Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2700

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
08-11-2012
Zaaknummer
1324920 \ HA EXPL 12-262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding van een koopovereenkomst. Gevolg hiervan is dat ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan ten aanzien van de reeds uitgevoerde verplichtingen uit die koopovereenkomst. Dit komt neer op teruggave van het gekochte goed door de koper aan de verkoper en terugbetaling van de koopsom door de verkoper aan de koper. In dit geval heeft de koper voor de ontbinding gebruik gemaakt van het gekochte goed (hij heeft ca. 2500 kilometers op de gekochte scooter gereden) waardoor de koper het goed niet aan de verkoper kan teruggeven in de staat waarin die zich bij levering bevond. Toepassing in dit geval van artikel 6:78 BW waaruit voortvloeit dat de verkoper met toepassing van de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking recht heeft op schadevergoeding indien de koper in verband met de omstandigheid dat hij niet in staat is om het gekochte aan de verkoper terug te geven in de staat waarin die zich bij levering bevond, een voordeel heeft genoten die de koper niet zou hebben gehad indien hij het goed wel in de oorspronkelijke staat zou hebben kunnen teruggeven, waarbij de schadevergoeding ten hoogste het bedrag van het betreffende voordeel kan betreffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector kanton

locatie: Amsterdam

Zaaknummer en rolnummer: 1324920 \ HA EXPL 12-262

Uitspraak: 1 augustus 2012

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiseres] B.V.,

gevestigd te Doorn,

eiseres,

nader te noemen [eiseres],

gemachtigde mr. D.A. Molier,

t e g e n

Mistergreen Products B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen Mistergreen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 1 februari 2012 van [eiseres], met producties;

- de conclusie van antwoord van 14 februari 2012 van Mistergreen.

Ingevolge tussenvonnis van 29 februari 2012 heeft op 2 mei 2012 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan bevindt zich bij de stukken.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1 Op 30 augustus 2010 heeft [eiseres] een nieuwe elektrische scooter, type EVT 168 Lithium M2, 45 kilometer per uur, (hierna: de scooter) van Mistergreen gekocht tegen een koopsom van € 4.337,55 inclusief BTW.

1.2 Op 17 september 2010 is de scooter, zoals partijen hadden afgesproken, aan [eiseres] geleverd met tijdelijke (lood-zuur) accu’s. De door [eiseres] gekochte (lithium) accu’s zouden zo spoedig mogelijk worden geleverd.

1.3 [eiseres] heeft de overeengekomen koopsom (in of omstreeks september 2010) aan Mistergreen voldaan.

1.4 Op 28 september 2010 heeft [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende aan Mistergreen geschreven:

“(…) Graag hoor ik nog van jou wanneer de nieuwe 40 Ah lithium M2 accu geleverd wordt. De accu die er nu in zit haalt (volledig opgeladen) slechts 20-25 km. Bijkomend probleem is dat de lampjes van de Battery Energy Indicator niet aangeven dat de accu leeg raakt. Van het eerste groene lampje ‘Full Energy’ valt hij spontaan ‘dood’. Volgens de opgave zou zelfs de lood-zuur accu dan pas half leeg zijn.

Wellicht is het een bekend probleem en kan het met de levering van de accu verholpen worden. (…)”

1.5 Op 25 oktober 2010 heeft Mistergreen de overeengekomen (lithium) accu’s in de scooter gemonteerd.

1.6 Op 26 oktober 2010 heeft [eiseres] aan Mistergreen onder meer het volgende geschreven:

“(…) Dank voor de nieuwe accu’s. Het probleem met de indicator blijft.

Na het plaatsen van de nieuwe accu’s gaf de indicator ‘vol’ aan. Dit waren ze niet, na 3 kilometer stond hij stil.

Ik heb van [A] begrepen dat voor het verhelpen hiervan een afspraak gemaakt moet worden.

Graag hoor ik van jullie wanneer dit ingepast kan worden. (…)”

1.7 Op 1 november 2010 heeft Mistergreen de scooter opgehaald bij [eiseres].

1.8 Na diverse tests en het plaatsen van een nieuwe controller heeft Mistergreen op 30 november 2010 de scooter weer aan [eiseres] ter beschikking gesteld.

1.9 Begin april 2011 bemerkte [eiseres] dat de scooter in het geheel niet meer reed. Op 4 april 2011 heeft zij Mistergreen hiervan in kennis gesteld. Hierna heeft een e-mailwisseling tussen [eiseres] en Mistergreen plaatsgevonden, waaronder een mail van [eiseres] van 20 april 2011 waarin zij onder meer het volgende aan Mistergreen schrijft:

“(…) Ik heb hier een scooter staan die het niet doet. Hij is opgeladen, je kunt starten maar zodra je gas geeft valt hij dood.

Daarnaast werkt de LED indicator niet. Hij valt vanuit stand 4, fully charged, dood. (…)”

1.10 Op 21 april 2011 heeft Mistergreen de scooter bij [eiseres] opgehaald voor onderzoek. Op dat moment stond er (ongeveer) 2400 of 2500 kilometer op de kilometerteller van de scooter.

1.11 In mei 2011 heeft [eiseres] meermalen per mail aan Mistergreen gevraagd hoe het ervoor stond met de scooter. Vervolgens heeft [eiseres] op 31 mei 2011, voor zover hier van belang, het volgende per e-mail aan Mistergreen geschreven:

“(…) Vanaf het begin hebben wij aangegeven dat de scooter plotseling uitviel.

Dit zou wellicht aan de testbatterijen liggen, na het vervangen ervan door de Lithium zou dit verholpen zijn.

Nadat jullie de batterijen hadden vervangen heb ik direct aangegeven dat er nog steeds sprake was van plotselinge uitval.

Jullie hebben de hele maand november de scooter gehad, van alles getest en het lag achtereenvolgens aan de accu’s, de controllers en het BMS.

Vervolgens zou hij gemaakt zijn, hebben jullie hem teruggebracht en is hij ivm de vorst slechts sporadisch gebruikt.

Begin april heb ik gemeld dat het euvel nog steeds niet verholpen was en dat hij het zelfs helemaal niet meer deed.

Aanvankelijk gaf je aan dat het de lader en de connectoren zouden zijn.

De scooter werd opgehaald en ik moest er rekening mee houden dat het twee weken zou duren.

Ik heb daarbij aangegeven dat dit de laatste keer is dat we er naar laten lijken.

(…)

Gisteren ontving ik onderstaande mail en misschien moet je hem zelf nog eens lezen.

Je geeft aan dat het probleem nu mogelijk in de bedrading kan zitten en vervolgens geef je aan dat dit komt omdat de scooter gevallen kan zijn, er mee gerommeld kan zijn en dat onderzoek heeft uitgewezen dat een aanrijding de oorzaak is.

Ik zal hier maar niet op ingaan.

Beste [B], de scooter is in iets meer dan een half jaar, in totaal 2,5 maand bij jullie geweest voor een euvel dat wij vanaf het begin gemeld hebben.

Ik begrijp dat jullie geen flauw idee hebben hoe jullie dit op moeten lossen.

Ik stel voor dat we in goed overleg uit elkaar gaan.

Dan ligt het alleen aan de scooter en niet aan jullie.

Jullie kunnen de scooter houden.

Ik hoef de scooter niet terug en ook geen nieuwe scooter.

Ik wil graag een voorstel van jou voor een financiële vergoeding. (…)”

1.12 Nadien hebben partijen op 14 en 15 juni 2011 diverse mails over en weer aan elkaar gestuurd, waaronder een mail van Mistergreen aan [eiseres] met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“(…) Wij kenden het probleem niet en de oplossing dus ook niet. Wij hebben inderdaad alles vervangen en telkens bleef het probleem zich voordoen. Wij denken nu de oplossing gevonden te hebben. Wij doen dan ook nog geen financieel voorstel. (…)”

1.13 Op 10 juli 2011 heeft Mistergreen [eiseres] per e-mail benaderd om de scooter bij haar te bezorgen. Nadien is de scooter met een (nieuwe) digitale meter bij [eiseres] afgeleverd.

1.14 Op 3 augustus 2011 heeft [eiseres] aan Mistergreen onder meer het volgende per e-mail geschreven:

“(…) De digitale meter is heel fijn. Hij laat zien dat de scooter niet oplaat. Toen we hem kregen stond hij op 41% omdat er die ochtend mee getest zou zijn. Ondertussen laadt hij niet verder op dan 24%. Ook aangesloten in het stopcontact loopt hij terug. Graag maak ik een afspraak dat je hem weer komt halen. (…)”

1.15 Kort daarop is de scooter door Mistergreen bij [eiseres] opgehaald.

1.16 [eiseres] heeft vervolgens de verzekering van de scooter per 5 september 2011 opgezegd en het kenteken van de scooter laten schorsen.

1.17 Bij brief van 26 september 2011 heeft de advocaat van [eiseres] de ontbinding van de koopovereenkomst tussen [eiseres] en Mistergreen terzake de scooter ingeroepen en namens [eiseres] zowel de (terug)betaling van de koopsom van € 3.507,00 vermeerderd met BTW van Mistergreen gevorderd als een schadevergoeding van € 1.500,00.

1.18 Op 27 september 2011 heeft Mistergreen de scooter aan [eiseres] aangeboden. [eiseres] heeft geweigerd de scooter in ontvangst te nemen. Enkele uren later heeft Mistergreen, zonder de toestemming daartoe van [eiseres], de scooter op het terrein van [eiseres] achtergelaten en de sleutels van de scooter per aangetekende post naar [eiseres] gestuurd.

1.19 Bij e-mail van 21 oktober 2011 heeft [eiseres] haar standpunt en vorderingen zoals verwoord in de brief van 26 september 2011 richting Mistergreen gehandhaafd en daarbij aangegeven dat [eiseres] de scooter niet in ontvangst heeft genomen maar dat zij deze ter beperking van schade voor rekening en risico van Mistergreen onder zich houdt. De scooter staat sindsdien ongebruikt op het terrein van [eiseres].

1.20 Mistergreen heeft de gevorderde koopsom van € 4.337,55 (inclusief BTW) en de gevorderde schadevergoeding van € 1.500,00 niet aan [eiseres] voldaan.

Vordering en verweer

2. [eiseres] vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst terzake de scooter met ingang van 26 september 2011 rechtsgeldig is ontbonden;

II. Mistergreen veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 4.337,55 (inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 augustus 2010 althans vanaf 26 september 2011 althans vanaf de datum der dagvaarding, en Mistergreen veroordeelt om de scooter terstond voor eigen rekening en risico te doen weghalen van het terrein van [eiseres];

III. subsidiair Mistergreen veroordeelt om op eigen kosten aan te tonen door het overleggen van bewijsstukken dat de scooter deugdelijk door haar is gerepareerd en dat indien Mistergreen in deze bewijsopdracht mocht slagen, maar zich desalniettemin nogmaals hetzelfde gebrek als geconstateerd voordoet, Mistergreen zonder enig nader voorbehoud gehouden zal zijn de scooter terug te nemen en de koopprijs vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van aankoop van de scooter aan [eiseres] zal terugbetalen;

IV. Mistergreen veroordeelt tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 2.500,00 althans van € 1.158,00;

V. Mistergreen veroordeelt tot betaling van schadevergoeding welke schade dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 1.500,00 dan wel te bepalen dat de schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;

VI. Mistergreen veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten.

3. [eiseres] legt hieraan - kort gezegd - het volgende ten grondslag.

Mistergreen is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit de koopovereenkomst. De geleverde scooter beantwoordt niet aan de overeenkomst. Daarom heeft [eiseres] de koopovereenkomst op 26 september 2011 buitengerechtelijk ontbonden. [eiseres] maakt thans uit hoofde van ongedaanmaking aanspraak op betaling door Mistergreen van de door [eiseres] reeds voor de ontbinding van de overeenkomst aan Mistergreen betaalde koopsom van de scooter van € 4.337,55 inclusief BTW. [eiseres] heeft schade geleden als gevolg van de wanprestatie van Mistergreen en de ingeroepen ontbinding. Deze schade dient Mistergreen eveneens aan [eiseres] te vergoeden.

4. Mistergreen voert - samengevat - het volgende verweer tegen de vorderingen.

De klachten die in 2010 en 2011 door [eiseres] zijn geuit, hadden steeds een andere oorzaak. In oktober/november 2010 lag de oorzaak bij de oude accu’s, in maart/april 2011 bij de controller en in juli/augustus 2011 lag het aan de bedrading. Dat hetzelfde indicatielampje telkens is gaan branden bij een door [eiseres] geconstateerd gebrek betekent niet dat het gebrek steeds dezelfde oorzaak had. Na het verhelpen van het eerste euvel heeft de scooter tot en met maart 2011 zonder klachten van [eiseres] gereden. [eiseres] heeft tot en met maart 2011 ongeveer 2400 of 2500 kilometer met de scooter gereden. Dat is een enorme afstand en er kan onderweg veel gebeurd zijn, zoals een ongeluk. Ook kan het zo zijn dat [eiseres] ondeugdelijk met de scooter is omgegaan. Het is dus best mogelijk dat het gebrek door [eiseres] zelf is veroorzaakt. Op dit moment functioneert de scooter goed. Indien Mistergreen de volledige koopsom aan [eiseres] moet terugbetalen, heeft [eiseres] wel heel goedkoop 2500 kilometer op de scooter kunnen rijden. Mistergreen betwist tot slot het gevorderde schadebedrag van € 1.500,00.

5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

Rechtsgeldigheid van de ontbinding

6. Eerst moet worden beslist of Mistergreen tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.

7. Ingevolge artikel 7:17 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) dient een afgeleverde zaak te beantwoorden aan de overeenkomst. Artikel 7:17 lid 2 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag volgens de tweede zin van artikel 7:17 lid 2 BW verwachten dat de zaak die eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

8. De overeenkomst tussen [eiseres] en Mistergreen ziet op de koop van een nieuwe elektrische scooter tegen een koopsom van € 4.337,55 inclusief BTW. In september 2010 heeft Mistergreen de scooter aan [eiseres] geleverd. Vanaf het begin heeft [eiseres] op verschillende momenten richting Mistergreen klachten geuit over de scooter. Deze klachten hielden volgens [eiseres] telkens verband met - kort gezegd - een gebrekkige indicator en (daarmee samenhangende) onverwachte uitval van de scooter tijdens het rijden. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiseres] tussen partijen gevoerde correspondentie uit die tijd (zie hiervoor onder 1.) overgelegd. Het verweer van Mistergreen dat het in oktober/november 2010 om andere klachten ging dan in maart/april 2011 heeft Mistergreen, mede gelet op de inhoud van de door [eiseres] overgelegde correspondentie, onvoldoende gemotiveerd. Dat verweer wordt derhalve verworpen. Dat de scooter gebreken vertoonde, heeft Mistergreen voorts niet betwist. Zij heeft de scooter in de periode van september 2010 tot en met september 2011 meermalen teruggenomen voor onderzoeken en reparaties, waartoe de scooter in totaal (ongeveer) zes maanden bij Mistergreen heeft gestaan. Mistergreen heeft toen telkens geprobeerd de klachten en de daaraan ten grondslag liggende gebreken te verhelpen. Na de diverse onderzoeken en reparaties deden zich echter telkens opnieuw (al dan niet na enig tijdsverloop) klachten voor met betrekking tot de indicator en het uitvallen van de scooter. Op basis hiervan is de kantonrechter van oordeel dat de door Mistergreen aan [eiseres] geleverde scooter, zelfs na diverse door Mistergreen uitgevoerde onderzoeken en reparaties, niet aan de overeenkomst beantwoordde. Hierbij is van belang dat [eiseres] - onbetwist - heeft gesteld dat een compleet opgeladen accu van een elektrische scooter een afstand van 60 kilometer, zonder tussentijds opladen, moet kunnen rijden en dat dit bij de aan haar geleverde scooter zeker niet het geval was. Bovendien behoeft een koper van een nieuwe elektrische scooter met voornoemde aankoopprijs niet te verwachten dat als de indicator van de betreffende scooter (nagenoeg) vol aangeeft, de scooter tijdens het rijden zomaar uitvalt, zoals bij deze scooter het geval was.

9. Mistergreen heeft aangevoerd dat de klachten aan de scooter (op enig moment) veroorzaakt kunnen zijn door toedoen van [eiseres] zelf, nu [eiseres] van september 2010 tot en met maart 2011 in totaal (ongeveer) 2500 kilometer met de scooter heeft gereden en er tijdens de diverse ritten best een ongeluk gebeurd kan zijn of dat [eiseres] de scooter in die periode ondeugdelijk gebruikt kan hebben. Concrete feiten of omstandigheden die een dergelijke conclusie (kunnen) rechtvaardigen, heeft Mistergreen evenwel niet gesteld en zijn ook niet gebleken. Dit verweer van Mistergreen wordt derhalve reeds vanwege een onvoldoende concrete onderbouwing verworpen.

10. De slotsom van het voorgaande is dat Mistergreen door het leveren van een scooter die niet aan de overeenkomst beantwoordde, is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst, zodat het verweer van Mistergreen tegen de rechtsgeldigheid van de door [eiseres] bij brief van 26 september 2011 ingeroepen ontbinding wordt verworpen. De door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst op 26 september 2011 rechtsgeldig is ontbonden (vordering I.), is derhalve toewijsbaar.

11. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:271 BW is hiermee op 26 september 2011 een einde gekomen aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen. De vraag of de scooter nadien deugdelijk gerepareerd bij [eiseres] is afgeleverd, zoals Mistergreen stelt en [eiseres] betwist, doet derhalve niet terzake. Dit geschilpunt behoeft dan ook geen (verdere) bespreking.

Gevolgen van de ontbinding

Vorderingen terzake ongedaanmaking (vorderingen II. en III.)

12. De ontbinding van de overeenkomst heeft geen terugwerkende kracht, maar doet verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds geleverde prestaties ontstaan.

13. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de scooter terug moet naar Mistergreen. Nu Mistergreen de scooter, naar de kantonrechter de onbetwiste stellingen van [eiseres] begrijpt tegen de wil van [eiseres] bij haar heeft achtergelaten, zal het onder II. terzake gevorderde worden toegewezen zoals gevorderd.

14. Voorts dient [eiseres] de door haar aan Mistergreen betaalde koopsom van € 4.337,55 (inclusief BTW) terug te ontvangen. Voor zover vordering II. ziet op de veroordeling van Mistergreen tot betaling van dit bedrag, is dit derhalve in beginsel toewijsbaar.

15. Mistergreen heeft aangevoerd dat het op deze manier wel heel goedkoop is om (ongeveer) 2500 kilometer op een scooter te kunnen rijden. De kantonrechter begrijpt deze stelling van Mistergreen aldus dat Mistergreen zich erop beroept dat een vergoeding op de door haar aan [eiseres] terug te betalen koopsom in mindering gebracht moet worden vanwege het aantal kilometers dat [eiseres] met de scooter heeft gereden.

16. Ten aanzien van dit beroep wordt als volgt overwogen. Vaststaat dat [eiseres] de scooter, gelet op onder meer het aantal kilometers dat inmiddels met de scooter is gereden, thans niet aan Mistergreen kan terugleveren in de staat waarin deze in september 2010 aan haar is geleverd. Uit artikel 6:78 BW vloeit voort dat Mistergreen met toepassing van de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking recht heeft op schadevergoeding indien [eiseres] in verband met de omstandigheid dat zij niet in staat is om de scooter aan Mistergreen terug te geven in de staat waarin die zich bij levering bevond, een voordeel heeft genoten die [eiseres] niet zou hebben gehad indien zij de scooter wel in de oorspronkelijke staat zou hebben kunnen teruggeven, waarbij de schadevergoeding ten hoogste het bedrag van het betreffende voordeel kan betreffen. In dit licht is het aan Mistergreen om gemotiveerd te stellen welk voordeel [eiseres] heeft genoten, dat zij niet zou hebben gehad indien zij de scooter wel in de oorspronkelijke staat terug zou hebben kunnen geven. Mistergreen heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate gedaan door erop te wijzen dat [eiseres] zonder dat zij daarvoor iets heeft hoeven te betalen (anders dan verzekeringpremies) meerdere maanden van de scooter gebruik heeft kunnen maken en dat er toen (ongeveer) 2400 of 2500 kilometer met de scooter is gereden. Dit door Mistergreen gestelde aantal kilometers heeft [eiseres] erkend, althans niet voldoende gemotiveerd betwist. Weliswaar heeft [eiseres] terzake gesteld dat dit aantal kilometers inclusief de kilometers van enkele testritten van Mistergreen was, maar nu zij daarbij niet heeft vermeld hoeveel kilometers met die testritten (bij benadering) gepaard zijn gegaan, gaat de kantonrechter er vanuit dat [eiseres] in de maanden tot april 2011 in ieder geval niet veel minder dan 2400 kilometer met de scooter heeft gereden. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding het door [eiseres] genoten voordeel als bedoeld in artikel 6:78 BW te begroten op een bedrag van € 600,00. Dit bedrag zal de kantonrechter dan ook op de door Mistergreen terug te betalen koopsom van € 4.337,55 in mindering brengen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat niet is gesteld of gebleken dat [eiseres] in de periode na de terugontvangst van de scooter door haar op 30 november 2010 tot begin april 2011 bij Mistergreen heeft geklaagd over gebreken aan de scooter. Dit terwijl er, gelet op het aantal met de scooter gereden kilometers, wel vanuit gegaan moet worden dat in die maanden met de scooter is gereden. De stelling van [eiseres], die de kantonrechter aldus begrijpt, dat het rijden met de scooter in die periode geen voordeel voor haar zou hebben opgeleverd vanwege veelvuldig uitvallen van de scooter, heeft [eiseres] derhalve onvoldoende onderbouwd, zodat die stelling wordt verworpen.

17. Ter comparitie heeft Mistergreen overigens nog medegedeeld (naar aanleiding van door partijen tijdens de schorsing van de comparitie gevoerde schikkingsonderhandelingen, hetgeen toen reden voor de kantonrechter was om dit niet in het proces-verbaal van de comparitie op te nemen) dat de scooter door gebruik en tijdsverloop (ruim € 2.000,00) minder waard is geworden dan de door [eiseres] destijds betaalde koopsom. Dit gestelde nadeel levert evenwel niet een voordeel voor [eiseres] op als hiervoor bedoeld. Een andersluidende conclusie zou betekenen dat de waardevermindering van de scooter voor rekening van [eiseres] zou komen, hetgeen een uitkomst is die niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Artikel 7:10 lid 3 BW bepaalt immers dat als de koper op goede gronden het recht op ontbinding van de koopovereenkomst van een zaak inroept, deze voor risico van de verkoper blijft, en ingevolge artikel 7:10 lid 4 BW is de achteruitgang van de zaak door toedoen van de koper eveneens voor rekening van de verkoper. Hieruit volgt dat de koper (slechts) schadeplichtig is indien hij vanaf het moment dat hij redelijkerwijs rekening moet houden met het feit dat hij de zaak zal moeten teruggeven, niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud van die zaak heeft gezorgd. Dat die situatie zich hier heeft voorgedaan, is gesteld noch gebleken.

18. De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [eiseres] tot veroordeling van Mistergreen tot betaling aan haar van het bedrag van € 4.337,55 zal worden toegewezen tot een bedrag van (€ 4.337,55 – € 600,00 =) € 3.737,55.

19. De gevorderde wettelijke handelsrente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf 26 september 2011. Een grondslag om de wettelijke handelsrente toe te wijzen vanaf 30 augustus 2010 en dus vanaf een datum voor het ontstaan van de verbintenis tot ongedaanmaking, zoals [eiseres] primair vordert, ziet de kantonrechter niet.

20. Het als subsidiair gevorderde (vordering III.) behoeft, nu de primaire vorderingen worden toegewezen, geen bespreking.

Vordering tot schadevergoeding (vorderingen V.)

21. [eiseres] vordert voorts een bedrag van € 1.500,00 aan schadevergoeding (vordering V.). [eiseres] stelt hiertoe dat zij als gevolg van het wanpresteren van Mistergreen vervangend vervoer heeft moeten regelen en verzekeringspremies voor een ondeugdelijk product heeft moeten betalen.

22. Artikel 6:277 lid 1 BW bepaalt dat wanneer een overeenkomst wordt ontbonden de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd (in dit geval Mistergreen) verplicht is haar wederpartij (in dit geval [eiseres]) de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming, doch ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. Anders gezegd, Mistergreen is gehouden aan [eiseres] het verschil te vergoeden tussen enerzijds de hypothetische vermogenspositie van [eiseres] bij een in alle opzichten onberispelijke nakoming en anderzijds haar vermogenspositie bij een ontbinding zonder schadevergoeding na afwikkeling van de daaruit voorvloeiende restitutieplichten. Gevolg hiervan is dat de verzekeringspremies - wat de hoogte daarvan ook moge zijn - niet voor vergoeding door Mistergreen in aanmerking komen. Zowel in het geval van een in alle opzichten onberispelijke nakoming als in het geval van een ontbinding zonder schadevergoeding komen de verzekeringspremies immers voor rekening van [eiseres]. Van een verschil in vermogensposities is derhalve geen sprake.

23. De gevorderde schadevergoeding in verband met vervangend vervoer is evenmin toewijsbaar. Dit reeds vanwege het feit dat [eiseres] niet aan de hand van stukken of anderszins voldoende concreet heeft gesteld dat zij dergelijke kosten daadwerkelijk heeft gemaakt, zodat er niet van kan worden uitgegaan dat dit het geval is.

24. De slotsom van het voorgaande is dat de gevorderde schadevergoeding van € 1.500,00 (vordering V.) geheel zal worden afgewezen.

Overige vorderingen (vorderingen IV. en VI.)

25. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (vordering IV.) zal worden afgewezen. [eiseres] heeft immers nagelaten een omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden en uit de door [eiseres] overgelegde producties, waarnaar zij ter onderbouwing van haar vordering verwijst, kan niet worden afgeleid dat [eiseres] kosten heeft gemaakt die niet aangemerkt kunnen worden als kosten waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. De kosten waarvan [eiseres] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden geacht een vergoeding in te sluiten.

26. Gelet op de uitkomst van de procedure zal Mistergreen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres], tot op heden begroot op:

griffierecht € 437,00

explootkosten € 76,17

salaris gemachtigde € 400,00 (2 punten x tarief € 200,00)

______

totaal € 913,17

inclusief eventueel verschuldigde btw.

27. De gevorderde nakosten zijn in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen derhalve op de in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat de overeenkomst terzake de koop van de scooter op 26 september 2011 rechtsgeldig is ontbonden;

II. veroordeelt Mistergreen tot betaling aan [eiseres] van € 3.737,55 (drieduizend zevenhonderdzevenendertig euro en vijfenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 26 september 2011 tot aan de dag van algehele voldoening;

III. veroordeelt Mistergreen om de scooter terstond voor eigen rekening en risico van het terrein van [eiseres] weg te (doen) halen;

IV. veroordeelt Mistergreen in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 913,17 inclusief eventueel verschuldigde btw;

V. veroordeelt Mistergreen in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Mistergreen niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

VI. verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

VII. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. L.R. Wisse, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter