Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2326

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
13-666206-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In de Amstelveense zedenzaak is verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens bezit van kinderporno. Zijn huisgenoot en medeverdachte krijgt 42 maanden gevangenisstraf voor misbruik van een kind en het bezit en verspreiden van kinderporno. Dat heeft de rechtbank Amsterdam vandaag bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/666206-11 (PROMIS)

Datum uitspraak: 23 juli 2012

op tegenspraak, raadsman gemachtigd

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1979],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode plaats].

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 juni 2011, 19 september 2011 (pro formazittingen) 22 mei 2012 (regiezitting) en 12, 13, 21, 26, 28 juni 2012 en 9 juli 2012 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mrs. F. Dekkers en M.C. Bienfait - van Kampen en van wat door de raadsman mr. S.F.J. Smeets naar voren is gebracht.

Verder heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging op 12 juni 2012 ten laste gelegd - kort samengevat - dat hij samen met een ander:

1) kinderpornografische afbeeldingen en filmbestanden voorhanden heeft gehad, heeft verspreid dan wel heeft vervaardigd en daar een gewoonte van heeft gemaakt;

2) een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Inleidingi

In december 2010 werd in de politieregio Amsterdam-Amstelland een onderzoek gestart tegen [A] (hierna: [A]), die op 21 mei 2012 door de rechtbank is veroordeeld voor seksueel misbruik van jonge kinderen en het vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno. Tijdens dit onderzoek is onder [A] een aantal digitale gegevensdragers en administratieve bescheiden in beslag genomen. Uit onderzoek daarvan ontstond het vermoeden dat [A] deel uitmaakt van een (inter)nationaal netwerk van personen die kinderpornografisch beeld- en videomateriaal produceren, bezitten en verspreiden en mogelijk zeer jonge kinderen seksueel misbruiken. Om de overige personen van dat netwerk te identificeren werd op 3 januari 2011 een nieuw onderzoek gestart.

Tijdens dat onderzoek werden in de computerdata van [A] meerdere Internet Relay Chat-chatlogs (IRC-chatlogs) aangetroffen, waaronder "[chatlog]". Onderzoek van deze chatlog leverde onder meer een IP-adres op. Dat adres bleek te zijn afgegeven aan de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: medeverdachte), wonende op het adres [adres] te [plaats].ii Op dat adres was verdachte mede woonachtig.iii Uit gegevens van de Belastingdienst bleek verdachte in ieder geval van 22 maart 2010 tot 21 januari 2011 als werknemer van Kinderrijk Dagopvang BV te Amstelveen te zijn geregistreerd.iv

Uit analyse van de aangetroffen logs van chatgesprekken tussen de medeverdachte en [A] ontstond het vermoeden dat zij kinderpornografisch materiaal met elkaar uitwisselden, waaronder door [A] vervaardigd beeldmateriaal van door hem gepleegd seksueel misbruik van zeer jonge kinderen. Ook werd er gechat over het misbruiken van een oppaskind van [A] en chatte de medeverdachte over een persoon werkzaam in de dagopvang Kinderrijk. De politie vermoedde dat hij daarmee zijn huisgenoot, verdachte, bedoelde.

Op 8 maart 2011 omstreeks 18.15 uur is verdachte in de tram aangehouden.v

Diezelfde dag werd de woning aan de [adres] te [plaats] onder leiding van de rechter-commissaris doorzocht. Daarbij werden onder meer diverse computers, geheugenkaarten en harde schijven in beslag genomen, waaronder:

- een geheugenkaart (goednummer [nummer 1]), gevonden op een kamer die in gebruik was bij verdachte

- een geheugenkaart (goednummer [nummer 2]), gevonden op de slaapkamer van verdachte

- een geheugenkaart (goednummer [nummer 3]), gevonden in een mediaspeler die op de laptop van de medeverdachte in de woonkamer is aangetroffen en

- een geheugenkaart (goednummer [nummer 4]), gevonden op een kamer die in gebruik was bij verdachte.vi

Op de geheugenkaart met goednummer [nummer 1] worden 183 foto's van baby's en peuters, veelal naakt aangetroffen.vii

Op de geheugenkaart met goednummer [nummer 2] staan 1208 foto's van kleine kinderen, veelal naakt.viii

Op de geheugenkaart met goednummer [nummer 3] staan 721 foto's van kleine kinderen, veelal naakt.ix

Op de geheugenkaart met goednummer [nummer 4] is een foto van een slaapkamer aangetroffen.x

Tijdens een tweede doorzoeking op 11 april 2011 worden in de slaapkamer van verdachte elf geplastificeerde platen aangetroffen met daarop collages van foto's van baby's en kleine kinderen, naakt of slechts gedeeltelijk gekleed.xi

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie acht de feiten 1 en 2 bewezen. De officieren van justitie hebben daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1.

Op basis van tactisch onderzoek is ten aanzien van zes kinderpornoseries vastgesteld dat de medeverdachte deze in ieder geval op enig moment in zijn bezit heeft gehad (feit 1 sub 1). Uit de chats blijkt voorts dat de medeverdachte regelmatig een bepaalde pagina op het TOR-netwerk bezocht en daar kinderporno bekeek en downloadde. Voorts blijkt dat de medeverdachte de serie baby [serie 1] en [serie 2] al kende en dat hij [serie 3] tijdens een chat aan het downloaden was. De medeverdachte heeft verklaard dat verdachte middels een door hem aangelegde FTP-verbinding toegang had tot de inhoud van zijn computer en daarmee dus tot de kinderporno. Er is dus sprake van medeplegen. Het is niet vast te stellen dat de medeverdachte de serie [serie 4] in zijn bezit heeft gehad. Voor deze serie vraagt het Openbaar Ministerie daarom vrijspraak van medeplegen.

In het interne geheugen van een computer die is aangetroffen op de zolder en de op die computer aangetroffen virtuele machine van VMware (hierna VMware) is kinderpornografisch materiaal gevonden. De medeverdachte heeft na de aanhouding van [A] alle kinderporno op de zwarte computer gewist en de FTP-verbinding verwijderd. Op 31 januari 2011 heeft hij de huidige VMware geïnstalleerd. Er kan niet met zekerheid worden gezegd dat verdachte weet heeft gehad van het bestaan van deze nieuwe VMware, laat staan dat kan worden vastgesteld dat hij daar toegang toe had. Voor dit gedeelte vraagt het Openbaar Ministerie vrijspraak (feit 1, sub 5 en 6).

Er is een geheugenkaart van een mediaplayer aangetroffen in de gemeenschappelijke woonkamer, naast de televisie op een laptop die toebehoorde aan de medeverdachte. Op deze geheugenkaart is kinderporno aangetroffen (feit 1 sub 2). Voorts zijn er twee gegevensdragers aangetroffen in de slaapkamer van verdachte. Deze slaapkamer was op slot en in beginsel niet of nauwelijks toegankelijk voor de medeverdachte. Op deze gegevensdragers is ook kinderporno aangetroffen (feit 1 sub 3 en 4), maar in dit geval kan geen sprake zijn van medeplegen door de medeverdachte.

Tussen het matras en het bed in de slaapkamer van verdachte zijn elf geplastificeerde platen aangetroffen met daarop collages van foto's van kinderen, naakt of slechts gekleed in een luier of badpak. Zeven van die platen zijn als kinderpornografisch gekwalificeerd, omdat op deze collages de vagina, billen en/of de schaamstreek van de kinderen nadrukkelijk in beeld is gebracht (feit 1 sub 7). Dat de platen een onmiskenbare seksuele strekking hadden en het doel was om seksuele prikkeling op te wekken, wordt bevestigd door het feit dat deze platen in het bed van verdachte lagen en dat er bij dit bed ook een kunstvagina lag.

De IBM geheugenkaart bevat een foto van de slaapkamer van verdachte aan de [adres] in [plaats] - zijn vorige woonadres. Op die foto is te zien dat op de muur boven het bed een collage van 25 foto's van baby's en zeer jonge kinderen is gemaakt. Deze kinderen zijn naakt of slechts gekleed in een luier. De officieren van justitie hebben bepleit dat vanwege het feit dat deze afbeeldingen als collage één geheel vormen en vanwege de wijze van totstandkoming van de collage, te weten uitvergroot, met nadruk op de geslachtsdelen, bij elkaar en boven het bed geplaatst, deze collage een onmiskenbare seksuele strekking heeft en bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken. Om die reden is deze collage aan te merken als kinderpornografisch (feit 1 sub 8).

Het Openbaar Ministerie is van mening dat, nu het ervoor moet worden gehouden dat verdachte de zeven platen en de collage van 25 foto's zelf heeft samengesteld, ook bewezen kan worden dat verdachte kinderporno heeft vervaardigd. Daarbij nemen de officieren in aanmerking dat enkele foto's op de in beslag genomen gegevensdragers terug te vinden zijn op de platen en in de collage op de slaapkamer. Tot slot heeft verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht, hetgeen onder de gegeven omstandigheden in zijn nadeel moet werken.

In reactie op het standpunt van de verdediging dat de afbeeldingen die zijn genoemd in feit 1 onder sub 2, 3, 7 en 8 niet zijn te kwalificeren als kinderpornografisch hebben de officieren van justitie gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 7 december 2010 (LJN BO6446) en gepersisteerd bij hun standpunt dat de betwiste afbeeldingen wel degelijk te kwalificeren zijn als kinderpornografisch.

Kort samengevat vragen de officieren een veroordeling voor het bezit van kinderporno en het medeplegen met medeverdachte van het bezit van de kinderporno die is aangetroffen op de geheugenkaart in de woonkamer en de kinderporno op de oude VMware. Tot slot kan worden bewezen dat verdachte van het bezit een gewoonte heeft gemaakt.

Ten aanzien van feit 2.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte is in een keukenkastje een gasdrukwapen gevonden. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij, als hij thuis kwam, altijd eerst naar de keuken ging. De medeverdachte heeft verklaard dat hij wist waar het wapen lag. Gelet op de plaats waar het wapen is aangetroffen en de verklaring van de medeverdachte kan worden bewezen dat beide verdachten samen een wapen voorhanden hebben gehad.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van het bezit van de kinderpornocollectie van de medeverdachte. Deze collectie stond op diens computer. Er is geen sprake van een nauwe, bewuste en volledige samenwerking en er is niet willens en wetens samengewerkt. Daarbij heeft de verdediging het volgende aangevoerd. Verdachte had geen toegang tot de computer van de medeverdachte. Zo hij die toegang al zou hebben gehad, dan is er in ieder geval geen bewijs dat hij zich deze toegang heeft verschaft noch dat hij zich daarbij toegang zou hebben verschaft tot de verboden afbeeldingen. Voorts heeft de medeverdachte expliciet verklaard dat verdachte geen toegang tot de VMware had. Tot slot kan niet blijken dat verdachte enige afbeelding heeft bewaard of opgeslagen.

In verband met de beantwoording van de vraag of verdachte, zo hij al toegang gehad zou hebben tot de bestanden op de beveiligde computer van de medeverdachte, opzet heeft gehad op het bezit van de daarop aangetroffen kinderporno heeft de raadsman gewezen op een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 februari 2012 (LJN BV2841) en betoogd dat ten eerste de afbeeldingen in de geheugendump die is gemaakt van het interne geheugen van de computer de medeverdachte niet kunnen worden aangerekend en dus verdachte ook niet. Ten tweede is het mogelijk 'per ongeluk' in bezit te komen van foto's die kinderpornografisch van aard zijn. Voorts heeft de raadsman er op gewezen dat de medeverdachte heeft verklaard dat hij, voor zover hij kinderporno op zijn computer had, dit heel vaak weer gewist heeft. Om die reden kan niet worden vastgesteld of in het geval er sprake was van enige vorm van toegang tot de computer van de medeverdachte, dit op momenten is geweest dat daar kinderporno op stond.

Ten aanzien van de acht afbeeldingen die zijn aangetroffen op gegevensdragers die in de woonkamer dan wel bij verdachte op de kamer lagen (genoemd in feit 1, sub 2, 3 en 4), heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze afbeeldingen geen kinderpornografisch karakter hebben dan wel dat verdachte door die foto's op te slaan niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij kinderporno bewaarde.

Daarbij heeft de verdediging ook gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010 (LJN BO1713) waarin de Hoge Raad oordeelt dat het opzet mede bezien moet worden in de context van het dossier. In het geval van verdachte zijn er grote hoeveelheden foto's aangetroffen waarvan slechts acht unieke foto's - de duplicaten kunnen niet bijdragen aan de strafmaat - als kinderpornografisch zijn aangemerkt. In dat licht kan niet gesteld worden dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte was gericht op het verzamelen van kinderpornografische afbeeldingen.

Ten aanzien van de geplastificeerde platen heeft de verdediging opgemerkt dat de afbeeldingen die daarop te zien zijn (en voor zover hiervoor al niet besproken) afzonderlijk niet als kinderpornografisch zijn beoordeeld. Gelet op de jurisprudentie kan niet worden gesteld dat op zichzelf niet strafbare afbeeldingen door het enkele aan elkaar plakken wel een strafbaar karakter krijgen (HR 31 januari 2012, NJ 2012, 103).

