Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX7587

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
13-651973-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling en/of beschadiging en/of onbruikbaar maken van enig goed dat geheel of ten dele aan het Leger des Heils toebehoort. Ook heeft hij zich jegens benadeelden geuit door middel van bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte heeft ambtenaren, die in de rechtmatige uitoefening van hun bediening waren, beledigd. Aan verdachte wordt geen verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf opgelegd; verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/651973-11

Datum uitspraak: 29 augustus 2012

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1965],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode plaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 augustus 2012.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 07 december 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een monitor en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Leger des Heils, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met voornoemde monitor en/of voornoemde telefoon te gooien;

2.

hij op of omstreeks 1 december 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk [benadeelde 2], een collega van voornoemde [benadeelde 1], dreigend de woorden toegevoegd: "Als je [benadeelde 1] ziet, zeg haar dan dat ik haar dood maak!" en/of “Ik maak haar dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 7 december 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [inspecteur], inspecteur, dienstdoende bij wijkteam Nieuwezijds Voorburgwal, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, met bureaudienst belast in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ja daaaaag kankerwijf, ga weg stuk stront, je stinkt, je stinkt echt, ga weg!" en/of "Luister naar mij juf. Ik ben inderdaad niet tot antwoorden verplicht. Houd mij goed in de gaten kankerhoer met je kankerkroontjes! Je mag me pijpen, lekker pijpen en anders rot je maar op kut!", althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking en/of is verdachte naar voornoemde [inspecteur] toegegaan waarna hij, verdachte, opzettelijk zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gepakt en/of aftrekbewegingen heeft gemaakt en/of (daarbij) voornoemde [inspecteur] eenmaal of meermalen de woorden geschreeuwd: "Pijp me dan hoer!!", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 7 december 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [hoofdagent], hoofdagent bij District 1 Leiding, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening tezamen met [politieambtenaar 1], belast met verhoor, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Met je blonde hoer! Ik wil haar neuken, die blonde hoer van je! Loverboy!" en/of naar voornoemde [hoofdagent] heeft gewezen en/of heeft gezegd: "He, ik ken jou!" en/of "Van het internet, daar sta je met je blote tieten op! Dat vind ik lekker" en/of "He, loverboy! je moet haar neuken, die blonde kankerhoer van je! Dat vinden ze lekker, die besneden lullen, die blonde kankerhoeren!" en/of éénmaal of meermalen: "kankerhoer" en/of "tyfuswijf", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

5.

(gevoegde zaak 13/650873-12)

hij op of omstreeks 13 juni 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [politieambtenaar 2] en/of [politieambtenaar 3], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid eenmaal of meermalen mondeling heeft toegevoegd de woorden: "stelletje kankerlijers" en/of "schop je de kanker in" en/of "jij bent een kanker racist" en/of "anders sla ik je voor je bek" en/of "tyfuslijer ik sla je de kanker in" en/of "sukkel" en/of "je kanker moet" en/of "gore kankerlijer, mongool" en/of "ik neuk je in je kont, vind je vast lekker" en/of "doe de taser op je lul, dan kom je tenminste nog klaar" en/of "kanker natie" en/of "dwerg" en/of "vuile hoeren zonen" en/of "ik neuk je moeder net zo lang tot ze het lekker vind" en/of "zwarte kankerneger", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

6.

(gevoegde zaak 13/651796-11)

hij op of omstreeks 1 november 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Laat me met rust, anders schiet ik je dood met een 9 mm", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7.

(gevoegde zaak 13/651796-11)

hij op of omstreeks 1 november 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Laat mij met rust, anders schiet ik jullie dood met een 9 mm" en/of "Ik kom straks terug met een pistool en dan schiet ik jullie dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank acht, met de officier van justitie en de raadsvrouw, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 6. is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daarbij het volgende. De getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte haar heeft gezegd dat hij “[A]” zou gaan neerschieten met een “9mm”. Nog los van het feit dat uit de verklaring van [getuige] niet blijkt dat zij de ten laste gelegde bedreiging van [benadeelde 3] daadwerkelijk heeft gehoord, doelde verdachte volgens [getuige] kennelijk op [B] en niet op ([A]) [benadeelde 3]. Nu de getuige [benadeelde 4] weliswaar bij de politie heeft verklaard dat hij en [benadeelde 3] werden bedreigd, maar bij de rechter-commissaris juist de naam [B] heeft genoemd, en verdachte zelf heeft verklaard dat hij [B] zocht (waarbij hij die [B] niet zou hebben bedreigd), is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig ter ondersteuning van de aangifte die [benadeelde 3] tegen verdachte heeft gedaan. Verdachte dient dan ook van het hem onder 6. ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

3.2. Voorts acht de rechtbank, met de raadsvrouw, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 7. is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan eveneens dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent dat voor dit feit als enig bewijsmiddel de verklaring van [benadeelde 4] zelf voorhanden is. Nu deze verklaring geen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen dient verdachte van het bedreigen van die [benadeelde 4] zoals onder 7. is ten laste gelegd, te worden vrijgesproken.

3.3. De rechtbank acht de onder 5. ten laste gelegde bewoordingen “schop je de kanker in” en “anders sla ik je voor je bek”, hoewel misschien bedreigend, niet beledigend. Deze gedeelten van het onder 5. ten laste gelegde worden derhalve niet bewezen verklaard.

3.4. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde

op 7 december 2011 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een monitor, toebehorende aan het Leger des Heils, onbruikbaar heeft gemaakt door met voornoemde monitor te gooien

en

op 7 december 2011 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, toebehorende aan het Leger des Heils, heeft beschadigd door met voornoemde telefoon te gooien;

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde

op 1 december 2011 te Amsterdam, [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk [benadeelde 2], een collega van voornoemde [benadeelde 1], dreigend de woorden toegevoegd: "Als je [benadeelde 1] ziet, zeg haar dan dat ik haar dood maak!" en/of “Ik maak haar dood”;

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde

op 7 december 2011 te Amsterdam, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [inspecteur], inspecteur, dienstdoende bij wijkteam Nieuwezijds Voorburgwal, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, met bureaudienst belast in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ja daaaaag kankerwijf, ga weg stuk stront, je stinkt, je stinkt echt, ga weg" en "Luister naar mij juf. Ik ben inderdaad niet tot antwoorden verplicht. Houd mij goed in de gaten kankerhoer met je kankerkroontjes. Je mag me pijpen, lekker pijpen en anders rot je maar op kut!", en is verdachte naar voornoemde [inspecteur] toegegaan waarna hij, verdachte, opzettelijk zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gepakt en aftrekbewegingen heeft gemaakt en daarbij tegen voornoemde [inspecteur] meermalen de woorden heeft geschreeuwd: "Pijp me dan hoer";

Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde

op 7 december 2011 te Amsterdam, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [hoofdagent], hoofdagent bij District 1 Leiding, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening tezamen met [politieambtenaar 1], belast met verhoor, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Met je blonde hoer. Ik wil haar neuken, die blonde hoer van je. Loverboy" en naar voornoemde [hoofdagent] heeft gewezen en heeft gezegd: "He, ik ken jou" en "van het internet, daar sta je met je blote tieten op. Dat vind ik lekker" en "He, loverboy. je moet haar neuken, die blonde kankerhoer van je. Dat vinden ze lekker, die besneden lullen, die blonde kankerhoeren." en meermalen: "kankerhoer" en "tyfuswijf";

Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde

op 13 juni 2012 te Amsterdam, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [politieambtenaar 2] en [politieambtenaar 3], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden: "stelletje kankerlijers" en "jij bent een kanker racist" en "tyfuslijer ik sla je de kanker in" en "sukkel" en "je kanker moer" en "gore kankerlijer, mongool" en "ik neuk je in je kont, vind je vast lekker" en "doe de taser op je lul, dan kom je tenminste nog klaar" en "kanker nazi" en "dwerg" en "vuile hoeren zonen" en "ik neuk je moeder net zo lang tot ze het lekker vindt" en "zwarte kankerneger".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1., 2., 3., 4., 5. en 7. bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een medewerkster van het Leger des Heils, via één van haar collega’s, verbaal met de dood bedreigd. Een paar dagen later heeft hij eigendommen van het Leger des Heils beschadigd en onbruikbaar gemaakt. Toen hij daarvoor werd aangehouden heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zeer kwalijke verbale beledigingen van politieambtenaren die in de uitoefening van hun functie waren. Een aantal maanden later heeft hij wederom politieambtenaren beledigd. Al deze feiten zijn naar en afkeurenswaardig. Een bedreiging met de dood is voor een slachtoffer een zeer beangstigende ervaring. Bij de beledigingen gaat het om misdrijven tegen de openbare orde, waarvan een gezagsondermijnende werking uitgaat. Dat kan niet worden getolereerd.

Uit een verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 4 juli 2012 blijkt dat verdachte vaker wegens soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft kennis genomen van het beknopte reclasseringsadvies van 15 juni 2012 betreffende verdachte. Hieruit blijkt, kort gezegd, dat verdachte heeft aangegeven geen begeleiding van de reclassering te willen of nodig te hebben.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op de inhoud van de ketenkaart van verdachte d.d.

14 augustus 2012. Daaruit blijkt dat verdachte voldoet aan de ISD-criteria. De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het openbaar ministerie bij een eventuele volgende strafzaak tegen verdachte voornemens is de ISD-maatregel te eisen.

Hoewel verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij wel zou openstaan voor begeleiding en eventueel behandeling, zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf. Nu verdachte immers eerder bij de reclassering heeft aangegeven geen begeleiding te willen en er daarom geen volledig reclasseringsrapport is opgemaakt, kan de rechtbank niet tot het opleggen van een dergelijke bijzondere voorwaarde overgaan. De reclassering heeft zich ook niet tot deze begeleiding bereid verklaard. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding een deels voorwaardelijke (gevangenis)straf opleggen. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat verdachte, zoals de officier van justitie heeft aangegeven en zoals ook uit de ketenkaart en het reclasseringsrapport betreffende verdachte blijkt, in geval hij een volgend strafbaar feit zou begaan, in aanmerking komt voor een ISD-maatregel. Dit zou voldoende moeten zijn om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. Het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel is daarmee niet van toegevoegde waarde. Gelet op het feit dat de rechtbank verdachte vrijspreekt van niet één maar twee van de hem ten laste gelegde feiten, wordt bij de straftoemeting afgeweken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daarbij tevens aansluiting gezocht bij straffen zoals die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Na te noemen onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 266, 267, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 6. en 7. ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4. is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1. bewezenverklaarde

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken

en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Ten aanzien van het onder 2. bewezenverklaarde

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van het onder 3., 4. en 5. bewezenverklaarde

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W. Moors, voorzitter,

mrs. M.R. Jöbsis en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. Noomen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2012.