Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2598

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
07-11-2012
Zaaknummer
506165 - HA ZA 11-2844
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kunstveiling. Telefonische bieding vanuit het buitenland. Verkeerd stuk wordt aangekocht. Algemene voorwaarden veilinghuis van toepassing door kennisname brochure. Afdeling 6.5.3 BW (algemene voorwaarden) niet van toepassing ingevolge artikel 6:247 lid 2 BW. Exoneratiebeding voor telefonische biedingen niet in strijd met redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/500

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 506165 / HA ZA 11-2844

Vonnis van 29 augustus 2012

in de zaak van

[EISER],

wonende te [--],

eiser,

advocaat mr. M. Straus,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHRISTIE'S AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. K. Dadi.

Partijen zullen hierna [eiser] en Christie's genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 december 2011, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 18 april 2012, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 6 juni 2012, met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is een antiquair, gevestigd in [plaats], Italië. Christie’s is een veilinghuis te Amsterdam.

2.2. Naast de mogelijkheid om veilingen zelf bij te wonen biedt Christie’s veilingdeelnemers de mogelijkheid om telefonisch mee te bieden. Op verzoek wordt de telefonische bieder tijdens de veiling door een medewerker van Christie’s gebeld, zodat hij mee kan bieden alsof hij in de zaal zit. De veilingmedewerker zit in de zaal, biedt namens de telefonische bieder en vertelt hem wat de andere biedingen in de zaal zijn. Deze dienst wordt gratis door Christie’s verleend.

2.3. De algemene voorwaarden van Christie’s vermelden omtrent telefonisch biedingen, voor zover relevant, het volgende.

“(…)

Christie’s does not accept liability whatsoever for failure to make a telephone bid or for failure to correctly execute a telephone bid.

(…)”

2.4. Op 21 maart 2011 heeft [eiser] Christie’s per e-mail verzocht om telefonisch mee te kunnen bieden op (onder meer) een middeleeuwse houten sculptuur (hierna: de sculptuur). De sculptuur zou de volgende dag geveild worden onder lotnummer 184.

2.5. Op 22 maart 2011 heeft de heer [A] (hierna: [A]), werkzaam bij Christie’s, namens [eiser], met wie hij telefonisch in verbinding stond, aan de veiling deelgenomen. Per abuis is door [A] niet op de sculptuur geboden, maar op een wandtapijt. [A] verkeerde in de veronderstelling dat na de veiling van lotnummer 183 het volgende te veilen object de sculptuur met lotnummer 184 zou zijn, maar het wandtapijt met lotnummer 183A kwam daar tussen door. [A] heeft namens [eiser] het hoogste bod op het wandtapijt uitgebracht (€ 8.000,00), welk bod door de verkoper is geaccepteerd. De sculptuur met lotnummer 184 is daarna aan een derde verkocht voor een bedrag van € 16.000,00.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verklaart voor recht dat Christie’s aansprakelijk is voor zijn schade doordat hij niet in staat is gesteld om mee te bieden op lotnummer 184, alsmede Christie’s veroordeelt de door [eiser] geleden schade te vergoeden ad € 40.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van Christie’s in de proceskosten.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Christie’s wanprestatie jegens hem heeft gepleegd en aansprakelijk is voor de door hem als gevolg daarvan geleden schade. De schade bestaat uit de gederfde winst uit de reeds overeengekomen doorverkoop van de sculptuur aan een klant van [eiser].

3.2. Christie's voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Niet in geschil is dat op het onderhavige geschil Nederlands recht van toepassing is en dat de Nederlandse rechter bevoegd is.

4.2. Christie’s beroept zich (onder meer) op de exoneratie voor telefonische biedingen zoals opgenomen in haar algemene voorwaarden. [eiser] heeft kennis genomen van de algemene voorwaarden, want deze staan afgedrukt in de brochure waarin (onder meer) de veiling van de sculptuur is aangekondigd. [eiser] heeft ofwel de papieren versie van de brochure ontvangen (hij had eerder meegedaan aan telefonische biedingen en aan hem zijn verschillende catalogi opgestuurd), ofwel de op het internet geplaatste catalogus gezien, die identiek is aan de papieren versie. Zonder inzage in de brochure kan [eiser] nooit hebben geweten van de veiling van de sculptuur. Door deel te nemen aan de veiling heeft [eiser] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden aanvaard. Christie’s mocht daar in ieder geval gerechtvaardigd op vertrouwen, aldus steeds Christie’s.

4.3. [eiser] betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Deze zijn niet aan hem ter hand gesteld en nooit door hem aanvaard. Daarnaast heeft [eiser] geen kennis kunnen nemen van de algemene voorwaarden, aangezien hij geen Engels spreekt. Voorts is het exoneratiebeding onredelijk bezwarend en dus vernietigbaar. Het beroep van Christie’s op het exoneratiebeding is ten slotte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, nu [eiser] niet over de algemene voorwaarden heeft kunnen onderhandelen en door Christie’s roekeloos is gehandeld, aldus steeds [eiser].

4.4. De rechtbank overweegt als volgt. Voor zover [eiser] met zijn stelling dat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld bedoelt zich te beroepen op artikel 6:233 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), faalt dit beroep. Christie’s doet terecht een beroep op artikel 6:247 lid 2 BW, waarin is bepaald dat in een internationale rechtsverhouding tussen partijen die handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, afdeling 6.5.3 (de afdeling die handelt over algemene voorwaarden en waarvan artikel 6:233 BW deel uitmaakt) niet van toepassing is. De rechtbank overweegt voorts dat [eiser] niet heeft weersproken dat hij de catalogus, met daarin de algemene voorwaarden, heeft ontvangen. Dat wordt dan ook als vaststaand feit aangenomen. De rechtbank is met Christie’s van oordeel dat [eiser], door vervolgens deel te nemen aan de veiling, de algemene voorwaarden heeft aanvaard. Deze aanvaarding is, zoals Christie’s terecht aanvoert, op grond van artikel 3:37 lid 1 BW vormvrij en kan liggen in een gedraging, zoals in het onderhavige geval de deelname aan de veiling. Voor zover heeft te gelden dat [eiser] niet de wil heeft gehad om de algemene voorwaarden te aanvaarden, geldt hoe dan ook dat Christie’s, gezien de deelname van [eiser] aan de veiling, er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat die wil wel aanwezig was (artikel 3:35 BW). Dat [eiser] geen Engels spreekt doet aan het voorgaande niet af. Een internationaal opererende kunsthandelaar als [eiser], die alvorens deel te nemen aan een veiling in een ander land een brochure met betrekking tot die veiling heeft ontvangen, behoort te begrijpen dat daarin algemene voorwaarden kunnen staan. Indien hij zelf de Engelse taal niet machtig is, ligt het op zijn weg om met behulp van iemand die dat wel is zich van het bestaan en de inhoud van de algemene voorwaarden te vergewissen. Bij gebreke daarvan wordt [eiser] geacht de algemene voorwaarden te hebben aanvaard.

4.5. Het betoog van [eiser] dat het exoneratiebeding onredelijk bezwarend zou zijn wordt verworpen, nu, zoals hiervoor reeds is overwogen, artikel 6:233 sub a BW toepassing mist. [eiser] heeft voorts onvoldoende onderbouwd dat toepassing van het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Niet valt in te zien waarom de omstandigheid dat [eiser] niet heeft onderhandeld over de algemene voorwaarden in dit verband relevant is. Van roekeloosheid aan de zijde van Christie’s is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Wel is sprake van een fout van van Christie’s. De rechtbank overweegt dat een dergelijke fout bij telefonische biedingen denkbaar (en voorspelbaar) is en acht het, te meer nu deze dienst gratis wordt aangeboden, niet onredelijk dat Christie’s aansprakelijkheid daarvoor wenst uit te sluiten.

4.6. Nu het beroep van Christie’s op het exoneratiebeding slaagt, behoeven de overige stellingen en verweren van partijen geen bespreking. De vordering zal worden afgewezen.

4.7. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Christie's worden begroot op:

- griffierecht € 1.744,00

- salaris advocaat € 1.788,00 (2 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.532,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Christie's tot op heden begroot op € 3.532,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Bijleveld en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2012.?