Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX5688

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
13-651639-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rauwe teksten op een facebookpagina bestemd voor een besloten kring van geadresseerden hoeven, zonder

specifiek tot een persoon te zijn gericht, niet als bedreigend te worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/196

Uitspraak

Parketnummers: 13/651639-11 en 13/853694-09 (TUL) (Promis)

Datum uitspraak: 15 augustus 2012

Tegenspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1990],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.G.T. Kramer en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. el Assrouti, naar voren hebben ge-bracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 juli 2011 tot en met 28 september 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, één of meerdere onbekend gebleven personen, schriftelijk heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht, althans zware mishandeling, immers heeft hij opzettelijk dreigend de teksten/uitspraken:

- “Weer een dag dat ik tegen me samourai zwaard praat en zeg van ja zulle we doen waar je voor gebouwd ben in die ene drukke straat waar we het over hadde maar ja beslagkamer en celruimte we zitte nog te twijfele toch weten we samen diep van binnen wat ons doel is ooit gaan we dervoor” en/of “Im the bad guy who makes fun of poeple thats die”

en/of

- “Raar man weer zo een dag met een raar gevoel om naar me Smith en Wesson te grijpen en een drukke straat te bezoeken” en/of “Van Breivik geleerd en Kaddafi”

en/of

- “Braakkkk zin om eventjes lekker naar buiten te lopen en om me heen te knallen in een drukke straat”

en/of

- “Het regent godverdommee kk nasty ass teringshit altijd regen het op verkeerde mo-menten kanker iedereen knallen”

en/of

- “Im psycho mad shoot you in the head leave you in a dirtbag”

en/of

- “Dus ik zit rustig af te rekenen aan de kassa valt er in 1 keer 4 man dood dus ik bukke iedereen in paniek ik probeer mezelf meteen in veiligheid te brengen komt er politie binnen wordt ik aangehoude en geslage dus ik zeg what the fock doe je schijnde dat ik me veiligheidspal niet aangezet had op me silent machinegun met geluidsdemper dat was ff een meemaking”, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard/en/of strekking, op zijn (Facebook)profiel/pagina geplaatst.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste ge-legde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

4.1. De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Op 3 april 2011 meldt zich een vrouw bij het politiebureau. Zij deelt mee dat zij zich zorgen maakt over berichten die verdachte op zijn facebookpagina heeft geplaatst. Zij legt daarbij een aantal geprinte pagina’s van het facebookprofiel van verdachte over waarop de teksten zoals ten laste gelegd te lezen zijn.

4.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. De be-dreiging is van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte het misdrijf waarmee gedreigd werd, zou uitvoeren. De vrouw die zich bij het politiebureau meldde, heeft immers naar aanleiding van die teksten gevreesd dat verdachte een misdrijf zou begaan. De inhoud van de teksten, tezamen met de verwijzing naar Kaddafi en Breivik, dient te leiden tot bewezenverklaring van het ten laste ge-legde.

4.3. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Hij heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aange-voerd. Voor de bewezenverklaring van een bedreiging is vereist dat het opzet van verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk van de bedreiging op de hoogte raakt en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreig-de een redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee is gedreigd. De teksten die ver-dachte op facebook heeft geplaatst, zijn algemeen van aard. De teksten zijn niet aan iemand specifiek geadresseerd. Verdachte heeft de teksten geplaatst op een besloten facebookpagina, die alleen kon worden bezocht door een door hem aangewezen groep vrienden. Er is dan ook geen bedreigde aan te wijzen. De verklaring van de onbekende vrouw die zich bij het politie-bureau heeft gemeld, is niet voldoende om aan te nemen dat dat wel het geval is. De verdedi-ging heeft deze vrouw overigens ook niet kunnen ondervragen. Verdachte dient,, gelet op de jurisprudentie, zoals de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 28 juni 2012, LJN BW9843, te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

4.4. Het oordeel van de rechtbank

Voor het bewezen verklaren van een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte moet zijn geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard dient te zijn en onder zodanige omstandigheden moet zijn geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd, daadwerkelijk zou worden uitgevoerd.

Verdachte heeft de teksten zoals omschreven in de tenlastelegging op zijn profielpagina op facebook geplaatst. Die pagina is toegankelijk voor een beperkte, door verdachte zelf geselecteerde groep mensen. Daarnaast heeft hij de teksten in algemene bewoordingen gesteld, die bovendien, zoals verdachte heeft verklaard, voor een deel aan teksten van bekende rappers zijn ontleend of daarvan zelfs letterlijk zijn geciteerd. Er valt geen geadresseerde aan te wijzen. De onbekend gebleven vrouw die zich bij het politiebureau meldde, heeft volgens het proces-verbaal van bevindingen van 4 oktober 2011 verklaard dat zij bang werd van de dingen die verdachte opschreef en dat zij hoopte dat de politie daarmee iets zou doen, omdat het erop leek dat verdachte helemaal de weg kwijt was. Zij maakte zich zorgen over de berichten en over verdachte, maar niet over eventuele gevolgen voor haarzelf.

Uit deze verklaring van de onbekende vrouw kan dus niet worden afgeleid dat zij – of iemand anders – als bedreigde van de teksten op de hoogte is geraakt. Tot slot blijkt uit het dossier niet dat verdachte de intentie heeft gehad iemand met het plaatsen van de teksten te bedreigen. Gelet op de kring van geadresseerden mag worden aangenomen dat de lezers van de teksten begrepen dat verdachte daarmee op een voor hem eigen wijze teksten van rappers wilde citeren en parafraseren. Daaraan doet niet af dat het om voor een gemiddeld publiek rauwe bewoordingen gaat.

Dit betekent dat aan de vereisten voor de bewezenverklaring van een bedreiging niet is voldaan. De rechtbank acht het ten laste gelegde daarom niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 20 oktober 2011 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parket-nummer 13/853694-09 betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 22 april 2010 van de politierechter te Amsterdam, waarbij verdachte onder meer is veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Tevens bevindt zich bij de stukken een mededeling, waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan de veroordeelde per post is toegezonden.

Nu verdachte wordt vrijgesproken van wat hem is ten laste gelegd, zal de rechtbank de vorde-ring tot tenuitvoerlegging afwijzen.

5. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 22 april 2010 opgelegde voorwaardelijke straf af.

Heft het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter,

mrs. A.E.J.M. Gielen en S.J. Riem, rechters,

in tegenwoordigheid van D. Flikkenschild, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 augustus 2012.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.