Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8602

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
496699 / HA ZA 11-2296
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De leden van de band de Golden Earring hebben de muziekuitgave-rechten van een aantal van hun muziekwerken overgedragen aan Nanada. Nanada moet op grond van die muziekuitgave-overeenkomst zorgdragen voor de promotie, exploitatie en administratie van de betreffende muziekwerken. In ruil daarvoor krijgt zij van Buma Stemra een deel van de gegenereerde inkomsten.

De leden van de Golden Earring vinden dat Nanada niet aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan. Daarom hebben zij de overeenkomst met Nanada op 25 oktober 2010 ontbonden. Nanada is het daar niet mee eens.

De rechtbank heeft ten aanzien van de promotie en exploitatiewerkzaamheden voorshands bewezen geacht dat Nanada niet aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010. Nanada mag daartegen nog wel tegenbewijs leveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, meervoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 496699 / HA ZA 11-2296

Vonnis van 9 mei 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NANADA MUSIC B.V.,

gevestigd te Hilversum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEW DAYGLOW B.V.,

gevestigd te Hilversum,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NADA MUSIC B.V.,

gevestigd te Hilversum,

4. [eiser sub 4],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats]

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. M.T.M. Koedooder te Amsterdam.

Eiseressen 1 tot en met 3 zullen hierna ieder afzonderlijk Nanada, New Dayglow, Nada en gezamenlijk Nanada c.s. worden genoemd. Eiser sub 4 zal hierna [eiser sub 4] worden genoemd. Nanada c.s. en [eiser sub 4] zullen gezamenlijk worden aangeduid als eisers. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] en gezamenlijk [gedaagde sub 1] c.s. worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 juli 2011 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 26 oktober 2011, waarin een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 9 februari 2012 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Bij bericht van 13 maart 2012 is namens eisers een verzoek (deel I en II) gedaan tot rectificatie van het proces-verbaal van comparitie van 9 februari 2012. De rechtbank ziet in dit verzoek echter geen aanleiding het proces-verbaal aan te passen. Het bericht zal wel worden toegevoegd aan en als zodanig deel uitmaken van het procesdossier, in achtgenomen dat mr. Koedooder, aan wie het bericht eveneens is gezonden, namens gedaagden geen bezwaar heeft gemaakt tegen de verzochte rectificatie c.q. aanvullingen.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Nanada, New Dayglow en Nada vormen gezamenlijk een muziekuitgeverij die zich bezighoudt met de exploitatie, administratie en het beheer van muziekuitgave-rechten op muziekwerken in binnen- en buitenland. Nanada, New Dayglow en Nada zijn opgericht door [eiser sub 4]. Red Bullet B.V. (hierna: Red Bullet) is een platenmaatschappij en houdt zich (onder meer) bezig met de exploitatie van masterrechten op geluidsopnamen. Red Bullet is eveneens opgericht door [eiser sub 4]. Nanada c.s. en Red Bullet zijn gevestigd op hetzelfde adres en werken met elkaar samen.

2.2. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] vormen gezamenlijk de Nederlandse popgroep Golden Earring. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn afzonderlijk, gezamenlijk dan wel samen met derden componist, tekstdichter en/of auteur van diverse muziekwerken.

2.3. Op enig moment in de periode van 1971 tot en met 1991 heeft [gedaagde sub 1] c.s. de muziekuitgave-rechten van een aantal van zijn muziekwerken, zoals nader omschreven in de aanvullende productie 37 van de zijde van eisers (hierna: de muziekwerken), voor de duur van het auteursrecht overgedragen aan (juridische entiteiten gelieerd aan) Nanada, New Dayglow en/of Nada (hierna kortweg: Nanada c.s.). Nanada c.s. dient ingevolge de in dat kader gesloten muziekuitgave-overeenkomsten zorg te dragen voor de promotie, exploitatie en administratie van de betreffende muziekwerken.

Niet alle uitgaverechten op muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. zijn ondergebracht bij Nanada c.s. De uitgaverechten van de internationale hits “Radar Love”, “When the Lady Smiles” en “Twilight Zone” zijn bijvoorbeeld ondergebracht bij Snamyook Music, de eigen muziekuitgeverij van [gedaagde sub 1]. De masterrechten op de opnamen van “Radar Love”, “When the Lady Smiles” en “Twilight Zone” zijn eigendom van Red Bullet.

2.4. De muziekuitgave-rechten in beheer van New Dayglow en Nada zijn bij overeenkomst van 2 oktober 1991 (voor zover mogelijk op grond van de onderliggende uitgave-overeenkomsten) samen met alle andere activa van deze vennootschappen in economische zin overgedragen aan Nanada.

2.5. [gedaagde sub 1] c.s. en Nanada c.s. zijn beiden aangesloten bij de collectieve beheersorganisatie Buma/Stemra. Buma bemiddelt in de verlening van uitvoeringsrechten op werken en Stemra bemiddelt in de toestemming voor het maken van mechanische reproducties van werken. Buma/Stemra incasseert de verschillende vergoedingen voor het gebruik van de werken door derden en verdeelt de daarmee gepaard gaande inkomsten onder de rechthebbenden. In het algemeen geldt dat bij gebruik van de werken in Nederland componist en tekstdichter elk een derde deel ontvangen van de inkomsten en dat de muziekuitgever eveneens een derde deel ontvangt (het uitgeversdeel), los van eventuele afspraken tussen uitgever en componist over een percentage (een kick back) dat van het uitgeversdeel door de uitgever wordt doorbetaald aan de componist.

Nanada c.s. ontvangt van Buma/Stemra een deel van de door de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. gegenereerde inkomsten in ruil voor haar inspanningen.

2.6. Buma/Stemra is samen met de branche-/beroepsverenigingen Professionele Auteurs Lichte Muziek (PALM) en Nederlandse Lichte Muziek Uitgevers Vereniging (NMUV) een Regeling buitengerechtelijke ontbinding overeengekomen, waarin is bepaald hoe door Buma/Stemra, muziekuitgevers en auteurs gehandeld wordt in geval van buitengerechtelijke ontbinding van muziekuitgave-overeenkomsten, waarbij de geldigheid van de ontbinding wordt betwist. De overeengekomen procedure bestaat uit twee fasen. Fase 1 is een overlegfase van drie maanden. Fase 2 is een blokkeringsfase van eveneens drie maanden, waarin wordt overgegaan tot blokkering van het uitgeversdeel in de door Buma/Stemra geïnde gelden. Wanneer partijen het na afloop van fase 2 nog niet eens zijn geworden en geen van partijen de rechter heeft ingeschakeld, ontdoet Buma/Stemra de desbetreffende werken van het betwiste uitgeversdeel en gaat zij over tot het deblokkeren van de gelden.

2.7. New Dayglow, Nada, Nada International CV, Red Bullet International CV en Nanada enerzijds en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] anderzijds hebben op of omstreeks 18 juli 1989 een schikking getroffen in het kader van een tussen hen gerezen geschil betreffende een werknemer van New Dayglow, althans Nada, althans Nada International CV die zich op onrechtmatige wijze ten koste van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] had verrijkt.

2.8. In de periode van 1994 tot en met 1996 hebben partijen een geschil met elkaar gehad over onjuiste (buitenlandse) afrekeningen.

2.9. Op 14 december 2000 hebben [gedaagde sub 1] c.s. en Red Bullet ter beëindiging van een kort geding procedure betreffende (onder meer) een geschil over terugkoopopties op masterbanden tegen koopprijzen een schikking getroffen.

2.10. Het muziekwerk van [gedaagde sub 1] c.s. met de titel “Back Home”, waarop Nanada c.s. de uitgaverechten heeft en Red Bullet de masterrechten, is in 2005 en nogmaals in 2007 gebruikt in een tv-commercial voor Glorix.

2.11. In november 2008 is een “The best of” dubbel-cd van de Golden Earring uitgegeven.

2.12. In 2009 is het bij Nanada c.s. ondergebrachte muziekwerk “Seasons” van [gedaagde sub 1] c.s. als cover uitgebracht door de Amerikaanse band The Ettes.

2.13. In 2010 is in het kader van het vijftigjarig bestaan van de Golden Earring een zogenoemde herrelease van tien Golden Earring albums op vinyl uitgegeven. Begin 2011 heeft het muziekblad OOR hier aandacht aan besteed.

2.14. Het muziekwerk “Back Home”, waarop Nanada c.s. de uitgaverechten en Red Bullet de masterrechten heeft, is vanaf april 2011 gebruikt in een tv-commercial voor Eyewish Groeneveld, met [gedaagde sub 3] in de hoofdrol. Daaraan voorafgaand hebben in 2010 onderhandelingen terzake plaatsgevonden.

2.15. In 2010/2011 hebben onderhandelingen plaatsgevonden met TNT Post over het gebruik van albumhoezen en muziekwerken van de Golden Earring voor een postzegelserie.

2.16. Alle twintig Golden Earring albums zijn nog steeds leverbaar, zowel op cd als digitaal via de iTunes Store, via Spotify en via Youtube.com.

2.17. Bij brief van 25 augustus 2010 heeft de advocaat van [gedaagde sub 1] c.s., voor zover thans relevant, het volgende aan [eiser sub 4] en Nanada geschreven:

“(…) Onderdeel van de destijds gemaakte afspraken betreft de voortdurende op u c.q. uw uitgeverij rustende inspanningsverbintenis tot het zowel in als buiten Nederland promoten, administreren en exploiteren van de muziekwerken van cliënten.

Cliënten hebben in de afgelopen jaren echter helemaal niets meer mogen vernemen ter zake. Van enige door Nanada uitgevoerde promotionele activiteiten ten aanzien van de muziekwerken is volgens cliënten geen enkele sprake geweest, terwijl bijv. ook de controle van de Buma/Stemra-statements en andere afrekeningen met betrekking tot de muziekwerken volledig achterwege is gebleven. Ook eigen exploitatie-inspanningen van u dan wel uw uitgeverij zijn volledig achterwege gebleven, althans zijn deze niet aan cliënten bekend gemaakt. Voor zover er inkomsten op de werken zijn gerealiseerd, is dat te wijten aan hetzij de inspanningen van cliënten zelf (zij hebben de werken tijdens optredens ten gehore gebracht) dan wel van derden, zoals de platenmaatschappij en collectieve auteursrechtenorganisaties als Buma/Stemra.

Nanada en u zijn derhalve toerekenbaar tekort geschoten in de op u en Nanada rustende, voortdurende inspanningsverplichtingen, als gevolg waarvan cliënten schade hebben geleden. Nu de tekortkomingen ten aanzien van (met name) de in het verleden liggende inspanningsverplichtingen niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt door alsnog na te komen en nakoming ten aanzien van deze tekortkomingen dus blijvend onmogelijk is, ontbinden cliënten primair hierbij alle thans nog bestaande muziekuitgavecontracten tussen partijen ter zake van de hiervoor genoemde muziekwerken en ook overigens de volledige uitgeefrelatie. (…)

Subsidiair – uitsluitend voor het geval een rechtbank of daarmee vergelijkbare instantie desgevraagd onverhoopt zal oordelen dat van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming geen sprake is geweest – stellen cliënten zich op het standpunt dat het verwijt voornoemd een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Nanada en/of u oplevert. Hierbij stellen cliënten Nanada en u daarvoor formeel in gebreke. Mede gelet op de regeling die is getroffen tussen Buma/Stemra, de NMUV en de Palm (…) nodig ik u uit om binnen drie maanden na dagtekening van dit schrijven in overleg te treden met cliënten teneinde binnen de genoemde termijn tot volledige consensus te komen omtrent de nakoming van de inspanningsverplichtingen en/of schadevergoeding, bij gebreke waarvan de uitgave-overeenkomsten hierbij reeds nu voor alsdan per 26 november 2010 (gedeeltelijk) buitengerechtelijk worden ontbonden door cliënten en wel vanaf de desbetreffende datum, voor de toekomst. (…)”

2.18. De heer [A], de zoon van [eiser sub 4] (hierna: [A]), heeft [gedaagde sub 1] c.s. en zijn advocaat naar aanleiding van voornoemde brief van

25 augustus 2010 bij brief van 20 oktober 2010 uitgenodigd voor overleg. Dit overleg heeft plaatsgevonden op 5 november 2010 op het kantoor van Nanada c.s., waarbij [eiser sub 4] en [A] namens eisers en [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en de advocaat van [gedaagde sub 1] c.s. namens [gedaagde sub 1] c.s. aanwezig waren.

2.19. [eiser sub 4] heeft bij brief van 10 november 2010 een schriftelijke reactie gegeven op de hiervoor aangehaalde brief van 25 augustus 2010 van de advocaat van [gedaagde sub 1] c.s. In de brief van 10 november 2010 zet [eiser sub 4] uiteen welke inspanningen Nanada c.s. in zijn ogen de afgelopen jaren heeft verricht ter zake de promotie, exploitatie en administratie van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. en tot welke resultaten dat volgens hem heeft geleid.

2.20. Op 26 november 2010 heeft de advocaat van [gedaagde sub 1] c.s. aan Nanada c.s. en Buma/Stemra medegedeeld dat tussen partijen in fase 1 van de Regeling buitengerechtelijke ontbinding geen overeenstemming is bereikt en dat vanaf dat moment fase 2, de buitengerechtelijke ontbinding van de uitgave-overeenkomsten, in werking zal treden. De advocaat van [gedaagde sub 1] c.s. heeft Buma/Stemra in diezelfde brief verzocht de gelden van het betwiste uitgeversdeel in de betreffende muziekwerken te blokkeren.

2.21. Bij brief van 30 november 2010 heeft Buma/Stemra bevestigd dat zij uitvoering zal geven aan de Regeling buitengerechtelijke ontbinding en dat zij het uitgeversdeel in de muziekwerken gedurende een termijn van drie maanden (tot 1 maart 2011) geblokkeerd zal houden.

2.22. Bij brief van 2 maart 2011 heeft Buma/Stemra bericht dat fase 2 van de Regeling buitengerechtelijke ontbinding is verstreken en dat zij de betwiste werken met ingang van 29 november 2010 zal ontdoen van het uitgeversaandeel, hetgeen op grond van het repartitiereglement van Buma/Stemra betekent dat het uitgeversaandeel in de muziekwerken die tot het Buma-repertoire behoren met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010 en die tot het Stemra-repertoire behoren met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2010 aan [gedaagde sub 1] c.s. zullen worden uitgekeerd.

2.23. Na het uitbrengen van de dagvaarding op 20 juli 2011 heeft de advocaat van eisers bij brief van 25 juli 2011 Buma/Stemra verzocht de betwiste aandelen in de opbrengsten van de muziekwerken opnieuw te blokkeren. Buma/Stemra heeft bij brief van 2 augustus 2011 aan partijen bericht dat zij ingevolge artikel 8 lid 2 van het Buma repartitiereglement en artikel 7 lid 2 van het Stemra repartitiereglement de blokkering van de inkomsten voor de uitgaverechten in gang zal zetten.

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. een verklaring voor recht dat de namens [gedaagde sub 1] c.s. ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de met eisers gesloten uitgave-overeenkomsten rechtsgevolg mist dan wel nietig is;

II. een verklaring voor recht dat eisers onverminderd beschikken over de door [gedaagde sub 1] c.s. aan eisers bij overeenkomst overgedragen muziekuitgave-rechten ter zake de muziekwerken;

III. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Buma/Stemra schriftelijk te bevestigen dat eisers onverminderd beschikken over de onder II. bedoelde muziekuitgave-rechten ter zake de muziekwerken, onder overlegging aan Buma/Stemra van een afschrift van het te wijzen vonnis, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 per dag dat deze veroordeling niet, of niet volledig door [gedaagde sub 1] c.s. wordt nagekomen, voor welke dwangsom [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk aansprakelijk is;

IV. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis schriftelijk aan eisers opgave te doen van alle door [gedaagde sub 1] c.s. zonder toestemming en/of medewerking van eisers met derden gesloten of in onderhandeling zijnde exploitatieovereenkomsten en/of uitgave-overeenkomsten ter zake de uitgave van de muziekwerken, en alle daarop betrekking hebbende relevante correspondentie met derde partijen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 per dag dat deze veroordeling niet, of niet volledig door [gedaagde sub 1] c.s. wordt nagekomen, voor welke dwangsom [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk aansprakelijk is;

V. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de schade die door eisers is geleden en nog zal worden geleden ten gevolge van de hiervoor onder sub IV. bedoelde handelingen van [gedaagde sub 1] c.s., waaronder begrepen gederfde inkomsten en overige schade, inclusief reputatieschade van eisers tengevolge van verwarring over de uitgaverechten die door de handelingen van [gedaagde sub 1] c.s. is ontstaan, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

VI. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan de advocaat van eisers schriftelijk opgave te doen, door middel van een door een registeraccountant te ondertekenen verklaring met kopie van alle relevante bescheiden, waaronder afrekeningen van Buma/Stemra van alle gelden, meer in het bijzonder het uitgeversaandeel in de door Buma/Stemra ter zake de muziekwerken geïnde vergoedingen, die door Buma/Stemra met ingang van 30 november 2010 zijn geblokkeerd en na 1 maart 2010 aan [gedaagde sub 1] c.s. (gezamenlijk dan wel afzonderlijk), in plaats van aan eisers, zijn uitgekeerd en deze gelden binnen dezelfde termijn van veertien dagen over te maken op de rekening derdengelden van de advocaat van eisers, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 november 2010 tot aan de dag van algehele voldoening;

VII. [gedaagde sub 1] c.s. ex artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de volledige gerechtskosten en overige kosten die door eisers zijn gemaakt in verband met deze procedure, nader te begroten op grond van een door eisers over te leggen kostenspecificatie, althans, subsidiair, [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure conform het liquidatietarief, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van eisers ex artikel 6:96 sub b en c van het Burgerlijk Wetboek (BW) begroot op een bedrag van EUR 10.000,00 en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 augustus 2010, althans vanaf 20 juli 2011 tot de dag der algehele voldoening.

3.2. Eisers leggen hieraan – kort gezegd – ten grondslag dat de buitengerechtelijke ontbinding van de muziekuitgave-overeenkomsten door [gedaagde sub 1] c.s. niet rechtsgeldig is geschied en geen stand kan houden, omdat zij hebben voldaan aan de op hen rustende (inspannings)verplichtingen ter zake de promotie, exploitatie en administratie van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. op grond van de muziekuitgave-overeenkomsten. Van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [gedaagde sub 1] c.s. is dan ook geen sprake. Eisers menen dat zij op grond van het voorgaande recht hebben op betaling van het door Buma/Stemra op 30 november 2010 geblokkeerde en na 1 maart 2011 aan [gedaagde sub 1] c.s. uitgekeerde uitgeversdeel en op vergoeding van de overige schade die zij ten gevolge van het handelen van [gedaagde sub 1] c.s. stellen te hebben geleden, in welk kader zij tevens opgave vorderen van alle door [gedaagde sub 1] c.s. na de vermeende ontbinding gesloten exploitatieovereenkomsten en/of muziekuitgave-overeenkomsten met betrekking tot het uitgeven van de betreffende muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. Om te voorkomen dat Buma/Stemra ook in de toekomst doorgaat met het ten onrechte aan [gedaagde sub 1] c.s. uitkeren van het uitgeversaandeel in de muziekwerken vorderen eisers dat door [gedaagde sub 1] c.s. aan Buma/Stemra wordt bevestigd dat zij onverminderd beschikken over de muziekuitgave-rechten.

3.3. [gedaagde sub 1] c.s. voert verweer.

[gedaagde sub 1] c.s. voert allereerst aan dat Nanada en [eiser sub 4] niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen jegens [gedaagde sub 1] c.s.

Voorts voert [gedaagde sub 1] c.s. aan dat Nanada c.s. wel degelijk toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar (inspannings)verplichtingen ter zake de promotie, exploitatie en administratie van de muziekwerken op grond van de muziekuitgave-overeenkomsten. Primair stelt [gedaagde sub 1] c.s. zich op het standpunt dat de muziekuitgave-overeenkomsten daarom middels de hiervoor onder 2.17. geciteerde brief per 25 augustus 2010 rechtsgeldig zijn ontbonden, nu sprake is van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming, zodat Nanada c.s. in verzuim is geraakt zonder dat daartoe een ingebrekestelling vereist was. De rechtbank begrijpt de stellingen van [gedaagde sub 1] c.s. aldus dat zij zich subsidiair op het standpunt stelt dat de muziekuitgave-overeenkomsten zijn ontbonden per 26 november 2010, aangezien Nanada c.s. ook na de in de brief van 25 augustus 2010 opgenomen ingebrekestelling (met voorwaardelijke ontbinding) haar (inspannings)verplichtingen uit de uitgave-overeenkomsten niet deugdelijk is nagekomen. Meer subsidiair voert [gedaagde sub 1] c.s. aan dat de uitgave-overeenkomsten met ingang van 28 september 2011 zijn beëindigd althans opgezegd wegens gewijzigde omstandigheden, met name bestaande uit de ernstig verstoorde vertrouwensband tussen partijen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 1] c.s. luidt dat Nanada en [eiser sub 4] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.

4.2. [eiser sub 4] is volgens [gedaagde sub 1] c.s. niet-ontvankelijk in deze procedure omdat hij in persoon geen belang heeft bij de vorderingen die zijn ingesteld, aangezien hij zelf geen partij is bij de desbetreffende muziekuitgave-overeenkomsten. Eisers hebben dit niet weersproken. De rechtbank ziet hierin aanleiding [eiser sub 4] niet-ontvankelijk te verklaren in de door hem ingestelde vorderingen.

4.3. De – door Nanada c.s. betwiste – stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat ook Nanada niet-ontvankelijk is in deze procedure omdat zij geen belang heeft, verwerpt de rechtbank. In de onderhavige zaak staat de vraag centraal of de tussen partijen tot stand gekomen uitgave-overeenkomsten rechtsgeldig door [gedaagde sub 1] c.s. zijn ontbonden of anderszins hun rechtskracht hebben verloren. [gedaagde sub 1] c.s. stelt dat dit het geval is en hij beroept zich daartoe – primair – op de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010. Gelet op het feit dat [gedaagde sub 1] c.s. deze brief aan Nanada heeft geadresseerd en verstuurd, is [gedaagde sub 1] c.s. kennelijk van mening (geweest) dat Nanada een rechtsgeldig belang heeft (gehad) bij de voorliggende overeenkomsten en (daarmee) bij de in deze procedure ingestelde vorderingen. Indien [gedaagde sub 1] c.s. zich thans op het standpunt stelt dat Nanada geen belang (meer) bij de voorliggende overeenkomsten en vorderingen heeft, had het op de weg van [gedaagde sub 1] c.s. gelegen om dit standpunt met concrete feiten of omstandigheden te onderbouwen. [gedaagde sub 1] c.s. heeft dit echter niet (in voldoende mate) gedaan. De enkele stelling dat hem niet is gebleken dat Nanada het juridische eigendom van de muziekuitgave rechten heeft verkregen, is daartoe onvoldoende. De rechtbank acht Nanada daarom ontvankelijk in haar vorderingen.

4.4. Voor zover [gedaagde sub 1] c.s. zijn aanvankelijk ingenomen standpunt handhaaft, dat ook New Dayglow en Nada niet ontvankelijk zijn, overweegt de rechtbank dat ter comparitie door Nanada c.s. is verklaard dat New Dayglow en Nada slechts de economische eigendom van de bij hen in beheer zijnde muziekuitgave-rechten op de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. aan Nanada hebben overgedragen en niet (ook) de juridische eigendom. Dat leidt tot het oordeel dat New Dayglow en Nada belang hebben bij en dus ontvankelijk zijn in de door hen ingestelde vorderingen in deze procedure.

Ontbinding

4.5. Tussen partijen is in geschil of Nanada c.s. toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de op haar rustende contractuele verplichtingen jegens [gedaagde sub 1] c.s. uit hoofde van de muziekuitgave-overeenkomsten en of deze gestelde tekortkoming de buitengerechtelijke ontbinding van de muziekuitgave-overeenkomsten rechtvaardigt.

4.6. Bij die beoordeling staat voorop dat de muziekuitgave-overeenkomsten niet expliciet vermelden wat de contractuele verplichtingen van Nanada c.s. inhouden. Dit betekent dat het voor de beantwoording van de vraag wat de contractuele verplichtingen van Nanada c.s. inhouden, aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan (de bepalingen van) de muziekuitgave-overeenkomsten mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.7. In dit verband stelt de rechtbank vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de contractuele verplichtingen van Nanada c.s. op grond van de muziekuitgave-overeenkomsten inspanningsverplichtingen betreffen en dat Nanada c.s. in dat kader gehouden is werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de promotie, exploitatie en administratie van de muziekwerken die [gedaagde sub 1] c.s. bij Nanada c.s. heeft ondergebracht. De rechtbank begrijpt de stellingen van [gedaagde sub 1] c.s. aldus dat hij meent dat Nanada c.s. zowel ten aanzien van de administratieve werkzaamheden als ten aanzien van de promotie- en exploitatiewerkzaamheden toerekenbaar tekortgeschoten is. De rechtbank zal deze werkzaamheden hierna ieder afzonderlijk beoordelen.

administratieve werkzaamheden

4.8. [gedaagde sub 1] c.s. verwijt Nanada c.s. onder meer dat er onduidelijkheden bestonden over de bij Nanada c.s. ondergebrachte titels. De rechtbank begrijpt dat deze onduidelijkheden inmiddels zijn opgehelderd en dat partijen het ter comparitie erover eens zijn geworden dat het de muziekwerken betreft zoals nader omschreven in de aanvullende productie 37 van de zijde van eisers.

Verder verwijt [gedaagde sub 1] c.s. Nanada c.s. dat er geen controles hebben plaatsgevonden van de Buma/Stemra-statements en andere afrekeningen met betrekking tot de muziekwerken en dat Nanada c.s. hem nooit inzicht heeft gegeven in de verrichte werkzaamheden. Nanada c.s. heeft volgens [gedaagde sub 1] c.s. nagelaten om hem te informeren over belangrijke zaken, zoals het feit dat de in muziekuitgeverij Impala opgenomen muziekwerken, niet meer door Nanada c.s. maar door Intersong Basart althans Strengholt werden beheerd.

4.9. Nanada c.s. betwist dat zij haar administratieve verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en voert daartoe onder andere aan dat zij de Buma/Stemra afrekeningen tijdig en op regelmatige basis controleert aan de hand van de jaarlijkse lijst met optredens van de Golden Earring en de bijbehorende playlists die zij ontvangt van [B], de broer van [gedaagde sub 2] en manager van de Golden Earring, en ook middels releases, bestelnummers en verkoopaantallen. [gedaagde sub 1] c.s. heeft, aldus Nanada c.s., bovendien in het geheel niet onderbouwd op welke punten de Buma/Stemra-statements en andere afrekeningen niet zouden kloppen. Daarbij merkt Nanada c.s. op dat [gedaagde sub 1] c.s. tot op heden nooit bezwaar heeft gemaakt tegen royaltystatements van Nanada c.s. en nimmer heeft laten weten dat deze op enig punt niet juist zouden zijn. Tot slot wijst Nanada c.s. erop dat, ondanks het feit dat op haar geen contractuele verplichting rust om [gedaagde sub 1] c.s. voortdurend op de hoogte te houden van de administratieve controles die door haar zijn uitgevoerd, zij [gedaagde sub 1] c.s. regelmatig heeft geïnformeerd over de gang van zaken, met name middels contacten met [B].

4.10. De rechtbank overweegt als volgt. Voorafgaand aan de beantwoording van de vraag of sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de administratieve verplichtingen door Nanada c.s., dient beoordeeld te worden of in het onderhavige geval voor het intreden van verzuim een voorafgaande ingebrekestelling vereist was. De rechtbank is van oordeel dat de nakoming van de administratieve verplichtingen niet blijvend onmogelijk is, nu deze in beginsel alsnog zouden kunnen worden nagekomen. Indien [gedaagde sub 1] c.s. niet tevreden was over de uitvoering van de administratieve werkzaamheden door Nanada c.s., had hij Nanada c.s. daarvoor ingevolge de artikelen 6:81 en 6:82 BW in gebreke dienen te stellen. Vaststaat dat dit niet is gebeurd, tot het moment dat de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 werd verstuurd. Dit betekent dat er vóór 25 augustus 2010 geen sprake was van verzuim zijdens Nanada c.s., zodat [gedaagde sub 1] c.s. de uitgave-overeenkomsten op genoemde grond in ieder geval tot dat moment niet rechtsgeldig heeft kunnen ontbinden.

Voorts staat tussen partijen weliswaar vast dat [gedaagde sub 1] c.s. Nanada c.s. bij brief van 25 augustus 2010 in gebreke heeft gesteld, maar [gedaagde sub 1] c.s. heeft, in het licht van de betwisting daarvan door Nanada c.s., onvoldoende onderbouwd dat Nanada c.s. ná die ingebrekestelling toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar administratieve verplichtingen uit de muziekuitgave-overeenkomsten. Derhalve is Nanada c.s. dienaangaande niet in verzuim komen te verkeren. Van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding van de muziekuitgave-overeenkomsten vanwege de gestelde toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de administratie verplichtingen, is derhalve geen sprake.

promotie- en exploitatiewerkzaamheden

4.11. Ten aanzien van de promotie- en exploitatiewerkzaamheden geldt, net als bij de administratieve werkzaamheden, dat voorafgaand aan de beantwoording van de vraag of sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van deze werkzaamheden door Nanada c.s., beoordeeld moet worden of in het onderhavige geval voor het intreden van verzuim een voorafgaande ingebrekestelling vereist was. Anders dan bij de administratieve werkzaamheden is de rechtbank bij de promotie- en exploitatiewerkzaamheden van oordeel dat, mocht komen vast te staan dat Nanada c.s. deze verplichtingen in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010 niet naar behoren is nagekomen (waarover hierna meer), wel sprake is van een blijvende onmogelijkheid in de nakoming van deze op Nanada c.s. rustende inspanningsverplichting. Mede gelet op de door [A] ter comparitie gegeven omschrijving van deze werkzaamheden, te weten het onder de aandacht brengen van de muziekwerken bij bijvoorbeeld bands en radiostations zodat de muziekwerken worden gecoverd en gedraaid op de radio, is het onmogelijk om deze gestelde tekortkoming, die ziet op inspanningen die in het verleden (van 2000 tot 25 augustus 2010) hadden moeten plaatsvinden en in de loop van die jaren tot resultaten hadden moeten leiden, alsnog te herstellen. De rechtbank concludeert ten aanzien van de promotie- en explotatiewerkzaamheden derhalve dat ingevolge de artikelen 6:81 en 6:265 lid 2 BW geen voorafgaande ingebrekestelling vereist was om Nanada c.s. in verzuim te laten geraken.

De door Nanada c.s. opgeworpen vergelijking met de bij dagvaarding als productie 13 en 14 overgelegde vonnissen van deze rechtbank van respectievelijk 23 maart 2011 en

6 februari 2008 inzake Universal/[X] (LJN: BQ0866) en Intersong/[X], waarin de muziekuitgevers eerst in gebreke waren gesteld en vervolgens de kans kregen alsnog aan de op hen rustende inspanningsverplichtingen te voldoen, gaat hier niet op. In beide zaken is immers niet de stelling betrokken dat sprake was van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming, zodat daarover ook geen rechterlijk oordeel is gegeven.

4.12. [A] c.s. wordt dan ook gevolgd in haar primaire standpunt, dat ten aanzien van de promotie- en exploitatiewerkzaamheden een ingebrekestelling niet vereist was om in verzuim te geraken.

4.13. Ter beoordeling ligt vervolgens voor de vraag of Nanada c.s. voorafgaand aan de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 toerekenbaar tekort is geschoten in de op haar rustende verplichtingen uit de muziekuitgave-overeenkomsten om promotie- en exploitatiewerkzaamheden uit te voeren.

4.14. Bij die beoordeling is in dit geval niet relevant dat [gedaagde sub 1] c.s. bij Nanada c.s. niet eerder, dat wil zeggen in de periode vanaf 2000 tot aan de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010, heeft geklaagd over het feit dat zij niet tevreden was over de door Nanada c.s. verrichte promotie- en exploitatiewerkzaamheden. Ook voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde sub 1] c.s. verplicht was haar beklag hierover bij Nanada c.s. te doen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan (de bepalingen van) de uitgave-overeenkomsten mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Gezien de aard van de overeenkomst, waarbij, kort gezegd, de auteur voor de duur van het auteursrecht op zijn werk de promotie- en exploitatiewerkzaamheden uitbesteedt aan een derde die daarvoor gedurende de lange looptijd van een dergelijke overeenkomst een vergoeding ontvangt die (deels) afhankelijk is van de met de promotie- en exploitatiewerkzaamheden verkregen inkomsten, mag de auteur er in beginsel op vertrouwen dat zijn belangen goed worden behartigd, ook zonder dat daarop actief toezicht wordt gehouden. Blijkens de ter comparitie door [A] afgelegde verklaring, was Nanada c.s. ermee bekend wat haar (inspannings)verplichtingen inhielden en dus wat [gedaagde sub 1] c.s. op basis daarvan van Nanada c.s. mocht verwachten. Het verwijt van [gedaagde sub 1] c.s. is niet dat de prestatie van Nanada c.s. gebrekkig was, maar dat zij niet of nauwelijks presteerde. Onder die omstandigheden is de bevoegdheid van [gedaagde sub 1] c.s. om zich te beroepen op een tekortkoming niet komen te vervallen, omdat hij niet (tijdig) heeft geklaagd. De rechtbank volgt Nanada c.s. daarom niet in haar betoog dat [gedaagde sub 1] c.s. te laat is met haar protest tegen de vermeende tekortkomingen in de promotie- en exploitatie-inspanningen die in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden.

4.15. Nanada c.s. heeft verder gesteld dat zij haar contractuele verplichting tot het uitvoeren van promotie- en exploitatiewerkzaamheden ten behoeve van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. naar behoren heeft verricht. Daarbij heeft zij erop gewezen dat sprake is van substantiële inkomsten uit de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. die in de afgelopen jaren bovendien stabiel zijn gebleven dankzij haar inspanningen. Ter onderbouwing van haar stelling dat zij zich voldoende heeft ingespannen voor de promotie en exploitatie van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s., wijst Nanada c.s. voorts, ter illustratie, op (zie ook 2.10. tot en met 2.16.) de met Eyewish Groeneveld (2010/2011) en Glorix (2005 en 2007) gesloten deals in verband met commercials waarin een van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. is gebruikt, de beschikbaarheid van alle twintig Golden Earring albums zowel op cd als digitaal via de iTunes Store, via Spotify en via Youtube.com, de herrelease van tien Golden Earring albums op vinyl (2010), de cover van het nummer “Seasons” door de Amerikaanse band The Ettes (2009), de uitgave van “The best of” dubbel-cd (2008), de postzegelserie van TNT Post (2010/2011), de omstandigheid dat Nanada c.s. diverse pitches in binnen- en buitenland heeft gehouden voor het sluiten van compilatiedeals en op gesloten deals met bedrijven actief in de film-, reclame- en game-industrie. Daarnaast zijn er volgens Nanada c.s. diverse synch deals tot stand gekomen en diverse covers uitgebracht met betrekking tot het Golden Earring repertoire. Verder brengt Nanada c.s. een grote hoeveelheid e-mails in het geding waaruit volgens haar blijkt dat zij aan haar inspanningsverplichtingen heeft voldaan.

Volgens Nanada c.s. is het door haar overgelegde bewijs van haar inspanningen ter zake de promotie en exploitatie van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. slechts een deel van het beschikbare bewijs. Zij heeft nader bewijs aangeboden van de door haar dienaangaande verrichte inspanningen vanaf 2000, onder meer in de vorm van aanvullende documenten in verband met deze inspanningen en in de vorm van getuigenverklaringen.

4.16. [gedaagde sub 1] c.s. heeft aangevoerd dat Nanada c.s. de op haar rustende verplichting tot het uitvoeren van promotie- en exploitatiewerkzaamheden niet naar behoren heeft verricht. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. heeft Nanada c.s. in de periode vanaf 2000 tot aan de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 niet of nauwelijks inspanningen verricht ten aanzien van de promotie- en exploitatiewerkzaamheden. De door Nanada c.s. genoemde activiteiten en overgelegde e-mails zien ofwel op werkzaamheden die zijn verricht in de periode ná de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 ofwel op door Red Bullet verrichte werkzaamheden ten aanzien van masterrechten die niet aan Nanada c.s. kunnen worden toegerekend ofwel op werkzaamheden die niet op eigen initiatief van Nanada c.s. zijn ontplooid. Deze zijn daarom niet relevant voor de beoordeling van de vraag of Nanada c.s. de op haar rustende promotie- en exploitatiewerkzaamheden naar behoren heeft verricht, aldus tenslotte [gedaagde sub 1] c.s.

4.17. Op [gedaagde sub 1] c.s. ligt de plicht te stellen en zonodig te bewijzen dat Nanada c.s. tekort is geschoten in de nakoming van de uitgave-overeenkomsten. Met [gedaagde sub 1] c.s. is de rechtbank in dit verband van oordeel dat de door Nanada c.s. tot heden overgelegde stukken waaruit haar inspanningen volgen, voor het overgrote deel betrekking hebben op de periode na de ontbindingsbrief en/of op werkzaamheden die door Red Bullet (waarover hierna meer) zijn verricht en daarom voorshands onvoldoende inzicht geven in de eigen werkzaamheden van Nanada c.s. in de periode van 2000 tot de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010. Over de periode van 2000 tot 2008 heeft Nanada c.s. (nagenoeg) geen onderbouwing gegeven van de door haar verrichte werkzaamheden. De omstandigheid dat de inkomsten voor [A] c.s. uit de exploitatie van de muziekwerken de afgelopen jaren stabiel zijn gebleven, kan hieraan niet afdoen, reeds omdat [gedaagde sub 1] c.s. hierover onvoldoende weersproken heeft gesteld dat haar inkomsten (veel) hoger zouden zijn geweest als Nanada c.s. meer zou hebben gedaan aan exploitatie en promotie van de muziekwerken. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde sub 1] c.s. in het licht van de tot zover door Nanada c.s. gegeven onderbouwing van de door haar ten behoeve van [gedaagde sub 1] c.s. verrichte promotie- en exploitatiewerkzaamheden voorshands, behoudens door Nanada c.s. te leveren tegenbewijs, heeft bewezen dat Nanada c.s. in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010 niet aan de op haar rustende inspanningsverplichtingen ter zake heeft voldaan. Nu Nanada c.s. zich bereid heeft verklaard een overzicht van alle door haar in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010 verrichte exploitatie- en promotiewerkzaamheden, voorzien van bewijsmateriaal in het geding te brengen alsmede getuigen te doen horen, zal de rechtbank Nanada c.s. in de gelegenheid stellen tegenbewijs te leveren. Zij kan dit tegenbewijs desgewenst onder andere leveren door het door haar aangeboden overzicht van werkzaamheden in het geding te brengen waarbij Nanada c.s. het navolgende in acht dient te nemen.

4.18. Alleen de werkzaamheden die zijn verricht voor muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. waarvan Nanada c.s. de muziekuitgave-rechten heeft, kunnen bijdragen aan het te leveren bewijs. Werkzaamheden verricht voor muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s., waarvan Red Bullet de masterrechten heeft, maar waarvan Nanada c.s. geen uitgave-rechten heeft, kunnen daaraan dus niet bijdragen. Het door Nanada c.s. gestelde positieve effect van inspanningen die zijn verricht voor de exploitatie van masterrechten van muziekwerken die bij Red Bullet zijn ondergebracht, op de exploitatie van uitgaverechten van muziekwerken die niet bij Nanada c.s. zijn ondergebracht, is onvoldoende onderbouwd. Voorts kan Nanada c.s. niet uitsluitend steunen op de door haar gestelde voordelen van haar samenwerking met Red Bullet. Op grond van de tussen Nanada c.s. en [A] c.s. gesloten muziekuitgave-overeenkomsten rust op Nanada c.s. een eigen contractuele verplichting, het verrichten van promotie- en exploitatiewerkzaamheden voor de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. waarvan de muziekuitgave-rechten bij haar zijn ondergebracht, ongeacht of de masterrechten van die muziekwerken bij Red Bullet berusten. De door Red Bullet verrichte inspanningen kunnen niet als bewijs gelden voor de eigen inspanningen van Nanada c.s.. Red Bullet exploiteert immers naburige rechten en Nanada c.s. auteursrechten, hetgeen verschillende werkzaamheden en verantwoordelijkheden met zich brengt.

4.19. Voorts geldt dat Nanada c.s. ingevolge de muziekuitgave-overeenkomsten in beginsel gehouden is om alle bij haar ondergebrachte muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. te promoten en te exploiteren, ook de gedateerde en minder populaire werken uit het repertoire van de Golden Earring. [gedaagde sub 1] c.s. kan echter niet in redelijkheid van Nanada c.s. verwachten dat zij aan alle muziekwerken evenveel tijd en aandacht besteedt. Het ligt derhalve voor de hand dat Nanada c.s. ten aanzien van de gedateerde, minder populaire muziekwerken minder inspanningen verricht dan ten aanzien van de meer populaire werken.

4.20. Zoals door [A] ter comparitie is bevestigd aan de hand van de door hem gegeven omschrijving van de werkzaamheden van Nanada c.s., is Nanada c.s. gehouden om ook op eigen initiatief promotie- en exploitatie-inspanningen ten behoeve van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. te verrichten. Uiteraard dient Nanada c.s. mee te werken aan verzoeken van anderen die gericht zijn op exploitatie- en promotieactiviteiten aangaande de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s., maar de contractuele inspanningsverplichting van Nanada c.s. omvat meer, waaronder bijvoorbeeld het uit zichzelf benaderen van exploitanten, bands en radiostations.

4.21. Partijen zijn het erover eens dat het in de onderhavige procedure uitsluitend gaat over de door Nanada c.s. verrichte inspanningen vanaf het jaar 2000. Hiervoor onder 4.11. en 4.12. is reeds geoordeeld dat, indien zou komen vast te staan dat Nanada c.s. haar inspanningsverplichtingen aangaande de promotie- en exploitatiewerkzaamheden niet naar behoren is nagekomen, het gaat om een blijvende onmogelijkheid in de nakoming waarvoor geen verzuim middels een ingebrekestelling vereist is. Bij het door Nanada c.s. te leveren bewijs van de door Nanada c.s. verrichte exploitatie- en promotiewerkzaamheden zijn derhalve slechts de door Nanada c.s. verrichte inspanningen tot aan het moment van de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 relevant. De rechtbank verlangt van Nanada c.s. dan ook – samenvattend – een overzicht over de periode van 2000 tot 25 augustus 2010, waarin zij per jaar aangeeft welke exploitatie- en promotiewerkzaamheden zij heeft verricht ten behoeve van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s., voorzien van bewijs en met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.18 tot en met 4.20. is overwogen.

4.22. Indien de rechtbank naar aanleiding van het door Nanada c.s. verstrekte activiteitenoverzicht met bewijsmateriaal tot de conclusie komt dat Nanada c.s. zich in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010 onvoldoende heeft ingespannen, zal als vaststaand tussen partijen aangenomen moeten worden dat Nanada c.s. toerekenbaar tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen terzake de promotie- en exploitatiewerkzaamheden voortvloeiend uit de muziekuitgave-overeenkomsten.

4.23. Voor zover Nanada c.s. voor dat geval heeft bedoeld te betogen dat de (gestelde) onderhavige tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt, wordt hieraan vanwege een onvoldoende concrete onderbouwing voorbijgegaan. De alsdan aan te nemen tekortkoming van Nanada c.s. ziet op één van de uit de muziekuitgave-overeenkomsten voortvloeiende kernprestaties van Nanada c.s. [gedaagde sub 1] c.s. is voor zijn inkomsten bovendien deels afhankelijk van de inkomsten die de betreffende muziekwerken voor hem genereren. Een tekortschieten van Nanada c.s. in de promotie en exploitatie van de muziekwerken, die [A] c.s., kan zonder nadere toelichting – die ontbreekt – derhalve niet worden aangemerkt als een tekortkoming van geringe betekenis die de ontbinding niet rechtvaardigt. Op grond van het voorgaande geldt dus dat, in het geval de rechtbank op basis van het door Nanada c.s. te verstrekken overzicht voorzien van bewijsmiddelen tot het oordeel komt dat Nanada c.s. zich onvoldoende heeft ingespannen, [gedaagde sub 1] c.s. de muziekuitgave-overeenkomsten tussen hem en Nanada c.s. per 25 augustus 2010 rechtsgeldig heeft ontbonden, met als conclusie dat alle vorderingen van Nanada c.s. alsdan zullen worden afgewezen.

4.24. Indien het door Nanada c.s. te verstrekken overzicht, voorzien van bewijzen, de conclusie rechtvaardigt dat Nanada c.s. wel voldoende inspanningen heeft verricht, zal het oordeel van de rechtbank luiden dat Nanada c.s. ten aanzien van haar contractuele verplichting terzake de promotie- en exploitatiewerkzaamheden niet toerekenbaar tekort is geschoten, zodat de muziekuitgave-overeenkomsten ook op die grond niet rechtsgeldig bij brief van 25 augustus 2010 zijn ontbonden.

4.25. Voor laatstbedoeld geval komt de rechtbank toe aan beoordeling van het subsidiaire standpunt van [gedaagde sub 1] c.s., dat Nanada c.s. – naar de rechtbank begrijpt – na bij brief van 25 augustus 2010 ingebreke te zijn gesteld, in verzuim is geraakt doordat zij haar verplichtingen uit de muziekuitgaveovereenkomsten niet is nagekomen en de muziekuitgave-overeenkomsten daarom per 26 november 2010 zijn ontbonden. De rechtbank overweegt voor dat geval reeds nu dat [gedaagde sub 1] c.s. zijn stelling, dat na de ontbindingsbrief onvoldoende inspanningen zijn verricht, onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft zijn stellingen over de gestelde tekortkomingen toegespitst op de periode vóór de ontbindingsbrief en heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan ook in de periode na de ontbindingsbrief van 25 augustus 2010 tot 26 november 2010 sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming van de muziekuitgave-overeenkomsten. De rechtbank zal in dat geval dan ook oordelen dat de muziekuitgave-overeenkomsten niet rechtsgeldig per 26 november 2010 zijn ontbonden.

4.26. In laatstbedoeld geval komt de rechtbank ook toe aan de beoordeling van de meer subsidiaire stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat de muziekuitgave-overeenkomsten met ingang van 28 september 2011 zijn beëindigd, althans opgezegd wegens gewijzigde omstandigheden, met name bestaande uit de ernstig verstoorde vertrouwensband tussen partijen.

Beëindiging/opzegging

4.27. [gedaagde sub 1] c.s. stelt zich meer subsidiair op het standpunt dat een vruchtbare samenwerking tussen partijen niet langer mogelijk is nu mede ten gevolge van de in het verleden tussen partijen gerezen geschillen (zie hiervoor onder 2.7 tot en met 2.9) thans ieder vertrouwen tussen partijen ontbreekt. Er is sprake van duurzame ontwrichting en wegens de verstoorde verhoudingen kan niet langer van [gedaagde sub 1] c.s. gevergd worden om met Nanada c.s. samen te werken, aldus [gedaagde sub 1] c.s. Op basis daarvan voert [gedaagde sub 1] c.s. aan dat hij alle onderliggende muziekuitgave-overeenkomsten althans de gehele uitgeefrelatie met Nanada c.s. met onmiddellijke ingang (de rechtbank begrijpt per datum van de conclusie van antwoord; 28 augustus 2011) wil beëindigen wegens gewijzigde omstandigheden.

4.28. De rechtbank begrijpt de stellingen van [gedaagde sub 1] c.s. in dit kader aldus dat [gedaagde sub 1] c.s. meent dat de voorliggende muziekuitgave-overeenkomsten duurovereenkomsten zijn die in beginsel ingevolge de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) tussentijds opzegbaar zijn. Dat de overeenkomsten duurovereenkomsten zijn, wordt door Nanada c.s. niet betwist. De rechtbank volgt [gedaagde sub 1] c.s. in zijn uitgangspunt dat de bevoegdheid tot opzegging van dergelijke overeenkomsten uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid kan voorvloeien.

4.29. Nanada c.s. voert in dit kader aan dat [gedaagde sub 1] c.s. niet met een beroep op de redelijkheid en billijkheid ontbinding kan vorderen van de uitgeefrelatie op basis van een

– volgens Nanada c.s. door [gedaagde sub 1] c.s. zelf moedwillig veroorzaakte – verstoorde vertrouwensrelatie. De rechtbank begrijpt hieruit dat Nanada c.s. de meer subsidiaire grondslag van [gedaagde sub 1] c.s. opvat als een ontbindingsgrond op basis van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW in plaats van als een tussentijdse opzegging van een duurovereenkomst. Gelet hierop zal de rechtbank Nanada c.s. in de gelegenheid stellen zich bij akte alsnog uit te laten over de door [gedaagde sub 1] c.s. opgeworpen tussentijdse opzegging van de duurovereenkomsten tussen partijen. [gedaagde sub 1] c.s. zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte op deze akte van Nanada c.s. te reageren.

Proceskosten

4.30. Nanada c.s. vordert vergoeding van de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, nu deze procedure volgens Nanada c.s. moet worden aangemerkt als een procedure gericht op het handhaven van intellectuele eigendomsrechten. De procedure heeft immers betrekking (althans indirect) op de handhaving van auteursrechten in de relatie tussen uitgever en auteur, aldus Nanada c.s. Voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat artikel 1019h Rv niet van toepassing is, vordert Nanada c.s. subsidiair vergoeding van de proceskosten conform het liquidatietarief, vermeerderd met een bedrag van EUR 10.000,00 aan buitengerechtelijke kosten.

4.31. [gedaagde sub 1] c.s. maakt in zijn conclusie van antwoord eveneens aanspraak op een volledige proceskostenvergoeding conform artikel 1019h Rv, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente. Ter comparitie heeft [gedaagde sub 1] c.s. zich echter primair op het standpunt gesteld dat artikel 1019h Rv niet van toepassing is in het onderhavige geval.

4.32. De rechtbank overweegt dat het geschil tussen partijen in essentie de vraag betreft of Nanada c.s. toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitvoering van haar contractuele verplichtingen jegens [gedaagde sub 1] c.s. op grond van de muziekuitgave-overeenkomsten en of deze (gestelde) tekortkoming de buitengerechtelijke ontbinding van de uitgave-overeenkomsten rechtvaardigt. Aangezien dit een verbintenisrechtelijk geschil betreft, dat niet ziet op de vraag of sprake is van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, is artikel 1019h Rv niet van toepassing. De rechtbank zal voor de proceskostenveroordeling derhalve aansluiting zoeken bij het liquidatietarief.

4.33. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal iedere verdere beslissing omtrent de proceskosten worden aangehouden.

4.34. Voor het overige zal iedere verdere beslissing eveneens worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. laat Nanada c.s., met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.17. tot en met 4.21. is overwogen, toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat zij de uit hoofde van de muziekuitgave-overeenkomsten op haar rustende promotie- en exploitatie-inspanningen ten behoeve van de muziekwerken van [gedaagde sub 1] c.s. in de periode van 2000 tot 25 augustus 2010 niet naar behoren heeft verricht;

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 mei 2012 voor uitlating door Nanada c.s. of zij bewijs wil leveren door het horen van getuigen en/of door (een) ander(e) bewijsmiddel(en);

5.3. bepaalt dat indien Nanada c.s. het bewijs door middel van getui¬gen wil leveren, zij de verhinderdata van de getuigen en van de partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met september 2012 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

5.4. bepaalt dat indien Nanada c.s. het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden ten overstaan van mr. I.H.J. Konings als rechter-commissaris;

5.5. bepaalt dat indien Nanada c.s. het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, Nanada c.s. dit binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank – ter attentie van de roladministratie van de sector civiel – en aan de wederpartij moet opgeven; in dat geval zal het getuigenverhoor geen doorgang vinden en zal de zaak naar een nader te bepalen rolzitting worden verwezen voor het nemen van een akte met dit doel door Nanada c.s.;

5.6. bepaalt dat beide partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;

5.7. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 juni 2012 voor het nemen van een akte aan de zijde van Nanada c.s. als hiervoor onder 4.29 omschreven; waarna [gedaagde sub 1] c.s. de gelegenheid krijgt voor het nemen van een antwoordakte;

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings, mr. A.R.P.J. Davids en mr. L.R. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2012.?