Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ5677

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
27-03-2013
Zaaknummer
AWB 12/2203 AW, AWB 12/2207 AW, AWB 12/2210 AW en AWB 12/2376 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De inname van stukken van overtuiging en andere forensische goederen en de zorg dat deze goederen en sporen in fysieke en elektronische vorm met elkaar overeenkomen is voldoende vervat in de functiebeschrijving. Ook de controle of de ontvangen stukken van overtuiging en andere forensische goederen voldoen aan de gestelde procedurele eisen en beschreven specificaties komt voldoende terug in de functie. Dit geldt eveneens voor het verstrekken van onder meer inhoudelijke informatie over de aanlevering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 12/2203 AW

AWB 12/2207 AW

AWB 12/2210 AW

AWB 12/2376 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1],

wonende te [plaats],

[eiser 2],

wonende te [plaats],

[eiser 3],

wonende te [plaats],

gemachtigde mr. R. Radema,

[eiser 4],

wonende te [plaats],

gemachtigde G.N.R. Priem,

eisers,

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland,

verweerder,

gemachtigde mr. Y. Kuijt.

Procesverloop

Bij besluiten van 21 oktober 2011 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van eisers om functieonderhoud ten aanzien van de functie [functie 1] afgewezen.

Bij besluiten van 3 april 2012 heeft verweerder de bezwaren van eisers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 november 2012.

[eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. [eiser 4] is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en [A] ([functie]).

Overwegingen

1.1. In het Arbeidsvoorwaardenakkoord Politie (CAO) 2008-2010 is vastgelegd dat er één functiegebouw voor de Politie Nederland: het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP), zal worden ingevoerd met daarbij een nieuw functiewaarderingssysteem waarmee de functies uit het LFNP worden gewaardeerd. Het nieuwe LFNP kent circa 100 landelijk geldende functiebeschrijvingen, voorzien van een waardering per functie. Met de invoering van het LFNP bestaat er voor de organisaties niet langer een mogelijkheid om zelf functies te beschrijven en te waarderen, omdat uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van functies uit het LFNP. De functie die een politiemedewerker bekleedt op 31 maart 2011 wordt in beginsel als uitgangspunt genomen voor de omzetting (matching) van de ‘oude’ functie naar een functie binnen het nieuwe LFNP. Voor een goede omzetting is daarom van belang dat de functie die op die datum wordt vervuld goed is omschreven.

1.2. Eisers zijn werkzaam in de functie [functie1] en [functie 2]. Deze functie vormt voor verweerder het uitgangspunt voor de omzetting naar het LFNP. Omdat eisers van mening zijn dat met de functieschaal in de functie [functie 1] onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de zwaarte van de werkzaamheden, hebben eisers op 18 mei 2011 ([eiser 3]) en op 20 mei 2011 ([eiser 1], [eiser 2] en [eiser 4]) hun verzoeken om functieonderhoud bij verweerder ingediend. Deze verzoeken zijn door verweerder afgewezen. Verweerder is van mening dat de door eisers verrichte werkzaamheden niet wezenlijk afwijken van en passen binnen de functiebeschrijving (door verweerder ook wel aangeduid als functietypering) van [functie 1].

2. Juridisch kader.

2.1. Artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) luidt ten tijde hier van belang als volgt:

De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om, indien de feitelijk opgedragen werkzaamheden ten minste één jaar wezenlijk afwijken van een hem in de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011 opgedragen functie, de werkzaamheden en de functie met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld over de behandeling van deze aanvraag.

2.2. De bedoelde ministeriële regeling is de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp):

2.3. Artikel 2, tweede lid, van de Trfp luidt als volgt:

In de aanvraag tot functieonderhoud bedoeld in artikel 6, negende lid, van het Bbp, maakt de ambtenaar aannemelijk dat hij gedurende ten minste een jaar op enig moment binnen de referteperiode feitelijk opgedragen werkzaamheden heeft verricht die wezenlijk afwijken van de voor hem geldende functie in samenhang daarmee van de voor hem geldende functiebeschrijving.

2.4. Artikel 4 van de Trfp luidt als volgt:

Het bevoegd gezag wijst de aanvraag om functieonderhoud af indien de feitelijke werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid:

a. niet zijn opgedragen

b. niet gedurende ten minste één jaar op enig moment geheel of gedeeltelijk binnen de referteperiode zijn verricht of

c. niet wezenlijk afwijken van de functie van de ambtenaar en in samenhang daarmee van de voor hem geldende functiebeschrijving.

2.5. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) (zie onder meer de uitspraak van 25 februari 2010, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BL6876) gaat het bij (een verzoek om) functieonderhoud om de vraag of de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving. Bij de beantwoording van deze vraag is een slechts terughoudende toetsing niet op haar plaats. Die beantwoording moet zich immers richten op de vaststelling van feiten.

3. Beoordeling van het beroep.

3.1. Niet in geschil is tussen partijen dat de in de beroepsgronden genoemde werkzaamheden aan eisers zijn opgedragen en dat zij gedurende de referteperiode zijn verricht. Om in aanmerking te komen voor functieonderhoud dienen eisers daarom aannemelijk te maken dat deze werkzaamheden wezenlijk afwijken van de functie [functie 1].

3.2. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers hierin niet geslaagd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.3. Eisers hebben aangevoerd dat de inname van stukken van overtuiging en andere forensische goederen en de zorg dat deze goederen en sporen in fysieke en elektronische vorm met elkaar overeenkomen, zoals volgt uit de taakinventarisatie niet geschaard kunnen worden onder de kapstok ontvangen en registreren zoals dit volgt uit de functiebeschrijving [functie 1].

Verweerder heeft gesteld dat dit onderdeel van de werkzaamheden is te vatten onder het hoofdbestanddeel “Post/documentatie/archief” en wel als bestanddeel “behandelt de post”, waaronder in de functiebeschrijving mede is begrepen het ontvangen, registreren, classificeren en sorteren van producten, het bijhouden van de voortgangsbewaking en van de externe verblijfsadministratie. Ter zitting heeft de functiedeskundige benadrukt dat de stukken van overtuiging en andere forensische goederen, ongeacht hun aard en omvang, geschaard kunnen worden onder de term producten.

De rechtbank volgt het standpunt van verweerder. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen onder het behandelen van de post zonder meer de door eisers verrichte werkzaamheden worden begrepen. De term “post” is in de functiebeschrijving niet nader gedefinieerd. Nu echter onder de noemer “post” ook “producten” vallen, concludeert de rechtbank dat “post” een ruimer begrip is dan eisers stellen. Dat bij “producten” uitsluitend gedacht zou moeten worden aan (zoals de gemachtigde van eisers ter zitting als voorbeeld gaf) de op een wijkbureau afgeleverde nieuwe uniformbroeken, volgt de rechtbank niet.

3.4. Voorts hebben eisers ter zitting benadrukt dat ook de controle of de ontvangen stukken van overtuiging en andere forensische goederen voldoen aan de gestelde procedurele eisen en beschreven specificaties had moeten worden opgenomen in de functiebeschrijving . Immers, indien de stukken van overtuiging en andere forensische goederen niet volgens de protocollaire eisen worden aangeleverd, dienen eisers er voor te zorgen dat de goederen door de aanbieders alsnog op de juiste wijze verpakt worden.

Verweerder heeft gesteld dat onder het bestanddeel “houdt documentatie en/of een archief bij” mede begrepen moet worden het controleren van dossiers op hiaten in de afhandeling.

De rechtbank vindt het standpunt van verweerder op dit punt voldoende overtuigend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze taak voldoende in de functiebeschrijving is weergegeven.

3.5. Eisers hebben verder aangevoerd dat zij collega’s er op dienen te wijzen dat indien de aanlevering stukken van overtuiging en andere forensische goederen niet voldoet aan de protocollen, zij hun collega’s hierop dienen te wijzen. Het verstrekken van onder meer deze inhoudelijke informatie ligt niet in de huidige functiebeschrijving besloten, aldus eisers.

Verweerder heeft gesteld dat in de functiebeschrijving is opgenomen “contacten: - met collega’s, in- en externe personen/instanties”. Dit in combinatie met het onder het hoofdbestanddeel “Post/documentatie/archief” genoemde betekent volgens verweerder dat deze werkzaamheden niet wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving.

De rechtbank overweegt als volgt. In de functiebeschrijving is opgenomen “contacten met collega’s, interne en externe personen/instanties”, voorts de taken “verstrekt (vertrouwelijke) informatie” en als niveaubepalend functieonderdeel “verrichten van ondersteunende taken op basis van eigen oordeel en handelingskeuze ten aanzien van aanpak, uitvoering en wijze van tijdsindeling binnen de kaders van richtlijnen en procedures is”. De door eisers genoemde werkzaamheden zijn voldoende opgenomen in de functiebeschrijving.

3.6. De rechtbank is daarom van oordeel dat de taakinventarisatie en de functiebeschrijving niet wezenlijk van elkaar afwijken. Dat de omschrijving in de taakinventarisatie uitgebreider is dan die in de functiebeschrijving leidt niet tot het oordeel dat de functiebeschrijving op diverse punten aanpassing behoeft. Er is daarom ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de inschaling in de functie gelet op het vereiste kennisniveau te laag is. De enkele stelling dat hoger ingeschaalde collega’s niet beschikken over de specifieke kennis om de functie uit te oefenen is daartoe onvoldoende, nu deze collega’s niet belast zijn met de in de taakomschrijving genoemde werkzaamheden. Verweerder heeft zodoende in dit verband terecht gesteld dat werkzaamheden die eisers verrichten onder de oude functiebeschrijving [functie 1] zijn te scharen.

4. Nu geen van de beroepsgronden doel treft, zal het beroep ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht aan eisers dient te vergoeden. Evenmin is er aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in aanwezigheid van mr. B.E. Giesen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2012.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D:C

SB