Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX5141

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
EA12-1202
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

3 opeenvolgende ontbindingsverzoeken door dezelfde partijen: het eerste verzoek wordt door de werkgever ingetrokken, het tweede verzoek wordt door de werknemer ingetrokken, het derde verzoek wordt afgewezen.

Zie tevens de LJNs BX5124 en BX5130

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0766

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Zaaknummer: 1363175 EA VERZ 12-1202

Beschikking van: 13 augustus 2012

481

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

KOOPMAN CAR TERMINAL B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen KCT

gemachtigde: mr. L.A. Stormezand

t e g e n

[verweerster]

wonende te Amsterdam

verweerster

nader te noemen [verweerster]

gemachtigde: mr. M.P. Rohrich

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

KCT heeft op 6 juli 2012 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

[verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 6 augustus 2012. KCT is verschenen bij de heren [naam], [naam] en [naam], bijgestaan door haar gemachtigde. [verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.Als gesteld en onvoldoende weersproken kan van het volgende worden uitgegaan:

1.1.[verweerster], geboren op [geboortejaar 1964], is sedert 1 januari 1991 in dienst van (de rechtsvoorgangster van) KCT, laatstelijk als Stafmedewerker HR en General Affairs voor 36 uur per week. Het bruto salaris bedraagt € 4.043,00 per maand inclusief vakantietoeslag en emolumenten.

1.2.[verweerster] is destijds in dienst getreden bij Nissan Distributiecentrum (hierna: Nissan). De activiteiten daarvan zijn per 1 januari 2004 overgenomen door KCT. Voordien vervulde [verweerster] bij Nissan de functie Coördinator Personeelszaken.

1.3.KCT maakt deel uit van Koopmans Logistics Group (hierna: KLG).

1.4.tijdens een gesprek op 28 juli 2011 heeft KCT mondeling en schriftelijk aan [verweerster] meegedeeld dat haar functie zal worden opgeheven in verband met een reorganisatie op bedrijfseconomische gronden.

1.5.op 14 oktober 2011 heeft KCT aan [verweerster] een voorstel gedaan, inhoudende dat zij gedurende 24 per week ondersteunend administratief werk zou gaan verrichten, waardoor haar jaarsalaris € 21.055,00 zou gaan bedragen, met een vergoeding in verband met het inkomensverlies van € 34.614,00.

1.6.partijen hebben onderhandeld en ook heeft een mediationgesprek plaatsgevonden. Zij hebben geen overeenstemming bereikt.

1.7.vanaf 17 november 2011 is [verweerster] vrijgesteld van werk.

1.8.bij beschikking van 19 maart 2012 heeft de kantonrechter te Amsterdam het verzoek van KCT tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen toegewezen tegen 1 mei 2012, onder toekenning van een vergoeding aan [verweerster] van € 150.000,00 bruto.

1.9.KCT heeft het door haar ingediende ontbindingsverzoek ingetrokken bij brief van 27 maart 2012. Dezelfde dag is [verweerster] daarvan in kennis gesteld.

1.10.op 4 april 2012 heeft [verweerster] op haar beurt een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend.

1.11.bij brief van 5 april 2012 aan de gemachtigde van [verweerster] heeft KCT bezwaar gemaakt tegen het door [verweerster] ingediende ontbindingsverzoek en haar geïnformeerd over het bestaan van een passende vacature in Nijkerk.

1.12.kort voor 11 april 2012 is [verweerster] telefonisch benaderd door het door KCT ingeschakelde HR-adviesbureau Beljon & Westerterp (verder B&W) voor een assessment op 19 april 2012.

1.13.bij ongedateerde brief, verzonden omstreeks 11 april 2012 heeft de heer [naam], voormalig leidinggevende van [verweerster], haar op de hoogte gesteld van een vacature bij Koopman Truck & Trailer Service (hierna: KTTS) in Nijkerk, dat B&W was ingeschakeld om [verweerster] te begeleiden en dat zij een uitnodiging zou krijgen voor een assessment.

1.14.bij e-mail van haar gemachtigde van 13 april 2012 heeft [verweerster] onder meer laten weten dat zij niet wenste deel te nemen aan het assessment.

1.15.[verweerster] heeft zich op 17 april 2012 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft vervolgens mediation geadviseerd.

1.16.bij brief van 23 april 2012 heeft KCT [verweerster] een outplacementtraject aangeboden. [verweerster] is niet op dit aanbod ingegaan.

1.17.op uitnodiging van KCT althans KLG heeft op 2 mei 2012 een mediationgesprek plaatsgevonden tussen [naam voormalig leidinggevende] en [verweerster]. Dit heeft niet tot een oplossing van het tussen partijen bestaande geschil geleid.

1.18.op 4 april 2012 heeft [verweerster] de kantonrechter te Amsterdam verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.

1.19.bij beschikking van 4 juni 2012 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 juli 2012, onder toekenning aan [verweerster] van een vergoeding van € 85.000,- bruto.

1.20.bij brief van 20 mei 2012 heeft [verweerster] haar ontbindingsverzoek ingetrokken.

1.21.op 20 mei 2012 heeft [verweerster] de heer [naam voormalig ledinggevende] telefonisch laten weten dat zij de onder 1.13 bedoelde vacature bij KTTS in Nijkerk wilde aanvaarden.

1.22.op 29 juni 2012 heeft er een gesprek tussen partijen plaats gevonden. Daarbij heeft KCT aan [verweerster] voorgesteld te komen tot het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, met beëindiging van het dienstverband en een vergoeding aan [verweerster], in de lijn van de ontbindingsbeschikking van 4 juni 2012. KCT heeft daaraan toegevoegd dat zij niet bereid is [verweerster] te werk te stellen in de vacature bij KTTS te Nijkerk.

Verzoek en verweer

2.KCT verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen in de zin van veranderingen in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. KTC verzoekt de kantonrechter om daarbij aan [verweerster] een vergoeding toe te kennen van € 85.000,- bruto.

3.Daartoe stelt KCT - kort gezegd - dat het na de twee eerdere procedures, en met name na de zitting van 14 mei 2012 en de daaropvolgende beschikking van 4 juli 2012, volkomen duidelijk is geworden dat de goede verstandhouding, in elk geval van de kant van [verweerster], blijvend is komen te ontbreken. Die verstandhouding is alleen maar slechter geworden, doordat gebleken is dat [verweerster] nevenwerkzaamheden (in de beveiliging) heeft verzwegen en door de toon die zij heeft gebezigd jegens de heer [naam].

4.Bovendien heeft [verweerster] op de zitting d.d. 14 mei 2012 de functie van medewerker personeels- en operationele zaken bij KTTS uitdrukkelijk van de hand gewezen. KCT hoefde er daarom geen rekening mee te houden dat [verweerster].,na intrekking van haar verzoek, hierop terug zou komen.

5.[verweerster] betwist dat er gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door KCT bedoelde zin en verzet zich tegen de door KCT verzochte ontbinding. [verweerster] verzoekt, voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden, om haar een vergoeding van € 150.000,- bruto ten laste van KCT toe te kennen. Zij verzoekt om vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten, voor beide verzoekschriftprocedures begroot op € 7.500,-.

6.[verweerster] voert ter ondersteuning van haar stellingen - kort gezegd - aan dat zij de aard en inhoud van de vacature bij KTTS pas heeft kunnen beoordelen, toen de functiebeschrijving door KCT bij het verweerschrift in de tweede procedure werd overgelegd. Dat was op of omstreeks 9 mei 2012. Daarvoor wist zij niet om wat voor functie het ging. Toen haar vervolgens de hoogte van de vergoeding (€ 85.000,- bruto) flink tegenviel heeft zij besloten “te gaan” voor de functie in Nijkerk. Dat heeft zij toen ook met de heer [naam voormalig leidinggevende] besproken. Zij wil daadwerkelijk proberen aldaar met een schone lei te beginnen en er alles aan doen om van de functie bij KTTS een succes te maken.

Beoordeling

7.De kantonrechter is van oordeel dat er ten opzichte van de situatie na (het intrekken van) het ontbindingsverzoek dat heeft geleid tot de beschikking van de kantonrechter van 4 juni 2012 geen sprake is van veranderingen in de omstandigheden, die van dien aard zijn, dat zij moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

8.Immers heeft KCT [verweerster] de functie aangeboden van medewerker personeels- en operationele zaken bij KTTS te Nijkerk. Deze heeft [verweerster] weliswaar - dat heeft KCT terecht aangevoerd - niet direct aanvaard, ook niet tijdens de mondelinge behandeling op 14 mei 2012. Zij heeft echter wel, op de dag dat zij haar verzoek had ingetrokken, aan KCT laten weten dat zij (alsnog) die baan wilde aanvaarden. Geoordeeld wordt dat, onder de geschetste omstandigheden, KCT gehouden was en is haar aanbod gestand te doen. Als goed werkgever kan zij zich er niet op beroepen dat [verweerster] definitief van de functie had afgezien. Zij had rekening moeten houden met de mogelijkheid dat [verweerster] haar verzoek zou intrekken (zoals KCT eerder ook had gedaan) en alsnog de vacature in Nijkerk zou accepteren. Van belang is hierbij dat KCT tijdens de mondelinge behandeling op 6 augustus 2012 heeft bevestigd dat de vacature nog niet is ingevuld.

9.De kwestie van de nevenwerkzaamheden is, naar het oordeel van de kantonrechter evenmin een relevante omstandigheid. KCT heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij pas sinds kort van de betreffende werkzaamheden weet, en niet al veel langer, zoals [verweerster] heeft aangevoerd.

10.Dat [verweerster] zich onheus zou hebben uitgelaten over de heer [naam] is niet gebleken.

11.Uit al het bovenstaande volgt dat het verzoek moet worden afgewezen.

12.Er zijn termen om de kosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

I.wijst het verzoek af;

II.bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter