Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0024

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
12-10-2012
Zaaknummer
13/660353-12 en 13/259485-11 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van twee strafbare feiten, te weten diefstal en oplichting. Verdachte huurt een kamer op de bovenverdieping van een woning. De verhuurder woont zelf op de benedenverdieping deze woning. Verhuurder gaat op vakantie en sluit zijn benedenverdieping niet af, waarna verdachte zich tijdens deze vakantie een aantal goederen uit deze benedenverdieping en uit de garage van de verhuurder wederrechtelijk toe-eigent. Onder de weggenomen goederen bevindt zich onder meer een autosleutel, kentekenbewijzen en een auto. Vervolgens verkoopt verdachte de auto, waarbij hij zich voordoet als de rechtmatige eigenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/660353-12 en 13/259485-11 (Tul)

Datum uitspraak: 7 augustus 2012

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1972],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] te [plaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juli 2012.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

Primair:

hij tussen 2 maart 2012 tot en met 22 maart 2012 te Hilversum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of bijhorende garage (perceel [adres perceel]) heeft weggenomen een laptop (merk Maxdata) en/of een dongel (merk Vodafone) en/of een tas en/of een of meerdere siera(a)d(en) (Indisch goud) en/of een (zwarte) (akte)tas (met daarin 150 Engelse ponden en een TomTom) en/of een of meerdere ordner(s) (met daarin persoonlijke administratie) en/of een of meerdere (reserve)autosleutel(s)

en/of een of meerdere kentekenpapier(en) (deel 1, 2 en 3) en/of een auto (Merk Dacia, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door de (onafgesloten) (woon)ruimte te betreden en/of binnen te dringen;

en/of

hij tussen 2 maart 2012 tot en met 22 maart 2012 te Hilversum opzettelijk een laptop (merk Maxdata) en/of een dongel (merk Vodafone) en/of een tas en/of een of meerdere siera(a)d(en) (Indisch goud) en/of een (zwarte) (akte)tas (met daarin 150 Engelse ponden, een TomTom) en/of een of meerdere ordner(s) (met daarin persoonlijke administratie) en/of een of meerdere

(reserve)autosleutel(s) en/of een of meerdere kentekenpapier(en) (deel 1, 2 en 3) en/of een auto (Merk Dacia, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als zijnde rechtmatig bewoner van de woning, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Subsidiair:

hij tussen 2 maart 2012 tot en met 22 maart 2012 te Hilversum, in elk geval in Nederland, een of meermalen een laptop (merk Maxdata) en/of een dongel (merk Vodafone) en/of een tas en/of een of meerdere siera(a)d(en) (Indisch goud) en/of een (zwarte) (akte)tas (met daarin 150 Engelse ponden, een TomTom) en/of een of meerdere ordner(s) (met daarin persoonlijke administratie) en/of een of meerdere (reserve)autosleutel(s) en/of een of meerdere kentekenpapier(en) (deel 1, 2 en 3) en/of een auto (Merk Dacia, kenteken [kenteken]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen (telkens) wist, dat het (een) door diefstal en/of verduistering, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 2:

hij op of omstreeks 15 maart 2012 te Hilversum met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (EUR 7750), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich heeft voorgedaan als rechtmatige eigenaar en/of (vervolgens) een auto (merk Dacia, kenteken [kenteken]) verkocht, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

Bewijsoverweging t.a.v. feit 1 primair.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de onder 1 ten laste gelegde diefstal dient te worden vrijgesproken. De eigenaar van het huis heeft immers geen beperkingen opgelegd aan de bewoners van het huis. De bewoners hadden vrije toegang tot het gehele huis en genoten een zodanige mate van vertrouwen van de eigenaar, dat er geen reden was om de deuren in de woning af te sluiten. Hieruit volgt dat de verdachte de goederen onder zich had in de zin van artikel van het 321 Wetboek van Strafrecht. De raadsman is derhalve van mening dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering en dient te worden vrijgesproken van diefstal.

Beoordeling

Anders dan de raadsman betoogt en overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal. Verdachte huurde een kamer op de bovenste verdieping van de woning. De eigenaar, woonachtig op de benedenverdieping, heeft de deur naar zijn woongedeelte niet afgesloten toen hij op 2 maart 2012 het huis verliet. De eigenaar heeft hiermee echter geen toestemming gegeven aan de verdachte om zich in dit woongedeelte te begeven. Dat is niet af te leiden uit diens aangifte, noch uit hetgeen hij blijkens het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2012 (p. 27-30) op 23 maart 2012 tegen verbalisant J.D.M. Bakker, agent van politie Gooi en Vechtstreek, heeft verklaard, te weten uitsluitend dat hij in goed vertrouwen is weggegaan met vakantie. Uit het enkele feit dat verdachte een kamer huurde op een bovenverdieping van het huis van aangever, die zelf de parterreverdieping bewoont, kan niet volgen dat verdachte de weggenomen goederen onder zich had in de zin van artikel 321 Wetboek van Strafrecht. Ook is niet gebleken van enige rechtsverhouding met de eigenaar op grond waarvan de verdachte de goederen onder zich had of dat deze hem door de eigenaar op een of andere wijze waren toevertrouwd. Derhalve is van verduistering geen sprake en heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal, hetgeen hij overigens zelf ter zitting heeft bevestigd. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewijsoverweging t.a.v. feit 2.

Verdachte heeft zich tegenover de koper [benadeelde 2] voorgedaan als familie van de eigenaar, waarbij hij heeft verklaard door de eigenaar gemachtigd te zijn om de auto te verkopen. Verdachte heeft zich in zoverre voorgedaan als rechtmatige eigenaar, dat hij gerechtigd was om namens deze de auto verkopen. Weliswaar kan verdachte in civielrechtelijke zin niet als eigenaar worden aangemerkt, maar niettemin kan op grond van voorgaande redenering tot een bewezenverklaring worden gekomen ten aanzien van hetgeen onder 2 ten laste gelegde.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1, primair:

tussen 10 maart 2012 en 22 maart 2012 te Hilversum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning en bijhorende garage, perceel [adres perceel], heeft weggenomen een laptop, merk Maxdata, en een dongel, merk Vodafone, en een tas en sieraden, Indisch goud, en een aktetas met daarin Engelse ponden en een TomTom en ordners met daarin persoonlijke administratie en een autosleutel

en kentekenpapieren, deel 1, 2 en 3, en een auto, merk Dacia, kenteken [kenteken], toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door de onafgesloten woonruimte te betreden;

Feit 2:

op 15 maart 2012 te Hilversum met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, EUR 7750,-, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als rechtmatige eigenaar van, en vervolgens, een auto, merk Dacia, kenteken [kenteken], verkocht, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair en onder 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Gedurende deze proeftijd dient verdachte te voldoen aan de volgende bijzondere voorwaarde:

– verdachte moet zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt dat de verdachte moet deelnemen aan een klinische opname en aan een leefstijltraining.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 2] heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering ter hoogte van EUR 7940,69 voor een bedrag ter hoogte van EUR 7940,21 dient te worden toegewezen. Voorts dient hierbij de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht te worden toegepast. Voor het overige dient de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging van het onherroepelijke vonnis van 23 februari 2012, met parketnummer 13/259485-11, volledig ten uitvoer wordt gelegd. Derhalve vordert de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat er bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de uitkomst van het reclasseringsadvies van Inforsa. Verdachte is bereid om met het oog op zijn toekomst mee te werken aan de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door Inforsa.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en aan oplichting. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de omstandigheid dat de eigenaar de deur naar diens woongedeelte niet heeft afgesloten en van het aldus in hem gestelde vertrouwen. Verdachte heeft door het wegnemen van de goederen bovendien geen respect getoond voor andermans eigendom. Nadat verdachte de autosleutel en de kentekenpapieren had gestolen, heeft verdachte de auto verkocht aan de niets vermoedende koper. Verdachte heeft zich hierbij voorgedaan als rechtmatige eigenaar en op deze manier de koper, die lang voor de niet onaanzienlijke koopsom heeft moeten sparen en nu zowel zijn spaargeld als de auto, die is teruggegeven aan de bestolene, kwijt is, ernstig gedupeerd.

Blijkens een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 15 juni 2012 is hij eerder voor een soortgelijk feit veroordeeld. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op het adviesrapport van Inforsa van 3 juli 2012 en de Pro Justitia rapportage van 6 juni 2012, waarbij de verdachte heeft meegewerkt aan een psychiatrisch onderzoek. De psychiater acht verdachte licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank neemt deze conclusie over. Voorts leidt de rechtbank uit genoemde rapportages af dat ten tijde van de bewezen geachte feiten het gebruik van verdovende middelen en een gokverslaving een grote rol in het leven van verdachte hebben gespeeld, en dat behandeling op deze gebieden gewenst is. Verdachte heeft verklaard hiervoor open te staan.

Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, in combinatie met na te melden bijzondere voorwaarde, is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 2] en de schadevergoedingsmaatregel

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2], niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 7940,21 (zevenduizendnegenhonderdveertig euro en eenentwintig cent). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [benadeelde 2] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 20 april 2012 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/259485-11, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 23 februari 2012 van de politierechter te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een kopie van de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, welke aan verdachte op 13 maart 2012 is verzonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten, te weten een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

diefstal

Feit 2:

oplichting

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen, als veroordeelde tijdens de proeftijd de volgende bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- veroordeelde zich stelt en blijft onder de leiding en toezicht van Inforsa Reclassering, zolang als die instelling dat nodig oordeelt, en zich gedraagt naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, ook als die inhouden dat veroordeelde deelneemt aan een klinische opname bij JellinekMentrum en dat veroordeelde deelneemt aan een leefstijltraining.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende op het adres [adres], [postcode plaats], toe tot een bedrag van EUR 7940,21 (zevenduizendnegenhonderdveertig euro en eenentwintig cent).

Veroordeelt veroordeelde aan [benadeelde 2] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt veroordeelde voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt aan veroordeelde de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], te betalen de som van EUR 7940,21 (zevenduizendnegenhonderdveertig euro en eenentwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 74 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover deze voorwaardelijk is opgelegd bij voornoemd vonnis d.d. 23 februari 2012, zijnde een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.M. van den Bergh, voorzitter,

mrs. T. van Voorst Vader en P. Rodenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van M.G. van Wijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 augustus 2012.

mr. T. van Voorst Vader is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.