Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9149

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
529903 / KG ZA 12-1552 HB/RR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Gedaagde dient zijn sociale mediaprofielen op Hyves, Facebook en blogspot te verwijderen en wordt verboden om voor de periode van één jaar de beheerder/gebruiker van een sociaal mediaprofiel te zijn. Zie ook LJN: BY9146.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 529903 / KG ZA 12-1552 HB/RR

Vonnis in kort geding van 4 december 2012

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats],

eiseres bij dagvaarding van 15 november 2012,

advocaat mr. D.H. Bialkowski te Amsterdam,

tegen

[B],

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. G.W. Mettendaf te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] en [B] worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 20 november 2012 heeft [A] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [B] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van [A]: [A] met mr. Bialkowski.

Aan de zijde van [B]: [B] met mr. Mettendaf.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad, die in 2009 is beëindigd. [A] en [B] hebben samen twee kinderen, te weten [C] en [D]. De kinderen verblijven bij [A].

2.2. Tussen [A] en [B] heeft in 2012 reeds eerder een kort gedingprocedure gespeeld bij de voorzieningenrechter van de sector civiel van de rechtbank Amsterdam. In die procedure is op 2 augustus 2012 een vonnis gewezen. In dit vonnis is onder meer het volgende bepaald:

“4.3. (…) Uit die producties blijkt dat [B] zich op grievende en bedreigende wijze uitlaat over [A] door haar in verband te brengen met prostitutie, pedofilie, seksueel misbruik, nazisme en door haar allerlei psychische aandoeningen toe te dichten. Ook haar ouders en andere personen uit haar omgeving (met name hulpverleners, die bij naam worden genoemd) worden hierbij betrokken. De namen van de kinderen worden genoemd en hun foto’s en tekeningen worden afgebeeld. Ook het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat gaat over de kinderen heeft [B] op internet geopenbaard. Een en ander houdt een ernstige schending van de privacy in van [A], van de kinderen en van personen uit haar omgeving. Al deze uitingen tezamen en in onderling verband bezien acht de voorzieningenrechter onrechtmatig jegens [A].

(…)

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [B] om zich gedurende één jaar na betekening van dit vonnis te begeven binnen het gebied in [plaats] dat wordt omgrensd door de volgende straten (…), op straffe van een dwangsom van € 100,- per keer dat [B] dit verbod overtreedt,

5.2. gebiedt [B] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis alle teksten en afbeeldingen waarvan een kopie is aangehecht aan de dagvaarding, dan wel teksten en afbeeldingen van gelijke strekking, te verwijderen van Facebook, Hyves en blogspot, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat hij dit gebod niet nakomt, met een maximum van € 25.000,-,

5.3. bepaalt dat na vijf dagen na betekening van dit vonnis dit vonnis in de plaats treedt van alle handelingen van [B] die noodzakelijk zijn voor het doen verwijderen van de teksten en afbeeldingen, zoals hiervoor onder 5.2 bedoeld,

5.4. verbiedt [B] om na betekening van dit vonnis afbeeldingen van de kinderen of uitlatingen over [A] en de kinderen of over personen die behoren tot het sociale netwerk van [A] en de kinderen op Facebook, Hyves, blogspot of op vergelijkbare sociale media te plaatsen, op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer dat [B] dit verbod overtreedt.”

2.3. Bovengenoemd vonnis is op 3 augustus 2012 aan [B] betekend.

2.4. Op 22 augustus 2012 heeft de door [A] ingeschakelde deurwaarder geconstateerd dat zich verschillende teksten bevonden op het Hyves-profiel en op de blogspot van [B]. In een proces-verbaal van 22 augustus 2012 heeft de deurwaarder onder meer de volgende teksten opgenomen:

“4. dat heden, 22 augustus 2012, in de namiddag om 14:25 uur op het internet adres [website 1] staat gepubliceerd, onder vermelding van “21 jun, 01:20” de tekst:

“HOE JE HET OOK WENT OF KEERT, WIE JE OOK BENT OF DENKT TE ZIJN DUIDELIJK IS DAT JE VOOR KINDERMISHANDELING BENT.

ZEKER IS DAT VELE INSTANTIES HIERVAN WETEN EN OF VALSELIJK ZIJN MISBRUIKT.

ENDUS DENKEN JULLIE MIJ TE HEBBEN INGESLOTEN TEN GUNSTE VAN DE ZIEKELIJKE MISSELIJKE KINDERMISHANDELENDE MOEDERHOER

OF JE NOU FAMILIE POOER JUNK OF PEDOFIELE VRIEND BENT YOU GOING DOWN.

DAAROM ZAL IK MAAR EVEN LATEN ZIEN DAT ER NOG VELE WEGEN OPENZIJN BUITEN IEMAND DE HERSENS IN TE SLAAN.

DE MEEST BANGE KINDERMISHANDELENDE MINKUKELS UIT [PLAATS] DIE WETEN MAAR O ZO BANG ZIJN VOOR DE WAARHEID.

EN JA PEDOFOLIE EN KINDERMISHANDELING ZULLEN NOOIT ENIG RESPECT KRIJGEN AL KOM JE MET HEEL MARROKKO OF WHO EVER ER ZIJN AFGEWERKT DOOR DE MOEDERHOER.

DIE OOK NOG WEL EEN KEER HAAR BEURT KRIJGT EN DAN BEDOEL IK NIET DIE HONDERDEN NEUKVRIENDJES VAN JE UIT DE HOERENCLUB.

(…)

ZOALS HAAR FAMILIE HIHI. DE HOERENMAKERS VAN [PLAATS].

FAM [A] MOET TE ZIJN. EN AANGETROUWDE ZOOITJE OOK ERBIJ NATUURLIJK.

KLOPT EN HET GAAT MIJ LUKKEN JULLIE ZIEKE KINDERNEUKERS.

(…)

1 ZIEK PEDOFIEL ZOOITJE KINDERNEUKERS HIER IN [PLAATS] ENKEL OMDAT ZIJ ZIJN AFGEWERKT DOOR DE MOEDERHOER [A] TE [PLAATS].

(…)

5. dat heden, 22 augustus 2012, in de namiddag om 14:33 uur op het internet adres [website 2] staat gepubliceerd, onder vermelding van “donderdag 17 mei 2012”, de tekst:

SCHAAMTELOSE KINDERMISHANDELING, WAT SLECHTS EIGEN GEDRAG OVER NORM WAARDE ZELF/RESPECT NARCISME EN EMPATILOOSHEID BESCHRIJFT.

(…)

KINDEREN OPENLIJK NAAR DE SEXINDUSTRIE LAAT LEIDEN, TE WETEN MIJN DOCHTER VAN VIJF ALWAAR DIT ZIEKE VERHAAL MIJ DUIDELIJK WERD.

EEN MOEDER EN AGENTEN TESAMEN MET POOIERS EN ANDER TUIG UIT ““HET LEVEN”” DIE MET LEUGENS EN HALVE WAARHEDEN BLIJKBAAR DEZE KINDEREN MAG MISHANDELEN O.A. ARTIKEL 300 WETBNOEK VAN STRAFRECHT EN AGENTEN DIE STELEN.”

3. Het geschil

3.1. [A] vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [B] verbiedt om voor een periode van één jaar gebruiker/beheerder van een social media profiel te zijn en daarbij te bepalen dat dit vonnis in de plaats zal treden van alle handelingen van [B] die noodzakelijk zijn voor het doen verwijderen van al zijn social media profielen, waaronder die op Hyves en Facebook. Voorts vordert [A] dat de voorzieningenrechter verlof verleent om het hiervoor gevorderde, alsmede de geboden/verboden zoals die zijn opgenomen in 5.1, 5.2 en 5.4 van het vonnis van 2 augustus 2012, door middel van lijfsdwang ten uitvoer te leggen en [B] te gijzelen totdat de teksten en afbeeldingen op de profielen zijn verwijderd dan wel voor de duur van drie dagen telkens dat [B] het hiervoor gevorderde of het in het vonnis van 2 augustus 2012 in 5.1 bepaalde overtreedt.

