Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1182

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2012
Datum publicatie
31-10-2012
Zaaknummer
511471 / 12-245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Powned heeft eiser er eind 2011 in diverse uitzendingen van haar nieuwsprogramma Pownews en op haar website van beschuldigd dat hij corrupt is. Dit heeft Powned afgeleid uit een heimelijk opgenomen telefoongesprek tussen eiser en de financieel adviseur van de componist. Een deel van dat gesprek is in de uitzending uitgezonden.

In deze procedure heeft eiser onder meer rectificatie en schadevergoeding gevorderd.

De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af. Na afweging van de wederzijdse belangen oordeelt de rechtbank dat Powned zich niet onrechtmatig heeft gedragen door eiser corrupt te noemen. ‘Corrupt’ is geen wettelijk begrip is en kent geen eenduidige betekenis. Het kan duiden op diverse ernstige strafrechtelijke verwijten, zoals fraude, omkoping en afpersing. Het begrip kan echter ook duiden op ‘vriendjespolitiek’, misbruik van macht en ander ‘niet integer’ handelen. Bij de beoordeling of de beschuldiging voldoende steun vindt in de feiten, is daarom in overwegende mate van belang de inhoud die Powned zelf in haar uitzendingen aan het begrip ‘corrupt’ heeft gegeven. Powned heeft de beschuldiging van corruptie geplaatst in de context van integriteit. De kern van de beschuldiging is namelijk dat eiser heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid van Buma/Stemra aan te wenden in ruil voor één derde van de uitgavenrechten van het werk van een componist. Powned heeft deze beschuldiging op het telefoongesprek mogen baseren. Daarmee heeft Powned een misstand blootgelegd. De werkwijze van Powned is niet onzorgvuldig geweest en aan Powned komt als persorgaan de vrijheid toe om te overdrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 511471 / 12-245

Vonnis van 24 oktober 2012

in de zaak van

1. [eiser],

wonende te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HIGH FASHION MUSIC B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eiseressen,

advocaat mr. J.G.J. van Groenendaal te Amsterdam,

tegen:

de vereniging POWNED,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseressen] en Powned genoemd worden. Daar waar eiseressen afzonderlijk worden genoemd zullen zij worden aangeduid als [eiser] en High Fashion Music.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 februari 2012 met producties;

- de akte van depot van [eiseressen] van 14 maart 2012 met twee dvd’s;

- de conclusie van antwoord;

- de akte overlegging producties en akte van depot met één dvd van 25 april 2012 van Powned;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 23 mei 2012, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van 7 september 2012, met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Betrokkenen

2.1. [eiser] is oprichter en enig aandeelhouder van High Fashion Music. High Fashion Music beheert en exploiteert de exploitatierechten van geluidsopnamen van diverse artiesten en labels. [eiser] is sinds mei 2010 bestuurslid van Buma/Stemra, de auteursrechtenorganisatie van muziekauteurs in Nederland.

2.2. Powned is een publieke omroepvereniging die haar nieuwsprogramma Pownews uitzendt op Nederland 3. Ook brengt zij nieuws naar buiten via haar website, pownet.tv. In het uittreksel van de Kamer van Koophandel Amsterdam staat bij “Activiteiten”:

“Het verzorgen en uitzenden van programma’s voor radio, televisie en internet; het bieden van een tegenwicht aan de gevestigde politieke, bestuurlijke en journalistieke belangen in Nederland, door een eigenzinnige manier van nieuws, infotainment en satire maken, zoals die door de website Geen Stijl is ontwikkeld; commu- nity-based werken, inclusief de directe, inter- actieve deelname van reaguurders, een groep die zich niet beperkt tot het consumeren van informatie, maar die zelf informatie verzamelt, verspreidt en checkt.”

2.3. De componist [A] (verder: [A]) heeft in 2006 een muziekstuk gecomponeerd voor een anti-piraterij filmpje voor Filmwereld. Filmwereld is een platform van partijen in de filmwereld dat onder meer strijdt tegen het illegaal kopiëren van films. Dit filmpje werd voorafgaand aan de hoofdfilm vertoond in onder meer bioscopen en op huur- en koop dvd’s. [A], die is aangesloten bij Buma/Stemra, heeft zijn werk in januari 2007 geregistreerd bij Buma/Stemra. [A] heeft een geschil met Buma/Stemra over (het uitblijven van) inkomsten uit de exploitatie van zijn muziekstuk.

2.4. [A] werd in het kader van bovengenoemd geschil sinds 2008 bijgestaan door een financieel adviseur/manager, [B] (verder: [B]).

2.5. Op 26 mei 2011 mailde [B] aan [eiser], voor zover relevant:

“Hierbij de hoofdlijnen van onze impasse bij STEMRA en onze actieve opvolging van de afgelopen 6 maanden. (…)”

De bijlage vermeldt onder meer:

“jaar – 2010 (…)

Na moeizame telefoontjes in september/oktober 2010, kunnen wij op audiëntie komen bij de BUMA.

De meeting vindt plaats op 3-11-2010, met een rapport ter onderbouwing van de vordering.

De vervolgafspraak vindt plaats op 6 december 2010, met een 5-tal medewerkers van BUMA, hierin belooft men voor de kerst met aantallen te komen, waaruit de correcte afrekening kan volgend.

Deze belofte wordt verlegd na de kerst.

Jaar- 2011 (..)

Vervolgens wordt deze belofte verlegd naar 1-2-2011.

Vervolgens wordt aangegeven dat men geen aantallen kan achterhalen.

In de meeting van 23-03-2011 wordt duidelijk dat de BUMA geen medewerking wil verlenen voor wereldwijde incasso”

2.6. Via de heer [C], een voormalig medewerker van een platenmaatschappij, kwamen [B] en [eiser] met elkaar in contact.

Telefoongesprek

2.7. Op 30 november 2011 belde [B] met [eiser]. Het gesprek werd opgenomen door Powned.

2.8. Uit de transcriptie (versie van Powned, productie 9 Powned) van dit telefoongesprek (verder: het telefoongesprek) blijkt dat [B] (RS) en [eiser] (JG) onder meer het volgende met elkaar bespraken:

“JG [eiser].

RS Goedemiddag met [B]. We hebben een aantal maanden geleden gesproken, en uh.. herken je mij nog, van [A]?

JG Ja, dat had iets te maken met een thema dat op een DVD verschenen was, uit mijn hoofd.

RS Ja, dat klopt. Een liedje, zo gezegd, op de DVDs. Ik bel u eigenlijk, u heeft een voorstel gedaan daarvan, en [A] is daar toen niet op ingegaan. Hij zit nu eigenlijk een beetje in zak en as, om het zo maar te zeggen, en hij komt niet verder bij Buma/Stemra. Wat zou u nog kunnen betekenen in dit geheel, want…?

JG Ik heb destijds een voorstel gestuurd omdat ik het liedje graag in mijn uitgeverij wil hebben, en omdat ik me dan vanuit de uitgeverijkant daarvoor sterk kan maken, wat inhoudt dat als ik wat zou ontvangen dan ontvangt hij nog altijd 2x zo veel. U weet wellicht de verdeelsleutel op het auteursrecht in Nederland is 66% voor de componist en 33 voor de uitgever.

RS Ja.

JG Kijk, nu heeft ie niets.

RS Nee, dat klopt ja.

JG En alles wat ik bij Buma/Stemra nog los zou kunnen peuteren, daar pakt ie dan toch mooi 66% op mee.

RS Eh ja, dat is op zich mooi, alleen aan welk eh… hoe snel kunt u dat doen?

JG Nou, het toeval wil dat ik morgen naar Nederland vlieg, dan kan ik dat gelijk oppakken, zodra ik de overeenkomst binnen heb zal ik mij ook gelijk melden bij Buma/Stemra, en zeggen jongens, wat is hier aan de hand? Dan ga ik mij ook nog even in het dossier verdiepen, van hoe zat het nou precies in elkaar, met wie is er gesproken, etc. Welke dragers, welke beeld- en /of geluidsdragers zijn bekend, en dan zal ik zeggen van ja jongens, daar moet toch wat op geregeld worden.

(…)

JG [A] is aangesloten bij Buma/Stemra hè?

RS Ja, sinds 1978, dus dat is al een hele tijd. Maar ja, het bedrag is natuurlijk voor [A] van belang. Stel dat er een miljoen of twee miljoen euro binnenkomt, met wie wordt die opbrengst dan gedeeld? Hoe gaat dat?

JG Nou, het is heel simpel. Stel dat voor het totaal der rechten een bedrag x wordt opgehaald, dan gaat 2/3 van bedrag x naar uw client toe en 1/3 van bedrag x gaat naar mij toe.

(…)

RS Dan wordt het een rechtszaak, ja. Maar ja kijk, hij heeft ook een andere uitgeverij benaderd, [A], en de vraag is hoe snel kunt u reageren, want als het bedrijf gewoon daar naar toe gaat dan is dat hetzelfde als wat hij 1,5, wat zeg ik, 5 jaar heeft ie zelf dat geregeld. Met van alles en nog wat.

JG Dat heeft hem kennelijk weinig gebracht.

RS Ja, dat heeft hem heel weinig gebracht, dus hoe gaat u dat vlottrekken?

JG Nou, dat is heel simpel namelijk. Kijk, ik zal ze 1 of 2 keer aanschrijven. Dan kunnen er 2 dingen mogelijk zijn. Er wordt contact opgenomen met Amerika, alle alarmbellen gaan af en ze krijgen vanuit Amerika de boodschap: jongens dit moet gesettled worden, want dit gaat verkeerd.

RS Maar dat is allemaal van de buitenkant. Kan het niet intern binnen Buma?

JG Buma heeft niet geïncasseerd.

RS Nee, dat begrijp ik, maar kan er niet intern iets geregeld worden.

JG Ik zet Buma gewoon buiten spel.

RS Zet Buma buiten spel?

JG Ja, ik betrek Buma er pas bij, maar dat is dan iets wat ik met u zal overleggen, of we dat op dat ogenblik nog willen, ik breng Buma er pas bij op het moment dat partijen het erover eens zijn wat voor bedrag het zou moeten worden, dan kan het zijn dat ik in overleg met Buma zeg van, Buma zover zijn we gekomen, gaan jullie maar incasseren, wat impliceert dat Buma moet toegeven, of Stemra in dit geval, dat er wel degelijk incasso was. Dan zal ik waarschijnlijk tegen Stemra zeggen, nou kijk, deze zaak hebben we nu helemaal alleen gedaan. Twee rechthebbenden van u hebben nog een aantal appeltjes te schillen, dat is namelijk met die, met die, met die, met die, daar mag u dan zelf achteraan gaan. Dan hebben we u wel even voorgedaan hoe u het moet doen. Hoe het gedaan moet worden.

RS Ja, dat begrijp ik.

JG Want naar mijn mening, er gaat geld komen, hoe dan ook.

(…)

RS Ja, nou ja, inderdaad, ik zeg Buma/Stemra maar het is een Stemra aangelegenheid, maar waarom moet hij nou bij u bij voorbeeld terechtkomen om eigenlijk zijn auteursrecht te krijgen. Ik vat dat niet.

JG Geen idee. Kijk, ik vind het een merkwaardige zaak, maar daarom zou ik ook weleens het dossier willen lezen, van hoe is daar vanuit Stemra op gereageerd?

RS Ja, ze zeggen steeds, ik weet het niet. Maar ..

JG Maar bij voorbeeld wie, want dan ga ik daar de persoon op aanspreken.

RS Ja, dat is een koppel van 5 man, inclusief [D], de grootste baas. Dus waarom moet u er nou aan verdienen zodat hij zijn geld krijgt. Ik vat het niet.

JG U vat het niet, ja nou eh eh eh.. hoe lullig het ook klinkt. Kijk, uw cliënt moet zijn rechten in principe zelf kunnen exploiteren. Daarvoor heeft hij een contract gesloten met Stemra Hij draagt dan aan Stemra over. Stemra is kennelijk niet bij machte om dat op te lossen.

RS Zeker, ja.

JG Eh, gebruikelijk is overigens want dat is met 99% van de werken zo, 99% van de internationaal geëxploiteerde werken zijn allemaal uitgegeven, er hangt altijd een uitgever aan. Want over het algemeen is het zo dat artiesten vooral artistiek bezig zijn en zich weinig of niet met het zakelijk gedeelte bemoeien. Ik zeg altijd een goede uitgever die leest geen noot zo groot als een koe, heeft van muziek geen verstand, maar weet alles van rechten en dat is op zich natuurlijk een hele goeie combinatie, en daar verdienen wij nu eenmaal aan.

RS Maar waarom zou het u nou wel lukken en mij c.q. [A] niet, ik eh eh ik begrijp het niet.

JG Het zou wel eens kunnen zijn omdat een aantal mensen in de industrie weten dat als ik eenmaal mijn tanden er in zet, dat ze weten ook dat ze een probleem hebben. Dat geldt zowel voor Stemra, dat geldt voor Buma en dat geldt ook voor een aantal andere exploitanten binnen het veld van het auteursrecht.

RS Waarom hebben ze dan een probleem met u en waarom niet met [A] zelf?

JG Nou ze hebben vooralsnog geen probleem met mij. Zodra ik een getekend uitgavecontract heb dan hebben ze wel een probleem met mij.

(…)

RS Dus u kunt met uw kennis en functie iets bewerkstelligen op korte termijn intern.

JG Nou kijk het zijn twee zaken die parallel aan elkaar gaan lopen. Ik bedoel, ik ga eerst sowieso de producent zelf aanschrijven om te zeggen je hebt dit en dat gedaan. Je hebt er een half miljoen, miljoen, 20 miljoen van verkocht in Europa. Jij ben verantwoordelijk voor de distributie van Harry Potter in Europa, ik wil even afrekenen. Als je dat vanuit een bedrijf doet en als je dat doet vanuit een bedrijf waarvan men inmiddels al weet dat er, en dat klinkt misschien wat populistisch “er valt gewoon niet mee te dollen” dan weet je dus, dan heb je een probleem en dat is een probleem dat je jarenlang blijft achtervolgen. Fox in Amerika weet dat inmiddels ook.

RS Ja ja ja, dus eigenlijk met de kennis en ervaring. En op korte termijn zou u ook vanuit uw rol bij Buma/Stemra gewoon een vuist kunnen neerleggen, want [A] die…

JG Ik wil het dossier inlezen en ik wil weten dus waarom Buma/Stemra niet de producent heeft aangeschreven. Nu gaat het mandaat van Buma/Stemra niet verder dan Nederland. Als nou blijkt dat Harry Potter, wie is daarvan de filmmaatschappij, weet u dat?

RS Vanuit mijn hoofd, Warner Brothers.

JG Nou Warner Brothers zal in Europa een Europees kantoor hebben. Dat zal in Londen liggen of what ever. Dan moet Buma/Stemra dus naar een collega gaan in London om daar de opdracht neer leggen wil je die gelden incasseren. Nou ik sla die stap zelf als uitgever liever over. Ik ga het zelf wel halen.

RS U gaat het zelf halen?

