Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ1074

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
07-02-2013
Zaaknummer
AWB 12/2333 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeschiktheidsontslag ambtenaar houdt geen stand. Geen volledige heroverweging in bezwaar leidt tot vernietiging bestreden besluit. Rechtsgevolgen worden niet in stand gelaten, omdat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is geweest van ongeschiktheid. Functioneringstraject heeft niet daadwerkelijk in het teken van verbetering van het functioneren gestaan. Primaire besluit wordt herroepen, zodat eiseres in dienst is gebleven. Verweerder moet zich inspannen eiseres een passende werkplek in de organisatie te geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/2333 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [plaats],

eiseres,

gemachtigde mr. CH.W.A van Dam,

en

Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. W.D. de Vos.

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres met ingang van 1 juni 2012 ontslag wegens ongeschiktheid verleend.

Bij besluit van 17 april 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit gegrond verklaard en het ontslag met ingang van 1 september 2012 verleend (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 september 2012.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde voornoemd. Tevens zijn namens verweerder verschenen [A], leidinggevende van eiseres; [B], [functie], en [C], [functie] bij verweerder.

Overwegingen

1. Inhoudelijke beoordeling

1.1. Eiseres is op 4 april 2005 in dienst getreden van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (hierna: GGD) als [functie]. In het kader van een reorganisatie is zij per 1 juni 2010 aangesteld in de nieuwe functie van [functie] van het Ouder en Kindcentrum (hierna: [functie]). [eiseres] is het visitekaartje en spil van het OKC; ze fungeert als contactpersoon. Verder heeft ze externe contacten met ouder en kinderen en intern met de overige teamleden.

1.2. Tegen eiseres is op 10 september 2010 een klacht ingediend wegens het onbehoorlijk te woord staan van een ouder. Teneinde haar functioneren op dit punt te verbeteren heeft eiseres een cursus klantgericht werken gevolgd. Op 2 november 2010 is een verbetertraject van drie maanden van start gegaan. De directe aanleiding hiervoor was het feit dat eiseres zich op 25 oktober 2010 niet volgens de geldende regels had ziek gemeld en daardoor ongeoorloofd afwezig was. Ook heeft eiseres zich de volgende dag niet conform de afspraak bij haar leidinggevende gemeld. In het gesprek van 2 november 2010 heeft de leidinggevende aangegeven ontevreden te zijn over het functioneren van eiseres als [functie]. Eiseres voldoet niet aan de gestelde eisen. Eiseres zou niet klantgericht genoeg zijn (eiseres had nog niet haar huiswerkopdracht naar aanleiding van de klacht ingeleverd; zij moppert erg veel en is kribbig). Voorts werkt eiseres niet voldoende samen met haar collega’s (eiseres heeft niet meegeholpen een locatie te versieren, maar ging een kwartier eerder naar huis; eiseres was onwillig om op locatie Hageland te werken). Ten slotte schort het aan haar discipline (eiseres komt te laat, gaat eerder weg en drinkt te lang koffie; verder meldt ze zich niet af bij ziekte). Eiseres is tevens tekort geschoten bij het inplannen van de spreekuren.

Eiseres heeft tijdens het gesprek van 2 november 2010 verklaard dat zij geen vertrouwen heeft in haar leidinggevende. Zij voelt zich niet gehoord en niet serieus genomen. In een schriftelijke reactie op het gespreksverslag heeft zij betwist dat zij regelmatig te laat komt. Zij heeft haar leidinggevende verweten niet rechtstreeks bij haar te informeren, maar in plaats daarvan uitsluitend af te gaan op de beweringen van collega’s.

Op 18 november 2010 is eiseres opnieuw te laat gekomen. De [functie] mevrouw [C] heeft haar gewaarschuwd dat bij een volgende keer een disciplinaire maatregel zal worden opgelegd. Op 24 november 2010 heeft eiseres zich ziek gemeld. Volgens de leidinggevende heeft ze zich tijdens die ziekte niet aan de verzuimregels gehouden, omdat zij niet telefonisch bereikbaar was. Eiseres is van mening dat ze zich op juiste wijze had ziek gemeld door de voicemail van haar leidinggevende in te spreken. Daarna heeft ze haar telefoon uitgezet, omdat ze wilde uitzieken.

1.3. Op 26 januari 2010 en 31 januari 2010 heeft de leidinggevende gesprekken met eiseres en haar directe collega [D] gevoerd over de samenwerking tussen hen beiden, die niet optimaal is.

Op 22 februari 2011 is besloten om het verbetertraject nog met twee maanden te verlengen. Eiseres heeft haar functioneren enigszins verbeterd, maar nog niet in voldoende mate. Na het volgen van de cursus klantgerichtheid, is het optreden van eiseres aan de balie verbeterd, maar zij kan soms nog wat kribbig overkomen. In het gesprek heeft eiseres verklaard dat zij nog steeds veel pijn heeft aan haar tennisarm en zich niet altijd prettig voelt in de functie. De samenwerking met [D] gaat wel beter. Eiseres weet voorts niet wat wordt bedoeld met de opmerking van de leidinggevende dat zij meer initiatief moet tonen.

Eind maart 2011 is eiseres niet aanwezig geweest bij een regiobijeenkomst. Eiseres heeft verklaard dat zij wel wilde gaan, maar dat zij een telefoontje van haar vader kreeg die in het ziekenhuis was opgenomen. Zij is vergeten dit aan haar leidinggevende door te geven. Op 14 april 2011 heeft eiseres zonder toestemming drie kwartier eerder haar werk verlaten.

Voor dit plichtsverzuim heeft eiseres een schriftelijke berisping gekregen. Hiertegen heeft zij geen rechtsmiddel aangewend.

1.4. Met ingang van 31 mei 2011 is een functioneringstraject voor de duur van zes maanden gestart, omdat er geen verbetering in het functioneren van eiseres was opgetreden. Met eiseres is in een gesprek op 8 juni 2011 besproken dat dit traject tot doel zal hebben het verbeteren van de competentie discipline, waarbij eiseres zich in alle gevallen aan de afgesproken regels en procedures moet houden; de competentie klantgerichtheid, waarbij eiseres meer moet inspelen op de behoeftes van de klant, initiatieven moet tonen en zich dienstbaar moet opstellen; en tenslotte de categorie overig, waarbij eiseres geacht wordt zich niet meer met andere zaken bezig te houden, zoals stemmingmakerij, praten over incidenten en een logboek bijhouden van de bezigheden van anderen. Gedurende dit traject zal eiseres éénmaal per maand een functioneringsgesprek hebben en tevens éénmaal per maand een voortgangsgesprek.

1.5. Eiseres heeft een aantal functioneringsgesprekken met haar leidinggevende gehad.

Tijdens het eerste voortgangsgesprek op 17 juni bleek dat het een stuk beter gaat met eiseres. Zij is niet meer te laat gekomen. Zij heeft initiatieven ontplooid door de mappen van O&O en de diëtist opnieuw te ordenen. Verder heeft eiseres zich op haar eigen werkzaamheden gericht en is afspraken nagekomen.

In het functioneringsgesprek van 28 juni 2011 is deze positieve trend ook geconstateerd. Eiseres voelt zich veel beter en heeft weer plezier in haar werk. Zij heeft gewerkt aan haar verbeterpunten, o.a. de samenwerking met haar collega.

Tijdens het voortgangsgesprek van 12 juli 2011 zijn weer wat problemen geconstateerd in de samenwerking met de naaste collega [D]. De indruk dat bestond eiseres het geheel niet helemaal overziet en de focus op bepaalde zaken verliest. Als voorbeelden noemt zij de kamerplanning en het op de hoogte houden van haar leidinggevende van gemaakte afspraken.

Tijdens het functioneringsgesprek van 30 augustus 2011 is aan de orde gesteld dat de diëtistenmap door eiseres niet goed was bijgehouden. Eiseres heeft verder haar vakantiekaart niet goed ingevuld. Zij mag zich verder niet als vanzelfsprekend ziek melden. Eiseres moet in de nabije toekomst geopereerd worden. Zij mag echter niet al meteen aankondigen dat zij wel twee tot drie weken zal moeten herstellen. Dat is een zaak tussen de leidinggevende, de bedrijfsarts en eiseres. De leidinggevende heeft vervolgens opnieuw kritiek geuit op de manier waarop eiseres op anderen reageert. Zij realiseert zich niet welk effect haar houding/gedrag bij anderen oproept. Eiseres heeft hierop gereageerd met de mededeling dat zij hierover niets van haar collega’s heeft gehoord. Eiseres heeft een training assertiviteit aangeboden gekregen. Zij heeft om overplaatsing verzocht. Volgens de leidinggevende behoorde dat niet tot de mogelijkheden, omdat eiseres in een functioneringstraject zat.

In het functioneringsgesprek van 13 oktober 2011 is eiseres opnieuw aangesproken op de manier waarop zij op anderen overkomt. De leidinggevende heeft een incident genoemd op 6 oktober 2011 waarbij zij getuige was van de manier waarop eiseres haar collega-assistente te woord stond. Eiseres zoekt de schuld altijd bij een ander, volgens de leidinggevende. Verder wordt in dit verslag melding gemaakt van “de taak” die eiseres op zich had genomen en die na vijf maanden nog niet gereed is. Deze taak betrof de indicatiestelling VVE. Eiseres heeft daarop tot 7 oktober 2012 12 uur de tijd gekregen om die taak af te krijgen. De leidinggevende heeft de doelen van het functioneringstraject opnieuw duidelijk gemaakt: leren hoe eiseres overkomt op anderen; omgaan met feedback krijgen en geven; non-verbale communicatie en verbetering samenwerking collega en klantgerichtheid.

Omdat de samenwerking met haar naaste collega [D] nog steeds problematisch verloopt, heeft eiseres opnieuw gevraagd of zij overgeplaatst kan worden. De leidinggevende heeft meegedeeld dat ze niet eiseres maar [D] zal verplaatsen. Eiseres heeft schriftelijk gereageerd dat haar bevindingen over het volgen van de assertiviteitscursus verkeerd in het verslag is opgenomen. Verder heeft eiseres over het niet oppakken van “de taak” verklaard dat zowel zij als haar naaste collega zijn vergeten hier iets mee te doen. Zij heeft verder verklaard dat zowel klanten als collega’s tevreden zijn over haar functioneren, zodat het haar niet goed duidelijk is wat er verbeterd moet worden.

In het voortgangsgesprek van 20 oktober 2011 is opnieuw het incident tussen eiseres en [D] op 6 oktober 2011 beschreven en het teamoverleg waarin naar voren is gekomen dat eiseres “de taak” nog niet heeft opgepakt. De leidinggevende heeft verklaard dat zij [A] en eiseres uit elkaar zal halen. Zij heeft aan beide dames de opdracht gegeven om de taak op 7 oktober 2011 uiterlijk 12 uur klaar te hebben. Op die dag heeft de leidinggevende telefonisch contact gehad met [A] (die die dag vrij had) én met eiseres en heeft zij hen beiden uitgenodigd voor een gesprek op 17 oktober 2011. In dat gesprek is de leidinggevende tot de conclusie gekomen dat eiseres en Martha niet langer kunnen samenwerken. Zij heeft Martha met onmiddellijke ingang overgeplaatst. Martha heeft haar ervaringen over de samenwerking met eiseres op schrift gezet.

Op 31 oktober 2011 heeft opnieuw een functioneringsgesprek plaatsgevonden. Ook eiseres heeft naar aanleiding van het gesprek met [D] haar ervaringen over de samenwerking op papier gezet. Eiseres heeft verklaard dat zij binnenkort aan haar arm moet worden geopereerd. De leidinggevende heeft meegedeeld dat het einde van het functioneringstraject in zicht is en dat zij nog geen verbetering ziet. De doelen discipline, samenwerken en proactief handelen worden soms opgepakt maar niet doorgezet. Als voorbeeld geeft zij opnieuw de taak die vijf maanden is blijven liggen en afspraken met ouders en kinderen die niet goed worden gepland. Met betrekking tot de operatie wordt afgesproken dat eiseres op

2 november wordt ziek gemeld en dat zij op 4 november 2011 met de leidinggevende contact op moet nemen. Maandag 7 november moet ze weer op het werk verschijnen; een afspraak met de bedrijfsarts is gepland op 9 november 2011.

