Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:3910

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
EA 13-454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke ontbinding, geen dringende reden en ook geen verandering van omstandigheden, ondanks zeer ernstig incident. Belangafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/222
AR-Updates.nl 2013-0526
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT – TEAM KANTON

Kenmerk : EA 13-454

Datum : 5 juni 2013

364/m

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek van:

de stichting STICHTING SAFE HOUSES

gevestigd te Amsterdam

verzoekster, nader te noemen Safe Houses

gemachtigde: mr. L.L.M.M. Smeets

t e g e n:

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder, nader te noemen [verweerder]

gemachtigde: mr. J. Bos.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Safe Houses heeft op 9 april 2013 een voorwaardelijk verzoek – namelijk voor zover in de toekomst onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd op [datum] – ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerder]. [verweerder] heeft op 10 mei 2013 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 13 mei 2013. Safe Houses is verschenen bij de heer[naam 1] en haar gemachtigde. [verweerder] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, Safe Houses aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt, welke aan het dossier zijn toegevoegd.

Daarna is beschikking bepaald.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

Safe Houses exploiteert sinds 2006 verschillende projecten, die inhouden dat een veilige woonomgeving wordt gecreëerd voor herstellende (drugs)verslaafden en verslaafden die hulp zoeken. De medewerkers die bij Safe Houses in dienst zijn hebben in het verleden te maken gehad met verslavingen.

1.2.

[verweerder], thans 48 jaar oud, is sedert [datum] in dienst van Safe Houses als administratief en begeleidend ondersteuner. Het salaris bedraagt € 2.231,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

1.3.

In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is in artikel 1 de volgende bepaling opgenomen:
(..)

Werknemer stemt in met drugs en/of alcoholtesten die wanneer dan ook afgenomen kunnen worden. Een positieve uitslag en/of weigering van een drugs en/of alcohol test betekent directe ontbinding van dit Arbeidscontract.”

1.4.

Op 14 december 2012 heeft de leidinggevende van [verweerder], de heer [naam 1] (verder: [naam 1]), [verweerder] opgedragen een drugstest te ondergaan. De opdracht is tot drie keer toe herhaald, waarbij [verweerder] is gewezen op de gevolgen. [verweerder] heeft dit geweigerd en is naar huis gegaan.

1.5.

Diezelfde middag heeft de voorzitter van Safe Houses, de heer [naam 2] (verder: [naam 2]), [verweerder] per e-mail bericht:
Je hebt een drugstest vandaag tot 3 keer toe geweigerd, hetgeen in artikel 1 van je arbeidsovereenkomst directe ontbinding van de Arbeidsovereenkomst betekent (ontslag op staande voet). Er is je verteld dat als je weigerde, het bovengenoemde consequenties voor je zou hebben en dat het in je Arbeidsovereenkomst staat. Je hebt daarna je sleutels op bureau gelegd en je bent vertrokken.
Daarna belde je me, waarbij Ik je bovenstaande ook medegedeeld heb.

Daarnaast heb ik aangegeven dat, mocht je met me willen spreken, je in ongeveer 45 minuten naar kantoor kon komen om met me te praten.

1.6.

[verweerder] is die middag naar Safe Houses gegaan en heeft met [naam 2] een gesprek gevoerd. [naam 2] bleef bij het ontslag.

1.7.

Bij brief van 15 december 2012 heeft [verweerder] gemotiveerd geprotesteerd tegen het ontslag op staande voet. [verweerder] heeft in de brief eveneens gemeld bereid te zijn het werk te hervatten en – indien nog noodzakelijk – een drugstest te willen doen.

1.8.

Bij brief van 17 januari 2013 heeft (de gemachtigde van) [verweerder] aangedrongen op herstel van het dienstverband en verder meegedeeld dat [verweerder] op 17 december 2012 bij zijn huisarts een drugstest heeft ondergaan, waarvan het resultaat negatief was en welke test hij desnoods kon overleggen.

1.9.