RS Ja ja.

JG Ja, want Amerikanen betalen voor hun films normaliter geen mechanische rechten. (…)

(…)

RS Het is handig om connecties te hebben bij Buma/Stemra etc. dat heb ik nu ook wel in de gaten. Is dat eigenlijk wel wettelijk toegestaan dat een bestuurder en een uitgever bij elkaar op 1 stoel zitten. Want als [A] het aan u over doet zijn we dan wel ingedekt.

JG 1/3 van het bestuur bestaat uit uitgevers.

RS 1/3 van het bestuur?

JG 1/3 van het Buma en Stemra bestuur bestaat uit uitgevers en 2/3 van het Buma en Stemra bestuur bestaat uit auteurs en componisten.

RS Ja ja ja.

(…)

RS Maar in het contract staat, in [A] z’n contract staat met Buma/Stemra staat dat wereldwijd wordt alles afgetikt. En ze doen het gewoon niet.

JG Dat is ook een discrepantie. Ik kan u bijvoorbeeld ook melden dat High fashion Music als uitgever is aangesloten bij Stemra voor de gehele wereld met uitzondering van de Verenigde staten.

(…)

JG Ze hebben wel het auteursrecht maar kunnen niet tot incasso overgaan.

RS Dat vind ik raar. Ik heb vernomen van de fabriek, er zijn 6 studio’s en daar kunnen ze zich melden.

JG Zij kunnen zich melden bij de studio’s, Er zal voor Stemra een reden zijn geweest om dat niet te doen. Ik vind dat niet goed en als bestuurder, ja, ga ik daar ook zeker wat van zeggen. Want dat is a) een Stemra aangelegenheid, ik ben primair Stemra bestuurslid dus ik wel eens weten hoe dat zit.

RS En waarom doen ze dan niks? Stemra. Als ze al 5 jaar lang die klacht hebben liggen. We hebben het tot aan de directie neergelegd en niemand reageert daar. En waarom doen ze dan in Europa niks?

JG En daarop moet ik u het antwoord schuldig blijven maar is wel iets wat in de vergadering van, en ik kan het u precies vertellen, van volgende week woensdag, dan zou willen meenemen.

RS Nou het verbaast mij ten zeerste. Nou ja.

JG Eerlijk gezegd, ik vind het bijzonder vreemd, om niet te zeggen onacceptabel dat een Stemra aangeslotene in dit geval, een dergelijke casus heeft en dat daar niet adequaat op gereageerd wordt. En daarom zou ik eerst informeel willen weten met wie zeg maar de meeste correspondentie is geweest.

RS En informeel, is dat met [D]? Want die, daar krijg … eh eh.

JG Dat zou [D] kunnen zijn maar dat is de directeur en ik bedoel, die heeft mensen onder zich werken die geacht worden dat te doen. Maar ik zou eerst willen weten wat die mensen die onder hem bedacht hebben. Dat wil ik eerst afgedekt hebben. En dan zeggen, goh jongens waarom is dat niet gedaan, en dan kan ik per ultimo bij [D] aankaarten en zeggen “[D] waarom is het niet gebeurd”.

RS Ja ik begrijp het. En wat gaat u daar zelf dan aan verdienen?

JG Dat heb ik u, niet om vervelend te doen al drie keer gezegd, 1/3 van de opbrengsten.

RS 1/3 van de opbrengst.

(…)

JG Kijk, hoe vervelend het ook klinkt, hij heeft een keus.

RS Ja, nee, hij heeft zeker een keus.

JG Hij kan doorgaan op het vooralsnog ingeslagen pad en Stemra desnoods manen om tot actie en incasso over te gaan. Vooralsnog heeft dat niet de resultaten gegeven die uw client daarmee hoopt te bereiken. Los van het feit dat ik het als uitgever een op zijn minst merkwaardige zaak vind dat dat niet voortvarend is aangepakt heb ik als uitgever nog wel een bepaalde zienswijze hoe dat proces vanuit mijn professie bespoedigd zou kunnen worden. Dat zijn 2 dingen namelijk die ik daarin ook strikt gescheiden hou.

RS Dus u steunt [A] hierin om, ja hoe moet ik dat zeggen..

JG Zowel als uitgever als bestuurslid Stemra, ja.

RS Als beide.

JG Ja, daar kan geen twijfel over bestaan.

RS (…) ik verwacht dat hij zeker een miljoen moet hebben en u gaat dan met 1/3 daar vandoor eigenlijk. Dat zie ik als cijferman natuurlijk met lede ogen toe.

JG Ja, ultimo is dat het geval.

RS Ja, ultimo is dat het geval.

JG Maar dan wel 6 ton rijker en nu heeft ie niets.

RS Ja, correct.

JG Ja, dat is de andere kant. Kijk, je kunt zeggen het glas is half leeg, je kunt ook zeggen, en dat is een wat positievere denkwijze, het glas is half vol.

RS Het glas is halfvol.

JG En wat dat betreft meer, het glas is voor 66% vol.

(…)”

Uitlatingen Powned - 30 november 2011

2.9. Powned heeft in haar nieuwsprogramma van diezelfde dag, 30 november 2011, aandacht besteed aan het telefoongesprek. In beeld verschenen de woorden: “BESTUURDER BUMA STEMRA CORRUPT”. De presentator [E] (verder: [E]) kondigde het item als volgt aan:

“Zo werd [A] onlangs benaderd door [eiser], een bestuurslid van Buma/Stemra. [eiser] zou wel even schot in de zaak kunnen brengen, maar daarvoor wilde hij als bestuurslid van Buma Stemra dan wel even één derde hebben van de opbrengst.”

2.10. Een deel van het telefoongesprek is in dit nieuwsprogramma van 30 november 2011 uitgezonden (verder: het uitgezonden telefoongesprek). De transcriptie van het uitgezonden telefoongesprek is als volgt:

“JG Met [eiser].

RS Goedemiddag met [B]. Herken je mij nog? Van [A]?

JG Ja, dat had iets te maken met een thema dat op DVD verschenen was, uit mijn hoofd.

RS Wat zou u nog kunnen betekenen in dit geheel?

JG Ik heb destijds een voorstel gestuurd dat ik het liedje graag in de uitgeverij wil hebben en dat ik me daar vanuit de uitgeverijkant dan sterk voor kan maken, wat inhoudt dat als ik wat zou ontvangen, dan ontvangen zij altijd nog 2x zo veel. Kijk, nu heeft ie niets.

RS Nee, dat klopt ja.

JG En alles wat ik bij Buma/Stemra nog los zou kunnen peuteren, daar pakt ie mooi 66% van mee.

RS Stel dat er 1 miljoen of 2 miljoen euro binnenkomt, met wie wordt die opbrengst dan gedeeld?

JG Het is heel simpel. Stel dat voor het totaal der rechten een bedrag x wordt opgehaald, dan gaat 2/3 van bedrag x naar uw cliënt toe en 1/3 van bedrag x gaat naar mij toe. Ik zet Buma gewoon buiten spel. Naar mijn mening, er gaat geld komen, hoe dan ook.

RS Waarom moet u er nou aan verdienen, zodat hij zijn geld krijgt? Ik vat dat niet.

JG U vat dat niet. Ja, het zou wel eens kunnen zijn, omdat een aantal mensen in de industrie weten dat als ik eenmaal mijn tanden erin zet, dat ze weten ook dat ze een probleem hebben. En dat geldt zowel voor Stemra, dat geldt voor Buma en dat geldt ook voor een aantal andere exploitanten binnen het veld van het auteursrecht.

RS Ja, waarom doen ze dan niks? Stemra? Als ze al 5 jaar lang die klacht hebben liggen?