In haar schriftelijke reactie op dit verslag heeft eiseres meegedeeld dat ze op 7 oktober 2011 om 07.00 uur op het werk is verschenen om de taak af te maken. Dit is gelukt. Eiseres vindt dat ze zelf veel aan de communicatietraining heeft gehad. Zij heeft maar één klacht ontvangen van een ouder, terwijl andere collega’s er wel vier hadden.

Op 22 november 2011 heeft het laatste voortgangsgesprek plaatsgevonden. Eiseres heeft zich aan de afspraken rond de ziekmelding naar aanleiding van de operatie gehouden. Eiseres is op advies van de bedrijfsarts op 10 november 2011 gestart in lichte aangepaste werkzaamheden waarbij zij haar geopereerde arm kan ontzien. In de weken daarna kan ze haar eigen werk hervatten, eerst voor 50%, daarna geleidelijk aan meer.

1.6. Op 29 november 2011 heeft het beoordelingsgesprek plaatsgevonden. De leidinggevende is daarin tot de conclusie gekomen dat eiseres er niet in is geslaagd om verbetering in de gestelde doelen te brengen. Zij zal tot ontslag moeten overgaan. Eiseres heeft daarbij recht op een re-integratietraject van vier maanden en een opzegtermijn van negen weken.

Verweerder is onmiddellijk hierop overgegaan tot het nemen van het primaire besluit dat aan eiseres op 30 november 2011 is meegedeeld.

1.7. De bezwaaradviescommissie heeft verweerder geadviseerd om het bezwaar van eiseres gegrond te verklaren, omdat verweerder heeft verzuimd een voornemenbesluit te nemen waar eiseres haar zienswijze over kon geven. Ook de laatste reactie van eiseres op het gesprek van 29 november 2011, gemaild op 6 december 2011, is niet door verweerder meegenomen bij het nemen van het primaire besluit. De bezwaaradviescommissie is aan de inhoudelijke beoordeling van het ontslag niet toegenomen, maar komt desalniettemin tot de conclusie dat het ontslag stand kan houden gelet op de voorhanden stukken, met name het verbetertraject en het functioneringstraject, de in dat kader gepleegde inspanningen door de leidinggevende, de gevoerde gesprekken en gezien de concrete voorbeelden die zijn gegeven omtrent het (dis)functioneren van eiseres. De bezwaaradviescommissie acht het redelijk om de ingangsdatum van het ontslag op 1 september 2012 te zetten.

Verweerder heeft dit advies in het bestreden besluit overgenomen.

De rechtbank overweegt het volgende.

2.1. De bezwaarprocedure:

Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de bezwaarprocedure onzorgvuldig is geweest. De rechtbank is van oordeel dat deze grond slaagt. Er is sprake van strijd met artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat op de grondslag van het bezwaar een heroverweging dient plaats te vinden. De rechtbank is allereerst van oordeel dat er in het geheel geen heroverweging van het primaire besluit heeft plaatsgevonden. Hetgeen eiseres in bezwaar heeft aangevoerd is niet meegewogen. De conclusie dat het ontslag dan toch in stand kan blijven is dan ook niet te volgen. Verweerder had dit advies niet mogen overnemen. De rechtbank overweegt voorts dat het achterwege laten van de zienswijze niet is te herstellen door de ingangsdatum van het ontslag een paar maanden op te schuiven. In het verslag van 29 november 2012 is aan eiseres de mogelijkheid van een reactie gegeven tot 12 december 2012. Eiseres heeft deze reactie op 6 december gegeven. Verweerder heeft echter daags na het beoordelingsgesprek al het primaire besluit genomen, zonder de reactie van eiseres af te wachten. Dit is in strijd met alle beginselen van hoor- en wederhoor. Nu het bezwaar niet inhoudelijk is beoordeeld, heeft verweerder er ook geen blijk van gegeven dat hij de bezwaargronden van eiseres heeft meegewogen.

De rechtbank ziet hierin aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen wegens het ontbreken van een inhoudelijk heroverweging en het beroep van eiseres gegrond te verklaren. In het kader van finale geschilbeslechting zal de rechtbank vervolgens hierna beoordelen of er aanleiding is om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

2.2. Wettelijk kader en vaste rechtspraak:

In artikel 12.12 onder a van het Nieuwe Rechtspositiereglement van de Gemeente Amsterdam (NRGA) kan de ambtenaar kan geheel of gedeeltelijk worden ontslagen als hij ongeschikt of onbekwaam is voor de verdere vervulling van zijn functie, anders dan door ziekte of gebreken.

In de toelichting bij dit artikel is onder meer het volgende opgenomen: “De werkgever moet aantonen dat sprake is van concrete feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de ambtenaar zodanige eigenschappen van karakter, geest of gemoed vertoont (ongeschiktheid) dan wel een zodanig gebrek aan kennis, vaardigheden niveau heeft (onbekwaamheid) dat hij redelijkerwijs niet in zijn functie kan worden gehandhaafd.”

Verweerder heeft hierbij aangehaakt bij de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over functionele ongeschiktheid.

2.3. Het verbetertraject:

Eiseres was vanaf juni 2010 werkzaam in de nieuwe functie van [functie]. Dat eiseres eerder in haar oude functie niet goed zou hebben gefunctioneerd blijkt niet uit het door verweerder overgelegde dossier.

De incidenten die in het verbetertraject hebben plaatsgevonden en zelfs de aanleiding zijn geweest om daartoe over te gaan, kunnen naar het oordeel van de rechtbank duiden op ongeschiktheid van eiseres voor de haar opgedragen functie in algemene zin. Een werkgever mag dan ook deze eisen stellen. Eiseres is een paar maal te laat gekomen, onder meer op

18 november 2010. Verder is zij tweemaal ongeoorloofd afwezig geweest. Verweerder heeft hiervoor een schriftelijke berisping gegeven. Nu niet is gebleken dat eiseres nogmaals te laat is gekomen of ongeoorloofd afwezig was kan dit haar niet meer tegen worden geworpen in het kader van een ongeschiktheidsontslag. De rechtbank verwijst in dat verband naar de uitspraak van de CRvB van 9 juni 1994 (LJN: ZB5065). Eiseres is ten slotte op 24 november 2010 niet bereikbaar geweest tijdens ziekte. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt niet dat een dergelijk incident zich nogmaals heeft voorgedaan.

2.4. Het functioneringstraject:

In het onderhavige geval baseert verweerder het ontslag van eiseres op haar tekortschieten op de competenties discipline, samenwerking en overige vaardigheden, waaronder communicatie en klantgerichtheid.

De rechtbank overweegt allereerst dat uit het verloop van het dienstverband van eiseres blijkt dat zij bepaalde aspecten van de functie niet goed heeft vervuld. Zij heeft de taak van de indicatiestelling VVE te lang laten liggen. Er zijn onregelmatigheden geconstateerd bij het plannen van spreekuren en het bijhouden van bepaalde mappen. Dat deze tekortkomingen moeten leiden tot de conclusie dat eiseres ongeschikt is voor de functie van [functie] ligt echter niet direct voor de hand. De rechtbank overweegt daarbij allereerst dat eiseres een lange staat van dienst heeft (zij is al meer dan twintig jaar in dienst van de gemeente Amsterdam in vergelijkbare functies) en dat zij nooit eerder negatief is beoordeeld. Het door verweerder overgelegde dossier wekt de indruk dat de arbeidsrelatie met de leidinggevende van eiseres van het begin af aan niet goed is geweest en in de loop der tijd alleen maar is verslechterd. Eiseres heeft vanaf september 2010 al aangegeven dat zij overgeplaatst wilde worden. In het gesprek op 2 november 2010 heeft zij letterlijk gezegd dat zij geen vertrouwen meer in haar leidinggevende heeft. Ter zitting heeft de leidinggevende echter expliciet verklaard dat de verstandhouding met eiseres altijd goed is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder genoemde voorbeelden van onvoldoende functioneren van eiseres niet zozeer zien op ongeschiktheid voor de functie maar eerder op een verslechterde arbeidsrelatie met de leidinggevende.

De competentie discipline:

Eiseres diende zich beter te houden aan regels en procedures. Zoals hierboven al is overwogen hebben zich geen incidenten meer voorgedaan waarbij eiseres te laat is gekomen of ongeoorloofd afwezig is geweest. De leidinggevende heeft in de gesprekken met eiseres slechts summier voorbeelden gegeven van taken die eiseres niet goed uitvoerde. Er wordt gesteld dat eiseres nog steeds kribbig overkomt, maar er zijn geen voorbeelden genoemd. Evenmin zijn er meer klachten tegen haar houding ingediend door klanten.

De competentie samenwerking:

Het is de rechtbank duidelijk geworden dat er sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding tussen eiseres en [D]. Dit betekent echter nog niet dat eiseres daarmee ongeschikt is voor haar functie. De leidinggevende van eiseres heeft onvoldoende duidelijk gemaakt in hoeverre eiseres voor de situatie verantwoordelijk is. Evenmin is bekend geworden of [D] ook is aangesproken. Het door verweerder overgelegde schrijven van [D] kan niet de waarde krijgen die verweerder daaraan wil toekennen, omdat [D] nu eenmaal partij in dit geschil was. Daar komt bij dat van die overplaatsing weinig heil voor eiseres was te verwachten, omdat deze pas in een zeer laat stadium van het functioneringstraject plaatsvond. Eiseres heeft aangegeven dat zij de relatie met [D] ook als verstoord beschouwde. In het licht daarvan heeft zij opnieuw om overplaatsing gevraagd. De rechtbank acht de keuze van de leidinggevende om dat niet te honoreren niet verstandig.

De competentie overig:

Deze competentie zag vooral op communicatie en klantgerichtheid. Eiseres wordt verweten dat ze nog steeds niet goed overkomt op klanten en bij collega’s. Verweerder heeft hier echter geen enkel voorbeeld van gegeven. Dat de communicatie tussen eiseres en haar leidinggevende niet goed liep, blijkt echter wel uit de verslagen van de functioneringsgesprekken en de reacties van eiseres daarop. Regelmatig geeft zij daarin aan dat haar opmerkingen tijdens de gesprekken niet goed zijn weergegeven in het verslag.

Eiseres heeft zelf verklaard dat zij veel heeft gehad aan de twee trainingen klantgericht werken en assertiviteit. De leidinggevende was van mening dat er geen verbetering was, maar heeft dit niet met voorbeelden gestaafd.

2.5. Een functioneringstraject is in principe een goed middel om onvoldoende functioneren te laten verbeteren. Een dergelijk traject houdt in dat er begeleiding wordt geboden en die gericht dient te zijn op de toekomst. Enerzijds heeft de werkgever daarin de verplichting om constructief begeleiding aan te bieden en anderzijds heeft de medewerker de verantwoordelijkheid om de gegeven ruimte aan te wenden tot verbetering van het eigen functioneren. Uit de verslagen van de functioneringsgesprekken blijkt onvoldoende dat er daadwerkelijk inhoud aan de begeleiding is gegeven. Met eiseres zijn weliswaar elke twee weken gesprekken gevoerd, maar die lijken eerder tot doel te hebben gehad te bespreken wat er al gebeurd was dan dat zij constructief een bijdrage leverden voor verbetering van het functioneren. Eiseres heeft meerdere malen aangegeven dat zij behoefte had aan concrete handvatten hoe zij haar functie beter kon uitoefenen. De leidinggevende is daar onvoldoende op ingegaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder onvoldoende inhoud aan het verbeteringstraject heeft gegeven.

2.6. Aan eiseres zijn ook verwijten gemaakt die naar het oordeel van de rechtbank in het geheel niet op onvoldoende functioneren zien. In het functioneringsgesprek van 30 augustus 2011 is eiseres aangesproken op het feit dat zij al aankondigde naar verwachting twee tot drie weken afwezig te zijn in verband met een operatie. Eiseres mocht dit niet doen, volgens de leidinggevende, omdat dit een zaak zou zijn van de leidinggevende, de bedrijfsarts en eiseres. De rechtbank vermag niet in te zien hoe eiseres hier verkeerd zou hebben gehandeld, aangezien zij slechts heeft doorgegeven wat haar behandelend arts haar heeft voorgehouden. Een dergelijke opmerking past naar het oordeel van de rechtbank niet in een verslag van een functioneringsgesprek, aangezien dit niet bijdraagt aan het doel van het gesprek, namelijk inhoud geven aan de begeleiding teneinde het functioneren te verbeteren.

Ook de gang van zaken rond de operatie en hersteldmelding van eiseres in november 2011 lijkt niet in het functioneringstraject te passen. De leidinggevende had besloten dat eiseres op 7 november 2011 weer op het werk moest verschijnen; de bedrijfsarts heeft die datum later veranderd in 10 november 2011. Ook hier is de rechtbank van oordeel dat dit niet past in een functioneringstraject en de arbeidsrelatie tussen eiseres en haar leidinggevende niet ten goede is gekomen.

2.7. Eiseres heeft ten slotte aangevoerd dat zij tijdens het functioneringstraject veel last van haar armen heeft gehad vanwege een tennisarm en carpaal tunnel syndroom. Aan deze laatste klacht is zij begin november 2011 geopereerd. Eiseres heeft aangevoerd dat zij in de periode daarvoor vaak kribbig was, omdat ze door deze klachten veel pijn ondervond. Zij is ook gedurende bepaalde periodes arbeidsongeschikt geweest door deze klachten. De rechtbank is niet duidelijk geworden in hoeverre de klachten van invloed zijn geweest op het functioneren van eiseres. Vast staat echter wel dat verweerder niet de bedrijfsarts heeft geconsulteerd over de vraag of de ziekte van eiseres van invloed is geweest op haar functioneren. In het kader van de zorgvuldigheid had verweerder dit wel moeten doen.

2.8. Met in het achterhoofd de jurisprudentie van de CRvB dat een ongeschiktheidsontslag moet berusten op een voldoende grondslag voor het oordeel dat de betrokken ambtenaar niet beschikt over eigenschappen, mentaliteit en instelling die nodig zijn voor het uitoefenen van de functie (zie de uitspraak van 26 maart 2009, LJN BI0644) komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder in onvoldoende mate heeft aangetoond dat eiseres niet geschikt is voor de functie van [functie]. Eiseres heeft tijdens het verbeter- en functioneringstraject haar functioneren op een groot aantal punten verbeterd. Van de slechte samenwerking met [A] is onvoldoende vast komen te staan dat dit alleen aan eiseres was te wijten. Dat betekent dat aan eiseres geen ontslag gegeven had mogen worden en dat zij daarom in dienst is gebleven van de gemeente Amsterdam.

2.9. Gelet op de verstoorde arbeidsrelatie met de leidinggevende had het naar het oordeel van de rechtbank meer voor de hand gelegen om eiseres al in een veel eerder stadium over te plaatsen in plaats van een functioneringstraject met haar aan te gaan. Tijdens de zitting is gebleken dat het ook de voorkeur van eiseres heeft om weer zo snel mogelijk aan het werk te gaan.

Nu ter zitting tevens is gebleken dat het re-integratietraject te kort is geweest en eiseres al geruime tijd thuis zit, acht de rechtbank het aangewezen dat verweerder zich gaat inspannen om eiseres daadwerkelijk te re-integreren. Van verweerder mag een extra inspanningsverplichting worden gevraagd om eiseres weer een passende plek in haar organisatie te geven. De rechtbank acht het daarbij van belang dat eiseres een open en faire kans krijgt bij een eventuele herplaatsing. Het door de gemachtigde van verweerder opgeworpen bezwaar dat een herplaatsing bemoeilijkt wordt door het stempel van ongeschiktheid is niet langer een belemmering en kan dan ook niet doorwerken in het vinden van een werkplek in de organisatie voor eiseres. Aan de andere kant zal eiseres zich in het re-integratietraject ook meewerkend en actief dienen op te stellen.

2.10. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat eiseres ongeschikt is voor haar functie. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid onder c, van de Algemene wet bestuursrecht zelf te voorzien in de zaak door het ongedateerde primaire besluit dat op 30 november 2011 ter kennis van eiseres is gebracht, te herroepen.

2.11. De rechtbank ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoedt. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ter grootte van € 874,- (één punt voor het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting).

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- voorziet zelf in de zaak en herroept het primaire besluit van 30 november 2011;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 156 vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van

€ 874, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bachrach, rechter, in aanwezigheid van M. van Velzen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2012.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB