Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9361

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
1311315 - HA EXPL 11-821
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beding in algemene voorwaarden op grond waarvan bij invordering volledige gerechtelijke kosten zijn verschuldigd. Niet onredelijk bezwarend en evenmin in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector kanton

locatie: Amsterdam

Zaaknummer en rolnummer: 1311315 \ HA EXPL 11-821

Uitspraak: 13 juni 2012

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[A], handelend onder de naam “[X]”

wonende te [plaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

nader te noemen [A],

gemachtigde [B],

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MTTM PARTNERS B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen MTTM,

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 22 november 2011 inhoudende de vordering van [A], met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties,

- de conclusie van antwoord in reconventie, met één productie.

Ingevolge het tussenvonnis van 29 februari 2012 heeft op 16 mei 2012 een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan bevindt zich bij de stukken.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden in conventie en in reconventie

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast.

2. Partijen hebben tegen elkaar geprocedeerd inzake een handelsgeschil. Op 10 februari 2010 heeft de rechtbank Utrecht een vonnis gewezen ten gunste van [A]. In dit vonnis is, voor zover relevant, een bedrag van € 38.826,34 aan hoofdsom toegewezen. Dit bedrag omvat mede € 6.720,40 aan buitengerechtelijke incassokosten. Voorts is MTTM veroordeeld in de proceskosten van [A]. Deze zijn begroot op € 2.085,25, waarbij voor wat betreft de advocaatkosten is uitgegaan van het toepasselijke liquidatietarief.

3. MTTM is tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht in hoger beroep gegaan. Het hof Arnhem heeft het vonnis bekrachtigd, met dien verstande dat de hoofdsom op een bedrag van € 34.826,34 is vastgesteld (een vermindering van € 4.000,00 ten opzichte van het vonnis van de rechtbank). Het toegewezen bedrag omvat, net als in de uitspraak van de rechtbank, een bedrag van € 6.720,40 aan buitengerechtelijke incassokosten. Het hof heeft MTTM veroordeeld in de proceskosten van [A] in hoger beroep. Deze zijn begroot op € 3.797,00, waarbij voor wat betreft de advocaatkosten is uitgegaan van het toepasselijke liquidatietarief.

4. Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn de algemene voorwaarden van [A]/ “[X]” (hierna: AV) van toepassing. Artikel 5.6 AV luidt als volgt.

“Alle kosten van invordering van het door de Contractant (ktr: MTTM) verschuldigde, gerechtelijke zowel als buitengerechtelijke kosten, zijn voor rekening van de Contractant.”

5. Het is op basis van deze bepaling dat rechtbank en hof de - daadwerkelijk gemaakte - buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 6.720,40 hebben toegewezen.

6. [A] heeft tussen 30 januari 2009 en 31 maart 2011 diverse facturen van zijn advocaat ontvangen en betaald, in totaal voor een bedrag van € 16.861,39 (exclusief BTW).

7. [A] heeft, onder meer bij brief van 1 april 2011, bij MTTM aanspraak gemaakt op volledige betaling van zijn advocaatkosten, voor zover niet reeds inbegrepen in de door rechtbank en hof uitgesproken proceskostenveroordelingen. MTTM heeft dit geweigerd.

Vordering in conventie

8. [A] vordert dat, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, MTTM zal worden veroordeeld tot betaling van € 10.979,14 (€ 16.861,39 verminderd met de door rechtbank en hof uitgesproken proceskostenveroordelingen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2011, althans vanaf de dag der dagvaarding. Voorts vordert [A] een verklaring voor recht dat MTTM op de voet van artikel 5.6 AV is gehouden de redelijke en in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten ter zake van de onderhavige procedure te voldoen. [A] vordert ten slotte veroordeling van MTTM in de proceskosten.

9. [A] legt aan zijn vorderingen artikel 5.6. AV ten grondslag.

10. MTTM voert verweer dat, voor zover relevant, hierna aan de orde zal komen.

De beoordeling in conventie

Ten aanzien van de bedongen gerechtelijke kosten.

11. MTTM heeft de vernietigbaarheid van artikel 5.6 AV ingeroepen. Volgens MTTM is deze bepaling onredelijk bezwarend als bedoeld in artikel 6:233 onder a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), nu de artikelen 237 en 239 Rechtsvordering (hierna: Rv) reeds voorzien in de vergoeding van gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. Voorts is artikel 5.6 AV in strijd met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 BW, aldus MTTM.

12. De kantonrechter verwerpt het beroep van MTTM op artikel 6:233 onder a BW. Het staat partijen volgens vaste rechtspraak (onder meer Hoge Raad 22 januari 1993, LJN: ZC0836) vrij om bij overeenkomst in afwijking van de wettelijke regeling te bedingen dat in geval van een procedure tussen hen, de partij die in het ongelijk wordt gesteld alle door de wederpartij gemaakte proceskosten zal dienen te betalen. Een dergelijke afspraak, ook wanneer opgenomen in algemene voorwaarden, is niet onredelijk bezwarend.

13. De kantonrechter begrijpt het beroep van MTTM op artikel 6:248 BW aldus dat artikel 5.6 AV op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW buiten toepassing dient te blijven. De kantonrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 6:248 lid 2 BW is een tussen partijen overeengekomen regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. MTTM heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat toepassing van artikel 5.6 AV tot een, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat artikel 5.6 AV een legitiem doel dient (te weten het beschermen van [A] tegen aan het debiteurenrisico verbonden kosten), een dergelijke bepaling niet ongebruikelijk is in het handelsverkeer, zowel [A] als MTTM professionele partijen zijn, MTTM in haar eigen algemene voorwaarden een soortgelijke bepaling heeft opgenomen en ten slotte dat het gevorderde bedrag, ook als de reeds door rechtbank en hof uitgesproken proceskostenveroordelingen worden meegerekend, niet in een zodanige verhouding tot de toegewezen hoofdsom staat dat sprake is van een onaanvaardbare disproportionaliteit.

14. Voor zover artikel 5.6 AV wel van toepassing is, doet MTTM een beroep op de matigingsbevoegdheid van de kantonrechter uit hoofde van artikel 242 Rv. Op grond van dit artikel is de rechter bevoegd om bedongen proceskosten (en buitengerechtelijke incassokosten) te matigen teneinde deze binnen redelijke grenzen te kunnen houden. De kantonrechter zal niet overgaan tot matiging, nu niet vast is komen te staan dat de door [A] gemaakte proceskosten nodeloos zijn gemaakt (zie hierover ook r.o. 18) en deze kosten ook niet disproportioneel zijn ten opzichte van de toegewezen hoofdsom (zie ook r.o. 13).

15. MTTM voert verder aan dat artikel 5.6 AV aldus moet worden begrepen dat slechts kosten verband houdende met het door haar gevoerde verweer tegen de invordering van de litigieuze facturen door [A] voor vergoeding in aanmerking komen. Kosten die zijn gemaakt nadat de facturen zijn betaald (de rechtbank begrijpt: kosten in verband met het hoger beroep en executiemaatregelen) hoeven niet te worden vergoed. Een grammaticale uitleg van artikel 5.6 AV brengt dit met zich mee, aldus steeds MTTM. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Met [A] is de rechtbank van oordeel dat de strekking van artikel 5.6 AV is om alle gerechtelijke kosten die verband houden met de invordering van de litigieuze facturen, inclusief kosten in verband met executiemaatregelen en het hoger beroep, voor volledige vergoeding in aanmerking komen.

16. MTTM voert voorts aan dat [A] zich aan het wettelijk systeem van artikel 237 en 239 Rv heeft geconformeerd door deze proceskosten in eerste instantie onvoorwaardelijk te vorderen en in twee instanties door middel van het leggen van executoriale beslagen onvoorwaardelijk te incasseren. Voor zover MTTM bedoelt zich te beroepen op afstand van recht dan wel rechtsverwerking, faalt dit verweer. Voor afstand van recht is op grond van artikel 6:160 BW overeenstemming tussen partijen vereist en gesteld noch gebleken is dat die overeenstemming er is. Voor rechtsverwerking geldt dat sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden/ gedragingen van [A] op grond waarvan MTTM er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [A] zijn rechten uit hoofde van artikel 5.6 AV niet meer te gelde zou maken. Dergelijke omstandigheden of gedragingen zijn gesteld noch gebleken. Integendeel, [A] heeft onbetwist gesteld dat hij meerdere malen aan MTTM te kennen heeft gegeven dat hij zich zijn rechten uit hoofde van artikel 5.6 AV wenste voor te behouden.

17. MTTM betwist dat de gemaakte kosten in redelijkheid zijn gemaakt. De kantonrechter overweegt dat, gezien de door [A] overgelegde facturen, waarin is gespecificeerd welke werkzaamheden door wie zijn verricht en hoeveel tijd daarmee is gemoeid, ervan kan worden uitgegaan dat de kosten in redelijkheid zijn gemaakt. Het door de advocaat van [A] in rekening gebrachte tarief, te weten € 175,00 per uur, wordt ook niet onredelijk geacht. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen.

18. Ten slotte is namens MTTM ter comparitie nog aangevoerd dat, zo begrijpt de rechtbank, [A] MTTM heeft gedwongen in hoger beroep te gaan van het vonnis van de rechtbank Utrecht, omdat daarin bij wijze van misslag een bedrag van € 4.000,00 te veel was toegewezen. Deze misslag is door het hof ten voordele van MTTM gecorrigeerd, aldus MTTM. De kantonrechter overweegt dat, voor zover MTTM beoogt deze stelling (mede) ten grondslag te leggen aan de door haar gevoerde verweren, zij daarin niet kan worden gevolgd. Vast staat namelijk dat MTTM in hoger beroep niet alleen grieven heeft gericht de beslissing van de rechtbank aangaande voornoemd bedrag van € 4.000,00, maar tegen meer beslissingen van de rechtbank. Er moet dus rekening mee worden gehouden dat MTTM hoe dan ook in appel was gegaan tegen het vonnis van de rechtbank.

19. Uit het voorgaande volgt dat de door [A] gevorderde vergoeding van bedongen gerechtelijke kosten toewijsbaar is, evenals de gevorderde (en onbetwiste) rente.

Ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht.

20. [A] vordert een verklaring voor recht dat MTTM op de voet van artikel 5.6 AV is gehouden de redelijke en in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten ter zake van de onderhavige procedure te voldoen.

21. Nog los van het feit dat onduidelijk is welk belang [A] bij deze verklaring voor recht heeft (gesteld noch gebleken is dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt), dient de vordering te worden afgewezen. Niet in te zien valt namelijk waarom artikel 5.6 AV, dat expliciet betrekking heeft op de invordering van facturen, betrekking zou hebben op (eventueel) in de onderhavige procedure gemaakte buitengerechtelijke kosten.

Proceskosten

22. Bij deze uitkomst van de procedure wordt MTTM als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [A], die wat betreft de advocaatkosten zullen worden begroot op basis van het toepasselijke liquidatietarief.

Vordering in reconventie

23. MTTM vordert dat [A] wordt veroordeeld tot vergoeding van door haar geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van [A] in de proceskosten.

24. MTTM legt aan haar vordering ten grondslag dat [A] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door na het vonnis van de rechtbank Utrecht een foutieve renteberekening te maken en het te veel geïncasseerde zelf te behouden, waardoor MTTM rente heeft misgelopen. Voorts stelt MTTM dat [A] ten onrechte een bankgarantie heeft achtergehouden en op onrechtmatige wijze beslag heeft laten leggen ten laste van MTTM.

25. [A] voert verweer dat, voor zover relevant, hierna aan de orde zal komen.

De beoordeling in reconventie

26. [A] erkent dat de aanvankelijke renteberekening onjuist was, maar voert aan dat dit berustte op een vergissing die aanvankelijk ook door MTTM niet is opgemerkt. Van onrechtmatig handelen is dan ook geen sprake, aldus [A]. Voorts voert [A] aan dat MTTM geen schade heeft geleden, omdat het hof nadien alsnog de wettelijke handelsrente in plaats van de reguliere wettelijke rente heeft toegewezen, en dat partijen elkaar bovendien op dit punt kwijting hebben verleend. [A] erkent dat er onrechtmatig beslag is gelegd, maar voert aan dat MTTM hiervoor reeds volledig is gecompenseerd door de advocaat van [A], die een bedrag van € 4.167,00 aan MTTM heeft voldaan. Met betrekking tot de bankgarantie betwist [A] dat sprake is van onrechtmatig handelen. [A] voert aan dat hij aanvankelijk een afspraak uit hoofde waarvan de bankgarantie moest worden geretourneerd over het hoofd had gezien, maar nadat hij daarop was gewezen door MTTM, dit alsnog heeft gedaan.

27. De kantonrechter is van oordeel dat MTTM, mede nu zij het uitgebreide verweer van [A] grotendeels onweersproken heeft gelaten, haar stelling dat sprake is van onrechtmatig handelen door [A] als gevolg waarvan zij schade heeft geleden, onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering in reconventie zal derhalve worden afgewezen.

28. Bij deze uitkomst van de procedure wordt MTTM als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [A].

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt MTTM tot betaling aan [A] van € 10.979,14, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 april 2011;

II. veroordeelt MTTM in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op

griffierecht € 202,00

explootkosten € 76,31

salaris gemachtigde € 600,00

______

totaal € 878,31

inclusief eventueel verschuldigde btw;

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

V. wijs het gevorderde af;

VI. veroordeelt MTTM in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 150,00 aan salaris gemachtigde (inclusief eventueel verschuldigde btw);

VII. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. H.C. Bijleveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

type: HCB

coll: WFLM