Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7787

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
07-06-2012
Zaaknummer
514682 / KG ZA 12-479 Pee/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding voor Amsterdams speciaal openbaar vervoer (AOV).

Wetsverwijzingen
Wet personenvervoer 2000
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2012/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 514682 / KG ZA 12-479 Pee/MV

Vonnis in kort geding van 7 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STADSMOBIEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 13 april 2012,

advocaat mr. G.J. van de Wetering te Enschede,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM (DIENST WONEN ZORG EN SAMENLEVEN),

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. D.J.L. van Ee te Amsterdam.

en tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONNEXXION TAXI SERVICES B.V.,

gevestigd te IJsselmuiden,

gevoegde partij aan de zijde van gedaagde,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Stadsmobiel, de Gemeente Amsterdam en Connexxion worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 22 mei 2012 heeft Stadsmobiel gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd zoals hierna onder 3.1 te melden en zoals is opgenomen op de laatste pagina van de pleitnota van de raadsman van Stadsmobiel. Een kopie van die pagina zal eveneens aan dit vonnis worden gehecht. De Gemeente Amsterdam heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Connexxion heeft een incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van de Gemeente Amsterdam ingediend. Ter zitting is de voeging toegestaan. Stadsmobiel en de Gemeente Amsterdam hebben producties in het geding gebracht. Stadsmobiel heeft voorafgaand aan de zitting niet alle producties aan Connexxion ter beschikking gesteld. Na bezwaar hiertegen van de zijde van Connexxion heeft de voorzieningenrechter Stadsmobiel de keuze gelaten de desbetreffende producties uit het geding terug te trekken dan wel de producties alsnog ter zitting ook aan Connexxion ter beschikking te stellen. Stadsmobiel heeft voor de laatste mogelijkheid gekozen. Alle partijen hebben een pleitnota in het geding gebracht.

Ter zitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

Aan de zijde van Stadsmobiel: [persoon 1] met mr. Van de Wetering.

Aan de zijde van de Gemeente Amsterdam: [persoon 2] met mr. Van Ee.

Aan de zijde van Connexxion: [persoon 3] met mr. Van Nouhuys.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Op 2 februari 2012 heeft de Gemeente Amsterdam de aankondiging gepubliceerd van een Europese openbare aanbesteding voor Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) Perceel A (hierna de opdracht). Het betrof een heraanbesteding. De opdracht is eerder eind 2011 aanbesteed. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 5 december 2011 is de Gemeente Amsterdam op vordering van Stadsmobiel veroordeeld de opdracht opnieuw aan te besteden vanwege onrechtmatigheden in de procedure.

2.2. Als productie 2 heeft Stadsmobiel de Aanbestedingsleidraad in het geding gebracht. Hierbij behoort een Programma van Eisen dat eveneens (als onderdeel van productie 2) in het geding is gebracht. Onder punt 3.3 van de Aanbestedingsleidraad is onder meer het volgende opgenomen:

Indien een inschrijver zich afvraagt hoe een onderdeel van het bestek te moeten interpreteren, dan dient hij van de mogelijkheid hierover vragen te stellen gebruik te maken. Heeft hij deze mogelijkheid onbenut gelaten dan is misinterpretatie voor rekening en risico van de inschrijver.

Als producties 3 en 4 heeft zij twee Nota’s van Inlichtingen in het geding gebracht. Delen van de inschrijving van Stadsmobiel heeft zij overgelegd als productie 5. In hoofdstuk 5 van de Aanbestedingsleidraad zijn de gunningscriteria opgenomen. Deze criteria bestaan uit Prijs en Kwaliteit, waarbij Kwaliteit bestaat uit zeven onderdelen, te weten Implementatie- en Uitvoeringsplan, Communicatieplan, Case 1, Case 2, Case 3, Case 4 en Duurzaamheid. Het maximaal aantal te behalen punten voor Kwaliteit bedroeg 40. Het Implementatie- en Uitvoeringsplan mocht maximaal 3200 woorden bevatten. Het Communicatieplan mocht maximaal 1000 woorden bevatten. De vier Cases droegen de titel Calamiteit, Agressie, Storing en Structurele problemen.

2.3. Bij brief van 30 maart 2012 van de Gemeente Amsterdam gericht aan Stadsmobiel is Stadsmobiel medegedeeld dat de opdracht niet aan haar zal worden gegund. Volgens de brief is de Gemeente Amsterdam voornemens de opdracht aan Connexxion te gunnen. In de brief is opgenomen dat Stadsmobiel en Connexxion op het onderdeel prijs een gelijke score hebben behaald. Voor het onderdeel kwaliteit heeft Stadsmobiel 31,4 punten behaald. Connexxion heeft 31,6 punten behaald. In de brief van 30 maart 2012 zijn in totaal 13 redenen genoemd (die zien op de onderdelen Implementatie- en Uitvoeringsplan, Communicatieplan, Case 2 en Case 4) waarom Stadsmobiel niet het maximale aantal punten is toegekend. In de brief is niet opgenomen waarom aan Connexxion meer punten zijn toegekend.

In de brief van 30 maart 2012 van de Gemeente Amsterdam is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

Implementatie- en uitvoeringsplan:

(…)

Voor dit kwaliteitsaspect heeft u niet het maximum aantal punten behaald, met name omdat:

- De klachtenprocedure niet voldoende is uitgewerkt. Er wordt onvolledig beschreven hoe klachten worden afgehandeld:

- Er geen aandacht besteed is aan de continue werving van personeel in de periode na de implementatie;

- De samenwerking met de verliezende partij niet voldoende concreet is beschreven wat betreft het samenwerken met de verliezende vervoerder om het personeel te informeren en over te nemen. Ook wordt het overnemen van ritgegevens zoals herhaalritten niet benoemd.

- Er bij het uitvoeren van het groepsvervoer geen aandacht is geschonken aan samenwerking met de vervoerder van perceel B.

Communicatieplan

(…)

Voor dit kwaliteitsaspect heeft u niet het maximum aantal punten behaald, met name omdat:

- Het aansluiten op de doelgroep onvoldoende beschreven is. Bijvoorbeeld aandacht voor de communicatie met een doelgroep als cliënten met een cognitieve beperking ontbreekt;

- Er onvoldoende wordt ingegaan op de communicatiemiddelen die worden ingezet om de cliënt te bereiken. De mogelijkheden van technische hulpmiddelen in de communicatie wordt onvoldoende concreet beschreven bijvoorbeeld informatieschermen bij taxipoints of in de voertuigen;

- Gelet op een efficiënte dienstverlening is er in onvoldoende mate aandacht voor communicatie met belangrijke actoren in het netwerk van cliënt, zoals instellingen, ziekenhuizen en woon- en zorgcentra. Informatie- en voorlichtingsbijeenkomsten worden niet genoemd;

- Bij het voorkomen van loosritten niet voldoende wordt ingegaan op preventieve maatregelen om loosritten te voorkomen:

(…)

Case 2

(…)

Voor deze case heeft u niet het maximum aantal punten gekregen, met name omdat:

- Er niet volledig is uitgewerkt wat de mogelijke oplossing voor toekomstige ritten is. Ook de mogelijkheid dat deze cliënt in overleg met de opdrachtgever (tijdelijk) niet (meer) geschikt is voor het AOV wordt niet benoemd;

- Er in de casebeschrijving onvoldoende sprake is van het betrekken van de opdrachtgever bij het vervolgtraject.

(…)

Case 4

(…)

Voor case 4 heeft u niet het maximum aantal te behalen punten gekregen, met name omdat:

- Een effectieve aanpak van deze case is dat de-escalerend dient te worden opgetreden. Het contact met de instelling is hierin doorslaggevend. De urgentie van de situatie is onvoldoende herkend;

- De communicatie met de instelling is niet opgeschaald naar een hoger niveau. Er is niet direct op managementniveau met de betrokken instelling contact opgenomen voor persoonlijk overleg bij de instelling ter plekke;

- Er onvoldoende wordt geborgd dat de persdreiging afneemt.

2.4. Op 10 april 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Stadsmobiel en de Gemeente Amsterdam. Ten behoeve van dit gesprek heeft Stadsmobiel een notitie opgesteld met daarin opgenomen een aantal vragen die zien op de onderdelen Implementatie- en Uitvoeringsplan, Communicatieplan, Case 2 en Case 4 (productie 7 van Stadsmobiel).

2.5. Bij brief van 12 april 2012 (productie 8 van Stadsmobiel) heeft de raadsman van Stadsmobiel de Gemeente Amsterdam onder meer verzocht om voor de 13 redenen zoals genoemd in de brief van 30 maart 2012 (zie 2.3) aan te geven of Connexxion de desbetreffende punten wel heeft aangeboden althans beter heeft aangeboden of beschreven dan Stadsmobiel.

2.6. Bij brief van de Gemeente Amsterdam van 13 april 2012 (productie 1 van de Gemeente Amsterdam) is de raadsman van Stadsmobiel onder meer het volgende medegedeeld:

De dienst WZS heeft bij brief van 30 maart en in het gesprek van 10 april j.l. uitgebreid toegelicht wat de motivering van het voorgenomen gunningsbesluit is. Daarbij is inzicht gegeven in de relatieve scores op de verschillende onderdelen van Connexxion ten opzichte van die van Stadsmobiel. Daarnaast is op elk punt van de vragen die Stadsmobiel voor het gesprek van 10 april had ingeleverd zo goed mogelijk ingegaan, hoewel de vragen eerst vlak voor de bespreking zijn ontvangen.

Aanvullend daarop zullen we ingaan op de punten waarbij de inschrijving van Connexxion inderdaad beter heeft aangeboden.

Implementatie en uitvoeringsplan

Score: Stadsmobiel 4 en Connexxion 4

De samenwerking met de verliezende partij is in de inschrijving van Connexxion concreet en uitgebreider beschreven.

Communicatie met de cliënt

Score: Stadsmobiel 2 en Connexxion 3

De aansluiting op de doelgroep is door Connexxion concreet beschreven waarbij specifieke aandacht is voor de verschillende kenmerken van de doelgroep en de gevolgen voor de communicatie.

Connexxion biedt een uitgebreid pakket aan communicatiemiddelen met de cliënt aan en beschrijft hoe ze worden ingezet.

Connexxion besteedt aandacht aan de belangrijke actoren in het netwerk van de cliënt zoals instellingen, stadsdelen, zorgloketten, ziekenhuizen en woon- en zorgcentra. Hier worden diverse communicatiemiddelen voor ingezet.

Connexxion noemt diverse preventieve maatregelen om loosritten te voorkomen.

Case 2

Score: Stadsmobiel 4 en Connexxion 4

Connexxion heeft een concrete oplossing voor toekomstige ritten uitgewerkt, die bijdraagt aan een effectieve dienstverlening.

Case 3

Score: Stadsmobiel 3 en Connexxion 3

Connexxion beschrijft een concrete effectieve de-escalerende aanpak.

Met de brief van 30 maart, het gesprek van 10 april en bovenstaande informatie hebben wij afdoende gemotiveerd hoe we tot de voorgenomen gunning zijn gekomen.

(…)

2.7. Bij brief van 15 mei 2012 van Stadsmobiel (productie 9 van Stadsmobiel) is de Gemeente Amsterdam onder meer het volgende medegedeeld:

1. Wij hebben u tijdens de bespreking van 10 april jl. reeds gevraagd om de namen en functies van de beoordelaars uit het beoordelingsteam plus de scores die de individuele beoordelaars op elk van de criteria hebben toegekend aan ons en aan Connexxion. De gemeente heeft transparantie op dit punt geweigerd. (…)

2. In uw brief van 13 april jl. noemt u enkele punten die Connexxion beter zou hebben aangeboden dan wij. Iedere onderbouwing daarvan ontbreekt echter, (…). Wij verzoeken u die onderbouwing alsnog te geven, (…)

3. Bovendien gaat uw brief van 13 april jl. niet in op alle aandachtsstreepjes uit uw brief van 30 maart 2012, maar slechts op 7 van de 13. Wij verzoeken u de ontbrekende informatie alsnog te verstrekken.

4. Overigens vragen wij ons af of de aanbieding van Stadsmobiel naar de mening van de gemeente ook punten bevat die beter zijn dan de aanbieding van Connexxion. Op dit punt heeft u geen enkele informatie verstrekt. Wij verzoeken u ook hierin transparantie te betrachten en dit puntsgewijs bekend te maken. (…)

2.8. Bij e-mail van de Gemeente Amsterdam van 15 mei 2012 (productie 10 van Stadsmobiel) is Stadsmobiel onder meer het volgende medegedeeld:

De gemeente heeft u bij meerdere gelegenheden (…) uitgelegd waarom Stadsmobiel de aanbesteding niet heeft gewonnen alsook op welke punten Stadsmobiel minder heeft gescoord dan de winnende inschrijver Connexxion. (…)

De gemeente ziet dan ook geen aanleiding u om in dit stadium nog een verdere toelichting te verstrekken.

3. Het geschil

3.1. Stadsmobiel vordert na wijziging van eis – samengevat weergegeven – het volgende:

Primair:

1. de Gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan Connexxion;

2. de Gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan Stadsmobiel anders dan na een heraanbesteding;

Subsidiair:

1. de Gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan Connexxion;

2. de Gemeente Amsterdam te gebieden – voor zover zij de opdracht aan een derde wenst te gunnen – de inschrijvingen integraal of op bepaalde onderdelen opnieuw te laten beoordelen door onafhankelijke deskundigen;

3. de Gemeente Amsterdam te gebieden Stadsmobiel een termijn van 15 dagen te bieden na de herbeoordeling teneinde een kort geding aanhangig te maken indien de Gemeente Amsterdam niet voornemens is de opdracht aan Stadsmobiel te gunnen;

4. de Gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht te gunnen voordat de onder 3 genoemde termijn van 15 dagen is verstreken en hangende een eventueel door Stadsmobiel aanhangig te maken kort geding;

Primair en subsidiair:

alles op straffe van dwangsommen en met veroordeling van de Gemeente Amsterdam in de kosten van dit geding.

3.2. Connexxion vordert in het incident de vorderingen van Stadsmobiel niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen.

3.3. Stadsmobiel legt aan haar vorderingen – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag. Zij heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van de vorderingen. Stadsmobiel is opgericht om het AOV in Amsterdam te verzorgen – zij heeft 150 medewerkers in dienst – en indien zij de opdracht niet krijgt zal zij haar deuren moeten sluiten. Stadsmobiel is van mening dat de beoordeling door de Gemeente Amsterdam niet deugt. De Gemeente Amsterdam heeft zichzelf te veel vrijheid veroorloofd en daardoor zijn op onjuiste wijze punten toegekend. Zij heeft niet ieder risico op willekeur of favoritisme uitgesloten. Anderzijds heeft de Gemeente Amsterdam niet al hetgeen Stadsmobiel in haar inschrijving heeft opgenomen meegenomen in de beoordeling. Er zijn dan ook onterecht punten aan Stadsmobiel onthouden.

Ter toelichting op het eerste punt (te veel vrijheid voor de Gemeente Amsterdam) voert Stadsmobiel het volgende aan.

Er is sprake van zeer open en subjectieve gunningscriteria waarbij meerdere aspecten beoordeeld worden. Dit heeft tot gevolg dat de Gemeente Amsterdam zich een grote mate van vrijheid en subjectiviteit heeft verschaft. De Gemeente Amsterdam heeft nagelaten haar beoordeling te objectiveren door (1) de inschrijvingen niet anoniem te beoordelen, (2) de inschrijvingen niet door een onafhankelijk deskundige te laten beoordelen, (3) niet bekend te maken hoeveel beoordelaars er zijn noch hun namen en functies, (4) niet de individuele scores van de beoordelaars bekend te maken en (5) het eindcijfer per gunningscriterium niet te laten bepalen door een gemiddelde van de individuele scores van de beoordelaars. Dat de Gemeente Amsterdam al deze punten in acht had moeten nemen, blijkt uit vaste jurisprudentie. Bovendien heeft de Gemeente Amsterdam de inschrijving van Stadsmobiel tevens beoordeeld op basis van criteria die niet in het bestek zijn opgenomen. Blijkens de eerste Nota van Inlichtingen heeft Stadsmobiel vragen gesteld over de “onduidelijke brei” van beoordelingspunten, maar zij kreeg hierop een ontwijkend antwoord. Een en ander dient te leiden tot heraanbesteding. Van belang hierbij is dat het verschil in score tussen Stadsmobiel en Connexxion miniem is. Een correcte beoordeling van de Gemeente Amsterdam luistert onder deze omstandigheid zeer nauw. Bovendien moeten om deze reden hoge eisen aan de motivering worden gesteld. De beoordeling van de Gemeente Amsterdam lijkt verder af te wijken van het bestek en lijkt te zijn gebaseerd op de inhoud van (één van) de inschrijvingen. Ook dit is niet toegestaan vanwege het risico op willekeur en favoritisme.

Ter toelichting op het tweede punt (niet al hetgeen Stadsmobiel heeft aangeboden is meegenomen in de beoordeling) voert Stadsmobiel het volgende aan.

Een voorbeeld hiervan is de klachtenprocedure die volgens de afwijzingsbrief van de Gemeente Amsterdam niet voldoende zou zijn uitgewerkt. Stadsmobiel is het hier niet mee eens. Bij het Implementatie- en Uitvoeringsplan heeft Stadsmobiel onder meer verwezen naar Case 4, waarbij Stadsmobiel een uitgebreide beschrijving geeft over het registreren en afhandelen van klachten. De Gemeente Amsterdam heeft de verwijzing naar Case 4 ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Verder heeft de Gemeente Amsterdam in het kader van het Implementatie- en Uitvoeringsplan ten onrechte te weinig punten toegekend voor de werving van personeel en de samenwerking met de verliezende partij. Ook bij het gunningscriterium Communicatie heeft de Gemeente Amsterdam onvoldoende kennis genomen van hetgeen Stadsmobiel heeft aangeboden. Bovendien heeft Stadsmobiel in de eerste aanbesteding voor min of meer hetzelfde Communicatieplan 4 punten gescoord en in deze aanbesteding slechts 2. Dit is onverklaarbaar en duidt op subjectiviteit. De onderdelen Aansluiten bij de doelgroep, Communicatiemiddelen en het Voorkomen van loosritten zijn door Stadsmobiel uitgebreid beschreven en niet kan worden ingezien wat de Gemeente Amsterdam op deze punten nog meer zou wensen. Ook ten aanzien van de gunningscriteria Case 2 en Case 4 heeft Stadsmobiel meer dan voldoende aangevoerd en kan niet worden ingezien waarom zij niet het volledige aantal punten heeft gekregen.

3.4. De Gemeente Amsterdam en Connexxion hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen van Stadsmobiel. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Stadsmobiel heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. Niet is bestreden dat het voortbestaan van Stadsmobiel en/of de werkgelegenheid die zij biedt op het spel komt te staan indien de opdracht niet aan haar wordt gegund.

4.3. Uitgangspunt is dat een aanbestedende dienst een zekere mate van beoordelingsvrijheid heeft bij de beoordeling van inschrijvingen aan de hand van de gunningscriteria. In geval de aanbestedende dienst niet in redelijkheid tot de toekenning van een bepaalde puntenscore van een inschrijver heeft kunnen komen, kan er aanleiding voor de voorzieningenrechter bestaan om in te grijpen. De voorzieningenrechter dient derhalve marginaal te toetsen of de door de aanbestedende dienst toegekende scores binnen haar beoordelingsvrijheid vallen en of de aanbestedingsprocedure op een correcte wijze is uitgevoerd. Met andere woorden, de voorzieningenrechter mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar beoordeelt slechts of het resultaat van de beoordeling (de puntenscore plus motivering) van de inschrijving zijn grondslag vindt in de aanbestedingsstukken.

Verder stelt de voorzieningenrechter voorop dat het duiden en waarderen van concrete verschillen tussen aanbiedingen van inschrijvers – anders dan Stadsmobiel heeft betoogd – niet automatisch het introduceren van nieuwe gunningscriteria tot gevolg heeft. Hiervan is slechts sprake als een inschrijver een bepaalde (concrete) toepassing van de gunningscriteria niet behoefde te verwachten en die (concrete) toepassing van de gunningscriteria – als zij vooraf bekend was geweest – ook tot andere aanbiedingen had geleid.

4.4. Over de inschrijving van Stadsmobiel en de beoordeling hiervan door de Gemeente Amsterdam overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Het eerste bezwaar van Stadsmobiel komt er – kort gezegd – op neer dat sprake is van subjectieve gunningscriteria en dat de Gemeente Amsterdam zich bij de beoordeling te veel vrijheid heeft veroorloofd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt bij het onderdeel Kwaliteit een zekere mate van subjectiviteit niet uit te sluiten. Het vaststellen van het aantal punten voor Kwaliteit kan immers niet als een wiskundige bezigheid worden aangemerkt. In aansluiting bij hetgeen onder 4.3 is overwogen is de voorzieningenrechter van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van een beoordeling waartoe de aanbestedende dienst in redelijkheid niet heeft kunnen komen of van een onvoldoende motivering die noopt tot rechterlijk ingrijpen. Ook de formele bezwaren van Stadsmobiel die zien op de wijze van beoordeling kunnen voorshands niet worden gehonoreerd. Stadsmobiel heeft in dit verband gesteld dat de inschrijvingen niet anoniem en door een onafhankelijk deskundige hadden moeten worden beoordeeld, dat de Gemeente Amsterdam de namen en functies van de beoordelaars en het aantal beoordelaars bekend had moeten maken, alsmede hun individuele scores en dat het eindcijfer een gemiddelde van die individuele scores had moeten zijn. In het kader van dit kort geding kan niet worden gezegd dat de Gemeente Amsterdam aan deze eisen had moeten voldoen. Voorop gesteld dient te worden dat een aanbestedende dienst ook met gebruikmaking van haar eigen medewerkers en interne deskundigheid tot een deugdelijke beoordeling van de inschrijvingen moet kunnen komen. Er bestaat geen verplichting om externe personen in dit proces te betrekken. Voor het overige zijn in het bestek noch in andere stukken die betrekking hebben op de aanbesteding de door Stadsmobiel gestelde eisen opgenomen en niet is gebleken dat Stadsmobiel hier in een eerder stadium, bijvoorbeeld in het kader van de Nota van Inlichtingen, te kennen heeft gegeven dit een punt van belang te vinden door daarnaar te vragen (zie het onder 2.2 van dit vonnis opgenomen citaat van onderdeel 3.3 van de Aanbestedingsleidraad). Op zichzelf is voorstelbaar dat Stadsmobiel onder omstandigheden er belang bij heeft de namen te weten van diegenen die de beoordeling hebben uitgevoerd, maar ook hier geldt dat zij eerder aan de bel had moeten trekken. Stadsmobiel heeft thans immers ook rekening te houden met de belangen van andere inschrijvers. Alleen in geval Stadsmobiel zou beschikken over sterke aanwijzingen van willekeur of favoritisme zou (bijvoorbeeld) in deze fase van de aanbestedingsprocedure nog geëist kunnen worden dat de namen van de beoordelaars en de individuele beoordelingen zouden worden vrijgegeven. Van dergelijke sterke aanwijzingen is in dit geval niet gebleken. Dat aan Stadsmobiel de opdracht niet is gegund is hiervoor onvoldoende. Dat Stadsmobiel een kort geding heeft aangespannen tegen de Gemeente Amsterdam in het kader van de eerste aanbesteding (en in dat kort geding in het gelijk is gesteld) is eveneens onvoldoende om aan te nemen dat de Gemeente Amsterdam om die reden de opdracht niet aan Stadsmobiel wilde gunnen en dat de beoordelaars niet onafhankelijk en oprecht tot hun beoordeling zijn gekomen. Dat het verschil tussen het aantal punten van Stadsmobiel en Connexxion bijzonder gering is en dat de belangen van Stadsmobiel bij het verkrijgen van de opdracht erg groot zijn, maakt de wensen van Stadsmobiel begrijpelijk, maar vormt op zichzelf geen gronden om tot het oordeel te komen dat de beoordeling (opnieuw) door een onafhankelijk deskundige zou moeten worden gedaan.

4.5. Verder is in dit kort geding niet gebleken dat de Gemeente Amsterdam bij de beoordeling van de inschrijving van Stadsmobiel nieuwe gunningscriteria heeft geïntroduceerd die zij niet van tevoren bekend heeft gemaakt. De motivering van de Gemeente Amsterdam bij bepaalde scores kan in dit geval niet als het introduceren van nieuwe criteria worden aangemerkt. Stadsmobiel heeft in dit verband de volgende punten naar voren gebracht:

(1) In het kader van het Implementatie- en Uitvoeringsplan zou Stadsmobiel ten onrechte te weinig punten hebben gekregen omdat zij geen aandacht zou hebben geschonken aan de samenwerking met de vervoerder van perceel B. Dit punt was niet opgenomen in het bestek en mocht dan ook niet meewegen in de beoordeling, aldus Stadsmobiel. Dit bezwaar van Stadsmobiel is voorshands voldoende weerlegd door de Gemeente Amsterdam. De Gemeente Amsterdam heeft immers aangevoerd (zie punt 3.2 tot en met 3.8 van de pleitnota van haar raadsman) dat uit het Programma van Eisen (onder meer uit eis 11 en 19) volgt dat samenwerking met de vervoerder van Perceel B relevant is voor het Implementatie- en Uitvoeringsplan.

(2) In het Communicatieplan van Stadsmobiel zou onvoldoende aandacht zijn besteed aan de communicatie met ziekenhuizen, instellingen en woon- en zorgcentra en dit punt zou, aldus Stadsmobiel, thans als een nieuw criterium worden geïntroduceerd. Ook dit bezwaar is voorshands voldoende weerlegd door de Gemeente Amsterdam (zie punt 3.9 tot en met 3.19 van de pleitnota van haar raadsman). In de Aanbestedingsleidraad is immers opgenomen: “Een heldere communicatie met de cliënt en zijn omgeving is essentieel voor een goede uitvoering van het vervoer. Geef in een kort plan van aanpak aan hoe er voor zorgt dat de betrokkenen goed zijn geïnformeerd over het AOV in zijn algemeenheid en over de uit te voeren rit in het bijzonder.” Hieruit kan worden afgeleid dat in de inschrijving tevens aandacht diende te worden besteed aan communicatie met de genoemde instellingen; dit kan derhalve niet als een nieuwe eis worden aangemerkt.

(3) In het kader van Case 2 (Agressie) voert Stadsmobiel aan dat de Gemeente Amsterdam ten onrechte heeft gesteld dat Stadsmobiel haar handelwijze voor “toekomstige ritten” en in “het vervolgtraject” onderbelicht zou hebben gelaten. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de aspecten “toekomstige ritten” en “het vervolgtraject” als het gaat om de aanpak van agressie niet als nieuwe (sub)criteria kunnen worden aangemerkt. De handelwijze van een inschrijver nadat een incident heeft plaatsgevonden kan voorshands geacht worden te vallen onder hetgeen een inschrijver bij Case 2 dient op te nemen.

4.6. Vervolgens heeft Stadsmobiel aangevoerd dat niet al hetgeen zij heeft aangeboden is meegenomen in de beoordeling. Blijkens punt 24b van de dagvaarding voert Stadsmobiel aan dat hetgeen zij met betrekking tot zeven onderdelen in haar inschrijving heeft opgenomen ten onrechte door de Gemeente Amsterdam buiten beschouwing is gelaten. Ook hier geldt dat deze bezwaren – binnen de grenzen van dit kort geding – voldoende zijn weerlegd door de Gemeente Amsterdam (zie paragraaf 4 van de pleitnota van haar raadsman). Over de verschillende bezwaren is de voorzieningenrechter het volgende van oordeel.

(1) Het eerste bezwaar van Stadsmobiel komt erop neer dat de verwijzing naar Case 4 bij het bespreken van de klachtenprocedure (in het kader van het Implementatie- en Uitvoeringsplan) ten onrechte buiten beschouwing is gelaten. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval omdat Stadsmobiel met die verwijzing het maximaal aantal woorden van 3200 heeft overschreden. Indien de Gemeente Amsterdam de verwijzing wel in ogenschouw had genomen, had zij in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Andere inschrijvers hebben zich immers beperkt tot 3200 woorden.

(2) Het tweede bezwaar betreft de werving van personeel (eveneens in het kader van het Implementatie- en Uitvoeringsplan). De Gemeente Amsterdam heeft op dit punt gelet op de door Stadsmobiel gebruikte formulering in haar inschrijving kunnen, en dus mogen, oordelen dat hetgeen Stadsmobiel hierover heeft opgenomen in haar inschrijving niet de gehele contractsperiode besloeg en dat dit een van de redenen vormde om niet het maximaal aantal punten toe te kennen. Het is aan de inschrijver zodanig te formuleren dat twijfel is uitgesloten.

(3) Het derde bezwaar van Stadsmobiel heeft betrekking op de samenwerking met de verliezende partij (eveneens in het kader van het Implementatie- en Uitvoeringsplan). Op dit punt heeft de Gemeente Amsterdam naar het oordeel van de voorzieningenrechter mogen oordelen dat hetgeen Stadsmobiel heeft opgenomen in haar inschrijving onvoldoende concreet was en te schetsmatig. Zo heeft de Gemeente Amsterdam in dit verband aangevoerd dat Stadsmobiel de wijze waarop zoveel mogelijk personeel (met de daarbij behorende kennis en ervaring) kan worden behouden, niet heeft beschreven.

(4) In het kader van het Communicatieplan heeft de Gemeente Amsterdam Stadsmobiel verweten dat de inzet van communicatiemiddelen onvoldoende concreet is beschreven en dat zij slechts drie communicatiemiddelen heeft genoemd.

De Gemeente Amsterdam heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot deze beoordeling mogen komen. De Gemeente Amsterdam heeft in dit verband terecht aangevoerd dat (bijvoorbeeld) de informatieschermen bij “taxipoints” of in de voertuigen niet zijn genoemd en dat onvoldoende concreet is beschreven op welke manier de communicatiemiddelen worden ingezet.

(5) Eveneens in het kader van het Communicatieplan heeft de Gemeente Amsterdam in haar beoordeling opgemerkt dat bij het vóórkomen van loosritten niet voldoende is ingegaan op preventieve maatregelen. Het is juist dat Stadsmobiel een aantal preventieve maatregelen heeft genoemd, maar de Gemeente Amsterdam heeft onbestreden aangevoerd dat meer maatregelen mogelijk zouden zijn.

(6) In het kader van Case 2 (Agressie) heeft de Gemeente Amsterdam Stadsmobiel verweten dat zij onvoldoende aandacht heeft besteed aan de wijze waarop de Gemeente Amsterdam in het vervolgtraject wordt betrokken, bijvoorbeeld in het kader van een besluit om over te gaan tot weigering van gebruikmaking van het AOV. Niet kan worden gezegd dat dit een onjuiste beoordeling is van de Gemeente Amsterdam, als opdrachtgever van het AOV.

(7) Het laatste bezwaar van Stadsmobiel betreft Case 4 (Structurele problemen). In het kader van deze Case heeft de Gemeente Amsterdam geoordeeld dat Stadsmobiel de urgentie van de desbetreffende klacht heeft miskend door de klacht niet meteen op managementniveau met de betrokken instelling te bespreken. Daarom heeft zij ook hier niet het maximaal aantal punten behaald. Ook hier geldt dat niet kan worden gezegd dat de Gemeente Amsterdam een en ander onjuist heeft beoordeeld of gemotiveerd.

Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat gezien het verweer van de Gemeente Amsterdam niet is gebleken dat haar beoordeling in redelijkheid als onjuist moet worden aangemerkt, dat belangrijke onderdelen van de inschrijving van Stadsmobiel door de Gemeente Amsterdam buiten beoordeling zijn gelaten of dat de Gemeente Amsterdam niet aan haar motiveringsplicht zou hebben voldaan. Evenmin is gebleken dat de toegekende scores niet door de motivering van de Gemeente Amsterdam kunnen worden gedragen.

4.7. De conclusie luidt dan ook dat vorderingen van Stadsmobiel niet kunnen worden toegewezen. Stadsmobiel zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van de Gemeente Amsterdam en Connexxion.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. veroordeelt Stadsmobiel in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van de Gemeente Amsterdam begroot op € 575,- aan griffierecht en op € 816,- aan salaris advocaat, en tot op heden aan de zijde van Connexxion begroot op

€ 575,- aan griffierecht en op € 816,- aan salaris advocaat,

5.3. verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Veraart op 7 juni 2012.