Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2641

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
517743 / KG ZA 12-713 SP/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot het schorsen van de beherend vennoot in Commanditaire Vennootschap (die belegt in farmaceutische bedrijven in Slowakije) en het aanstellen in plaats daarvan van een door een deel van de commandieten bestuurde Stichting, in kort geding afgewezen. De kritiek op en de zorg over het beheer tot dusver is niet zonder grond, maar vooralsnog geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 7A: 1673 BW aanwezig om de beherend vennoot haar beheersmacht te ontnemen. Daarbij is van belang dat de beherend vennoot heeft ingestemd met een onafhankelijke onderzoekscommissie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2012/69
JONDR 2012/1383
OR-Updates.nl 2012-0151
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 517743 / KG ZA 12-713 SP/MB

Vonnis in kort geding van 20 juli 2012

in de zaak van

1. [EISER 1],

wonende te [plaats],

2. [EISER 2],

wonende te [plaats],

3. [EISER 3],

wonende te [plaats],

4. [EISER 4],

wonende te [plaats],

5. [EISER 5],

wonende te [plaats],

alsmede alle andere (in totaal 98) (natuurlijke en rechts-) personen vermeld op de lijst van eisers in de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, onder wie

[EISER 6A], wonende te [plaats],

welke lijst van eisers eindigt met: [EISER 6B],

wonende te [plaats],

eisers bij dagvaarding van 15 juni 2012,

advocaat mr. W.L.R. Schuurmans te Roden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEI BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de commanditaire vennootschap

PHARMA SLOVAKIA C.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagden,

advocaat mr. R.C. de Mol te ’s-Gravenhage

en

1. [GEDAAGDE 1]

wonende te [plaats],

2. [GEDAAGDE 2],

wonende te [plaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CODEROS B.V.,

gevestigd te Doesburg,

4. de maatschap [GEDAAGDE RECHTSPERSOON 4],

gevestigd te Haren, alsmede [GEDAAGDE 4A], wonende te [plaats], [GEDAAGDE 4B], wonende te [plaats], [GEDAAGDE 4C], wonende te [plaats], [GEDAAGDE 4D], wonende te [plaats]

5. [GEDAAGDE 5],

wonende te [plaats],

6. [GEDAAGDE 6],

wonende te [plaats],

7. [GEDAAGDE 7],

wonende te [plaats],

8. [GEDAAGDE 8],

wonende te [plaats],

9. [GEDAAGDE 9],

wonende te [plaats],

eisers in het incident tot voeging aan de zijde van gedaagden en tot tussenkomst.

1. De procedure

Op 26 juni 2012 is de behandeling ter terechtzitting aangevangen, op basis van de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat daarin nog een aantal eisers was vermeld. Het verzoek tot voeging en tussenkomst is gehonoreerd, aangezien geen van de andere partijen daartegen bezwaar had en de tussenkomende/voegende partij (hierna: [gedaagde 4C] c.s.) bij haar vorderingen voldoende belang heeft. Gedaagden, hierna afzonderlijk ook MEI Beheer en Pharma Slovakia, en gezamenlijk ook: MEI Beheer c.s., hebben vervolgens de bevoegdheid van de raadsman tot procesvertegenwoordiging van de op de inleidende dagvaarding vermelde eisers betwist, aangezien de in het geding gebrachte volmachten (afgegeven ten behoeve van een vergadering van 6 april 2012) daartoe niet toereikend zouden zijn. Ter zitting is gebleken dat enige in de inleidende dagvaarding vermelde eisers zijn overleden en dat enige anderen niet aan de kant van eisers staan, maar aan de kant van de gedaagden, althans van de tussenkomende partij. In verband daarmee heeft de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak aangehouden ter verdere behandeling op 6 juli 2012, waarbij zij de raadsman van eisers in de gelegenheid heeft gesteld om uiterlijk op

4 juli 2012 om 12.00 uur zorg te dragen voor toereikende (aanvullende) volmachten, die zowel aan de voorzieningenrechter als aan de wederpartij toegezonden dienden te worden. De voorzieningenrechter heeft de aanvullende volmachten in de loop van 4 juli 2012 per koerier ontvangen, nadat de verzending per fax rond 11.00 uur die ochtend op verzoek van medewerkers van de griffie van de rechtbank was stopgezet, in verband met overbelasting van de fax aldaar. De gedaagde partij heeft de volmachten pas op 5 juli 2012 – te laat dus – per post ontvangen en in verband daarmee aan de voorzieningenrechter verzocht de desbetreffende bescheiden niet bij de behandeling te betrekken, aangezien die te laat waren ingediend. De voor-zieningenrechter heeft dit verzoek niet gehonoreerd. De aanvullende stukken zijn weliswaar pas na het afgesproken tijdstip bezorgd (waarbij niet goed valt in te zien waarom deze niet ook per koerier naar de raadslieden van gedaagden en de tussenkomende partij zijn gestuurd), maar zijn wel de dag voor de aanvang van de zitting bij de andere partijen binnengekomen. Nu het hier geen inhoudelijke stukken betreft, worden gedaagden door de te late indiening ervan geacht niet in hun processuele belangen te zijn geschaad. De voorzieningenrechter heeft de volmachten voorts toereikend geacht om aan te nemen dat mr. Schuurmans optreedt namens voormelde (98) eisers, die hierna gezamenlijk ook [eiser 6A] c.s. zullen worden genoemd.

Ter terechtzitting van 6 juli 2012 is de behandeling van de zaak voortgezet, waarbij [eiser 6A] c.s. hebben gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [gedaagde 4C] c.s. hebben als voegende en tussenkomende partij gesteld en gevorderd overeenkomstig de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte incidentele conclusie houdende vordering tot voeging/tussenkomst. [eiser 6A] c.s. hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen van [gedaagde 4C]s c.s. en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Alle partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

op de zitting van 26 juni 2012:

aan de zijde van [eiser 6A] c.s.: [eiser 6B] (hierna: [eiser 6B]) [eiser 6C] (hierna: [eiser 6C]), [eiser 6D], [eiser 6E], [eiser 6F], dhr. [eiser 6A] (hierna: [eiser 6A]), [eiser 6G], en [eiser 6H], namens wijlen [eiser 6I], [eiser 6J], allen commanditaire vennoten van Pharma Slovakia, alsmede [eiser 6K] (hierna: [eiser 6K]), bestuurslid van de Stichting Belangenbehartiging Slowaakse projecten en deelnemingen (hierna: de Stichting), [eiser 6J], [eiser 6L],

[eiser 6M] (hierna: [eiser 6M]), [eiser 6N], mr. Schuurmans en zijn kantoorgenote mr. A.K. Bolt;

aan de zijde van gedaagden: [gedaagde 10] (hierna: [gedaagde 10]), bestuurder van MEI Beheer, en mr. De Mol;

aan de zijde van [gedaagde 4C] c.s.: [gedaagde 4C], [gedaagde 5], [gedaagde 1] en mr. De Hoop;

en op de zitting van 6 juli 2012:

aan de zijde van [eiser 6A] c.s.: [eiser 6K], [eiser 6G], [eiser 6B], [eiser 6A] en [eiser 6O], allen commanditaire vennoten, alsmede [eiser 6P],

[eiser 6Q], [eiser 6M], mr. Schuurmans en mr. Bolt;

aan de zijde van gedaagden: [gedaagde 10] en mr. De Mol;

aan de zijde van [gedaagde 4C] c.s.: [gedaagde 4C], [gedaagde 5] en mr. De Hoop.

