Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2091

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2012
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
HA RK 12-47
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot wraking van de wrakingskamer is gebaseerd op de weigering om de behandeling van de zaak aan te houden. Deze weigering is echter een procedurele beslissing en is niet onbegrijpelijk. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen. Omdat verzoekster het middel tot wraking bij herhaling en zonder deugdelijke grondslag inzet, wordt de anti-misbruikbepaling toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beschikking op het ter zitting van 3 februari 2012 ingediende en onder rekestnummer HA RK 12-47 ingeschreven verzoek van:

[ ],

wonende te [ ],

hierna verzoekster,

welk verzoek strekt tot wraking van mrs. N.C.H. Blankevoort (voorzitter),

R.H. de Vries en M.A.H. van Dalen-van Bekkum (leden) van de wrakingskamer, hierna de rechter(s).

Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 februari 2012.

Dit stuk is (voor zover niet in hun bezit), voor de zitting aan verzoekster en de rechters toegezonden.

- de pleitnotitie van verzoekster, ter zitting door verzoekster overgelegd.

De rechters hebben meegedeeld niet in de wraking te berusten. Voorts hebben zij meegedeeld dat de voorzitter van de wrakingskamer van 3 februari 2012, tijdens de behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek het woord namens hen zal voeren.

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 maart 2012 waar verzoekster en de voorzitter zijn verschenen. Verzoekster heeft ter zitting haar standpunt nader toegelicht.

1. Feiten

- Verzoekster is in de zaak met parketnummer [ ] gedagvaard wegens overtreding van de Leerplichtwet.

- Desgevraagd zijn tijdens de behandeling van die zaak op een zitting van 9 mei 2011 aan verzoekster de namen en initialen van de rechter en de officier van justitie, evenals die van de aanwezige leerplichtambtenaar genoemd. Vervolgens is de behandeling van deze zaak aangehouden om verzoekster in de gelegenheid te stellen na te gaan wat de nevenfuncties zijn van de rechter en de officier van justitie.

- Voor aanvang van de voorgezette behandeling van de zaak ter zitting van 14 juli 2011 heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de behandelend rechter mr. [ ] ingediend. Dit verzoek is bij uitspraak van de wrakingskamer (in een andere samenstelling) van 7 september 2011 afgewezen.

- Op 23 januari 2012 is de behandeling van voormelde strafzaak voortgezet. Verzoekster stelt dat zij de behandelend rechter toen opnieuw heeft gewraakt.

- Een tweede verzoek tot wraking is ter zitting van 3 februari 2012 door de wrakingskamer behandeld. Een kopie van de handgeschreven aantekeningen van de griffier van de behandeling ter zitting van 23 januari 2012 zijn daarbij aan verzoekster op de zitting uitgereikt. Omdat verzoekster meldde dat zij deze aantekeningen niet kon lezen, zijn deze door de jongste rechter aan haar voorgelezen. Verzoekster wenste vervolgens aanhouding van de behandeling van het wrakingsverzoek met enige dagen of weken om de aantekeningen te kunnen bestuderen.

- De wrakingskamer heeft dit verzoek afgewezen. Dit was reden voor verzoekster om de wrakingsrechters te wraken.

2. Het verzoek en de gronden daarvan

Zoals hiervoor is vermeld baseert verzoekster haar verzoek tot wraking op de weigering van haar verzoek tot aanhouding van de behandeling.

3. De reactie van de rechters

De rechters hebben gemotiveerd bestreden dat er sprake is van partijdigheid dan wel de schijn van partijdigheid. Voor zover van belang wordt hun reactie hierna besproken.

4. De ontvankelijkheid van het verzoek/de gronden van de beslissing

4.1. Ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter, zowel in voornoemde zin als in de zin van artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

4.4 De weigering van de wrakingskamer om de behandeling aan te houden is een procedurele beslissing. Dat wil zeggen een beslissing over het verloop van de procedure. Volgens vaste jurisprudentie (onder meer LJN: BV0737) kan een dergelijke beslissing in beginsel niet tot wraking leiden. Dit is slechts anders indien een beslissing zo onbegrijpelijk is dat doordoor de schijn van vooringenomenheid wordt gewekt. Hiervan is echter geen sprake. De beslissing is door de voorzitter toegelicht. Hij heeft verklaard dat de wrakingskamer een aanhouding niet nodig vond, omdat de feiten en standpunten eenvoudig en duidelijk waren.

4.5 Anders dan verzoekster kennelijk meent, staat de juistheid van beslissingen van (wrakings)rechters niet ter beoordeling van een opvolgende wrakingskamer. Dit betekent dat het verzoek dient te worden afgewezen. Omdat verzoekster het middel tot wraking bij herhaling zonder deugdelijke grondslag inzet is naar het oordeel van de rechtbank inmiddels sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen leden van de rechtbank belast met de behandeling van het verzoek tot wraking van (leden van) de wrakingskamer en van (kanton)rechters in de strafzaak met parketnummer [ ] niet meer in behandeling zal worden genomen;

- bepaalt dat de behandeling van het wrakingsverzoek gericht tegen mr. [ ] wordt voortgezet in de stand waarin dit zich bevond ten tijde van het indienen van het onderhavige wrakingsverzoek.

Aldus gegeven door mr. M. van Walraven (voorzitter) en mrs. M.W. van der Veen

en C.M. Degenaar, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

30 maart 2012 in tegenwoordigheid van H.A.J. van der Lee als griffier.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 Lid 5 Sv, geen voorziening open.