Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9146

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
521260 / KG ZA 12-959 HB/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Voorzieningenrechter legt een straatverbod op aan gedaagde en veroordeelt gedaagde onder meer tot het verwijderen van onrechtmatige teksten en of uitlatingen over eiseres en de kinderen of over personen die behoren tot het sociale netwerk van eiseres en de kinderen op Facebook, Hyves, blogspot of op vergelijkbare sociale media te plaatsen, op straffe van een dwangsom. Zie ook LJN: BY9149.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 521260 / KG ZA 12-959 HB/MV

Vonnis in kort geding van 2 augustus 2012

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats],

eiseres bij dagvaarding van 16 juli 2012,

advocaat mr. D.H. Bialkowski te Amsterdam,

tegen

[B],

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. G.W. Mettendaf te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] en [B] worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 20 juli 2012, die is aangehouden tot 24 juli 2012, heeft [A] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Hierin is abusievelijk vermeld dat zij in Amsterdam woonachtig is. Er is tevens een herstelexploot uitgebracht omdat op de dagvaarding abusievelijk de datum 13 juli 2012 is vermeld, terwijl dit 16 juli 2012 moest zijn.

[B] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [A] heeft producties in het geding gebracht. [B] heeft een pleitnota in het geding gebracht.

Ter zitting waren aanwezig partijen en hun raadslieden.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad die in 2009 is beëindigd. Zij hebben samen twee kinderen, [C] en [D], die bij [A] verblijven.

2.2. [B] heeft deze rechtbank verzocht tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen. Bij beschikking van 25 april 2012 is dit verzoek afgewezen.

2.3. [A] heeft een groot aantal uitdraaien van de Facebook- en Hyvespagina’s van [B] in het geding gebracht waarop hij teksten plaatst over [A] en de kinderen en over personen uit de omgeving van [A]. Tevens plaatst hij op die pagina’s foto’s en tekeningen van de kinderen.

2.4. [B] bevindt zich momenteel in voorlopige hechtenis. Hij wordt ervan verdacht het politiebureau te Weesp met hakenkruizen te hebben beklad.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert – kort gezegd – het volgende:

(1) een straatverbod op te leggen aan [B], op straffe van een dwangsom (ter zitting van 24 juli 20012 heeft zij hiertoe een plattegrond overgelegd waarop het gebied waarvoor het straatverbod dient te gelden is uitgebreid ten opzichte van de plattegrond die bij de dagvaarding is gevoegd);

(2) [B] te gebieden om alle teksten en afbeeldingen (waarvan de uitdraaien van Facebook en Hyves als bijlagen 2 en 3 aan de dagvaarding zijn gehecht), dan wel teksten en afbeeldingen van gelijke strekking, te verwijderen, op straffe van een dwangsom;

(3) te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de door [B] te verrichten handelingen die noodzakelijk zijn voor het doen verwijderen van de onder (2) bedoelde teksten en afbeeldingen;

(4) [B] te verbieden afbeeldingen van de kinderen te plaatsen op Facebook en Hyves en/of op andere sociale media waaronder het plaatsen van posts op blogspot, op straffe van een dwangsom;

(5) [B] te verbieden zich op internet via Facebook en Hyves en/of vergelijkbare sociale media, waaronder blogspot uit te laten over [A], over personen uit de omgeving van [A] of over de kinderen, op straffe van een dwangsom;

(6) [B] te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [A] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat [B] zich schuldig maakt aan stalking, belaging en bedreiging. [B] kampt met een drugsverslaving. In het verleden is [D] getuige geweest van huiselijk geweld. Thans houdt [B] zich met enige regelmaat op in de buurt van de woning van [A]. Het heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan diverse absurde acties, zoals het beklimmen van het stadhuis met een spandoek, het bekladden van het politiebureau van Weesp met hakenkruizen en het bekladden van de woning van [A]. [B] is daarnaast erg actief op verschillende sociale media (Facebook, Hyves, Blogspot). Op die websites staan allerlei berichten van [B] waarmee hij zich jegens [A] schuldig maakt aan smaad, laster, bedreigingen en schending van haar privacy. Ook laat hij zich op zeer grievende wijze uit over personen uit de omgeving van [A].

3.3. [B] heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat de teksten op de websites niet zijn bedoeld om [A] of de kinderen te kwetsen of schade toe te brengen. Hij heeft hiermee de bedoeling zijn gevoelens kenbaar te maken, hetgeen valt onder de vrijheid van meningsuiting. Al hetgeen hij heeft geschreven, wenst hij niet te praktiseren. Er is nimmer bij de politie aangifte gedaan van huiselijk geweld, stalking of bedreiging. Er is ook nimmer eerder een verzoek gedaan de teksten van het internet te verwijderen. Omdat hij zelf verblijft in de buurt van de woning van [A] en daar ook vrienden heeft wonen, is hij [D] per toeval twee keer tegengekomen. Zijn hele sociale netwerk bevindt zich in [plaats]. Een straatverbod is in dit geval dan ook in strijd met het grondrecht van vrijheid van verplaatsing en dient – als het al wordt toegewezen – tot een minimum te worden beperkt.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Reeds onder 2.3 van dit vonnis is opgenomen dat [A] een groot aantal uitdraaien van de Facebook- en Hyvespagina’s van [B] in het geding heeft gebracht. Een van die producties (met nummer 19) betreft een uitdraai van Facebook waarop een foto van de kinderen van partijen is geplaatst met daaronder een kaart van Nederland met een hakenkruis. De begeleidende tekst hierbij luidt als volgt:

HAHAHA JA HOOR DAN BEN JE PAS ECHT STOER MAAR JA DAT ZULLEN JE VRIENDJES OOK WEL BEGRIJPEN

HUICHELACHTIGE ACHTERBAKSE HOERENLOPERS NEEN NIETS BEN JE WAARD WANT IK STA ER NOG EN IK LOOP ER NOG EN IK HEB JOU NIET GEHOORD DUS OPZOUTEN MET JE KANKERGROTE SMOEL VOL MET POEP.

Nummer 41 luidt onder meer als volgt:

Ik ben nog niet klaar met deze kindermishandelende politieneukende met het leger des heils samenwerkende hoerenmoeder,[A], fam. vrienden en ouders. VOORAL HAAR GEDRAGSGESTOORDE VRIENDEN EN VRIENDINNEN DIE WEL VAN EEN BEETJE LIEGEN HOUDEN OM KINDEREN MAAR ZO GOED EN ZO VEEL MOGELIJK TE VERSTOREN, HET BEWUST MET VOORBEDACHTE RADE PSYCHISCH VERKRACHTEN VAN KINDEREN.

Nummer 43 luidt onder meer als volgt:

WANT IK BEN EEN VADER, DE VADER EN ZAL ZONODIG STERVEN OM TE LATEN ZIEN HOE ZIEK ZIJ ZIJN, EN HET- TRACHTTE TE BEVRIJDEN VAN MIJN KINDEREN UIT DEZE ZIEKELIJKE PEDOFIELE NAZI EN SEKSISTISCH WELZIJN.

YOU CAN’T HOLD ME DOWN, misschien vandaag, morgen, maar dit gaat er komen en zo veel meer bewijs.

IK MENS EN VADER, PAPA

4.3. De hiervoor opgenomen citaten betreffen slechts een kleine greep uit de grote hoeveelheid producties. Uit die producties blijkt dat [B] zich op grievende en bedreigende wijze uitlaat over [A] door haar in verband te brengen met prostitutie, pedofilie, seksueel misbruik, nazisme en door haar allerlei psychische aandoeningen toe te dichten. Ook haar ouders en andere personen uit haar omgeving (met name hulpverleners, die bij naam worden genoemd) worden hierbij betrokken. De namen van de kinderen worden genoemd en hun foto’s en tekeningen worden afgebeeld. Ook het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat gaat over de kinderen heeft [B] op internet geopenbaard. Een en ander houdt een ernstige schending van de privacy in van [A], van de kinderen en van personen uit haar omgeving. Al deze uitingen tezamen en in onderling verband bezien acht de voorzieningenrechter onrechtmatig jegens [A]. Het verweer van [B] dat hij het niet zo bedoeld heeft en dat hij niet de intentie heeft [A] of de kinderen te beschadigen doet hieraan niet af. De vrijheid van meningsuiting kan [B] evenmin baten. Deze vrijheid is niet onbegrensd, met name niet indien de eer en goede naam van derden worden aangetast. Van dit laatste is in dit geval sprake.

4.4. De vorderingen die zien op de Facebook- en Hyvespagina’s van [B] liggen op grond van hetgeen hiervoor is overwogen voor toewijzing gereed. Naast een dwangsom – die zal worden gematigd en gemaximeerd en die per dag zal worden opgelegd – zal worden bepaald dat dit vonnis in de plaats treedt van alle noodzakelijke handelingen van [B] om de uitlatingen te verwijderen. Gezien de ernst van de uitlatingen en gezien de (terechte) vrees van [A] dat [B] die uitlatingen niet vrijwillig zal verwijderen, wordt dit passend geacht. Gezien de ernst van de uitlatingen zal tevens een verbod voor de toekomst worden uitgesproken.

4.5. Een straatverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die deze inbreuk kunnen rechtvaardigen. De voorzieningenrechter is in dit geval van oordeel dat de belangen van [A] en de kinderen rechtvaardigen dat een straatverbod wordt opgelegd. Van de uitingen van [B] op Facebook en Hyves kan immers worden gezegd dat daarvan een reële dreiging uitgaat. Tevens heeft [A] voldoende aannemelijk gemaakt dat [B] ook regelmatig in de buurt van de woning is gesignaleerd. Er dient rust gecreëerd te worden in de omgeving van [A], omdat het ook dan pas zin heeft hulpverleners in te schakelen. Het gebied waarvoor het straatverbod wordt gevorderd is niet te ruim. Niet weersproken is immers dat in dit gebied de woning van [A] zich bevindt, de scholen van de kinderen, twee speeltuinen waar de kinderen regelmatig naartoe gaan, de bushalte en de woning van een vriendje van [D]. Het belang van [B] dat hij eventueel in dit gebied wenst te komen omdat vrienden van hem daar woonachtig zijn, dient in de gegeven omstandigheden te wijken voor de belangen van [A]. Het straatverbod zal worden gegeven voor de periode van één jaar.

4.6. Het spoedeisend belang van [A] bij toewijzing van de vorderingen vloeit voort uit de aard van die vorderingen. Zij schaamt zich voor wat er op het internet over haar wordt geopenbaard en zij wordt hier regelmatig door haar omgeving op aangesproken.

4.7. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.8. Omdat partijen gewezen partners zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [B] om zich gedurende één jaar na betekening van dit vonnis te begeven binnen het gebied in [plaats] dat wordt omgrensd door de volgende straten (de genoemde straten daarbij inbegrepen): [straat 1], [straat 2], [straat 3], [straat 4], [straat 5], [straat 6], [straat 7], [straat 8] en [straat 9], zoals aangegeven op de aan dit vonnis gehechte plattegrond, op straffe van een dwangsom van € 100,- per keer dat [B] dit verbod overtreedt,

5.2. gebiedt [B] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis alle teksten en afbeeldingen waarvan een kopie is aangehecht aan de dagvaarding, dan wel teksten en afbeeldingen van gelijke strekking, te verwijderen van Facebook, Hyves en blogspot, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat hij dit gebod niet nakomt, met een maximum van € 25.000,-

5.3. bepaalt dat na vijf dagen na betekening van dit vonnis dit vonnis in de plaats treedt van alle handelingen van [B] die noodzakelijk zijn voor het doen verwijderen van de teksten en afbeeldingen, zoals hiervoor onder 5.2 bedoeld,

5.4. verbiedt [B] om na betekening van dit vonnis afbeeldingen van de kinderen of uitlatingen over [A] en de kinderen of over personen die behoren tot het sociale netwerk van [A] en de kinderen op Facebook, Hyves, blogspot of op vergelijkbare sociale media te plaatsen, op straffe van een dwangsom van

€ 250,- per keer dat [B] dit verbod overtreedt,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Veraart op 2 augustus 2012.