Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW3465

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
13/656187-11 (PROMIS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van zeven meisjes en jonge vrouwen, die in 2009 en 2010 in zijn kliniek verbleven. Er was sprake van stelselmatig misbruik van kwetsbare jonge vrouwen, van wie er vier tijdens het misbruik minderjarig waren. In drie gevallen acht de rechtbank verkrachting bewezen omdat sprake was van psychische dwang. Als bijkomende straf bepaalt de rechtbank dat verdachte de komende tien jaar niet als hulpverlener mag werken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2014-0022

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/656187-11 (PROMIS)

Datum uitspraak: 20 april 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Verenigde Staten) op [1960],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te [woonplaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring "Almere Binnen" te Almere.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23, 26 en 27 maart 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. E.B. Smit en H.C. van Ooijen, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.M. Oldenburg, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd, zoals op de zittingen van 23 en 26 maart 2012 is gewijzigd, dat

1. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland en/of te Spanje door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- met zijn (stijve) geslachtsdeel 'rijdende bewegingen' tegen haar billen aan gemaakt, althans met zijn (stijve) geslachtsdeel tegen haar billen geduwd en/of

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of anus gebracht/geduwd en/of

- zijn tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zich laten aftrekken, althans zijn geslachtsdeel laten betasten en/of vasthouden door die [aangeefster 1]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens), zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 1]

- die [aangeefster 1] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- onverhoeds en/of onverwacht pornobeelden heeft getoond en/of een pornofilm heeft opgezet en/of

- die [aangeefster 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 1] had verworven, die [aangeefster 1] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 1] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 1] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 1] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 1] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 1] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 1] in die kliniek in behandeling was) en/of

- tegen die [aangeefster 1] heeft gezegd om nooit over bovengenoemde seksuele handeling(en) met een derde te spreken en/of tegen haar heeft gezegd dat zij niet moest zeggen dat zij bij hem, verdachte in bed had geslapen en/of gezegd: "Ik ontken alles en ik zal je leven een nachtmerrie maken: a worst nightmare", althans (telkens) woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of (aldus) een zware druk op haar heeft gelegd

en/of (aldus) voor die [aangeefster 1] een (psychisch) bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, en/of te Spanje, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 1], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 1] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 1] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- met zijn (stijve) geslachtsdeel 'rijdende bewegingen' tegen haar billen aan gemaakt, althans met zijn (stijve) geslachtsdeel tegen haar billen geduwd en/of

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of anus gebracht/geduwd en/of

- zijn tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zich laten aftrekken, althans zijn geslachtsdeel laten betasten en/of vasthouden door die [aangeefster 1];

(artikel 249 lid 2 sub 3 Wetboek van Strafrecht)

2. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 augustus 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- in haar nek gezoend en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en/of geduwd en/of

- zich laten pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens), zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 2]

- die [aangeefster 2] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- onverhoeds en/of onverwacht pornobeelden heeft getoond en/of een pornofilm heeft opgezet en/of

- die [aangeefster 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 2] had verworven, die [aangeefster 2] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 2] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 2] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 2] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 2] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 2] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 2] in die kliniek in behandeling was) en/of

- tegen die [aangeefster 2] heeft gezegd om nooit over bovengenoemde seksuele handeling(en) met een derde te spreken omdat zij anders zijn leven zou verwoesten en/of tegen haar heeft gezegd dat zij niet moest zeggen dat zij bij hem, verdachte in bed had geslapen en/of tegen haar gezegd dat zij het aan niemand mocht vertellen omdat niemand toch zou geloven dat zij met een 49-jarige man in bed zou hebben gelegen en/of heeft gezegd: "Ik wil niet dat je er met iemand over praat, iedereen gaat zeggen dat het jouw schuld is. Jij ligt hier immers in bed met je hulpverlener" en/of "Je hebt het zelf uitgelokt, je had het kunnen verwachten" althans (telkens) woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of (aldus) een zware druk op haar heeft gelegd

en/of (aldus) voor die [aangeefster 2] een (psychisch) bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 augustus 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 2], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 2] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 2] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- in haar nek gezoend en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en/of geduwd en/of

- zich laten pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 2];

(artikel 249 lid 2 sub 3 Wetboek van Strafrecht)

3. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met [2010] te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, buiten echt, met [aangeefster 3], geboren op [1994], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en/of aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd (waarbij die [aangeefster 3] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 3] in die kliniek in behandeling was), die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en/of geduwd en/of

- zich laten aftrekken en/of pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 3];

(artikel 245 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [aangeefster 3], geboren op [1994], die zich als patiënt of als cliënt aan verdachtes' hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 3] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 3] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en/of geduwd en/of

- zich laten aftrekken en/of pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 3];

(artikel 249 Wetboek van Strafrecht)

4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met [2010] te [plaats] (in zijn woning) en/of te [plaats 2], althans in Nederland, buiten echt, met [aangeefster 4], geboren op [1994], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en/of aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd (waarbij die [aangeefster 4] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 4] in die kliniek in behandeling was), die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar benen en/of borsten en/of vagina, althans haar lichaam gestreeld en/of betast en/of

- in/op haar nek en/of mond ge(tong)zoend en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in/tegen haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zich laten aftrekken en/of pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 4];

(artikel 245 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [2010] tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning) en/of te [plaats 2], althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [aangeefster 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar benen en/of borsten en/of vagina, althans haar lichaam gestreeld en/of betast en/of

- in/op haar nek en/of mond ge(tong)zoend en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zich laten aftrekken en/of pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 4]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens), zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 4]

- die [aangeefster 4] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- die [aangeefster 4] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 4] had verworven, die [aangeefster 4] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 4] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 4] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 4] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 4] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 4] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 4] in die kliniek in behandeling was) en/of

- tegen die [aangeefster 4] heeft gezegd om nooit over bovengenoemde seksuele handeling(en) met een derde en/of de andere meisjes te spreken en/of (aldus) een zware druk op haar heeft gelegd

en/of (aldus) voor die [aangeefster 4] een (psychisch) bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [2010] tot en met 9 december 2010 te [plaats] (in zijn woning) en/of te [plaats 2], althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [aangeefster 4], geboren op [1994], die zich als patiënt of als cliënt aan verdachtes' hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 4] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 4] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- haar benen en/of borsten en/of vagina, althans haar lichaam gestreeld en/of betast en/of

- in/op haar nek en/of mond ge(tong)zoend en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zich laten aftrekken en/of pijpen, althans zijn geslachtsdeel laten betasten door die [aangeefster 4];

(artikel 249 Wetboek van Strafrecht)

5. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 augustus 2010 tot en met 24 augustus 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [aangeefster 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- in/op haar nek en/of haar mond ge(tong)zoend en/of

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zichzelf afgetrokken/bevredigd terwijl die [aangeefster 5] naast hem, verdachte lag

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens), zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 5]

- die [aangeefster 5] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- toegekeken terwijl die [aangeefster 5] (naakt) onder de douche en/of in de badkamer stond en/of

- die [aangeefster 5] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 5] had verworven, die [aangeefster 5] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 5] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 5] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 5] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 5] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 5] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 5] in die kliniek in behandeling was)

en/of (aldus) voor die [aangeefster 5] een (psychisch) bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 augustus 2010 tot en met 24 augustus 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 5], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 5] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 5] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- in/op haar nek en/of haar mond ge(tong)zoend en/of

- haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zichzelf afgetrokken/bevredigd terwijl die [aangeefster 5] naast hem, verdachte lag;

(artikel 249 lid 2 sub 3 Wetboek van Strafrecht)

6. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid, de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [aangeefster 6] (geboren op [1993]) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar rug gemasseerd en/of

- haar vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens), zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 6]

- die [aangeefster 6] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- onverhoeds en/of onverwacht pornobeelden heeft getoond en/of een pornofilm heeft opgezet en/of

- toegekeken terwijl die [aangeefster 6] (naakt) onder de douche stond en/of

- onverhoeds en/of onverwacht zijn naakte lichaam en/of (stijve) geslachtsdeel aan die [aangeefster 6] heeft getoond en/of

- (terwijl hij de rug van die [aangeefster 6] masseerde) haar onverhoeds en/of onverwacht op haar rug heeft gedraaid en/of

- die [aangeefster 6] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 6] had verworven, die [aangeefster 6] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 6] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 6] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 6] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 6] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 6] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven (terwijl die [aangeefster 6] daar in behandeling was)) en/of

- tegen die [aangeefster 6] heeft gezegd dat zij het aan niemand mocht vertellen en/of dat het hun geheimpje was, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of (aldus) een zware druk op haar heeft gelegd

en/of (aldus) voor die [aangeefster 6] een (psychisch) bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 jo 248 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [aangeefster 6], geboren op [1993] (waarbij die [aangeefster 6] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, (terwijl die [aangeefster 6] in die kliniek in behandeling was)), immers heeft hij een of meermalen

- haar rug gemasseerd en/of

- haar vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- zijn vinger(s) en/of tong in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- haar vagina gelikt;

(artikel 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

7. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2009 tot en met 31 mei 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 7], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 7] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 7] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en/of benen en/of armen en/of borsten en/of billen en/of vagina, althans het lichaam gestreeld en/of betast en/of

- onverhoeds en/of onverwacht geheel naakt de doucheruimte betreden waar die [aangeefster 7] stond te douchen en/of

- zijn hand(en) in de broek van die [aangeefster 7] gestopt/gedaan;

(artikel 249 lid 2 sub 3 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2009 tot en met 31 mei 2010 te [plaats], althans in Nederland, [aangeefster 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangeefster 7] (telkens) dreigend de woorden toegevoegd en/of gezegd en/of ge-sms't dat zij haar mond moest houden en dat hij anders haar familie en haar moeder wist te vinden en/of dat hij aan anderen zou vertellen wat zij had gedaan en/of dat hij contacten had met criminelen en dat hij haar wat aan zou doen als zij niet met hem wilde afspreken en/of dat hij contacten had met de Hells Angels, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

8. hij op of omstreeks 07 december 2007 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster 8] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

- onverhoeds en/of onverwacht over haar buik en/of borst(en), althans het lichaam gewreven, althans die buik en/of borst(en) betast en/of

- (geheel) naakt en met een stijf geslachtsdeel rondgelopen en/of zichzelf eenmaal of meermalen afgetrokken, (telkens) in tegenwoordigheid van die [aangeefster 8]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 8]

- die [aangeefster 8] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- een (voor)deur op slot heeft gedraaid en/of

- onverhoeds en/of onverwacht pornobeelden heeft getoond en/of een pornofilm heeft opgezet en/of

- (voortdurend) over seks heeft gepraat;

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

9. primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 30 november 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster 9] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

- haar billen, althans haar lichaam gestreeld en/of betast en/of

- de hak van zijn voet tegen haar kruis geduwd

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 9]

- die [aangeefster 9] heeft meegenomen naar en/of uitgenodigd in zijn (verdachtes') woning en/of

- onverhoeds en/of onverwacht pornobeelden heeft getoond en/of een pornofilm heeft opgezet en/of

- zijn hand in zijn broek heeft gestoken/gedaan (bij zijn geslachtsdeel) en/of zijn hand in zijn broek heeft gehouden, telkens in tegenwoordigheid van die [aangeefster 9]

- die [aangeefster 9] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of met zijn (psychische) overwicht, dat hij, verdachte op die [aangeefster 9] had verworven, die [aangeefster 9] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of de wil van die [aangeefster 9] heeft gemanipuleerd en/of die [aangeefster 9] heeft geïntimideerd en/of als therapeut/begeleider/behandelaar van die [aangeefster 9] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 9] heeft gehad (waarbij die [aangeefster 9] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 9] in die kliniek in behandeling was);

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 30 november 2010 te [plaats] (in zijn woning), althans in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 9], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd (waarbij die [aangeefster 9] (een gedeelte van) voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte eigenaar was, heeft gewoond en/of verbleven, terwijl die [aangeefster 9] in die kliniek in behandeling was), immers heeft hij een of meermalen

- haar billen, althans haar lichaam gestreeld en/of betast en/of

- de hak van zijn voet tegen haar kruis geduwd en/of

- zijn hand in zijn broek heeft gestoken/gedaan (bij zijn geslachtsdeel) en/of zijn hand in zijn broek heeft gehouden, telkens in tegenwoordigheid van die [aangeefster 9];

(artikel 249 lid 2 sub 3 Wetboek van Strafrecht)

