Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4082

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
AWB 11-5415 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Terugvordering van het niet bestede deel van de uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen. Onvolledige en onjuiste SiSa-bijlage. Verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/5415 BESLU

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp,

eiser,

gemachtigde mr. A.C. Kaandorp,

en

de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

verweerder,

gemachtigde mr. H.P.M. Schenkels en M. Bochallati.

Procesverloop

Bij besluit van 11 mei 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder een bedrag van € 542.332 teruggevorderd van eiser.

Bij besluit van 11 oktober 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2012. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Tevens was namens eiser aanwezig [A]. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt de volgende feiten en omstandigheden als uitgangspunt.

1.1. Op 7 juli 2010 heeft verweerder ontvangen de door eiser bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingediende bijlage bij de jaarrekening 2009 met verantwoordingsinformatie betreffende de Wet participatiebudget (Wpb). Deze bijlage is voorzien van een verklaring van de accountant. In de Single information en Single audit (SiSa)-bijlage is vermeld dat het totaal aan lasten Participatiebudget 2009

€ 941.852 bedraagt, van welk bedrag de lasten 2009 van educatie bij ROC’s € 208.518 bedragen.

1.2. Bij het primaire besluit heeft verweerder op basis van de SiSa-bijlage toepassing gegeven aan artikel 4, tweede lid, van de Wpb en het niet bestede deel van de uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen ten bedrage van € 542.332 van eiser teruggevorderd.

1.3. In het bestreden besluit heeft verweerder geconcludeerd dat er geen aanleiding is om de door eiser in bezwaar gestelde fout te herstellen. Het primaire besluit is tot stand gekomen op basis van een gecertificeerde SiSa-verantwoording. Eiser had de verantwoording tijdig, juist en volledig moeten doen en bij een geconstateerde fout deze via het indienen van een herziene gecertificeerde jaarrekening met bijlagen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moeten corrigeren. Nu eiser heeft gewacht tot ontvangst van het primaire besluit met het constateren van de fout, komt het risico van deze handelwijze voor eisers rekening. Volgens verweerder is de SiSa-verantwoording verwijtbaar onjuist ingediend en zijn er geen verschoonbare omstandigheden gebleken.

1.4. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel is genomen. Een bedrag van € 208.518 is teveel teruggevorderd, omdat de bij ROC's bestede gelden van € 208.518 door een misverstand niet zijn opgeteld bij het totaal aan lasten voor het Participatiebudget 2009. Verweerder had de fout kunnen onderkennen door de jaarrekening te bestuderen. Nu in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) naar onder andere de jaarrekening wordt verwezen, had ook de inhoud van deze jaarrekening moeten worden beoordeeld voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit.

Verder heeft eiser gesteld dat er verschoonbare omstandigheden zijn. Een deel van de taken rond het Participatiebudget wordt voor de gemeente Weesp uitgevoerd door de gemeente Hilversum. De gegevens worden op de SiSa-bijlage normaliter door Hilversum ingevuld. In dit geval waren de ROC-bijdragen niet door Hilversum ingevuld. In een e-mail van 17 februari 2010 van Hilversum aan de gemeente Weesp stond een onduidelijke zin, waardoor de betreffende medewerker van de gemeente Weesp niet had opgemerkt dat de nog in te vullen lasten 2009 van educatie bij ROC’s ook bij het totaal aan lasten voor het Participatiebudget 2009 dienden te worden opgeteld. De SiSa-bijlage is voorts dermate klein van lettertype dat deze bijna niet leesbaar is. Door de geringe omvang van de gemeente is er nauwelijks ruimte voor interne controleslagen. Verweerder heeft in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel de krappe personeelsbezetting niet in zijn heroverweging meegewogen.

Eiser heeft voorts aangevoerd dat de verwijzing door verweerder naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 2 augustus 2006 (LJN: AY5520) onjuist is. In dit geval zijn de juiste gegevens, weliswaar in de jaarrekening, tijdig aangeleverd. Eiser heeft een beroep gedaan op de uitspraken van de rechtbank Alkmaar van 15 december 2011 (AWB 10/2543) en de Afdeling van 23 november 2011 (LJN: BU5412).

Eiser heeft tot slot aangevoerd dat de voorzitter tijdens de hoorzitting heeft gevraagd of de medewerker van de gemeente die de fout heeft gemaakt nog bij de gemeente werkt en of er maatregelen tegen de accountant zouden worden genomen, welke vragen volgens eiser niet getuigen van een serieuze behandeling van het bezwaarschrift. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven vanwege strijd met het geldende recht en de beginselen van behoorlijk bestuur, aldus eiser.

2. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling van het geschil.

2.1. Beoordeeld dient te worden of verweerder de na het primaire besluit van

11 mei 2011 door eiser aangeleverde stukken, waarin staat vermeld dat de SiSa-bijlage op een fout berust en dat de bij ROC’s bestede gelden van € 208.518 bij het totaal aan lasten voor het Participatiebudget 2009 moeten worden opgeteld, buiten beschouwing heeft mogen laten.

2.2. In artikel 4, eerste lid, van de Wpb is bepaald dat het college verantwoording aflegt aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

In artikel 4, tweede lid, van de Wpb is bepaald dat indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt teruggevorderd. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.

2.3. In artikel 17a, eerste lid, van de Fvw is bepaald dat gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders de informatie ten behoeve van de verantwoording over de uitvoering van de regeling van een specifieke uitkering uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zenden in de vorm van:

a. de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 202, eerste lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 198, eerste lid, van de Gemeentewet, en

b. de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 217, derde en vierde lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet.

Op grond van artikel 17a, derde lid, van de Fvw stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij ministeriële regeling nadere regels over het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde informatie.

Op grond van artikel 17a, vierde lid, van de Fvw brengt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de informatie betreffende de specifieke uitkeringen onverwijld ter kennis van Onze Ministers en de bestuursorganen wie het aangaat.

2.4. Op grond van artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: het Besluit) is bij de jaarrekening een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren.

Op grond van artikel 58a, tweede lid, van het Besluit stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt.

2.5. Op grond van artikel 1 van de Regeling verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen wordt de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, ingericht volgens het model in de bijlage bij deze regeling voor de daarin vermelde specifieke uitkeringen, en met gebruikmaking van de daarin genoemde indicatoren.

Blijkens de bijlage bij artikel 1 van de Regeling verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen is deze regeling gebaseerd op artikel 17a, derde lid, van de Fvw.

2.6. In de Nota procedure aanlevering jaarstukken versie Circulaire SiSa 2009 (hierna: Nota aanlevering) wordt ingegaan op de wijze waarop de ingediende jaarstukken kunnen worden herzien nadat deze bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn ingediend en door het CBS plausibel zijn verklaard. Eventuele correcties op de verantwoordings¬informatie dienen tijdig te worden ingediend via het CBS bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarna deze worden doorgezonden naar het betreffende vakdepartement.

2.7. Uit de voorgaande regelgeving blijkt dat in artikel 4, tweede lid, van de Wpb weliswaar in algemene zin wordt verwezen naar de jaarrekening als verantwoordingsinformatie op basis waarvan wordt teruggevorderd, maar uit artikel 58a van het Besluit volgt dat ten aanzien van de specifieke uitkeringen als verantwoordingsinformatie wordt aangemerkt de SiSa-bijlage. Op grond van artikel 17a, vierde lid, van de Fvw kan door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden volstaan met het doen toekomen van de SiSa-bijlage aan het vakdepartement en kan het vakdepartement bijgevolg de beoordeling of de uitkering onvolledig of onrechtmatig is besteed daar ook op baseren. Eisers stelling dat verweerder ook de jaarrekening had moeten bestuderen, kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet slagen.

2.8. Artikel 4, tweede lid, van de Wpb is dwingendrechtelijk geformuleerd. Indien de omstandigheden als bedoeld in deze bepaling zich voordoen, is verweerder gehouden om over te gaan tot terugvordering van een deel van de aan desbetreffende gemeente toegekende uitkering. Voor een afweging van de bij terugvordering betrokken belangen laat artikel 4, tweede lid, van de Wpb geen ruimte. De SiSa-bijlage bij de jaarrekening, welke uiterlijk moest zijn ingediend op 15 juli 2010, vormt hierbij het uitgangspunt.

2.9. Vast staat dat volgens de bijlage bij de jaarrekening van eiser over 2009 sprake was van een totaal aan lasten voor het Participatiebudget 2009 van € 941.852 waarvan de lasten 2009 van educatie bij ROC’S bedragen € 208.518. De door eiser ingeleverde verantwoordingsinformatie is door het CBS plausibel verklaard en voldeed aan de formele vereisten, terwijl er verder geen onverklaarbare verschillende cijfers werden geconstateerd, die aanleiding gaven aan verweerder nadere informatie te vragen. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de door de Nota aanlevering geboden herstelmogelijkheid. Verweerder was, volgens de tekst van artikel 4, tweede lid, van de Wpb, dan ook gehouden om over te gaan tot terugvordering van het niet bestede deel van de uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen.

2.10. Verweerder hanteert de gedragslijn dat herstel mogelijk is op het moment dat sprake is van fouten in de verantwoordingsinformatie die niet verwijtbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is deze situatie hier niet aan de orde. De door eiser gestelde omstandigheden van een onduidelijke e-mail van 17 februari 2010 van de gemeente Hilversum, het kleine lettertype van de SiSa-bijlage en de geringe omvang van de gemeente maken dit oordeel niet anders. Eiser geldt als een professionele uitvoerder van de wet en het is een keuze van eiser om geen navraag te doen bij de gemeente Hilversum over de e-mail, de SiSa-bijlage niet goed te lezen en nauwelijks interne controle mechanismen te hebben. Eiser had er voor moeten zorgen dat de gegevens in de bijlage bij de jaarrekening juist waren dan wel tijdig werden gecorrigeerd. Verweerder heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat sprake is van verwijtbaarheid aan de zijde van eiser en dat geen sprake is van verschoonbare omstandigheden.

2.11. Ten aanzien van de stelling van eiser dat de verwijzing door verweerder naar de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2006 (LJN: AY5520) onjuist is, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de door eiser ingediende SiSa-bijlage met betrekking tot de Wpb niet juist is en dat eiser eerst in bezwaar met de juiste gegevens kwam, waardoor de uitspraak van de Afdeling wel relevant is. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op dit standpunt heeft gesteld. De casus die ten grondslag ligt aan die uitspraak is vergelijkbaar met de situatie van eiser. Het gaat in beide gevallen om het niet tijdig overleggen van volledige en juiste gegevens.

2.12. Het beroep van eiser op de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 15 december 2011 (AWB 10/2543), kan hem naar het oordeel van de rechtbank niet baten, nu de casus die ten grondslag ligt aan die uitspraak niet vergelijkbaar is met de situatie van eiser. In de situatie van eiser gaat het om het terugvorderen van het niet bestede deel van de uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen en niet over het nog niet kunnen vaststellen of de uitkering rechtmatig is besteed.

2.13. Het beroep van eiser op de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2011 (LJN: BU5412), kan hem naar het oordeel van de rechtbank evenmin baten, nu de casus die ten grondslag ligt aan die uitspraak ook niet vergelijkbaar is met de situatie van eiser. De casus die ten grondslag ligt aan die uitspraak gaat om het vermelden in de Sisa-bijlage van op zichzelf juiste gegevens, maar in de verkeerde rubriek, waarbij alle gegevens tijdig zijn aangeleverd. In de situatie van eiser stonden niet de juiste getallen in de SiSa-bijlage vermeld.

2.14. Eiser heeft gesteld dat de voorzitter tijdens de hoorzitting heeft gevraagd of de medewerker van de gemeente die de fout heeft gemaakt nog bij de gemeente werkt en of er maatregelen tegen de accountant zouden worden genomen. Verweerder betwist dit en stelt dat dit niet uit het verslag van de hoorzitting blijkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eisers stelling geen betrekking op het bestreden besluit en valt het buiten de omvang van dit geding, zodat de rechtbank een oordeel hierover achterwege zal laten.

2.15. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Liefting-Voogd, voorzitter,

mrs. A.J. Bongers-Scheijde en C.E. Heyning-Huydecoper, leden, in aanwezigheid van

mr. S.P.M. van Boheemen, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2012.

de griffier de voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB