Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1563

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2012
Datum publicatie
30-10-2012
Zaaknummer
523962 / HA ZA 12-1006 (incident)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voegingsincident, verknochtheid met andere procedure met deels andere partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 523962 / HA ZA 12-1006

Vonnis in incident van 19 september 2012

in de zaak van

1. de maatschap

[A] NETWERK NOTARISSEN,

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NANDU B.V.,

gevestigd te Hilversum,

3. [B],

wonende te [plaats],

eisers in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. J.D. Veltman te Enschede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEVER HOLDING PARTICIPATIES B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. drs. H.J.M. van Schie te Schiphol-Rijk.

Partijen zullen hierna [A] en Bever Holding genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging met producties;

- de akte wijziging eis in het incident van de zijde van [A];

- de incidentele conclusie van antwoord zijdens Bever Holding.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. [A] vordert na wijziging eis dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer 513781/ HA ZA 12-395. Bever Holding voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.2. Ter onderbouwing van haar vordering, heeft [A] gesteld dat zij in de zaak met zaak- en rolnummer 513781/ HA ZA 12-395 is gedagvaard door de heer [C], de heer [D], [E] en de Kamer van Koophandel waarin door hen als eisende partijen een verklaring voor recht wordt gevorderd dat de percelen Melkpad 22 en 26 te Hilversum niet met enig gebruiksrecht zijn bezwaard en dat geen der eisers verplicht is de parkeerplaatsen aan [A] ter beschikking te stellen noch een schadevergoeding te betalen uit hoofde van een overeenkomst of onrechtmatige daad. [A] heeft in die procedure een eis in reconventie ingesteld die veel verwantschap toont met de vordering in de onderhavige zaak. Nu het feitencomplex in beide zaken overeenkomt, zijn de feitelijke en juridische geschilpunten vrijwel identiek. Voeging is dan ook noodzakelijk om tegenstrijdige beslissing te voorkomen en geraden uit het oogpunt van procesefficiëntie en doelmatigheid, aldus nog steeds [A].

2.3. Bever Holding heeft bij wijze van verweer en voor zover van belang aangevoerd dat voeging niet doelmatig is nu de partijen in beide zaken niet identiek zijn. Daarom kan

-als gevolg van het gevoerde partijdebat- in beide procedures verschil optreden in de vaststelling van de feiten en/of geschilpunten en daarmee leiden tot een andere uitkomst. Bovendien is in de zaak 513781/ HA ZA 12-395 op 24 september 2012 een comparitie bepaald en leidt voeging tot onredelijke vertraging van die procedure, aldus Bever Holding.

2.4. De rechtbank stelt voorop dat van verknochtheid van zaken sprake is wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere, of daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Van verknochtheid kan ook sprake zijn als de zaken zich afspelen tussen verschillende partijen. Naar de rechtbank de stellingen van [A] begrijpt, heeft het geschil in de onderhavige zaak en in de zaak 513781/ HA ZA 12-395 betrekking op de door [A] gestelde en door gedaagde respectievelijk voornoemde eisers betwiste rechten op het gebruik van een viertal parkeerplaatsen op het perceel Melkpad 22 althans 26 te Hilversum. Naar de rechtbank als onvoldoende weersproken van de zijde van Bever Holding uit de stellingen van [A] afleidt, vormen de door [A] gestelde (gebruiks)rechten derhalve niet alleen in de onderhavige zaak maar ook in de zaak 513781/ HA ZA 12-395 de kern van het geschil. Gelet daarop is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gebleken dat beide zaken zodanig verknocht zijn, dat een gezamenlijke behandeling en berechting van de zaken uit doelmatigheids-overwegingen en ter voorkoming van tegenstrijdige beslissingen is aangewezen. Dat in de zaak 513781/ HA ZA 12-395 reeds een comparitie is bepaald, maakt dit niet anders. Ter comparitie kunnen de gevolgen van de voeging met de onderhavige zaak worden besproken.

2.5. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de verzochte voeging zal worden toegewezen. De rechtbank zal Bever Holding als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident aan de zijde van [A] veroordelen, welke worden begroot op € 452,=.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst de verzochte voeging met de zaak onder zaaknummer

513781/ HA ZA 12-395 toe;

3.2. veroordeelt Bever Holding in de kosten van het incident, aan de zijde van [A] begroot op € 452,=;

in de hoofdzaak

3.3. verwijst de zaak naar de rol van 31 oktober 2012 voor conclusie van antwoord;

3.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2012.?