Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7229

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
507198 / HA ZA 12-11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij het plaatsen van een lichtmast door Imtech is een elektriciteitskabel, die wordt beheerd door Liander, beschadigd. Liander stelt Imtech als "grondroerder" aansprakelijk voor de schade.

Imtech voert het volgende verweer:

- een Klic-melding was in dit geval (om meer redenen) niet vereist;

- het causaal verband tussen het achterwege laten van de Klic-melding en het beschadigen van de kabel ontbreekt;

- er is sprake van eigen schuld van Liander.

Het verweer van Imtech wordt verworpen en de vordering van Liander wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 507198 / HA ZA 12-11

Vonnis van 5 september 2012

in de zaak van

naamloze vennootschap

LIANDER N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. dr. F.J. van Velsen te Haarlem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMTECH INFRA B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Liander en Imtech worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 november 2011;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 7 maart 2012 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 12 juni 2012 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Liander is beheerder in de zin van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 van het gas- en elektriciteitsnetwerk in het oorspronkelijke verzorgingsgebied van energiebedrijf Nuon.

2.2. Imtech is een (multinationaal) bedrijf dat zich bezighoudt met elektrotechniek, ICT en werktuigbouw.

2.3. In (oorspronkelijk) 2004 heeft de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (hierna: DIVV) van de gemeente Amsterdam aan Imtech de opdracht gegund die zag op de uitvoering van het onderhoud en het verrichten van projecten inzake de openbare verlichting binnen de gemeente Amsterdam (hierna: het werk).

2.4. DIVV heeft de directie van het werk uitbesteed aan Dynamicon, een vennootschap waarin de moeder van Liander, Alliander N.V., 53% van de aandelen houdt.

2.5. Op 11 februari 2008 heeft Imtech in het kader van het werk lichtmasten geplaatst op de locatie Amsterdam, hoek Noordzeeweg Australiëhavenweg.

2.6. Voor het plaatsen van de lichtmasten werd een gat tot 2 meter onder het maaiveld uitgegraven. De eerste 90 cm werd met een normale schep gegraven en vervolgens werd gebruik gemaakt met een zogenaamde palenschep. Met die palenschep werd tot een diepte van 1,80 m gegraven. Daarna werd de lichtmast met de kraanwagen in het gat gezet en met behulp van die kraan nog 20 cm verder de grond in gedrukt.

2.7. Bij het plaatsen van een van de lichtmasten is een elektriciteitskabel, die wordt beheerd door Liander, beschadigd.

2.8. Liander heeft voorafgaand aan de werkzaamheden geen zogenoemde Klic-melding (een melding bij het Kabel- en leidinginformatiecentrum) gedaan.

3. Het geschil

3.1. Liander vordert – verkort weergegeven – (na vermindering van eis) dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Imtech veroordeelt tot betaling van € 46.286,72, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening en de proces- en de nakosten (te vermeerderen met wettelijke rente).

3.2. Het in hoofdsom gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd: (i) € 38.209,72 (hoofdsom); (ii) € 6.577,- (wettelijke rente); en (iii) € 1.500,- (kosten vaststelling en verhaal eigen personeel).

3.3. Liander legt aan haar vordering kort gezegd het volgende ten grondslag. Imtech heeft gehandeld in strijd met de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid door als uitvoerder van de graafwerkzaamheden (“grondroerende werkzaamheden”) onvoldoende voorzorgsmaatregelen te treffen ter voorkoming van de beschadiging van kabels en leidingen. Imtech heeft voorafgaand aan de werkzaamheden niet de vereiste Klic-melding gedaan.

3.4. Imtech voert – samengevat – het volgende verweer:

- een Klic-melding was in dit geval (om meer redenen) niet vereist;

- het causaal verband tussen het achterwege laten van de Klic-melding en het beschadigen van de kabel ontbreekt;

- er is sprake van eigen schuld van Liander.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het is vaste rechtspraak dat op een “grondroerder” (zoals hier Imtech) een zorgplicht rust om zorgvuldig de ligging van de in de graaflocatie aanwezige kabels en leidingen te lokaliseren (Hoge Raad 2 oktober 1998, LJN: ZC2723, Nacap/Shellfish). De grondroerder dient daartoe een Klic-melding te doen en – indien uit de globale (beheer)tekeningen die de grondroerder naar aanleiding van die melding ontvangt, blijkt dat er rekening mee moet worden gehouden dat zich in de graaflocatie kabels of leidingen bevinden – de ligging van die kabels en leidingen zorgvuldig te lokaliseren. Deze zorgplicht is thans ook gecodificeerd in artikel 2 van de Wet informatie-uitwisseling betreffende ondergrondse netten (WION).

Klic-melding ook hier vereist

4.2. Imtech heeft allereerst tot haar verweer aangevoerd dat in dit geval geen Klic-melding was vereist omdat er handmatig (met een gewone schep en een palenschep) werd gegraven. In het geval dat er (slechts) handmatig wordt gegraven, geldt de verplichting een Klic-melding te doen niet.

4.3. Dit verweer baat Imtech niet. In het midden kan blijven of graven met een palenschep kan worden aangemerkt als handmatig graven. Vaststaat dat de schade aan de elektriciteitkabels is ontstaan toen de lichtmast met behulp van de kraan het laatste stuk in de grond werd gedrukt. Werken met een hydraulische kraan moet in ieder geval worden aangemerkt als mechanisch graven en bij mechanisch graven is – daar zijn partijen het over eens – altijd een Klic-melding vereist.

4.4. Voorts heeft Imtech aangevoerd dat zij ook niet gehouden was een Klic-melding te doen omdat hier sprake van een professionele, aan Liander gelieerde, opdrachtgever: Dynamicon. Dynamicon heeft voorafgaand aan de graafwerkzaamheden een Imtech een zogenaamde “stippentekening” gegeven waarop de locaties waren aangegeven waar de lichtmasten moesten worden geplaatst. Bovendien had Dynamicon in overleg met Liander voorafgaand aan de werkzaamheden een “engineeringsvooronderzoek” uitgevoerd. Op grond van dit alles mocht Imtech erop vertrouwen dat er geen kabels of leidingen aanwezig waren in de locatie waar de lichtmasten zouden worden geplaatst, aldus Imtech.

4.5. Liander betwist dat zij in dit geval de opdrachtgever was en dat Dynamicon mede namens haar optrad. Zij betwist eveneens dat Imtech op basis van de stippentekening en het engineeringsvooronderzoek erop mocht vertrouwen dat er geen kabels of leidingen in de graaflocatie aanwezig waren.

4.6. Hier geldt het volgende. Uit hetgeen Imtech heeft gesteld en het besprokene ter comparitie, blijkt niet dat Liander hier als (mede)opdrachtgever optrad. Het enkele feit dat de opdrachtgever van Imtech, DIVV, de directie van het werk heeft uitbesteed aan Dynamicon, een partij die (toevallig) aan Liander is gelieerd, is daartoe onvoldoende, en andere feiten of omstandigheden die deze conclusie zouden kunnen rechtvaardigen zijn niet gesteld of gebleken. Echter, ook als Liander als opdrachtgever moet worden gezien (of Dynamicon als haar vertegenwoordiger), geldt dat Imtech niet op basis van de stippentekening erop mocht vertrouwen dat zich in de graaflocatie geen leidingen of kabels bevonden. Niet gesteld of gebleken is dat tussen Dynamicon en Imtech is afgesproken dat Dynamicon (althans Liander) de voor het lokaliseren benodigde informatie aan Imtech zou verstrekken, zodat ook Dynamicon er vanuit mocht gaan dat Imtech informatie zou verkrijgen via het Klic-systeem, derhalve op dezelfde wijze en met dezelfde beperkingen als in het geval waarin Liander niet (indirect) als opdrachtgever bij de uitvoering van het werk een rol zou hebben gespeeld (zie Hof Amsterdam, 22 september 2009, LJN: BK8623). Ditzelfde geldt voor het engineeringsvooronderzoek dat volgens Imtech zou zijn uitgevoerd. Imtech heeft immers niet gesteld dat Dynamicon met Imtech was overeengekomen dat Imtech voor het lokaliseren van de kabels en leidingen op dat onderzoek mocht afgaan. Het bewijsaanbod van Imtech dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden en wat het heeft uitgewezen, zal dan ook als niet ter zake doende worden gepasseerd.

Causaal verband

4.7. Vervolgens heeft Imtech als verweer gevoerd dat ook als een Klic-melding was gedaan, zij toch ook op de locatie waar de leiding is beschadigd was gaan graven. Zij voert hiertoe aan dat men op enige afstand van deze locatie bij het graven van een proefsleuf een afdekplaatje was tegengekomen op grond waarvan Imtech erop mocht vertrouwen dat op die locatie een elektriciteitskabel lag en niet op de locatie iets daarnaast waar men de lichtmast is gaan plaatsen. Voorts stelt zij dat zij op de diepte waar de lichtmast uiteindelijk werd geplaatst geen kabels en leidingen hoefde te verwachten. Het causaal verband tussen het achterwege laten van de Klic-melding en het beschadigen van de kabel ontbreekt derhalve, aldus Imtech.

4.8. Ook dit verweer wordt verworpen. Imtech had niet mogen volstaan met het graven van een proefsleuf en het verplaatsen van de graaflocatie naar aanleiding van het vinden van het afdekplaatje. Liander heeft onbetwist gesteld dat er geen (wettelijke) verplichting bestaat tot het plaatsen van afdekplaatjes en dat de geplaatste afdekplaatjes zich kunnen verplaatsen. Dit betekent dat de aanwezigheid van een afdekplaatje op een locatie niet betekent dat zich iets verderop geen kabels of leidingen kunnen bevinden. Voorts geldt dat grondroerders naar verkeersopvatting rekening dienen te houden met een in voorkomende gevallen minder gebruikelijke diepteligging van kabels en leidingen (zie het hiervoor genoemde arrest van het Hof Amsterdam van 22 september 2009).

Eigen schuld

4.9. Ten slotte heeft Imtech een beroep gedaan op eigen schuld van Liander. Zij voert hiertoe het volgende aan. Dynamicon, een aan Liander gelieerde partij, had ook zelf onderzoek moeten doen naar de ligging van kabels en leidingen. Voorts was tijdens het door Dynamicon in overleg met Liander uitgevoerde engineeringsvooronderzoek gebleken dat de lichtmasten alleen bovengronds konden worden aangesloten, zodat Imtech op grond daarvan geen kabels en leidingen in de grond waar de lichtmasten zouden worden geplaatst, hoefde te verwachten. Ten slotte wijst zij erop dat het – door Liander zelf geplaatste – afdekplaatje niet op de juiste plaats lag.

4.10. Liander betwist dat van eigen schuld sprake is. Zij stelt hiertoe – kort gezegd – dat Imtech op basis van hetgeen door haar is aangevoerd ten onrechte van allerlei aannames is uitgegaan, die niet afdoen aan haar eigen verantwoordelijkheid om de ligging van kabels en leidingen zorgvuldig te lokaliseren.

4.11. Mede op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat geen grond aanwezig is om een deel van de schade die Liander heeft geleden op grond van artikel 6:101 BW voor haar rekening te laten komen. De door Dynamicon – als directievoerder en niet als vertegenwoordiger van Liander – aan Imtech verstrekte informatie kan niet aan Liander worden toegerekend en de omstandigheid dat een afdekplaatje op de verkeerde plaats ligt evenmin. Niet gesteld of gebleken is dat Liander zelf mededelingen heeft gedaan aan Imtech over het al dan niet aanwezig zijn van kabels of leidingen in de graaflocatie, of dat Imtech hierover vragen heeft gesteld aan Liander.

Schadevergoeding

4.12. Uit al het voorgaande volgt dat Imtech aansprakelijk is voor de schade die Liander heeft geleden ten gevolge van het beschadigen van de leiding. Nu Imtech de hoogte van de schade en de overige gevorderde bedragen niet (langer) betwist, zullen de door Liander gevorderde bedragen worden toegewezen.

Proceskosten

4.13. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Imtech worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Liander tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 86,31

- vast recht 1.789,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894)

Totaal € 3.663,31

Nakosten

4.14. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

De gevorderde wettelijke rente hierover is eveneens toewijsbaar zoals gevorderd.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Imtech om aan Liander te betalen een bedrag van € 46.286,72 (zesenveertigduizend tweehonderdzesentachtig euro en 72 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 38.209,72 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening,

5.2. veroordeelt Imtech in de proceskosten, tot op heden begroot op € 3.663,31, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 14 (veertien) dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,

5.3. veroordeelt Imtech in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Imtech niet binnen 14 (veertien) dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 (veertien) dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2012.