Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4870

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-06-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
515843 / KG ZA 12-579 P/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering op grond van auteursrechten, modelrechten en slaafse nabootsing van armbanden en riemen met verwisselbare elementen ("chunks").

De voorzieningenrechter wijst alleen de op auteursrechtinbreuk gebaseerde vorderingen terzake van de riemen toe.

Nevenvorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 515843 / KG ZA 12-579 P/MB

Vonnis in kort geding van 21 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOOSA AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 8 mei 2012,

advocaat mr. M.R.A. Poulie te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERTOYS HOLLAND B.V.,

gevestigd te Waddinxveen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NISU INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagden,

advocaat mr. S.M. Wertwijn te Amsterdam.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 5 juni 2012 heeft eiseres, hierna Noosa, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, hierna afzonderlijk Nisu en Intertoys en gezamenlijk Nisu c.s., hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Noosa en Nisu c.s. hebben producties (waaronder van de zijde van Noosa een DVD/CD-rom met een kopie van twee uitzendingen van het RTL programma “Ik begin voor mezelf”) en pleitnota’s overgelegd. Tevens zijn ter zitting riemen en armbanden in het geding gebracht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Noosa: mw. [A] en mw. [B] (hierna: [A] en [B]), beiden [functie] van Noosa, met mr. Pouli;

aan de zijde van Nisu c.s.: [C] met mr. Wertwijn.

2. De feiten

2.1. In 2008 hebben [A] en [B] Noosa opgericht. Noosa is een modebedrijf met thans 20 medewerkers. Noosa houdt zich bezig met het ontwerpen, produceren en verkopen van (leren) riemen, armbanden, shawls en slippers waarop drukkers zijn bevestigd, waarin zogenoemde ‘chunks’ (ronde drukknopen, veelal gekleurd en met een afbeelding erop) kunnen worden geklikt. De website van Noosa is www.noosa-amsterdam.com.

2.2. Volgens een afschrift van het Benelux-register voor de intellectuele eigendom is, na een depot van 3 augustus 2009, op 7 mei 2010 als Benelux model geregistreerd een ‘Riem (kl2-07)’ (inschrijvingsnummer 38243-01), van welk model twee afbeeldingen in het register zijn opgenomen. Noosa heeft op dezelfde datum twee (afbeeldingen van) drukknopen als model laten registreren. Noosa heeft (afschriften van) de modelregistraties overgelegd als productie 9.

2.3. Bij brief van 13 april 2012 heeft de raadsvrouw van Noosa Intertoys aangeschreven met de mededeling dat Noosa auteursrechten heeft op de riemen, armbanden en chunks en dat Intertoys inbreuk maakt op deze rechten, door nagenoeg identieke producten aan te bieden. Noosa heeft Intertoys verzocht deze gestelde inbreuk te staken en aangekondigd dat zij anders rechtsmaatregelen zal treffen.

2.4. Bij brief van 17 april 2012 heeft Nisu op de brief van Noosa gereageerd. Uit de brief van Nisu bleek dat Nisu de artikelen aan Intertoys levert en dat Nisu van mening is dat Nisu c.s. geen inbreuk maakt op de rechten van Noosa, onder meer omdat Nisu stelt dat soortgelijke producten al lang op de markt waren.

2.5. Noosa heeft als producties 3 en 4 afbeeldingen van haar collectie en een overzicht van de bij haar in omloop zijnde ‘chunks’ overgelegd.

2.6. Onder de gedingstukken bevindt zich een verklaring van 20 december 2011, waarop staat “Overdracht Auteursrecht”, volgens welke [D] aan Noosa de auteursrechten overdraagt ‘op de ontwerpen zoals weergegeven in bijgevoegd document’. Op de bij deze verklaring behorende bijlage staan afbeeldingen van ‘chunks’.

2.7. In een “Verklaring van Makerschap” van [A] en [B], van 22 mei 2012, staat, onder meer, het volgende:

“Het concept voor het op de markt gaan brengen van personaliseerbare riemen en armbanden is van onszelf afkomstig en tot stand gekomen in 2008.

(…)

In augustus 2008 is het concept geboren om drukkers op riemen te zetten waarmee je enerzijds de riemen kon sluiten en waarop je anderzijds verwisselbare elementen (chunks) kon klikken. (…)

De chunks (een naam die we destijds zelf bedachten en aan de elementen hebben gegeven) zijn geïnspireerd op symbolen vanuit de hele wereld en zijn dus een gevolg van onze positionering (…). (…)

Wij hebben zelf ontwerpschetsen gemaakt van hoe wij het drukkersysteem voor ons zagen. (…)

Na enkele weken van briefen, mogelijkheden zien en verder uitdenken is daar het uiteindelijke NOOSA drukkersysteem uit voort gekomen. Wij hebben zelf de formaten en de finish van de drukkers bepaald. Daarnaast hebben we zelf bedacht hoe het kuipje van de chunks moest worden. (…)

In september 2009 kwamen we met onze NOOSA riemen voor het eerst echt op de markt bij 45 dameskledingboetieks in het hoge segment. Al na enkele weken bleken de riemen en de verwisselbare chunks enorm goed aan te slaan. Wij zijn toen meteen armbandjes gaan ontwikkelen. (…) De armbanden hebben we in november 2009 geïntroduceerd, 3 maanden na de eerste uitlevering van de riemen. (…)

De eerste samples van de drukkers en riemen hadden we begin 2009. Dit proces is grotendeels gefilmd in opdracht van RTL4 voor het programma ‘Ik begin voor mezelf’ dat in juni 2009 voor het eerst op de Nederlandse TV kwam. De ontwikkel- en ontwerpfase is een heel intensieve tijd geweest en heeft veel geld gekost. (…)

Wij wensen te benadrukken dat wij 100% authentiek te werk zijn gegaan bij de totstandkoming van ons product en bij de uitwerking van de modellen. Wij hebben het volledig zelf bedacht en gecreëerd. (…)

Auteursrechten die bij onszelf berusten zijn ingebracht in de onderneming. Met betrekking tot chunks die door externe ontwerpers zijn ontworpen, sluiten wij overeenkomsten waarbij de auteursrechten uitdrukkelijk worden overgedragen aan

NOOSA-Amsterdam B.V.” Als bijlage bij deze verklaring zijn ontwerptekeningen bijgevoegd.

2.8. Noosa heeft afbeeldingen in het geding gebracht van producten van Intertoys en Nisu.

2.9. Onder de gedingstukken bevindt zich een ongedateerde verklaring van ‘[E] MY LOVE Fashion Jewelry Co. Ltd’, die als volgt luidt:

“I, [E] Manager of MY LOVE Fashion Jewelry Co. Ltd, based in YiWu, China, declare that MY LOVE Fashion Jewelry sells its DIY Botton Bracelets since Jan of 2008. The bracelets are shown in our catalogue, which is attached to this declaration.”

Ook de catalogus zelf waarnaar in deze verklaring wordt verwezen bevindt zich bij de gedingstukken. Hierin zijn onder de kop “New Collect for 2008” afbeeldingen te zien van tientallen kleurige, op verschillende wijzen (met bloemetjes, kraaltjes en dergelijke) gedessineerde (druk-)knopen. Ook bevat de folder drie afbeeldingen van (arm-) bandjes met drukkers waarin de drukknopen kunnen worden aangebracht.

3. Het geschil

3.1. Noosa vordert – samengevat – om Nisu c.s. te bevelen de inbreuk op de in de dagvaarding beschreven auteursrechten en modelrechten en het (anderszins) onrechtmatig handelen door de producten van Noosa slaafs na te bootsen, te staken en gestaakt te houden. Daarnaast heeft Noosa een aantal nevenvorderingen ingesteld, zoals omschreven onder 4 tot en met 6 in het petitum van de dagvaarding. Dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van Nisu c.s. in de volledige proceskosten, op grond van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Tot slot heeft Noosa verzocht de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden.

3.2. Noosa heeft haar vordering, samengevat, als volgt toegelicht. Noosa is in 2008 opgericht en de oprichtsters hebben daarin veel geïnvesteerd. Zij hebben de artikelen die zij verkopen zelf ontwikkeld, uitgebreid onderzoek gedaan naar wat er al op de markt was en zelf het concept van de door hen thans verhandelde riemen en armbanden (en inmiddels ook enige andere artikelen) met verwisselbare elementen bedacht. Dat was compleet nieuw. Ook de naam chunks hebben zij geïntroduceerd. Noosa heeft recentelijk geconstateerd dat Intertoys in haar winkels, in ieder geval in Amsterdam en Krommenie, armbanden met drukknopen aanbiedt die nagenoeg identiek zijn aan de armbanden met drukkers van Noosa. Gebleken is dat Nisu deze artikelen aan Intertoys levert. Nisu zelf verhandelt ook armbanden, riemen en chunks die zijn nagebootst van Noosa en heeft ook de term ‘chunks’ overgenomen, door de drukknopen ‘chunkies’ te noemen. Door dit alles maakt Nisu c.s. zich schuldig aan onrechtmatig handelen jegens Noosa, wegens inbreuk op de auteurs- en modelrechten en slaafse nabootsing. Nisu c.s. parasiteert op de bedrijfsactiviteiten en –resultaten van Noosa en dat is een vorm van ongeoorloofde mededinging. De producten van Noosa zijn auteursrechtelijk beschermde werken, aangezien de vormgeving en het uiterlijk van de riemen, armbanden en chunks het gevolg zijn van creatieve keuzes. Noosa is de eerste die deze artikelen op de markt heeft gebracht. De producten van Nisu c.s. zijn daaraan overduidelijk ontleend. De riemen en armbanden van Nisu c.s. zijn op precies dezelfde manier voorzien van drukkers en kunnen op precies dezelfde manier worden gepersonaliseerd met chunks als die van Noosa. Dit leidt tot vermijdbare verwarring. Nisu c.s. had net zo goed meer afstand kunnen nemen van de producten van Noosa, qua formaat en plaats van de drukkers, de vorm van de chunks enzovoorts. De chunks zijn ook afzonderlijk auteursrechtelijk beschermd. Nisu c.s. heeft wel gesteld dat soortgelijke producten in 2008 al op de markt waren en probeert dat met een Chinese folder te ondersteunen, maar dat is niet geloofwaardig. Noosa heeft haar twijfels over de authenticiteit van de folder. Bovendien verwijst de folder naar de Chinese stad Yiwu, volgens diverse publicaties ‘het nationale bolwerk van commerciele piraterij.’ Noosa heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen. Omdat de nagemaakte artikelen (ook) in Amsterdam worden verkocht, is de voorzieningenrechter in Amsterdam bevoegd.

3.3. Nisu voert verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. De voorzieningenrechter te Amsterdam is bevoegd om van het geschil kennis te nemen, aangezien het gestelde schadetoebrengende feit zich (mede) voordoet in Amsterdam.

4.3. Noosa heeft bij haar vorderingen een voldoende spoedeisend belang. Als inbreuk wordt gemaakt op haar intellectuele eigendomsrechten of anderszins onrechtmatig jegens haar wordt gehandeld, vanwege slaafse nabootsing van haar producten, heeft zij er immers belang bij dat daaraan op zo kort mogelijke termijn een einde komt.

4.4. Noosa heeft zich in de eerste plaats beroepen op haar auteursrechten. Daarbij dient als uitgangspunt dat een bepaald idee, concept of een stijl niet het onderwerp kan zijn van auteursrechtelijke bescherming, maar dat het moet gaan om de uiterlijke vormgeving daarvan. Het idee om artikelen als riemen en armbanden te ontwerpen waarop drukkers zijn aangebracht waarin de consument verwisselbare elementen kan aanbrengen, al naar gelang de stemming, de kleding of andere wensen van de betrokkene, is, origineel of niet, als zodanig dan ook niet beschermd.

4.5. De op het auteursrecht gebaseerde vorderdingen zijn voorts slechts toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure van oordeel is dat de producten van Noosa ‘werken’ zijn in de zin van de Auteurswet, dat Noosa daarvan de maker is en dat de producten van Nisu c.s. inbreukmakend zijn.

4.6. Om haar vorderingen te kunnen doen slagen dient Noosa de specifieke werken waarvoor de bescherming wordt ingeroepen deugdelijk ter beoordeling aan te bieden, door daarvan duidelijke afbeeldingen in het geding te brengen en/of de werken in fysieke vorm bij de producties te voegen. In ieder geval dient de vraag wat precies het object van auteursrechtelijke bescherming is, concreet te kunnen worden beantwoord, teneinde rechtsonzekerheid te voorkomen en zodat niet de vrijheid om een ander werk te scheppen te zeer zou worden beperkt. Voor zover Noosa heeft bedoeld te betogen dat haar hele collectie auteursrechtelijk beschermde werken betreft, heeft zij die stelling in dit verband onvoldoende geconcretiseerd.

4.7. Ter nadere onderbouwing van haar stellingen met betrekking tot de afzonderlijke werken heeft Noosa ter zitting een tweetal riemen, een armband en een viertal ‘chunks’ van haarzelf in het geding gebracht, alsmede twee riemen afkomstig van Nisu en twee armbandjes en elf ‘chunkies’ die te koop zijn bij Intertoys en/of Nisu. Nisu heeft erkend dat deze producten van haar afkomstig zijn. Voorts zijn afbeeldingen van artikelen (riemen, armbanden en chunks) van Noosa overgelegd en van de artikelen die volgens Noosa inbreukmakend zijn.

4.8. Eerst zal worden ingegaan op de afzonderlijke chunks. Productie 3 van Noosa bevat een zeer groot aantal afbeeldingen van dergelijke drukknopen, die, ook weer voor een zeer groot deel, blijkens de bijlagen bij productie 7 van Noosa, geïnspireerd zijn op andere afbeeldingen, bijvoorbeeld op oude munten of symbolen, of daarvan zijn overgenomen. Vooralsnog kan op basis van dit overzicht niet zonder meer worden aangenomen dat de afzonderlijke chunks (alle) auteursrechtelijk beschermde werken zijn. Daar komt bij dat evenmin vaststaat dat Noosa van al die afzonderlijke chunks als de maker kan worden aangemerkt, nu zij zelf heeft verklaard dat sommige ontwerpen (naar de voorzieningenrechter, mede op basis van de onder 2.6 en 2.7 vermelde verklaringen, begrijpt, van die chunks) van derden afkomstig zijn en uit de overgelegde stukken niet duidelijk is om welke stukken dat gaat en of de daarop betrekking hebbende rechten op Noosa zijn overgegaan. De enkele stelling van Noosa dat alle auteursrechten van derden aan Noosa zijn overgedragen is, tegenover de betwisting daarvan door Nisu c.s., onvoldoende om daarvan zonder meer uit te gaan. Voorts heeft Noosa nagelaten concreet aan te wijzen welke ‘chunks’ van Nisu c.s. zij inbreukmakend op de chunks van Noosa acht en wijken het uiterlijk en de vormgeving van de in het geding gebrachte ‘chunkies’ van Nisu c.s, af van die van Noosa, aangezien die van Nisu boller van vorm zijn en andere afbeeldingen bevatten. Voor wat betreft de afzonderlijke chunks heeft Nisu c.s. dan ook terecht aangevoerd dat Noosa onvoldoende heeft onderbouwd op welke werken haar vorderingen zijn gericht en waar de overeenkomsten met de volgens haar inbreukmakende producten precies in zitten.

4.9. Voor wat betreft de auteursrechtelijke bescherming van de riemen, heeft Noosa niet alleen afbeeldingen van de desbetreffende riemen, maar ook twee fysieke exemplaren in het geding gebracht. Het betreft hier twee leren riemen, een brede, bruine riem, die aan beide uiteinden is voorzien van vier rijen van twee drukkers waarin chunks kunnen worden geplaatst en waarmee de riem kan worden dichtgeklikt, en een smalle zwarte riem met aan de uiteinden vijf enkele drukkers, geschikt om de chunks in te klikken en de riem af te sluiten.

4.10. Op grond van de in het geding gebrachte stukken en het aldus geopenbaarde, hiervoor geschetste uiterlijk en de vormgeving van de getoonde riemen kan worden aangenomen dat het hier auteursrechtelijk beschermde werken betreft, te weten intellectuele scheppingen van de maker die de persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelt en die tot uiting komen door de vrije creatieve keuzen van die maker bij de totstandkoming ervan. Met name de plaats van de aangebrachte drukkers, waarin de verwisselbare elementen kunnen worden aangebracht, de hoeveelheid drukkers en de vormgeving van het geheel getuigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter van creatieve keuzes en heeft een oorspronkelijk karakter. Noosa heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de maker van deze originele riemen is, door middel van haar verklaring en de ontwerptekeningen, waarvan Nisu c.s. op zichzelf de authenticiteit niet heeft betwist en die, anders dan Nisu c.s. heeft bepleit, naar voorlopig oordeel wel aan de vormgeving van de riemen ten grondslag kunnen liggen. Nisu c.s. heeft overigens ook niet betwist dat Noosa dit artikel (de riemen) al sinds 2009 op de markt heeft gebracht en in ieder geval vóórdat de door Nisu c.s. verhandelde artikelen in omloop waren. Dat het ontwerp niet origineel is omdat anderen dan Noosa in 2008 of eerder al soortgelijke riemen in hun assortiment hadden, heeft Nisu c.s. tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Noosa niet aannemelijk gemaakt. De in het geding gebrachte catalogus van MyLOvE JEWELRY, wat daarvan ook zij, bevat afbeeldingen van

(druk-) knopen en armbanden, maar niet van riemen die gelijkenis vertonen met de in het geding zijnde riemen van Noosa.

4.11. Voorts heeft Noosa voldoende aannemelijk gemaakt dat Nisu c.s. met de door haar verhandelde riemen inbreuk maakt op de rechten van Noosa. De riemen van Nisu zijn qua afmetingen (vrijwel) gelijk met die van Noosa, de drukknopen zijn in dezelfde aantallen, op gelijke afstand van elkaar en op dezelfde plaats als op de Noosa riemen aangebracht en geschikt om de chunks in aan te brengen en om de riemen te sluiten. De totaalindruk van de in het geding zijnde riemen is hetzelfde en aannemelijk is dat de riemen van Nisu aan die van Noosa zijn ontleend. Weliswaar is de kleur van de in het geding zijnde brede riem van Noosa bruin, en die van Nisu zwart, maar Nisu heeft niet betwist dat ook de zwarte (brede) riem tot het assortiment van Noosa behoort.

4.12. Het voorgaande gaat niet zonder meer op ten aanzien van de armbanden. Weliswaar valt niet uit te sluiten dat de door Noosa in het geding gebrachte armband in een eventuele bodemprocedure ook als een ‘werk’ in voornoemde zin wordt aangemerkt, maar vanwege de minder specifieke vormgeving dan die van de riem is de oorspronkelijkheid van het uiterlijk ervan eveneens minder in het oog springend. Daar komt bij dat de totaalindruk van de in het geding gebrachte (afbeeldingen van) volgens Noosa inbreukmakende producten op diverse punten van de Noosa armband afwijkt. Zo verschillen de plaats en het aantal drukkers op een van de Nisu armbanden van die op de Noosa armband en wijkt de kleur en het uiterlijk van het materiaal van de beide in het geding gebrachte exemplaren van Nisu af van het Noosa exemplaar. Daar komt bij dat Nisu c.s. documentatie, naar haar stelling daterend uit 2008, in het geding heeft gebracht (de onder 2.9 genoemde catalogus), waarin soortgelijke armbanden onder de aandacht van het publiek worden gebracht. Weliswaar heeft Noosa de authenticiteit daarvan in twijfel getrokken, maar, zonder nader onderzoek naar de feiten, bijvoorbeeld op het punt van de herkomst van de catalogus, kan op voorhand niet zonder meer van de originaliteit van de desbetreffende armband van Noosa worden uitgegaan. Het kort geding leent zich niet voor een dergelijk onderzoek.

4.13. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de op het auteursrecht gebaseerde vordering uitsluitend ten aanzien van de in het geding zijnde riemen wordt toegewezen, waarbij de dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, zoals hierna in het dictum vermeld. Gezien deze uitkomst behoeven de aanspraken op grond van het modellenrecht en de vorderingen gestoeld op slaafse nabootsing voor zover het de riemen betreft, geen verdere bespreking.

4.14. Aangezien de armbanden niet als model zijn gedeponeerd, kunnen de daarop gebaseerde stellingen van Noosa haar ten aanzien van die artikelen niet baten. Met betrekking tot de als model gedeponeerde drukknoop heeft Nisu c.s. terecht aangevoerd dat het hier slechts gaat om (niet heel duidelijk zichtbare) afbeeldingen van een drukknoop. Noosa heeft niet nader geconcretiseerd met welke producten Nisu c.s. op het modelrecht ten aanzien van deze drukknoop inbreuk heeft gemaakt, daargelaten dat bij de nieuwheid van dit model vraagtekens kunnen worden geplaatst. De op het modelrecht gebaseerde vorderingen van Noosa zullen daarom worden afgewezen.

4.15. Noosa heeft zich tot slot, ook voor de armbanden en chunks, beroepen op slaafse nabootsing. Om een hierop gestoelde vordering te doen slagen, is in de eerste plaats vereist dat aannemelijk is dat het nagebootste product een eigen plaats inneemt in de markt. Dat wil zeggen dat het product zich uiterlijk van andere in de handel zijnde soortgelijke producten aanmerkelijk onderscheidt. Dat dit het geval is heeft Noosa tegenover de gemotiveerde betwisting door Nisu c.s., ondersteund met afbeeldingen van reeds voor 2009 in de handel zijnde (druk-)knopen en armbanden – waaronder die in de onder 2.9 genoemde catalogus waarvan niet zonder meer op voorhand kan worden aangenomen dat deze op een later tijdstip in elkaar is geknutseld – onvoldoende aannemelijk gemaakt.

4.16. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat alleen wordt toegewezen de vordering gebaseerd op de inbreuk op de auteursrechten terzake van de riemen, zoals ter zitting getoond en zoals afgebeeld in productie 3 van Nosa, voor zover het brede riemen betreft met aan beide uiteinden 4 rijtjes van twee drukkers, en smalle riemen met aan beide zijden vijf enkele drukkers, welke drukkers geschikt zijn voor het aanbrengen van verwisselbare elementen, de zogenoemde chunks. Na te noemen termijn wordt daarbij redelijk geacht. De op dit punt op te leggen dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd, zoals hierna vermeld.

4.17. De door Noosa ingestelde nevenvorderingen zullen worden afgewezen. Nisu c.s. heeft haar spoedeisende belang daarbij niet, althans onvoldoende toegelicht.

4.18. De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak zal worden bepaald op zes maanden, aangezien Noosa daartegen geen verweer heeft gevoerd.

4.19. Als de op een belangrijk punt in het ongelijk gestelde partij, zal Nisu c.s. worden veroordeeld in de proceskosten, op de voet van artikel 1019h Rv. Gezien de uitkomst van de zaak worden de advocatenkosten daarbij naar redelijkheid en evenredigheid begroot op € 6.000,-.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt Nisu c.s. om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden de inbreuk op de auteursrechten van Noosa, terzake van de riemen, zoals ter zitting getoond en zoals afgebeeld in productie 3 van Nosa, voor zover het brede riemen betreft met aan beide uiteinden 4 rijtjes van twee drukkers, en smalle riemen met aan beide zijden vijf enkele drukkers, welke drukkers geschikt zijn voor het aanbrengen van verwisselbare elementen, de zogenoemde chunks;

5.2. bepaalt dat Nisu en Intertoys ieder afzonderlijk een dwangsom verbeuren van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelen met het onder 5.1 bepaalde, met (ieder afzonderlijk) een maximum van € 50.000,-;

5.3. veroordeelt Nisu c.s. hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Noosa begroot op:

– € 76,17 aan explootkosten,

– € 575,- aan griffierecht en

– € 6.000,- aan salaris advocaat;

5.4. bepaalt de termijn voor het instellen van de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden vanaf de vonnisdatum;

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2012