Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0030

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2012
Datum publicatie
30-01-2013
Zaaknummer
13-845032-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van honderd en tachtig uren en tot een gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar voor het medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845032-10 (Promis)

Datum uitspraak: 20 december 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1976],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 april en 6 december 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Mooijen en van wat verdachte en haar raadsman mr. R. Gardeslen naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De op 6 december 2012 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting (feit 1 primair), subsidiair aan de medeplichtigheid aan oplichting (feit 1 subsidiair) en meer subsidiair aan het medeplegen van verduistering (feit 1 meer subsidiair). Uiterst subsidiair is ten laste gelegde dat verdachte zich in deze periode schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen (feit 1 uiterst subsidiair). Voorts wordt verdachte ervan verdacht dat zij in deze periode tezamen en in vereniging met een ander of anderen beleggingsdiensten heeft verleend/verricht zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) verleende vergunning (feit 2). Subsidiair wordt zij ervan verdacht tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk bedrijfsmatig althans in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring, onder meer op termijn opvorderbare gelden, van het publiek te hebben aangetrokken (feit 2 subsidiair) Verder is er de verdenking dat verdachte zich in de periode van 1 juni 2010 tot en met 30 juni 2010 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift (feit 3).

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

Ten aanzien van feit 3:

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 3 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. De verdediging heeft dit betwist.

De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) die daarbij optrad namens zijn vennootschap, hebben een arbeidscontract opgemaakt. Uit het dossier blijkt echter dat verdachte niet onder de in het contract vermelde voorwaarden bij die vennootschap heeft gewerkt, terwijl [medeverdachte] heeft verklaard dat de arbeidsovereenkomst slechts is opgesteld om te bewerkstelligen dat verdachte een leasecontract voor een BMW zou kunnen krijgen. Daaruit volgt dat het arbeidscontract valsheden bevat. De rechtbank is echter gebonden aan de tenlastelegging. Daarin is niet nader gespecificeerd waaruit de valsheden van het contract zouden bestaan; uitsluitend is ten laste gelegd dat er in de ten laste gelegde periode in het geheel geen arbeidsovereenkomst tussen verdachte en de vennootschap heeft bestaan. Getuigen [A] en [B] hebben echter verklaard dat verdachte werkzaamheden voor de vennootschap heeft verricht en uit het dossier blijkt dat zij daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Dat betekent dat het heel goed mogelijk is dat verdachte wel degelijk met de vennootschap een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Het als feit 3 ten laste gelegd kan daarom niet bewezen worden verklaard. Verdachte wordt hiervan dan ook vrijgesproken.

5. Waardering van het bewijs

5.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is, zoals weergegeven in haar requisitoir, van mening dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Zij heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

Verdachte is korte tijd bestuurder geweest van Makkelijk Traden Limited (hierna: Makkelijk Traden) en heeft daarvoor een bankrekening op naam van Makkelijk Traden geopend. Tevens heeft zij [medeverdachte] in de gelegenheid gesteld om ten behoeve van Makkelijk Traden van haar privérekeningen gebruik te maken en die bedragen heeft zij contant opgenomen. Gelet hierop kan bewezen worden verklaard dat verdachte met betrekking tot de frauduleuze activiteiten nauw en bewust met [medeverdachte] heeft samengewerkt. Derhalve was zij daaraan medeplichtig. Nu zij zich ervan bewust was dat Makkelijk Traden zonder vergunning beleggingsdiensten verleende, heeft zij het onder 2 ten laste gelegde medegepleegd.

5.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in het door de raadsman ter terechtzitting overgelegde pleitnota betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

5.3. Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2 uiterst subsidiair ten laste gelegde:

Op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden.i

Op 4 maart 2009 heeft verdachte op verzoek van haar broer [medeverdachte] de rechtspersoon Makkelijk Traden opgericht en tot 23 maart 2009 is zij hiervan bestuurder geweest.ii Met dit bedrijf heeft [medeverdachte] een aantal personen, onder wie [C] (hierna: [C]) en [D] (hierna: [D]), benaderd en hun verteld dat hij voor hen geld kon beleggen. [medeverdachte] garandeerde hoge rendementen over het ingelegde geld en stuurde ten behoeve van deze beleggingen valse contracten op. Naar aanleiding hiervan maakten deze personen geldbedragen naar [medeverdachte] over, opdat hij die voor hen kon beleggen. Ook verstuurde [medeverdachte] valse Trade Reports waarin stond vermeld dat over het ingelegde geld een hoog rendement zou worden uitgekeerd. Hierdoor werden deze personen bewogen om opnieuw geldbedragen over te maken. Uiteindelijk is gebleken dat [medeverdachte] deze geldbedragen in het geheel niet heeft belegd, maar (grotendeels) in zijn eigen zak heeft gestoken.iii

Als gevolg van deze oplichting hebben [C] en [D] een aantal keer geldbedragen overgemaakt naar rekeningen van verdachte. [C] heeft op de rekening van verdachte met het nummer [rekeningnummer 1] de volgende bedragen gestortiv:

- Op 12 januari 2009 een bedrag van € 2.500,-

- Op 23 januari 2009 een bedrag van € 2.250,-

- Op 10 maart 2009 een bedrag van € 1.522,09

[D] heeft op de rekening van verdachte met het nummer [rekeningnummer 2] de volgende bedragen gestortv:

- Op 29 januari 2009 een bedrag van € 7.500,-

- Op 20 maart 2009 een bedrag van € 2.500,-

Kort nadat deze bedragen werden gestort, haalde [medeverdachte] op verschillende plaatsen in Nederland dit geld van de rekeningen waarop de beleggers hadden gestort af door middel van grote contante geldopnames. Ook verdachte nam wel eens voor [medeverdachte] geld op van de rekening met nummer [rekeningnummer 1].vi

Nadere overwegingen

Ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde:

In het dossier zijn onvoldoende aanknopingspunten te vinden om specifiek vast te kunnen stellen op welk gronddelict het voor het medeplegen dan wel medeplichtigheid vereiste opzet van verdachte was gericht. Gelet hierop kan het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet bewezen worden verklaard en dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken. Dit brengt met zich dat evenmin bewezen kan worden verklaard dat verdachte als medepleger artikel 2:96 dan wel artikel 3:5 Wft heeft overtreden, zodat ook vrijspraak van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde volgt.

Ten aanzien van het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde:

Verdachte heeft om haar broer te helpen een Engelse Limited opgericht en deze kort na oprichting overgedragen aan haar broer. Ook heeft zij haar bankrekeningen aan [medeverdachte] ter beschikking gesteld ten behoeve van zijn beleggingsbedrijf. De geldbedragen die door beleggers op deze rekeningen werden gestort, zag zij internetbankierend langskomen en werden daarna door [medeverdachte], maar ook een aantal keren door haarzelf opgenomen.vii Dientengevolge kon verdachte weten dat de op haar rekening gestorte bedragen niet voor het beoogde doel, te weten het doen van beleggingen, werden gebruikt. Bovendien wilde zij iedere keer nadat zij geld had opgenomen van [medeverdachte] weten of ze daar geen problemen mee zou krijgen.viii Verder wist verdachte dat [medeverdachte] zwaar verslaafd was, veel schulden had en van haar bankrekening gebruik maakte omdat hij zelf geen bankrekening mocht openen.ix Gelet op al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien kan het niet anders dan dat verdachte, zodra zij merkte dat de geldbedragen die door derden op de door haar gecontroleerde rekeningen werden overgeboekt en vervolgens door [medeverdachte] contant werden gemaakt, weten dat [medeverdachte] bezig was mensen op te lichten dan wel geld te verduisteren en dat die handelingen, te weten het contant maken ervan, ertoe strekten om deze bedragen wit te wassen.

6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde:

in de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 maart 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander geldbedragen voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl zij wist dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - van enig misdrijf afkomstig waren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

7. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straffen en maatregelen

9.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezen geachte feit(en) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank bij het opleggen van de straf verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte geen strafblad heeft en een drukke baan heeft. Het opeggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan wel een taakstraf zou tot het gevolg kunnen hebben dat zij haar werk niet meer in die vorm zou kunnen doen. Daarnaast is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hierdoor heeft zij de legale economie aangetast en de door haar broer gepleegde strafbare feiten gefaciliteerd.

In strafmatigende zin weegt de rechtbank mee dat het door verdachte gepleegde strafbare feit in vergelijking met soortgelijke zaken minder ernstig is. Daarnaast heeft zij geen enkel voordeel genoten. Het enige geld dat zij heeft ontvangen, was immers voor door haar verrichte kantoorwerkzaamheden. Voorts blijkt uit het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 maart 2012 dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Redelijke termijn

Op 30 augustus 2010 is verdachte aangehouden en bij de politie als verdachte gehoord. Vanaf dat moment heeft zij redelijkerwijs kunnen verwachten dat tegen haar een strafvervolging zou worden ingesteld zodat de termijn als bedoeld in art 6 EVRM op die dag is aangevangen. In beginsel dient binnen twee jaar in eerste aanleg een vonnis te volgen. Dat is hier niet het geval, want na eerdere terechtzittingen wordt bijna twee en een half jaar na aanvang van de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn uitspraak gedaan. Nu de oorzaak van deze overschrijding is gelegen in de omstandigheid dat medeverdachte [medeverdachte] opnieuw een strafbaar feit had gepleegd die door het Openbaar Ministerie moest worden onderzocht, is de overschrijding van ongeveer een half jaar niet aan verdachte te wijten en komt die voor rekening van het Openbaar Ministerie. De rechtbank houdt hiermee dan ook bij de straftoemeting rekening en zal daarom de taakstraf die zij zou opleggen indien geen sprake zou zijn van overschrijding, met tien procent verminderen.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen

De volgende benadeelde partijen hebben een vorderingen tot vergoeding van de geleden materiële schade ingediend:

- [E] voor een bedrag van € 5.930,-

- [C] voor een bedrag van € 18.722,09

- [D] voor een bedrag van € 142.500,-

- [F] voor een bedrag van ongeveer € 60.000,-

- [G] voor een bedrag van € 7.500,-

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft betoogd dat de vorderingen dienen te worden afgewezen, omdat [medeverdachte] degene is geweest die deze bedragen heeft gehouden.

Nu slechts bewezen is verklaard dat verdachte ten aanzien van [C] en [D] geldbedragen heeft witgewassen, worden de vorderingen van de benadeelde partijen [F] en [G] afgewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van een deel van de vorderingen van de benadeelde partijen geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is vast komen te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het onder 1 uiterst subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade hebben geleden. De rechtbank schat de door de benadeelde partijen geleden materiële schade, waarvoor verdachte aansprakelijk is, voorshands op:

- [C]: € 6.272,09

- [D]: € 10.000,-

De vorderingen zullen daarom tot die bedragen worden toegewezen, behalve voor zover deze bedragen al door of namens [medeverdachte] is betaald. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van deze uitspraak nog zullen maken. Het resterende deel van de vorderingen van de benadeelde partijen levert een onevenredige belasting voor het strafgeding op, zodat de rechtbank de benadeelde partijen in dat deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partijen kunnen dat deel van hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen. In het belang van [C] en [D] wordt, als extra waarborg voor betaling aan hen, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

Verklaart het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 uiterst subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 (honderd en tachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twee (2) maanden.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Wijst af de vorderingen van de benadeelde partijen [F] en [G].

Wijst een deel van de vordering van [C], wonende te [plaats], toe en veroordeelt verdachte tot betaling van € 6.272,09 (zesduizend tweehonderd en tweeënzeventig euro en negen cent) aan de benadeelde partij, met dien verstande dat deze betalingsverplichting vervalt indien dit bedrag door of namens [medeverdachte] is betaald.

Verklaart de benadeelde partij [C] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [C], aan de Staat € 6.272,09 (zesduizend tweehonderd en tweeënzeventig euro en negen cent) te betalen, met dien verstande dat deze betalingsverplichting vervalt indien dit bedrag door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 66 (zesenzestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst een deel van de vordering van [D], wonende te [plaats], toe en veroordeelt verdachte tot betaling van € 10.000,- (tienduizend euro) aan de benadeelde partij, met dien verstande dat deze betalingsverplichting vervalt indien dit bedrag door of namens [medeverdachte] is betaald.

Verklaart de benadeelde partij [D] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [D], aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, met dien verstande dat deze betalingsverplichting vervalt indien dit bedrag door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 85 (vijfentachtig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.A.M. van Oosten, voorzitter,

mrs. J. Knol en D.J. Cohen Tervaert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.D. Coumou, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2012.

