Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6431

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
04-09-2012
Zaaknummer
448812 - HA ZA 10-231
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eisers [De Reparateurs] hebben onderdeel uitgemaakt van het netwerk van erkende reparateurs en dealers van KIA Nederland B.V. KIA Nederland B.V. is op 6 april 2009 failliet verklaard, waarna de curator in dat faillissement aan De Reparateurs heeft bericht dat hun contracten met KIA Nederland B.V., als gevolg van het faillissement, zijn beëindigd.

Tussen gedaagde [KIA Motors] en De Reparateurs is een overeenkomst voor bepaalde tijd gesloten. KIA Motors heeft De Reparateurs hierna geen verlenging van de bestaande of een nieuwe overeenkomst aangeboden.

De vorderingen van De Reparateurs in deze procedure zien op voortzetting van hun (contractuele) relatie met KIA Motors voor onbepaalde tijd. Deze vorderingen baseren zij op verschillende grondslagen. De rechtbank beantwoordt de vragen, of De Reparateurs gerechtvaardigd erop mochten vertrouwen dat KIA Motors hen na afloop van de overeenkomst een nieuwe overeenkomst voor onbepaalde tijd zou aanbieden, of de redelijkheid en billijkheid met zich brengt dat KIA Motors gehouden is een reparateurovereenkomst met De Reparateurs aan te gaan, of KIA Motors in strijd heeft gehandeld met hetgeen haar in het maatschappelijk verkeer betaamt door De Reparateurs geen reparateurovereenkomst aan te bieden en of KIA Motors in strijd met mededingingsrechtelijke regels (artikel 6 en artikel 24 Mededingingswet) handelt, ontkennend. De vorderingen van De Reparateurs worden daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VONNIS

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 448812 / HA ZA 10-231

Vonnis van 25 juli 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A B.V.],

gevestigd te Heerlen,

2. de vennootschap onder firma

[B V.O.F.],

gevestigd te Groningen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C B.V.],

gevestigd te Apeldoorn,

eiseressen,

advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KIA MOTORS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Vianen,

gedaagde,

advocaat mr. W.B.J. van Overbeek te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk [A B.V.], [B V.O.F.] en [C B.V.] en gezamenlijk als “De Reparateurs”. Gedaagde zal KIA Motors genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 juli 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 1 november 2010, met de daarin genoemde stukken en/of proceshandelingen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Reparateurs hebben op grond van een “Overeenkomst Erkend Reparateur” als “Erkend Reparateur” onderdeel uitgemaakt van het netwerk van erkende reparateurs en dealers van KIA Nederland B.V. (hierna: KIA Nederland). In die hoedanigheid hebben De Reparateurs, naast het uitvoeren van regulier onderhoud en reparaties van KIA-voertuigen, in hun reclame-uitingen het KIA beeld- en woordmerk mogen voeren, garantiewerkzaamheden mogen verrichten, coulance kunnen aanvragen voor reparaties die niet meer onder de fabrieksgarantie vallen, hun klanten aan kunnen sluiten bij de KIA Internationale Wegenhulpgarantie, originele reserveonderdelen en accessoires van KIA kunnen kopen en doorverkopen en hebben zij direct toegang gehad tot technische informatie van en over KIA-voertuigen (hierna: de “after sales diensten”).

2.2. KIA Nederland is op 6 april 2009 failliet verklaard.

2.3. Bij brief van 16 april 2009 heeft de curator aan De Reparateurs bericht dat hun contracten met KIA Nederland in verband met dit faillissement zijn beëindigd. Verder vermeldt deze brief onder meer:

“U zult de komende periode nader worden ingelicht door de doorstartende partij, Kia Motors Nederland B.V.”

2.4. In een dealerbulletin van KIA Motors van 29 april 2009 staat onder meer:

“Onze energie zal er in de komende periode op gericht zijn de serviceverlening naar u en uw klanten weer op het normale niveau te krijgen. Daarna zullen we bijeenkomsten houden waarin we u nader zullen informeren over de gehele opzet van Kia in Nederland nu de import door een fabrieksvestiging ter hand wordt genomen. Om in de komende weken een werkbare situatie te creëren ontvangt u een dezer dagen een brief waarin Kia Motors Nederland verklaart aan u te zullen leveren onder algemene voorwaarden en dat aan u toestemming wordt verleend het Kia merk te mogen vertegenwoordigen. Deze overgangsperiode is nodig om nieuwe dealercontracten op te kunnen stellen nu veel elementen van de samenwerking anders zullen worden ingericht dan u in het verleden van uw importeur gewend was”.

2.5. Op 7 mei 2009 is in de e-mailnieuwsbrief “Automotive online” een artikel verschenen waarin staat dat voor het dealernetwerk van KIA nog niet veel verandert en dat namens KIA het volgende is verklaard:

“We zijn bezig om een blueprint te ontwikkelen voor het retailnetwerk. Er zal geen revolutie plaatsvinden, hooguit evolutie”.

2.6. In de “Bovagkrant” van 7 mei 2009 wordt verslag gedaan van de “officiële aftrap” van KIA Motors. Daarbij wordt vermeld dat op die bijeenkomst namens KIA Motors is meegedeeld dat de komende tijd geen grote verandering in het KIA-dealernetwerk is te verwachten.

2.7. KIA Motors heeft op 8 mei 2009 een dealerbulletin verspreid, waarin onder meer is vermeld:

“In de komende periode zal met het bestuur van de dealervereniging overleg worden gevoerd over het raamwerk van condities, standards en contracten. Om toch een voorlopige werkwijze en leveringsstroom naar u op gang te krijgen wordt aan u een overgangsperiode aangeboden. Die periode wordt bevestigd door een overgangsbrief gekoppeld aan algemene voorwaarden”.

2.8. Op 8 mei 2009 hebben De Reparateurs een brief ontvangen van KIA Motors, waarin onder meer het volgende is vermeld.

“Betreft: Aanbod tot het aangaan van een voorlopige overeenkomst

Zoals u weet is Kia Nederland B.V. (“KNL”) op 6 april 2009 failliet verklaard. U was op dat moment een netwerk partner van KNL.

Vanuit het recent opgerichte nieuwe Kia-importeurschap (Kia Motors Nederland B.V.) richten wij ons allereerst op de onderdelenvoorziening, garantieverlening en de toevoer van nieuwe Kia-voertuigen.

Wij zijn op dit moment nog niet in staat om te bepalen met welke van de bestaande Kia Dealers, Kia Subdealers en Kia Erkend Reparateurs wij verder zullen gaan. Wij verwachten daarover de komende weken te kunnen besluiten. In de tussentijd zijn wij bereid met alle bestaande Kia Dealers en Kia Erkend Reparateurs een samenwerking aan te gaan die een voorlopig karakter heeft en waarbij over en weer niet van meer sprake zal zijn dan een inspanning om, zo goed en zo kwaad als dat kan, Kia in Nederland op de kaart te houden. Deze tussenperiode noemen wij verder “de Overgangsperiode”.

(…)

Door deze brief voor akkoord te ondertekenen en aan ons te retourneren aanvaardt u:

1. dat op alle leveringen van goederen en diensten onze bijgaande verkoopvoorwaarden van toepassing zijn;

2. dat op ons (en ook op u zelf) niet meer rust dan een inspanningsverplichting om de zaken zo goed mogelijk op orde te krijgen c.q. te houden; wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor vertragingen en andere zaken die mis gaan gedurende de Overgangsperiode;

3. dat de Overgangsperiode eindigt door het verstrijken van een periode van 13 weken vanaf nu (welke derhalve afloopt op 31 juli 2009), waarna u:

(a) ofwel Kia Dealer en/of Kia Reparateur wordt op basis van (een) met Kia Motors Nederland B.V. te sluiten distributieovereenkomst(en), zulks indien Kia Motors Nederland B.V. besluit u (een) dergelijke overeenkomst(en) ter ondertekening voor te leggen en op voorwaarde dat deze overeenkomst(en) door u vóór het aflopen van Overgangsperiode zijn ondertekend en aan Kia Motors Nederland B.V. zijn geretourneerd;

(b) ofwel geen Kia Dealer bent, omdat Kia Motors Nederland B.V. voordien een (bij brief van 12 mei 2009 gewijzigd in “geen”, rechtbank) distributieovereenkomst(en) ter ondertekening heeft voorgelegd of omdat u (een) dergelijke distributieovereenkomst(en) niet vóór het aflopen van de Overgangsperiode ondertekend aan de afzender heeft geretourneerd;

4. dat u uitsluitend gedurende de Overgangsperiode gerechtigd bent het Kia-merk

ongewijzigd te blijven gebruiken. Indien u voor het einde van de Overgangsperiode geen distributieovereenkomst(en) heeft ondertekend en aan Kia Motors Nederland B.V. heeft geretourneerd -zoals voorzien in punt 3 (b) hierboven- houdt uw recht om het Kia-merk te gebruiken onmiddellijk op. U zult aan het gebruik van dat merk dan onmiddellijk een einde maken en u ook overigens dienen te onthouden van het wekken van de indruk dat u nog steeds deel uitmaakt van het Kia-distributienetwerk;

5. dat de relatie die u gedurende de Overgangsperiode aangaat met Kia Motors Nederland B.V. niet gekwalificeerd kan worden als een overeenkomst die valt binnen het toepassingsgebied van EG Verordening 1400/2002 van 31 juli 2002, laat staan als een overeenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3 lid 5 van die overeenkomst.

(…)

Indien u dit aanbod niet aanvaardt bent u niet meer gerechtigd het Kia-merk te gebruiken c.q. zich naar buiten toe te presenteren als een dealer die deel uitmaakt van het Kia-distributienetwerk.

(…).”

2.9. In de verkoop- en leveringsvoorwaarden waarnaar KIA Motors in haar brief van 8 mei 2009 verwijst is onder meer het volgende opgenomen:

“XIII Geen Dealerovereenkomst

XIII.1. De wederpartij erkent dat het feit dat wij producten verkopen en leveren niet

impliceert dat tussen ons en de wederpartij voor wat betreft die producten een

dealerovereenkomst bestaat. Dit wordt niet anders indien wij de wederpartij gedurende de overgangsperiode op enig moment als “dealer” aanduiden.

XIII.2. Indien tussen ons en de wederpartij voor het einde van de Overgangsperiode op initiatief van ons geen dealerrelatie ontstaat zal de wederpartij niet langer gerechtigd zijn enig product van ons af te nemen, onmiddellijk elk gebruik van elk handelsmerk staken en gestaakt houden en worden op dat moment alle openstaande betalingsverplichtingen jegens ons onmiddellijk opeisbaar.”

2.10. De Reparateurs hebben het in deze brief vermelde aanbod aanvaard. Aldus is een overeenkomst tot stand gekomen tussen ieder van hen en KIA Motors die hierna zal worden aangeduid als de “voorlopige overeenkomst”.

2.11. Bij brief van 25 juni 2009 (in het geval van [B V.O.F.] 29 juni 2009) heeft KIA Motors aan De Reparateurs onder meer het volgende bericht:

“Hiermee bevestig ik dat het contract met u inzake Kia Erkend Reparateur per 31 juli 2009 eindigt. Een nieuw contract wordt niet aangeboden.”

2.12. Op 8 juli 2009 is in de e-mailnieuwsbrief Automotive online een artikel verschenen waarin staat dat namens KIA is verklaard:

“Tussen de tien en twintig bestaande dealers en alle tien de erkend reparateurs krijgen geen nieuw contract aangeboden (…) In het nieuwe netwerk is geen plaats meer voor erkend reparateurs.”

2.13. De Reparateurs hebben KIA Motors begin juli 2009 schriftelijk meegedeeld dat zij van mening zijn dat KIA Motors gehouden is de contractuele verhouding met hen voort te zetten. KIA Motors heeft in reactie hierop laten weten bij haar besluit te blijven, in welk standpunt zij ook na sommatie door de advocaat van De Reparateurs heeft volhard.

2.14. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat met het oog op een door De Reparateurs aan te spannen kort geding de situatie zoals die onder de voorlopige overeenkomst bestond vooralsnog gehandhaafd zou blijven.

2.15. Op 18 september 2009 hebben De Reparateurs KIA Motors gedagvaard in kort geding, te houden op 28 september 2009 voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. In dit geding hebben De Reparateurs, kort samengevat, gevorderd dat KIA Motors zal worden veroordeeld om de (contractuele) relatie met hen voort te zetten.

2.16. Bij vonnis van 16 oktober 2010 heeft de voorzieningenrechter ex artikel 44a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de NMA) verzocht antwoord te geven op – kort gezegd – de vraag of de door KIA Motors gehanteerde contracten mededingingsbeperkende bedingen bevatten, of het door KIA Motors gehanteerde beleid met betrekking tot het selecteren van erkende reparateurs in strijd is met het kartelverbod dan wel misbruik van machtspositie oplevert en, zo ja wat daarvan de civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke gevolgen kunnen zijn.

2.17. Op 6 november 2009 heeft de NMA de voorzieningenrechter, door middel van beantwoording van de bij het tussenvonnis gestelde vragen, in deze procedure geadviseerd. In dit advies staat – kort gezegd – dat:

- indien de Voorzieningenrechter zou vaststellen dat KMN een distributiestelsel vormgeeft waarbij geen erkende reparateurs worden toegelaten die niet tevens dealer zijn, KMN in strijd met artikel 81 lid 1 van het EG-Verdrag (hierna: EG) zou handelen. Een koppeling van beide contracten zou een hardcore mededingingsbeperking opleveren, nu artikel 4 onder h van de groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten in de motorvoertuigensector Vo. 1400/2002 (hierna: de groepsvrijstelling 1400/2002) bepaalt dat een erkende reparateur niet mag worden verplicht tot het wederverkopen van auto’s.

- als de Voorzieningenrechter zou vaststellen dat het gelet op de specifieke kenmerken van de (hier relevante markten binnen de) motorvoertuigensector van belang is om erkend reparateur te zijn en dat niet-erkende reparateurs vanwege het ontbreken van erkenning beperkt zijn in hun mogelijkheden te concurreren met wel erkende reparateurs, de NMA het aannemelijk acht dat artikel 81 lid 1 EG is overtreden doordat KIA Motors niet iedereen toelaat tot haar netwerk van erkende reparateurs die wel aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen voldoet.

- het volgens de NMA niet zonder meer aannemelijk is dat misbruik van een machtspositie plaatsvindt. Indien reserveonderdelen, know-how, gereedschap, trainingen etc. verkrijgbaar zijn via erkende reparateurs of dealers en voor het behouden van garantie niet de eis wordt gesteld dat after sales diensten enkel bij erkende reparateurs worden afgenomen, lijkt de weigering om reparateurs toe te laten tot het netwerk geen misbruik op te leveren. Ook het enkele feit dat niet erkende reparateurs een hogere prijs voor onderdelen moeten betalen dan erkende reparateurs hoeft niet te wijzen op een misbruik, als het verschil wordt verklaard door een vergoeding voor redelijke kosten voor handeling.

- discriminatie een mogelijke vorm van misbruik is, indien als gevolg daarvan nadeel bij de mededinging wordt berokkend. De in deze vraag door de Voorzieningenrechter genoemde omstandigheden zijn op het eerste gezicht niet voldoende zwaarwegend om van nadeelsberok¬kening te kunnen spreken. Het is inherent aan ieder systeem van erkende reparateurs dat er een bepaalde mate van verschil bestaat tussen hen en onafhankelijke reparateurs, omdat anders het onderscheid tussen beide categorieën zou vervagen.

- in algemene zin uit schending van het Europese mededingingsrecht geen contracteerplicht voortvloeit. Slechts in uitzonderlijke situaties ontstaat een contracteerplicht, bijvoorbeeld bij een leveringsweigering in geval van een essential facility (artikel 82 EG). Ook een overtreding van artikel 81 EG leidt niet automatisch tot een contracteerplicht. Als de Voorzieningenrechter na onderzoek zou vaststellen dat sprake is van een merkbare mededingingsbeperking en dus dat KIA Motors in strijd met artikel 81 lid 1 EG handelt, dan dient KIA Motors dit probleem op te lossen hetgeen op tal van manieren kan.

2.18. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 3 december 2009 – samengevat – overwogen dat er voorshands van moet worden uitgegaan dat KIA Motors in strijd met het mededingingsrecht handelt omdat zij geen reparateurs tot haar netwerk toelaat die niet tevens dealer zullen worden (hierna: stand alone reparateurs). Voor een definitief oordeel over de vraag of sprake is van een koppeling van de dealer- en reparateurovereenkomsten, die volgens de NMA in strijd met artikel 81 lid 1 EG zou zijn, is echter volgens het oordeel van de voorzieningenrechter een nader onderzoek naar de feiten nodig. Op grond daarvan heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat, nu niet is gebleken op welke andere wijze deze ongeoorloofde situatie kan worden beëindigd, de bestaande situatie, waarbij KIA Motors De Reparateurs blijft erkennen als KIA-reparateurs, moet worden gehandhaafd, totdat in een bodemprocedure is beslist dat KIA Motors daartoe niet gehouden is.

2.19. Het huidige netwerk van KIA Motors bestaat uit zesennegentig marktdeelnemers, waarvan er vierennegentig zowel erkend dealer als erkend reparateur zijn en (naast De Reparateurs op grond van het vonnis van de voorzieningenrechter) twee stand alone reparateurs door KIA Motors zijn erkend. KIA Motors koos daarbij op basis van een blue print de locaties waar (bedrijfseconomisch gezien) een KIA-(sub)dealer zou moeten zitten inclusief – indien door deze (sub)dealer gewenst – een (daarin geïntegreerde) KIA-reparateur, die allen aan de eisen van KIA Motors dienden te voldoen. De leden van het netwerk van KIA Motors zijn vrij om ten aanzien van de after sales diensten KIA-producten of -diensten door te leveren aan wederverkopers of reparateurs die geen lid zijn van het KIA-netwerk.

2.20. Zowel in de thans door KIA Motors gebruikte dealerovereenkomst (hierna: de dealerovereenkomst) als in de thans door KIA Motors gebruikte reparateurovereenkomst (hierna: de reparateurovereenkomst) is opgenomen dat de wederpartij zich ervan bewust is dat KIA Motors gedurende de looptijd van de overeenkomst gerechtigd is nieuwe reparateurs en/of dealers tot het KIA netwerk toe te laten, ongeacht hun locatie.

3. De vordering

3.1. De Reparateurs vorderen, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. voor recht verklaart dat de (contractuele) relatie tussen hen en KIA Motors voor onbepaalde tijd voortduurt, althans dat KIA Motors gehouden is een contract met hen aan te gaan dat vergelijkbaar is met:

- het contract dat De Reparateurs in het verleden met KIA Nederland hebben gesloten, althans

- de reparateurovereenkomst, met toevoeging van de bepaling dat KIA Motors andere partijen als KIA (erkend) reparateur kan aanstellen op voorwaarde dat de betrokken kandidaat voldoet aan alle geldende KIA-aftersalesstandards en met dien verstande dat de reparateurovereenkomst in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van de dealerovereenkomst die betrekking hebben op de verkoop van reserveonderdelen en de reparatie en het onderhoud van KIA-voertuigen, althans

- de reparateurovereenkomst met dien verstande dat de reparateurovereenkomst in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van de dealerovereenkomst die betrekking hebben op de verkoop van reserveonderdelen en de reparatie en het onderhoud van KIA-voertuigen, althans

- de reparateurovereenkomst;

2. KIA Motors veroordeelt om de (contractuele) relatie met De Reparateurs voor onbepaalde tijd voort te zetten, althans de (contractuele) relatie met De Reparateurs voort te zetten totdat deze rechtsgeldig is beëindigd, en in dat kader KIA Motors te gebieden De Reparateurs op non-discriminatoire wijze te blijven erkennen als KIA (erkend) reparateur en al het nodige te verrichten, waaronder het formaliseren van de afspraken in een contract dat vergelijkbaar is met:

- het contract dat De Reparateurs in het verleden met KIA Nederland hebben gesloten, althans

- de reparateurovereenkomst, met toevoeging van de bepaling dat KIA Motors andere partijen als KIA (erkend) reparateur kan aanstellen op voorwaarde dat de betrokken kandidaat voldoet aan alle geldende KIA-aftersalesstandards en met dien verstande dat de reparateurovereenkomst in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van de dealerovereenkomst die betrekking hebben op de verkoop van reserveonderdelen en de reparatie en het onderhoud van KIA-voertuigen, althans

- de reparateurovereenkomst met dien verstande dat de reparateurovereenkomst in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van de dealerovereenkomst die betrekking hebben op de verkoop van de reserveonderdelen en de reparatie en het onderhoud van KIA-voertuigen, althans

- de reparateurovereenkomst, althans

KIA Motors (anderszins) te verbieden inbreuk te maken op artikel 6 lid 1 Mededingingswet (hierna: Mw) en/of artikel 101 lid 1 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VwEU) en/of artikel 24 Mw en/of artikel 102 VwEU, althans zodanige maatregel te treffen als de rechtbank geraden acht, alles zoveel mogelijk op straffe van verbeurte van een dwangsom aan elke Reparateur van € 50.000,-- voor iedere overtreding en van € 10.000,-- voor iedere dag dat deze voortduurt, althans op verbeurte van een dwangsom van

€ 50.000,-- voor iedere overtreding en van € 10.000,-- voor iedere dag dat deze voortduurt, althans in goede justitie te bepalen bedragen;

subsidiair

KIA Motors veroordeelt de schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden die De Reparateurs lijden als gevolg van de beëindiging van de (contractuele) relatie met KIA Motors;

primair en subsidiair

KIA Motors veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2. De Reparateurs stellen hiertoe dat zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat KIA Motors hen na afloop van de voorlopige overeenkomst een nieuwe overeenkomst voor onbepaalde tijd zou aanbieden. Zij ontlenen dit vertrouwen aan het feit dat in de brief van 8 mei 2009 de mogelijkheid dat het erkend reparateurschap niet zou worden verlengd niet wordt genoemd, terwijl dit wel het geval is ten aanzien van de erkende dealers. De Reparateurs mochten er dus vanuit gaan dat de mogelijkheid om geen erkend reparateur te blijven niet bestond. Dit klemt te meer nu De Reparateurs de brief van 8 mei 2009 hebben gelezen in de context van de groepsvrijstelling 1400/2002 waaruit voortvloeit dat iedere reparateur die aan de standards voldoet tot het netwerk zal worden toegelaten en dit beleid door alle autofabrikanten voor hun after sales diensten wordt gehanteerd, net zoals het KIA concern in andere Europese landen. Verder verwijzen De Reparateurs naar uitlatingen van KIA Motors als vermeld onder rov. 2.3 - 2.7, welke zij tezamen met de brief van 8 mei 2009 onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo mochten uitleggen dat KIA Motors hiermee wilde toezeggen dat een nieuw contract zou worden aangeboden. Uit deze mededelingen is immers niet op te maken dat KIA Motors voornemens was een strategieverandering door te voeren. Dit is evenmin aan de orde geweest tijdens een op 13 mei 2009 gehouden informatiebijeenkomst. Het achterwege blijven van die informatie komt voor rekening van KIA Motors. Nu De Reparateurs er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat KIA Motors hen, net zoals haar voorgangster KIA Nederland, zou toelaten tot het netwerk van erkende reparateurs is KIA Motors gehouden met De Reparateurs een reparateurovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan.

3.3. Verder stellen De Reparateurs dat de redelijkheid en billijkheid die de verhouding tussen KIA Motors en De Reparateurs beheerst een bijzondere zorgplicht met zich brengt die erin bestaat dat KIA Motors verplicht is die relatie voort te zetten. Gelet op de inzet van De Reparateurs om het merk KIA op de kaart te zetten en te houden, de grote investeringen die De Reparateurs hebben gedaan en het feit dat het KIA concern als geheel, waaronder thans KIA Motors, hiervan heeft geprofiteerd, had KIA Motors de belangen van De Reparateurs moeten laten prevaleren boven de belangen van nieuwe partijen die thans tot het netwerk zijn toegelaten. KIA Motors had derhalve de contracten tussen De Reparateurs en KIA Nederland na het faillissement moeten overnemen. Dit klemt te meer nu De Reparateurs in het faillissement van KIA Nederland geen aandeel hebben gehad en het faillissement het herinrichten van het KIA netwerk niet noodzakelijk maakt.

3.4. Voorts stellen De Reparateurs dat KIA Motors in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en derhalve onrechtmatig jegens hen handelt door hen geen reparateurovereenkomst aan te bieden. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is het onrechtmatig dat KIA Motors De Reparateurs schade berokkent door hen het erkend reparateurschap te onthouden. KIA Motors heeft misbruik gemaakt van het faillissement van KIA Nederland.

3.5. De Reparateurs stellen dat de voorlopige overeenkomst in strijd is met het kartelverbod omdat de voorlopige overeenkomst niet voldoet aan de eisen die de groepsvrijstelling 1400/2002 stelt aan de overeengekomen looptijd om voor vrijstelling van dat verbod in aanmerking te komen. Tevens beperkt de voorlopige overeenkomst volgens De Reparateurs de mededinging, omdat deze overeenkomst alleen is aangeboden aan ondernemingen die voordien tot het netwerk van KIA Nederland behoorden. Verder zijn De Reparateurs gedurende de looptijd van de voorlopige overeenkomst door KIA Motors aangemerkt als erkend reparateur. Toepassing van de groepsvrijstelling 1400/2002 brengt met zich dat de voorlopige overeenkomst, wil die niet in strijd worden geacht met het kartelverbod, dient te worden aangegaan voor een bepaalde tijd van tenminste vijf jaar dan wel voor onbepaalde tijd. Derhalve is de in de voorlopige overeenkomst opgenomen looptijd van 13 weken nietig, althans moet deze bepaling worden geconverteerd in een bepaling die wel voldoet aan de voorwaarden van de groepsvrijstelling 1400/2002.

3.6. De Reparateurs zijn verder van mening dat het KIA Motors op grond van de groepsvrijstelling 1400/2002 vanwege haar hoge marktaandeel alleen toegestaan is een kwalitatief selectiesysteem te hanteren als iedereen die aan de kwaliteitseisen voldoet tot het netwerk wordt toegelaten. Door De Reparateurs de toegang tot het netwerk te weigeren is het voorshands aannemelijk dat KIA Motors in strijd handelt met de artikelen 101 en 102 VwEU en/of de artikelen 6 en 24 Mw. Dit handelen is volgens De Reparateurs eveneens onrechtmatig, aan welke onrechtmatigheid een einde wordt gemaakt indien KIA Motors ertoe wordt veroordeeld om hen tot het KIA-netwerk toe te laten.

3.7. Voor zover niet voorshands aannemelijk is dat KIA Motors in strijd met de nationale en/of Europese mededingingsregels handelt, merken De Reparateurs het volgende op. De handelwijze van KIA Motors is in strijd met artikel 101 VwEU en/of artikel 6 Mw omdat (1) het voor De Reparateurs gelet op de specifieke kenmerken van de markt van belang is om erkend reparateur te zijn en (2) niet erkende reparateurs vanwege het ontbreken van erkenning beperkt zijn in hun mogelijkheden te concurreren met erkende reparateurs. Het belang om KIA-erkend reparateur te zijn blijkt uit het feit dat de KIA-erkend reparateurs een groot marktaandeel hebben op de markt voor after sales diensten, uit gegevens van de Europese Commissie waaruit volgt dat eigenaren van nieuwe auto’s alle onderhouds-, reparatie- en herstelwerkzaamheden bij voorkeur door een erkend reparateur of dealer laten verrichten (hetgeen zich onder meer laat verklaren door het feit dat door dealers of erkend reparateurs onderhouden voertuigen een hogere restwaarde hebben, dealers/erkend reparateurs een aanvraag kunnen doen voor coulance – inhoudende dat reparaties na verloop van de garantietermijn toch nog kosteloos worden verricht – en stille recalls en serviceacties kunnen uitvoeren) en uit het door De Reparateurs zelf geconstateerde feit dat KIA-rijders ingeval er een KIA-garage sluit bij voorkeur naar een andere KIA-garage rijden. De niet erkende reparateurs worden vanwege het ontbreken van erkenning beperkt in hun mogelijkheden te concurreren met erkende reparateurs omdat:

- zij geen garantiereparaties mogen uitvoeren;

- de garantiedekking met betrekking tot door hen uitgevoerd regulier onderhoud of door hen uitgevoerde reparaties beperkter is;

- zij geen coulance kunnen aanvragen bij KIA Motors voor reparaties na afloop van de garantietermijn;

- zij geen reparaties in het kader van (stille of openbare) recall acties mogen uitvoeren;

- de KIA Internationale Wegenhulpgarantie vereist dat het KIA-voertuig wordt onderhouden door een erkende reparateur;

- KIA Motors de consument informeert dat onderhoud en reparaties moeten worden verricht door een erkende reparateur;

- zij alleen toegang hebben tot technische informatie van KIA Motors als ze een overeenkomst sluiten op grond waarvan ze alle beschikbare informatie dienen af te nemen tegen een prijs die zo hoog is dat het hen daarvan zal weerhouden;

- zij meer moeten betalen voor de KIA onderdelen en bovendien kosten moeten maken om die onderdelen op te halen.

Hierdoor is het voor niet erkende reparateurs, gezien het hiervoor omschreven gedrag van eigenaren van nieuwe auto’s, de facto vrijwel onmogelijk om in elk geval gedurende de garantietermijn (die in sommige gevallen zeven jaar bedraagt) KIA-voertuigen in onderhoud te hebben. Bovendien zullen de niet erkende reparateurs worden uitgesloten van de mogelijkheid om reserveonderdelen door te verkopen aan derden.

3.8. De handelwijze van KIA Motors is volgens De Reparateurs eveneens mededingingsbeperkend omdat KIA Motors weigert stand alone reparateurs tot haar netwerk toe te laten. Dat KIA Motors alleen reparateurs tot haar netwerk toelaat als zij ook dealer worden, blijkt uit de huidige samenstelling van het KIA-netwerk, waar bijna alle erkende reparateurs ook dealer zijn en waar slechts een verwaarloosbaar aantal stand alone reparateurs deel van uit maken. Bovendien zijn behalve De Reparateurs meer dan 20 voormalige (sub)dealers die stand alone reparateur zijn geworden geweigerd, zodat ook daaruit blijkt dat KIA Motors geen stand alone reparateurs meer tot haar netwerk toelaat. De Reparateurs wijzen in dit verband op correspondentie met een potentiële dealer, die toen hij van het dealerschap afzag niet (uitsluitend) erkend reparateur kon worden. Volgens De Reparateurs hebben de erkende dealers er (stilzwijgend) mee ingestemd dat KIA Motors geen stand alone reparateurs tot haar netwerk zal toelaten, omdat de erkende dealers daar voordeel bij hebben.

3.9. Dat de handelwijze van KIA Motors mededingingsbeperkend is blijkt volgens De Reparateurs voorts daaruit dat KIA Motors aan KIA-dealers territoriale exclusiviteit biedt op het gebied van after sales diensten. Immers, zo stellen De Reparateurs, KIA Motors heeft, althans streeft naar, een landelijke dekking van haar dealernetwerk. Alle dealers verrichten ook after sales diensten en op grond van het beleid van KIA Motors worden er in het dekkingsgebied van de betreffende dealer geen stand alone reparateurs toegelaten. Doordat de consument slechts bereid is een beperkte afstand af te leggen voor after sales diensten is de markt feitelijk verdeeld tussen de dealers/erkende reparateurs, die daardoor een lokaal monopolie hebben op het gebied van de after sales diensten. Dit is in strijd met de hiervoor genoemde mededingingsrechtelijke regels.

3.10. Volgens De Reparateurs laat deze beperking van de mededinging zich voelen doordat – gelet op de hiervoor beschreven consumentenvoorkeur voor onderhoud door een erkende reparateur en de beperkte bereidheid om daarvoor lange afstanden af te leggen – de concurrentie op de markt voor after sales diensten beperkt is en KIA Motors bovendien een hoog marktaandeel heeft. Het niet erkend zijn leidt tot verlies van klanten en inkomsten voor de Reparateurs en bovendien wordt hen de mogelijkheid onthouden gedane investeringen in de voorheen uitgevoerde after sales diensten terug te verdienen.

3.11. De handelwijze van KIA Motors is volgens De Reparateurs daarnaast in strijd met artikel 102 VwEU en/of artikel 24 Mw. In dat kader stellen zij het volgende. KIA Motors heeft op de markt voor onderhoud van jonge (< 5 jaar) KIA-voertuigen een marktaandeel van 70% en derhalve een machtspositie. Daarnaast heeft KIA Motors op de markt voor onderhoud van oudere KIA-voertuigen een marktaandeel van 40%. Ook indien beide markten gezamenlijk worden genomen is het marktaandeel van KIA Motors tenminste 50%. Bij een dergelijk marktaandeel is sprake van een machtspositie. Dat KIA Motors misbruik maakt van die machtspositie volgt uit het feit dat aan het behoud van garantie de voorwaarde wordt gesteld dat enkel gebruik mag worden gemaakt van de diensten van erkende dealers/reparateurs en dat alleen erkende reparateurs goede toegang hebben tot technische informatie. Zowel de mogelijkheid om garantiereparaties uit te voeren als de beschikbaarheid van de technische informatie zijn essentieel voor De Reparateurs om met de erkend reparateurs te kunnen concurreren. Verder is er sprake van discriminatie door KIA Motors hetgeen de mededinging nadelig beïnvloedt. De Reparateurs worden immers, in tegenstelling tot andere reparatiebedrijven, hoewel zij aan de door KIA Motors gestelde standards voldoen, niet toegelaten tot het netwerk.

3.12. De Reparateurs stellen dat KIA Motors, door te handelen in strijd met haar wettelijke plicht (zoals hiervoor onder rov. 3.5 – 3.11 weergegeven), onrechtmatig jegens hen handelt. De mededingingsrechtelijke regels strekken mede ter bescherming van de concurrenten. Het verplichten van KIA Motors om een overeenkomst met De Reparateurs aan te gaan zou de thans ontstane onrechtmatige situatie opheffen. De Reparateurs verwijzen in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 4 oktober 2006 (Batavus).

4. Het verweer

4.1. KIA Motors betwist de vorderingen van De Reparateurs. Daartoe voert zij het volgende aan.

4.2. KIA Motors betwist dat De Reparateurs er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat zij hun activiteiten als erkend reparateur na afloop van de voorlopige overeenkomst mochten voortzetten. Dat KIA in andere Europese landen alle bedrijven die aan de gestelde standards voldoen tot haar netwerk toelaat heeft niet tot gevolg dat KIA Motors dat ook moet doen. Dat de rechtskennis van De Reparateurs niet zodanig was dat zij rekening konden houden met het feit dat het KIA Motors vrij staat overeenkomsten met betrekking tot after sales diensten aan te bieden zonder gebruik te maken van vrijstelling van de groepsvrijstelling 1400/2002 valt KIA Motors niet aan te rekenen. KIA Motors ontkent dat zij al op 8 mei 2009 haar distributiebeleid had gedefinieerd. Aan uitingen in de media kan door individuele partijen geen recht worden ontleend. Dat onder punt 3(b) van de brief van 8 mei 2009 de mogelijkheid dat geen nieuwe reparateurovereenkomst zou worden aangeboden niet expliciet wordt genoemd leidt er niet toe dat deze mogelijkheid als uitgesloten moet worden beschouwd, nu uit de context van de brief en de daarvan deel uitmakende algemene voorwaarden het tegendeel duidelijk moest zijn. Verder voert KIA Motors aan dat de mededeling betreffende het niet voorzetten van het contract reeds twee maanden na de brief van 8 mei 2009 is verzonden en dat gesteld noch gebleken is dat De Reparateurs in de tussenliggende periode uitgaven hebben gedaan die in verband staan met het gestelde door KIA Motors opgewekte vertrouwen.

4.3. KIA Motors betwist dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ertoe kunnen leiden dat zij verplicht is De Reparateurs een reparateurovereenkomst aan te bieden. Voor zover De Reparateurs zich er op beroepen dat zij investeringen hebben gedaan of inspanningen hebben verricht geldt dat deze zijn voortgevloeid uit de eerdere overeenkomst tussen De Reparateurs en KIA Nederland. Van een bijzondere zorgplicht van KIA Motors die is gebaseerd op de contractuele relatie met KIA Nederland kan geen sprake zijn. Het stond KIA Motors naar haar mening vrij om zelf haar – op bedrijfseconomische motieven gebaseerde – distributiestrategie te bepalen.

4.4. Evenmin is sprake van handelen in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. KIA Motors voert aan dat KIA Nederland, en niet zij, profijt heeft gehad van eerdere inspanningen van De Reparateurs. De contracten met KIA Nederland zijn echter door de curator in verband met het faillissement van KIA Nederland beëindigd. KIA Motors staat buiten deze opzegging en de mogelijkerwijs dientengevolge door De Reparateurs geleden schade.

4.5. De groepsvrijstelling 1400/2002 bevat een uitzondering op het in artikel 101 VwEU/artikel 6 Mw neergelegde kartelverbod. Derhalve zijn de bepalingen van deze verordening eerst van toepassing indien sprake is van overtreding van het kartelverbod, aldus KIA Motors. Van overtreding van het kartelverbod is evenwel geen sprake omdat de voorlopige overeenkomst de mededinging niet beperkt. Dat de voorlopige overeenkomst alleen is aangegaan met partijen waarmee KIA Nederland eerder een overeenkomst had gesloten doet daar niet aan af. KIA Motors heeft geen enkele aanvraag tot het aangaan van de voorlopige overeenkomst afgewezen. Dat KIA Motors De Reparateurs tijdens de looptijd van de voorlopige overeenkomst heeft aangeduid als erkend reparateur leidt er evenmin toe dat de overeenkomst een mededingingsbeperkend karakter heeft, aangezien deze term slechts de handelsrelatie aanduidt maar niets zegt over de inhoud van het contract. Zelfs al zou worden geoordeeld dat de voorlopige overeenkomst een mededingingsbeperkend karakter heeft, leidt dit er niet toe dat deze nietig is dan wel dat de bepaling betreffende de looptijd moet worden geconverteerd in een volgens de groepsvrijstelling 1400/2002 toegestane periode. In dat geval kan een beroep worden gedaan op de mogelijkheid van een individuele vrijstelling. Als deze niet zou worden verleend, heeft dat tot gevolg dat uitsluitend die bepalingen van de voorlopige overeenkomst door nietigheid worden getroffen welke tot gevolg hebben dat de mededinging wordt beperkt. De bepaling omtrent de looptijd behoort daar niet toe. Voor zover deze bepaling toch nietig moet worden geacht staat de nietigheid in de weg aan conversie.

4.6. KIA Motors betwist verder dat haar after sales distributiestelsel in strijd is met nationale of Europese mededingingsrechtelijke regels. KIA Motors stelt voorop dat zij op basis van het beginsel van contractsvrijheid zelf mag beslissen met welke bedrijven zij een (reparateur)overeenkomst wenst aan te gaan. Bij haar keuze voor het al dan niet aangaan van reparateurovereenkomsten heeft zij zich laten leiden door bedrijfseconomische motieven. Bovendien is er geen doorleververbod van kracht, waardoor het de deelnemers aan het netwerk vrij staat om de aangekochte onderdelen of accessoires door te verkopen, zodat (indirect) iedereen toegang heeft tot de contractuele verhoudingen. Ook is technische informatie vrij verkrijgbaar. Van een selectief distributiestelsel in de zin van het mededingingrecht is dus geen sprake. Evenmin zijn met de dealers en/of erkende reparateurs afspraken gemaakt over het beperken van het aantal deelnemers aan het netwerk. Er is sprake van een unilateraal beleid van de zijde van KIA Motors waarbij zij zich ten opzichte van iedere deelnemer aan het netwerk expliciet het recht heeft voorbehouden om zelf te bepalen of zij nieuwe deelnemers toelaat, ongeacht waar die nieuwe deelnemer is gevestigd. Het gehanteerde distributiestelsel leidt er volgens KIA Motors toe dat de daadwerkelijke concurrentie tussen zowel de erkende reparateurs onderling als tussen erkende reparateurs en de onafhankelijk reparateurs is toegenomen. In elk geval beperkt het beleid van KIA Motors de concurrentie niet. Dat in de praktijk blijkt dat eigenaren van een KIA-voertuig hun auto bij voorkeur bij een erkend reparateur brengen is geen gevolg van een door KIA Motors gevoerd beleid maar een kenmerk van de markt.

4.7. Mocht er desondanks worden geoordeeld dat KIA Motors wel een selectief distributiestelsel hanteert en/of dat toch sprake is van een overeenkomst dan wel onderling afgestemde feitelijke gedraging dan merkt KIA Motors op dat de vraag of een overeenkomst mededingingsbeperkend is, moet worden beoordeeld door middel van een vergelijking met de situatie dat KIA Motors de betreffende reparateurovereenkomsten niet zou hebben gesloten. In dat geval zou volgens KIA Motors de mededingingsrechtelijke situatie exact gelijk zijn aan de huidige situatie. KIA Motors onderbouwt dit door aan te voeren dat er geen sprake is van een doorleververbod en dat de toetredingsmogelijkheden tot de markt evenmin op andere wijze worden beperkt. Iedere potentiële aanbieder van after sales diensten kan daarom de concurrentie met deelnemers aan het netwerk aangaan. Daarbij wijst KIA Motors er op dat in de praktijk de leden van het KIA-netwerk ook daadwerkelijk concurrentie ondervinden van niet erkende reparateurs, waarvan een groot aantal, verspreid over heel Nederland, actief zijn. Daarbij komt dat er ook sprake is van concurrentie tussen de leden van het KIA-netwerk onderling. Omdat KIA Motors een dicht netwerk heeft, kan iedere KIA-rijder die behoefte heeft aan after sales diensten daarvoor uit meerdere deelnemers aan het KIA-netwerk kiezen, terwijl het die deelnemers bovendien vrij staat om iedere potentiële klant, ongeacht of deze is gevestigd in de nabijheid van een andere deelnemer van het KIA-netwerk, te benaderen. Daarbij voert KIA Motors aan dat het verbod op mededingingsbeperkend handelen niet wil zeggen dat zij verplicht is zoveel mogelijk deelnemers tot haar netwerk toe te laten. Bovendien geldt dat toewijzing van de vordering van De Reparateurs er slechts toe zal leiden dat er een viertal deelnemers aan het netwerk wordt toegevoegd. Dat zal geen merkbare invloed op de mededinging hebben. Naar het oordeel van KIA Motors heeft haar weigering om met De Reparateurs een overeenkomst te sluiten derhalve geen mededingingsbeperkend effect.

4.8. KIA Motors voert verder aan dat De Reparateurs een verkeerde maatstaf aanleggen als wordt gesteld dat in strijd met het mededingingsrecht wordt gehandeld indien (1) het voor reparateurs gelet op de specifieke kenmerken van de markt van belang is om erkend reparateur te zijn en (2) niet erkende reparateurs vanwege het ontbreken van erkenning beperkt zijn in hun mogelijkheden te concurreren met erkende reparateurs. Waar het om gaat is dat de concurrentiewerking wordt beschermd, en niet de belangen van de concurrenten. De juiste toetsingsmaatstaf is of de overeenkomst een mededingingsbeperkende werking heeft (hetgeen volgens KIA Motors dus niet het geval is) en de vraag of deelname aan het netwerk van KIA Motors noodzakelijk is om actief te zijn op de markt. Dat laatste is, zo voert KIA Motors aan, evenmin het geval.

4.9. Voor zover er van moet worden uitgegaan dat De Reparateurs wel zijn uitgegaan van de juiste maatstaf merkt KIA Motors het volgende op. Alle benodigde informatie en materialen om reparaties aan KIA-voertuigen te verrichten zijn vrijelijk verkrijgbaar. Dat uitsluitend erkende reparateurs een vergoeding voor door hen uitgevoerde garantiewerkzaamheden kunnen claimen is gerechtvaardigd omdat de garantiegever alleen kan instaan voor de wijze waarop de leden van haar netwerk hun werkzaamheden uitvoeren. In dat verband merkt KIA Motors op dat het niet erkende reparateurs vrij staat om voertuigen van hun cliënten voor wat betreft de garantiewerkzaamheden voor reparatie aan te nemen en vervolgens deze garantiereparatie aan een erkende reparateur uit te besteden, waardoor de onafhankelijke reparateur ook als “one stop shop” voor zijn klanten kan fungeren. KIA Motors voert verder aan dat voor behoud van garantie niet vereist is dat reguliere onderhouds- of reparatiewerkzaamheden door een deelnemer aan het KIA-netwerk worden verricht. Niet erkende reparateurs kunnen door hen gekochte onderdelen en accessoires indien gewenst met een marge aan andere wederverkopers doorverkopen en het staat de onafhankelijke reparateurs vrij een zodanig (georganiseerd) commercieel beleid te voeren dat bezitters van een KIA-voertuig de voorkeur aan hen geven boven een door KIA Motors erkende reparateur.

4.10. Verder betwist KIA Motors dat zij weigert stand alone reparateurs tot haar netwerk toe te laten. Van enige daarover met de deelnemers van haar netwerk gemaakte afspraak is geen sprake. In de dealerovereenkomst wordt juist de mogelijkheid om een stand alone reparateur aan te stellen expliciet genoemd. Bovendien kan de dealer die tevens erkend reparateur is de overeenkomst gedeeltelijk opzeggen en zelf als stand alone reparateur verder gaan. Er is nooit een aanvraag om als erkend reparateur op te treden afgewezen om reden dat de betreffende ondernemer niet ook als dealer wilde optreden. Er zijn ook stand alone reparateurs tot het netwerk toegelaten.

4.11. Ook betwist KIA Motors dat zij aan KIA-dealers exclusiviteit biedt op het gebied van after sales diensten. KIA Motors verwijst naar de onder rov. 2.20 weergegeven bepaling van de dealerovereenkomst. Bovendien staat het dealers vrij om zelf een bijkomende vestiging te openen, ongeacht de locatie daarvan. Ook zijn de deelnemers niet beperkt wat betreft het gebied waarbinnen zij hun potentiële cliënten mogen benaderen. Van territoriale exclusiviteit dan wel marktverdeling die de concurrentie beperkt is geen sprake. Dat bezitters van auto’s in de praktijk meestal kiezen voor de dichtstbijzijnde garage doet daaraan niet af.

4.12. KIA Motors betwist tevens dat zij misbruik maakt van haar economische machtspositie. Daartoe voert zij aan dat, anders dan De Reparateurs stellen, de relevante markt is de markt voor after sales diensten voor KIA-voertuigen, ongeacht de leeftijd van die voertuigen. KIA Motors betwist op die markt een economische machtspositie te hebben, omdat daarvan volgens de uitspraak van het HvJ EG van 14 februari 1978 (zaak 27/76; United Brands) eerst sprake is als zij zich niets zou hoeven aantrekken van andere partijen op de markt. Daarvan is volgens KIA Motors geen sprake, aangezien de erkende reparateurs wel degelijk rekening hebben te houden met de concurrentie van niet tot het netwerk behorende reparateurs. Voor zover al geoordeeld zou moeten worden dat zij wel een machtspositie heeft voert KIA Motors aan dat zij daarvan geen misbruik maakt. Daarvan is pas sprake indien een onderneming weigert een faciliteit te verstrekken die onmisbaar is om te kunnen concurreren en zo doende de daadwerkelijke mededinging, tot schade van de gebruikers, weet uit te schakelen. Het zijn van erkend reparateur is echter niet onmisbaar om daadwerkelijk op de markt te kunnen concurreren. Dat KIA Motors bepaalde bedrijven wel en andere niet tot haar netwerk toelaat heeft niets te maken met het maken van ongerechtvaardigd onderscheid maar vloeit voort uit de contractsvrijheid die zij heeft.

4.13. Ten slotte voert KIA Motors aan dat schending van het mededingingsrecht, behoudens de situatie dat er sprake is van misbruik van machtspositie in de hiervoor bedoelde zin, niet leidt tot een contracteerplicht. Evenmin kan dit leiden tot een veroordeling op grond van onrechtmatige daad, nu niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste. Het mededingingsrecht beoogt de daadwerkelijke mededinging te beschermen, maar niet de belangen van de concurrenten. KIA Motors betwist dat haar after sales distributiebeleid tot doel of gevolg heeft dat de daadwerkelijke concurrentiewerking op de KIA after sales markt merkbaar wordt beperkt. Bovendien bevatten de artikelen 101 VwEU en 6 Mw verboden en geen geboden. Ingeval een overtreding wordt geconstateerd kan dit op meerdere manieren worden tegengegaan, zoals door het aanpassen van (garantie)voorwaarden of informatie. Gezien het beginsel van contractsvrijheid is een contracteerplicht niet de daarvoor aangewezen weg. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van De Reparateurs is volgens KIA Motors onterecht omdat het in die zaak ging om de rechtmatigheid van een opzegging.

De beoordeling

5. Civielrechtelijke aspecten

Mochten De Reparateurs er gerechtvaardigd op vertrouwen dat een reparateurovereenkomst door KIA Motors zou worden aangeboden?

5.1. De Reparateurs worden niet in hun standpunt gevolgd dat zij gerechtvaardigd erop hebben mogen vertrouwen dat hen na 31 juli 2009 een reparateurovereenkomst zou worden aangeboden. Noch aan de voorlopige overeenkomst, noch aan de door De Reparateurs gestelde omstandigheden, konden zij dit vertrouwen ontlenen. Ter toelichting geldt het volgende.

5.2. Voorop staat dat, zoals KIA Motors onbetwist naar voren heeft gebracht, de curator in het faillissement van KIA Nederland alle overeenkomsten met de tot het netwerk van KIA Nederland behorende dealers en erkende reparateurs heeft beëindigd. Voor KIA Motors was daardoor een situatie ontstaan waarin zij een geheel nieuw netwerk moest opbouwen, zij had immers de overeenkomsten tussen KIA Nederland en de dealers en erkend reparateurs niet overgenomen. Hieruit vloeit voort dat, anders dan zij hebben gesteld, tussen De Reparateurs en KIA Motors geen contractuele band bestond toen zij de voorlopige overeenkomst sloten. Anders dan De Reparateurs hebben gesteld heeft KIA Motors de overeenkomsten die tussen De Reparateurs en KIA Nederland bestonden niet voortgezet. Dat kon ook niet, nu deze overeenkomsten door de curator rechtsgeldig waren beëindigd.

5.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft KIA Motors bij het sluiten van de voorlopige overeenkomst voldoende duidelijk gemaakt dat het haar bedoeling was dat tussen partijen slechts een overeenkomst voor bepaalde tijd tot stand zou komen en dat zij zich beperkt wilde binden. Dit volgt allereerst uit de omstandigheid dat in de voorlopige overeenkomst nadrukkelijk is bepaald dat de overeenkomst eindigt op 31 juli 2009. Daarnaast kan de inhoud van de voorlopige overeenkomst bezwaarlijk anders worden begrepen dan dat KIA Motors slechts voor de periode waarin zij zich op een distributienetwerk wilde beraden een overeenkomst wilde sluiten. KIA Motors schrijft immers dat zij bereid is een samenwerking aan te gaan die een voorlopig karakter heeft en waarbij over en weer niet van meer sprake zal zijn dan een inspanning om, zo goed en zo kwaad als het kan, KIA in Nederland op de kaart te houden.

5.4. De omstandigheid dat onder 3 sub (b) van de voorlopige overeenkomst en artikel XIII van de daarop toepasselijke verkoop- en leveringsvoorwaarden niet expliciet is vermeld dat de wederpartij van KIA Motors bij de voorlopige overeenkomst geen KIA-reparateur zou worden indien aan haar na 31 juli 2009 geen reparateurovereenkomst zou worden aangeboden, terwijl dit wel met zoveel woorden is bepaald voor de dealers, legt onvoldoende gewicht in de schaal om bij te dragen aan een gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van De Reparateurs dat KIA Motors met hen een reparateurovereenkomst zou sluiten. Duidelijk is dat KIA Motors met het bepaalde onder artikel 3 twee verschillende situaties wilde beschrijven. Ofwel er zou een overeenkomst worden aangeboden, ofwel er zou geen overeenkomst worden aangeboden. Dat dit de enige mogelijkheden waren volgt eveneens uit artikel XIII van de verkoop- en leveringsvoorwaarden, waarin duidelijk wordt gesteld dat de afspraken die uit de voorlopige overeenkomst voorvloeien niet impliceren dat de contractant tot het distributienetwerk van KIA Motors is of wordt toegelaten en dat het aan KIA Motors is om daaromtrent op een later moment een beslissing te nemen (zie rov. 2.9). Dat in deze bepalingen wordt gesproken van dealers en niet van reparateurs, kan redelijkerwijs geen verwarring omtrent de reikwijdte daarvan teweeg hebben gebracht bij De Reparateurs. Dat tussen die twee categorieën, zoals door KIA Motors aangevoerd, geen strikt onderscheid werd gemaakt onderschrijven De Reparateurs immers ook in het kader van de in de Bovag krant gedane uitlatingen, waarin eveneens alleen over het dealernetwerk is gesproken maar waaraan De Reparateurs desalniettemin verwachtingen omtrent hun eigen positie hebben ontleend. In het licht van het voorgaande houdt de door De Reparateurs aangevoerde a-contrario redenering geen stand.

5.5. Dat De Reparateurs – zoals hierna onder paragraaf 6 nader uiteen wordt gezet – ten onrechte er van uit zijn gegaan dat de groepsvrijstelling 1400/2002 meebrengt dat bij after sales diensten in de autohandel altijd alle geïnteresseerden tot het netwerk van erkend reparateurs moeten worden toegelaten als ze aan de standards voldoen, kan niet aan KIA Motors worden tegengeworpen en kan daarom niet bijdragen aan een gerechtvaardigd vertrouwen van De Reparateurs dat KIA Motors haar after sales diensten ook selectief wilde distribueren door van de vrijstelling uit hoofde van die groepsvrijstelling te profiteren. Ook indien wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van De Reparateurs dat in mei 2009 alle autofabrikanten hun after sales netwerk op die manier hadden ingericht, maakt dat deze conclusie niet anders. Uit deze omstandigheid volgt immers niet dat KIA Motors haar after sales netwerk op dezelfde wijze wilde inrichten, laat staan dat zij daartoe gehouden zou zijn. Het staat KIA Motors vrij om op andere wijze te voldoen aan de regelgeving op mededingingsrechtelijk gebied.

5.6. Evenmin kunnen de stellingen van De Reparateurs dat KIA Motors in uitlatingen in dealer bulletins, de Bovag krant, de Automotive Online en tijdens de informatiebijeenkomst van 13 mei 2009 niet uitdrukkelijk heeft gezegd dat zij een strategische verandering wilde doorvoeren ten aanzien van haar netwerk van erkende reparateurs, ertoe leiden dat KIA Motors gehouden is om net zoals KIA Nederland met De Reparateurs te contracteren. Zelfs als al deze uitlatingen (zie rov. 2.3 - 2.7) aan KIA Motors zijn toe te rekenen dan blijkt uit de dealer bulletins, de Bovag krant en de Automotive online naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat KIA Motors zich aan het beraden was op de invulling van haar activiteiten in Nederland en dat daarover nog beslissingen moesten worden genomen. Nu, zoals hiervoor overwogen, uit de inhoud van de voorlopige overeenkomst van 8 mei 2009 voldoende duidelijk blijkt dat de mogelijkheid bestaat dat een door KIA Nederland erkend lid van het distributienetwerk die positie niet opnieuw zou kunnen krijgen bij KIA Motors, had het op de weg van [B V.O.F.] gelegen om – indien [B V.O.F.] tot dan toe uit was gegaan van een zekere erkenning – op de informatiebijeenkomst van 13 mei 2009 nadere vragen te stellen indien de toekomst van de erkende reparateurs van KIA Nederland daar niet expliciet aan de orde is geweest. Aan het enkele feit dat daarover niet gesproken is tijdens die bijeenkomst, kan dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat KIA Motors de praktijk van KIA Nederland zou voortzetten. Daarnaast geldt in dit verband dat – als onvoldoende gemotiveerd weersproken door De Reparateurs – KIA Motors tot de brieven aan De Reparateurs van eind juni 2009 nog niet in staat was informatie te verstrekken, omdat zij doende was met te inventariseren hoe zij haar distributienetwerk vorm wilde geven. De enkele stelling dat KIA Motors personeel en de directeur van KIA Nederland had overgenomen en dus wist hoe het netwerk bij KIA Nederland was ingericht zegt immers niets over de tijd die KIA Motors nodig had om de aan haar ten dienst staande alternatieve manieren van distributie te onderzoeken. Een situatie waarin KIA Motors in staat was om De Reparateurs met zekerheid omtrent de toekomst te informeren maar dat desondanks niet heeft gedaan, was dan ook niet aan de orde.

5.7. Hetgeen De Reparateurs hebben gesteld voert noch afzonderlijk, noch in onderlinge samenhang bezien, tot het oordeel dat zij gerechtvaardigd erop hebben mogen vertrouwen dat hen na 31 juli 2009 een Reparateurovereenkomst zou worden aangeboden. Deze grondslag kan dan ook niet leiden tot toewijzing van de vorderingen.

Brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat KIA Motors gehouden is een reparateurovereenkomst met De Reparateurs aan te gaan?

5.8. De rechtbank komt thans toe aan de grondslag dat het volgens De Reparateurs naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, die de verhouding tussen KIA Motors en De Reparateurs beheersen, onaanvaardbaar is dat KIA Motors de relatie met De Reparateurs niet voortzet. Naar de rechtbank begrijpt, rust volgens De Reparateurs, gelet op de inspanningen en investeringen die zij in het verleden hebben gedaan, een bijzondere zorgplicht op KIA Motors. Deze bijzondere zorgplicht brengt met zich dat KIA Motors in de eerste plaats gehouden was om het bestaande netwerk van KIA Nederland voort te zetten en dat zij de overeenkomst die tussen De Reparateurs en KIA Nederland bestond over had kunnen nemen en over had moeten nemen. Daarnaast had KIA Motors serieus moeten onderzoeken of De Reparateurs KIA-dealer wilden worden, toen KIA Motors op zoek ging naar dealers voor haar netwerk, aldus De Reparateurs.

5.9. Vooropgesteld zij dat de verbintenisscheppende verhouding die wordt beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid tussen De Reparateurs en KIA Motors slechts heeft bestaan uit hoofde van de voorlopige overeenkomst, die van 8 mei 2009 tot 31 juli 2009 van kracht is geweest. Nu gesteld noch gebleken is dat De Reparateurs uit hoofde van die verhouding enige investering hebben verricht, kan niet worden geoordeeld dat KIA Motors in strijd met die eisen jegens hen handelt door hen niet in de gelegenheid te stellen die investering terug te verdienen.

5.10. Dat De Reparateurs tijdens hun contractuele relatie met KIA Nederland investeringen en inspanningen hebben verricht, doet niet ter zake bij de beoordeling van de zorgplicht van KIA Motors. KIA Motors was hier immers niet bij betrokken, noch is zij rechtsopvolgster van KIA Nederland. Het enkele feit dat KIA Motors en KIA Nederland dezelfde (groot)moeder hebben kan op zichzelf niet tot de door De Reparateurs voorgestane vereenzelviging van deze rechtspersonen leiden. Dit brengt met zich dat evenmin geoordeeld kan worden dat KIA Motors gehouden is zich de belangen van de voormalige contractspartijen van KIA Nederland aan te trekken, laat staan dat zij die moet laten prevaleren boven de belangen van de partijen die thans door KIA Motors als erkend reparateur/dealer zijn gecontracteerd, noch dat zij De Reparateurs actief had moeten benaderen om te informeren of zij interesse hadden in het dealerschap.

5.11. In het licht van het voorgaande is niet in te zien op welke wijze KIA Motors misbruik zou hebben gemaakt van het faillissement van KIA Nederland. Anders dan de enkele suggestie dat het erop lijkt dat de curator de overeenkomsten van KIA Nederland met de erkend reparateurs heeft beëindigd op verzoek van KIA Motors, ontbeert dit standpunt iedere onderbouwing. Bij gebreke van een deugdelijke motivering gaat de rechtbank hieraan dan ook voorbij.

5.12. Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt met zich dat naar het oordeel van de rechtbank de maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet meebrengen dat op KIA Motors een plicht rust om De Reparateurs een reparateurovereenkomst aan te bieden.

Heeft KIA Motors in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt gehandeld door geen reparateurovereenkomst met De Reparateurs aan te gaan?

5.13. De Reparateurs hebben zich in het kader van de door hen aangevoerde civielrechtelijke grondslagen tot slot op het standpunt gesteld dat KIA Motors onrechtmatig jegens hen handelt doordat zij zonder dringende reden schade aan De Reparateurs toebrengt door niet met hen te contracteren, terwijl zij anderzijds profiteert van de inspanningen die De Reparateurs hebben geleverd.

5.14. Ook als vast zou komen te staan dat De Reparateurs hebben bijgedragen aan de naamsbekendheid van KIA en dat KIA Motors daarvan profijt zou hebben, is dat niet voldoende om te oordelen dat KIA Motors jegens De Reparateurs een onrechtmatige daad pleegt door hen niet in het netwerk van erkende reparateurs op te nemen. Dat een derde die voordeel ontleent aan inspanningen die in een andere contractuele verhouding zijn verricht redelijkerwijs gehouden zou zijn om met de partij die de inspanningen heeft verricht een samenwerkingsverband aan te gaan, verhoudt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met het beginsel van contractsvrijheid.

5.15. Daarnaast geldt dat de schade die De Reparateurs stellen te hebben geleden – niet terugverdiende investeringen – het gevolg is van de beëindiging van de reparateurovereenkomsten met KIA Nederland. Nu deze overeenkomsten door de curator rechtsgeldig zijn beëindigd, is niet in te zien dat KIA Motors daaromtrent een verwijt kan worden gemaakt. Ook overigens kan niet worden geoordeeld dat KIA Motors in strijd met hetgeen in het maatschappelijke verkeer betaamt heeft gehandeld. Dat KIA Motors geen verwijt treft voor het niet afsluiten van een reparateurovereenkomst met De Reparateurs, is immers hiervoor reeds overwogen.

Mededingingsrechtelijke aspecten

6. Kartelverbod

Juridisch kader

6.1. Nu De Reparateurs hun stellingen ter zake van mededingingsbeperking hebben toegesneden op de Nederlandse markt en geen betrekking hebben op beperking van de handel tussen lidstaten van de Europese gemeenschap, moeten hun stellingen worden beoordeeld op grond van het Nederlandse mededingingsrecht, dat wordt ingekleurd door het (grotendeels gelijkluidende) Europese mededingingsrecht.

6.2. Op grond van artikel 6 lid 1 Mw zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden (hierna: het kartelverbod) en dientengevolge van rechtswege geheel of deels nietig.

6.3. Het kartelverbod lijdt uitzondering indien de daarin beschreven overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging bijdraagt tot verbetering van de productie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn of de mogelijkheid te geven voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen (hierna: de individuele vrijstelling) (vergl. art. 6 lid 3 Mw).

6.4. Op grond van artikel 13 jo. artikel 12 Mw wordt het bestaan van de uitzondering van artikel 6 lid 3 Mw aangenomen indien de daarin genoemde overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging aan de materiële voorwaarden voldoet voor vrijstelling zoals voorheen neergelegd in de Verordening (EU) nr. 2790/1999 en thans in Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3 VwEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (hierna: de algemene verticale groepsvrijstelling) in samenhang met voorheen de Verordening (EU) nr. 1400/2002 en thans de Verordening (EU) nr. 461/2010 betreffende de toepassing van artikel 101 lid 3 VwEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector (hierna: de groepsvrijstelling motorvoertuigen). De algemene verticale groepsvrijstelling en de groepsvrijstelling motorvoertuigen worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de groepsvrijstellingen.

6.5. Gelet op deze wettelijke systematiek dient eerst aan de hand van de criteria van artikel 6 Mw te worden getoetst of het kartelverbod van toepassing is. Als dit het geval is dan dient vervolgens beoordeeld te worden of de betreffende mededingingsbeperkende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging van de toepassing van het kartelverbod moet worden vrijgesteld op grond van de groepsvrijstellingen of, zo nee, op een andere grond van de individuele vrijstelling. Anders dan waar De Reparateurs vanuit lijken te gaan volgt uit het enkele feit dat een overeenkomst of gedraging niet in aanmerking komt voor een vrijstelling van het kartelverbod omdat niet voldaan is aan de voorwaarden die de groepsvrijstellingen of een individuele vrijstelling daaraan stellen, niet de conclusie dat die afspraak of gedraging in strijd is met het kartelverbod. Voor die conclusie is immers vereist dat eerst wordt geoordeeld dat de betreffende afspraak of gedraging onder de reikwijdte van het kartelverbod valt.

Toetsing aan het kartelverbod

6.6. Het beroep van De Reparateurs op artikel 6 Mw slaagt indien vast komt te staan dat er sprake is van een overeenkomst of een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen KIA Motors en de erkende reparateurs die ertoe strekt of tot gevolg heeft dat de mededinging op (een deel van) de Nederlandse markt ten opzichte van de erkende reparateurs onderling (inter-brand concurrentie) dan wel ten opzichte van de onafhankelijke reparateurs (intra-brand concurrentie) merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst.

6.7. De rechtbank stelt hierbij voorop dat het enkele feit dat in het door KIA Motors gehanteerde after sales distributiestelsel (hierna: het distributiestelsel) onderscheid wordt gemaakt tussen erkende marktdeelnemers en onafhankelijke marktdeelnemers, op zichzelf niet het kartelverbod schendt. Dat eigenaren van een jonge auto er de voorkeur aan geven om onderhoud en reparatie door een erkende reparateur te laten verrichten, maakt dat niet anders. Met KIA Motors is de rechtbank van oordeel dat deze consumentenvoorkeur een bijzonder kenmerk is van de markt, welke niet op grond van het mededingingsrecht kan worden opgelost. Om tot toepassing van het kartelverbod te kunnen concluderen is daarom - naast het feit dat KIA Motors slechts een selectie van marktpartijen tot haar netwerk toelaat - vereist dat er sprake is van merkbare beperking van de mededinging naar doel of effect. Dit moet worden beoordeeld op basis van de door De Reparateurs gestelde karakteristieken van de door KIA Motors gehanteerde overeenkomsten en de kenmerken van het distributiestelsel.

Bevatten de overeenkomsten naar strekking of gevolg mededingingsbeperkende bepalingen?

6.8. De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of de voorlopige overeenkomst, de reparateurovereenkomst en/of de dealerovereenkomst contractuele bepalingen bevatten die ertoe strekken of het gevolg hebben dat de inter-brand mededinging dan wel de intra-brand mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst.

6.9. Zoals door KIA Motors terecht is aangevoerd, hebben De Reparateurs nagelaten te stellen welke bepalingen uit deze overeenkomsten naar de letter een dergelijke mededingingsbeperkende strekking zouden hebben. Ook overigens is hiervan niet gebleken. Op grond van de bewoordingen van de voorlopige overeenkomst, de reparateurovereenkomst en de dealerovereenkomst kan dus niet worden geoordeeld dat (één van) deze overeenkomsten tot doel hebben de mededinging te beperken. Dit sluit echter niet uit dat er wel sprake kan zijn van een mededingingsbeperkend effect, hetgeen hierna aan de orde komt.

6.10. De Reparateurs stellen dat de voorlopige overeenkomst de mededinging beperkt omdat deze overeenkomst onder het toepassingsgebied van de groepsvrijstellingen valt althans – bij gebreke van een andersluidende mededeling van KIA Motors – geacht moet worden daaronder te vallen, maar niet voldoet aan de daarin opgenomen voorwaarde voor vrijstelling van het kartelverbod dat de overeengekomen looptijd onbepaald dan wel minstens vijf jaar moet zijn. Deze stelling kan op grond van hetgeen hiervoor onder rov. 6.5 is overwogen, geen stand houden. Het feit dat de voorlopige overeenkomst niet voldoet aan een bepaalde voorwaarde om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het kartelverbod op grond van de groepsvrijstellingen, kan op zichzelf niet tot de conclusie leiden dat het kartelverbod is overtreden. Toetsing aan het kartelverbod gaat immers vooraf aan de toetsing aan de groepsvrijstellingen.

6.11. Met KIA Motors is de rechtbank van oordeel dat de overige daartoe door De Reparateurs aangevoerde omstandigheden met betrekking tot de voorlopige overeenkomst evenmin tot het oordeel kunnen leiden dat daardoor het kartelverbod is geschonden.

De omstandigheid dat KIA Motors de voorlopige overeenkomst alleen met leden van het voormalige netwerk van KIA Nederland is aangegaan, resulteert – ongeacht of dat het gevolg is van beleid, hetgeen door KIA Motors wordt betwist – op zichzelf niet in toepasselijkheid van het kartelverbod. Dat geldt eveneens voor de omstandigheid dat KIA Motors de reparateurs met wie zij de voorlopige overeenkomst heeft gesloten met “erkend reparateur” heeft aangeduid. Het beginsel van contractsvrijheid brengt immers met zich dat het KIA Motors in principe vrij staat de leden van haar netwerk te kiezen en onderscheid te maken tussen erkende reparateurs en onafhankelijke reparateurs (vergl. rov. 6.7). Nu De Reparateurs overigens geen feiten of omstandigheden hebben gesteld ter onderbouwing van het gestelde mededingingsbeperkende effect van de voorlopige overeenkomst en daarvan evenmin is gebleken, kan niet worden geoordeeld dat de voorlopige overeenkomst onder de reikwijdte van het kartelverbod valt.

6.12. Gelet op voorgaande conclusie kan in het midden blijven of KIA Motors zich ter zake van de voorlopige overeenkomst met succes op de groepsvrijstellingen kan beroepen en, zo niet, wat daarvan de gevolgen zijn. Evenmin komt de rechtbank toe aan de beoordeling of ter zake van de voorlopige overeenkomst aan de voorwaarden voor een andere, individuele vrijstelling ex artikel 6 lid 3 Mw is voldaan.

6.13. De gevorderde verklaring voor recht dat de voorlopige overeenkomst tussen KIA Motors en ieder van De Reparateurs voor onbepaalde tijd voortduurt, kan niet worden toegewezen op basis van de stellingen van De Reparateurs die zijn gegrond op het kartelverbod. Dit geldt eveneens voor de door De Reparateurs op dezelfde stellingen gebaseerde vordering tot conversie van de in de voorlopige overeenkomst overeengekomen looptijd van 13 weken in een looptijd die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling zoals opgenomen in de groepsvrijstellingen.

Is het distributiestelsel in strijd met het kartelverbod?

6.14. De Reparateurs beroepen zich op het Galec-arrest van het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschap (GvEA EG 12 december 1996, LJN BE0758). In dit arrest is bepaald dat een systeem van selectieve distributie verenigbaar is met het kartelverbod indien aan vier voorwaarden wordt voldaan, namelijk dat:

(i) er sprake is van louter kwalitatieve selectie;

(ii) de aard van het betrokken product het gebruik van een selectief distributiestelsel noodzakelijk moet maken, in die zin dat een dergelijk stelsel vanwege de aard van het betrokken product een rechtmatig vereiste moet zijn om de kwaliteit van het product te bewaren en het correcte gebruik ervan te garanderen;

(iii) de distributeurs of reparateurs geselecteerd moeten worden op basis van objectieve kwaliteitscriteria die op eenvormige wijze voor alle kandidaatdistributeurs of -reparateurs worden vastgesteld en zonder discriminatie worden toegepast; en

(iv) de vastgestelde selectiecriteria niet verder mogen gaan dan noodzakelijk.

6.15. Partijen zijn het er over eens dat het distributiestelsel niet aan deze voorwaarden voldoet, maar verschillen van mening over wat daarvan het gevolg is. De Reparateurs stellen dat dit betekent dat het distributiestelsel in strijd is met het kartelverbod. KIA Motors is van mening dat dit betekent dat het distributiestelsel niet bij voorbaat buiten de reikwijdte van het kartelverbod valt, maar dat het distributiestelsel verder nog steeds aan art. 6 Mw moet worden getoetst om te beoordelen of het kartelverbod van toepassing is.

6.16. De rechtbank volgt hierin het standpunt van KIA Motors. Als voldaan wordt aan de voorwaarden van het Galec-arrest volgt daaruit dat een distributiestelsel over het algemeen geacht wordt buiten het toepassingsgebied van het kartelverbod te vallen omdat geen concurrentiebeperkende effecten in de zin van artikel 6 Mw optreden. Anders dan waar De Reparateurs vanuit lijken te gaan, valt uit het Galec-arrest niet af te leiden dat het kartelverbod per definitie van toepassing is indien een distributiestelsel niet aan de daarin geformuleerde voorwaarden voldoet. Om tot die conclusie te kunnen komen dient immers eerst vast komen te staan dat het distributiestelsel aan alle voorwaarden voor toepassing van artikel 6 Mw (zoals uiteengezet in rov. 6.6 hiervoor) voldoet, hetgeen moet worden beoordeeld op basis van de door De Reparateurs gestelde kenmerken van dat stelsel.

6.17. Deze systematiek wordt - anders dan De Reparateurs menen - eveneens door de NMA gehanteerd in haar advies. Nadat de NMA vast stelt dat het distributiestelsel niet voldoet aan de voorwaarden van het Galec-arrest, omdat KIA Motors van de reparateurs die aan de kwaliteitseisen voldoen slechts een aantal tot het netwerk toelaat (en dus niet voldoet aan de Galec-voorwaarde (ii)), en dit distributiestelsel daarom niet buiten het kartelverbod valt, vervolgt de NMA immers met:

“De beoordeling of sprake is van een (merkbare) mededingingsbeperking (naar doel of effect) is vervolgens afhankelijk van een aantal feiten en omstandigheden […]” (onderstreping, rechtbank)

Hieruit volgt eveneens dat indien een distributiestelsel niet voldoet aan de voorwaarden van het Galec-arrest, dit noopt tot toetsing van dat distributiestelsel aan de voorwaarden voor toepassing van het kartelverbod en niet leidt tot automatische toepassing van dat verbod. De door De Reparateurs in het geding gebrachte e-mailcorrespondentie met een medewerker van de Europese Commissie doet aan het voorgaande niet af. De rechtbank zal hierna beoordelen of de door De Reparateurs gestelde feiten en omstandigheden tot gevolg hebben dat het kartelverbod van toepassing is.

Koppeling van dealerschap en reparateurschap

6.18. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of het distributiebeleid tot gevolg heeft dat geen erkende reparateurs tot het netwerk van KIA Motors worden toegelaten die niet tevens dealer zijn. Indien komt vast te staan dat een erkend reparateur wordt verplicht ook nieuwe motorvoertuigen te verkopen, is het waarschijnlijk dat deze overeenkomsten onder de toepassing van het kartelverbod vallen. Het is immers niet in te zien dat de verplichting om nieuwe motorvoertuigen te verkopen vanwege de aard van de after sales diensten vereist zou zijn om de kwaliteit van deze diensten en het correcte gebruik van de KIA motorvoertuigen te garanderen. Dit neemt niet weg dat er op basis van de concrete omstandigheden ook in dat geval ruimte kan zijn voor toepassing van een individuele vrijstelling zoals uiteengezet in rov. 6.3 hiervoor.

6.19. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het door De Reparateurs gestelde vermoeden dat het distributiebeleid onder het kartelverbod valt als blijkt dat erkende reparateurs beperkt worden in hun mogelijkheid hun activiteiten te beperken tot after sales diensten, inmiddels is achterhaald omdat deze zogenaamde “hardekernbeperking” uit de destijds voor de after sales diensten geldende groepsvrijstelling zoals neergelegd in Vo (EG) 1400/2002 niet in de huidige groepsvrijstelling motorvoertuigen is overgenomen.

6.20. De Reparateurs stellen dat KIA Motors weigert reparateurs tot haar netwerk toe te laten die niet tevens dealer willen worden. Met KIA Motors is de rechtbank van oordeel dat een dergelijk beleid niet kan worden aangenomen op basis van een uitlating van die strekking van een journalist, zonder dat daarbij (gemotiveerd) is gesteld op grond waarvan die uitlating aan KIA Motors moet worden toegerekend. De rechtbank zal dan ook aan de in het artikel uit e-mailnieuwsbrief Automotive online opgetekende uitlatingen (zie rov. 2.12 hiervoor) voorbij gaan.

6.21. De rechtbank volgt De Reparateurs evenmin in hun stelling dat KIA Motors in de procedure bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank feitelijk erkend zou hebben dat de verkoop van nieuwe auto’s met de after sales diensten gecombineerd moet worden. In alinea 4.1 van haar akte uitlating na het NMA advies staat dat na selectie van de dealers gebleken is dat zij ook reparateur wilden worden hetgeen automatisch resulteerde in een representatief reparateurnetwerk met landelijk dekking zodat aanstelling van stand alone reparateurs vooralsnog niet nodig was, waarbij KIA Motors aangeeft stand alone reparateurs te benoemen als daar in de toekomst wel ruimte voor ontstaat. Een erkenning van KIA Motors dat zij feitelijk weigert stand alone reparateurs tot het netwerk toe te laten, is hierin niet te lezen.

6.22. Dat er (naast de voorlopige toelating van De Reparateurs op basis van het vonnis van de voorzieningenrechter) tot voor kort geen en thans slechts twee stand alone reparateurs deel uitmaken van het netwerk terwijl er vierennegentig erkende reparateurs zijn die ook dealer zijn, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat KIA Motors een erkend reparateur beperkt in zijn mogelijkheid om alleen after sales diensten te verrichten. Deze ratio is immers ook te verklaren door de door KIA Motors gestelde – en door De Reparateurs onbetwist gelaten – voorkeur van dealers om de niet-lucratieve verkoop van nieuwe auto’s te combineren met het verrichten van lucratieve after sales diensten. Voorts is hierbij van belang dat tussen partijen niet in geschil is dat KIA Motors expliciet met haar dealers en (stand alone) reparateurs overeen komt dat zij te allen tijde nieuwe (stand alone) reparateurs aan kan stellen, ongeacht waar die nieuwe reparateur zich zal vestigen (zie rov. 2.20 hiervoor). In het licht hiervan komt aan de feitelijke verhouding binnen het netwerk op zichzelf onvoldoende gewicht toe om te kunnen oordelen dat KIA Motors, in afwijking van de door haar gesloten overeenkomsten, de mogelijkheid om after sales diensten aan te bieden heeft beperkt tot dealers.

6.23. Nu niet is vast komen te staan dat KIA Motors alleen reparateurs tot haar netwerk toelaat indien zij ook nieuwe KIA-voertuigen zullen gaan verkopen, faalt de stelling van De Reparateurs dat het distributiestelsel wordt gekenmerkt door een koppeling van erkend reparateurschap en erkend dealerschap die op grond van het kartelverbod niet is toegestaan.

Kenmerken van het garantiestelsel

6.24. Bij de beoordeling van het door KIA Motors gehanteerde garantiestelsel moet onderscheid worden gemaakt tussen de garantiedekking en de uitvoering van garantiereparaties.

6.25. Ten aanzien van de garantiedekking staat vast dat gebreken die het gevolg zijn van een door een onafhankelijke reparateur verrichte reparatie, niet gedekt zijn onder de garantie van KIA Motors. Verder is de garantieperiode op onderdelen die door een onafhankelijke reparateur worden gemonteerd korter dan in geval van montage door een erkende reparateur. Ten slotte worden de kosten van montage en demontage niet vergoed als deze werkzaamheden door een onafhankelijke reparateur worden uitgevoerd, in tegenstelling tot de kosten van die werkzaamheden indien die door een erkend reparateur worden uitgevoerd.

6.26. Ten aanzien van de garantiereparaties staat vast dat die alleen mogen worden uitgevoerd door erkende reparateurs. Het is onafhankelijke reparateurs evenwel toegestaan de KIA-motorvoertuigen ter reparatie aan te nemen van hun klanten en de reparatie vervolgens uit te besteden aan een erkend reparateur. KIA Motors licht toe dat de mogelijkheid dat niet alle overige reparaties door erkende reparateurs zijn uitgevoerd, geen beletsel is om garantiereparaties uit te (laten) voeren door een erkende reparateur.

6.27. Met KIA Motors is de rechtbank van oordeel dat deze kenmerken van het garantiestelsel een logisch gevolg zijn van het feit dat KIA Motors alleen kan instaan voor de manier waarop haar erkende reparateurs de reparaties uitvoeren. Er blijkt niet uit dat de klant zijn garantie verspeelt als hij het onderhoud van zijn KIA-motorvoertuig door een onafhankelijke reparateur laat verrichten. Ook overigens is niet gebleken dat deze kenmerken het gevolg hebben dat De Reparateurs in hun concurrentie met de erkende reparateurs worden beperkt. Zo staat het De Reparateurs vrij zelf garantie te verlenen op de door hen uitgevoerde reparaties. Ook hoeven zij hun klanten niet voor garantiewerkzaamheden naar een erkende reparateur te verwijzen, omdat zij het motorvoertuig ter reparatie van de klant kunnen aannemen en vervolgens de reparatie aan de erkende reparateur kunnen uitbesteden. De enkele stelling van De Reparateurs dat dit systeem logistieke problemen veroorzaakt waardoor de reparaties langer duren dan de klant wenst, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de garantievoorwaarden in strijd zijn met het kartelverbod. Daar komt bij dat zelfs indien zou komen vast te staan dat het feit dat garantiewerkzaamheden alleen door erkende reparateurs mogen worden verricht een mededingingsbeperkend effect heeft, aannemelijk is dat aan de voorwaarden van de wettelijk uitzondering uit hoofde van artikel 6 lid 3 Mw is voldaan. Het feit dat de stand alone reparateurs de reparatiewerkzaamheden niet zelf mogen verrichten maar moeten uitbesteden aan de erkende reparateurs is naar het oordeel van de rechtbank ondergeschikt aan het belang van de consument om zekerheid te hebben dat hij zijn aanspraken uit hoofde van de door KIA Motors aangeboden garantieregeling geldend kan maken. Deze garantieverplichting kan KIA Motors alleen aangaan als zij de zekerheid heeft dat de garantiewerkzaamheden worden verricht door ondernemingen waarvoor zij kan instaan.

Coulance reparaties en recall acties

6.28. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de door de dealer of erkende reparateur uit te voeren garantiewerkzaamheden, geldt mutatis mutandis voor de coulance regeling en de zogenaamde recall acties. De coulance regeling houdt in dat bepaalde reparaties ook na afloop van de garantietermijn nog worden vergoed door KIA Motors. Een recall actie houdt in dat er (al dan niet tijdens een reguliere onderhoudsbeurt) een reparatie aan het KIA-motorvoertuig wordt verricht die vanuit de optiek van de fabrikant noodzakelijk is en waar de consument al dan niet voor wordt opgeroepen. Dat de klant zich voor deze uitzonderlijke reparaties - die ten opzichte van regulier onderhoud en reguliere reparaties een ondergeschikt belang vertegenwoordigen - direct tot een erkende reparateur moet wenden een merkbare beperking van de mededinging tot gevolg zou hebben, is door De Reparateurs onvoldoende met redenen omkleed en de rechtbank volgt De Reparateurs hierin dan ook niet. Bovendien zijn zowel de coulance regeling als de recall acties naar het oordeel van de rechtbank een uitvloeisel van het garantiestelsel. Uit het feit dat KIA Motors haar garantieverplichting alleen aan kan gaan als de reparaties onder de garantie worden uitgevoerd door ondernemingen waar zij invloed op heeft (vergl. rov. 6.24 – 6.27), volgt dat het eveneens gerechtvaardigd is dat de reparaties in het kader van de coulance regeling en de recall acties alleen door dealers of erkende reparateurs mogen worden verricht.

KIA Internationale Wegenhulpgarantie

6.29. De Reparateurs hebben niet betwist dat de door KIA Motors in het geding gebrachte versie van algemene voorwaarden voor de KIA Internationale Wegenhulpgarantie (hierna: KIW) de thans geldende versie is en de rechtbank zal daar dus ook vanuit gaan. Daarnaast hebben De Reparateurs een voor de erkende KIA-dealer bestemde algemene beschrijving van de KIW en de daarvoor geldende procedures in het geding gebracht. Uit deze documenten, in onderlinge samenhang bezien, vloeit voort dat deze internationale wegenwachtservice door KIA Motors voor een periode van drie jaar gratis en zonder nadere voorwaarden wordt aangeboden aan eigenaren van een nieuw KIA-voertuig en dat de erkende KIA-dealer aan eigenaren van KIA-voertuigen die ouder zijn dan drie jaar de KIW eveneens kosteloos kan aanbieden mits het onderhoud volgens de fabrieksvoorschriften door de erkende KIA-dealer wordt verricht en daarbij KIA-onderdelen worden gebruikt.

6.30. Anders dan De Reparateurs is de rechtbank van oordeel dat de eisen die gesteld worden aan het onderhoud van een KIA-voertuig om in aanmerking te komen voor gratis pechhulp, kwalificeren als commerciële afspraken die op zichzelf niet een mededingingsbeperking vormen. De Reparateurs hebben ook niet voldoende (onderbouwd) gesteld wat het effect is van deze afspraken om tot een ander oordeel te kunnen komen. Bij gebreke van een nadere toelichting, die ontbreekt, houdt de rechtbank het er voor dat dat effect gering is. Dit is mogelijk anders ten opzichte van aanbieders van (betaalde) pechhulp diensten, maar gesteld noch gebleken is dat De Reparateurs dergelijke diensten aan hun klanten aanbieden.

6.31. Ten overvloede merkt de rechtbank over de vergelijking die De Reparateurs maken met het standpunt van de Europese Commissie dat de verplichting om tijdens de garantieperiode originele reserveonderdelen te gebruiken bij onderhoud en niet-garantie reparaties een hardekernbeperking is, het volgende op. Zelfs al zou deze vergelijking nog betrekking hebben op een bestaande hardekernbeperking – wat niet het geval is vanwege dezelfde redenen als uiteengezet in rov. 6.19 – dan gaat zij mank omdat het standpunt van de Europese Commissie terzake betrekking heeft op de plicht originele reserveonderdelen te gebruiken bij regulier onderhoud en reguliere niet-garantie reparaties op straffe van verval van de fabricage garantie. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet in zien hoe een gratis internationale wegenwachtservice als de KIW zich laat vergelijken met een garantie op de deugdelijkheid van de fabricage van het motorvoertuig.

Sturing naar erkende reparateur in informatie

6.32. De Reparateurs stellen in dit verband dat de consument in de door KIA Motors verstrekte informatie naar de erkende reparateur wordt gedirigeerd voor onderhoud en reparaties onder of buiten de garantie. Hierbij verwijzen De Reparateurs naar het instructieboekje, de oude en de huidige garantievoorwaarden en een e-mail van een consument aan een voormalig erkend KIA-dealer.

6.33. De rechtbank stelt voorop dat er slechts sprake kan zijn van mededingingsbeperking indien uit deze informatie volgt dat de consument nadeel ondervindt indien hij zijn KIA- motorvoertuig bij een onafhankelijke reparateur laat onderhouden of repareren, bijvoorbeeld omdat de consument daardoor geen beroep meer kan doen op de door de fabrikant aangeboden garantie.

6.34. Van dergelijke sancties is de rechtbank niet gebleken. De enkele aanwijzing (bepaald) onderhoud door de erkende dealer te laten verrichten beperkt de onafhankelijke reparateur niet in zijn mogelijkheid om dat onderhoud uit te voeren. Een gesanctioneerde verplichting voor de consument om dat onderhoud alleen bij de erkende dealer uit te laten voeren volgt uit die aanwijzing immers niet.

6.35. Evenmin kan worden geoordeeld dat de in voornoemde e-mail opgenomen voorwaarde dat onderhoud door een onafhankelijk reparateur volgens de KIA-specificaties moet worden uitgevoerd om aanspraak te kunnen blijven maken op de garantie van KIA Motors, De Reparateurs beperkt in hun mogelijkheid te concurreren met erkende reparateurs op de after sales markt. Immers, gesteld noch gebleken is dat De Reparateurs niet in staat zouden zijn om de betreffende specificaties te volgen bij de door hen uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden, waarbij eveneens wordt verwezen naar hetgeen hierna omtrent de verkrijgbaarheid van de technische informatie en onderdelen wordt overwogen.

6.36. Zoals reeds hiervoor in rov. 6.27 uiteen is gezet, is de garantieprocedure waarbij de consument wordt verplicht de garantiereparaties uit te laten voeren door een erkend KIA- dealer of -reparateur niet in strijd met het kartelverbod en zelfs al zou dat anders zijn dan is die procedure gerechtvaardigd vanuit het oogpunt dat KIA Motors haar garantieverplichting alleen kan aangaan als zij de zekerheid heeft dat de garantiewerkzaamheden worden verricht door ondernemingen waarvoor zij kan instaan. Het opschrijven van deze procedure in het garantie- en onderhoudsboekje is dan ook evenmin in strijd met het kartelverbod.

Verkrijgbaarheid technische informatie

6.37. De Reparateurs zijn van mening dat de door KIA Motors gehanteerde overeenkomst tot verlening van toegang tot technische informatie inzake KIA-motorvoertuigen onder het kartelverbod valt omdat zij op basis daarvan gedwongen worden meer informatie aan te schaffen dan zij nodig hebben en de prijs daarvoor bovendien zo hoog is dat het hen van de aanschaf van die informatie zal weerhouden. De Reparateurs verwijzen daarbij naar de eisen die in de ontwerp-mededeling van de Europese Commissie met betrekking tot aanvullende richtsnoeren betreffende verticale beperkingen in overeenkomsten voor de verkoop en reparatie van motorvoertuigen en voor de distributie van reserve onderdelen voor motorvoertuigen, worden gesteld aan de beschikbaarheid van technische informatie.

6.38. KIA Motors bepleit dat zij onafhankelijke reparateurs niet verplicht tot het sluiten van de overeenkomst tot verlening van toegang tot technische informatie inzake KIA-motorvoertuigen. Op basis van deze overeenkomst krijgen onafhankelijk reparateurs voor € 400 per kwartaal toegang tot alle beschikbare technische informatie, maar het is desgewenst ook mogelijk om slechts een deel van de technische informatie aan te schaffen tegen een lagere prijs. Geen enkele onafhankelijke reparateur heeft echter nog van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, aldus KIA Motors.

6.39. De Reparateurs hebben hier slechts tegen ingebracht dat KIA Motors de technische informatie nooit in gedeelten heeft aangeboden aan onafhankelijke reparateurs. Zij hebben echter niet gesteld op welke grond zij een verplichting van KIA Motors om in dezen actief te handelen, baseren.

6.40. Het betoog van De Reparateurs faalt omdat zij, in het licht van het gemotiveerde verweer van KIA Motors, hun stelling dat de benodigde technische informatie onvoldoende beschikbaar is voor de onafhankelijke marktdeelnemer onvoldoende met redenen hebben omkleed. De rechtbank houdt het er dus voor dat de benodigde technische informatie buiten de overgelegde overeenkomst om in voldoende mate verkrijgbaar is voor de onafhankelijke reparateurs. Aan de beoordeling van mogelijke mededingingsbeperkende effecten van de overeenkomst tot verlening van toegang tot technische informatie inzake KIA-motorvoertuigen komt de rechtbank dus niet toe.

Inkoop van reserveonderdelen

6.41. Als onafhankelijke reparateurs dienen De Reparateurs de benodigde KIA-reserveonderdelen bij een erkende KIA-dealer of -reparateur in te kopen in plaats van rechtstreeks bij KIA Motors. Omdat de erkende KIA-dealer of -reparateur een marge berekent op deze onderdelen en De Reparateurs deze onderdelen zelf moeten ophalen, is de inkoop van deze onderdelen voor De Reparateurs duurder waardoor ze in hun mogelijkheden worden beperkt om deze reserveonderdelen aan derden te verkopen, aldus De Reparateurs.

6.42. KIA Motors heeft er terecht op gewezen dat voldaan is aan de maatstaf dat alle reserveonderdelen vrij beschikbaar zijn voor de onafhankelijke reparateurs, er is immers geen doorleververbod meer. Het feit dat deze onderdelen met een bepaalde marge door de erkende KIA-dealer of -reparateur worden doorverkocht aan een onafhankelijke reparateur, maakt dat niet anders. Nu De Reparateurs niet (gemotiveerd) hebben betwist dat de gehanteerde marge een vergoeding is voor redelijke kosten voor handeling, is het geoorloofd dat die marge aan de onafhankelijke reparateurs in rekening wordt gebracht. Voorts is niet in te zien dat het feit dat de onafhankelijke reparateurs de reserveonderdelen zelf moeten ophalen er aan in de weg staat dat deze goederen vrij verkrijgbaar zijn.

Territoriale exclusiviteit en marktverdeling

6.43. Het standpunt van De Reparateurs dat KIA Motors haar deelnemers aan het erkende netwerk ten aanzien van after sales diensten territoriale exclusiviteit biedt, borduurt voort op hun stelling dat KIA Motors weigert stand alone reparateurs op het netwerk toe te laten. Zoals in rov. 6.18 – 6.23 overwogen, kan die stelling niet worden gevolgd en heeft KIA Motors zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden nieuwe reparateurs aan te stellen ongeacht waar die nieuwe reparateur zich zal vestigen. Daarbij geldt dat KIA Motors onweersproken heeft aangevoerd dat het iedere bestaande dealer of erkende reparateur vrij staat een extra vestiging te openen op iedere gewenste vestigingsplaats. Er kan dus niet worden geoordeeld dat het distributiebeleid erop is gericht iedere dealer of erkende reparateur territoriale exclusiviteit te bieden.

6.44. De stelling van De Reparateurs dat KIA Motors de markt heeft verdeeld waardoor de deelnemers aan haar netwerk een lokaal monopolie hebben, baseren zij met name op de afstand die een consument bereid zou zijn af te leggen voor onderhoud. Dat een consument in de regel naar een garage in de buurt gaat, betekent echter niet dat er daardoor sprake is van marktverdeling. Ook overigens is niet gebleken van afspraken op basis waarvan de deelnemers aan het netwerk hun diensten exclusief kunnen aanbieden binnen een bepaald gebied. Zoals door KIA Motors onweersproken is gesteld staat het de deelnemers van het netwerk vrij om hun diensten aan elke afnemer aan te bieden ongeacht diens woon- of vestigingsplaats.

6.45. Nu ook overigens niet gebleken is van marktverdeling dan wel territoriale exclusiviteit voor de deelnemers van het KIA-netwerk, kunnen de daarop gebaseerde stellingen van De Reparateurs niet tot het oordeel leiden dat het distributiestelsel onder de reikwijdte van het kartelverbod valt.

6.46. Uit het voorgaande vloeit voort dat niet geoordeeld kan worden dat de door De Reparateurs gestelde kenmerken van het distributiestelsel tot gevolg hebben dat de mogelijkheid voor De Reparateurs om te concurreren met de erkende KIA-dealer of -reparateur noch de mogelijkheid voor de leden van het netwerk van KIA Motors om met elkaar te concurreren merkbaar wordt beperkt, verhinderd of vervalst. Reeds hierom valt het distributiestel niet onder de reikwijdte van het kartelverbod.

6.47. Aldus kan in het midden blijven of het distributiestelsel kwalificeert als een unilateraal besluit van KIA Motors dan wel een als een onderling afgestemde gedraging tussen KIA Motors en de deelnemers van haar netwerk. Evenmin komt de rechtbank toe aan de toetsing van het distributiestelsel aan de groepsvrijstellingen en de individuele vrijstelling van art. 6 lid 3 Mw. Ook hoeft de rechtbank in dit verband de relevante markt niet te bepalen. Tenslotte bestaat er geen aanleiding om te oordelen over de vraag of het relativiteitsvereiste aan toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van De Reparateurs in de weg staat.

6.48. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Zelfs als zou geoordeeld zijn dat KIA Motors in strijd met het kartelverbod handelt dan kan dat nog niet tot toewijzing leiden van de vordering die strekt tot het toelaten van De Reparateurs tot het netwerk van erkende reparateurs van KIA Motors. Een gebod tot contracteren is alleen toewijsbaar als het niet contracteren op zichzelf in strijd is met het mededingingsrecht. Gelet op het beginsel van contractsvrijheid – hetgeen ook door de Europese Commissie tot uitgangspunt wordt genomen – kan dit slechts bij uitzondering worden aangenomen, bijvoorbeeld indien er sprake is misbruik van een economische machtspositie door het onthouden van een essentiële faciliteit (vergl. art. 24 Mw). Een inbreuk op de contractsvrijheid kan in het bijzonder niet worden gerechtvaardigd wanneer er verschillende manieren bestaan om een einde aan de inbreuk te maken. Dat is het geval met inbreuken op art. 6 Mw die verband houden met toepassing van een distributiestelsel, de inhoud van de informatie of de voorwaarden voor garanties. Dergelijke inbreuken kunnen immers ook worden beëindigd door het distributiestelsel, de informatie dan wel de garantievoorwaarden te wijzingen.

6.49. Aan het voorgaande doet het door De Reparateurs overgelegde vonnis van de Rechtbank Leeuwarden (4 oktober 2006, LJN AY 9813) niet af. Terecht heeft KIA Motors daarover opgemerkt dat daar sprake was van een onrechtmatige beëindiging van een contract, waardoor het contract geacht moest worden te hebben blijven bestaan. Een contracteerplicht vanwege schending van het kartelverbod valt daaruit niet af te leiden. Dit geldt eveneens ten aanzien van de door De Reparateurs in het geding gebrachte uitspraken van het Oberlandsgericht München en het Landsgericht Braunschweig, aangezien deze uitspraken betrekking hebben op Duits recht en De Reparateurs niet hebben toegelicht waarom deze uitspraken voor deze beoordeling naar Nederlands recht relevant zouden zijn.

7. Verbod van misbruik economische machtspositie

7.1. Het is op grond van artikel 24 Mw aan ondernemingen verboden om misbruik te maken van een economische machtspositie. Hiertoe moet worden bezien of de verweten gedraging is begaan door een onderneming in de zin van de Mededingingswet. Daarnaast moet worden vastgesteld wat de relevante product- of dienstenmarkten en geografische markten zijn waarop de onderneming acteert (hierna: de relevante markt). Verder moet worden vastgesteld of de betrokken onderneming op deze markt(en) een economische machtspositie inneemt. En tot slot moet worden beoordeeld of de betrokken onderneming misbruik maakt van deze economische machtspositie.

7.2. Dat KIA Motors een onderneming is in de zin van artikel 24 lid 1 jo. 1 lid 1 sub f Mw en artikel 81 EG is tussen partijen niet in geschil.

7.3. De beantwoording van de vraag wat de relevante markt is en of KIA Motors daarop een economische machtspositie inneemt kan achterwege blijven. Ook indien wordt vastgesteld dat KIA Motors op de betrokken relevante markt een economische machtspositie heeft, kan niet worden geoordeeld dat KIA Motors daarvan misbruik maakt. Ter toelichting geldt het volgende.

7.4. Anders dan De Reparateurs hebben gesteld is, zoals hiervoor onder rov. 6.24 – 6.27 reeds is overwogen, niet komen vast te staan dat de garantie op KIA-auto’s alleen kan worden behouden indien after sales diensten bij erkende reparateurs worden afgenomen. Integendeel, de klant kan – zonder risico voor zijn fabrieksgarantie – zowel voor onderhoud en niet-garantiereparaties als voor garantiewerkzaamheden bij de niet erkende reparateur terecht indien laatstgenoemde reparaties vervolgens worden uitbesteed aan een erkend reparateur. Dat de garantiewerkzaamheden in dat geval langer duren in vergelijking met de situatie dat de klant daarvoor direct naar een erkend reparateur gaat is onvoldoende om te kunnen concluderen dat KIA Motors, indien komt vast te staan dat zij een machtspositie inneemt, daarvan misbruik maakt. Als geoordeeld kan worden dat het kunnen aanbieden van garantiewerkzaamheden als een objectief onmisbare dienst geldt om op de after sales markt te kunnen concurreren, dan hebben De Reparateurs onvoldoende (onderbouwd) gesteld om te kunnen oordelen dat een langere reparatieduur waarschijnlijk leidt tot een uitschakeling van de daadwerkelijke mededinging op die markt.

7.5. De Reparateurs worden ook niet gevolgd in hun stelling dat KIA Motors geen goede toegang tot technische informatie geeft. Uit hetgeen hiervoor onder rov. 6.37 – 6.40 is overwogen volgt immers dat het, bij gebreke van een voldoende onderbouwde betwisting door De Reparateurs, ervoor moet worden gehouden dat de benodigde technische informatie voor het herstel van een KIA-motorvoertuig in voldoende mate verkrijgbaar is voor de onafhankelijke reparateurs. Gelet op deze omstandigheid kan dus evenmin worden geoordeeld dat sprake is van een situatie waarin KIA Motors weigert een objectief onmisbare dienst aan de niet erkende reparateurs te leveren, laat staan dat dat kwalificeert als misbruik van (een beweerde) machtspositie.

7.6. Ten slotte voeren De Reparateurs aan dat KIA Motors misbruik van haar machtspositie maakt omdat zij bepaalde reparateurs wel toelaat tot haar netwerk van erkende reparateurs en andere reparateurs die evengoed aan de daartoe te stellen eisen voldoen niet en KIA Motors zich aldus schuldig maakt aan discriminatie. Vooropgesteld zij dat ook in het geval dat KIA Motors een economische machtspositie op de betreffende relevante markt inneemt, aan KIA Motors in de eerste plaats de vrijheid toekomt om te contracteren met wie zij wil. Dat er een bepaalde mate van onderscheid bestaat tussen erkende- en niet erkende reparateurs is inherent aan het systeem van een erkend netwerk en is op zichzelf niet voldoende om van misbruik van machtspositie te kunnen spreken. Dit kan, in het kader van artikel 24 Mw, anders zijn in het geval KIA Motors ten opzichte van gelijkwaardige handelspartners ongelijke voorwaarden hanteert waardoor bepaalde handelspartners in een nadelige concurrentiepositie komen te verkeren. Zelfs als geoordeeld kan worden dat niet erkende reparateurs en erkende reparateurs in dit verband als gelijkwaardige handelspartners van KIA Motors hebben te gelden, dan stuit de stelling van De Reparateurs af op het feit dat zij – zoals hiervoor in het kader van artikel 6 Mw reeds is overwogen – voldoende in staat moeten worden geacht om met de door KIA Motors erkende reparateurs te kunnen concurreren. Zij kunnen immers alle reparatiediensten aan hun klanten aanbieden, vrijelijk reserveonderdelen en gereedschappen verkrijgen en zij hebben toegang tot de benodigde technische informatie. Er kan dan ook niet worden geconcludeerd dat het door KIA Motors gehanteerde onderscheid tussen erkende- en niet erkende reparateurs waarschijnlijk leidt tot schade bij de consument. Dat – zoals De Reparateurs hebben gesteld – rijders van een (jonge) KIA er waarde aan hechten dat hun motorvoertuig wordt onderhouden door een erkend reparateur, leidt niet tot een ander oordeel. Als dit vast komt te staan, dan is dat immers een kenmerk van de markt en niet het gevolg van het door KIA Motors gehanteerde onderscheid tussen erkende- en niet erkende reparateurs.

7.7. Dat er nog andere gronden zijn dan hiervoor aan de orde gekomen op grond waarvan het niet sluiten van een reparateurovereenkomst met De Reparateurs als misbruik van een economische machtspositie moet worden aangemerkt, is door De Reparateurs niet gesteld, noch gebleken.

7.8. Hetgeen hiervoor onder rov. 7.4 – 7.7 is overwogen leidt ertoe dat niet kan worden geoordeeld dat KIA Motors in strijd met artikel 24 Mw handelt en de door De Reparateurs ingestelde vorderingen kunnen dan ook niet op die grond worden toegewezen.

8. Conclusie en proceskosten

8.1. Hetgeen De Reparateurs aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd, leidt niet tot toewijzing van de vorderingen. De vorderingen zullen daarom worden afgewezen. De Reparateurs zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van KIA Motors tot op heden begroot op EUR 262,-- aan vastrecht en EUR 904,-- (2 punten x tarief EUR 452,--) aan salaris advocaat. KIA Motors heeft veroordeling van De Reparateurs in de nakosten gevorderd. Deze vordering zal, als hierna in het dictum vermeld, worden toegewezen.

8.2. Hetgeen naar voren is gebracht met betrekking tot de inhoud van het proces verbaal van de comparitie van partijen behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking.

9. De beslissing

De rechtbank

9.1. wijst de vorderingen af;

9.2. veroordeelt De Reparateurs in de kosten van deze procedure, aan de zijde van KIA Motors tot op heden begroot op EUR 1.166,--;

9.3. veroordeelt De Reparateurs in de na dit vonnis aan de zijde van KIA Motors ontstane kosten, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen – onder voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en De Reparateurs niet binnen veertien dagen na aanschrijving van het vonnis hebben voldaan – met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de nakosten te rekenen vanaf veertien dagen na het verschuldigd worden van deze nakosten tot de dag van volledige betaling;

9.4. verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling en de veroordeling in de nakosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, mr. R.H.C. van Harmelen en mr. B.M. Visser en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2012.?