Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7874

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
CV12-17539
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vraag of KLM beschouwd kan worden als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” wordt ontkennend beantwoord. KLM en KLM Cityhopper zijn verschillende rechtspersonen. Dat KLM en KLM Cityhopper in concernverband met elkaar zijn verbonden, is niet voldoende om te concluderen dat de passagiers ook jegens KLM aanspraak kunnen maken op vergoeding op basis van de Verordening. Voor vereenzelviging van KLM en KLM Cityhopper bestaat geen grond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1353586 CV EXPL 12-17539

Vonnis van: 27 december 2012

F.no.: 694

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eisers]

wonende te [--] (Duitsland)

[eisers]

wonende te [--] (Verenigd Koninkrijk)

eisers

nader te noemen de passagiers

gemachtigde: EUclaim B.V.

t e g e n

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mrs. R.L.S.M. Pessers en M. Lustenhouwer

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 16 mei 2012 inhoudende de vordering van de passagiers, met producties;

- de conclusie van antwoord van de vervoerder, met producties.

Daarna is bij tussenvonnis van 4 oktober 2012 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen. Deze zitting heeft op 13 december 2012 plaatsgevonden. Namens de passagiers zijn verschenen hun gemachtigden mrs. F. Niemöller en [naam]. De vervoerder is verschenen bij mevrouw [naam], vergezeld door de gemachtigden mrs. J.D. van de Meent en M. Lustenhouwer.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1.De feiten

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:

1.1.De passagiers hebben bij de vervoerder een vlucht geboekt van Amsterdam naar München, uit te voeren op 17 mei 2010 met vertrektijd 9.30 uur en vluchtnummer KL1793, hierna: de vlucht.

1.2.In het vliegticket staat de volgende tekst opgenomen:

“flight operated by: KLM Cityhopper”

1.3.KLM Cityhopper is een 100% dochteronderneming van KLM.

1.4.De vlucht is geannuleerd wegens een sluiting van het luchtruim als gevolg van een aswolk veroorzaakt door de uitbarsting van een vulkaan op IJsland.

1.5.De passagiers hebben op 17 mei 2010 een alternatief reisplan gekozen en zijn met de trein van Schiphol via Utrecht Centraal naar München Hauptbahnhof gereisd.

1.6.De passagiers hebben de vervoerder onder meer op 2 juni 2010 verzocht de treintickets en overige kosten te vergoeden.

1.7.De vervoerder heeft geweigerd dit bedrag te betalen. De vervoerder heeft op 12 oktober 2010 wel 50 % van de prijs van het vliegticket gerestitueerd.

Vordering en verweer

2.Na wijziging van eis ter zitting, vorderen de passagiers dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

a.€ 15,60 ter zake van twee treintickets Schiphol-Utrecht;

b. € 234,60 ter zake van een treinticket Utrecht- München;

c.€ 181,60 ter zake van een treinticket Utrecht- München;

d.€ 12,00 ter zake van twee zitplaatsreserveringen trein;

e.€ 11,00 ter zake van de boekingskosten trein;

f.€ 100,00 ter zake van de kosten van verzorging;

g.€ 25,00 ter zake van de taxikosten München;

h.€ 25,00 ter zake van telefoonkosten;

i.€ 357,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten;

j.de wettelijke rente over de onder a. t/m i genoemde bedragen vanaf 17 mei 2010;

k.de proceskosten van de passagiers.

3.De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is tot terugbetaling van het ticket conform artikel 8 van de Verordening. Verder stellen de passagiers dat zij conform artikel 9 van de Verordening recht hebben op verzorging. Volgens de passagiers volgt uit het Sousa-arrest (EUHvJ 13 oktober 2011, C-83/10) dat wanneer de vervoerder de krachtens artikel 8 en 9 van de Verordening op hem rustende verplichtingen niet nakomt, de passagiers ook zelf in een alternatief reisplan kunnen voorzien. Volgens de passagiers staat niet in de Verordening dat passagiers alleen recht hebben op (alternatief) vervoer dat is geregeld door de luchtvaartmaatschappij zelf.

4.De vervoerder stelt zich primair op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen omdat – kort samengevat – niet KLM maar KLM Cityhopper (hierna: KLC) de luchtvaartmaatschappij is geweest die de vlucht heeft uigevoerd. KLC is een zelfstandige vennootschap met eigen vergunningen, zodat de Verordening tussen KLM en de passagiers niet van toepassing is. Subsidiair voert de vervoerder aan dat de passagiers conform artikel 8 van de Verordening de keuze krijgen tussen terugbetaling van het ticket of een andere vlucht onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. De passagiers hebben geen recht op vergoeding van kosten die zij hebben gemaakt in verband met een treinreis.

Beoordeling

5.Primair is door KLM aangevoerd dat niet zij maar KLM Cityhopper met betrekking tot de vlucht de ‘operating carrier’ was, zodat KLM geen compensatie verschuldigd is. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

6.Onder 7 van de preambule van de Verordening staat vermeld:

“Om de effectieve toepassing van deze verordening te waarborgen, dienen de bij de verordening gecreëerde verplichtingen te rusten op de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert of voornemens is uit te voeren, met eigen dan wel inclusief of zonder bemanning geleaste vliegtuigen, of in enige andere vorm.”

7.In artikel 2 sub b van de Verordening is hieromtrent opgenomen:

“luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert: een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert of voornemens is een vlucht uit te voeren in het kader van een overeenkomst met een passagier of namens een andere natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst heeft met die passagier”

8.Hieruit volgt, dat de bij de Verordening gecreëerde verplichtingen uitsluitend rusten op de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Bepalend is daarom of KLM al dan niet kan worden beschouwd als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” in de hiervoor bedoelde zin. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Als vaststaand geldt dat de onderhavige vlucht feitelijk niet door KLM, maar door KLM Cityhopper zou worden uitgevoerd en dat KLM en KLM Cityhopper verschillende rechtspersonen zijn. KLM heeft gemotiveerd uiteengezet dat in dit geval sprake was van ‘code sharing’, in die zin dat zij tickets verkocht voor vluchten die door KLM Cityhopper zouden worden uitgevoerd. De passagiers hebben geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit een andere gang van zaken blijkt. Ook het feit dat op het e-ticket van de passagiers KLM Cityhopper als vervoerder werd genoemd wijst in haar richting en niet in de richting van KLM. Ook overigens zijn door de passagiers geen feiten of omstandigheden aangedragen die de conclusie rechtvaardigen dat de vlucht feitelijk door KLM zou worden uitgevoerd.

9.Ook de omstandigheid dat KLM Customer Care in correspondentie met de passagiers zou zijn opgetreden, maakt niet dat KLM daarmee degene is die kan worden aangesproken. Dit alleen al niet nu onbestreden is gebleven dat KLM Customer Care ook mede optreedt namens KLM Cityhopper. Voor zover de passagiers betogen dat door de briefwisseling KLM de verantwoordelijkheid heeft aanvaard, kan dit tegenover de betwisting door KLM zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden vastgesteld. De omstandigheid dat KLM en KLM Cityhopper zich in correspondentie gezamenlijk onder de naam “KLM” presenteren, maakt het voorgaande niet anders. Dat KLM en KLM Cityhopper separate rechtspersonen zijn is niet in geschil. Vast staat dat KLM en KLM Cityhopper in concernverband met elkaar zijn verbonden. Dit is op zichzelf echter niet voldoende om te kunnen concluderen dat de passagiers ook jegens KLM aanspraak zou kunnen maken op betaling van enige vergoeding op basis van de Verordening. Ook overigens geeft de wijze waarop KLM en KLM Cityhopper zich tegenover de passagiers hebben gepresenteerd geen aanleiding voor een conclusie in deze zin. In ieder geval kan niet gezegd worden dat door KLM danwel KLM Cityhopper op een zodanige wijze verwarring is gewekt over het verschil in identiteit tussen hen beide, dat om deze reden aan dit identiteitsverschil voorbij gegaan zou mogen worden. Aan de passagiers kan worden toegegeven dat in de correspondentie naar aanleiding van de vlucht niet expliciet is vermeld dat het om een vlucht van KLM Cityhopper gaat. Van misbruik van (proces)recht kan echter niet worden gesproken.

10.De omstandigheid dat de Verordening beoogt een hoog niveau van consumenten¬bescherming te waarborgen, noopt ook niet tot een andere uitleg. Daarbij verdient opmerking, dat de contracterende luchtvaartmaatschappij in gevallen als de onderhavige verplicht is de passagier op de hoogte te stellen van de identiteit van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zal uitvoeren (op grond van Verordening (EG) nr. 2111/2005). De passagier is daarmee in beginsel bekend met de persoon die zij in voorkomende gevallen kan aanspreken. De door de Verordening beoogde bescherming wordt met het voorgaande niet belemmerd. De passagiers hadden de vordering eenvoudig tegen KLM Cityhopper aanhangig kunnen maken. De kantonrechter ziet in hetgeen door de passagiers is aangevoerd dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

11.De slotsom van het voorgaande is dat KLM kan niet worden aangemerkt als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” zoals in de Verordening bedoeld en dat voor vereenzelviging van KLM met KLM Cityhopper geen grond bestaat.

12.Dit betekent dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen. Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd behoeft in dit verband geen verdere behandeling. Ten overvloede merkt de kantonrechter evenwel op dat de passagiers onvoldoende gesteld hebben om op grond van artikel 8 van de Verordening aanspraak te kunnen maken op de gevorderde vergoeding van schade.

13.KLM heeft zich in de buitengerechtelijke correspondentie niet ondubbelzinnig op het standpunt gesteld dat zij niet als operating carrier kon worden beschouwd. De passagiers hebben hun procespositie daarom toen niet voldoende kunnen bepalen, hetgeen reden geeft om de kosten van de procedure te compenseren aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beoordeling

BESLISSING

De kantonrechter:

I.wijst de vordering af;

II.compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 december 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter