Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3269

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
15-11-2012
Zaaknummer
13-497562-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB Belgie. Overlevering is op grond van artikel 6, tweede lid van de OLW niet toegestaan; een Nederlander wordt niet overgeleverd voor de executie van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.497562-08

RK nummer: 12/6075

Datum uitspraak: 25 september 2012

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 augustus 2012 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 1 september 2008 door de Advocaat-generaal van het Hof van beroep Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [plaats] (Nederlandse Antillen) op [1970],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres], [postcode plaats];

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 september 2012. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Arrest van het Hof van Beroep Antwerpen van 14 februari 2008 (referentie: 160 P 2007).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 40 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert nog 1106 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd arrest.

Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Artikel 6, tweede lid, OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf.

De overlevering kan dan ook alleen worden toegestaan indien het vonnis bij verstek is gewezen en de opgeëiste persoon de mogelijkheid geboden wordt enig rechtsmiddel tegen het vonnis in te stellen teneinde in persoon ter terechtzitting te verschijnen.

Blijkens de e-mail d.d. 18 september 2012 van advocaat-generaal Holsters kan de opgeëiste persoon geen ontvankelijk verzet meer aantekenen tegen het arrest, nu hij in 2008 in kennis is gesteld van de betekening van het arrest. De rechtbank stelt dan ook vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis waarbij aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf is opgelegd.

Gelet op voornoemde omstandigheden is overlevering op grond van artikel 6, tweede lid van de OLW niet toegestaan; een Nederlander wordt niet overgeleverd voor de executie van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. De rechtbank zal de verzochte overlevering dan ook niet toestaan.

4. Slotsom

Nu de situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 6, tweede lid, OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.

5. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 12 van de Overleveringswet.

6. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Advocaat-generaal van het Hof van beroep Antwerpen (België) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,

mrs. C.W. Inden en W.H. van Benthem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Bruggen, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 25 september 2012.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]