Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1376

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
502263 / HA ZA 11-2625
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Curator in faillissement kan aan separatist termijn stellen waarbinnen separatist zijn recht moet uitoefenen (art. 58 Faillissementswet). Voldoet separatist daaraan niet, dan is curator vrij zelf te executeren. Separatist behoudt daarna zijn voorrang op de opbrengst, maar deelt mee in de algemene faillissementskosten. Vraag of curator een dergelijke termijn heeft gesteld.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 58
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2012/77
JOR 2013/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, enkelvoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 502263 / HA ZA 11-2625

Vonnis van 16 mei 2012

in de zaak van

mr. ELEONORA LUCIA ZETTELER q.q.

in hoedanigheid van curator in het faillissement van ARMADE DE MEERN B.V.,

wonende te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. C.R.E. ten Cate,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. D.M.H. de Leeuw.

Partijen zullen hierna de curator en ING genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 oktober 2011 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 18 januari 2012, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 5 april 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van de overgelegde bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast.

2.1. Begin 2009 heeft ING aan Armade krediet verstrekt. In verband daarmee heeft Armade aan ING onder meer een pandrecht verschaft op haar bedrijfsuitrusting, waaronder voertuigen met de kentekens: [kenteken], [kenteken], [kenteken] en [kenteken] (verder: de voertuigen).

2.2. Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 7 april 2011 is Armade failliet verklaard met aanstelling van de curator als zodanig.

2.3. Tengevolge van het faillissement van Armade is de door ING aan Armade verstrekte kredietfaciliteit direct opeisbaar geworden.

2.4. In antwoord op een brief van de curator van 11 april 2011, heeft ING bij schrijven van 19 april 2011 aan de curator onder meer bericht per faillissementsdatum een vordering van EUR 383.041,33 op Armade te hebben en te beschikken over een pandrecht op de bedrijfsuitrusting van Armade.

2.5. Bij brief van 21 april 2011 heeft de curator onder meer het volgende aan ING geschreven:

“ING Bank (er vanuit gaande dat het pandrecht rechtsgeldig gevestigd) is overgegaan tot openbare verkoop van deze voertuigen. Ik verneem graag van u of u hiertoe wenst over te gaan.”

2.6. Per faxbrief van 26 april 2011 heeft ING aan de curator onder meer het volgende geschreven :

“Hierbij delen wij u mede dat wij BVA Taxaties [verder: BVA, rechtbank] opdracht zullen geven om de aan ons verpande transportmiddelen te gaan veilen. Zij zullen binnenkort contact met u opnemen.”

2.7. Bij brief van 26 april 2011 heeft de curator aan ING laten weten de vordering van ING op de lijst van voorlopig erkende crediteuren te hebben geplaatst.

2.8. Bij e-mail van 4 mei 2011 heeft (een kantoorgenote van) de curator aan ING onder meer het volgende geschreven:

“Tot op heden heb ik nog niets van BVA (…) vernomen. Zoals eerder aangegeven kan de curator de beveiliging van het pand en terrein bij Armade niet garanderen. Ik verzoek u dan ook zo spoedig mogelijk en in ieder geval voor 4 juni 2011 voornoemde voertuigen af te halen en de executie te voltooien. Voor wat betreft het afhalen van de voertuigen kunt u contact opnemen met een van de bestuurders van Armade, de heer [A]. Hij is bereikbaar op het telefoonnummer (…)”

2.9. Op 10 mei 2011 zijn de voertuigen opgehaald.

2.10. In de maand mei 2011 hebben ING en de curator nog regelmatig contact met elkaar gehad in verband met het ontbreken van kentekenbewijzen en overschrijvingspapieren bij drie van de vier voertuigen en de aanwezigheid van een Registratie Tenaamstelling Leasemaatschappij melding -een blokkade op de kentekens- op twee van de voertuigen.

2.11. De voertuigen zijn in opdracht van ING op een veiling van BVA op 21 juni 2011 verkocht. Van de opbrengst van EUR 31.950,- is een bedrag van EUR 5.521,77 aan kosten naar BVA gegaan.

3. Het geschil

3.1. De curator vordert, kort en zakelijk weergegeven, om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat de curator recht heeft op afdracht van de opbrengst uit de verkoop van de voertuigen ex artikel 58 Faillissementswet (Fw);

- ING te veroordelen tot betaling van EUR 27.428,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente over EUR 26.428,- vanaf 4 juni 2011 tot de dag der voldoening, te voldoen binnen vijf dagen na betekening van het vonnis;

- ING te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, te voldoen binnen vijf dagen na betekening van het vonnis.

3.2. De curator stelt daartoe dat ING de door haar gestelde termijn voor verkoop van de aan haar verpande voertuigen (tot 4 juni 2011) ongebruikt heeft laten verstrijken. Daar ING de voertuigen pas later heeft verkocht heeft de curator aanspraak op afdracht van de verkoopopbrengst daarvan. Na aftrek van de kosten van BVA bedraagt deze EUR 26.428,-. De curator claimt verder EUR 1.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.3. ING voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. ING betwist dat de curator aanspraak heeft op de opbrengst van de verkochte voertuigen. ING voert daartoe onder meer aan dat, anders dan de curator stelt, aan haar als pandhouder, in de hiervoor onder 2.8 aangehaalde e-mail van 4 mei 2011 niet een termijn is gesteld als bedoeld in artikel 58 lid 1 Fw.

Dit verweer slaagt, waartoe het volgende wordt overwogen.

4.2. De rechtbank stelt het volgende voorop.

Een pandhouder kan zijn rechten tijdens een faillissement uitoefenen alsof er geen faillissement was (artikel 57 lid 1 Fw), hij is separatist. Artikel 58 Fw strekt ertoe de curator en de boedel te beschermen tegen het talmen van de separatist. Krachtens lid 1 van dat artikel kan de curator een pandhouder dan ook een redelijke termijn stellen waarbinnen deze zijn rechten dient uit te oefenen. Indien de pandhouder deze termijn ongebruikt laat verstrijken, kan de curator de verpande goederen opeisen en de executie daarvan zelf ter hand nemen. De pandhouder houdt dan weliswaar zijn voorrang (op de opbrengst), maar hij dient dan wel mee te delen in de omslag van de algemene faillissementskosten, waardoor zijn opbrengst (veel) lager zal zijn. Aan de rechter-commissaris kan de pandhouder overigens om een termijnverlenging vragen.

4.3. Mocht de curator ervoor kiezen gebruik te maken van de bevoegdheid om zo’n termijn te stellen, dan dient de curator hiervan verklaring te doen aan de pandhouder. Zo’n verklaring mag dan vormvrij zijn en kan - zoals de curator terecht opmerkt - in principe een verwijzing naar de wetsbepaling missen, maar het moet de geadresseerde pandhouder, gezien de hiervoor onder 4.2 weergegeven betekenis van de verklaring, wel zonder meer duidelijk zijn dat de curator heeft beoogd een dergelijke termijn met dat rechtsgevolg te stellen.

4.4. In de e-mail van 4 mei 2011 schrijft de curator dat zij de beveiliging van het Armadeterrein niet kan garanderen en zij verzoekt ING “dan ook” voor 4 juni 2011 de “voertuigen af te halen en de executie te voltooien”.

4.5. Gelet op - in onderlinge samenhang - zowel de motivering als de formulering van de e-mail, behoefde ING aan deze e-mail geen verdergaande strekking toe te kennen dan die van een verzoek om in verband met de beveiliging de executie voor de genoemde datum te voltooien, en dus niet (ook) de strekking van een termijnaanzegging in de zin van artikel 58 lid 1 Fw.

4.6. Nu ING de termijnstelling door de curator niet hoefde te begrijpen als een termijn in de zin van artikel 58 lid 1 Fw, ontvalt de grondslag aan de vordering van de curator. Die vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.7. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt de curator veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten aan de zijde van ING worden begroot op:

vast recht EUR 1.744,-

salaris advocaat EUR 1.158,- (2 punten x tarief III (EUR 579,-))

totaal EUR 2.902,-.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het gevorderde af;

5.2. veroordeelt de curator in de kosten van deze procedure, aan de zijde van ING tot op heden begroot op EUR EUR 2.902,-;

5.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.K. van der Valk Bouman, lid van genoemde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.?