Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6656

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
513524/FT-RK 12.699
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 1 Fw, art. 2:19 lid 4 BW, art. 2:248 BW.

Verzoek tot faillietverklaring ontbonden vennootschap. Niet summierlijk gebleken van baten. Niet aannemelijk dat een actie uit bestuurdersaansprakelijkheid op grond van alleen het wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid ook daadwerkelijk tot een bate leidt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaak-/rekestnummer: 513524/FT-RK 12.699

uitspraakdatum: 2 mei 2012

Afwijzing faillietverklaring

Ter griffie van deze rechtbank is op 28 maart 2012 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:

[X] BOUW B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster

advocaat mr. M.G. Jansen.

Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:

besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LE CHALOND B.V.,

voorheen genaamd The Movies Holding B.V.

hierna te noemen Le Chalond,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nummer 33216533,

statutair gevestigd Amsterdam,

vestigingsadres: 1016 EJ Amsterdam, Keizersgracht 391,

opgeheven met ingang van 17 oktober 2008.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 1 mei 2012.

mr. J. Linders, advocaat te Amsterdam, heeft namens verzoekster het verzoek toegelicht.

Namens gerekestreerde heeft mr. M.P.M. Fruytier, advocaat te Amsterdam, gemotiveerd verweer gevoerd, mede aan de hand van pleitaantekeningen.

Het volgende is, kort samengevat en voor zover van belang aangevoerd.

Verzoekster stelt meerdere vorderingen op gerekestreerde te hebben. Ook voert verzoekster aan dat er baten zijn nu gerekestreerde haar jaarrekeningen over 2007 en 2008 niet heeft gedeponeerd. Hieruit vloeit een rechtsvermoeden dat het bestuur onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 juncto lid 2 BW). Dit geldt ook ten aanzien van de raad van commissarissen (artikel 2:248 juncto artikel 2:259 BW), aldus steeds verzoeker. Verzoekster is nooit op de hoogte gesteld van de liquidatie van gerekestreerde.

Gerekestreerde betwist de afdwingbaarheid van de gestelde vorderingen. Gerekestreerde beschikt niet over baten. Op 29 oktober 2008 is bij de Kamers van Koophandel geregistreerd dat gerekestreerde is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 17 oktober 2008. Een vordering op de voet van 2:248 BW is geen bate van de vennootschap, nu dit een vordering betreft die exclusief aan de curator toekomt ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren. Deze vordering komt de vennootschap niet toe. Daar komt bij dat niet aannemelijk is dat deze vordering jegens de voormalige bestuurder [A] kans van slagen heeft, laat staan een vordering jegens leden van de raad van toezicht. Er is immers geen enkele aanwijzing dat het niet publiceren van de jaarstukken een belangrijke oorzaak zou zijn van het beoogde faillissement. [A] is thans 70 jaar oud, woont in Frankrijk en heeft geen bezittingen. Hij heeft alleen een uitkering op grond van de AOW. De kans dat verzoekster iets zal ontvangen is nihil. Ook de curator zal geen vergoeding voor zijn werkzaamheden uit de boedel kunnen ontvangen.

De rechtbank overweegt het volgende.

Op grond van artikel 2:19 lid 4 BW houdt een rechtspersoon, indien hij op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, op te bestaan. Nu verzoekster gemotiveerd heeft gesteld dat gerekestreerde nog baten heeft, zal de rechtbank moeten oordelen of summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden, die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn. Indien aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan, kan het faillissement worden uitgesproken en moet de rechtspersoon worden geacht ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan (Ljn: ZC1631, HR1995).

Een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW komt de curator toe ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren. In het kader van een faillissementsaanvraag zou deze vordering als een bate van de vennootschap kunnen worden aangemerkt. Van belang hiervoor is wel dat een dergelijke vordering ook daadwerkelijk kans van slagen heeft en tot verhaal zal leiden. Er zijn in dit verband geen omstandigheden naar voren gebracht die wijzen op een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur dan wel de raad van commissarissen. Verzoekster heeft alleen aangevoerd dat de jaarstukken over 2007 en 2008 niet zijn gedeponeerd. Op basis daarvan is sprake van een wettelijk vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat brengt echter niet altijd met zich dat een daarop gebaseerde vordering doel zal treffen. Daar komt bij dat een reƫel verhaal van een dergelijke vordering op de bestuurder niet aannemelijk is geworden. Onvoldoende is aangevoerd voor de onderbouwing van de stelling dat de leden van de raad van commissarissen een afgeleide aansprakelijkheid hebben en dat een vordering op hen tot een bate zal leiden.

De conclusie luidt dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat gerekestreerde op 17 oktober 2008 over baten beschikte. Dit betekent dat gerekestreerde ontbonden blijft en niet failliet verklaard kan worden.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Degenaar en in raadkamer uitgesproken op

2 mei 2012 te 11:00 uur.