JG Ja, daarop moet ik u het antwoord schuldig blijven, maar is wel iets wat ik in de vergadering van, ik kan het u precies vertellen, volgende week woensdag, dan zou willen meenemen. Ik vind het bijzonder vreemd, om niet te zeggen onacceptabel dat een Stemra aangeslotene in dit geval een dergelijke casus heeft en dat daar niet adequaat op gereageerd wordt.

RS U steunt [A] hierin om eh, ja, hoe moet ik het zeggen?

JG Ja, zowel als uitgever en als bestuurslid Stemra.

RS Als beide.

JG Daar kan geen twijfel over bestaan.

RS Nee. Dus dat betekent, ik verwacht dat hij zeker een miljoen moet hebben en u gaat er dan met 1/3 vandoor, eigenlijk. Dat zie ik als cijferman natuurlijk met lede ogen toe.

JG Ja, ultimo is dat het geval.

RS Ja, ultimo is dat het geval.

JG Maar dan wel 6 ton rijker en nu heeft ie niets.

RS Ja, correct.

JG Ja, dat is de andere kant. Kijk je kunt zeggen het glas is half leeg, je kunt ook zeggen van, dat is een wat positievere denkwijze, het glas is half vol, en wat dat betreft meer, het glas is voor 66% vol.”

2.11. [E] heeft het telefoongesprek in de uitzending van 30 november 2011 vervolgens als volgt samengevat:

“Ja, voor de slechte verstaander. [eiser] is dus bestuurslid van Buma/Stemra. In ruil voor 33% van de opbrengst belooft hij volgende week woensdag in de bestuursvergadering van de auteursrechtenorganisatie de kwestie te zullen bespreken met zijn medebestuurders. Want hoe sneller Buma/Stemra overgaat tot uitbetaling, hoe sneller [eiser] minimaal 330.000 euro rijker is. (…)”

2.12. Als achtergrond bij dit nieuws was een foto van [eiser] zichtbaar.

2.13. Eveneens op 30 november 2011 verscheen een bericht op de website van Powned onder de titel: “Buma/Stemra bestuurder corrupt”. In dit bericht is onder meer het volgende opgenomen:

“Buma/Stemra bestuurder [eiser] maakt misbruik van zijn functie.

Bestuurslid [eiser] van Buma/Stemra gebruikt zijn functie om geld op te strijken van auteursrechten die nog uitbetaald moeten worden. [eiser] is naast bestuurslid van de rechtenorganisatie ook de eigenaar van muziekuitgever High Fashion Music en heeft aangeboden om in die hoedanigheid een claim van componist [A] op Buma/Stemra over te nemen.

(…)

[eiser] heeft componist [A] voorgesteld de rechten op de muziek over te dragen aan zijn eigen uitgeverij. Door zijn functie als bestuurslid bij Buma/Stemra zit hij dichter op het vuur en kan hij er naar eigen zeggen voor zorgen dat Buma/Stemra wél over de brug komt. Voor deze dienst ontvangt [eiser] één-derde van de claim. Dit bedrag kan oplopen tot enkele miljoenen. (…)”

Uitlatingen na 30 november 2011

2.14. Na de uitzending van 30 november 2011 heeft Powned in nog zeven uitzendingen aandacht besteed aan het gesprek tussen [eiser] en [B] en ook in meer algemene zin aan de (structuur van) de organisatie Buma/Stemra. Deze uitzendingen vonden plaats op respectievelijk 1, 2, 5, 8, 14, 15 en 16 december 2011.

2.15. In het merendeel van deze uitzendingen heeft Powned [eiser] in verband gebracht met corruptie. Dit gebeurde op verschillende manieren. In de uitzending van 1 december 2011 noemde [E] [eiser]: ‘zo corrupt als de neten’. In de uitzending van 2 december 2011 noemde de heer [F] (verder: [F]) van Powned, [eiser] ‘een hele corrupte man’ en zegt hij over [eiser]: ‘corrupt as hell is ‘ie’. In de uitzending van 8 december 2011 werd [eiser] ‘de rotte appel’ genoemd. In een aantal van deze uitzendingen werd een foto van [eiser] getoond.

2.16. In de uitzending van 1 december 2011 interviewde [F] een aantal bestuursleden van Buma/Stemra en een aantal leden van de Tweede Kamer. Verder kwam in deze uitzending naar voren dat het door Powned uitgezonden telefoongesprek volgens [eiser] zou zijn gemanipuleerd. In reactie daarop liet [F] in deze uitzending weten dat het hele gesprek op de website staat.

2.17. In de uitzending van 2 december 2011 besteedde Powned aandacht aan twee tegenargumenten van [eiser], namelijk dat er geknipt was in het telefoongesprek en dat het initiatief tot het leggen van contact niet van [eiser] maar van [A] was uitgegaan.

2.18. In de uitzendingen van 5, 8, 14 en 15 december 2011 besteedde Powned aandacht aan de structuur van de organisatie Buma/Stemra, onder meer door interviews met leden van Tweede Kamer, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de woordvoerder van Buma/Stemra en bestuursleden van Buma/Stemra. Ook kwam de stand van zaken met betrekking tot het geschil tussen [A] en Buma/Stemra aan de orde.

2.19. Op de website van Powned zijn op 1 december 2011 vier publicaties over [eiser] en Buma/Stemra geplaatst. Bij de laatste publicatie van die dag is een link geplaatst waarmee het integrale telefoongesprek kon worden beluisterd.

2.20. Voorts werden er berichten gepubliceerd op de website van Powned op 5, 7 en 21 december 2011, waarbij aanvankelijk de nadruk lag op het telefoongesprek en later (ook) op de (nieuwe) bestuursstructuur van Buma/Stemra.

2.21. Op 1 december 2011 is [eiser] tijdelijk teruggetreden als bestuurslid van Buma/Stemra. Op 5 december 2011 heeft [eiser] ontslag genomen als bestuurslid van Buma/Stemra.

2.22. De uitzending van 30 november 2011 heeft geleid tot vragen van leden van de Tweede Kamer aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. In antwoord op deze vragen verwees de staatssecretaris onder meer naar het op 1 december 2011 aangekondigde onderzoek door het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten (verder te noemen CvT).

2.23. Op 15 mei 2012 verscheen het “Rapport van bevindingen Buma/Stemra” van het CvT. Onder het kopje “Bevindingen” staat onder meer:

“Indien er inderdaad een overeenkomst tot stand was gekomen tussen [eiser] en [A], (zoals besproken in het telefoongesprek dat op PowNews is uitgezonden, dan had [eiser] zich in een positie bevonden waarin hij te maken had met een mogelijke verstrengeling van belangen. Hij had dan als uitgever/rechthebbende immers een financieel belang gehad in de uitkomst van de discussie tussen [A] en Stemra.

Als zodanig is het aangaan van een overeenkomst met een auteur door een bestuurder van Buma/Stemra, in de hoedanigheid van uitgever, niet onoorbaar. (…) De situatie waarin een bestuurslid de incasso van een claim ter hand neemt en zulks vervolgens aankaart in het bestuur of bij de directie, is echter evident onwenselijk.”

Onder het kopje “V. Conclusies en adviezen” staat onder meer:

“Met betrekking tot het handelen van [eiser], beperkt het College zich derhalve tot de feitelijke constatering dat [eiser] voor ogen had een uitgaveovereenkomst met [A] te sluiten en daarbij bereid was om zijn positie als bestuurder bij Buma/Stemra in te zetten.”

2.24. Bij beslissing van 16 juli 2012 heeft de Raad voor de Journalistiek de klacht van [eiseressen] tegen de hoofdredacteur van Powned gegrond geacht en geoordeeld dat Powned door op 30 november 2011 over [eiseressen] te berichten en daarop in latere berichtgeving voort te borduren op de wijze zoals Powned dat heeft gedaan, journalistiek onzorgvuldig jegens [eiseressen] heeft gehandeld. De Raad heeft in zijn beslissing overwogen dat voldoende aannemelijk was gemaakt dat Powned met het instrueren van [B] bij het voeren van het telefoongesprek uitspraken heeft ontlokt aan [eiser], terwijl bovendien het telefoongesprek door de wijze van montage een andere lading heeft gekregen en geen recht doet aan de essentie van het gesprek. Ook overweegt de Raad dat uit de uitzending niet is gebleken van een nadere onderbouwing voor de beschuldiging van corruptie en dat niet is gebleken dat aan [eiseressen] voorafgaand aan de uitzending de mogelijkheid is geboden tot wederhoor. Powned is op de zitting waar de klacht is behandeld, niet verschenen.

3. Het geschil

3.1. [eiseressen] vordert samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:

• voor recht zal verklaren dat Powned onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseressen];

• voor recht zal verklaren dat Powned is gehouden alle schade die hieruit voortvloeit te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Powned zal bevelen zich te onthouden van het openbaar maken van verdere of nieuwe beschuldigingen van [eiser], waaronder beschuldigingen van corruptie, omkoping, afpersing, chantage, het aannemen van zwart geld, het misbruiken van zijn bestuursfunctie dan wel het onder druk afdwingen van betalingen;

Powned zal bevelen alle uitzendingen over [eiseressen] te verwijderen van haar website, alsmede van de website uitzendinggemist.nl, alsmede om Google, Bing en Yahoo te sommeren om de verwijderde informatie uit de index en de cache van de zoekmachines te verwijderen;

Powned zal bevelen alle publicaties over [eiseressen] te verwijderen van haar website, alsmede om Google, Bing en Yahoo te sommeren om de verwijderde informatie uit de index en de cache van de zoekmachines te verwijderen;

Powned zal veroordelen om op de website powned.tv een rectificatietekst te plaatsen met de strekking dat [eiseressen] in de berichtgeving ten onrechte in verband is gebracht met delicten als corruptie en misbruik van zijn functie;

Powned zal veroordelen tot het uitzenden van de rectificatietekst;

Powned zal veroordelen tot het plaatsen van de rectificatietekst in een advertentie in de Telegraaf;

Powned zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding van de gevorderde bevelen;

Powned zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [eiseressen] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de uitlating van Powned, dat [eiser] corrupt is, onrechtmatig is jegens [eiser] c.s, omdat deze beschuldiging geen steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. [eiser] is niet aan te merken als een publiek figuur. Hij is hard en persoonlijk aangevallen door Powned onder het voorwendsel dat er een misstand zou zijn. In werkelijkheid was het opgenomen telefoongesprek echter onderdeel van een mediaoffensief van [A] om Buma/Stemra onder druk te zetten in een zakelijk conflict dat [A] met Stemra heeft. [eiser] is overrompeld door het telefoongesprek, dat heimelijk is opgenomen. [eiser] was al eerder door [A] benaderd in zijn hoedanigheid van muziekuitgever. [eiser] voerde het telefoongesprek dus in de wetenschap dat [A] op zoek was naar een muziekuitgever en dat was ook het onderwerp van gesprek. In het gesprek heeft [eiser] aan [B] namelijk uitgelegd hoe een muziekuitgever de kwestie van [A] zou aanpakken. Voorzover Buma/Stemra in het gesprek ter sprake kwam was dat omdat [eiser] heeft vermeld dat hij het algemene probleem - dat buitenlandse producenten dvd’s maken zonder auteursrechten te betalen - aan de orde wilde stellen in het bestuur van Buma/Stemra en niet de concrete zaak van [A]. Dat zou ook geen zin hebben omdat een bestuurslid niet over concrete uitbetalingen aan auteurs en uitgevers kan beslissen. [eiser] heeft niet gezegd dat hij in ruil voor één derde van de opbrengsten van de uitgavenrechten zijn invloed in het bestuur zou aanwenden. Powned heeft door te knippen in het gesprek de feiten verdraaid, aldus [eiseressen]

3.3. Powned voert gemotiveerd verweer en op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Beoordeling

4.1. De vorderingen van [eiseressen], die onder meer rectificatie en een verbod op bepaalde uitingen inhouden, zouden - indien toegewezen - neerkomen op een beperking van het recht van Powned op vrije meningsuiting, dat is vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Zo’n beperking is alleen toegestaan als deze is voorzien bij de wet en noodzakelijk is in een democratische samenleving ter bescherming van bijvoorbeeld de goede naam of rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Er is sprake van een beperking die bij de wet is voorzien als de uitingen van Powned onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het antwoord op de vraag welk recht - het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam - in het concrete geval zwaarder weegt, wordt gevonden door een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval. Daarbij komt aan de positie van de pers bijzondere betekenis toe gelet op enerzijds de taak van de pers om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en om zijn vitale rol van publieke waakhond te spelen, en anderzijds gelet op het recht van het publiek om informatie en ideeën te ontvangen.

4.2. In het kader van deze afweging kan [eiser] zich niet met succes beroepen op artikel 8 EVRM. Dit artikel geeft een ieder het recht op respect voor zijn privéleven. De gewraakte uitlatingen hebben echter betrekking op [eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurslid van Buma/Stemra. In beginsel valt de reputatie van iemand pas onder artikel 8 EVRM als er sprake is van een inbreuk die zo ernstig is dat daardoor een belemmering ontstaat van het genot op het recht op respect voor het privéleven (EHRM 7 februari 2012, LJN BW0603, Axel Springer). [eiseressen] heeft hiertoe onvoldoende gesteld. Dit wordt niet anders doordat Powned een aantal keer een foto van [eiser] heeft getoond. Het tonen van de foto staat immers in verband met de berichtgeving over [eiser] als bestuurslid.

4.3. Het voorgaande betekent niet, zoals Powned veronderstelt, dat bij het afwegen van de betrokken belangen het recht van vrije meningsuiting in beginsel zwaarder moet wegen dan het recht op bescherming van de eer en goede naam. Bij het uitoefenen van het recht van vrije meningsuiting zal steeds de zorgvuldigheid in acht moeten worden genomen die in het maatschappelijk verkeer in het algemeen ten aanzien van anderen moet worden betracht. Deze zorgvuldigheid brengt bij het openbaar maken van gegevens waardoor een specifieke (rechts)persoon in zijn eer en goede naam kan worden aangetast met name mee dat zulke gegevens niet als juist mogen worden gepresenteerd indien daaromtrent redelijkerwijs twijfel behoort te bestaan. Ook is relevant dat die gegevens redelijkerwijs van belang moeten kunnen worden geacht in verband met de uitlatingen. Tenslotte speelt een rol dat zulke gegevens niet mogen worden vermeld voor zover voorzienbaar is dat hun openbaarmaking de desbetreffende (rechts)persoon een nadeel zullen toebrengen dat in geen redelijke verhouding kan staan met het door de meningsuiting beoogde doel. Is aan deze zorgvuldigheidseisen niet voldaan, dan kan degene die zich door de uitlatingen in een kwaad daglicht geplaatst voelt daartegen opkomen met een actie wegens onrechtmatige daad, die in dat geval is te beschouwen als een bij wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk te achten middel ter bescherming van zijn eer en goede naam als bedoeld in het tweede lid van artikel 10 EVRM.

4.4. De volgende omstandigheden zal de rechtbank in het kader van de bovengenoemde belangenafweging in ogenschouw nemen;

-de mate waarin de uitlatingen steun vinden in de feiten;

-de vraag of Powned een misstand heeft blootgelegd;

-de vraag of [eiser] is aan te merken als een publiek figuur;

-de door Powned gehanteerde werkwijze;

-enkele door [eiseressen] gestelde onjuistheden in de berichtgeving;

-de wijze waarop de uitlatingen zijn gepresenteerd.

Steun in de feiten

4.5. Powned heeft [eiser] ervan beschuldigd dat hij corrupt is. Bij de beoordeling van de vraag of deze beschuldiging voldoende steun vindt in de feiten, dient allereerst te worden nagegaan welke betekenis het begrip ‘corrupt’ heeft. Partijen verschillen in dit verband van mening over de vraag of het begrip ‘corrupt’ feitelijk moet worden opgevat, zoals [eiseressen] voorstaat, of een waardeoordeel betreft, zoals Powned heeft betoogd.

4.6. De rechtbank stelt vast dat de term ‘corrupt’ geen wettelijk begrip is en geen eenduidige betekenis kent. Het kan duiden op diverse ernstige strafrechtelijke verwijten, zoals fraude, omkoping en afpersing. Het begrip kan echter ook duiden op ‘vriendjespolitiek’, misbruik van macht en ander ‘niet integer’ handelen. Voor de beantwoording van de vraag of de beschuldiging in dit geval voldoende steun vindt in de feiten, acht de rechtbank daarom in overwegende mate van belang de inhoud die Powned zelf in haar uitzendingen aan het begrip ‘corrupt’ heeft gegeven. De betekenis van ‘corrupt’ zal door het gemiddelde publiek immers worden opgevat in de context waarin Powned de beschuldiging gebruikt.

4.7. Vast staat dat Powned de beschuldiging van corruptie heeft geplaatst in de context van integriteit. Kern van de beschuldiging van Powned is immers dat [eiser] heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid van Buma/Stemra aan te wenden in ruil voor één derde van de uitgavenrechten van het werk van [A]. De rechtbank leidt dit af uit de hiervoor onder 2.9 weergegeven aankondiging van het item over [eiser] en de onder 2.11 weergegeven samenvatting door [E] van het telefoongesprek. Voorts volgt dit uit de aankondiging van het item over [eiser] op de website van Powned zoals weergegeven onder 2.13.

4.8. Powned baseert haar beschuldiging op de inhoud van het telefoongesprek. [eiseressen] betwist dat de beschuldiging door Powned volgt uit de inhoud van het telefoongesprek. De rechtbank oordeelt met Powned dat uit het transcript van het telefoongesprek kan worden afgeleid dat [eiser] heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid van Buma/Stemra aan te wenden in ruil voor één derde van de opbrengst van de uitgavenrechten van het werk van [A]. Daarbij is het volgende van belang.

[B] heeft in het telefoongesprek, maar ook in de eerdere e-mailcorrespondentie (zie hiervoor onder 2.5), [eiser] laten weten dat [A] een conflict heeft met Buma/Stemra over de incasso van auteursrechtopbrengsten. [B] heeft op meerdere manieren aan [eiser] gevraagd in hoeverre [eiser] kan helpen bij dit conflict in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Buma/Stemra. [eiser] heeft in het telefoongesprek voorgesteld uitgever te worden van het werk van [A], door het aangaan van een overeenkomst met [A]. In dat verband heeft [eiser] onder meer het volgende gezegd (onderstrepingen door de rechtbank):

JG En alles wat ik bij Buma/Stemra nog los zou kunnen peuteren, daar pakt ie dan toch mooi 66% op mee.

RS Eh ja, dat is op zich mooi, alleen aan welk eh… hoe snel kunt u dat doen?

JG Nou, het toeval wil dat ik morgen naar Nederland vlieg, dan kan ik dat gelijk oppakken, zodra ik de overeenkomst binnen heb zal ik mij ook gelijk melden bij Buma/Stemra, en zeggen jongens, wat is hier aan de hand? Dan ga ik mij ook nog even in het dossier verdiepen, van hoe zat het nou precies in elkaar, met wie is er gesproken, etc. Welke dragers, welke beeld- en /of geluidsdragers zijn bekend, en dan zal ik zeggen van ja jongens, daar moet toch wat op geregeld worden.

RS Ja, nou ja, inderdaad, ik zeg Buma/Stemra maar het is een Stemra aangelegenheid, maar waarom moet hij nou bij u bijvoorbeeld terechtkomen om eigenlijk zijn auteursrecht te krijgen. Ik vat dat niet.

JG Geen idee. Kijk, ik vind het een merkwaardige zaak, maar daarom zou ik ook weleens het dossier willen lezen, van hoe is daar vanuit Stemra op gereageerd?

RS Ja, ze zeggen steeds, ik weet het niet. Maar ..

JG Maar bij voorbeeld wie, want dan ga ik daar de persoon op aanspreken.

RS Maar waarom zou het u nou wel lukken en mij c.q. [A] niet, ik eh eh ik begrijp het niet.

JG Het zou wel eens kunnen zijn omdat een aantal mensen in de industrie weten dat als ik eenmaal mijn tanden er in zet, dat ze weten ook dat ze een probleem hebben. Dat geldt zowel voor Stemra, dat geldt voor Buma en dat geldt ook voor een aantal andere exploitanten binnen het veld van het auteursrecht.

RS Waarom hebben ze dan een probleem met u en waarom niet met [A] zelf?

JG Nou ze hebben vooralsnog geen probleem met mij. Zodra ik een getekend uitgavecontract heb dan hebben ze wel een probleem met mij.

RS Ja ja ja, dus eigenlijk met de kennis en ervaring. En op korte termijn zou u ook vanuit uw rol bij Buma/Stemra gewoon een vuist kunnen neerleggen, want [A] die…

JG Ik wil het dossier inlezen en ik wil weten dus waarom Buma/Stemra niet de producent heeft aangeschreven.

JG Eerlijk gezegd, ik vind het bijzonder vreemd, om niet te zeggen onacceptabel dat een Stemra aangeslotene in dit geval, een dergelijke casus heeft en dat daar niet adequaat op gereageerd wordt. En daarom zou ik eerst informeel willen weten met wie zeg maar de meeste correspondentie is geweest.

RS En informeel, is dat met [D]? Want die, daar krijg … eh eh.

JG Dat zou [D] kunnen zijn maar dat is de directeur en ik bedoel, die heeft mensen onder zich werken die geacht worden dat te doen. Maar ik zou eerst willen weten wat die mensen die onder hem bedacht hebben. Dat wil ik eerst afgedekt hebben. En dan zeggen, goh jongens waarom is dat niet gedaan, en dan kan ik per ultimo bij [D] aankaarten en zeggen “[D]waarom is het niet gebeurd”.

RS Ja ik begrijp het. En wat gaat u daar zelf dan aan verdienen?

JG Dat heb ik u, niet om vervelend te doen al drie keer gezegd, 1/3 van de opbrengsten.

RS 1/3 van de opbrengst.

RS Dus u steunt [A] hierin om, ja hoe moet ik dat zeggen..

JG Zowel als uitgever als bestuurslid Stemra, ja.

RS Als beide.

JG Ja, daar kan geen twijfel over bestaan.

De rechtbank is op basis van met name de onderstreepte passages uit het gesprek van oordeel dat [eiser] bij [B] de indruk heeft gewekt dat als [A] met [eiser] een overeenkomst (een zogenoemd uitgavecontract) zou sluiten, [eiser] in dát geval bereid zou zijn om als bestuurder van Buma/Stemra de zaak van [A] bij Buma/Stemra te onderzoeken en te bespreken om zodoende de kans op uitbetaling aan [A] als auteur en aan [eiser] als uitgever te optimaliseren. Het aangaan van het uitgavecontract wordt door [eiser] daarbij gepresenteerd als een voorwaarde voor het aanwenden van zijn invloed als bestuurder. [eiser] zegt immers: “zodra ik de overeenkomst binnen heb” en “Zodra ik een getekend uitgavecontract heb...”.

4.9. Het feit dat [eiser] onder meer heeft gezegd dat hij ‘het dossier’ wil lezen en dat hij wil weten met wie ‘de meeste correspondentie’ is geweest zodat hij ‘die persoon’ vervolgens kan vragen waarom er niet betaald is verdraagt zich niet met zijn stelling dat hij slechts in algemene zin een probleem over het incasseren van rechten op DVD’s aan de orde wilde stellen. De stelling van [eiseressen] dat in het bestuur niet over individuele claims wordt gesproken en beslist, doet er niet aan af dat bij [B] wel de suggestie is gewekt dat in het bestuur de casus [A] zou worden besproken.

[eiser] heeft op de comparitie voorts naar voren gebracht dat hij met “het melden bij Buma/Stemra” heeft bedoeld dat hij zich als uitgever zou melden. Dat neemt echter niet weg dat [eiser] daarmee tenminste ook de indruk heeft gewekt dat hij vanuit zijn functie als bestuurslid van Buma/Stemra de zaak aan de orde zou stellen zodra hij een getekend contract had. De stelling van [eiser] dat hij een nadrukkelijk onderscheid maakt tussen zijn rol als uitgever en zijn rol als bestuurder valt niet te rijmen met de hierboven onder 4.8 weergegeven passages.

Voor zover [eiser] tot slot heeft betoogd dat hij niet bedoeld heeft de indruk te wekken dat hij zijn bestuursfunctie zou gaan gebruiken zodra hij een getekend contract zou hebben, overweegt de rechtbank dat voor [eiser] duidelijk moet zijn geweest dat bij [B] die indruk wel bestond. Uit het gesprek valt immers af te leiden dat [B] (voor [A]) er niets voor voelt om een derde van de opbrengst aan [eiser] te moeten afstaan, maar in feite geen andere mogelijkheid meer ziet omdat het conflict met Buma/Stemra in een impasse is geraakt. [B] zegt daarover dat hij “nu wel in de gaten heeft dat het handig is om connecties te hebben bij Buma/Stemra” en hij “het als financiële man met lede ogen aan ziet dat [A] een derde deel moet afstaan”. Door de bij [B] ontstane indruk, dat [eiser] de impasse zou kunnen doorbreken (mede) met gebruikmaking van zijn invloed als bestuurder na het aangaan van een uitgavecontract met [A], niet weg te nemen, wist [eiser], althans had hij moeten weten dat hij daarmee de ontstane indruk bij [B] wekte, althans versterkte.

4.10. Gezien het voorgaande vindt de beschuldiging, dat [eiser] ‘corrupt’ is in betekenis die daaraan door Powned is gegeven, te weten dat [eiser] heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid van Buma/Stemra aan te wenden in ruil voor één derde van de uitgavenrechten van het werk van [A], voldoende steun in de feiten. Dat het CvT concludeert dat niet is gebleken van ‘niet integer’ handelen, zoals [eiseressen] stelt, is in dit kader niet van belang aangezien het CvT deze conclusie trekt met betrekking tot de organisatie Buma/Stemra en niet met betrekking tot het handelen van [eiser]. Over [eiser] heeft het CvT daarentegen geconstateerd dat hij voor ogen had een uitgaveovereenkomst met [A] te sluiten en daarbij bereid was om zijn positie als bestuurder bij Buma/Stemra in te zetten.

Misstand

4.11. De omstandigheid dat een bestuurslid van Buma/Stemra heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid aan te wenden in ruil voor één derde van de uitgaverechten van het werk van [A], is te beschouwen als een misstand. Powned heeft een maatschappelijk belang kunnen zien in het openbaarmaken van deze misstand. De rechtbank betrekt hierbij dat Buma/Stemra in Nederland een belangrijke op de wet gebaseerde monopoliepositie heeft op het gebied van bemiddeling inzake muziekauteursrecht en zij al vóór de gewraakte uitlatingen in de publieke belangstelling stond, onder meer waar het de zogenoemde ‘dubbele petten’ problematiek betreft. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het door Powned overgelegde artikel uit de Volkskrant van 16 februari 2011 met de titel “Schrille wanklanken in de muziekindustrie”. Dit artikel gaat over de onvrede van leden over het functioneren van Buma/Stemra. Ook wordt in dit artikel naar voren gebracht dat een deel van de bestuursleden van Buma/Stemra tevens uitgever is en wordt gemeld dat de dubbele petten (uitgever en bestuurder) van een aantal Buma/Stemra bestuurders zorgen voor problemen met de transparantie en integriteit van Buma/Stemra. Powned kan dan ook gevolgd worden in haar betoog dat zij met haar uitlatingen bijdroeg aan het publieke debat over Buma/Stemra. Dit wordt bevestigd door het gegeven dat verschillende politici naar aanleiding van de uitlatingen door Powned reageerden in de media en de conclusies van het rapport van het CvT. De stelling van [eiseressen], dat het niet ging om een misstand maar om een ‘truc’ van [A] om zijn vordering op Buma/Stemra vlot te trekken, kan geen afbreuk doen aan het feit dat Powned met het publiek maken van het telefoongesprek een misstand heeft blootgelegd.

Publiek figuur

4.12. [eiseressen] voert verder aan dat hij niet is aan te merken als een zogenoemd ‘publiek figuur’. De bestuursfunctie was niet meer dan een bescheiden adviesfunctie en had geen enkel publiek element. Niemand had vóór de uitzendingen van Powned van [eiser] gehoord, aldus nog steeds [eiseressen]

4.13. Een publiek figuur is iemand die een belangrijke of verantwoordelijke positie in de samenleving bekleedt. In het verlengde van het hiervoor overwogene met betrekking tot de maatschappelijke positie van Buma/Stemra betekent dit dat de bestuurders van deze organisatie - en dus ook [eiser] - zijn aan te merken als een publiek figuur. Dit betekent dat de grenzen van toelaatbare kritiek daarom ruimer zijn. Een publiek figuur moet immers dulden dat hij door de media kritisch wordt gevolgd.

Werkwijze

4.14. Volgens [eiseressen] is Powned onzorgvuldig geweest in haar werkwijze doordat Powned het telefoongesprek op voor [eiseressen] nadelige wijze heeft gemanipuleerd door daarin te knippen. Door bepaalde passages achter elkaar te monteren met het weglaten van tussenliggende passages wekt Powned de kwalijke suggestie dat [eiser] Buma/Stemra kan passeren, in zijn zak heeft, en via het uitoefenen van druk vanuit zijn bestuurslidmaatschap een vergoeding voor [A] en dus voor zichzelf zou kunnen regelen. [eiseressen] wijst in dit verband op de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek die zijn visie ondersteunt.

4.15. Aan [eiseressen] kan worden toegegeven dat zijn positie in het uitgezonden gesprek nadelig wordt uitvergroot. De gedeelten van het gesprek waarin [eiser] uitlegt hoe hij de kwestie als uitgever zou kunnen benaderen zijn immers weggelaten in het uitgezonden gesprek. Toch doet het uitgezonden gesprek niet af aan de indruk van het gehele gesprek, namelijk dat [eiser] bereid is zijn bestuursfunctie in te zetten zodra de overeenkomst is gesloten. Bovendien wordt aan het bezwaar van [eiseressen] tegen deze verkorte weergave in zoverre tegemoet gekomen door Powned die een dag later, op 1 december 2011, het gehele telefoongesprek op het internet toegankelijk heeft gemaakt. Het andersluidende oordeel van de Raad voor de Journalistiek (waaraan de rechtbank niet is gebonden) over de lading van het gesprek doet aan het voorgaande niet af, temeer niet omdat bij dat college geen inhoudelijke discussie tussen [eiseressen] en Powned heeft plaatsgevonden, nu Powned bij de mondelinge behandeling van de klacht niet is verschenen.

4.16. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van [eiseressen], dat de wijze van nieuwsgaring onbetrouwbaar is omdat [eiser] is overrompeld door het telefoongesprek, dat zonder zijn toestemming is opgenomen. Deze stelling is voor de beoordeling niet relevant omdat [eiseressen] de inhoud van het telefoongesprek niet betwist.

4.17. Het buiten medeweten van [eiser] opnemen van het telefoongesprek acht de rechtbank in dit geval niet onaanvaardbaar. Powned heeft in dit verband uiteengezet dat zij van [B] heeft gehoord dat hij uit een gesprek met [eiser] heeft begrepen dat [eiser] ‘in de wandelgangen’ wel wat kon regelen. In die omstandigheid mocht Powned aanleiding zien om het gesprek heimelijk op te nemen. Alleen op die manier zou zij kunnen nagaan of het vermoeden, dat [eiser] bereid zou zijn om zijn bestuursfunctie aan te wenden in ruil voor een gedeelte van de opbrengst van het muziekwerk van [A], al dan niet juist was. Niet gesteld of gebleken is dat Powned de door haar gestelde misstand op een andere wijze had kunnen blootleggen dan door het gesprek op te nemen zoals zij heeft gedaan.

4.18. [eiseressen] stelt verder dat Powned het beginsel van hoor en wederhoor niet op juiste wijze heeft toegepast. Daartoe voert [eiseressen] aan dat Powned genoeg ruimte heeft gehad voor het bieden van een weerwoord aan [eiser] voorafgaand aan de eerste uitzending en dat ten onrechte heeft nagelaten. [E] heeft hierover op de comparitie naar voren gebracht dat Powned wel heeft geprobeerd om [eiser] nog te spreken voor de uitzending, maar dat dat niet lukte. Voorts heeft [E] toegelicht dat hij toch besloot tot uitzending omdat het gesprek voor zich sprak.

4.19. In het algemeen behoort een persorgaan een persoon die op nadelige wijze in het nieuws komt een weerwoord te bieden. Dit is echter geen regel die in iedere situatie dient te worden nageleefd en die bij niet naleving leidt tot onrechtmatigheid. In onderhavig geval leidt de omstandigheid dat Powned [eiser] voor de uitzending van 30 november 2011 niet meer in de gelegenheid heeft gesteld te reageren niet tot het oordeel dat Powned onrechtmatig heeft gehandeld. Dit komt hoofdzakelijk door het feit dat [eiser] niet weerspreekt dat het telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Partijen zijn verdeeld over de interpretatie van dit gesprek. Dat betekent, zoals Powned ook betoogt, dat niet waarschijnlijk is dat een weerwoord van [eiser] invloed zou hebben gehad op de keuze van Powned om het telefoongesprek te presenteren zoals ze heeft gedaan. Daarnaast geldt dat Powned na de uitzending van 30 november 2011 aandacht heeft besteed aan de tegenargumenten van [eiser] in de uitzending van 2 december 2011. Ook heeft Powned interviews uitgezonden met respectievelijk een medewerker van High Fashion Music en een medebestuurslid van Buma/Stemra, die het voor [eiser] hebben opgenomen. Om die reden kan niet worden gezegd dat de berichtgeving louter eenzijdig, in het nadeel van [eiser], is geweest.

Onjuistheden

4.20. [eiseressen] stelt dat Powned een vals beeld heeft neergezet van de voorgeschiedenis, onder meer door te zeggen dat [eiser] het initiatief heeft genomen in het contact tussen [A]/[B] en [eiser].

4.21. In deze procedure is niet komen vast te staan van wie het initiatief tot contact uit is gegaan. Partijen verschillen daarover van mening. Ook als echter vast zou staan dat het initiatief tot contact is uitgegaan van [A] en Powned daarmee een onjuist beeld zou hebben geschetst van de voorgeschiedenis, zou dat geen beslissende betekenis hebben voor de vraag of Powned onrechtmatig heeft gehandeld. Een dergelijke onjuistheid zou weliswaar niet getuigen van zorgvuldige journalistiek, maar het neemt de essentie van het gesprek tussen [eiser] en [B] en de daarop gegronde beschuldiging van corruptie niet weg. Om die reden is evenmin beslissend dat Powned heeft gemeld dat [A] nog geen enkele betaling had ontvangen van Buma/Stemra, terwijl hij wel degelijk een voorschot had ontvangen.

Presentatie uitlatingen

4.22. Dat het [eiser] heeft gegriefd dat hij meerdere keren ‘corrupt’ is genoemd in de diverse uitzendingen en op de website van Powned is begrijpelijk. Daar staat echter tegenover, zoals Powned ook betoogt, dat het recht op de vrijheid van meningsuiting met zich brengt dat het een persorgaan in zekere mate vrij staat te overdrijven en/of te provoceren. De rechter behoort, in het belang van de persvrijheid, gepaste afstand te houden. Zoals al is overwogen gaat het om het aan de kaak stellen van een misstand, waarvoor voldoende feitelijke grondslag bestond. Gelet daarop had Powned de vrijheid - en kon zij het als haar maatschappelijke taak beschouwen - om het publiek te informeren. Het voortdurend in de uitzendingen herhalen van de beschuldiging met termen als “de rotte appel”, “corrupt as hell” en “zo corrupt als de neten” is zwaar aangezet, maar gelet op het feit dat enige overdrijving door de kijker van Pownews als inherent aan de uitzendingen van Pownews zal worden ervaren, overschrijden deze uitlatingen niet de grenzen van de maatschappelijke zorgvuldigheid. De rechtbank kan dan ook niet meegaan in de stelling dat de beschuldiging door Powned excessief is.

Conclusie

4.23. De rechtbank concludeert, na afweging van de wederzijdse belangen dat Powned zich niet onrechtmatig heeft gedragen door [eiser] corrupt te noemen.

In de kern komt het er op neer dat Powned op het telefoongesprek heeft mogen baseren dat [eiser] heeft aangeboden zijn invloed als bestuurslid van Buma/Stemra aan te wenden in ruil voor één derde van de uitgavenrechten van het werk van [A]. Daarmee legde Powned een misstand bloot. De werkwijze van Powned is niet onzorgvuldig geweest en aan Powned komt als persorgaan de vrijheid toe om te overdrijven. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseressen] zullen worden afgewezen. De overige stellingen van partijen behoeven geen verdere bespreking.

4.24. [eiseressen] zal als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Powned begroot op:

-griffierecht € 575,00

-salaris advocaat € 904,00 (2 punten x tarief € 452,00)

_________

-Totaal € 1.479,00

4.25 De door Powned gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen van [eiseressen] af,

5.2. veroordeelt [eiseressen] - hoofdelijk - in de proceskosten, aan de zijde van Powned tot op heden begroot op € 1.479,00,

5.3. veroordeelt [eiseressen] - hoofdelijk - in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4. verklaart de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, mr. A.R.P.J. Davids en mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2012.?