Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2025

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-01-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
HA RK 11-433
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Een partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker kan niet worden afgeleid uit het feit dat de rechter ter zitting in de ogen van verzoeker een onjuist en voor hem nadelig besliskader heeft geschetst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beschikking op het op 14 december 2011 ingekomen en onder rekestnummer

HA RK 11-433 ingeschreven verzoek van :

[ ],

wonende te [ ],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. [ ], rechter in de sector bestuursrecht te Amsterdam, hierna: de rechter.

1. Verloop van de procedure

De rechter was als voorzitter belast met de behandeling ter zitting van de meervoudige kamer van de Sector Bestuursrecht op 7 december 2011, van de zaak met nummer [ ].

Op 14 december 2011 is het verzoek tot wraking ontvangen. De rechter heeft op 23 december 2011 een schriftelijke reactie ingezonden. Zij heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten.

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 januari 2012. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze beslissing is gehecht. Verzoeker is in persoon verschenen. De rechter is zoals tevoren is meegedeeld, niet verschenen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:

- het verzoek tot wraking;

- de schriftelijke reactie van de rechter.

Deze stukken zijn voor de zitting van 6 januari 2012 aan verzoeker ter hand gesteld. Verzoeker heeft ter zitting verklaard hiervan kennis te hebben genomen.

2. Overwegingen

2.1 In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

2.2 Op grond van het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een wrakingsverzoek als het onderhavige, worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden.

2.3 Verzoeker heeft desgevraagd ter zitting van 6 januari 2012 meegedeeld dat bij hem eerst na de zitting van 7 december 2011 het inzicht is ontstaan dat de rechter niet onbevooroordeeld was ten aanzien van het door hem ingestelde beroep. Voorts deelde hij mee dat primair reageren moeilijk voor hem is. Pas nadat hij de gang van zaken rustig had kunnen overdenken werd hem duidelijk dat de voorzitter een vooringenomenheid jegens hem leek te koesteren. Gelet hierop en omdat hij na de behandeling ter zitting, slechts na vijf dagen het onderhavige verzoek indiende, is de rechtbank van oordeel dat het wrakingsverzoek tijdig is gedaan.

2.4 Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter niet onpartijdig is dan wel een vooringenomenheid koestert, objectief gerechtvaardigd is.

2.5 Ter zitting van 6 januari 2012 heeft verzoeker verklaard dat de rechter in haar reactie correct heeft weergegeven wat zij hem ter zitting heeft meegedeeld. Het betreft het volgende: “Het is juist dat ik heb gezegd dat het bij een Wob-verzoek dus gaat om openbaarmaking aan een ieder en dat dit zo kan worden begrepen dat het gaat om documenten die op de website van de gemeente zouden kunnen worden gepubliceerd”.

2.6 Uit wat verzoeker heeft aangevoerd blijkt dat hij het niet eens is met het door de rechter geschetste besliskader. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij verrast was dat de zaak niet langer door een enkelvoudige - maar door een meervoudige kamer werd behandeld. Dit in samenhang bezien met het door de rechter geschetste wettelijk kader, dat naar zijn mening een vernietiging van het eerder door één van de andere leden van de meervoudige kamer gegeven tussen beslissing in zou houden, betekent dat hij niet kan uitsluiten dat de rechter een vooringenomenheid jegens hem koesterde.

2.7 De rechtbank overweegt het volgende. Een partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker kan niet worden afgeleid uit het feit dat die rechter ter zitting in de ogen van verzoeker een onjuist en voor hem nadelig besliskader heeft geschetst. Op die grond faalt het wrakingsverzoek dan ook. Voor het overige heeft verzoeker onvoldoende concreet onderbouwd dat de rechter partijdig of vooringenomen jegens hem is geweest. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Aldus gegeven door mr. M. van Walraven, voorzitter, en mrs. R.H. de Vries en

C.M. Degenaar, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 januari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18, vijfde lid, Awb, geen rechtsmiddel open.