Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX0614

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
06-07-2012
Zaaknummer
13-706080-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overlevering naar België toegestaan, plus beslissing over in beslag genomen auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706080-12

RK nummer: 12/1109

Datum uitspraak: 27 maart 2012

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 januari 2012 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 25 januari 2012 door de Onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste aanleg te Tongeren (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [plaats] (Litouwen) op [1979],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gede¬tineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats], locatie [locatie],

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 maart 2012. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. H.A.B. Festen.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Litouwse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. Deze verlenging is noodzakelijk, omdat het de rechtbank onmogelijk is gebleken binnen de termijn van zestig dagen uitspraak te doen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Europees Aanhoudingsbevel bij verstek ter fine van uitlevering d.d. 25 januari 2012.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die bepaling de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.

Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat aan genoemde eisen is voldaan en dat in het bijzonder de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon voldoende is omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen.

De rechtbank stelt vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van België als naar Nederlands recht strafbaar is en dat op dit feit in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld.

Het feit levert naar Nederlands recht ten minste op:

medeplegen van schuldheling

5. Beslag

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft voorts in het EAB verzocht om afgifte van een in beslag genomen voertuig dat is aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon, te weten een Ford Focus, kleur blauw, met Litouws kenteken [kenteken].

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht te beslissen dat afgifte van de te Weert in beslaggenomen auto slechts mag geschieden onder het beding dat de auto onmiddellijk zal worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt.

De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen het verzoek van de raadsvrouw.

De rechtbank overweegt dat afgifte van het voertuig, type Ford Focus, kleur blauw, met Litouws kenteken [kenteken], aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden bevolen. De rechtbank zal daarbij bedingen dat het voertuig onmiddellijk zal worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt.

6. Referte

De raadsvrouw heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7. Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47 en 417bis Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7, 49 en 50 Overleveringswet.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste aanleg te Tongeren (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

BEVEELT de afgifte van het in beslag genomen voertuig, type Ford Focus, kleur blauw, met Litouws kenteken [kenteken] aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

BEDINGT daarbij dat het voertuig onmiddellijk zal worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt.

Aldus gedaan door

mr. W.H. van Benthem, voorzit¬ter,

mrs. J.W. Vriethoff en H.M. van Niftrik, rech¬ters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, grif¬fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 27 maart 2012.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.