Vonnis is bepaald op heden. Na de zitting heeft de raadsman van gedaagden, volgens afspraak, een beter leesbaar exemplaar van hun productie 4 dan aanvankelijk was ingediend ingezonden.

2. De feiten

2.1. Bij notariële akte van 30 december 2004 (hierna: de akte) is vastgelegd dat vanaf 16 februari 2004 de C.V. (Commanditaire Vennootschap) Pharma Slovakia (hierna: Pharma Slovakia) is aangegaan. Pharma Slovakia heeft als doel het participeren (beleggen in aandelen) in twee farmaceutische ondernemingen in Slowakije, te weten Biotika a.s. (hierna: Biotika) en Hoechst-Biotika Spol s.r.o. Martin (hierna: HBM).

2.2. Pharma Slovakia heeft volgens de akte 142 commanditaire vennoten, onder wie [eiser 6A] c.s. en [gedaagde 4C] c.s., die gezamenlijk € 8.500.000,- hebben ingebracht.

De minimum inbreng bedroeg € 50.000.- per commanditaire vennoot. MEI Beheer, met als bestuurder [gedaagde 10], is volgens de akte de beherend vennoot van Pharma Slovakia.

2.3. In de akte is onder meer het volgende bepaald:

“Naam en zetel

Artikel 1

(…)

2. De beherend vennoot is de statutair te Amsterdam gevestigde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: MEI Beheer B.V. (…) en de commanditaire vennoten zijn (…)

3. Toetreding of vervanging van commanditaire vennoten, alsmede de overdracht van een commanditaire participatie, kan slechts plaatshebben met voorafgaande toestemming van alle vennoten.

(…)

Beheer en vertegenwoordiging

Artikel 5

1. Het bestuur van de vennootschap berust bij de beherend vennoot.

(…)

3. De beherend vennoot is bevoegd voor de vennootschap te handelen en te tekenen en de vennootschap aan derden en derden aan de vennootschap te verbinden. Evenwel zal de beherend vennoot de navolgende rechtshandelingen niet namens de vennootschap verrichten dan nadat de vergadering van vennoten bij besluit, genomen met volstrekte meerderheid van alle uit te brengen stemmen, daaraan haar goedkeuring heeft verleend:

(…)

d. het aangaan van en het aanbrengen van wijzigingen in geldleningen ten laste van de vennootschap;

(…)

g. het ter leen verstrekken van gelden;

(…)

tenzij het een rechtshandeling betreft die valt binnen het kader van het memorandum, zulks ter beoordeling door de beherend vennoot.

Vergadering van vennoten

Artikel 6

(…)

3. Iedere commanditaire vennoot is bevoegd zich krachtens een schriftelijke volmacht, te verlenen aan de beherend vennoot, ter vergadering te laten vertegenwoordigen.

(…)

Boekjaar, balans, winst- en verliesrekening

Artikel 7

(…)

2. Na afloop van elk boekjaar (…) worden de boeken van de vennootschap afgesloten en maakt de beherend vennoot binnen zes maanden na afloop van dat boekjaar (…) een balans en een winst- en verliesrekening op. Een door de beherend vennoot benoemde accountant zal de balans en winst- en verliesrekening controleren, daarover verslag uitbrengen aan de beherend vennoot en een verklaring afleggen. De beherend vennoot stuurt ter kennisneming een kopie van het in de vorige volzin bedoelde verslag aan iedere commanditaire vennoot.

Oprichtings- en beheerskosten

Artikel 8

(…)

2. De beherend vennoot brengt jaarlijks ten laste van de vennootschap een beheervergoeding van vijfentachtigduizend euro (…) in rekening.

Winst en verlies

Artikel 9

(…)

2. Van de winst wordt allereerst aan de beherend vennoot een bedrag uitgekeerd, overeenkomend met vijftien procent (...) van de winst.

(…)

Wijziging van deze bepalingen

Artikel 12

Deze bepalingen kunnen alleen met voorafgaande toestemming van alle vennoten worden gewijzigd. (…)

2.4. In een Informatiememorandum van april 2004 met betrekking tot Pharma Slovakia (hierna: het Memorandum), dat is gericht op professionele beleggers, staat onder meer:

“Inleiding

Middle Europe Investments (MEI Europe Investments N.V., hierna: MEI, vzr.) heeft de mogelijkheid middels een CV te participeren in Biotika en (…) HBM (…).

Het doel van het Pharma Slovakia project is het volgende:

- het verkrijgen van een belang van circa 51% in Biotika a.s.

- het verkrijgen van een belang van 50% in HBM

- het herstructureren en exploiteren van beide bedrijven

- verkoop aan een strategische investeerder (…)

Looptijd en rendement

De looptijd van dit project bedraagt naar verwachting 4 jaar. Het totale rendement is naar verwachting 104,8%.”

2.5. Onder de gedingstukken bevinden zich diverse aan [eiser 6A] gerichte ‘Nieuwsbrieven’, afkomstig van MEI Beheer, uit 2005, 2007 en 2008.

2.6. Als productie 11 hebben [eiser 6A] c.s. een ‘Overeenkomst voor inplaatstreding’ overgelegd van 11 januari 2010, waarin staat dat MEI Beheer het formele beheer van Pharma Slovakia wenst over te dragen aan MEI Management B.V. (hierna: MEI Management).

2.7. Op 10 februari 2011 heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam uitspraak gedaan in een procedure aangespannen door RCM Consultancy B.V. (50% aandeelhoudster in MEI) tegen (onder meer) MEI, MEI Management, Pharma Slovakia en [gedaagde 10]. In deze procedure werd (onder meer) verzocht [gedaagde 10] te schorsen als bestuurder van een viertal MEI-vennoot-schappen, waaronder MEI en MEI Management, en heeft [gedaagde 10] op zijn beurt verzocht om schorsing van [A] (hierna: [A]) als medebestuurder van MEI.

De uitspraak luidt dat een onderzoek wordt bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vier MEI-vennootschappen (MEI Beheer daar niet onder begrepen) en dat [A] en [gedaagde 10] beiden met onmiddellijke ingang worden geschorst als bestuurders van die vennootschappen, met benoeming van een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder daarvan. De uitspraak bevat onder meer de volgende overwegingen:

“2.18 Bij brief van 1 november 2010 heeft de AFM (Autoriteit Financiële Markten, vzr.) aan MFB (MEI Fondsenbeheer B.V. vzr.) mededeling gedaan van haar voorgenomen besluit om MFB een aanwijzing te geven in verband met gedragingen van [gedaagde 10] zoals de AFM al eerder had gedaan ten aanzien van [A]. (…) Dit voorgenomen besluit berust onder meer op de voorlopige constatering van de AFM

- dat [gedaagde 10] (…) meermalen gedragingen heeft vertoond die blijk geven van een niet verantwoordelijk en integer optreden in de beroepsuitoefening en van het niet naleven van de wet,

- dat hij immers gelden die aan hem, uit hoofde van zijn functie van bestuurder van MFB waren toevertrouwd, ten behoeve van MEI Properties a.s. heeft belegd in strijd met het beleggingsbeleid en de raad van commissarissen daaromtrent onjuist althans onvolledig heeft voorgelicht,

(…)

- dat [gedaagde 10] meermalen leningen vanuit de Fondsen heeft verstrekt zonder zekerheden of garanties te bedingen, waardoor niet in het belang van de deelnemers in de fondsen werd gehandeld en waaruit blijkt dat [gedaagde 10] voorrang gaf aan andere belangen waaronder zijn persoonlijke belangen, dat [gedaagde 10] diverse malen de beleggers, de raad van commissarissen, de overige bestuurders en de toezichthouders – zelfs wanneer daarom expliciet werd verzocht – niet volledig en/of onjuist heeft geïnformeerd en

- dat [gedaagde 10] aldus gedrag heeft vertoond dat niet in overeenstemming is met de integere invulling en uitoefening van de functie van (mede) beleidsbepaler.

(…)

2.20 Bij brief van 15 december 2010 heeft de AFM aan MFB meegedeeld dat zij – na beoordeling van de zienswijze van [gedaagde 10] – overeenkomstig haar bij brief van 1 november 2010 medegedeelde voornemen in verband met de gedragingen van [gedaagde 10] besloten heeft tot de desbetreffende aanwijzing.”

2.8. Onder de gedingstukken bevindt zich een “Letter of Intent” (LoI) van

26 januari 2012, gericht aan [eiser 6A], waarin ‘Pro-invest Group’ aangeeft geïnteresseerd te zijn in het verwerven van een (meerderheids-)belang in Biotika en het volgende aanbod (‘non-binding indicative offer’) doet:

“(…)Pro-invest Group is prepared to pay to each participant offering its participation to Pro-invest Group an amount per participation of EUR 45,000 (…) but within a price range varying from a minimum amount of EU 25,000 up to a maximum of

EU 65,000, the final amount to be dependend from the outcome of our assessment of the current and future value of Biotika a.s.”

2.9. Op 5 april 2012 is de Stichting opgericht. Bestuurders van de Stichting zijn [eiser 6K], [eiser 6C], [eiser 6B] en [eiser 6A], met uitzondering van [eiser 6K] allen commanditaire vennoten van Pharma Slovakia. Volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 juni 2012 zijn de activiteiten van de Stichting:

“Overige belangenbehartiging (…). Behartigen van belangen van participanten/deelnemers in rechtspersonen danwel commanditaire vennootschappen welke projecten en deelnemingen in Slowakije en haar omringende landen beheren en exploiteren.”

2.10. Op 6 april 2012 heeft een vergadering van vennoten van Pharma Slovakia plaatsgevonden. Op de agenda stond als punt 5 “Voorstel van [eiser 6A] c.s. om MEI Beheer B.V. te ontslaan als beherend vennoot van Pharma Slovakia C.V.” en als punt 6: “Voorstel van [eiser 6A] c.s. om hen gezamenlijk aan te wijzen als beherend vennoot, voor de duur van de onderhandelingen met de potentiële koper.”

Met [eiser 6A] c.s. werd, blijkens de afgegeven volmachten, bedoeld de leden van het Comité ter Werkelijke Belangenbehartiging van de Commanditaire Vennoten Pharma Slovakia (hierna het Comité).

Volgens het zich onder de gedingstukken bevindende verslag van deze bijeenkomst, opgesteld zijdens [eiser 6A] c.s., waren daarbij aanwezig de beherend vennoot en 62 fysieke personen, die in totaal door middel van volmachten 125 van de commanditaire vennoten vertegenwoordigden. Volgens het verslag luidde de uitslag van de stemming over voornoemde agendapunten:

“Agendapunt 5: voor 109, tegen 8, onthouding dan wel ongeldig: 7

Agendapunt 6: voor 110, tegen 8, onthoudingen 7”

Volgens het verslag van deze vergadering heeft [eiser 6M], echtgenote van [A] en geen commanditaire vennoot van Pharma Slovakia, een zeer actieve pro-[eiser 6A] c.s. inbreng gehad. MEI Beheer heeft zich beraden op de uitkomst van de stemming en vervolgens meegedeeld zich daarbij niet neer te leggen.

2.11. MEI Beheer c.s. hebben als productie 4 een in de (vermoedelijk) Tsjechische taal opgesteld stuk in het geding gebracht, afkomstig van ‘J&T Banka’, gericht aan Pharma Slovakia, waarin is vermeld dat van uitgifte van aandelen Biotika sprake is van 52,851%, respectievelijk 9,984%.

2.12. Bij brief van 18 april 2011 heeft de raadsman van MEI Beheer c.s. aan [eiser 6A] onder meer verzocht ‘het debat zakelijk te houden en binnen de CV te voeren’. In deze brief wordt gerefereerd aan een e-mail van 11 april 2012 waarin [eiser 6A] een medeaandeelhouder in Biotika, de heer [B], zou hebben meegedeeld dat ‘[gedaagde 10] achterna gezeten wordt door de fiscus’ en ‘strafrechtelijk aangepakt wordt’, wat volgens deze brief onjuist is.

2.13. Bij brief van 7 mei 2012 is namens ‘het Comité ter Werkelijke Belangenbehartiging van Vennoten Czech Offices CV’ aangifte gedaan van ‘het vermoeden van vastgoedfraude, verduistering en valsheid in geschrifte door de heer [gedaagde 10] en door de besloten vennootschap MEI Beheer BV’. Als contactpersonen van dit Comité staan onderaan deze brief [eiser 6A] en [eiser 6K].

2.14. In een e-mail van 27 mei 2012 heeft [eiser 6K] namens de Stichting aan de directieleden en het management van Biotika het volgende geschreven:

“Herewith we like to inform you that MEI Beheer BV (Mr. [gedaagde 10] and (…) ) cannot be considered any longer as a truly representative of Pharma Slovakia CV. 43.6% of the Biotika shares belong to Pharma Slovakia CV (…) ”

2.15. In een aan [eiser 6A] gerichte aanvulling van 5 juni 2012 op de onder 2.8 genoemde LoI staat:

“(…)

2. Negotiations with you/the Foundation only

As made clear to you as of our first meeting, we are not prepared to directly or indirectly enter into negotiations or even tot communicate with Mr. [gedaagde 10] and/or MEI Beheer BV or with one of the direct or indirect representatives for reasons well known to you. Hence we will only enter into negotiations and communicate with either you or the Foundation.

3. Limited validity of the LOI

As you are well aware we already spent a lot of time on this proposition and can not go on doing so indefinitely. Therefore our LOI will only be valid if and so far the negotiations on this transaction will have been started not later than by September 15th, 2012 (…).”

3. Het geschil

3.1. [eiser 6A] c.s. vorderen, samengevat:

I. voorlopige schorsing van MEI Beheer als bestuurder van Pharma Slovakia, zolang de onderhandelingen met derden over de verkoop van het aandelenpakket Biotika alsmede de afwikkeling daarvan voortduurt;

II. zolang de schorsing voortduurt, overdracht van het bestuur over Pharma Slovakia aan de Stichting;

III. veroordeling van MEI Beheer tot afgifte van de volledige administratie en bescheiden van Pharma Slovakia, mede omvattend de bank- en kasadministratie en openingsbescheiden, over de periode 2004 tot en met de datum van afgifte, alsmede tot het geven van beschikking over de bankrekeningen van Pharma Slovakia aan de Stichting, binnen zeven dagen na het vonnis;

IV. veroordeling van MEI Beheer om te bewerkstelligen en aan te tonen dat de aandelen Biotika op naam van Pharma Slovakia staan, met aanstelling van de Stichting als beheerder;

V. dwangsommen op te leggen voor zover MEI Beheer nalaat aan het bepaalde onder I, III en IV te voldoen;

VI. Pharma Slovakia te veroordelen het voorgaande te gehengen en te gedogen;

VII. althans een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht;

VIII. veroordeling van MEI Beheer in de proceskosten, waaronder de kosten van rechtsbijstand.

3.2. [eiser 6A] c.s. hebben hun vorderingen, samengevat, als volgt toegelicht. Het was de bedoeling dat het Pharma Slovakia project, dat wil zeggen de herstructurering van de bedrijven en de verkoop van de aandelen, in totaal 4 jaar in beslag zou nemen, zoals ook is vastgelegd in het Memorandum. Inmiddels zijn acht jaren verstreken en is een patstelling ontstaan tussen de beherend vennoot MEI Beheer en eisers. Op de vergadering van 6 april 2012 heeft een grote meerderheid van de commanditaire vennoten gestemd voor het vertrek van MEI Beheer en het (tijdelijk) aanstellen van de leden van het Comité als beherend vennoot. De reden daarvan is dat MEI Beheer zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijk bestuur en wanbeleid. Het wanbeleid uit zich in een aantal zaken. Zo heeft MEI Beheer in strijd met de (in het Memorandum vastgelegde) afspraken in naam van Pharma Slovakia geen 51% belang in Biotika gekocht, maar slechts 43,6% en in HBM geen 50% maar 23,65%. Aldus is slechts een bedrag van € 5.279.081,- belegd, terwijl

€ 8.500.000,- was ingelegd. Wat er met de rest van dat bedrag is gebeurd is onduidelijk. Verder heeft [gedaagde 10] in privé ook aandelen Biotika gekocht en via Pharma Slovakia grote bedragen uitgeleend aan derden, zoals Reggehuys Management B.V. (aandeelhouder van MEI Beheer), zonder daarvan de commandieten op de hoogte te stellen. Ook heeft hij de commandieten verkeerd voorgelicht, door in de nieuwsbrieven steeds mee te delen dat 51% in Biotika was belegd en door een verkeerd beeld van Biotika te schetsen, namelijk dat in 2004 sprake zou zijn van € 1,6 miljoen winst, terwijl het in werkelijkheid € 6 miljoen verlies betrof. MEI Beheer heeft structureel nagelaten rekening en verantwoording af te leggen. Dat is in strijd met artikel 7 lid 2 van de akte. Een punt van zorg is voorts dat onduidelijk is of nu MEI Beheer of MEI Management het beheer voert over Pharma Slovakia, aangezien MEI Beheer dat naar MEI Management had overgeheveld, overigens ook zonder toestemming van de commandieten. Ook heeft [gedaagde 10] gepoogd de participaties van de commandieten op te kopen voor

€ 24.000,- per stuk, terwijl hij zelf heeft aangegeven een opbrengst van € 60.000,- te verwachten binnen 2 tot 3 jaar. MEI Beheer c.q. [gedaagde 10] handelt vooral in zijn eigen belang en niet in het belang van [eiser 6A] c.s. Het belang van [eiser 6A] c.s. is om de aandelen in Biotika zo snel mogelijk en zo goed mogelijk te verkopen. Er is inmiddels ook een gegadigde (Pro-invest Group), maar die wenst geen zaken te doen met MEI Beheer. Verder bestaat het risico dat commanditaire vennoten uit andere C.V.’s waarvan MEI Beheer beherend vennoot is beslag zullen leggen op vermogensbestanddelen van Pharma Slovakia, nu er aangifte is gedaan tegen [gedaagde 10] en hij door de AFM als onbetrouwbaar is aangemerkt, zoals blijkt uit de uitspraak van de Ondernemingskamer. Tot slot is onduidelijk op wiens naam de aandelen Biotika staan, maar er zijn sterke aanwijzigingen dat dit niet op naam van Pharma Slovakia is, maar op naam van MEI Beheer. Het gaat [eiser 6A] c.s. overigens niet om het aan de beherend vennoot toekomende winstaandeel van 15% – daarop zal zij geen aanspraak maken – maar alleen om het belang van de C.V. en de commanditaire vennoten. Op grond van dit alles dienen de vorderingen, waarbij eisers een spoedeisend belang hebben, onder meer omdat de verkoop anders waarschijnlijk niet kan doorgaan, te worden toegewezen. De Stichting is voldoende gekwalificeerd om het beheer op zich te nemen. Voor zover de daarop gerichte vordering niet wordt toegewezen, gaan [eiser 6A] c.s. ook akkoord met het aanstellen van een onafhankelijke beheerder/bewindvoerder van bijvoorbeeld de AFM of De Nederlandsche Bank (DNB) en passen zij hun vordering dienovereenkomstig aan.

3.3. MEI Beheer c.s. voeren verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

3.4. [gedaagde 4C] c.s. vorderen dat de vorderingen van [eiser 6A] c.s. worden afgewezen. Daarnaast vorderen [gedaagde 4C] c.s. in de tussenkomst dat het [eiser 6A] c.s. en hun vertegenwoordigers op straffe van dwangsommen en met veroordeling van [eiser 6A] c.s. in de proceskosten, wordt verboden:

- om daden van beheer en beschikking ter zake van Pharma Slovakia te verrichten;

- om rechtstreeks contacten te onderhouden met derden zoals mede-aandeelhouders in en de directie van Biotika, potentiële gegadigden voor de koop van de aandelen in Biotika en anderen;

- om zich in het openbaar, althans anders dan binnen de beslotenheid van Pharma Slovakia, in woord en/of geschrift negatief te uiten over Pharma Slovakia en/of MEI Beheer, althans om maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter juist acht.

3.5. [gedaagde 4C] c.s. hebben hun vorderingen, samengevat, als volgt toegelicht.

Ook [gedaagde 4C] c.s., een groep waar inmiddels 19 commanditaire vennoten achter staan, participeren als commanditaire vennoten in Pharma Slovakia. Zij hebben

geconstateerd dat [eiser 6A] c.s. niet alleen op de vergadering voor het aftreden van MEI Beheer als beherend vennoot hebben gestemd, maar dat zij, althans [eiser 6A], rechtstreeks medeaandeelhouders en de directie van Biotika benaderen. Dit verdraagt zich niet met de positie van commanditaire of stille vennoten. Bovendien is het schadelijk voor de andere commanditaire vennoten en voor de C.V. zelf. [gedaagde 4C] c.s. hebben [eiser 6A] c.s. hierover per brief benaderd, maar zonder resultaat. [gedaagde 4C] c.s. vinden evenals MEI Beheer, dat de bestuursbevoegdheid van MEI Beheer niet kan worden ingetrokken, omdat daarvoor wijziging van de akte noodzakelijk is, waarvoor de toestemming van alle vennoten vereist is, die ontbreekt. Ook [gedaagde 4C] c.s. hebben kritiek op MEI Beheer, maar zij achten een schorsing van MEI Beheer niet in het belang van de C.V. Dat geldt ook voor het aanstellen van de Stichting als beherend vennoot. [gedaagde 4C] c.s. heeft er geen vertrouwen in dat het bestuur van de Stichting de belangen van de C.V. en van de commanditaire vennoten op professionele en integere wijze zal behartigen. Het benaderen van Pro-invest Group getuigt daar al niet van, omdat de Stichting daartoe geen bevoegdheid heeft en het de indruk wekt van een desperate verkoper. Bovendien is het optreden van de Stichting alsof zij de beheerder is, onrechtmatig en in strijd met het karakter van de C.V., waarbij de commanditaire vennoten alleen de geldschieters behoren te zijn en geen bestuurstaken hebben.Voorts is voor het besturen van een beleggings-C.V. en het (in dat kader) verkopen van een groot aandelenpakket in een beursvennootschap en dan ook nog in Slowakije, specifieke deskundigheid vereist, terwijl de bestuurders van de Stichting ‘gewone beleggers’ zijn. Ook treedt de Stichting niet transparant op. De statuten zijn niet overgelegd en de naam van de Stichting suggereert dat deze niet beperkt is tot de onderhavige C.V.

De verwijten aan het adres van MEI Beheer zijn niet objectief en onafhankelijk vastgesteld en lijken voort te spruiten uit een onderliggend uit het verleden stammend conflict tussen de familie [A] (onder wie [eiser 6M]), die [eiser 6A] c.s. actief ondersteunt in de poging binnen de C.V. de macht te grijpen en de aandelen Biotika aan Pro-invest Group te verkopen, en [gedaagde 10]. Dit dient echter buiten deze kwestie te blijven.

Uiteraard dient MEI Beheer wel rekening en verantwoording af te leggen over de door haar verrichte bestuurstaken.

[gedaagde 4C] c.s. hebben in dat verband bij MEI Beheer aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek naar de gang van zaken binnen MEI Beheer en MEI Beheer heeft dat ook toegezegd. Een onafhankelijke commissie mag in dat kader alle boeken en bescheiden van de C.V. inzien. Daarnaast zal een participantencommissie worden ingesteld. MEI Beheer heeft ook goede dingen gedaan. Zo is al 80% van het door de commanditaire vennoten ingebrachte kapitaal terugbetaald en heeft herstructurering van Biotika plaatsgevonden, zij het dat dat nog niet is afgerond. Het is dan ook op dit moment niet in het belang van de C.V. als de bestuursbevoegd-heden aan de Stichting worden overgedragen. De vorderingen van [eiser 6A] c.s. dienen daarom te worden afgewezen en [eiser 6A] c.s. moet worden verboden om zich als beheerder op te stellen en ook om negatieve uitlatingen jegens derden (zoals het bestuur en andere aandeelhouders van Biotika) te doen.

3.6. [eiser 6A] c.s. hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen van [gedaagde 4C] c.s., waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

ten aanzien van de vorderingen van [eiser 6A] c.s.in de hoofdzaak:

4.2. Anders dan MEI Beheer c.s. hebben betoogd, hebben [eiser 6A] c.s. bij hun vorderingen op zichzelf een voldoende spoedeisend belang. Indien sprake zou zijn van wanbeleid en benadeling van de commanditaire vennoten door de beherend vennoot hebben [eiser 6A] c.s. er immers belang bij dat daaraan op zo kort mogelijke termijn een einde komt. Bovendien heeft de koper met wie zij mogelijk in zee willen gaan een deadline gesteld om de onderhandelingen te starten.

4.3. De vordering van [eiser 6A] c.s. is in de eerste plaats gericht op het (tijdelijk) terugtreden van MEI Beheer als beherend vennoot, nu MEI Beheer, ondanks de uitkomst van de vergadering, niet bereid is daartoe vrijwillig over te gaan.

4.4. De basis van de tussen partijen bestaande afspraken is vastgelegd in de akte. Dat [eiser 6A] c.s. deze pas maanden na het betalen van hun inleg onder ogen hebben gekregen, zoals zij onbetwist hebben gesteld, doet daar niet aan af. Het komt voor hun rekening en risico dat de commanditaire vennoten al hebben belegd, terwijl de tekst van de akte nog niet gereed was.

4.5. In artikel 1 onder 2 van de akte is vermeld dat MEI Beheer de beherend vennoot is van Pharma Slovakia. In de akte zijn geen specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot schorsing, ontslag of (tijdelijke) vervanging van de beherend vennoot. MEI Beheer c.s. hebben in de eerste plaats betoogd dat bij gebrek aan dergelijke bepalingen, in verband met het karakter van de akte – een (vennootschaps-)overeenkomst – een eventuele schorsing van de beheerder alleen zou kunnen plaatsvinden met unanimiteit van stemmen van alle commanditaire vennoten. Dit zou volgens MEI Beheer c.s. ook zo zijn, als het gaat om schorsing wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7A:1673 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), die volgens MEI Beheer c.s. overigens niet aanwezig zijn. Aanvankelijk heeft MEI Beheer ook het standpunt ingenomen dat, wat betreft de uitkomst van de stemming in vergadering van 6 april 2012 de daartoe verleende volmachten niet zouden kunnen meetellen, aangezien geldige volmachten op grond van artikel 6 lid 3 van de akte alleen aan de beherend vennoot en niet aan mede commanditaire vennoten zouden kunnen worden verstrekt.

MEI Beheer c.s. zullen op deze beide punten niet in hun visie worden gevolgd.

4.6. Voor wat betreft het verstrekken van volmachten ter vergadering hebben [eiser 6A] c.s. terecht gesteld dat het in de gegeven omstandigheden in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid als uitsluitend aan de beherend vennoot verstrekte volmachten rechtsgeldig zouden zijn, zeker indien het belangrijkste agendapunt van de vergadering het functioneren en de eventuele schorsing van die beherend vennoot betreft. Uitgangspunt is dan ook dat een belangrijke meerderheid van de commanditaire vennoten op de vergadering heeft gestemd vóór het terugtreden van MEI Beheer en het (tijdelijk) aantreden van de leden van het Comité als beheerder.

4.7. Aangaande het verweer van MEI Beheer c.s. dat schorsing van de beherend vennoot alleen mogelijk zou zijn na wijziging van de akte, die volgens MEI Beheer c.s. instemming van alle commandieten zou behoeven, wordt het volgende overwogen. Mei Beheer c.s. beroepen zich hiervoor op artikel 1 lid 2 van de akte, waarin staat dat MEI Beheer de beherend vennoot is van de C.V.; op artikel 5 lid 1 waarin staat dat het bestuur bij ‘de beherend vennoot’ berust; en op artikel 12 waarin staat dat ‘deze bepalingen’ alleen gewijzigd kunnen worden met voorafgaande toestemming van alle vennoten. Voorop staat dat niet zonder meer duidelijk is of met ‘deze bepalingen’ ook gedoeld wordt op het bepaalde in artikel 1, nu dat artikel met name ziet op de naam en zetel van de vennootschap en op wie de vennoten zijn. Wat betreft toetreding en vervanging van commanditaire vennoten is in dit artikel expliciet vermeld dat dit slechts kan plaatshebben met voorafgaande toestemming van alle vennoten, welke toevoeging bij de uitleg van artikel 12 in de door MEI Beheer c.s. bepleite zin, overbodig zou zijn. In andere bepalingen van de akte is over de al dan niet tijdelijke vervanging van MEI Beheer als de beherend vennoot niets geregeld.

4.8. Ook wanneer moet worden aangenomen dat artikel 1 een bepaling is waarvan de wijziging in beginsel de voorafgaande toestemming van ‘alle’ vennoten zou behoeven, is het volgende van belang.

4.9. In artikel 7A:1673 BW, betreffende de maatschap, welke bepalingen ook van toepassing zijn op de commanditaire vennootschap, is bepaald dat de beherend vennoot de macht heeft alle beheersdaden te verrichten en dat deze macht ‘zo lang de maatschap duurt, niet zonder gewichtige reden herroepen (kan) worden’. A contrario betekent dit, dat wanneer wel sprake is van een ‘gewichtige reden’ een (tijdelijke) beëindiging van het beheer, of een schorsing van de beheerder op zichzelf mogelijk moet zijn. De uitleg van MEI Beheer c.s. en van [gedaagde 4C] c.s. dat in dat geval ook het bestaan van een gewichtige reden unaniem door alle (commanditaire) vennoten onderschreven moet worden, moet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht, zeker in een geval als het onderhavige waarbij sprake is van een zeer groot aantal (meer dan 100) commanditaire vennoten. Als dat anders was, zou dat kunnen leiden tot een onwerkbare situatie en zou zelfs een schorsing van de beherend vennoot door een rechter of arbiter op grond van een gewichtige reden onmogelijk zijn. Het disfunctioneren van een beherend vennoot zou in de visie van MEI Beheer c.s. alleen tot de zeer verstrekkende maatregel van een ontbinding van de C.V. kunnen leiden en een vervanging van de beherend vennoot op gerechtvaardigde gronden zou door één van de 142 commanditaire vennoten volledig geblokkeerd kunnen worden. Mogelijke consequenties van dien aard komen niet redelijk voor.

4.10. Bij een uitleg naar de letter van de bepalingen in de akte zou bovendien een eventuele schorsing van MEI Beheer op grond van een gewichtige reden zelfs niet kunnen plaatsvinden als 100% van de commanditaire vennoten daar achter zou staan, aangezien MEI Beheer als beherend vennoot strikt genomen zelf ook met haar eigen schorsing zou moeten instemmen. In artikel 12 staat immers niet dat wijziging van de bepalingen instemming van alle ‘commandieten’ behoeft, maar van ‘alle vennoten’. Deze uitleg van artikel 12 van de akte gaat de grenzen van redelijkheid en billijkheid in ieder geval te buiten en wordt overigens, naar de voorzieningenrechter begrijpt, ook door MEI Beheer zelf niet aangehangen, aangezien zij melding maakt van toestemming van ‘alle commandieten’.

4.11. Uitgangspunt op grond van het bovenstaande is dan ook voorts, dat een schorsing van de beherend vennoot in beginsel mogelijk is, als de rechter de visie van een (substantiële) meerderheid van de commanditaire vennoten dat sprake is van een gewichtige reden daartoe, onderschrijft. Een dergelijke schorsing zal in ieder geval mogelijk zijn bij wijze van ordemaatregel als deze in het belang van de C.V. noodzakelijk wordt geacht.