Bijlage 1

Aan verdachte is, zoals gewijzigd ter terechtzitting d.d. 6 december 2012, ten laste gelegd dat

1. zij (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV, Makkelijk Traden Ltd.) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Purmerend en/of Amstelveen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna genoemde personen en/of (een) ander(en), meermalen althans eenmaal heeft bewogen tot de afgifte van (een) (geld)bedrag(en), in elk geval enig goed, te weten:

-[C], voor een (totaal)bedrag van EURO 6.272,09, althans enig geldbedrag en/of

-[D], voor een (totaal)bedrag van EURO 10.000,-, althans enig geldbedrag en/of

-[F], voor een (totaal)bedrag van EURO 63.000,-, althans enig geldbedrag en/of

-dhr. [G], een (totaal)bedrag van 7500,-, althans enig geldbedrag

hebbende zij (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV, Makkelijk Traden Ltd. ) en/of haar mededader(s) telkens valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, de volgende handelingen verricht en/of laten verrichten - zakelijk weergegeven -:

het aanmaken en/of versturen van;

-(een) tradereport(s) van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) (zoals D-007-a, D-012-h)

-(een) tradereport(s) van Bloomberg inc. (zoals D-01-0-z, D-012-i) en/of

-(een) contract(en) van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) aan de belegger(s) (zoals D-012-l, D-014-e, D-014-n, D-187)

waarin/waarop (in strijd met de waarheid) stond vermeld dat:

-er (per maand) rendement(en) zou(den) worden uitgekeerd ter hoogte van (maximaal) 8,43% door Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) (zoals D-007-a)

-er rendement(en) waren behaald en dat er op diverse data rendement(en) zou(den) worden uitgekeerd aan de belegger(s) (zoals D-01-0-z en/of D-012-i en/of D-014-e en/of D-014-n en/of D-187) en/of

-de opbrengst(en) uit de investering(en) via Bloomberg inc. (maximaal) 45% bedroeg(en) (zoals D-01-0-z en/of D-012-i) en/of

-er door Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) zou worden gehandeld in CFD (Contract For Difference) (zoals D-012-l) en/of

deze informatie (telkens) ter kennis van voornoemde perso(o)n(en) gebracht en/of doen brengen, waardoor deze perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Subsidiair

[medeverdachte] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Purmerend en/of Amstelveen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna genoemde personen en/of (een) ander(en), meermalen althans eenmaal heeft bewogen tot de afgifte van (een) (geld)bedrag(en), in elk geval enig goed, te weten:

-[C], voor een (totaal)bedrag van EURO 6.272,09, althans enig geldbedrag en/of

-[D], voor een (totaal)bedrag van EURO 10.000,-, althans enig geldbedrag en/of

-[F], voor een (totaal)bedrag van EURO 63.000,-, althans enig geldbedrag en/of

-dhr. [G], een (totaal)bedrag van 7500,-, althans enig geldbedrag

hebbende [medeverdachte] (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV, Makkelijk Traden Ltd.) en/of zijn mededader(s) telkens valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, de volgende handelingen verricht en/of laten verrichten - zakelijk weergegeven het aanmaken en/of versturen van;

-(een) tradereport(s) van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) (zoals D-007-a, D-012-h)

-(een) tradereport(s) van Bloomberg inc. (zoals D-01-0-z, D-012-i) en/of

-(een) contract(en) van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) aan de belegger(s) (zoals D-012-l, D-014-e, D-014-n, D-187)

waarin/waarop (in strijd met de waarheid) stond vermeld dat:

-er (per maand) rendement(en) zou(den) worden uitgekeerd ter hoogte van (maximaal) 8,43% door Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) (zoals D-007a) en/of

-er rendement(en) waren behaald en dat er op diverse data rendement(en) zou(den) worden uitgekeerd aan de belegger(s) (zoals D-01-0-z en/of D-012-i en/of D-014-e en/of D-014-n en/of D-187) en/of

-de opbrengst(en) uit de investering(en) via Bloomberg inc. (maximaal) 45% bedroeg(en) (zoals D-01-0-z en/of D-012-i) en/of

-er door Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) zou worden gehandeld in CFD (Contract For Difference) (zoals D-012-l) en/of

deze informatie (telkens) ter kennis van voornoemde perso(o)n(en) gebracht en/of doen brengen, waardoor deze perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot welk misdrijf zij, verdachte, opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door

-Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) op te richten en/of

-van 4 maart 2009 tot en met 26 maart 2009 manager en/of bestuurder te zijn geweest van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) en/of

-haar woonadres, te weten [adres] [postcode] [plaats], als postadres door Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) te laten gebruiken vanaf de datum oprichting, te weten 4 maart 2009, tot de datum van uitschrijving, te weten 16 maart 2010 en/of

-haar privébankrekening(en) (met nummer(s) [rekeningnummer 1], [rekeningnummer 2]) beschikbaar te stellen aan Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) en/of

-op naam van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) een rekeningnummer (te weten [rekeningnummer 3]) te openen en/of beschikbaar te stellen aan G.A. de Haan (handelend onder de naam Makkelijk Traden Ltd, Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV)

Meer subsidiair

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Purmerend en/of Amstelveen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) of meer geldbedrag(en) (totaal Euro 86.772,09), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [C] en/of [D] en/of [F] en/of [G], in elk geval aan (een) ander(en) dan verdachte en/of haar mededader(s), uit hoofde van haar, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als werknemer van Makkelijk Traden Ltd. (handelend onder de naam Makkelijk Traden, Makkelijk Traden BV) en/of haar beroep en/of tegen geldelijke vergoeding, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) zich wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend.

Uiterst subsidiair

zij toen daar, alleen of samen met een of meer anderen, dat/die geldbedrag(en) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, dan wel daarvan gebruikt heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) onmiddellijk of middellijk van enig misdrijf afkomstig was/waren.

2. zij (handelend onder de naam Makkelijk Traden en/of Makkelijk Traden BV, Makkelijk Traden Ltd.) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Purmerend en/of Amstelveen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beleggingsdiensten (D-001) heeft verleend en/of beleggingsdiensten heeft verricht;

Subsidiair

Zij (handelend onder de naam Makkelijk Traden en/of Makkelijk Traden BV, Makkelijk Traden Ltd. ), op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2010, althans in het jaar 2009, althans in het jaar 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Purmerend en/of Amstelveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk bedrijfsmatig althans in de uitoefening van een bedrijf buiten de besloten kring, onder meer op termijn opvorderbare gelden, van in totaal circa Euro 86.772,09, van het publiek, te weten

-[C], voor een (totaal)bedrag van EURO 6.272,09, en/of

-[D], voor een (totaal)bedrag van EURO 10.000,-, en/of

-[F], voor een (totaal)bedrag van EURO 63.000,-, en/of

-[G], voor een (totaal)bedrag van EURO 7500,-

heeft/hebben aangetrokken en/of heeft doen aantrekken en/of ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft/hebben gehad, dan wel in enigerlei vorm heeft/hebben bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden;

3. zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 30 juni 2010 te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geschrift, te weten

- een arbeidsovereenkomst tussen H&H Consultancy & living en [verdachte], d.d. 03-06-2010 (D-123)

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid

in die arbeidsovereenkomst opgenomen dat zij, verdachte, per 14 juni 2010 in dienst treedt, voor onbepaalde tijd zonder proeftijd, voor 40 uur per week met een salaris van Euro 3275,- per maand plus 8% vakantiegeld

terwijl er in werkelijkheid geen arbeidsovereenkomst was gesloten tussen H&H

Consultancy & living en verdachte

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken

en/of door anderen te doen gebruiken.

i De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in het dossier van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland. De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina's in het dossier.

ii Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 6 december 2010.

iii Pagina's 5002-5008 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 30 augustus 2010). Pagina's 5016-5028 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 31 augustus 2010). Pagina's 5029-5038 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 31 augustus 2010). Pagina's 5049-5054 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 1 september 2010). Geschriften, te weten contracten van Makkelijk Traden, pagina's 6095-6103 (D-010-l t/m D-010-p) en pagina's 6137-6142 (D-012-j t/m D-012-l). Geschriften, te weten Trade Reports van Makkelijk Traden, pagina's 6106-6110 (D-010-s t/m D-010-w) en pagina's 6133-6135 (D-012-f t/m D-012-h). Pagina's 5152-5155 (verklaring van [C] d.d. 3 juni 2010 Pagina's 5144-5151 (verklaring van [D] d.d. 18 juni 2010).

iv Geschriften, te weten rekeningafschriften van de ABN AMRO Bank van privérekening [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte], pagina's 6461 (D-046-cv), 6470 (D-046-dg) en 6473-6474 (D-046-dj en D-046-dk).

v Geschriften, te weten kopieën van afschriften van de ING van rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [verdachte], pagina's 664 en 6648 (D-051).

vi Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 6 december 2012. Pagina 5025 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 31 augustus 2010). Geschriften, te weten rekeningafschriften van de ABN AMRO Bank van privérekening [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte], pagina's 6459-6474 (D-046-ct tot en met D-046-dk). Geschriften, te weten kopieën van afschriften van de ING van rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [verdachte], pagina's 664 en 6648 (D-051).

vii Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 6 december 2012.

viii Pagina 5025 (verklaring van [medeverdachte] d.d. 31 augustus 2010).

ix Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 6 december 2012.

??

??

??

??

Parketnummer:13/845032-10

Inzake [verdachte]

8

13