Voorts heeft de verdediging betoogd dat uiterst terughoudend moet worden omgegaan met de verklaringen van de medeverdachte, vanwege de zware druk waaronder hij verkeerde, het feit dat hij niet in zijn moedertaal is gehoord en het feit dat aan hem suggesties zijn voorgelegd dan wel onjuiste informatie is voorgehouden.

Tot slot heeft de verdediging verzocht om vrijspraak voor het bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De enkele verklaring van de medeverdachte daaromtrent in combinatie met het aantreffen van het wapen tijdens de doorzoeking van de woning kan niet toereikend zijn om te spreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdediging acht medeplegen door verdachte niet bewezen..

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Het verwijt dat verdachte wordt gemaakt, is opgesplitst in acht onderdelen. De rechtbank zal deze hierna afzonderlijk bespreken.

4.4.1 Ten aanzien van feit 1 sub 1

Verdachte wordt beschuldigd van het medeplegen van - kort gezegd - het bezit van kinderporno door de medeverdachte. Alvorens toe te komen aan de vraag of sprake is van medeplegen, dient eerst de vraag beantwoord te worden of bewezen kan worden dat de medeverdachte de in de tenlastelegging genoemde kinderporno in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank heeft bij uitspraak van heden de medeverdachte vrijgesproken van de gelijkluidende tenlastelegging met betrekking tot dit onderdeel. Mede gelet op het oordeel inzake de medeverdachte en ook overigens is er onvoldoende bewijs dat verdachte het tenlastegelegde sub 1 heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

4.4.2 Ten aanzien van feit 1 sub 5 en 6 (geheugendump en nieuwe VMware)

In de VMware en de geheugendump die is gemaakt van het interne geheugen van de computer van de medeverdachte is kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Verdachte wordt beschuldigd van het medeplegen van - kort gezegd - het bezit van deze kinderporno. De medeverdachte heeft verklaard dat verdachte in zijn computer kon, omdat hij een FTP-verbinding had aangelegd. Deze verbinding heeft hij er af gehaald kort na de aanhouding van [A]

De rechtbank acht bewezen dat de medeverdachte zich door middel van een geautomatiseerd werk toegang heeft verschaft tot - kort gezegd - kinderpornografisch materiaal en dergelijk materiaal in zijn bezit heeft gehad. De vraag is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen daarvan.

De VMware waar hier om gaat, is door de medeverdachte op 31 januari 2011 aangemaakt. De medeverdachte heeft verklaard dat hij de FTP-verbinding kort na de aanhouding van [A] (8 december 2010, rechtbank) heeft verwijderd. De rechtbank gaat er op grond van deze verklaring van uit dat de medeverdachte de FTP-verbinding had verwijderd op het moment dat hij de nieuwe VMware op 31 januari 2011 aanmaakte. Niet gebleken is dat verdachte toegang gehad tot deze VMware. Hetzelfde geldt voor het verwijt genoemd in sub 6. Het interne geheugen is iets tijdelijks en omdat de FTP-verbinding in ieder geval in maart 2011 al was verwijderd, kan ook in dit geval van medeplegen geen sprake zijn.

Verdachte moet dan ook - conform de eis van de Openbaar Ministerie - worden vrijgesproken van het medeplegen van het bezit van deze kinderpornografische afbeeldingen.

4.4.3 Ten aanzien van feit 1 sub 2, 3, 4, 7 en 8 (algemeen)

Eigendom en vervaardiging

De verdediging heeft niet betwist dat de onder deze onderdelen van de tenlastelegging vallende gegevensdragers respectievelijk platen en collage aan verdachte toebehoren.

Met betrekking tot de geheugenkaart van de mediaspeler (sub 2) overweegt de rechtbank dat deze in de woonkamer is aangetroffen. De medeverdachte heeft - zo vat de rechtbank zijn verklaring samen - verklaard dat hij denkt dat de mediaspeler van verdachte is, nu er twee waren en de mediaspeler die boven lag van hem, medeverdachte is.xii Nu er geen aanleiding is om hierover tot een andere conclusie te komen, stelt de rechtbank vast dat de geheugenkaart van de mediaspeler aan verdachte toebehoorde. De geheugenkaarten genoemd onder feit 1, sub 3 en 4, zijn in de (slaap)kamer van verdachte gevonden, op grond waarvan de rechtbank, nu de verdediging dat niet betwist, vaststelt dat ze eigendom van verdachte waren.

De platen zijn aangetroffen in de slaapkamer van verdachte, onder het matras in zijn bed. De foto's gebruikt in de collages zijn op meerdere gegevensdragers bij verdachte aangetroffen. Op deze gegevensdragers zijn ook bewerkingen van deze foto's aangetroffen alsmede een foto van de collage die verdachte voor of op 3 februari 2007 boven en rond zijn bed in zijn ouderlijk huis had vervaardigd. Ook die collage bestond weer uit onder meer bewerkte foto's. Op plaat M3 zijn veelal foto's te zien die ook aan de wand bij het ouderlijk huis van verdachte hingen. Van drie van de geplastificeerde platen, M2, M5 en M9, zijn van foto's die gebruikt zijn de vermoedelijke aanmaakdata achterhaald. Voor de platen M2 en M5 zijn foto's gebruikt die vermoedelijk op 26 april 2008 respectievelijk op 24 juli 2007, 17 augustus 2007 en 17 september 2007 zijn aangemaakt. Ten aanzien van een van de foto's gebruikt op M9 is een aanmaakdatum, 15 augustus 2006 bekend. Van de andere platen zijn de aanmaakdata van de foto's niet bekend. xiii

Op de geheugenkaart met goednummer [nummer 4] is een aantal documenten gevonden op naam van verdachte. Daarnaast is een foto aangetroffen waarop een slaapkamer te zien is met aan de muur 25 afbeeldingen van kleine kinderen.xiv Deze foto is vermoedelijk vervaardigd op 3 februari 2007. Het dekbed op de foto is door de verbalisant herkend als een soortgelijk dekbed dat tijdens de doorzoeking in het perceel [adres] is aangetroffen.xv Daarmee is het vermoeden ontstaan dat het een foto betreft van de slaapkamer van verdachte in zijn ouderlijk huis aan de [adres] te [plaats]. Verdachte stond vanaf 26 juli 1983 tot 9 augustus 2007 op dat adres ingeschreven.xvi

Genoemde feiten en omstandigheden brengen mee dat, zonder duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, ervan uit moet worden gegaan dat verdachte de platen en de collage heeft vervaardigd. Zodanige aanwijzingen heeft de verdediging niet naar voren gebracht. Verdachte heeft geen verklaring gegeven over de herkomst van de platen of de collage. Hij heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen ten aanzien van alle vragen die over dit onderwerp zijn gesteld. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat een ander dan verdachte de maker van de platen is. Op grond van de beschikbare feiten moet het er daarom voor worden gehouden dat verdachte de maker van de geplastificeerde platen is. Voorts concludeert de rechtbank dat de slaapkamer op de foto de voormalige slaapkamer van verdachte is en dat hij degene is die de foto's heeft opgehangen.

Beoordeling kinderpornografisch karakter (uitgangspunt)

De rechtbank dient ten aanzien van 14 (bestaande uit 8 unieke) foto's en 7 platen (fotocollages) te beoordelen of sprake is van kinderpornografische afbeeldingen. De verdediging heeft betwist dat deze afbeeldingen kinderpornografisch van aard zijn. De rechtbank merkt ten aanzien van deze beoordeling het volgende op.

Het bezitten, vervaardigen en verspreiden van dergelijke afbeeldingen is volgens de tekst van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) strafbaar als zij een seksuele gedraging weergeven, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van voornoemd artikel en daarop aansluitende internationale verdragen beoogt de wetgever met de strafbaarstelling de mensenhandel in de vorm van seksuele exploitatie door seksueel misbruik van minderjarigen tegen te gaan. Van een seksuele gedraging als bedoeld in artikel 240b Sr is volgens de wetsgeschiedenis en de doctrine sprake ingeval van:

1. Seksuele gedragingen die als strafbare feiten in de zin van de artikelen 242 Sr e.v. kunnen worden beschouwd;

2. Seksuele gedragingen als bedoeld onder 1., waarbij blijkens de afbeelding uitsluitend een minderjarige is betrokken;

3. Het aannemen door de afgebeelde persoon van een zodanige, als seksuele gedraging te kwalificeren, houding dat moet worden aangenomen dat deze persoon in die houding is gebracht, bijvoorbeeld doordat de nadruk wordt gevestigd op de erotogene zone van het lichaam;

4. Afbeeldingen van geheel of gedeeltelijk naakte minderjarigen van een zodanig karakter en in een zodanige context dat zij kennelijk het gevolg is van seksuele exploitatie van de minderjarige. Het gaat hierbij om afbeeldingen die in het algemeen niet een seksuele gedraging inhouden, maar die door de onnatuurlijke context of ambiance waarin de afbeelding is vervaardigd het karakter van die gedraging krijgen. Dat een dergelijke afbeelding kennelijk is gericht op het seksueel prikkelen van anderen of daartoe geschikt is, kan een aanwijzing zijn dat het om een seksuele gedraging als hier bedoeld gaat, maar het enkele feit dat de afbeelding de toeschouwer seksueel prikkelt of daartoe geschikt is, maakt haar op zichzelf nog niet tot een afbeelding met een seksuele gedraging.xvii

4.4.4 Ten aanzien van feit 1, sub 2, 3 en 4 (foto's aangetroffen op gegevensdragers)

Beoordeling kinderpornografisch karakter

Op de afbeeldingen zijn zeer jonge naakte of in luier gehulde kinderen te zien, in een enkel geval met een volwassene. De rechtbank is van oordeel dat er in geen van de gevallen van een expliciet seksuele gedraging of houding sprake is. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een onnatuurlijke context of omgeving waaruit blijkt dat de afbeelding kennelijk gericht is op het seksueel prikkelen van de toeschouwer of daartoe geschikt is. De rechtbank heeft zich bij de beoordeling rekenschap gegeven van de beperking dat het enkele feit dat de pedofiele toeschouwer seksueel geprikkeld kan zijn door een afbeelding, die afbeelding nog niet kinderpornografisch hoeft te maken. De rechtbank heeft kennis genomen van alle afbeeldingen die op de gegevensdrager zijn aangetroffen en zal hieronder per afbeelding beoordelen of deze kinderpornografisch van aard is.

* Afbeelding A

Op deze foto zijn de billen en bovenbenen van een naakt kind, geschatte leeftijd 1-3 jaar, te zien waarbij de rest van het kind niet zichtbaar is. Volgens de tenlastelegging ligt de focus van de foto volledig op de billen van het kind waardoor de foto een kinderpornografisch karakter krijgt.

De rechtbank stelt vast dat deze foto onderdeel is van een reeks foto's aangetroffen op dezelfde gegevensdrager van een bloot kind op het strand met een hoedje op haar hoofd. Op het lichaam van het kind zit zand. Hoewel er is ingezoomd op de billen van het kind, is de foto naar het oordeel van de rechtbank genomen in een natuurlijke omgeving, waarbij het kind een natuurlijke houding aanneemt. Het is dan ook onvoldoende aannemelijk dat de afbeelding kennelijk is gericht op het seksueel te prikkelen van de toeschouwer. Deze foto is niet kinderpornografisch.

* Afbeelding B

Dit is een afbeelding van een naakt meisje met de geschatte leeftijd van 2-5 jaar dat op haar buik op een bed ligt en waarbij de blote billen en de vagina zichtbaar zijn. Anders dan in de tenlastelegging vermeld, is het hoofd van het meisje niet van de foto afgesneden, maar wel deels te zien. Het gezicht is echter gemarginaliseerd en van ondergeschikt belang nu het hoofdje zich aan de rand van de foto bevindt en niet is belicht. De blote billen en de vagina van het meisje zijn daarentegen wel belicht en centraal gepositioneerd in de foto. Daardoor ligt de nadruk op de geslachtsdelen. Deze afbeelding is kennelijk bedoeld om de toeschouwer seksueel te prikkelen en daarmee kinderpornografisch.

* Afbeelding C

Op de foto is een volwassen man afgebeeld die een naakte jongen, geschatte leeftijd 2-6 jaar over zijn rechterschouder naar achteren houdt waardoor de penis en de anus van de jongen zichtbaar zijn en waarbij de foto van onderen is genomen. Het camerastandpunt is ongebruikelijk. De penis en anus van de jongen zijn daardoor centraal gepositioneerd. Bovendien zijn het bovenlichaam en het hoofd van de jongen niet zichtbaar en zodoende ligt de focus geheel op zijn geslachtsdelen. Dat in samenhang met de houding van het kind, wijdbeens, maakt dat deze afbeelding kennelijk bedoeld is om de toeschouwer seksueel te prikkelen. Dit is een kinderpornografische afbeelding.

* Afbeelding D tot en met G en K tot en met N

Dit zijn twee identieke series van vier foto's waarin telkens hetzelfde meisje met een geschatte leeftijd van 4-7 jaar naakt is afgebeeld en waarbij zij verschillende houdingen aanneemt. De foto's zijn genomen in een studiosetting en op een van de foto's zit het meisje op een kubus. Het ontbreken van een natuurlijke setting legt in dit geval de nadruk op de naaktheid van het meisje. Zij neemt echter geen (onnatuurlijke) poses aan, maar lijkt veeleer argeloos te zitten of in de ruimte rond te lopen. Louter het feit dat sprake is van een serie foto's van een bloot meisje, genomen in een studio setting is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat de afbeeldingen bedoeld zijn om de toeschouwer seksueel te prikkelen. Deze serie foto's heeft geen seksuele connotatie. Er is geen sprake van kinderpornografische afbeeldingen.

* Afbeelding H, I en J

Dit is een en dezelfde afbeelding van een naakt meisje, geschatte leeftijd 3-5 jaar, dat poserend is afgebeeld met in haar hand een bos tulpen en waarbij zij in de camera kijkt. Het is een foto in grijstinten, maar de bos tulpen is ingekleurd. Het is een duidelijk geënsceneerde foto in een studio, waarbij de houding van het kind niet onnatuurlijk is. De focus ligt niet op de geslachtsdelen. Al met al zijn er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende argumenten voor de conclusie dat de afbeelding bedoeld is om de toeschouwer seksueel te prikkelen. De rechtbank is van oordeel dat deze afbeelding niet als kinderpornografisch kan worden aangemerkt.

Samengevat is de rechtbank van oordeel dat de afbeeldingen B en C een kinderpornografisch karakter hebben. De overige hierboven besproken foto's hebben dat niet.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij kinderpornografisch afbeeldingen in zijn bezit had. De rechtbank verwerpt dat verweer. Het feit dat de foto's op een geheugenkaart stonden, maakt dat, zonder duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, aangenomen moet worden dat verdachte deze foto's bewust in zijn bezit had. Zodanige aanwijzingen heeft de verdediging niet naar voren gebracht. Dat het grootste deel van de foto's niet als kinderpornografisch is beschouwd, leidt niet tot de conclusie dat verdachte zich van zijn bezit van de wel kinderpornografische foto's niet bewust is geweest. De verdediging heeft namens verdachte betoogd dat verdachte zich 'op het randje' begaf, maar dat zijn opzet gericht was op het verzamelen van niet-strafbare foto's. Het dossier bevat hierover echter geen verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft ervoor gekozen om te zwijgen. Bovendien heeft verdachte een zwaarbeveiligde computer in zijn bezit gehad en zijn wachtwoorden daarvoor niet prijsgegeven. Daarmee heeft verdachte de rechtbank eventuele ontlastende informatie over zijn intenties onthouden. De rechtbank ziet voor de stelling van de raadsman over de aard van het verzamelen dan ook geen steun in het dossier. Dat deze foto's als kinderpornografisch beoordeeld worden, dient dan ook voor risico van verdachte te komen.

De afbeeldingen B en C bevonden zich op de geheugenkaart in een mediaspeler die op de laptop van de medeverdachte in de woonkamer lag.xviii De rechtbank heeft bij uitspraak van heden de medeverdachte vrijgesproken van het medeplegen van het bezit van deze foto's. Gelet daarop dient verdachte ook te worden vrijgesproken van het samen met medeverdachte medeplegen van het bezit van de foto's.

4.4.5 Ten aanzien van feit 1, sub 7 (platen)

Beoordeling kinderpornografisch karakter

Bij de beantwoording van de vraag of de in de tenlastelegging genoemde platen een kinderpornografisch karakter hebben, merkt de rechtbank op dat de platen collages bevatten van foto's van kinderen. Deze collagevorm, waarbij foto's geknipt en geplakt zijn en dus de oorspronkelijke achtergrond niet zichtbaar is, ontdoet de afbeelding van enige natuurlijke omgeving. Dit maakt op voorhand dat sprake is van een kunstmatige omgeving. De rechtbank merkt voorts op dat een associatief karakter inherent is aan een collage.

De platen bevatten alle eenzelfde soort collage met alleen afbeeldingen van zeer jonge meisjes. Op een aantal platen is sprake van herhaling van een afbeelding van hetzelfde kind in dezelfde houding en een open houding van het kind (armen omhoog, geopende mond en gestrekte benen) en ligt de nadruk op de schaamstreek. Hierdoor krijgen de collages van afbeeldingen die op zichzelf genomen wellicht onschuldig zijn een geseksualiseerd karakter.

De rechtbank neemt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van kinderporno mede de intentie van de maker, verdachte, in aanmerking. Vaststaat dat de kinderen op de platen niet de kinderen van verdachte zijn. De platen betreffen dus in ieder geval geen compilatie van foto's van zijn eigen kinderen. De rechtbank stelt ook vast dat verdachte pedofiel is. Zij baseert haar oordeel op de verklaring van de medeverdachte,xix de getuige [getuige 1],xx de inhoud van de chats tussen de medeverdachte en [A] waarin kennelijk over de seksuele voorkeur van verdachte voor jonge meisjes wordt gesproken, waaronder een chat van 5 maart 2010,xxi en het feit dat bij verdachte kinderporno is aangetroffen (zie rubrieken 4.4.4 en 4.4.6). Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de platen in het bed van verdachte zijn aangetroffen. Bovendien waren ze geplastificeerd, waarmee ze voor duurzaam gebruik geschikt waren. In dit alles ziet de rechtbank een ondersteuning dat de collages geen ander doel dienden dan om de toeschouwer seksueel te prikkelen.

De rechtbank is van oordeel dat alle in de tenlastelegging genoemde platen in hun onderlinge samenhang bezien en in de gehele context waarin ze zijn gemaakt en aangetroffen, kunnen worden gekwalificeerd als kinderpornografie. Hieronder volgt een korte omschrijving van de platen. Voor zover de rechtbank op grond van andere overwegingen dan hierboven reeds genoemd, oordeelt dat sprake is van een seksuele connotatie, zullen die overwegingen hieronder worden vermeld.

* Plaat M1

Een plaat met daarop meerdere afbeeldingen van hetzelfde meisje in twee verschillende houdingen, geschatte leeftijd 1,5 - 2,5 jaar, gekleed in een badpak en waarbij zij op haar handen en voeten staat en al dan niet met haar hoofd tussen haar benen door naar de camera kijkt waarbij de billen en schaamstreek van het meisje duidelijk in beeld zijn gebracht en waarbij de contouren van de vagina waarneembaar zijn. De billen en schaamstreek van het meisje op de grote foto zijn centraal in de collage gepositioneerd.

* Plaat M2

Een plaat met daarop meerdere dezelfde afbeeldingen van hetzelfde geheel naakte meisje, geschatte leeftijd 1,5 - 2,5 jaar. De rechtbank constateert dat in deze collage twee verschillende afbeeldingen van hetzelfde meisje voorkomen. Een afbeelding komt slechts eenmaal voor, de andere afbeelding zes keer, waarvan een keer uitvergroot en centraal gepositioneerd in de collage. Daarbij is het lichaam van het meisje op verschillende afbeeldingen op een ongebruikelijke manier uitgesneden, namelijk zo dat zowel haar linkerarm als haar rechteronderbeen en -voet ontbreken. Hierdoor staat niet de afbeelding van het meisje in haar geheel centraal.

* Plaat M3

Een plaat met een collage van 24 verschillende afbeeldingen van kinderen, geschatte leeftijd 1,5 - 3 jaar oud, waarbij twee naakte meisjes te zien zijn van wie de vagina duidelijk in beeld is gebracht en de overige kinderen gekleed zijn in een luier of zwemkleding. Door de herhaling van het vele bloot en de compositie van de individuele foto's tot dit geheel is sprake van een geseksualiseerde collage.

* Plaat M4

Dit is een collage van 26 verschillende afbeeldingen van naakte meisjes, geschatte leeftijd 1 -3 jaar waarbij van een groot deel van de meisjes de vagina duidelijk in beeld is gebracht. Er is sprake van veel verschillende kinderen en van herhaling (vele naakte meisjes) waarbij de nadruk op hun geslachtsdelen ligt.

* Platen M5 en M7

Deze twee platen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Op plaat M5 zijn verschillende foto's van hetzelfde naakte meisje, geschatte leeftijd 1,5 - 2,5 jaar, zichtbaar waarbij op meerdere van deze afbeeldingen haar vagina duidelijk is beeld is gebracht. Plaat M7 bevat tien afbeeldingen van twee verschillende naakte meisjes, geschatte leeftijd 1 en 2 jaar, waarbij zij liggend op de rug met gespreide benen zijn afgebeeld en waarbij hun vagina duidelijk zichtbaar is.

Door de open houding van de meisjes en de compositie van de afbeeldingen ligt de nadruk op de geslachtsdelen van de meisjes.

* Plaat M9

Op deze plaat zijn vier afbeeldingen zichtbaar van een meisje, geschatte leeftijd 1,5 - 3 jaar oud, waarvan er drie afbeeldingen verschillend zijn. Een meisje is in een bikini afgebeeld, een meisje is hangend en met een gedeeltelijk afgezakte luier afgebeeld en een derde foto laat een meisje staand zien met een gedeeltelijk afgezakte luier. Van het meisje op de grote foto in het midden is een deel van het hoofd en de armen niet te zien waardoor de nadruk ligt op de romp en, in combinatie gezien met de gedeeltelijk afgezakte luier, de schaamstreek.

De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat geen sprake is van kinderporno verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2012 (LJN BT1822). Daarin

wordt geoordeeld dat - kort samengevat - zonder nadere motivering niet valt in te zien hoe fragmenten van een televisiedocumentaire die geen afbeeldingen van een seksuele gedraging in de zin van artikel 240b Sr bevatten, door het enkele selecteren, isoleren en opnemen op videoband afbeeldingen van seksuele gedragingen zijn geworden waartoe de in die fragmenten figurerende jeugdigen zijn gebracht. In dit geval is echter geen sprake van het selecteren, isoleren en opnemen van beelden uit een documentaire op een videoband. De lichamen van (deels) naakte baby's en jonge kinderen zijn uit de oorspronkelijke afbeelding geïsoleerd en vervolgens herhaaldelijk, al dan niet in verschillende formaten, bij elkaar in collagevorm geplaatst waarbij niet zelden de schaamstreek van de kinderen prominent in beeld is. De gecreëerde collages hebben daarmee naar het oordeel van de rechtbank een geseksualiseerd karakter.

Pleegperiode

Ten aanzien van de pleegperiode overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht aannemelijk dat de platen M2 en M5 in de ten laste gelegde periode zijn vervaardigd. Ten aanzien van de plaat M9 ligt de bekende aanmaakdatum van een van de foto's buiten de ten laste gelegde periode en van de overige gebruikte foto's op de platen zijn geen aanmaakdata bekend. Hoewel de rechtbank het gezien het tijdsverloop en de wijze van aantreffen in de slaapkamer van verdachte wel waarschijnlijk acht dat verdachte de platen in de ten laste gelegde periode heeft gemaakt, acht zij onvoldoende bewijs daarvoor aanwezig, zodat slechts voor de platen M2 en M5 vervaardiging door verdachte bewezen kan worden.

4.4.6 Ten aanzien van feit 1, sub 8 (collage)

Tot slot is ten laste gelegd het bezit van 25 afbeeldingen die als geheel een kinderpornografische collage vormen.

Op de foto's zijn geheel of gedeeltelijk naakte baby's of jonge meisjes te zien. Sommige foto's zijn bewerkt. De wijze van aaneengesloten plakken en groeperen, maakt dat een nieuw geheel is ontstaan met een seksuele connotatie. De rechtbank is van oordeel dat het geheel van deze 25 afbeeldingen eveneens bedoeld was om de toeschouwer seksueel te prikkelen. De rechtbank vindt ook hier ondersteuning in de intenties van de maker. Zij verwijst hiervoor naar het bepaalde onder 4.4.5. De vorm waarin de collage is gemaakt verschilt van de geplastificeerde platen, maar diende hetzelfde doel. Daardoor is sprake van kinderporno.

4.4.7 Sprake van een gewoonte maken?

Verdachte heeft in zijn voormalige woning een kinderpornografische collage die aan de wand van zijn slaapkamer hing en bestond uit afbeeldingen van kleine kinderen, vervaardigd. Ook heeft hij geplastificeerde platen met een kinderpornografisch karakter vervaardigd en in zijn bezit gehad. Daarnaast heeft hij twee kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad. Gezien de periode waarin en de frequentie waarmee sprake is van overtreding van artikel 240b Sr is de rechtbank van oordeel dat hij hiervan een gewoonte van heeft gemaakt.

4.4.8 Ten aanzien van feit 2 gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] te [plaats], waar verdachte en de medeverdachte wonen, wordt ook een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen. Het ligt in een kastje linksboven in de keuken.xxii Het voorwerp heeft als opschrift "[opschrift]. Het is een gasdrukwapen in de vorm van een pistool dat wat betreft vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen (model 1911 A1xxiii) en voor dreiging of afdreiging geschikt is. Het is een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie.

4.4.9 Beoordeling van de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

De medeverdachte heeft verklaard dat het gaspistool in hetzelfde keukenkastje lag als waar de koffie stond. Hij zag het elke dag liggen als hij koffie maakte en heeft er ook een keer mee geschoten, maar het ding werkte niet goed. De verdachte heeft het een keer van een bezoeker die er mee speelde afgepakt en weggelegd, aldus de medeverdachte.xxiv

Verdachte heeft deze verklaring niet gespecificeerd, met een eigen verklaring over de vindplaats van het wapen in de keuken bestreden. Verdachte heeft wel verklaard dat hij, als hij thuiskwam, eerst naar de keuken ging.xxv Vragen over het aangetroffen gaspistool heeft hij niet beantwoord, maar zich op zijn zwijgrecht beroepen. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om de verklaring van de medeverdachte niet te volgen. Uit die verklaring volgt dat verdachte beschikkingsmacht had over het gasdrukwapen en dit met de medeverdachte voorhanden heeft gehad.

Gelet op deze conclusie verwerpt de rechtbank reeds het verweer van de verdediging dat geen sprake is van medeplegen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen die in de voetnoten zijn vervat bewezen hetgeen in de bewezenverklaring is opgenomen. De bewezenverklaring is als bijlage 2 aan dit vonnis gehecht en geldt als hier ingevoegd.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf en maatregel

8.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hen onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft subsidiair, mocht de rechtbank aan het opleggen van een straf toekomen, gewezen op omstandigheden die tot verlichting van de straf aanleiding zouden moeten geven, te weten de media-aandacht voor deze zaak en de uitzonderlijke zware detentieomstandigheden waarin verdachte heeft verkeerd.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken over een aantal delictsgroepen zoals die zijn neergelegd in de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de hoven en de rechtbanken. Genoemde oriëntatiepunten dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging en worden regelmatig geactualiseerd. Bij de vaststelling van deze oriëntatiepunten wordt uitgegaan van het modale feit.

In de onderhavige zaak gelden, kort samengevat, de volgende oriëntatiepunten: ten aanzien van het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uren passend geacht; er is 1 jaar gevangenisstraf op het een gewoonte maken van het bezit van kinderporno voorgesteld en op het bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp wordt een geldboete van € 550,- passend geacht. De rechtbank acht het oriëntatiepunt dat geldt voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal - een gevangenisstraf van twee jaren - in deze zaak niet toepasselijk, omdat dit oriëntatiepunt ziet op het vervaardigen van kinderporno waarbij een kind fysiek betrokken is. Het kinderpornografisch materiaal dat door verdachte is vervaardigd, bestaat uit composities die hij heeft gemaakt van foto's van baby's en kleine kinderen, naakt of schaars gekleed.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft kinderpornografisch materiaal vervaardigd en in bezit gehad, waarbij het ging om baby's en zeer jonge kinderen. Gelet op de wijze van samenstelling van de geplastificeerde platen, heeft verdachte daar tijd en moeite in gestoken en daar een gewoonte van gemaakt. Daarnaast had hij samen met een ander een op een vuurwapen gelijkend vuurwapen voorhanden.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank kennis genomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 11 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

In strafverzwarende zin overweegt de rechtbank het volgende.

Op de kinderpornografische afbeeldingen en collages staan zonder uitzondering zeer jonge kinderen en baby's. Hoewel geen sprake is van reëel misbruik is het bezit en vervaardigen van dergelijk materiaal onaanvaardbaar vanwege de context waarin afbeeldingen van onschuldige en hulpeloze kinderen worden geplaatst.

Verder heeft verdachte zich bij de politie op alle vragen gerelateerd aan de ten laste gelegde feiten op zijn zwijgrecht beroepen. Hij heeft geen wachtwoorden willen verschaffen van zijn zwaar beveiligde computer terwijl het beschikken over dusdanig beveiligde hardware wel vragen opwierp. Ook is verdachte tijdens de inhoudelijke behandeling op geen enkel moment ter terechtzitting verschenen. Daarmee heeft verdachte er geen blijk van te geven verantwoordelijkheid voor zijn handelen te nemen. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met deze proceshouding.

Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet mee heeft willen werken aan een psychologisch onderzoek, zodat de rechtbank geen inzicht in zijn persoon heeft verkregen. De verontwaardigde en defensieve houding van verdachte wekt bij de rechtbank niet de indruk dat verdachte zijn levensstijl zal aanpassen. Ook daarmee houdt de rechtbank rekening, in die zin dat de rechtbank als waarschuwing aan verdachte een deel van de op te leggen straf in voorwaardelijke vorm zal opleggen.

De rechtbank acht eveneens omstandigheden aanwezig die in strafmatigende zin meewerken. Allereerst was verdachtes verzameling kinderpornografie in weerwil van de media-aandacht voor zijn zaak, van geringe aard en omvang. Op het materiaal was geen reëel misbruik te zien. Daarnaast waren de detentieomstandigheden waarin verdachte verkeerde uitzonderlijk zwaar. Hij is voor een deel meegezogen in de gevolgen van het handelen van zijn huisgenoot.

9. Vorderingen benadeelde partij

9.1 De ontvankelijkheid van de vorderingen

De ouders van vijf kinderen hebben een vordering ingediend tot vergoeding van schade. De rechtbank heeft vastgesteld dat drie van deze kinderen in de tenlastelegging onder feit 1, sub 1, zijn aangeduid als kind 1, kind 15 en kind 16. Daarnaast is er nog een vordering ingediend namens een kind dat ook voorkomt op de in feit 1, sub 1, van de tenlastelegging genoemde serie [serie 5] en/of [serie 6], maar dat in de tenlastelegging niet met een nummer is aangeduid.xxvi

De ouders hebben namens hun kinderen gesteld dat hun kinderen schade hebben geleden als gevolg van de tenlastegelegde feiten. De ouders hebben vergoeding gevorderd van geleden immateriële schade en kosten van rechtsbijstand.

De rechtbank merkt op grond van het voorgaande de kinderen aan als slachtoffers en als degenen die zich op grond van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering met een vordering tot schadevergoeding kunnen voegen in het strafproces. Zij zijn als benadeelde partij ontvankelijk in hun vordering.

9.2 Gevolgen van de gedeeltelijke vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen dat de medeverdachte de series genoemd in feit 1, sub 1, van de tenlastelegging heeft bezeten. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een antwoord op de vraag of verdachte door medeplegen van het bezit van deze foto's of films deze kinderen schade heeft berokkend. Daarnaast heeft de rechtbank verdachte vrijgesproken van het medeplegen van het bezit van de afbeeldingen genoemd in sub 6. Daaruit vloeit voort dat de rechtbank de vorderingen die de ouders namens kind 1, kind 15, kind 16 en het niet nader aangeduide kind van feit 1, sub 1, van de tenlastelegging hebben ingediend, niet-ontvankelijk zal verklaren.

10. Beslag

10.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen computer onttrekking aan het verkeer gevorderd, aangezien deze is voorzien van encryptie en verdachte weigert om zijn wachtwoord te verstrekken. Het Openbaar Ministerie acht het onverantwoord om deze computer ongecontroleerd weer in het verkeer te brengen. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie onttrekking aan het verkeer gevorderd van twee fotocamera's, vier geheugenkaarten, een harde schijf en elf geplastificeerde platen. De overige goederen kunnen worden teruggegeven aan verdachte dan wel aan de rechthebbende.

10.2 Het standpunt van de verdediging

Nu de verdediging tot algehele vrijspraak komt, meent zij dat de onder verdachte in beslag genomen goederen moeten worden teruggegeven.

10.3 Het oordeel van de rechtbank

Onder verdachte zijn diverse goederen waaronder fotocamera's, een computer en een groot aantal gegevensdragers en geplastificeerde platen in beslag genomen. Deze voorwerpen zijn opgenomen in een lijst die als bijlage 3 aan dit vonnis is gehecht.

De zeven in de tenlastelegging genoemde en onder verdachte in beslag genomen geplastificeerde platen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot die goederen het bewezen geachte feit 1 is begaan. De rechtbank is van oordeel dat naast de zeven in de tenlastelegging genoemde geplastificeerde platen ook de overige vier in beslag genomen placemats voor onttrekking aan het verkeer vatbaar zijn. Deze goederen zijn in het kader van het tegen verdachte lopende onderzoek naar de door hem begane feiten aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat deze platen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Hetzelfde geldt voor de onder verdachte in beslag genomen grijze computer en harde schijf, aangezien deze voorzien zijn van encryptie en de rechtbank niet kan vaststellen of verdachte met behulp daarvan de bewezen geachte feiten heeft begaan. De geheugenkaart die in de woonkamer is aangetroffen (met goednummer [nummer 3]) en aan verdachte toebehoort, dient ook te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze door verdachte is gebruikt om kinderpornografische afbeeldingen op te slaan.

De fotocamera's en de overige geheugenkaarten waarvan het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat deze aan het verkeer worden onttrokken, kunnen worden teruggegeven aan verdachte. Er zijn geen bewezenverklaarde feiten met betrekking tot deze voorwerpen begaan, noch is het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met de wet of met het algemeen belang. De overige in beslag genomen voorwerpen kunnen ook worden teruggegeven aan verdachte dan wel aan de rechthebbende.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen

- 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht;

- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

12. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 en bijlage 2 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben,

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben en vervaardigen, meermalen gepleegd,

terwijl hij van het plegen van deze misdrijven een gewoonte maakt;

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart de verdachte, [VERDACHTE], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij:

Verklaart kind 1, kind 15, kind 16 en het niet nader aangeduide kind van feit 1 niet -ontvankelijk in hun vordering, nu verdachte voor dat gedeelte waarop hun vorderingen betrekking hebben wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van het beslag:

Verklaart onttrokken aan het verkeer onder 26, 53, 82, 83 en 90 vermelde voorwerpen op de aangehechte beslaglijst.

Gelast de teruggave aan Kinderrijk van onder 87 vermeld voorwerp op de aangehechte beslaglijst.

Gelast de teruggave aan verdachte van onder 1 tot en met 25, 27 tot en met 52, 54 tot en met 81, 84 tot en met 89 en 91 tot en met 93 vermelde voorwerpen op de aangehechte beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.J. Bade, voorzitter,

mrs. H.P. Kijlstra en N.J. Koene, rechters,

mr. N.C. van Geel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2012.

i De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in voetnoten, zijn vervat. Voor zover niet anders vermeld, wordt in de in deze rubriek en in rubriek 4.4 genoemde voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Als het bewijsmiddel bestaat uit een verklaring die bij de rechter-commissaris wordt afgelegd, zal dit uitdrukkelijk worden vermeld. De paginanummers zijn de doorgenummerde pagina's van het dossier.

ii Proces-verbaal van relaas onderzoek "[naam onderzoek]" zd 020, p. A00 003

iii Een geschrift, inhoudende een resultaat GBA-V Bevraging, p. A00 022 en A00 023

iv Proces-verbaal van bevindingen resultaat Belastingdienst, p. A00 035

v Proces-verbaal aanhouding verdachte [verdachte], p. C50 001

vi Proces-verbaal voortgang digitaal onderzoek van de in beslag genomen gegevensdragers, p. H01 001 en

H01 003

vii Proces-verbaal aangetroffen babyfoto's (naakt) in slaapkamer op muur en op geheugenkaarten, p. A06 050

viii Proces-verbaal aangetroffen babyfoto's (naakt) in slaapkamer op muur en op geheugenkaarten, p. A06 048

ix Proces-verbaal aangetroffen babyfoto's (naakt) in slaapkamer op muur en op geheugenkaarten, p. A06 047

x Proces-verbaal aangetroffen baby foto's (naakt) in slaapkamer, p. A06 002

xi Proces-verbaal aangetroffen geplastificeerde baby- en peuterfoto's, p. A14 002

xii Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], p. C02 073 en 084

xiii Proces-verbaal aangetroffen geplastificeerde baby en peuterfoto's 2e doorzoeking, p. A014 002

xiv Proces-verbaal aangetroffen baby foto's (naakt) in slaapkamer, p. A06 005

xv Proces-verbaal aangetroffen baby foto's (naakt) in slaapkamer, p. A06 002

xvi Een geschrift, inhoudende een resultaat GBA-V bevraging, A00 024.

xvii Zie HR 7 december 2010, LJN BO 6446

xviii Proces-verbaal van bevindingen, p. A07 002

xix Proces-verbaal van vierde verhoor verdachte [medeverdachte], p. C02 052 en proces-verbaal van negende verhoor

verdachte [medeverdachte], p. C02 170

xx Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p. B06 002

xxi Proces-verbaal van bevindingen chats verdachten [A] en [medeverdachte] p. C52 015

xxii Proces-verbaal van bevindingen, p. D02 002

xxiii Aanvullend proces-verbaal wapenrapport, niet doorgenummerd

xxiv Proces-verbaal van tweede verhoor verdachte [medeverdachte], p. C02 020

xxv Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], p. C51 008

xxvi Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van de officieren mrs. Bienfait - van Kampen en Dekkers met

bijgevoegd de processen-verbaal van herkenning uit het dossier [A], p. 029 tot en met 053; 034 tot en

met 051 en 146 tot en met 166

??

??

??

??

Parketnummer: 13/666206-11 (PROMIS)

Inzake: [verdachte]

20

20