3.2. [A] stelt hiertoe – kort samengevat – dat de teksten die [B] op grond van het vonnis van 2 augustus 2012 diende te verwijderen zich nog steeds op zijn profielen van Facebook, Hyves en blogspot bevinden. [B] dient te worden verboden om gedurende één jaar een profiel op een van deze sociale netwerken te gebruiken. [A] verwacht dat [B] zich niet zal houden aan een veroordelend vonnis, zodat aan [A] vervangende toestemming dient te worden gegeven om de profielen te verwijderen. Deze voorwaarde is door Hyves gesteld om het profiel van [B] te kunnen verwijderen. Gelet op de verwachting dat [B] niet zal voldoen aan een veroordelend vonnis, dient aan [A] verlof te worden verleend om [B] te laten gijzelen ter nakoming van de verboden. De zoon van [A] en [B] is [B] verscheidene malen tegengekomen in het gebied waarvoor het gebiedsverbod geldt.

3.3. [B] voert als verweer tegen de vorderingen van [A] dat zijn sociale mediaprofielen privé zijn, dat hij niet voornemens is deze buiten gebruik te laten en voorts dat de vorderingen buitenproportioneel zijn. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) – waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden – buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. [B] is bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 2 augustus 2012 onder meer veroordeeld om de (onrechtmatige) teksten over [A] en personen uit haar omgeving te verwijderen van zijn profielen op Facebook, Hyves en blogspot, zoals onder 5.2 van het vonnis van 2 augustus 2012 is bepaald. [A] heeft betoogd dat [B] niet aan deze veroordeling heeft voldaan. [A] heeft daarbij gewezen op de constateringen van de deurwaarder van 22 augustus 2012, zoals opgenomen onder r.o. 2.2. Ter zitting van 20 november 2012 heeft [B] meegedeeld dat hij niet weet of de teksten die op zijn sociale mediaprofielen staan exact dezelfde zijn als de teksten die hij diende te verwijderen op grond van het vonnis van 2 augustus 2012, maar dat de strekking van de teksten hetzelfde is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de teksten die de deurwaarder heeft aangetroffen op het Hyves-profiel en de blogspot van [B] wat betreft strekking gelijk zijn aan de teksten die aan het vonnis van 2 augustus 2012 ten grondslag liggen. Ook in deze teksten wordt [A] in verband gebracht met prostitutie, pedofilie, seksueel misbruik en kindermisbruik. De teksten zijn onrechtmatig jegens [A], zoals in het vonnis van 2 augustus 2012 onder r.o. 4.3 is overwogen, en [B] dient deze dan ook te verwijderen van zijn sociale mediaprofielen. Nu gebleken is dat [B] de eerdere veroordeling niet heeft opgevolgd en ook niet, zoals ter zitting is gebleken, van zins is deze op te volgen, is thans een verdergaande maatregel dan verwijdering van de teksten aangewezen. De vordering van [A] tot het opleggen van een verbod aan [B] om gedurende de periode van één jaar de gebruiker dan wel beheerder van een sociaal mediaprofiel te zijn ligt daarmee voor toewijzing gereed. Het verweer van [B] dat zijn sociale mediaprofielen privé zijn, oftewel niet voor het publiek toegankelijk/inzichtelijk, doet daaraan niet af, nu [A] – onbetwist – toegang heeft tot de betreffende teksten indien zij haar eigen naam opzoekt via de website/zoekmachine www.google.nl. De teksten zijn daardoor wel degelijk openbaar en voor het publiek toegankelijk. Aan [B] zal een periode van twee dagen worden gegeven om zijn sociale mediaprofielen te verwijderen. De voorzieningenrechter zal voorts bepalen dat het [B] wordt verboden om gedurende de periode van één jaar nieuwe sociale mediaprofielen aan te maken.

4.3. Voor het geval dat [B] niet uit eigen beweging voldoet aan het hiervoor onder r.o. 4.2 opgenomen gebod en verbod, geldt dat [A] de mogelijkheid moet hebben de sociale mediaprofielen van [B] zelfstandig te (laten) verwijderen. [A] heeft in dit verband – onbetwist – gesteld dat het voor de medewerking van de providers noodzakelijk is dat [A] vervangende toestemming krijgt om de profielen te laten verwijderen. [A] kan dan, bij overtreding van het verbod door [B], de aanbieder van het sociale mediaplatform aanschrijven, zodat deze het profiel van [B] verwijdert. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter bepalen dat aan [A] de verzochte vervangende toestemming wordt gegeven. Nu [A], bij niet-nakoming van het onder r.o. 4.2 opgenomen verbod door [B], zelfstandig de mogelijkheid heeft om de sociale mediaprofielen van [B] te laten verwijderen, ziet de voorzieningenrechter geen reden om [B] bij niet-nakoming te laten gijzelen.

4.4. [A] heeft verder betoogd dat [B] het gebiedsverbod, zoals bepaald in 5.1 van het vonnis van 22 augustus 2012, heeft overtreden. Zij heeft er daarbij op gewezen dat hun zoon [B] diverse malen heeft gezien in het gebied waarvoor het verbod geldt. Voorts heeft [A] nog gesteld dat zij zelf [B] ook eenmaal in het gebied heeft gezien. [B] heeft ter zitting meegedeeld dat hij wel eens in het gebied is gekomen. [B] heeft er daarbij op gewezen dat hij zijn zoon niet bewust heeft opgezocht in het gebied, maar dat hij hem wel eens tegenkwam. Gelet op de stellingen van partijen dienaangaande, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is dat [B] in het gebied is geweest waarvoor het gebiedsverbod geldt. [B] heeft daarmee het gebiedsverbod overtreden. De vraag die vervolgens voorligt is of in dit geval het toepassen van lijfsdwang op zijn plaats is. Lijfsdwang betekent beneming van de persoonlijke vrijheid van [B] en mag ingevolge artikel 587 Rv slechts worden toegepast indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst biedt en het belang van [A] toepassing van lijfsdwang rechtvaardigt. Nu is gebleken dat de bij vonnis van 2 augustus 2012 opgelegde dwangsom niet voldoende effect sorteert, is lijfsdwang in dit geval op zijn plaats. Nu lijfsdwang als uiterst en zeer ingrijpend dwangmiddel moet worden beschouwd, zal de toepassing daarvan worden beperkt tot een periode van, bij iedere overtreding, ten hoogste drie dagen.

4.5. Ter zake van het verweer van [B] dat de gevorderde veroordelingen buitenproportioneel zijn overweegt de voorzieningenrechter dat [B] niet heeft onderbouwd waarom dit het geval zou zijn. [B] heeft volstaan met de enkele mededeling dat de gevorderde veroordelingen buitenproportioneel zijn, zonder daarvoor redenen aan te voeren. De voorzieningenrechter ziet hierin dan ook geen grond om de veroordelingen op enigerlei wijze te beperken anders dan hiervoor is overwogen.

4.6. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, zoals gevorderd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt [B] om binnen 2 (twee) dagen na betekening van dit vonnis zijn sociale mediaprofielen op Hyves, Facebook en blogspot te verwijderen en verbiedt [B] om voor de periode van 1 (één) jaar de beheerder/gebruiker van een sociaal mediaprofiel te zijn,

5.2. bepaalt dat dit vonnis – na 6 (zes) dagen na betekening daarvan – voor de periode van 1 (één) jaar in de plaats zal treden van alle noodzakelijke handelingen van [B] om de sociale mediaprofielen van [B] te (laten) verwijderen, waaronder de profielen van [B] op Hyves, Facebook en blogspot.

5.3. verleent aan [A] verlof om het in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2012 onder 5.1 opgenomen gebiedsverbod ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en [B] bij overtreding van het gebiedsverbod in gijzeling te doen stellen voor een periode van ten hoogste 3 (drie) dagen bij iedere overtreding,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R.N. Refos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2012.?