In de loop van januari en februari 2013 hebben partijen gesproken over de mogelijkheid dat [verweerder] als zogenaamde zzp-er werkzaamheden bij Safe Houses zou gaan verrichten en dat er dan een beëindigingsovereenkomst zou worden gesloten. [verweerder] heeft zich tot dat doel als zzp-er laten inschrijven bij de KvK.

1.10.

Bij brief van 11 februari 2013 heeft [verweerder] bepaalde voorwaarden aan de tussen partijen te sluiten beëindigingsovereenkomst gesteld. Voorts heeft hij verklaard dat het de voorkeur had om weer gevolg te geven aan de dienstbetrekking waarbinnen hij bereid was zijn werkzaamheden te verrichten.

1.11.

Safe Houses heeft niet eerder een medewerker een drugstest laten ondergaan. Wel is één keer een schoonmaker, in dienst van het schoonmaakbedrijf bij Safe Houses, verzocht aan een test mee te werken. Die heeft dat gedaan.

1.12.

Bij kort geding-vonnis van 12 april 2013 heeft de kantonrechter te Amsterdam de loonvordering van [verweerder] vanaf 14 december 2012 toegewezen.

Verzoek en verweer

2.

Safe Houses verzoekt voorwaardelijk (voor zover in de toekomst onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet op 14 december 2012 rechtsgeldig is geëindigd) ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en stelt dat [verweerder] zich zodanig heeft gedragen dat dit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678, eerste lid BW heeft opgeleverd. Daarnaast vraagt Safe Houses ontbinding wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen, zonder toekenning van een vergoeding.

3.

Daartoe stelt Safe Houses – kort gezegd – dat bij haar een zero-tolerance beleid geldt met betrekking tot drugs(testen). Er worden geen uitzonderingen gemaakt. Safe Houses heeft daar belang bij in verband met het verleden van de medewerkers en de precaire situatie van de bewoners. Ex-verslaafden hebben belang bij duidelijke regels. De belangrijkste is clean zijn en clean blijven. Safe Houses zet dit middel echter alleen in als er aanleiding is om vraagtekens te zetten bij de gedragingen van de werknemer. Zulk gedrag kan namelijk duiden op een terugval, hetgeen absoluut onacceptabel is binnen Safe Houses. Om problemen te voorkomen omtrent de testen met de werknemers is afgesproken dat niet alleen een positieve test, maar ook het weigeren van de test reden is voor op staande voet. [verweerder] wist dit.

4.

[naam 1] heeft [verweerder] naar aanleiding van vreemd gedrag, te weten het afknippen van het haar van een collega, driemaal rustig gevraagd zijn medewerking te verlenen aan een drugstest. [verweerder] bleef weigeren, ook nadat hij was gewezen op de gevolgen daarvan en reageerde door te zeggen “ontsla me dan”. Toen [naam 1] [verweerder] er op wees dat niet hij maar [naam 2] de bevoegdheid heeft om iemand te ontslaan, zei [verweerder] “dan ga ik zelf wel weg”, waarna hij de sleutels op zijn bureau gooide en wegliep. Safe Houses neemt dan ook allereerst het standpunt in dat [verweerder] zelf ontslag heeft genomen. [naam 2] heeft [verweerder] vervolgens, zodra hij op de hoogte was van het incident, per e-mail ontslag op staande voet aangezegd. Dit is [verweerder] in het latere telefoongesprek ook nog duidelijk verteld. Subsidiair stelt Safe Houses dat het dienstverband door het op staande voet rechtsgeldig is geëindigd op 14 december 2012.

5.

Aan haar primaire verzoek legt Safe Houses dezelfde reden ten grondslag als die van het ontslag op staande voet. Subsidiair stelt Safe Houses dat door het voorval sprake is van een verstoring in de arbeidsrelatie. Het vertrouwen is verstoord en niet langer aanwezig. [verweerder] heeft in het verleden verschillende waarschuwingen ontvangen. Na de waarschuwingen gaat het tijdelijk beter, maar dan valt [verweerder] terug in recalcitrant gedrag. [verweerder] heeft deze situatie zelf veroorzaakt, door het afknippen van het haar van een collega en het daarna weigeren van de test. Dat onderhavig verzoek is ingediend ligt volgens Safe Houses derhalve volledig in de risicosfeer van [verweerder]. Vanwege deze grove verwijtbaarheid komt hem geen vergoeding toe. Bovendien krijgt [verweerder] al vijf maanden salaris, terwijl hij geen arbeid verricht.

6.

[verweerder] betwist dat zich een dringende reden heeft voorgedaan en ook dat er overigens gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door Safe Houses bedoelde zin. [verweerder] verzet zich tegen de door Safe Houses gevorderde ontbinding en verzoekt voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden hem een vergoeding toe te kennen op basis van C = 1,5, zijnde € 23.040,63 bruto, naast een vergoeding voor opleiding/coaching en outplacement van € 10.000,- ex btw, ter voorbereiding op de arbeidsmarkt.

7.

[verweerder] voert – kort gezegd – aan dat als Safe Houses het knip-incident met hem had besproken, zij had kunnen vernemen dat het tussen [verweerder] en de bewuste collega, [Naam 3], reeds onderling was uitgesproken en was afgedaan, zoals [Naam 3] na het ontslag ook aan Safe Houses heeft bericht. De mogelijkheid om de visie van [verweerder] op het incident te vernemen heeft Safe Houses niet benut. In plaats daarvan stond Safe Houses op het afnemen van de drugstest zonder enige aankondiging of uitleg en zonder dat eerst een gesprek met [verweerder] was gevoerd. De drugstest is aangekondigd in het bijzijn van collega’s. Safe Houses wilde niet meewerken aan het verzoek van [verweerder] een gesprek te hebben zonder collega’s erbij.

8.

[verweerder] had niets te verbergen; hij was en is clean, getuige ook de uitslag van de test die hij later bij de huisarts heeft laten afnemen. De reden om niet meteen mee te werken is dat hij zich overvallen en geïntimideerd voelde op het moment dat hij zo plots werd geconfronteerd met het verzoek een drugstest te ondergaan. Gelet op die omstandigheid kan de weigering van [verweerder] niet gelden als een dringende reden, waarbij nog komt dat Safe Houses de subjectiviteit ervan zelf heeft onderuit gehaald, door [verweerder] voor te stellen om na het ontslag als zzp-er werkzaamheden voor Safe Houses uit te voeren. Evenmin is er een veran-dering van omstandigheden, nu – mede gelet op het voorgaande – een verstoring in de arbeidsrelatie niet is gebleken.

9.

Tot slot spelen de persoonlijke omstandigheden van [verweerder] een rol. Door zijn verslaving in het verleden is hij in een WSNP-traject gekomen, welk traject in september 2012 succesvol is geëindigd. [verweerder] is in staat om zelfstandig te gaan wonen, maar dat lukt niet zonder vast inkomen. Verder volgt [verweerder] een opleiding, welke vanwege het ontslag is gestopt. Deze opleiding is van groot belang voor [verweerder]. Voorts is [verweerder] vanwege zijn verleden beperkt in zijn kansen op de arbeidsmarkt.

Beoordeling

10.

Vooropgesteld wordt dat gelet op de bijzondere positie van Safe Houses zij er een groot belang bij heeft dat de bepaling in de arbeidsovereenkomst omtrent het ondergaan van een drugstest, door haar medewerkers op eerste verzoek wordt nagekomen. Het belang van Safe Houses bij het te allen tijde ‘clean’ zijn en blijven van (al) haar medewerkers is immers evident. Daarbij geldt in beginsel niet de voorwaarde van ‘een gesprek vooraf’, ook niet als de medewerker daarom vraagt en evenmin behoeft Safe Houses vooraf aan de medewerker toe te lichten, waarom zij de test wil afnemen.

11.

Indien een werknemer vervolgens weigert de drugstest te ondergaan, levert dit - wederom in beginsel - voor Safe Houses een dringende reden op en kan zij na afweging van alle belangen, overgaan tot ontslag op staande voet. Bij die afweging is relevant op welke wijze de drugstest is verzocht en of er bijzondere redenen zijn op grond waarvan de werknemer de test weigert, en zo ja welke. Voorts zal Safe Houses de persoonlijke omstandigheden van de werknemer in haar afweging omtrent de gevolgen dienen te betrekken.

12.

Diezelfde afweging dient de kantonrechter in deze procedure te maken bij haar beoordeling of de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden dient te worden ontbonden. In casu is niet in geschil dat [verweerder] is verzocht een drugstest te ondergaan en dat hij dit heeft geweigerd. Wel verschilt de lezing van partijen over de wijze waarop dit is gevraagd. Volgens Safe Houses heeft [naam 1] dit weloverwogen op rustige wijze gedaan en volgens [verweerder] geschiedde het op een intimiderende wijze en in bijzijn van collega’s, waardoor hij hevig geëmotioneerd raakte, zich gedwongen voelde om een gesprek te vragen en de drugstest te weigeren. Later wilde hij daar op terug komen, maar [naam 2] wilde het ontslag op staande voet niet meer intrekken.

13.

De kantonrechter twijfelt of in casu het (aanvankelijk) weigeren van de test een dringende reden oplevert of dat Safe Houses [verweerder] - toen deze kort na het op staande voet op zijn weigering terug kwam - niet alsnog de drugstest had moeten laten ondergaan. Daarbij weegt mee dat het niet geheel duidelijk is wat de precieze gang van zaken is geweest rond het verzoek aan [verweerder] om de test te ondergaan en of [verweerder] (op een rustige manier, desgevraagd buiten aanwezigheid van collega’s) is gewezen op de consequenties van het niet laten afnemen van de test. Ook is relevant dat niet eerder een eigen medewerker van Safe Houses om een drugstest is gevraagd en het dus een beladen verzoek betrof.

14.

Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van [verweerder] relevant. Die zijn zwaarwegend. [verweerder] heeft een drugsverleden, heeft mede daardoor een buitengewoon moeilijke positie op de arbeidsmarkt en heeft groot belang bij handhaving van zijn dienstverband, ook in financieel opzicht, nu hij zijn schulden aan het afbetalen is en dat bijna heeft afgerond.

15.

Tegen deze achtergrond wordt geoordeeld dat de belangen van [verweerder] bij voortzetting van het dienstverband net zwaarder wegen, dan het belang van Safe Houses - dat ook zeer groot is - bij beëindiging daarvan. Het primaire verzoek van Safe Houses wordt afgewezen.

16.

Resteert het verzoek op grond van verandering van omstandigheden. Dat eerder [verweerder] ernstige verwijten zijn gemaakt, is onvoldoende onderbouwd. Het betreft derhalve enkel het onderhavige, overigens zeer ernstige incident bestaande uit het knippen van het haar van een collega en het vervolgens weigeren van de drugstest. Onbetwist is gesteld dat [verweerder] met zijn collega de zaak heeft uitgepraat en dat daar geen verhindering is het dienstverband voort te zetten. Buiten het incident is - gelet op de contacten tussen partijen na het op staande voet én het afwezig zijn van eerdere problemen in de samenwerking - niet gebleken dat de verhoudingen onherstelbaar zijn verstoord. En als eerder overwogen, de belangen van [verweerder] bij handhaving van het dienstverband zijn groot.

17.

Geoordeeld wordt aldus dat het vertrouwen, noodzakelijk voor een verdere samenwerking tussen partijen, weliswaar broos maar nog altijd aanwezig is, dan wel dat het kan worden hersteld. Het verzoek om de arbeidsovereenkomst op grond van een verandering van omstandigheden te ontbinden wordt daarom eveneens afgewezen.

18.

Daarbij heeft te gelden dat [verweerder] zich ervan bewust moet zijn dat de samenwerking een flinke deuk heeft opgelopen en hij de komende tijd alle zeilen bij zal moeten zetten om het vertrouwen van Safe Houses weer volledig terug te winnen.

19.

Aan beoordeling van de gegrondheid van het verzoek van [verweerder] om toekenning van een vergoeding komt de kantonrechter, gelet op het hiervoor overwogene, niet toe.

20.

Er zijn termen de proceskosten te compenseren, met dien verstande dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

compenseert de proceskosten, met dien verstande dat elk der partijen de eigen kosten draagt.


Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2013 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter