Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4461

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
13-08-2012
Zaaknummer
13/706182-2012
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Annulering van intrekking van ingediende vordering heeft geen juridische betekenis.

Officier van justitie dient nieuwe vordering in. Rechtbank oordeelt op basis van de nieuwe vordering.

Ontvankelijkheidsverweer verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706182-2012

RK nummer: 12/3410

Datum uitspraak: 12 juni 2012

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank onder intrekking van de reeds eerder ingediende vordering d.d. 14 maart 2012. Deze – nieuwe – vordering dateert van 7 mei 2012 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 februari 2012 door de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout, België, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te Rotterdam op [1970],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres] [plaats],

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 mei 2012. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Bosman.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.B.M. Pessers, advocaat te Tilburg.

De rechtbank stelt het volgende vast.

Ter openbare zitting van 4 mei 2012 heeft een eerdere behandeling van het EAB plaatsgevonden. Aan de orde is geweest de ‘annulering van de reeds verzonden vordering ex artikel 23 OLW d.d. 6 april 2012’, waarmee de officier van justitie heeft beoogd een eerdere intrekking van deze vordering ongedaan te maken. Het onderzoek is voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie gelegenheid te geven opheldering te verschaffen over deze gang van zaken.

Ter zitting van 29 mei 2012 heeft de officier van justitie mondeling toegelicht dat zij het annuleren van een intrekking van een eerder uitgebrachte vordering niet met stukken kan onderbouwen en dat het haar juridisch zuiverder voorkwam een nieuwe vordering uit te brengen. Dit is de onderhavige vordering, gedateerd 7 mei 2012.

Het EAB waarop deze vordering betrekking heeft is het oorspronkelijke EAB d.d. 9 februari 2012.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het annuleren van een intrekking van een reeds ingediende vordering niet mogelijk is.

Oordeel rechtbank

De rechtbank constateert dat de annulering van de intrekking van de vordering d.d. 14 maart 2012 geen juridische betekenis kan hebben en dat moet worden uitgegaan van een ingetrokken vordering.

Een nieuwe vordering, gedateerd 7 mei 2012, is inmiddels ingediend en de officier van justitie heeft dit ook kunnen doen. De mededeling op deze vordering dat de eerder uitgebrachte vordering hierbij werd ingetrokken is ten overvloede gedaan, daar deze eerdere vordering reeds ingetrokken was.

Uitgangspunt is nu de vordering van 7 mei 2012.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek d.d. 9 februari 2012, referentie [referentie].

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4. Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5. De garantie als bedoeld in artikel 6, lid 1 OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan en dat deze straf met toepassing van artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen van 21 maart 1983 (Trb. 1983, 74, hierna VOGP) zal kunnen worden omgezet.

De Procureur des Konings, verbonden aan het Parket te Turnhout, België, heeft de volgende garantie gegeven:

Bij deze geeft mijn ambt de Nederlandse Staat de officiële waarborg dat [opgeëiste persoon], indien hij dat wenst, na zijn veroordeling in België daadwerkelijk aan de buitenlandse staat wordt overgeleverd teneinde er zijn straf te ondergaan.

Uiteraard is de omzettingsprocedure voorzien in artikel 11 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen van 21 maart 1983 tussen beide landen van toepassing, daar zij partij zijn bij dit Verdrag.

Uit artikel 3, eerste lid, aanhef onder e van het VOGP volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht een strafbaar feit is. Aan deze voorwaarde is voldaan, want het onder 4 bedoelde feit is naar Nederlands rechts strafbaar en levert op: medeplegen van afpersing.

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in twijfel getrokken nu het aan de vordering ten grondslagliggend overleveringsverzoek mogelijk niet meer geldig is; onduidelijk is of de uitvaardigende justitiële autoriteit de overlevering nog nastreeft, aldus de raadsman en evenmin duidelijk is of niet volstaan kan worden met het horen van de opgeëiste persoon als getuige in de zaak tegen de medeverdachte. Deze mogelijkheden zouden moeten worden onderzocht.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft dit standpunt van de raadsman bestreden; er is geen aanleiding te veronderstellen dat het EAB niet meer wordt gehandhaafd.

Oordeel rechtbank

De rechtbank passeert het verweer. Voor zover de raadsman de niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie heeft bepleit met betrekking tot de mogelijkheid dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB niet handhaaft, stelt de rechtbank met de officier van justitie vast dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat het EAB niet wordt gehandhaafd. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen aanleiding om hierover vragen te stellen aan de Onderzoeksrechter te Turnhout.

7. Toepasselijkheid van artikel 13 OLW

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de in artikel 13 OLW bedoelde weigeringsgrond niet van toepassing is; subsidiair heeft zij gevorderd van deze weigeringsgrond af te zien om redenen zoals opgenomen in haar aan de rechtbank overgelegde samenvatting. De raadsman heeft geen beroep gedaan op de weigeringsgrond.

De rechtbank volgt de officier van justitie in haar primaire standpunt. Het enkele gegeven dat een auto met Nederlands kenteken mogelijk betrokken is bij het strafbare feit waarvoor de Belgische justitie de opgeëiste persoon wil vervolgen, is onvoldoende om bedoelde weigeringsgrond toepasselijk te verklaren.

8. Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

9. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47 en 317 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.

10. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout, ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. J.J. Bade, voorzit¬ter,

mrs. C.W. Inden en N. Rozemond, rech¬ters,

in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, grif¬fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juni 2012.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]