder vergaande maatregel van TBS met voorwaarden op te leggen, en zij overigens ook dient te onderzoeken of oplegging van een minder vergaande maatregel volstaat, kan de rechtbank verdachte en zijn raadsvrouw niet in deze wens volgen. Bij de vraag naar het kader waarbinnen behandeling is geïndiceerd heeft naar het oordeel van de rechtbank het belang van de bescherming van de maatschappij tegen herhaling van de door verdachte begane feiten te prevaleren boven het belang van verdachte om in een minder beveiligde omgeving te worden behandeld. Het belang van de bescherming van de maatschappij vereist een (langdurig) beveiligingsniveau dat naar het oordeel van de rechtbank niet door middel van een TBS met voorwaarden in een FPK niet kan worden gehaald. Bij een TBS met voorwaarden is immers geen sprake van vrijheidsbeneming. Dit brengt mee dat niet met dwang voorkomen kan worden dat verdachte tegen de wil van de behandelaars de FPK zou verlaten. Een TBS met voorwaarden is bovendien in duur gemaximeerd, terwijl het recidivegevaar door de deskundigen unaniem groot wordt geacht en de behandeling van verdachtes complexe problematiek naar verwachting van alle drie deskundigen langdurig zal zijn. Om deze redenen volgt de rechtbank de eis van de officier van justitie en het advies van de deskundigen [psycholoog 2] en [psychiater], en zal zij aan verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging opleggen.

Dit kan ook, nu de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11 en 12 bewezen geachte feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist. Met het oog op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht, stelt de rechtbank vast dat de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 bewezen geachte feiten misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van vier jaren.

9 Beslag

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen als genoemd onder de nummers 1 en 8 op de als bijlage aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen (twee telefoons), die aan verdachte toebehoren, worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het onder 7, 8, 9 en 11 bewezen geachte is begaan.

Onttrekking aan het verkeer


Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp als genoemd onder nummer 2 op de als bijlage aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen (computer) dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, nu met behulp van dit voorwerp het onder 7, 8, 9 en 12 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen als genoemd onder de nummers 3, 5, 6, 7, 9, 10 en 12 op de aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen.

10 Benadeelde partijen

10.1

De vorderingen

Een aantal slachtoffers heeft een vordering ingediend. Zij worden hierna ook wel aangeduid als ‘de kinderen’, hoewel die term eigenlijk niet juist is, omdat drie van de slachtoffers die een vordering hebben ingediend, meerderjarig zijn. De kinderen vorderen immateriële en materiële schadevergoeding. Aan de vorderingen wordt kort gezegd ten grondslag gelegd dat verdachte door zijn handelen een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers, waardoor zij schade hebben geleden.

De vorderingen tot betaling van immateriële schadevergoeding, ook wel smartengeld genoemd, lopen uiteen van € 1.000,= tot € 25.000,=. Bij de materiële schadevergoedingsvorderingen gaat het enerzijds om schadeposten als verhuis- en kledingkosten, en anderzijds om reis-, telefoon- en verletkosten van de wettelijk vertegenwoordigers van de slachtoffers. Verder heeft een van de kinderen een plaatsverbod gevorderd. Tot slot vorderen twee kinderen rechtsbijstandskosten.

Daarnaast hebben de ouders van E 10.000 een vordering ingediend ter vergoeding van de door hen gemaakte verletkosten.

In veel vorderingen staat te lezen dat een vergoeding “als voorschot” wordt gevorderd. De rechtbank begrijpt dat daarmee wordt bedoeld dat de kinderen en/of ouders zich het recht voorbehouden om naar de civiele rechter (ook wel burgerlijk rechter genoemd) te gaan voor de nu niet vergoede schade, of de schade die in de toekomst nog zal blijken.

10.2

De beoordeling

Met uitzondering van feit 12 heeft verdachte in de hiervoor onder de bewezenverklaring genoemde feiten onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de in de bewezenverklaring genoemde slachtoffers. Met zijn handelen heeft verdachte de geestelijke en in bijna alle feiten ook de lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschonden. De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte ten opzichte van alle kinderen onrechtmatig heeft gehandeld.

Zijn handelen heeft daarnaast echter ook een enorme impact gehad op de gezinnen waartoe de slachtoffers behoren. De gezinnen zijn geconfronteerd met tal van vragen, onzekerheden, zorgen en schuldgevoelens. Een aantal ouders heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht en de rechtbank op indringende wijze over de vele gevolgen van het misbruik verteld. In de ruime zin van het woord zijn alle gezinsleden en andere dierbaren, dus niet alleen de kinderen, ontegenzeggelijk als slachtoffer te beschouwen. Dat geldt natuurlijk ook voor de ouders die geen gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht of die (namens hun kind) geen vordering tot schadevergoeding hebben ingediend.

Dat betekent evenwel niet dat zij in dit proces allemaal een schadevergoedingsvordering tegen verdachte kunnen instellen.

Vorderingen van ouders

Vorderingen tot schadevergoeding zijn civielrechtelijk van aard. In strafrechtelijke procedures bestaat de mogelijkheid om een civielrechtelijke vordering tegen een verdachte aanhangig te maken, maar deze mogelijkheid staat alleen open voor slachtoffers die rechtstreeks schade hebben geleden door een strafbaar feit (zie artikel 51a e.v. Sv). Zoals het gerechtshof Amsterdam in zijn arrest van 26 april 2013 (LJN: BZ8885) heeft overwogen, zijn ouders geen slachtoffer in de zin van artikel 51a e.v. Sv. Dit betekent overigens geenszins dat de verdachte niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door de ouders gestelde schade, maar dat het aan de civiele rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen.

Dit uitgangspunt leidt ertoe dat de ouders van E 10.000 in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, zoals ook de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte hebben voorgesteld. Voor de ouders van E 10.000 blijft evenwel de mogelijkheid bestaan om verdachte voor de civiele rechter te dagen in verband met de door hen geleden schade.

De andere vorderingen zijn ingediend door of (door de wettelijk vertegenwoordiger) namens de kinderen genoemd in de zaken A 1000, A1500, A2000, A4000, A5000, A6000, C 1000, D 1000, D 2000 en E 2000. Het betreft hier dus vorderingen van de kinderen zelf. Niet in geschil is dat zij in deze strafrechtelijke procedure als slachtoffer een zelfstandig vorderingsrecht hebben. Hierna zullen de diverse door of namens hen gevorderde posten worden beoordeeld.

Materiële schade

A 2000 verzoekt onder andere om vergoeding van verhuis- en kledingkosten. Hij stelt daartoe dat hij als gevolg van het strafbare feit van zijn toenmalige verblijfplaats bij [onderwijsinstelling] in [plaats 3] is verhuisd naar een andere instelling elders in het land. De kosten die hieraan zijn verbonden, vordert hij nu van verdachte.

De officier van justitie en de verdediging betwijfelen of voldoende vaststaat dat deze schade rechtstreeks verband houdt met het misbruik.

De rechtbank stelt voorop dat verdachte een norm heeft geschonden die juist bedoeld is om kinderen zoals A 2000 te beschermen. Daarnaast gaat het om een ernstige misdraging, aangezien verdachte de minderjarige, meervoudig gehandicapte, aan zijn zorg toevertrouwde A 2000 meermalen heeft misbruikt in de kliniek waar die minderjarige zich veilig moest kunnen voelen. Het uitgangspunt van de rechtbank is dan ook dat de noodzaak tot verhuizen redelijkerwijs is toe te rekenen aan het misbruik van verdachte, zodat de, in hoogte onbetwiste, gevorderde verhuiskosten van € 703,18 zullen worden toegewezen.

Anders ligt het als het gaat om de gevorderde kledingkosten, nu A 2000 niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt welke kleding en waarom die kleding vervangen moest worden. In dit deel van de vordering zal A 2000 niet-ontvankelijk worden verklaard.

A 1000, A1500, A2000, A4000, A5000, A6000, C 1000, D 1000 en D 2000 hebben gevorderd dat de reis-, telefoon- en verletkosten van hun wettelijk vertegenwoordigers worden vergoed.

Zoals hiervoor is overwogen, kunnen alleen de kinderen een vordering tot vergoeding van de door hen geleden schade indienen in deze strafrechtelijke procedure. Bij de reis-, telefoon- en verletkosten gaat het om vorderingen die weliswaar door de kinderen zijn ingediend, maar die feitelijk moeten worden aangemerkt als vorderingen tot vergoeding van de schade van de ouders. Het gaat immers om de kosten die de ouders hebben gemaakt in verband met het door de ouders doen van aangifte, de besprekingen tussen de ouders en de advocaten en het bijwonen van de zittingen door de ouders. Nu het niet om schade van de kinderen gaat, zullen de kinderen niet-ontvankelijk worden verklaard in dit deel van hun vorderingen.

Het voorgaande wordt niet anders doordat het kosten betreft die de ouders in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger ten behoeve van hun kinderen hebben gemaakt, zoals mr. Kubatsch en mr. Zonneveld namens een aantal benadeelde partijen hebben aangevoerd. Die rol van wettelijk vertegenwoordiger betekent immers nog niet dat de kinderen deze schade, die zij zelf niet hebben geleden, op verdachte kunnen verhalen.

Overigens is het mogelijk dat de kosten die de ouders uit dien hoofde hebben gemaakt als zogenoemde verplaatste schade in de zin van artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking komen, maar bij een op die bepaling gebaseerde vordering gaat het om een vordering van de ouders zelf. En daarvoor is in het strafproces geen plaats.

Immateriële schade

Op grond van de stukken in het dossier, waaronder het op verzoek van mr. Kubatsch toegevoegde hoofdstuk uit het nog te verschijnen boek van [X], alsmede op grond van algemene ervaringsregels, wordt – met de officier van justitie – aangenomen dat de zeer kwetsbare en veelal jonge kinderen door het seksueel misbruik in hun persoon zijn aangetast en als gevolg daarvan leed hebben ondervonden. De verdediging heeft aangevoerd dat de vraag mag worden gesteld of de gestelde schade een rechtstreeks verband heeft met de bewezenverklaarde handelingen, helemaal als een kind al eerder door iemand anders is misbruikt. Deze kanttekeningen van de verdediging brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel, aangezien het een – ook door de verdediging onderschreven – feit van algemene bekendheid is dat seksueel misbruik vaak langdurige en ernstige schade toebrengt aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Daarbij komt dat het, juist gelet op de handicaps en/of zeer jeugdige leeftijd van de slachtoffers, in de individuele gevallen moeilijk vast te stellen is wat de gevolgen van het misbruik zijn. Die omstandigheid komt, gelet op de geschonden norm en de aard van de misdragingen, voor rekening van verdachte. De rechtbank neemt dan ook aan dat causaal verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van verdachte en de immateriële schade van elk kind.

De rechtbank heeft bij het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding steeds acht geslagen op de aard van de gedraging (seksueel binnendringen of ontuchtig handelen) en de frequentie daarvan (een- of meermalen). De volgende bedragen worden toegekend:

A 1000: € 1.000,=

A 1500: € 2.000,=

A 2000: € 2.500,=

A 4000: € 500,=

A 5000: € 500,=

A 6000:€ 1.500,=

C 1000: € 1.000,=

D 1000: € 1.000,=

D 2000: € 1.000,=

E 2.000: € 1.500,=

Voor zover de kinderen meer hebben gevorderd, zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard in dat deel van hun vordering. Zij kunnen zich voor dat deel tot de civiele rechter wenden.

Overige vorderingen

Het door C 1000 gevorderde locatieverbod komt niet voor toewijzing in aanmerking. Tot die conclusie kwam de officier van justitie in haar requisitoir ook.

De hoofdregel is dat schadevergoeding wordt voldaan in geld. Op zichzelf kan schade op een andere wijze worden vergoed. Maar zonder nadere toelichting, die C 1000 niet heeft gegeven, valt niet in te zien welke door C 1000 geleden schade zou worden hersteld door het opleggen van een locatieverbod aan verdachte. Dit brengt mee dat C 1000 in dit deel van zijn vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard. De weg naar de civiele rechter blijft voor hem openstaan.

De door A 5000 en A 6000 gevorderde kosten voor de rechtsbijstand in deze procedure komen voor toewijzing in aanmerking.

A 5000 heeft € 1.158,= aan advocaatkosten gevorderd. Dit bedrag wordt geheel toegewezen.

A 6000 heeft € 258,= gevorderd in verband met de eigen bijdrage voor deze strafzaak (van € 129,=) en de nog te entameren civiele zaak (ook € 129,=). Nu alleen de kosten in verband met deze procedure voor toewijzing in aanmerking komen, zal € 129,= worden toegewezen. Voor het overige wordt A 6000 niet-ontvankelijk verklaard. Hij kan zich voor dat deel tot de civiele rechter wenden.

Steeds als wettelijke rente is gevorderd, zal die worden toegewezen vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Nu geen exacte data zijn te geven van het bewezenverklaarde misbruik, zal telkens de laatste dag van de bewezenverklaarde periode als ingangsdatum gelden. Dit is telkens 26 juni 2012, behalve voor C 1000 (23 november 2007) en voor D1000 en D2000 (31 december 2009).

Als ingangsdatum van de wettelijke rente over de rechtsbijstandskosten geldt voor zaak A 5000 de eerste inhoudelijke zittingsdatum, te weten 24 juni 2013.

In de zaken A 6000 en E 2000 is geen wettelijke rente gevorderd.

Als extra waarborg voor de betalingsverplichting zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr aan verdachte opleggen met betrekking tot alle toegewezen onderdelen, met uitzondering van de rechtsbijstandskosten. Gelet op de relatief jonge leeftijd van verdachte bestaat geen aanleiding om de vervangende hechtenis per benadeelde partij slechts op een dag te stellen, zoals de verdediging heeft bepleit. Op zichzelf is het juist dat de verwachting is dat verdachte tijdens de duur van de op te leggen sancties nauwelijks financiële ruimte zal hebben om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Maar dat is anders als hij terugkeert in de maatschappij. Dan is hij wel in staat om financieel bij te dragen aan de aflossing van zijn schulden. Het opleggen van de vervangende hechtenis zoals hierna onder ‘de beslissing’ vermeld, is onder deze omstandigheden dan ook niet te beschouwen als punitieve vrijheidsbeneming.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38d, 38e, 55, 57, 240b, 243, 244, 245, 247, 248, 248a, 248d en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

Verklaart het onder 7 ten aanzien van de zaken E 1000 en E 6000 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 subsidiair en alternatief, 8, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde (zaak A 1500 en A 3000)

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

en

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige,

meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde (zaak A 2000)

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten aanzien van zaak A 1000, A 5000 en A 7000 bewezen verklaarde

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten aanzien van zaak A 6000 bewezen verklaarde

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde (zaak B 1000)

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde (zaak C 1000)

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van het onder 6 ten aanzien van D 1000 bewezen verklaarde

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren en van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van het onder 6 ten aanzien van D 2000 bewezen verklaarde

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Ten aanzien van het onder 7 ten aanzien van E 1000 en E 6000 subsidiair bewezen verklaarde

poging om door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voor te stellen met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 7 ten aanzien van E 10.000 alternatief bewezen verklaarde

door beloften van geld en misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

Ten aanzien van het onder 8 bewezen verklaarde (zaak E 2000)

met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

en

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 9 bewezen verklaarde (zaak E 4000 en E 5000)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 10 bewezen verklaarde (zaak F 1000 en F 2000)

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 11 bewezen verklaarde (zaak G 2000)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 12 bewezen verklaarde (zaak G 3000)

een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Verklaart het onder feit 7 ten aanzien van de zaken E 1000 en E 6000 subsidiair bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ter zake daarvan.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen genoemd onder nummer 1 en 8 op de beslaglijst.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp genoemd onder nummer 2 op de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen genoemd onder nummer 3, 5, 6, 7, 9, 10 en 12 op de beslaglijst.

Wijst toe de vordering van A 1000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000, = (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 1000 € 1.000, = (duizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van A 1500 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.000, = (tweeduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 1500 € 2.000, = (tweeduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 30 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van A 2000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.500, = (vijfentwintighonderd euro) en de vordering tot vergoeding van de materiële schade (verhuiskosten) tot een bedrag € 703,18 (zevenhonderddrie euro en achttien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 2000 (€ 2.500, = (vijfentwintighonderd euro) plus € 703,18 (zevenhonderddrie euro en achttien eurocent)), in totaal € 3.203,18 (drieduizend tweehonderddrie euro en achttien eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 42 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van A 4000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 500, = (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 4000 € 500, = (vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 10 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van A 5000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 500,= (vijfhonderd euro) en de vordering tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 1.158,= (elfhonderdachtenvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 5000 € 500,= (vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 10 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van A 6000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.500,= (vijftienhonderd euro) en de vordering tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag € 129,= (honderdnegenentwintig euro).

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van A 6000 € 1.500,= (vijftienhonderd euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 25 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van C 1000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,= (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van C 1000 € 1.000,= (duizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van D 1000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,= (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van D 1000 € 1.000,= (duizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van D 2000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,= (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van D 1000 € 1.000,= (duizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst toe de vordering van E 2000 tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.500,= (vijftienhonderd euro).

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van E 1000 € 1.500,= (vijftienhonderd euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 25 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verklaart de ouders van E 10.000 niet-ontvankelijk in hun vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Salomon, voorzitter,

mrs. P.B. Martens en M.R. Jöbsis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.O. Markenstein, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juli 2013.