Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1333

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
25-10-2012
Zaaknummer
1353274 - HA EXPL 12-192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ziekenhuis vordert betaling door patiënt van de kosten van verrichte medische behandelingen in de periode 3 augustus tot en met 31 augustus 2011. Patiënt was tot 11 augustus 2011 onverzekerd voor ziektekosten. Met ingang van 11 augustus 2011 heeft patiënt een ziektekostenverzekering afgesloten. Patiënt vindt dat de ziektekostenverzekeraar de kosten van de behandelingen die vanaf 11 augustus 2011 zijn verricht voor zijn rekening dient te nemen. De kantonrechter oordeelt dat het ziekenhuis buiten het meningsverschil tussen de patiënt en de ziektekostenverzekeraar staat. De patiënt is op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst met het ziekenhuis verplicht de rekening van het ziekenhuis te betalen. Indien de patiënt vindt dat de ziektekostenverzekeraar de kosten van de behandelingen die vanaf 11 augustus 2011 zijn verricht, moet vergoeden, zal de patiënt zich daarvoor tot de ziektekostenverzekeraar moeten richten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector kanton

locatie: Hilversum

Zaaknummer en rolnummer: 1353274 \ HA EXPL 12-192

Uitspraak: 12 september 2012

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de stichting Meander Medisch Centrum,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

nader te noemen Meander,

gemachtigde [gerechtsdeurwaarder],

t e g e n

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [plaats],

nader te noemen de heer [A],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats],

nader te noemen mevrouw [A],

gedaagden,

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 24 mei 2012 inhoudende de vordering van Meander, met producties;

- de conclusie van antwoord van de heer en mevrouw [A].

Ingevolge het tussenvonnis van 11 juli 2012 heeft een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan bevindt zich bij de stukken.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1. Meneer en mevrouw [A] zijn gedurende de periode 2007 tot 11 augustus 2011 niet verzekerd geweest voor ziektekosten.

2. Meneer [A] heeft op 4 mei 2011 een poliklinisch consult gehad bij Meander. Meander heeft daarvoor op 16 juni 2011 een factuur naar meneer [A] gestuurd met een te betalen bedrag van € 97,65.

3. Mevrouw [A] is in de periode 3 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2011 bij Meander behandeld. Meander heeft daarvoor op 8 september 2011 een factuur naar mevrouw [A] gestuurd met een te betalen bedrag van in totaal € 4.842,67.

4. Meneer en mevrouw [A] hebben met ingang van 11 augustus 2011 een ziektekostenverzekering afgesloten bij Agis zorgverzekeringen (hierna: Agis).

5. Meneer en mevrouw [A] hebben de facturen van Meander niet betaald.

6. Meander heeft de vordering op meneer en mevrouw [A] ter incasso uit handen gegeven aan [gerechtsdeurwaarder]. [gerechtsdeurwaarder] heeft meneer en mevrouw [A] herhaaldelijk bij brief gesommeerd om de facturen te betalen en heeft telefonisch overleg gehad met mevrouw [A]. Betaling is ook toen uitgebleven.

7. Op de behandelingsovereenkomsten tussen Meander en meneer en mevrouw [A] zijn de algemene betalingsvoorwaarden van Meander van toepassing.

Vordering en verweer

8. Meander vordert dat meneer en mevrouw [A] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zullen worden veroordeeld tot betaling van:

a. € 4.940,32 (€ 97,65 + € 4.842,67) aan hoofdsom;

b. € 864,42 aan buitengerechtelijke incassokosten;

c. € 124,97 aan verschenen rente, berekend vanaf 30 dagen na de factuurdatum;

d. rente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke kosten vanaf de datum van dagvaarding;

e. de proceskosten.

9. Meander stelt kort gezegd dat zij in opdracht van meneer en mevrouw [A] medische behandelingen heeft verricht. Meneer [A] is voor deze behandelingen een bedrag van € 97,65 verschuldigd en mevrouw [A] een bedrag van € 4.842,67. De vordering van Meander moet zo worden begrepen dat Meander vordert dat meneer [A] wordt veroordeeld € 97,65 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en dat mevrouw [A] wordt veroordeeld € 4.842,67 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

10. Meneer en mevrouw [A] voeren het volgende verweer tegen de vordering.

Meneer en mevrouw [A] zijn slechts een vergoeding aan Meander verschuldigd voor de behandelingen die Meander tot 11 augustus 2011 heeft verricht omdat zij met ingang van 11 augustus 2011 een ziektekostenverzekering hebben afgesloten.

Beoordeling

11. Niet in geschil is dat meneer [A] de factuur van Meander van € 97,65 dient te betalen. De kantonrechter zal meneer [A] dan ook veroordelen dit bedrag te betalen.

12. De kantonrechter verwerpt het verweer van mevrouw [A] dat zij de behandelkosten die Meander aan haar in rekening heeft gebracht over de periode van 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2011 niet hoeft te betalen. Meander heeft op verzoek van mevrouw [A], mevrouw [A] behandeld. Tussen Meander en mevrouw [A] is daarmee een geneeskundige behandelingsovereenkomst tot stand gekomen. Mevrouw [A] is op grond van deze overeenkomst verplicht Meander voor de verrichte behandelingen te betalen. Mevrouw [A] en Agis verschillen van mening of Agis de kosten van de door Meander verrichte behandelingen over de periode 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2011 aan mevrouw [A] dient te vergoeden op grond van de verzekeringsovereenkomst die mevrouw [A] en Agis met ingang van 11 augustus 2011 zijn aangegaan. Agis heeft mevrouw [A] laten weten de behandelkosten over de periode 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2011 niet aan mevrouw [A] te vergoeden omdat deze kosten voortvloeien uit een (eerste) melding van 3 augustus 2011 en deze datum voor de ingangsdatum van de ziektekostenverzekering ligt, aldus mevrouw [A]. Mevrouw [A] kan zich niet in het standpunt van Agis vinden. De kantonrechter overweegt dat Meander buiten het meningsverschil tussen mevrouw [A] en Agis staat. Indien mevrouw [A] vindt dat Agis de kosten van de behandeling vanaf 11 augustus 2011 aan haar dient te vergoeden, zal zij zich hiervoor tot Agis moeten richten. De kantonrechter wijst mevrouw [A] in dat verband op de mogelijkheid om het geschil met Agis ter beoordeling voor te leggen aan de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (zie website: www.skgz.nl).

13. De kantonrechter concludeert dat Meander op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen Meander en mevrouw [A] recht heeft op betaling van het bedrag van € 4.842,67. De kantonrechter zal mevrouw [A] daarom veroordelen dit bedrag aan Meander te betalen.

14. De kantonrechter zal meneer en mevrouw [A] veroordelen om de wettelijke rente te vergoeden over de bedragen van € 97,65 en € 4.842,67 vanaf 30 dagen na de factuurdatum. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden gaat de wettelijke rente vanaf dat moment lopen. De factuur die aan meneer [A] is gericht heeft als datum 16 juni 2011. Meneer [A] is over het bedrag van € 97,55 dus de wettelijke rente verschuldigd vanaf 16 juli 2011. De factuur die aan mevrouw [A] is gericht heeft als datum 8 september 2011. Mevrouw [A] is over het bedrag van € 4.842,67 de wettelijke rente verschuldigd vanaf 8 oktober 2011.

15. Meander heeft daarnaast vergoeding gevorderd van de buitengerechtelijke kosten van in totaal € 864,42 inclusief btw. Volgens Meander zijn meneer en mevrouw [A] deze vergoeding verschuldigd op grond van artikel 7 van de toepasselijke algemene voorwaarden en artikel 6:96 lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7 van de algemene voorwaarden van Meander bepaalt dat de buitengerechtelijke kosten voor rekening komen van de cliënt en dat de buitengerechtelijke kosten 15% van het achterstallige bedrag bedragen met een minimum van € 50,-- exclusief btw. De kantonrechter stelt vast dat meneer en mevrouw [A] consumenten zijn. De kantonrechter dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) dan ambtshalve te beoordelen of artikel 7 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. De kantonrechter acht het hier aan de orde zijnde beding onredelijk bezwarend voor meneer en mevrouw [A] nu het leidt tot een hoger bedrag aan buitengerechtelijke kosten dan op grond van de kantonstaffel als genoemd in het Rapport Voor-werk II redelijk wordt geacht en normaal in rekening wordt gebracht. Dit heeft tot gevolg dat het beding, voor zover het leidt tot een hoger bedrag dan op grond van die tarieven juist wordt geacht, voor het meerdere op grond van artikel 3:40 jo. 6:233 onder a BW als nietig moet worden beschouwd. De vordering van Meander tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is slechts toewijsbaar tot een bedrag gelijk aan de tarieven van de kantonstaffel in het Rapport Voor-werk II. Ook op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW heeft Meander geen recht op een hoger bedrag. De kantonrechter zal meneer [A] overeenkomstig de toepasselijke kantonstaffel veroordelen tot betaling van € 44,03 inclusief btw en mevrouw [A] tot betaling van € 714,00 inclusief btw als vergoeding voor de gemaakte buitengerechtelijke kosten. Meander vordert vergoeding van de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten vanaf de datum van dagvaarding. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen.

16. Bij deze uitkomst van de procedure worden meneer en mevrouw [A] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Meander. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van Meander tot op heden op:

griffierecht € 437,00

explootkosten € 104,64

salaris gemachtigde € 200,00 (1 punt x € 200,00)

______

totaal € 741,64

inclusief eventueel verschuldigde btw;

De kantonrechter kent voor de berekening van het salaris van de gemachtigde alleen een punt toe voor het opstellen van de dagvaarding door [gerechtsdeurwaarder]. Meander is op de comparitie vertegenwoordigd door een werknemer. Meander heeft niet gesteld dat met deze vertegenwoordiging ook proceskosten gemoeid zijn zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet voor de comparitie eveneens een salarispunt toe te kennen.

De kantonrechter zal de proceskosten tussen meneer en mevrouw [A] verdelen overeenkomstig de verhouding van de bedragen waartoe zij zijn veroordeeld. Meneer [A] is gehouden € 18,54 (2,5%) te betalen voor de proceskosten van Meander en mevrouw [A] is gehouden € 723,10 (97,5%) te betalen.

17. Indien meneer en mevrouw [A] de bedragen waartoe zij veroordeeld zijn niet in één keer kunnen betalen, kunnen zij contact opnemen met [gerechtsdeurwaarder] voor een betalingsregeling. Meander heeft de kantonrechter op de zitting meegedeeld dat Meander bereid is om een betalingsregeling met meneer en mevrouw [A] te treffen (ook) nadat vonnis is gewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt meneer [A] tot betaling aan Meander van:

- € 97,65 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van betaling;

- € 44,03 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

- € 18,54 aan proceskosten.

II. veroordeelt mevrouw [A] tot betaling aan Meander van:

- € 4.842,67 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2011 tot aan de dag van betaling;

- € 714,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

- € 723,10 aan proceskosten.

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.C.M. Oude Hengel, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter