Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1567

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-07-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
508315 / KG ZA 12-55 SR/TF
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bij vonnis van 12 juli 2012 heeft de voorzieningenrechter Stemra veroordeeld maatregelen te (blijven) nemen in verband met het gebruik van de antipiraterij- spot van eiser op DVD’s, met dien verstande dat Stemra zich in redelijkheid dient te blijven inspannen voor eiser en dat Stemra als zij meent dat de grenzen van haar verplichtingen zijn bereikt daar schriftelijk verantwoording voor dient af te leggen. Eiser had begin 2012 een kort geding aangespannen tegen Stemra omdat hij geen betaling heeft ontvangen voor de exploitatie van zijn spot in het binnen- en buitenland. Met Stemra heeft hij in 1988 een exploitatiecontract gesloten op grond waarvan Stemra de mechanische reproductierechten van de auteursrechten van eiser ter exploitatie en handhaving. Op een eerdere zitting heeft de voorzieningenrechter al bepaald Stemra bepaalde maatregelen diende te nemen en dat Stemra een voorschot op de schadevergoeding aan eiser diende te voldoen. Voor het overige zal in een eventuele bodemprocedure de schadevergoeding nader aan de orde kunnen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 508315 / KG ZA 12-55 SR/TF

Vonnis in kort geding van 12 juli 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser bij dagvaarding van 18 januari 2012,

advocaat voorheen mr. Th.Y. Adam-van Straaten met mr. A. van Hees als procesadvocaat, thans mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,

tegen

de stichting

STICHTING STEMRA,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde,

advocaat mr. J.M.B. Seignette te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Stemra worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 7 februari 2012 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat hij zijn eis heeft gewijzigd overeenkomstig de aan dit vonnis gehechte akte. Hoewel Stemra bezwaar had gemaakt tegen deze eiswijziging omdat die te laat is ingediend, heeft de voorzieningenrechter de wijziging toegestaan. Het betrof immers een geringe aanpassing en de voorzieningenrechter was van oordeel dat Stemra hiermee niet in haar verdediging is geschaad. Stemra heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter bepaald overeenkomstig hetgeen is vermeld in het aan dit vonnis gehecht proces-verbaal van de zitting. De zaak is vervolgens pro forma aangehouden tot 2 mei 2012 te 12.00 uur teneinde partijen in de gelegenheid te stellen hetgeen in het proces-verbaal is vermeld, uit te voeren.

In het proces-verbaal van de zitting is eveneens vermeld wie er op de zitting aanwezig waren. Bij brief van 2 mei 2012 heeft mr. Th.Y. Adam-van Straaten, de toenmalige advocaat van [eiser], verzocht de mondelinge behandeling van de zaak voort te zetten, omdat volgens [eiser] hetgeen door de voorzieningenrechter is bepaald en neergelegd in het proces-verbaal niet, dan wel onvoldoende door Stemra is nagekomen. Bij brief van dezelfde dag heeft mr. W.A. Roos, in afwezigheid van mr. Seignette, namens Stemra meegedeeld dat de weergave van de feiten door [eiser] wordt betwist en dat daar bij de voortgezette mondelinge behandeling nader op in zal worden gegaan.

Aan partijen is vervolgens meegedeeld dat de mondelinge behandeling van de zaak op 19 juni 2012 te 14.30 uur zal worden voortgezet. Bij brief van 21 mei 2012 heeft mr. Maliepaard vervolgens aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij de zaak van mr. Adam-van Straaten heeft overgenomen.

Partijen hebben vóór aanvang van de zitting van 19 juni 2012 nieuwe producties in het geding gebracht. Bij fax van 14 juni 2012 heeft mr. Maliepaard om een eiswijziging verzocht, welk verzoek hij bij brief van 18 juni 2012 heeft aangepast. Ter zitting van 19 juni 2012 is voornoemde eiswijziging aan de orde geweest en is deze toegestaan als onder 3.1 vermeld. Op de zitting hebben beide partijen nogmaals hun standpunten naar voren kunnen brengen. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Op de tweede zitting waren voor zover van belang aanwezig:

Aan de zijde van [eiser]: [eiser], [A] (financieel adviseur van [eiser]), mrs. Maliepaard en G.J. Houweling.

Aan de zijde van Stemra: [B] ([functie] van Stemra) met mrs. Seignette en A. Stekelenburg.

Op 5 juli 2012 is telefonisch aan partijen meegedeeld dat het vonnis op 12 juli 2012 zal volgen.

2. De feiten

2.1. [eiser] is onder meer componist. Hij componeert muziek voor bijvoorbeeld commercials en allerlei ander reclame- en promotiemateriaal.

In 2006 heeft [eiser] tegen betaling op verzoek van reclamebureau Allez-Allez de muziek bij een anti-piraterij spot (hierna de Spot) gecomponeerd. [eiser] heeft het reclamebureau de mastertape met de muziek aangeleverd en bij e-mail van 4 juli 2006 toestemming gegeven tot het exploiteren van de master, exclusief de afdrachten van rechten aan de desbetreffende instanties zoals Buma/stemra en Sena.

2.2. In 1936 is Stemra (de Stichting tot Exploitatie van Mechanische Reproductierechten der Auteurs) als auteursrechthebbendenorganisatie opgericht.

2.3. Op 24 juni 1988 heeft [eiser] een exploitatiecontract ofwel een overeenkomst betreffende de exploitatie en handhaving van het mechanisch reproductierecht, (hierna het exploitatiecontract), met Stemra gesloten. Het betreft een standaard exploitatiecontract, waarvan onder meer deel uitmaakt het Repartitiereglement van de Stichting Stemra (hierna het Repartitiereglement), dat Stemra voor al haar deelnemers gebruikt voorzover het natuurlijke personen betreft. Op grond van artikel 2 van dit contract heeft [eiser] het mechanisch reproductierecht - het recht om toestemming te verlenen tot het vastleggen van een werk op geluids- en/of beelddragers en het (doen) verveelvoudigen van de vastgelegde werken en het verspreiden daarvan - over en met betrekking tot zijn huidige en toekomstige repertoire aan Stemra overgedragen. Op grond van artikel 6 van het exploitatiecontract dient [eiser] zijn composities bij Stemra te melden. Door aanmelding ontstaat het recht betalingen voor het gebruik van de aangemelde werken te ontvangen. In artikel 8 van het exploitatiecontract is nog bepaald dat het de auteur verboden is zelf handelingen te verrichten die neerkomen op het exploiteren of handhaven van het mechanisch reproductierecht. In artikel 4 van het exploitatiecontract staat:

1. Stemra zal met uitsluiting van ieder ander, zelfs met uitsluiting van de auteur en zonder

diens tussenkomst al of niet ten eigen name en met het recht van substitutie, in de gehele wereld het mechanisch reproductierecht exploiteren en handhaven ten aanzien van het repertoire van de auteur.

2. Stemra zal derhalve ten aanzien van het in lid 1 bedoelde repertoire toestemming geven of

weigeren om werken op geluids- en/of beelddragers vast te leggen en te verspreiden, de voorwaarden vaststellen voor het geven van die toestemming, in rechte kunnen optreden tegen inbreuken op het mechanisch reproductierecht en voorts al datgene kunnen verrichten, zowel in als buiten rechte, waartoe de auteur zonder deze overeenkomst zelf gerechtigd zou zijn.

In artikel 5, eerste lid, van het exploitatiecontract staat:

1. Stemra verplicht zich om met inachtneming van de geldende statuten, reglementen en rechtsgeldig tot stand gekomen stichtingsbesluiten de door haar ontvangen gelden aan de deelgerechtigde deelnemers te betalen.

2.4. In de praktijk reparteert Stemra de door haar geïnde bedragen aan haar leden op basis van periodiek toegezonden overzichten, minus administratiekosten.

Die repartitie is mogelijk omdat de contractspartijen van Stemra programma- en labelopgaven doen, ofwel zogenaamde cue-sheets inleveren (artikel 5, derde lid Repartitiereglement Stemra). Op basis van deze gegevens stelt Stemra de hoogte van de vergoeding vast en na ontvangst daarvan wordt die vergoeding uitgekeerd aan haar leden. Als partijen geen opgave doen, worden er geen gelden door Stemra ontvangen en kan Stemra niet uitkeren. In artikel 5 van het Repartitiereglement staat voor zover van belang nog het volgende:

1. Deelnemers zijn verplicht hun werken op de in Aanhangsel II omschreven wijze aan te melden.

(…)

3. Grondslag voor de verdeling vormen de labelinformatie die door

producenten van geluids- en/of beelddragers aan Stemra ter beschikking worden gesteld (…)

4. Labelinformatie of andere opgaven waarvan de juistheid naar het oordeel van de

directie twijfelachtig is, kunnen buiten de verdeling en betaling worden gehouden. In dat geval neem de directie maatregelen om alsnog de juiste gegevens te verkrijgen, tenzij zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat :

a. de aan de benodigde maatregelen toe te rekenen kosten disproportioneel zullen zijn ten opzichte van de eventuele opbrengsten voor de desbetreffende deelnemers;

b. er sprake is van enigerlei vorm van betrokkenheid van een of meer van de desbetreffende deelnemers bij de totstandkoming van de onjuiste gegevens. (…)

2.5. In de Toelichting bij het Repartitiereglement van de Stichting Stemra 2011 staat in artikel 5 voor zover van belang het volgende:

(…) Wat betreft de labelinformatie van de producenten beschikt Stemra over vrijwel de totaliteit van de gegevens over in Nederland verschenen en verspreide beeld- en geluidsdragers. Het komt voor dat er twijfel bestaat aan de juistheid van een labelinformatie. De directie van Stemra heeft dan het recht te besluiten die informatie buiten beschouwing te laten. Er ontstaat dan voor Stemra een verplichting om alsnog de juiste informatie te bemachtigen. Ook die verplichting kent zijn grenzen: als de kosten te hoog worden of als er fraude in het spel is vervalt de verplichting tot nader onderzoek.

2.6. Op 5 februari 2007 heeft [eiser] de Spot aangemeld bij Stemra.

2.7. In oktober 2007 heeft [eiser] de DVD Harry Potter en de Orde van de Feniks gekocht. Op deze DVD komt in het Nederlandse taalmenu de Spot voorbij.

De film heeft een taalkeuzemenu van 50 talen. [eiser] heeft vervolgens in 2007 en 2008 bij Stemra gemeld dat hij hiervoor geen betaling heeft ontvangen.

In een e-mail van 19 augustus 2008 heeft H. Stekelenburg aan [eiser] meegedeeld dat het niet eenvoudig is gebleken het gebruik van de Spot te achterhalen omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Eind augustus 2008 heeft [eiser] wederom DVD’s aangetroffen waarop de Spot staan. Het betreft de DVD van het programma “Toen was geluk heel gewoon”. Hij heeft dit gemeld bij Stemra.

2.8. Op 16 december 2008 heeft Stemra [eiser] een voorschot betaald van

EUR 15.000,00 voor het gebruik van de Spot.

2.9. Bij e-mail van 6 januari 2009 heeft [eiser] aan H. Stekelenburg van Stemra voor zover van belang het volgende meegedeeld:

Zoals hedenmiddag met je besproken, denk ik dat het gestelde bedrag van de schikking niet de totale lading zal dekken. Het gaat hier om miljoenen verkochte dvd’s van Harry potter tot Zwartboek en nog honderden succesvolle titels meer. De gesteld schikking zal ergens op gebaseerd moeten zijn, dus zou ik graag per omgaand, de verkoopcijfers en de toebehorende titels willen inzien en het wat mij betreft niet direct met deze schikking willen afdoen.

Het is bekend dat de spot gegarandeerd op alle dvd titels van Warnerbros/A-film/Disky Entertainment etc. van 2006 t/m heden staan. Graag een overzicht hiervan. (…)

2.10. In 2010 vinden er een aantal besprekingen plaats tussen [eiser] en Stemra op basis van door [eiser] aangebrachte gegevens (onder meer de door [eiser] ingebrachte producties 7 en 11). Tijdens een bespreking op 3 november 2010 geeft Stemra aan dat verder uitzoekwerk noodzakelijk is en dat de zaak met de juridische afdeling zal worden besproken.

2.11. In een e-mail van 29 november 2010 van [A] aan [C] van Stemra staat voor zover van belang het volgende:

(…) Wel vinden wij dat de doelstelling van B/S (vzr Stemra), met betrekking tot de rechten van MBR (vzr [eiser]), in gebreke is gebleven. Met name omdat in 2007 het commentaar al is gestart. Het behoeft dan ook geen betoog dat één en ander veel te lang heeft geduurd. Zodoende kunt u zich indenken dat wij eventueel genoodzaakt zijn de media te moeten opzoeken in deze kwestie. (…)

Ons inziens kunt u het MBR niet aanrekenen dat de muziek van MBR niet op uw informatiesysteem is aangegeven, daartegen over heeft MBR al vanaf 2007 commertaar ingediend, in verband met het uitblijven van enige uitkering op deze download spot en een voorschot van 15.000 euro is een fooi. (zodoende dient rente verlies wel te worden meegerekend) (…)

2.12. In 2011 hebben wederom diverse besprekingen tussen partijen plaatsgevonden en is er discussie gevoerd over wie de hoeveelheid DVD-titels respectievelijk DVD’s met daarop de Spot moet aanleveren. Eveneens is de discussie gevoerd van welke gegevens, feitelijke of statistische, moet worden uitgegaan. Op 23 maart 2011 heeft [eiser] de directeur van Stemra, [B], aangeschreven, waarna opnieuw een bespreking heeft plaatsgevonden. Tijdens die bespreking is duidelijk geworden dat Stemra niet zelfstandig in het buitenland incasseert. In Europa wordt de exploitatie via zusterorganisaties geregeld. In Amerika wordt bij de bron afgekocht en niet achteraf. Vooraf aan de exploitatie wordt een bepaald bedrag voor alle toekomstige voorzienbare en onvoorziene exploitatie aan de auteursrechthebbende uitgekeerd. Op onder meer 6 april 2011, 14 juli 2011 en 5 december 2011 heeft de toenmalige advocaat van [eiser] sommatiebrieven aan Stemra gestuurd en is Stemra verzocht gegevens te verstrekken.

2.13. In februari 2011 is door Stemra aan [eiser] een voorschot van

EUR 10.000,00 (zie producties 8.8 en 8.9 aan de zijde van Stemra) voldaan.

2.14. Bij dagvaarding van 18 januari 2012 heeft [eiser] Stemra vervolgens in dit kort geding betrokken.

2.15. Op 17 april 2012 heeft Stemra met de NVPI, de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers ofwel de branche-organisatie voor de entertainmentindustrie, met betrekking tot de Spot een schikking getroffen. In de schriftelijke bevestiging van Stemra van die datum is de afspraak als volgt omschreven:

NVPI betaalt uiterlijk op 24 april 2012 EUR 60.000,-- vermeerderd met BTW op rekeningnummer 63.25.61.696 te name van “Stichting Höcker Advocaten Derdenrekening”, onder vermelding van dossiernummer [nummer], waarna Stemra aan NVPI en de deelnemers aan Filmwereld (dat wil zeggen de partijen aan wie NVPI de Filmwereld spot ter beschikking heeft gesteld als vermeld in de Excel-lijst bij de e-mail van de NVPI van 29 februari 2012) finale kwijting verleent terzake van de reproductie en levering door deze deelnemers van Filmwereld van dvd’s met de Filmwereld spot (dat wil zeggen het muziekwerk van [eiser] in de spot) aan de detailhandel in Nederland en België in de periode 2007 tot en met maart 2012.

2.16. Op 15 mei 2012 heeft het College van Toezicht collectieve beheerorganisaties auteursrecht en naburige rechten een rapport over de klacht van [eiser] jegens Stemra uitgebracht.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat na eiswijziging-:

- Stemra op straffe van een dwangsom te bevelen haar contractuele verplichtingen jegens hem op grond van het tussen partijen gesloten exploitatiecontract op volledige en juiste wijze na te komen, waaronder begrepen doch daartoe niet beperkt, het exploiteren en handhaven van de mechanische reproductierechten ten aanzien van de Spot zoals bedoeld in het lichaam van de dagvaarding al dan niet op eigen naam en waar ook ter wereld.

- Stemra op straffe van een dwangsom te bevelen schriftelijk informatie op te vragen aangaande de gedrukte DVD’s door Warner bij Technicolor Home Entertainment Services en de overige reproductiebedrijven zoals genoemd in de lijst welke als productie X is overgelegd, alsmede - indien de reproductiebedrijven de gevraagde informatie niet verstrekken - in overleg te treden met [eiser] teneinde de verder te nemen stappen te bespreken.

- Stemra te veroordelen een bedrag van EUR 100.000,00 aan hem te voldoen, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

- Stemra te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [eiser] stelt hiertoe het volgende.

Het auteursrecht op een muziekwerk geeft de auteursrechthebbende of zijn rechtsverkrijger het exclusieve recht het werk openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. Indien een derde zonder toestemming dat werk verveelvoudigt is sprake van een inbreuk op dat auteursrecht in de zin van artikel 13 van de Auteurswet. Partijen hebben in 1988 een exploitatiecontract gesloten waarbij Stemra de mechanische reproductierechten van de auteursrechten van [eiser] heeft verkregen ter wereldwijde exploitatie en handhaving. [eiser] heeft daartoe zijn huidige en toekomstige auteursrechten aan Stemra overgedragen. Stemra komt haar verplichtingen uit deze overeenkomst niet na. De Spot blijkt immers op grote schaal verveelvoudigd te zijn op DVD’s die in Nederland en in en buiten Europa zijn verkocht, zonder dat [eiser] daarvoor enige betaling heeft ontvangen. Na ontvangst van het voorschot bedrag van EUR 15.000,00 heeft [eiser] zelf een onderbouwing opgesteld met betrekking tot het gebruik van de Spot over de periode 2006 tot en met 2009 (productie 11 aan de zijde van [eiser]).

Als productie 39 heeft [eiser] een lijst overgelegd met 71 DVD titels waarop hij de Spot heeft aangetroffen. Stemra is uiteindelijk haar belofte van eind 2010 om te achterhalen op hoeveel DVD’s waarop de Spot staat, niet nagekomen.

Stemra dient te worden veroordeeld haar verplichtingen op grond van het exploitatiecontract op basis van artikel 3:296 BW alsnog na te komen. [eiser] vordert eveneens een betaling van een voorschot op een schadevergoeding in het kader van de kosten die [eiser] heeft moeten maken om Stemra zover te krijgen dat zij zich ging inspannen voor [eiser], op basis van een schikking met de NVPI die Stemra heeft getroffen en een voorschot aangaande de buitenlandse schadeclaim tegen Warner Bros (hierna ook Warner) die [eiser] heeft omdat zijn auteursrechten op grote schaal zijn geschonden. [eiser] heeft aanvankelijk gesteld dat over zes DVD titels van Amerikaanse producties bij Warner in ieder geval EUR 67.160,00 had moeten worden uitgekeerd en voor niet Amerikaanse producties in ieder geval EUR 58.397,00 voor Nederland en EUR 39.417,00 voor Belgie. In totaal EUR 164.974,00, het bedrag van de aanvankelijke geldvordering. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat in een bodemprocedure een vordering tot schadevergoeding zal worden toegewezen. In totaal is de vordering teruggebracht tot EUR 100.000,00.

3.3. Stemra voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Uitgangspunt in onderhavige zaak is het exploitatiecontract dat partijen op 24 juni 1988 hebben gesloten. Op grond van dit contract dient Stemra in de gehele wereld het mechanisch reproductierecht van [eiser] te exploiteren en te handhaven onder meer met betrekking tot de Spot.

[eiser] stelt nu dat Stemra haar verplichtingen op grond van dit contract de afgelopen jaren niet is nagekomen. Stemra is toerekenbaar tekortgeschoten omdat zij heeft stilgezeten. Stemra heeft verzuimd de aan haar overgedragen rechten te exploiteren en/of te handhaven, aldus [eiser]. Dit exploiteren en handhaven omvat niet alleen het opvragen van gegevens (artikel 5, vierde lid van het Repartitiereglement) over het gebruik van de Spot, maar ook het doen van eigen onderzoeken, het gebruiken van gegevens die door [eiser] zijn aangebracht (productie 39,55 en 56 aan de zijde van [eiser]) en het starten van gerechtelijke procedures indien niet wordt meegewerkt aan informatieverstrekking en uitkering van bedragen.

4.3. Op de eerste zitting is al aan de orde geweest dat de vordering tot nakoming van het exploitatiecontract te ruim en onbepaald is om toe te wijzen. Partijen verschillen immers van mening op welke wijze het exploitatiecontract dient te worden nagekomen. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de verplichtingen uit het exploitatiecontract - zoals hiervoor genoemd - ver reiken en Stemra heeft aangevoerd dat er grenzen zijn aan de verplichtingen alleen al vanwege het kostenaspect. Toewijzing van de ruime vordering tot nakoming op straffe van verbeurte van een dwangsom zou tot executieproblemen leiden, omdat partijen ieder hun eigen invulling geven aan de verplichtingen die onder het exploitatiecontract vallen. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de vaart in de acties van Stemra te houden om welke reden zij een veroordeling zal uitspreken als toegelicht bij rechtsoverweging 4.10. Voor het overige wordt deze vordering afgewezen.

4.4. Op de eerste zitting heeft de voorzieningenrechter al overwogen dat gezien de gang van zaken vanaf 2007 tot heden (zie de weergave van de feiten) aannemelijk is geworden dat Stemra de zaak van [eiser] aanvankelijk weinig voortvarend heeft aangepakt. [eiser] heeft Stemra er al in 2007 op gewezen dat de Spot op een DVD van Harry Potter stond zonder dat hij daarvoor een vergoeding had gekregen. Nadien bleef hij actief Stemra benaderen. Vaak duurde het lange tijd voordat [eiser] een reactie van Stemra kreeg of was die reactie - zonder op de inhoudelijke juistheid daarvan in te gaan - niet bevredigend (voor hem). Teneinde verandering in de situatie aan te brengen en om op enige wijze nog vorm te kunnen geven aan de gevorderde nakoming van het exploitatiecontract heeft de voorzieningenrechter op de eerste zitting - na overleg met partijen - bepaald dat Stemra - kort gezegd - haar Europese zusterorganisaties en producenten met wie zij een home video contract heeft gesloten, dient aan te schrijven. Ook is bepaald dat indien [eiser] kan aantonen dat de Spot op een DVD staat Stemra de producent dient aan te schrijven en indien deze niet reageert gepaste maatregelen dient te nemen (zie het achter dit vonnis gehechte proces-verbaal). Ook is in het proces-verbaal opgenomen dat Stemra een bedrag van EUR 20.000,00 op de derdengeldrekening van mr. Adam-van Straaten dient over te maken. Belangrijk is daarnaast dat onder 5 in het proces verbaal is bepaald, dat een en ander in goed overleg tussen partijen diende plaats te vinden. Uitgangspunt moest enerzijds zijn dat beide partijen hetzelfde belang dienen en anderzijds dat er aan de inspanningverplichting van Stemra grenzen zijn.

Hierna onder 4.10 zal de voorzieningenrechter nog terugkomen op het het proces-verbaal.

Na de zitting is het anders gelopen dan in het proces-verbaal bepaald. In plaats van het sturen van sommatiebrieven aan de distributeurs zijn partijen eerst nagegaan of de zaak voor de Nederlandse en Belgische markt kon worden geschikt met de NVPI. De voorzieningenrechter stelt vast partijen in grote lijnen overeenstemming hadden over deze ingeslagen weg. Op 22 februari 2012 toen de NVPI met een schikkingsvoorstel kwam, is [eiser] zich immers actief met de schikkingsonderhandelingen gaan bemoeien en heeft hij telkens tegenvoorstellen gedaan. De onderhandelingen vonden plaats in februari en maart 2012. Op de tweede zitting is de gang van zaken uitgebreid aan de orde gekomen. Gebleken is dat op enig moment [eiser] het niet eens was met de gang van zaken en het standpunt

heeft ingenomen dat de distributeurs toch hadden moeten worden aangesproken. [eiser] kan zich niet vinden in het schikkingsresultaat van 17 april 2012 zoals hierna onder 4.7 aan de orde zal komen.

4.5. Thans zal de voorzieningenrechter de gevorderde schadevergoeding behandelen. [eiser] vordert schadevergoeding ten bedrage van EUR 100.000,00 omdat Stemra tekort is geschoten in de nakoming van het exploitatiecontract door voornoemde schikking te treffen (zie hierna onder 4.7 e.v.) en in verband met de schadeclaim op Warner (zie hierna onder 4.8), alsmede dat [eiser] een vergoeding toekomt voor de kosten die hij heeft moeten maken om Stemra zover te krijgen dat zij zich voor hem ging inspannen (zie hierna onder 4.9).

De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is.

4.6. De stand van zaken is thans dat Stemra op 13 juni 2012 een bedrag van EUR 31.000,00 aan [eiser] heeft voldaan. Uitgangspunt was daarbij het hierna aan de orde komend schikkingsbedrag van EUR 60.000,00 - EUR 20.000,00 (het door de voorzieningenrechter bepaalde voorschotbedrag) - EUR 9.000,00 (15% aan kosten). De eerder door Stemra aan [eiser] uitgekeerde voorschotten van

(EUR 15.000,00 + EUR 10.000, 00 + EUR 2.000,00) zijn niet verrekend.

Schikking met de NVPI

4.7. In juni 2012 heeft Stemra tegen finale kwijting voor een bedrag van

EUR 60.000,00 een schikking getroffen met de NVPI voor gebruik van de Spot in Nederland en België over 2007 tot en met maart 2012. Thans wordt de Spot niet meer gebruikt.

Vast staat dat er tot aan de schikking een uitvoering onderhandelingsproces heeft plaatsgevonden, waar ook [eiser] zich in heeft gemengd. Stemra stelt zich op het standpunt dat zij, rekening houdend met de omstandigheid dat het onmogelijk is het volledige bedrag te incasseren, op zorgvuldige wijze de kans dat zij een bedrag zou kunnen binnenhalen heeft afgewogen tegen de kosten die zij daarvoor zou moeten maken. Uiteindelijk heeft zij op grond hiervan een schikkingsbedrag van EUR 60.000,00 als redelijk beoordeeld. In dit verband heeft Stemra nog naar voren gebracht dat zij haar kosten in toom moeten houden omdat de auteurs die bij haar zijn aangesloten anders te weinig krijgen uitgekeerd (het gaat immers om het collectief beheer). Voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] aanvankelijk ook wel mee is gegaan in de schikkingsonderhandelingen (zie bijvoorbeeld de producties 1.10 tot en met 1.29 aan de zijde van Stemra), in die zin dat hij deze kritisch volgde en er kritisch in meedacht. Vast staat echter dat hij het niet eens is met het uiteindelijke resultaat van de schikking. Uit de overgelegde correspondentie volgt dat Stemra en [eiser] onenigheid hebben gekregen over de wijze waarop de vergoeding voor het gebruik van de Spot moet worden berekend en de cijfers die werden overgelegd. Ook heeft [eiser] aangevoerd dat er sprake is geweest van belangenverstrengeling tussen de NVPI en Stemra en dat bij de berekening van de vergoeding van een onjuiste duur van de DVD’s is uitgegaan en het aantal jaren waarover het gebruik van de Spot is berekend niet klopt. Stemra heeft in dit verband nog aangevoerd dat zij in haar concept schikkingsvoorstel van 21 maart 2012 de opmerkingen van [eiser] wel heeft verwerkt, maar [eiser] heeft dit uitdrukkelijk betwist en uit de producties 1.32 en 1.33 volgt dat vóórdat de schikking tot stand kwam de discussie tussen partijen over deze geschilpunten nog niet was beslecht.

Vast staat in ieder geval dat [eiser] het thans niet (meer) eens is met de schikking. Rekening houdend met beleidsvrijheid die Stemra heeft bij het aangaan van een schikking kan echter in dit geding niet worden vastgesteld of Stemra in alle redelijkheid niet tot deze schikking had mogen komen en Stemra in die zin jegens [eiser] is tekortgeschoten. Dit vergt een nader onderzoek naar de feiten waarvoor dit kort geding zich niet leent. Een en ander zal in de bodemprocedure nader aan de orde komen waarin overigens niet alleen de gevorderde schadevergoeding met betrekking tot de schikking, maar ook de gehele schadevergoedingsvordering uit hoofde van de vermeende wanprestatie door Stemra aan de orde kan komen. In de bodemprocedure zal een en ander zo nodig met behulp van een deskundige kunnen worden onderzocht.

Warner Bros in het buitenland

4.8. Vast staat dat Warner de Spot heeft gebruikt voor DVD’s die in het buitenland zijn verkocht. Zusterorganisatie Sacem in Frankrijk heeft Stemra bij e-mail van 29 februari 2012 bericht dat Warner SAS een licentieovereenkomst heeft met Sacem, maar dat zij op basis van de opgaven niet kan vaststellen op welke van de aangemelde titels de Spot staat. Sacem heeft Warner SAS op het gebruik aangesproken. Op 30 maart 2012 heeft Warner SAS Stemra verzocht contact op te nemen met de legal counsel van Warner Home Video in Londen. Dit heeft Stemra intussen gedaan (productie 4.2 aan de zijde van Stemra). Stemra heeft Warner Home Video in Londen verzocht opgave te doen van het gebruik van de Spot door Warner bedrijven in alle landen. Opgave is gevraagd van titels, releasdata, duur, naam en adres van de distribiteur, land, aantallen verkoop en verhuur en verkoopprijs (zie productie 4.3 aan de zijde van Stemra). Op 12 juni 2012 is de verlengde termijn verlopen waarop Warner had moeten reageren. Hoewel dit contact thans niet tot resultaat heeft geleid is het nog te vroeg om Stemra hierop af te rekenen en met een dwangsom te dwingen rechtmaatregelen te treffen. Stemra heeft ter zitting voldoende naar voren gebracht dat zij nadere acties heeft verricht (zie producties 5.11 en 6.17 aan de zijde van Stemra) en dat er nog geplande acties zijn die resultaat kunnen opleveren. Stemra heeft ook diverse gesprekken gevoerd met MCPS, de zusterorganisatie voor het Verenigd Koninkrijk. MCPS heeft aangegeven dat zij buy-outs voor muziek op Amerikaanse films accepteren en daar dus niet voor licenseren. Verder zijn volgens artikel 3.2.3 van de AVP agreement, waar volgens MCPS de Spot onder valt, trailers en advertisements uitgezonderd van de licentie voor DVD’s. Bij brief van 13 juni 2012 heeft de advocaat van Stemra de advocaat van [eiser] over dit alles bericht (zie productie 1.92 aan de zijde van Stemra). [eiser] betwist dat de Spot als trailer moet worden aangemerkt en wil dat Stemra hierin zijn standpunt steunt, alsmede dringt hij aan aan op rechtsmaatregelen in het buitenland. Stemra heeft echter ter zitting naar voren gebracht dat zij de mogelijkheden onderzoekt om de buitenlandse Warner distributeurs in Nederland te dagvaarden. Uit de brief van 13 juni 2012 volgt dat Stemra [eiser] heeft uitgenodigd voor een gesprek om de mogelijkheden op dat punt te bespreken. Bij deze stand van zaken is gezien de belangen van Stemra met betrekking tot het kostenaspect vooralsnog niet voldoende aannemelijk geworden dat Stemra met betrekking tot Warner Bros reeds nu is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen van het exploitatiecontract waardoor zij reeds schadeplichtig is jegens [eiser]. Stemra is nog aan zet om stappen te ondernemen en probeert [eiser] hierbij te betrekken.

4.9. [eiser] heeft in dit kort geding reeds een voorschot van EUR 20.000,00 ontvangen. Gezien het voorgaande zal het in dit kort geding hierbij blijven. Voor het toekennen van een groter voorschot - ook in het kader van de door [eiser] gemaakte kosten om Stemra zover te krijgen zich voor hem in te spannen en op grond van andere vermeende tekortkomingen - is vooralsnog in dit geding geen plaats. Het bedrag van EUR 20.000,00 is reeds voldaan. In een eventuele bodemprocedure zal met de voldoening van dit voorschot rekening moeten worden gehouden

4.10. Met betrekking de gevorderde nakoming van het exploitatiecontract en het in het proces-verbaal bepaalde geldt nog het volgende.

De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om Stemra te veroordelen maatregelen te (blijven) nemen in verband met het gebruik van de Spot op DVD’s.

Deze veroordeling houdt in dat de voorzieningenrechter van Stemra verlangt dat zij zich in redelijkheid blijft inspannen voor [eiser] en dat Stemra als zij meent dat de grenzen van haar verplichtingen zijn bereikt daar schriftelijk verantwoording voor aflegt. Aan deze veroordeling wordt geen dwangsom verbonden omdat Stemra ter zitting al heeft toegezegd maatregelen te zullen nemen.

4.11. Tot slot zal het gevorderde bevel aan Stemra om schriftelijk informatie op te vragen aangaande de gedrukte DVD’s door Warner bij Technicolor Home Entertainment Services en de overige reproductiebedrijven worden afgewezen nu [eiser] geen belang meer heeft bij deze vordering. Stemra heeft bij brief van 13 juni 2012 (zie productie 1.92 aan de zijde van Stemra) en ter zitting toegezegd hieraan op korte termijn te zullen voldoen. Met betrekking tot de overige reproductiebedrijven is, zoals Stemra heeft aangevoerd, inderdaad niet duidelijk welke productie X is bedoeld zodat dat gedeelde van de vordering als te onbepaald zal worden afgewezen. Indien over deze lijst wel duidelijk komt dan geldt dat Stemra op grond van hetgeen hiervoor onder 4.10 is overwogen, wel gehouden kan zijn stappen te ondernemen.

4.12. Gezien na te noemen veroordeling en nu het voeren van dit kort geding door [eiser] noodzakelijk is gebleken om te bewerkstelligen dat Stemra zich voor [eiser] (meer) is gaan inspannen en Stemra een bedrag van EUR 20.000,00 aan [eiser] heeft moeten voldoen, zal Stemra worden veroordeeld in de kosten van dit geding, als na te melden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. Veroordeelt Stemra haar maatregelen te (blijven) nemen in verband met het gebruik van de Spot op DVD’s, met dien verstande dat Stemra zich in redelijkheid dient te blijven inspannen voor [eiser] en dat Stemra als zij meent dat de grenzen van haar verplichtingen zijn bereikt daar schriftelijk verantwoording voor dient af te leggen.

5.2. Veroordeelt Stemra in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

– EUR 90,64 aan explootkosten,

– EUR 1.436,00 aan griffierecht en

– EUR 816,00 aan salaris advocaat.

5.3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.4. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.H. Felix op

12 juli 2012.?