Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX8120

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-09-2012
Datum publicatie
24-09-2012
Zaaknummer
EA12-162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek door werkgever. Wel vertrouwensbreuk die ontbinding rechtvaardigt, geen sexuele intimidatie. Onjuist is de opvatting dat een gedraging zonder meer als sexuele intimidatie moet worden aangemerkt indien degene jegens wie de gedraging is gericht zich sexueel geintimideerd voelt. Ontbindingsverzoek wordt toegewezen zonder toekenning vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0879
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE HILVERSUM

Kenmerk : EA 12-162

Datum : 20 september 2012

161

Beschikking van de kantonrechter te Hilversum op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door:

de besloten vennootschap PYXIS ACCOUNTANTS & BELASTINGADVISEURS B.V.,

gevestigd te Almere, alsmede te Naarden,

verzoekster,

voorwaardelijk verweerster,

nader te noemen Pyxis,

gemachtigde: mr. N. Sluis,

t e g e n:

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

voorwaardelijk verzoekster,

nader te noemen [verweerster],

gemachtigde: mr. B.J. van Spaendonck.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Pyxis heeft op 14 juni 2012 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

[verweerster] heeft op 21 augustus 2012 een verweerschrift ingediend, tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

De verzoeken zijn behandeld ter terechtzitting van 23 augustus 2012. Pyxis is verschenen bij de heren [naam] en [naam] en mevrouw [naam] met haar gemachtigde.

[verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door haar gemachtigde.

Partijen hebben hun standpunten over en weer toegelicht en verduidelijkt, Pyxis aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd en onder overlegging van een productie.

Vervolgens is de beschikking bepaald op heden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.[verweerster], thans 57 jaar oud, is sedert 15 september 2009 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Pyxis, laatstelijk als administratief medewerkster.

1.2.De omvang van de arbeidsovereenkomst bedraagt 24 uur per week. Het brutosalaris bedraagt € 1.597,22 per maand exclusief 8% vakantietoeslag.

1.3.[verweerster] heeft op maandag 2 april 2012 zich er bij haar leidinggevende, mevrouw

[naam leidinggevende van verweerster], over beklaagd, dat een van de partners van Pyxis, de heer [naam A], op vrijdag 30 maart 2012 tijdens de lunch seksueel getinte opmerkingen aan haar adres zou hebben gemaakt, alsmede dat de andere partner van Pyxis, de heer [naam B], kort na de lunch van 30 maart 2012 een opmerking van gelijke strekking aan haar adres heeft geuit.

1.4.In de loop van maandag 2 april 2012 heeft daaromtrent een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerster] en [naam A], in het bijzijn van [naam leidinggevende van verweerster], gevolgd door een tweede gesprek op die dag, waarbij ook [naam B] aanwezig was.

1.5.Op 3 april 2012 verscheen [verweerster] niet op haar werk. Zij heeft zich telefonisch ziek gemeld onder de mededeling “dat zij het niet trok en de situatie niet aan kon”.

1.6.Op12 april 2012 is [verweerster] op het spreekuur van de bedrijfsarts geweest. Deze stelde vast dat geen sprake was van ziekte en adviseerde partijen een mediationgesprek aan te gaan.

1.7.Op 26 april 2012 heeft een mediationgesprek tussen partijen plaatsgevonden. De uitkomsten daarvan zijn vastgelegd in een zogenaamde Nmi-vaststellingsovereenkomst.

1.8.De uitkomst van dat mediationgesprek was onder meer dat [verweerster] haar werkzaamheden op 3 mei 2012 zou hervatten, op 1 mei 2012 voorafgegaan door een lunch met [naam leidinggevende van verweerster].

1.9.[verweerster] is noch op 1 mei 2012 op de lunch met [naam leidinggevende van verweerster], noch op 3 mei 2012 op het werk verschenen.

1.10.Pyxis heeft, nadat zij bij haar brief van 3 mei 2012 aan [verweerster] had verzocht haar werkzaamheden per omgaand te hervatten, zoals door haar aangekondigd de loonbetaling aan [verweerster] per 4 mei 2012 stopgezet.

1.11.Pyxis heeft de door [verweerster] gestelde ziekmelding aan de bedrijfsarts van 27 april 2012, waarvan niet is gebleken dat deze door de Arbodienst, dan wel door de bedrijfsarts op die datum is ontvangen, naar aanleiding van een e-mailbericht van [verweerster] op 8 mei 2012 vanaf die datum alsnog geregistreerd en heeft de loondoorbetaling aan [verweerster] onder voorbehoud van al haar rechten per die datum hervat.

1.12.Blijkens rapportage van 11 mei 2012 en de toelichting daarop van 12 juli 2012 van de bedrijfsarts van het UWV, de heer [naam], was [verweerster] tijdelijk arbeidsongeschikt tot 22 mei 2012.

1.13.Na 22 mei 2012 is [verweerster] niet meer op het werk verschenen.

2.Pyxis verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen.

3.Daartoe stelt Pyxis - kort gezegd en voor zover hier van belang - dat de verandering in de omstandigheden er uit bestaat dat sprake is van een ernstige en niet te herstellen vertrouwensbreuk tussen partijen, welke door toedoen van [verweerster] is ontstaan.

4.Bij Pyxis heerst een open en informele arbeidscultuur. De medewerkers werken met elkaar samen en lunchen gezamenlijk. Er is sprake van een relatief kleine kantoorruimte, met een centraal gedeelte, waar zich onder meer de receptie en het kopieerapparaat bevinden. Er heerst een “open deur” cultuur.

5.[verweerster] heeft vanaf haar indiensttreding zonder problemen binnen deze open cultuur van Pyxis gefunctioneerd. Zij heeft er niet eerder blijk van gegeven dat zij het maken van opmerkingen binnen de informele sfeer die binnen Pyxis heerst als ongewenst zou hebben ervaren.

6.[verweerster] heeft op maandag 2 april 2012 een van de partners van Pyxis, de heer [naam A], er van beschuldigd dat hij op vrijdag 30 maart 2012 tijdens de lunch seksueel getinte opmerkingen aan het adres van [verweerster] zou hebben gemaakt, welke opmerkingen [verweerster] als ongewenst zou hebben ervaren. Hetzelfde geldt met betrekking tot een opmerking, welke een van de andere partners van Pyxis, de heer [naam B], kort na de lunch zou hebben gemaakt.

7.Pyxis is van oordeel dat er geen opmerkingen met een seksuele lading aan het adres van [verweerster] zijn gemaakt als door haar gesteld, noch door [naam A], noch door [naam B]. En zo al geconstateerd zou kunnen worden dat de gestelde opmerkingen aan het adres van [verweerster] zouden zijn gemaakt, merkt Pyxis op dat de inhoud daarvan onvoldoende is om seksuele intimidatie in de zijn van artikel 7:646 lid 8 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aannemelijk te achten.

8.De echtgenoot van [verweerster] is in februari 2011 plotseling overleden. Sedert begin van dit jaar heeft [verweerster] een nieuwe relatie. Zij is thans wellicht gevoeliger voor bepaalde opmerkingen dan voorheen. Dat maakt echter die opmerkingen nog niet per definitie seksueel intimiderend.

9.Met betrekking tot de beschuldigingen van [verweerster] aan het adres van [naam A] en [naam B] hebben gesprekken met [verweerster] plaatsgevonden, teneinde de lucht te klaren. Er heeft op aangeven van de bedrijfsarts tevens een mediationgesprek plaatsgevonden.

10.Pyxis is de mening toegedaan dat zij alles in het werk heeft gesteld om de gevoelens van [verweerster] weg te nemen, met het doel de tot dan toe bestaande werkzame relatie te kunnen hervatten. Pyxis heeft tot haar spijt moeten constateren dat [verweerster] daartoe geen, danwel onvoldoende inspanningen heeft verricht en, ondanks de tijdens het mediationgesprek gemaakte afspraken, zich daaraan niet heeft gehouden. Pyxis is van oordeel dat de ontstane situatie geheel aan [verweerster] is te verwijten. Zij acht mitsdien een aan [verweerster] toe te kennen beëindigingsvergoeding niet op zijn plaats.

11.[verweerster] is eveneens van mening dat er gewichtige redenen zijn bestaande in een verandering in de omstandigheden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en verzoekt op haar beurt, voor het geval Pyxis haar verzoek mocht intrekken, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, echter onder toekenning van een vergoeding naar billijkheid ten laste van Pyxis van € 18.246,00 bruto.

12.[verweerster] voert ter ondersteuning van haar stellingen - kort gezegd - aan dat de verandering in de omstandigheden in overwegende mate aan Pyxis is te wijten.

13.Haar echtgenoot is op 2 februari 2011 plotseling overleden. Sinds het begin van dit jaar heeft zij en nieuwe relatie. Zij heeft haar collegae daarover ingelicht. Dat was voor de heren [naam B], [naam A] en [naam C] kennelijk aanleiding tot het maken van allerlei seksueel getinte toespelingen. [naam A] had tijdens de lunch van 30 maart 2012 een opmerking gemaakt over het feit dat [verweerster] sla aan het eten was. [naam A] stelde daarbij de vraag of zij “tijdens haar afslankperiode ook meer beweging had” hetgeen door haar als insinuerend werd ervaren.

Ook de aan haar adres geuite opmerking “dat zij de afgelopen jaren wel tekort zou zijn gekomen” is in dit kader een sprekend voorbeeld.

14.Door ingrijpende veranderingen in haar privéleven is [verweerster] enigszins gevoeliger geworden voor opmerkingen. Zij voelde zich na het overlijden van haar echtgenoot kwetsbaar en onzeker. [naam A] en [naam B] hebben zich onvoldoende gerealiseerd dat bepaalde opmerkingen wel een anders bij haar over zouden kunnen komen.

15.Zij wenste de “kantoorhumor” van Pyxis niet langer te accepteren. Dat is haar niet te verwijten. Daar had Pyxis adequater op moeten reageren. De relatie tussen partijen is daardoor verstoord geraakt. [verweerster] is zich gaandeweg steeds meer aan het gedrag van [naam A] en [naam B] gaan storen. Het incident van 30 maart 2012 was voor [verweerster] de druppel die de emmer deed overlopen.

Beoordeling

16.Nu beide partijen daaromtrent niet van mening verschillen wordt vastgesteld dat de goede verstandhouding, noodzakelijk voor een verdere samenwerking tussen partijen, blijvend is komen te ontbreken. Beiden zijn het er dan ook op grond daarvan over eens dat de arbeidsrelatie dient te worden beëindigd. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.

17.Blijft over de vraag of aan Pyxis te dezen zodanig ernstige verwijten jegens [verweerster] zijn te maken op grond waarvan aan [verweerster] een vergoeding naar billijkheid ten laste van Pyxis toekomt. Naar het oordeel van de kantonrechter dient die vraag ontkennend te worden beantwoord. Daartoe wordt het volgende overwogen.

18.In artikel 7:646 lid 8 BW is het volgende bepaald: “Onder seksuele intimidatie (…) wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd”.

19.Onjuist is daarbij de opvatting dat een gedraging zonder meer als seksuele intimidatie moet worden aangemerkt indien degene jegens wie die gedraging is gericht zich seksueel geïntimideerd voelt. De vraag of een gedraging al dan niet seksueel intimiderend is dient objectief te worden beoordeeld. Bij de beoordeling van de vraag of van seksuele intimidatie sprake is, kan ook de omstandigheid dat de gedraging voor de pleger, in casu [naam A] of [naam B], geen seksuele lading had, worden betrokken.

20.De kantonrechter is van oordeel dat in casu niet kan worden gesproken van seksuele intimidatie in de zin van voormeld wetsartikel. De door [naam A] en [naam B] aan het adres van [verweerster] - en ook de in het algemeen - geuite opmerkingen in de werksituatie zijn daartoe inhoudelijk onvoldoende en kunnen het predicaat “seksueel intimiderend” niet dragen.

21.Nu [verweerster] te dezen geen melding heeft gemaakt van nog andere aan haar adres geuite specifiek aan de onderhavige problematiek gerelateerde opmerkingen dan die welke in het verzoekschrift en het verweerschrift zijn vermeld, kan daaromtrent mitsdien in dit kader geen oordeel worden gevormd.

22.De omstandigheid dat [verweerster] door ingrijpende veranderingen in haar privéleven enigszins gevoeliger is geworden voor opmerkingen waarop zij voorheen wellicht minder heftig zou hebben gereageerd en dat haar tolerantieniveau met betrekking tot die opmerkingen in de loop der tijden enigszins is veranderd, is geen criterium op grond waarvan die opmerkingen objectief gezien thans als seksuele intimidatie kunnen worden betiteld.

23.Daar komt nog bij dat niet is gebleken dat de onderhavige gedraging voor [naam A], dan wel [naam B] een doelbewuste seksuele lading had. Daartoe is onvoldoende gesteld.

24.Op al deze gronden moet naar het oordeel van de kantonrechter de slotsom volgen, dat de tussen partijen ontstane situatie niet aan Pyxis is te wijten en volledige is toe te rekenen aan de gedragingen van [verweerster]. Dat daarbij het de afname van het weerstandsniveau van [verweerster] een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld doet daaraan niet af.

25.Dat betekent dat voor toekenning van en vergoeding naar billijkheid aan [verweerster] ten laste van Pyxis naar het oordeel van de kantonrechter geen plaats is.

26.Nu op verzoek van Pyxis de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en geen vergoeding wordt toegekend, behoeft geen termijn te worden bepaald waarin Pyxis het verzoek kan intrekken.

27.Aangezien niet waarschijnlijk is dat de door [verweerster] gestelde voorwaarde onder de gegeven omstandigheden in vervulling zal gaan, behoeft het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerster] geen verdere behandeling meer en kan aanstonds worden afgewezen.

28.Er zijn termen om de kosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

Op het verzoek van Pyxis:

I.ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2012;

II.wijst het meer of anders verzochte af;

Op het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerster]:

III.wijst het verzoek af;

Op beide verzoeken:

IV.compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. F.M.P.M. Strengers, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op

20 september 2012 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter