Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW3479

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
13/660008-12 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf waarvan 2 voorwaardelijk wegens het opzettelijk veroorzaken van een enorme explosie van professioneel vuurwerk. Door de explosie hebben vier voorbijgangers licht letsel opgelopen en zijn circa dertig ramen gesneuveld van een naastgelegen hotel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/660008-12 (Promis)

Datum uitspraak: 20 april 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Pakistan) op [1971],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te [woonplaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring "Havenstraat" te Amsterdam.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 april 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.Y. de Boer en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.J.C. van Haren, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 01 januari 2012 te Hilversum tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer ontploffing(en)

teweeg heeft gebracht op of aan de openbare weg, de Emmastraat, in elk geval

op of aan een openbare weg, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer

van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een of meer doos/dozen (met

daarin een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk) en/of een of meer stuk(s)

(professioneel) vuurwerk aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in

aanraking gebracht met een of meer doos/dozen (met daarin een of meer stuk(s)

(professioneel) vuurwerk) en/of een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk,

althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde

doos/dozen en/of stuk(s) (professioneel) vuurwerk geheel of gedeeltelijk tot

ontploffing is/zijn gekomen, in elk geval een of meer ontploffing(en) teweeg

is/zijn gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het Gooiland Hotel en/of

een of meer (overige) op of aan die openbare weg gelegen gebouw(en) en/of

woning(en) en/of een (personen)auto (merk Volkswagen, met kenteken [kenteken 1])

en/of een of meer in die gebouw(en) en/of woning(en) aanwezige voorwerp(en)

en/of een of meer op die openbare weg aanwezige (overige) voorwerp(en) en/of

goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [getuige 1] en/of een of meer in de

aan die openbare weg gelegen gebouw(en) en/of woning(en) aanwezige

perso(o)n(en) en/of [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] en/of [getuige 5]

en/of een of meer (andere) op die openbare weg aanwezige perso(o)n(en), in elk

geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander

of anderen te duchten was;

Subsidiair:

een of meer (tot op heden onbekend gebleven) perso(o)n(en) of omstreeks 01

januari 2012 te Hilversum tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk een of meer ontploffing(en) teweeg heeft gebracht

op of aan de openbare weg, de Emmastraat, in elk geval op of aan een openbare

weg, immers heeft/hebben deze/die (tot op heden onbekend gebleven)

perso(o)n(en) toen aldaar opzettelijk een of meer doos/dozen (met daarin een

of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk) en/of een of meer stuk(s)

(professioneel) vuurwerk aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in

aanraking gebracht met een of meer doos/dozen (met daarin een of meer stuk(s)

(professioneel) vuurwerk) en/of een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk,

althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde

doos/dozen en/of stuk(s) (professioneel) vuurwerk geheel of gedeeltelijk tot

ontploffing is/zijn gekomen, in elk geval een of meer ontploffing(en) teweeg

is/zijn gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het Gooiland Hotel en/of

een of meer (overige) op of aan die openbare weg gelegen gebouw(en) en/of

woning(en) en/of een (personen)auto (merk Volkswagen, met kenteken [kenteken 1])

en/of een of meer in die gebouw(en) en/of woning(en) aanwezige voorwerp(en)

en/of een of meer op die openbare weg aanwezige (overige) voorwerp(en) en/of

goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [getuige 1] en/of een of meer in de

aan die openbare weg gelegen gebouw(en) en/of woning(en) aanwezige

perso(o)n(en) en/of [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] en/of [getuige 5]

en/of een of meer (andere) op die openbare weg aanwezige perso(o)n(en), in elk

geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander

of anderen te duchten was;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 01

januari 2012 te Hilversum, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam

is/zijn geweest door met zijn, verdachtes, bestelbus/bestelauto (met

kenteken [kenteken 2]) een of meer doos/dozen (met daarin een of meer stuk(s)

(professioneel) vuurwerk) en/of een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk

naar voornoemde openbare weg, de Emmastraat, te vervoeren en/of (vervolgens)

een of meer doos/dozen (met daarin een of meer stuk(s) (professioneel)

vuurwerk en/of een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk uit voornoemde

bestelbus/bestelauto te pakken en/of (vervolgens) deze doos/dozen (met

daarin een of meer stuk(s) (professioneel) vuurwerk) en/of deze/dit stuk(s)

(professioneel) vuurwerk op voornoemde openbare weg, de Emmastraat, neer te

zetten en/of een of meer andere (ondersteunende) handeling(en) te verrichten;

2.

hij op of omstreeks 01 januari 2012 te Hilversum opzettelijk, tezamen en in

verenging met een ander of anderen, althans alleen, professioneel vuurwerk

en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier

gebruik, voorhanden heeft gehad, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn

mededader(s) in totaal (ongeveer) 488,5 kilogram professioneel vuurwerk, te

weten (onder meer):

- een of meer (twee) Flowerbed(s) type TXB 869 en/of

- een of meer (negen) Flowerbed(s) type RFC 13103 en/of

- een of meer (dertien) Flowerbed(s) type RFC 1366 en/of

- een of meer (drie) Flowerbed(s) type RFC 1381 en/of

- een of meer (zes) Flowerbed(s) type RFC 1379 en/of

- een of meer (twee) Flowerbed(s) type TXB 674

voorhanden gehad (in een bestelbus/bestelauto (kenteken [kenteken 2]));

De rechtbank leest het in de vijfde regel van het onder 2 ten laste gelegde vermelde

"488,5 kilogram" als "678,5 kilogram", omdat van een kennelijke misslag sprake is.

Immers uit het aanvullend proces-verbaal "Onderzoek inbeslaggenomen vuurwerk"

van 4 april 2012 blijkt dat door een optelfout abusievelijk 488,5 kilogram is vermeld in plaats van 678,5 kilogram. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Feiten en omstandigheden

4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.i

ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde feit

De getuige [getuige 6] verklaart dat hij op 1 januari 2012 rond 00:29 uur zag dat er een vuurwerkbom afging en dat als gevolg van deze klap ramen van het Gooilandhotel aan de Emmalaan te Hilversum (hierna: Gooiland) sneuvelden.

De getuige [getuige 6] verklaart dat hij heeft gezien dat er mannen met de afgestoken dozen de parkeerplaats naast het Japanse restaurant opliepen en hij zag dat er nieuwe dozen uit een witte vrachtauto werden gehaald. Hij herkende deze dozen als dozen waar vuurwerk in zat. Hij verklaart dat de mannen bezoekers of bekenden waren van de eigenaar van het Japanse restaurant en dat hij ene '[voornaam van verdachte]' (de rechtbank begrijpt verdachte) met vuurwerk heeft zien lopen.ii De getuige [getuige 7] verklaart dat de personen die de vuurwerkbom hadden aangestoken deze dozen uit een witte bestelbus hadden gehaald.iii Vervolgens wijzen de getuigen [getuige 6] en [getuige 7] een witte bestelbus aan van het merk Mercedes Benz, voorzien van kenteken [kenteken 2]. De bestelbus staat op een besloten parkeerplaats die is afgesloten door middel van een dubbel hekwerk met slot waarvan de sleutel in beheer is bij het hotel en het Japanse restaurant Ai Uchi. In de laadruimte van de bestelbus worden ongeveer 4 pallets en 30 dozen met daarin explosief vuurwerk aangetroffen.iv

Verdachte verklaart ter terechtzitting van de rechtbank dat de bestelbus waarin het vuurwerk is aangetroffen aan hem toebehoort en dat hij deze bestelbus op 31 december 2011 's ochtends vroeg op de parkeerplaats van het Japanse restaurant Ai Uchi heeft geparkeerd.

De getuige [getuige 8] verklaart dat hij gedurende de dag voorafgaand aan de explosie sterk de indruk kreeg dat het afgestoken vuurwerk in verband stond met het restaurant Ai Uchi, gevestigd in het gebouw waarin ook Gooiland is gevestigd. Er werd namelijk gedurende de gehele dag regelmatig vuurwerk afgestoken en de personen die dat deden verdwenen via de ingang naast het restaurant.v

De getuige [getuige 1] verklaart dat zij samen met haar man op 1 januari 2012 om ongeveer 00:20 uur uit het raam keek en dat zij zag dat een groep mannen van achter Gooiland met grote dozen aan kwamen lopen. Zij zag dat de mannen ongeveer 10 dozen verspreid neerzetten. Zij zag dat een Indonesische man met een donkerblauw- of zwartkleurig vest, ongeveer 1.70 meter lang en donker haar, samen met een andere man dozen openmaakte en klaarlegde. [getuige 1] wijst op het moment dat zij de verklaring aflegt de man aan die zij bedoelt. Dit is verdachte, die vervolgens wordt aangehouden door de verbalisant met wie hij op dat moment staat te praten.vi

De door de getuige [getuige 9] gemaakte camerabeelden zijn door verbalisanten bekeken en zij hebben het volgende waargenomen. Verdachte is regelmatig zichtbaar in beeld. Hij is duidelijk herkenbaar aan zijn kleding, zijn huidskleur en zijn haardracht. Een kale man draagt een grote vierkante doos van ongeveer een halve meter bij een meter. Deze man passeert verdachte en zet daarna de doos ongeveer zes meter van het Japanse restaurant Ai Uchi neer. Op het moment dat de mannen elkaar passeren, spreken zij kort met elkaar. Op vrijwel hetzelfde moment zet verdachte enkele meters verderop een kleinere doos op straat. De kale man opent samen met een man met een wit colbert de grote vierkante doos en steekt hem aan. Kort daarna volgt een explosie, waarna verdachte wederom met de kale man spreekt.vii

De getuigen [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] verklaren dat zij bij de eerste hulp in het ziekenhuis te Hilversum mensen hebben horen zeggen dat een zekere [voornaam van verdachte] dozen met vuurwerk had aangestoken en dat [voornaam van verdachte] met een groot ding had rondgelopen.viii De getuigen liepen op het moment van de explosie samen met getuige [getuige 5] vlak langs de plek waar het vuurwerk tot ontploffing kwam, als gevolg waarvan ze het volgende letsel hebben opgelopen. [getuige 2] had last van zijn knie en van oorsuizen.ix [getuige 3] voelde haar huid branden en ze voelde de vonken tegen huid aankomen. Ook was zij na explosie misselijk en duizelig.x [getuige 4] had pijn aan zijn linkeroor.xi [getuige 5] hoorde na de klap niets meer en ze mist een stukje huid van haar voorhoofd.xii

Het vuurwerk dat verbalisanten op de plek van de explosie en voor de inrit van Het Gooiland hebben aangetroffen is van hetzelfde soort als hetgeen in de witte bestelbus van verdachte is gevonden. xiii

Ook verbalisant [verbalisant 1] heeft de camerabeelden van de getuige [getuige 9] bekeken. Hij heeft hierop gezien dat de afmetingen van de geëxplodeerde doos overeenkwamen met die van de in de witte bestelbus aangetroffen doos Flowerbeds, type RFC 13103. De afmeting van deze verpakking is 94-47-25 centimeter.xiv

De vriendin van verdachte, tevens eigenaresse van het Japanse restaurant Ai Uchi verklaart dat zij samen met verdachte een nieuwjaarsfeest gaf waar ongeveer 80 mensen aanwezig waren. Verdachte was daar die nacht aanwezig met een aantal vrienden.xv

Door de explosie zijn aan het gebouw aan de Emmastraat 2 te Hilversum waarin onder meer het Gooiland en het Japanse restaurant Ai Uchi zijn gevestigd, ongeveer 30 ramen gesneuveld.xvi

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit:

Op 1 januari 2012 vond een onderzoek plaats aan een bestelbus Mercedes Benz, voorzien van kenteken [kenteken 2], die geparkeerd stond bij het Gooiland te Hilversum. Volgens het systeem van de Rijksdienst voor het Wegverkeer stond het voertuig op naam van verdachte.xvii

In deze bestelbus werd het volgende aangetroffen: twee vervoersverpakkingen Flowerbeds type TXB 869; negen vervoersverpakkingen Flowerbeds type RFC 13103, dertien vervoersverpakkingen Flowerbeds type RFC 1366, drie vervoersverpakkingen Flowerbeds type RFC 1381, zes vervoersverpakkingen Flowerbeds type RFC 1379 en twee vervoersverpakkingen Flowerbeds type TXB 674.xviii In totaal had het vuurwerk een gewicht van 678,5 kilo.xix

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aan de hand van zijn aan de rechtbank overhandigde op schrift gesteld requisitoir gesteld dat de aan verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aan de hand van zijn aan de rechtbank overhandigde pleitnota aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 aan verdachte tenlastegelegde feiten.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Medeplegen

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van het tot ontploffing brengen van een doos met Flowerbeds. Vast is komen te staan dat het geëxplodeerde vuurwerk deel uitmaakte van het vuurwerk dat in de bestelbus is aangetroffen. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte contact heeft gehad met de kale man die het vuurwerk heeft aangestoken. Verdachte heeft zelf een deel van dit vuurwerk afgestoken en verdachte heeft na de explosie contact met een man die na de explosie nog een vuurwerkdoos afsteekt. Op grond hiervan neemt de officier van justitie aan dat verdachte de regie in handen had en zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het tot ontploffing brengen van het geëxplodeerde vuurwerk.

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat er geen sprake is van medeplegen van verdachte aan de ontploffing.

Uit een door een van de toeschouwers gemaakt filmpje blijkt dat een kale man de doos heeft aangestoken die later is geëxplodeerd. Voor medeplegen is een gezamenlijke uitvoering en een bewuste en nauwe samenwerking nodig. Verdachte ontkent iets met het vuurwerk te maken hebben gehad en hij verklaart ten tijde van de explosie op een balkon te hebben gestaan. Verdachte heeft dus geen uitvoeringshandelingen verricht.

Nu medeplegen niet kan worden vastgesteld dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde.

De rechtbank stelt allereerst vast dat uit het dossier blijkt dat verdachte niet degene is geweest die de doos vuurwerk die is geëxplodeerd heeft aangestoken. Op grond van de bewijsmiddelen komt de rechtbank echter tot de conclusie dat verdachte wel als medepleger van het tenlastegelegde kan worden aangemerkt en zij overweegt daartoe het volgende.

Het vuurwerk dat is geëxplodeerd, was afkomstig uit de bestelbus van verdachte. Verdachte heeft weliswaar niet zelf de bewuste doos met vuurwerk aangestoken, maar hij heeft wel ander vuurwerk uit de bestelbus gehaald, dit op de openbare weg gezet en delen hiervan aangestoken. Verdachte heeft dit samen met anderen gedaan, onder andere met de kale man die de doos heeft aangestoken die uiteindelijk is geëxplodeerd. Op grond van dit alles is sprake geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat verdachte als medepleger van het tot ontploffing van de doos vuurwerk kan worden aangemerkt.

De verklaring van verdachte dat hij niet degene is die op de beelden met dozen vuurwerk sjouwt en die met degene praat die de geëxplodeerde doos aansteekt, nu hij op het moment van de ontploffing op een balkon stond, acht de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet aannemelijk. Verdachte is bovendien pas ter zitting voor het eerst gekomen met het verhaal dat hij zich ten tijde van de ontploffing op het balkon bevond, te midden van veel mensen, zonder vervolgens de namen van deze mensen te noemen. De rechtbank acht onaannemelijk dat indien er zoveel mensen zouden zijn, die verdachte een alibi zouden kunnen verschaffen, hij pas in zo'n laat stadium en zonder verdere concreetheden, met een dergelijk verhaal zou komen. Ook de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat dit vuurwerk in zijn bestelbus lag, acht de rechtbank gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en gelet op de verklaring van verdachte dat hij de bestelbus in de ochtend van 31 december 2011 op het afgesloten parkeerterrein heeft neergezet en zijn bestelbus die dag niet heeft uitgeleend, ongeloofwaardig.

Opzet

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de doos met vuurwerk tot ontploffing zou komen. Zij overweegt daartoe het volgende.

Het vuurwerk dat is geëxplodeerd, was professioneel vuurwerk. Het bezit van dit vuurwerk is enkel toegestaan voor personen met gespecialiseerde kennis, waarover verdachte overigens niet beschikt, onder andere om de volgende redenen. Bij veel Flowerbeds moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat ze tijdens het afsteken omvallen. Als deze maatregelen niet worden genomen, kunnen de Flowerbeds omvallen en kunnen de 'verschoten effecten' omstanders treffen. Ook kan men worden verrast door het korte tijdsbestek tussen het ontsteken van het korte lont en het afvuren van het 'eerste effect'. Tot slot kunnen Flowerbeds bij ondeskundig vervoer inwendig beschadigd raken, wat tot explosies kan leiden. Dit alles kan ernstig letsel bij omstanders tot gevolg kan hebben.

Op de foto's van de lading van de bestelbus van verdachte is te zien dat in ieder geval een doos met Flowerbeds op de verkeerde manier is bewaard, namelijk verticaal in plaats van horizontaalxx. Daar komt bij dat de productiedata van dit vuurwerk varieerden van 2004 tot 2010. Dit maakt de kans dat het vuurwerk op enig moment op onjuiste wijze is behandeld, groter. xxi

De kans dat het siervuurwerk onder deze omstandigheden tot ontploffing zou komen, is gelet op dit alles aanmerkelijk te noemen. Verdachte moet dit ook geweten hebben, nu op de verpakkingen duidelijk stond vermeld dat materiaal niet geschikt was voor particulier gebruik. Uit het feit dat verdachte het vuurwerk desondanks heeft aangestoken, leidt de rechtbank af dat hij deze kans ook bewust heeft aanvaard. De gevolgen, te weten dat gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten was, moeten tot slot voor verdachte en zijn mededaders redelijkerwijs voorzienbaar zijn geweest.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde:

op 1 januari 2012 te Hilversum tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht op of aan de openbare weg, de Emmastraat,

immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een doos met daarin professioneel vuurwerk aangestoken, ten gevolge waarvan voornoemde doos professioneel vuurwerk tot ontploffing is gekomen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten was;

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

op 1 januari 2012 te Hilversum opzettelijk tezamen en in verenging met anderen professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad, immers hebben verdachte en zijn mededaders in totaal 678,5 kilogram professioneel vuurwerk:

- twee Flowerbeds type TXB 869 en

- negen Flowerbeds type RFC 13103 en

- dertien Flowerbeds type RFC 1366 en

- drie Flowerbeds type RFC 1381 en

- zes Flowerbeds type RFC 1379 en

- twee Flowerbeds type TXB 674,

voorhanden gehad in een bestelbus (kenteken [kenteken 2]);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 primair en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de officier van justitie in aanmerking genomen dat het feit voor veel commotie bij de slachtoffers en bij -meer algemeen- inwoners van Hilversum heeft gezorgd.

Er is sprake van onverantwoordelijk gedrag en verdachte had zich moeten realiseren dat hij levensgevaarlijk bezig was. Het had veel slechter kunnen aflopen.

Bij dit gedrag past een forse gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom in de fout te gaan.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht de eis van de officier van justitie buitenproportioneel. Verdachte is al voldoende gestraft. Hij zit al geruime tijd in voorlopige hechtenis en heeft in die tijd inkomsten van zijn bedrijf misgelopen. Daarnaast hebben verdachte en zijn bedrijf imagoschade opgelopen. Ook de grote aandacht die deze zaak in de media heeft gekregen, heeft een negatieve uitwerking op het imago van verdachte. De verdediging verzoekt de rechtbank bij eventuele strafoplegging een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd dat verdachte in deze zaak in voorarrest heeft gezeten.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Op 1 januari 2012 heeft op de Emmalaan te Hilversum een explosie plaatsgevonden waardoor van het naastgelegen gebouw Gooiland circa 30 ramen zijn gesneuveld en waardoor ten minste vier voorbijgangers licht letsel hebben opgelopen. Ook is een slachtoffer in haar woning door de kracht van de explosie met haar stoel naar achteren gevallen. Verdachte kan als een van de veroorzakers van deze explosie worden aangemerkt. De ontploffing heeft een grote impact gehad op de directe omgeving. Ook heeft de explosie gevoelens van onveiligheid in de omgeving teweeg gebracht. Dat er als gevolg van de ontstane explosie niemand zwaargewond is geraakt, is een toevalligheid die niet aan het handelen van verdachte te danken is. Daar komt bij dat verdachte bijna 700 kilogram professioneel vuurwerk aanwezig heeft gehad, terwijl hij hiertoe niet gerechtigd was.

Uit het verdachte betreffende Justitiële Documentatie Register van 3 januari 2012 blijkt dat verdachte in het jaar 1998 reeds eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

De ernst van de hiervoor omschreven feiten rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank houdt echter bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf rekening met de navolgende omstandigheden. Verdachte heeft op de avond van het voorval samen met zijn vriendin een feest gegeven in het Japanse restaurant dat ook in het Gooiland in gevestigd. Ze hadden ongeveer 80 gasten uitgenodigd. Ter vergroting van de feestvreugde is een grote hoeveelheid siervuurwerk aangeschaft, waarvan het niet de bedoeling was dat die tot ontploffing zou komen. Door het onvoorzichtige handelen van verdachte en zijn mededaders is dit echter wel gebeurd. De rechtbank gaat er van uit dat verdachte dat niet heeft beoogd en in zoverre is de als feestelijk bedoelde jaarwisseling volkomen uit de hand gelopen en heeft deze een hoogst ongelukkig einde gekregen. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om voor wat betreft de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf af te wijken van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd.

