Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3750

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
13-706354-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het begrip “vrijheidsstraf” in de OLW bevat ook maatregelen die tot vrijheidsbeneming strekken, waaronder de opname in een psychiatrische kliniek in Duitsland (zie ook Rechtbank Amsterdam 24 september 2008, LJN: BF8907).

Het verweer dat het verblijf uitzichtloos is, mist feitelijke grondslag. De rechtbank kan voorts niet beoordelen op grond waarvan de opgeëiste persoon na 15 jaar verblijf in het psychiatrische ziekenhuis (nog) niet is ontslagen omdat zij geen zicht heeft op de behandeling van de opgeëiste persoon. Een verweer hiertoe dient dan ook in de Duitse procedure door de Strafvollstreckungskammer te worden aangevoerd. Deze rechters beschikken immers over het volledige psychiatrische dossier van betrokkene. Ook het verweer dat de opname in Duitsland ongrondwettelijk is, kan niet slagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706354-12

RK nummer: 12/2955

Datum uitspraak: 8 juni 2012

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van19 april 2012 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 5 april 2012 (ontvangen per fax op 18 april 2012) door de Staatsanwalt van het Staatsanwaltschaft te Mönchengladbach (Bondsrepubliek Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [plaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [1961],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gede¬tineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] te [plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 mei 2012. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R.A. Bosman.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw mr. N.M. Zeeman, advocaat te Zoetermeer en door een tolk in de Duitse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 5 april 2012 (39 VRs 95/97) en van een vonnis van 22 november 1996 van het Landgericht Mönchengladbach (2 KLs 9/96 (1).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden alsmede hospitalisatie in een psychiatrische kliniek, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren, gelet op de brief van 8 mei 2012 van de Duitse autoriteiten, nog 31 dagen en de hospitalisatie in de kliniek. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4. Strafbaarheid, feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e van de OLW gestelde eisen.

De rechtbank stelt vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Duitsland als naar Nederlands recht strafbaar is en dat op dit feit in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

Zware mishandeling (artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht)

5. Overige verweren

De raadsvrouw heeft namens de opgeëiste persoon aangevoerd dat, in tegenstelling tot de informatie in het EAB en de aanvullende brief van 8 mei 2012, de opgeëiste persoon zijn gevangenisstraf volledig heeft uitgezeten. De opgeëiste persoon heeft na zijn gevangenisstraf vanaf 1997, dus 15 jaar, in de kliniek verbleven. Het verblijf in de kliniek ervaart de opgeëiste persoon als uitzichtloos. Hij voelt zich ontmoedigd en heeft geen perspectief op een beter leven. Als hij weer terug moet naar de kliniek, zal hij zelfmoord plegen. Inwilliging van het verzoek leidt dan ook tot een schending van artikel 11 van de OLW. Tevens heeft het Constitutionele Hof in Duitsland opnames in psychiatrische klinieken ongrondwettelijk beoordeeld. Gelet hierop levert de overlevering een schending van artikel 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (geen straf zonder wet) op.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van artikel 7, eerste lid, onder b, van de OLW kan overlevering worden toegestaan voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden of meer. Het begrip “vrijheidsstraf” omvat op grond van artikel 1, onder c, van de OLW ook maatregelen die tot vrijheidsbeneming strekken, waaronder de opname in een psychiatrische kliniek (zie ook Rechtbank Amsterdam 24 september 2008, LJN: BF8907).

Overlevering vindt voorts alleen plaats aan de justitiële autoriteiten van landen die lid zijn van de Europese Unie. Duitsland is, zoals alle lidstaten van de Europese Unie, partij bij het EVRM.

Uitgangspunt is dat een beroep op artikel 11 van de OLW slechts kan slagen indien het wordt gestaafd met concrete feiten en omstandigheden, op grond waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat inwilliging van het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon zal leiden tot een flagrante schending van zijn fundamentele rechten, zoals die worden gewaarborgd in het EVRM. Dat van dergelijke feiten en omstandigheden sprake is, is onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank verwijst hiertoe naar de brief van 24 mei 2012 van de uitvaardigende justitiële autoriteit waarin is aangegeven dat de opgeëiste persoon sinds 23 december 1997 op grond van paragraaf 63 StGB voor onbepaalde tijd in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen. Op grond van paragraaf 67 StGB wordt jaarlijks beoordeeld of een voortzetting van de opname is vereist of dat een succesvolle behandeling ontslag rechtvaardigt. De volgende beoordeling voor de opgeëiste persoon is gepland voor 3 augustus 2012. Het verweer van de opgeëiste persoon dat het verblijf uitzichtloos is, mist derhalve feitelijke grondslag. De rechtbank kan voorts niet beoordelen op grond waarvan de opgeëiste persoon na 15 jaar verblijf in het psychiatrische ziekenhuis (nog) niet is ontslagen omdat zij geen zicht heeft op de behandeling van de opgeëiste persoon. Een verweer hiertoe dient dan ook in de Duitse procedure door de Strafvollstreckungskammer te worden aangevoerd. Deze rechters beschikken immers over het volledige psychiatrische dossier van betrokkene.

Ook het verweer dat de opname in Duitsland ongrondwettelijk is, kan niet slagen. Ook dit verweer dient in de Duitse procedure te worden gevoerd. De rechtbank dient op grond van het vertrouwensbeginsel uit te gaan van de informatie uit het EAB en de aanvullende informatie van de Duitse autoriteiten en erop te vertrouwen dat zij geen overlevering vragen voor straffen en maatregelen die in Duitsland ongrondwettelijk zouden zijn. Overigens heeft de raadsvrouw dit verweer ook niet onderbouwd.

Voorts is niet onderbouwd aangevoerd dat er voor de opgeëiste persoon in Duitsland geen effective remedy bestaat als bedoeld in artikel 13 van het EVRM; er vindt immers jaarlijks een jaarlijkse toetsing plaats.

Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer.

6. Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7, 11 van de OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Staatsanwalt van het Staatsanwaltschaft te Mönchengladbach (Bondsrepubliek Duitsland) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. S.A. Krenning, voorzitter,

mrs. N.J. Koene en P. Rodenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juni 2012.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]