4.12. [eiser 6A] c.s. hebben ter onderbouwing van hun vordering tot schorsing van MEI Beheer verwezen naar de uitspraak van de Ondernemingskamer, volgens welke [gedaagde 10] als bestuurder van een viertal andere MEI-vennootschappen zich een niet integere bestuurder zou hebben betoond. Zij hebben zich er tevens op beroepen dat MEI Beheer niet de afgesproken hoeveelheid aandelen in HBM en Biotika heeft aangeschaft ten behoeve van Pharma Slovakia en dat MEI Beheer in het Memorandum de positie van Biotika rooskleuriger heeft voorgespiegeld dan in werkelijkheid het geval was.

4.13. Aan [eiser 6A] c.s. kan worden toegegeven dat de door de Ondernemingskamer aangehaalde uitlatingen over [gedaagde 10] aan duidelijkheid weinig te wensen overlaten en dat op grond van deze uitspraak op zijn minst aannemelijk is dat [gedaagde 10] tekort is geschoten in zijn functioneren als bestuurder van de daar genoemde MEI-vennootschappen. Daarmee staat echter niet zonder meer vast dat MEI Beheer zich (ook) in het onderhavige geval aan wanbeleid en onzorgvuldig handelen heeft schuldig gemaakt. [eiser 6A] c.s. heeft niet weersproken dat Biotika thans een winstgevende onderneming is en dat aan de beleggers inmiddels 80% van hun inleg is terugbetaald. De stelling van MEI Beheer c.s. dat uit het door de Ondernemingkamer bevolen onderzoek is gebleken dat [gedaagde 10]/MEI Beheer zich in ieder geval niet schuldig heeft gemaakt aan zelfverrijking of aan benadeling van de (bij die kwestie betrokken) commanditaire vennoten, kan thans niet worden beoordeeld, aangezien geen van beide partijen dat onderzoek in het geding heeft gebracht. MEI Beheer erkent wel dat door MEI Beheer minder aandelen zijn aangeschaft dan in het Memorandum is vermeld, maar betwist dat er ingelegde gelden zijn ‘verdwenen’. Vooralsnog staat onvoldoende vast dat en in hoeverre [eiser 6A] c.s. door de wijze waarop MEI Beheer als beherend vennoot van Pharma Slovakia heeft gehandeld zijn benadeeld. Voorts hebben MEI Beheer c.s. aangevoerd dat de hogere percentages weliswaar in het Memorandum vermeld zijn, maar dat het hier ging om een doelstelling en niet zozeer om een afdwingbare verplichting. De tekst van productie 4 van MEI Beheer (zie 2.11) lijkt daarnaast de indruk te wekken dat inmiddels 52,851 % van de aandelen Biotika op naam van Pharma Slovakia staat.

Zonder zekerheid over voornoemde punten, die zonder nader feitenonderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, niet kan worden gegeven, zijn er weliswaar aanwijzingen voor onregelmatigheden in de handelwijze van MEI Beheer, maar staan deze niet op voorhand vast.

4.14. Verder zijn zeker vraagtekens te plaatsen bij de omstandigheid dat MEI Beheer buiten de commanditaire vennoten om leningen heeft verstrekt, alsmede bij de verhouding tussen MEI Beheer en MEI Management. Weliswaar heeft MEI Beheer onweersproken gesteld dat de leningen inmiddels tegen een behoorlijke rente zijn terugbetaald en dat [eiser 6A] c.s. daardoor dus evenmin zijn benadeeld, maar voor het verstrekken van dergelijke leningen had MEI Beheer tevoren toestemming aan de commandieten moeten vragen, op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 3 onder d en g van de akte. Vooralsnog kan niet worden aangenomen dat het hier om een activiteit als bedoeld in artikel 5 lid 3 onder g, laatste volzin (aangehaald bij 2.3) is gegaan. Ook de stelling van MEI Beheer dat MEI Management feitelijk alleen op de achtergrond een rol speelde, maar verder bij het beheer in Pharma Slovakia

formeel geen status had, dient nader te worden onderzocht. Dat geldt ook voor de

vraag in hoeverre de informatievoorziening naar de commanditaire vennoten compleet en correct is (geweest).

4.15. Al met al is de zorg van [eiser 6A] c.s. over het optreden van MEI Beheer als beherend vennoot van Pharma Slovakia tot dusver en de kritiek op het onvoldoende inzichtelijk maken jegens de commanditaire vennoten van haar handelwijze en het afleggen van rekening en verantwoording daarover door MEI Beheer zeker niet van grond ontbloot. Anderzijds hebben MEI Beheer c.s. verwezen naar de nieuwsbrieven en de inmiddels verschenen jaarrekeningen en hebben zij zich akkoord verklaard met het aanstellen van een onafhankelijke onderzoekscommissie naar de gang van zaken tot nu toe en van een participatiecommissie, waarmee de commanditaire vennoten bij het beheer vanaf nu een vinger aan de pols kunnen houden.

4.16. Voorts is van belang dat een substantiële minderheid van de commanditaire vennoten, verenigd in [gedaagde 4C] c.s., de visie van [eiser 6A] c.s. niet ondersteunt en uitdrukkelijk bezwaar heeft tegen de (tijdelijke) aanstelling van de Stichting als beherend vennoot van Pharma Slovakia, dan wel – degenen die zich bij geen van beide partijen hebben aangesloten – zich in dit geding afzijdig heeft gehouden. [gedaagde 4C] c.s. stellen bovendien met MEI Beheer goede afspraken te hebben gemaakt over de – ook in hun visie – noodzakelijke controle op de handelwijze van MEI Beheer als beherend vennoot en over het in te stellen onderzoek naar die handelwijze in het verleden.

4.17. In het licht van voornoemde feiten en omstandigheden, is de situatie, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, (nog) niet zodanig dat gewichtige redenen op dit moment reeds een schorsing van MEI Beheer als beherend vennoot rechtvaardigen. Dit kan anders zijn als de gestelde onregelmatigheden in het onderzoek, waarvan de voorzieningenrechter aanneemt dat dit gaat plaatsvinden en dat alle commanditaire vennoten hierover geïnformeerd zullen worden, vast zouden komen te staan.

4.18. Daar komt bij dat voorshands onvoldoende waarborgen bestaan om aan te nemen dat het belang van Pharma Slovakia ermee gediend is dat de Stichting de beheerstaken van MEI Beheer met onmiddellijke ingang overneemt. [gedaagde 4C] c.s. hebben terecht betoogd dat het ook aangaande de Stichting aan transparantie ontbreekt, onder meer wat betreft de belangen die zij precies behartigt, nu niet vast staat of deze beperkt zijn tot de onderhavige C.V. of dat deze ook belangen van andere vennootschappen omvatten. Ook is de vraag gerechtvaardigd of het karakter van de C.V. zich verdraagt met de overdracht van het beheer aan (een deel van) de commanditaire vennoten. Weliswaar hebben [eiser 6A] c.s. hun vordering in die zin aangevuld dat zij ook akkoord kunnen gaan met het aanstellen van een onafhankelijke bewindvoerder, bijvoorbeeld van de AFM of DNB, maar zij hebben deze vordering onvoldoende geconcretiseerd om in dit kort geding te kunnen toewijzen. Onder meer is niet duidelijk of de AFM of DNB bereid zouden zijn een dergelijke constructie te faciliteren.

4.19. Ook de omstandigheid dat zich een koper voor de aandelen Biotika heeft aangediend (Pro-invest Group) die niet bereid zou zijn tot onderhandelen met MEI Beheer, rechtvaardigt in dit stadium toewijzing van de vorderingen van [eiser 6A] c.s. niet. [eiser 6A] c.s. hebben de stelling van MEI Beheer c.s. dat Pro-invest Group al eerder in beeld was en dat onderhandelingen toen zijn afgeketst, omdat Pro-invest Group in gebreke zou zijn gebleven, niet, althans onvoldoende, betwist. Voorts is het in de bij 2.8 geciteerde LoI door Pro-invest Group vermelde aanbod (‘non binding indicative offer’) te onbepaald om van doorslaggevende betekenis te worden geacht, zoals MEI Beheer c.s. terecht hebben aangevoerd.

4.20. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de onder I, II en III van het petitum gevraagde voorzieningen op dit moment niet toewijsbaar zijn. De voorzieningen-rechter gaat er daarbij wel van uit dat MEI Beheer haar toezeggingen met betrekking tot het aanstellen van een onderzoeks- en een participantencommissie gestand zal doen, alsmede haar toezegging dat de onderzoekscommissie volledige inzage in alle bescheiden van Pharma Slovakia zal krijgen. In verband met dit laatste wordt vooralsnog evenmin aanleiding gezien om de vordering met betrekking tot het verstrekken van de onder IV van het petitum gevraagde gegevens aan de Stichting toe te wijzen. Overigens lijkt de nagezonden productie 4 van MEI Beheer c.s. erop te wijzen, zoals hiervoor reeds overwogen, dat thans 52,851% van de aandelen in Biotika op naam staan van Pharma Slovakia. [eiser 6A] c.s. hebben deze productie niet van nader commentaar voorzien.

4.21. Een en ander betekent dat de door [eiser 6A] c.s. gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd, waarbij [eiser 6A] c.s., als de in het ongelijk gestelde partij, zullen worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

ten aanzien van de vorderingen van [gedaagde 4C] c.s. in de tussenkomst:

4.22. Bij de vordering om [eiser 6A] c.s. een verbod op te leggen tot het verrichten van daden van beheer en beschikking ter zake van Pharma Slovakia hebben [gedaagde 4C] c.s. onvoldoende belang, nu [eiser 6A] c.s. ter zake niet bevoegd zijn en er geen concrete aanwijzingen bestaan dat zij in weerwil daarvan zullen handelen.

4.23. Voorts hebben [eiser 6A] c.s. ter zake van de andere door [gedaagde 4C] c.s. ingestelde vorderingen terecht aangevoerd dat behalve de mede als eisers optredende bestuursleden van de Stichting ([eiser 6A], [eiser 6C] en [eiser 6B]), althans die Stichting zelf, geen van hen zich aan het doen van uitlatingen jegens derden (waarop deze vorderingen zijn gericht) schuldig hebben gemaakt. [gedaagde 4C] c.s. hebben voor hun vorderingen op dit punt met name verwezen naar de in de onder 2.12 genoemde brief van 18 april 2012 geciteerde e-mail van 11 april 2012 en de onder 2.14 vermelde e-mail van 27 mei 2012 alsmede naar de LoI van 26 januari 2012 (2.8). [gedaagde 4C] c.s. hebben terecht betoogd dat de Stichting in deze correspondentie en in de onderhandelingen met een potentiële koper ten onrechte het standpunt hebben ingenomen dat MEI Beheer niet meer rechtsgeldig namens Pharma Slovakia zou kunnen optreden. Dit kan voorshands jegens [gedaagde 4C] c.s. als onrechtmatig worden gekenschetst, aangezien daarmee een onjuist beeld van Pharma Slovakia geschetst wordt. Het gevorderde verbod om rechtstreeks contacten te onderhouden met derden, zoals medeaandeelhouders en de directie van Biotika en met potentiële kopers, zal daarom worden toegewezen, zij het alleen jegens [eiser 6A], [eiser 6C] en [eiser 6B] (bestuurders van de Stichting en tevens, anders dan [eiser 6K], partij in dit geding), alleen voor zover het de verkoop van de aandelen betreft en niet ten aanzien van ‘anderen’, aangezien dat te vaag en te veelomvattend is. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. Het gevraagde verbod om zich negatief uit te laten over Pharma Slovakia, MEI Beheer en/of haar (oud)bestuurders is eveneens te vaag en te algemeen om te kunnen worden gehonoreerd. Aan [eiser 6A] c.s. wordt wel meegegeven dat het niet in het belang van Pharma Slovakia en dus ook niet in het belang van [gedaagde 4C] c.s. en de overige commanditaire vennoten wordt geacht om onnodig negatieve of grievende uitingen jegens MEI Beheer en/of [gedaagde 10] naar buiten te brengen en zij gaat er dan ook van uit dat [eiser 6A] c.s. dat achterwege zullen laten.

4.24. Nu beide partijen deels in het (on-)gelijk zijn gesteld, bestaat aanleiding om de proceskosten te compenseren, zoals hierna vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

In de hoofdzaak:

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt [eiser 6A] c.s. in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van MEI Beheer c.s. begroot op:

– € 575,- aan griffierecht en

– € 816,- aan salaris advocaat;

5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

In de tussenkomst:

5.4. verbiedt [eiser 6A], [eiser 6C] en [eiser 6B] en hun vertegenwoordiger(s), met onmiddellijke ingang, om rechtstreeks contacten te onderhouden met derden zoals medeaandeelhouders in en de directie van Biotika en potentiële gegadigden voor de koop van aandelen in Biotika, voor zover het de (ver-)koop van die aandelen betreft;

5.5. bepaalt dat [eiser 6A], [eiser 6C] en [eiser 6B] ieder een aan [gedaagde 4C] c.s. te betalen dwangsom verbeuren van € 5.000,- voor iedere overtreding van het onder 5.4 genoemde verbod, met een maximum van € 100.000,-;

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7. compenseert de proceskosten aldus, dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

5.8. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2012.?