Al het voorgaande in overweging genomen acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden en zal de rechtbank daarnaast bij wijze van waarschuwing een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 4]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van de benadeelde partij niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 500,- (vijfhonderd euro), ter vergoeding van de geleden immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het restant van de vordering levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan hem, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van de benadeelde partij niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert dit deel op € 500,- (vijfhonderd euro), ter vergoeding van de geleden immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het restant van de vordering levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan hem, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert nu niet is vastgesteld dat de geleden schade het rechtstreekse gevolg is van het onder 1 ten laste gelegde. Daarom is de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Ter terechtzitting is niet duidelijk geworden wie de eigenaar van het Gooiland is en wie dus schade heeft geleden. Daar komt bij dat onduidelijk is of de verzekeraar (een deel van) de schade heeft vergoed of zal vergoeden. De rechtbank zal de benadeelde partij gelet hierop niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van

de benadeelde partij, niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op

€ 679,90 (zeshonderdnegenenzeventig euro en negentig cent). De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan haar, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten en op artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is;

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit

medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9.2.2.1. van de wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 4]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, wonende op het adres [adres] [plaats], toe tot het bedrag van € 500,- (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag € 500,- (vijfhonderd euro) aan de benadeelde partij voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat

€ 500,- (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 (tien) dagen vervangende hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, wonende op het adres [adres] [plaats], toe tot het bedrag van € 500,- (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag € 500,- (vijfhonderd euro) aan de benadeelde partij voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat

€ 500,- (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 (tien) dagen vervangende hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.

ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.

ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, wonende op het adres [adres] [plaats], toe tot een bedrag van € 679,90 (zeshonderdenzevenennegentig euro en negentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde partij voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat

€ 679,90 (zeshonderdenzevenennegentig euro en negentig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 13 (dertien) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Wieland, voorzitter,

mrs. B.C. Langendoen en J.B. Oreel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 april 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii Proces-verbaal van bevindingen (doorgenummerde pagina 50-53 van het strafdossier).

iii Proces-verbaal van aanhouding (doorgenummerde pagina 69)

iv Proces-verbaal van bevindingen (doorgenummerde pagina 50-53 van het strafdossier).

v Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 8] (doorgenummerde pagina 44-45 van het strafdossier).

vi Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] (doorgenummerde pagina 11-12 van het strafdossier) en het proces-verbaal van aanhouding (doorgenummerde pagina 69 van het strafdossier).

vii Proces-verbaal van bevindingen (doorgenummerde pagina 66 van het strafdossier).

viii Proces-verbaal van verhoor van de getuigen [getuige 2] (doorgenummerde pagina 13-15 van het strafdossier), [getuige 3] (doorgenummerde pagina 19-21 van het strafdossier) en [getuige 4] (doorgenummerde pagina 32 van het dossier).

ix Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] (doorgenummerde pagina 13-15 van het strafdossier) en de geneeskundige verklaring inzake [getuige 2] (doorgenummerde pagina 17 van het strafdossier)

x Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] (doorgenummerde pagina 19-21 van het strafdossier) en de geneeskundige verklaring inzake [getuige 3] (doorgenummerde pagina 24 van het strafdossier).

xi Proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] (doorgenummerde pagina 31-33 van het strafdossier) .

xii Proces-verbaal van verhoor van verhoor van [getuige 5] (doorgenummerde pagina 34-36) en de geneeskundige verklaring inzake [getuige 5] (doorgenummerde pagina 39 van het strafdossier).

xiii Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk (doorgenummerde pagina 95 van het strafdossier).

xiv Aanvullend proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 4 april 2012.

xv Nagekomen processen-verbaal van verhoor van [getuige 10] van 4 januari 2012 en 9 januari 2012.

xvi Proces-verbaal van verhoor van [getuige 11] (doorgenummerde pagina 29-30 van het strafdossier)

xvii Proces-verbaal van bevindingen ( doorgenummerde pagina 52 van het strafdossier)

xviii Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk (doorgenummerde pagina 88 van het strafdossier).

xix Aanvullend proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 4 april 2012.

xx Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk (doorgenummerde pagina 95 van het strafdossier).

xxi Aanvullend proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 4 april 2012.