Bij vordering tot wijziging van de tenlastelegging van 26 maart 2012 heeft de officier van justitie gevorderd dat de tenlastelegging ten aanzien van feit 7 primair en subsidiair zal worden gewijzigd. Nu het onder 7 ten laste gelegde niet alternatief, maar cumulatief ten laste is gelegd, begrijpt de rechtbank de wijziging in die zin dat de officier van justitie beoogd heeft de ten laste gelegde periode van de cumulatief ten laste gelegde ontuchtige handelingen en bedreiging te wijzigen.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

4.1.1. Algemeen

De meisjes die zich tot verdachte wendden en een behandeling bij hem zochten, waren - met uitzondering van [aangeefster 8] - allemaal in meer of mindere mate ziek. Sommigen hadden al jaren van behandeling en opnames achter de rug voordat ze in de kliniek van verdachte werden opgenomen. Voor velen was de kliniek het laatste redmiddel. De meisjes in de kliniek beschouwden verdachte als hun redder. Ze vertrouwden hem volledig.

Uit diverse publicaties blijkt dat het menselijk brein tot ongeveer het 25ste jaar niet volledig is ontwikkeld. De gedragingen en reacties van personen uit deze leeftijdscategorie dienen dan ook beoordeeld te worden met dit gegeven in het achterhoofd. De meisjes in de kliniek voelden zich vereerd en uitverkoren als ze bij verdachte mochten komen. Verdachte vertelde ze dat ze mooi, speciaal en bijzonder waren, allemaal eigenschappen die zij zichzelf vaak niet toedichtten. Door sommigen werd zelfs het seksueel misbruik geplaatst binnen de context van het bijzonder en uitverkoren zijn. Verdachte schrok er ook niet voor terug hen duidelijk te maken dat ze niets mochten vertellen, en dat anders zijn leven en hun leven zou worden verwoest.

In juridische zin is onder bepaalde omstandigheden elk seksueel binnendringen te kwalificeren als verkrachting, dus ook het seksueel binnendringen van het lichaam met een vinger, tong of voorwerp. Dit geldt ook voor het seksueel binnendringen, wanneer dat gepaard gaat met een feitelijkheid dan wel bedreiging met een feitelijkheid. Van door een feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer kan slechts sprake zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen diens wil heeft ondergaan.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad kan daarnaast worden opgemaakt dat voor verkrachting kenmerkend is dat het slachtoffer onder zodanig druk komt te staan dat hij of zij geen weerstand kan bieden aan de verdachte. Deze druk zal voor het slachtoffer een als bedreigend ervaren situatie kunnen doen ontstaan. De feitelijkheid van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kan mede bestaan uit het misbruik maken van een overwicht, dat voortvloeit uit feitelijke verhoudingen. Dat overwicht kan gegeven zijn door één van de verhoudingen die artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht noemt, maar voor verkrachting is daarnaast nog nodig dat het overwicht het slachtoffer onder zodanige druk zette dat ze geen weerstand meer kon bieden.

4.1.2. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode tweemaal seksuele handelingen heeft gepleegd met [aangeefster 1], in Spanje en in [plaats]. Op grond van de verklaringen van [aangeefster 1] en de verklaring van [getuige 1] kan echter worden bewezen dat het misbruik eerder is gestart. Uit het dossier blijkt ook dat het meer mensen was opgevallen dat er een wel zeer nauwe band bestond tussen verdachte en [aangeefster 1].

Volgens verdachte was [aangeefster 1] op 20 maart 2010, de dag waarop volgens haar het misbruik begon, niet in [plaats]. Uit de zich in het dossier bevindende sms'jes blijkt dat verdachte tot laat die avond sms'jes aan [aangeefster 1] heeft gestuurd, zodat het erop lijkt dat zij op dat moment niet bij hem in de buurt was. Uit de sms'jes kan echter niet met zekerheid worden opgemaakt dat zij op dat moment niet in [plaats] was. Er kan wel uit worden opgemaakt dat verdachte haar bij hem thuis uitnodigt.

Er bestond in ieder geval in de periode van februari tot en met eind september 2010 een behandelrelatie tussen verdachte en [aangeefster 1]. Op zijn minst heeft verdachte zich dan ook schuldig gemaakt aan het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.

Ook de primair ten laste gelegde verkrachting kan echter bewezen worden. Tussen verdachte en [aangeefster 1] bestond een leeftijdsverschil van ruim 32 jaren. [aangeefster 1] was vanaf haar veertiende jaar onder behandeling wegens anorexia. Ze is daarvoor zelfs opgenomen op de intensive care. Uiteindelijk kon ze terecht bij de kliniek van verdachte. Ze is door verdachte in een afhankelijkheidsrelatie gebracht. Door het psychisch overwicht dat verdachte als behandelaar had, kon [aangeefster 1] hem niet meer weerstaan. [aangeefster 1] durfde niet te zeggen dat ze de handelingen van verdachte niet leuk vond omdat ze bang was dat hij boos zou worden en dat zij zijn hulp zou verliezen, temeer daar verdachte had gezegd dat ze er met niemand over mocht praten.

4.1.3. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Alle ten laste gelegde seksuele handelingen kunnen worden bewezen. Verdachte erkent alle seksuele handelingen, behalve de geslachtsgemeenschap. Anders dan verdachte heeft [aangeefster 2] heldere en consistente verklaringen afgelegd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat zij over alle andere handelingen de waarheid zou spreken, maar de geslachtsgemeenschap heeft verzonnen. Verdachte heeft echter een goede reden om dat te ontkennen. Hij is namelijk besmet met hiv en moet dus begrijpen dat die omstandigheid zijn handelen extra laakbaar maakt. [aangeefster 2] heeft na de handelingen van verdachte bovendien laten onderzoeken of ze besmet was met hiv.

Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat sprake is geweest van seksueel binnendringen door verdachte met vingers, tong en penis. Uit de bewijsmiddelen kan voorts worden afgeleid dat [aangeefster 2] in het kader van haar behandeling door verdachte in een afhankelijkheidsrelatie met hem is gebracht. Verdachte heeft een vertrouwensrelatie met [aangeefster 2] opgebouwd en, mede als gevolg van het grote leeftijdsverschil tussen hem en [aangeefster 2], een psychisch overwicht opgebouwd. Op deze manier heeft verdachte de wil van [aangeefster 2] gemanipuleerd. [aangeefster 2] leed aan meerdere stoornissen en omschrijft zichzelf ook als een kwetsbare persoonlijkheid die moeite heeft grenzen aan te geven. Zij omschrijft verdachte als een overheersende man.

Verdachte heeft als therapeut/behandelaar misbruik gemaakt van zijn psychisch overwicht, de afhankelijke positie van [aangeefster 2] en het vertrouwen dat hij van haar had gewonnen. Omdat verdachte werkzaam is in de gezondheidszorg kan het subsidiair ten laste gelegde in ieder geval worden bewezen.

Verdachte had als behandelaar een feitelijk overwicht ten opzichte van [aangeefster 2]. Dit werd versterkt door het aanzienlijke leeftijdsverschil. Verdachte heeft op drie momenten in zijn woning seksuele handelingen verricht bij [aangeefster 2]. Hij heeft onverwacht een pornofilm opgezet, wat een bedreigende sfeer bij [aangeefster 2] opriep, temeer nu ze in een vreemde omgeving was, terwijl verdachte op eigen terrein was. Verdachte heeft de druk op [aangeefster 2] opgevoerd door haar te beschuldigen van controlespelletjes. Zij zou het allemaal hebben uitgelokt en de consequenties daarvan dan maar moeten ervaren. Ook heeft hij haar verboden om met anderen over het gebeuren te praten omdat ze anders zijn leven zou verwoesten, de vriendschap met [aangeefster 3] zou verliezen, of omdat iedereen toch zou denken dat het haar schuld was omdat ze het uitgelokt had. Gelet op deze omstandigheden leverden de gedragingen van verdachte voor [aangeefster 2] een zodanige psychische druk op dat zij daaraan geen weerstand kon bieden en zich gedwongen voelde aan zijn wensen te voldoen. Er is dus sprake van feitelijkheden in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Stafrecht. Ook de primair ten laste gelegde verkrachting kan dus bewezen worden.

4.1.4. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Bewezen kan worden dat verdachte zich op meerdere momenten schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige die de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt. [aangeefster 3] heeft daar consistent over verklaard en haar verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [aangeefster 2]. Dat zij vaker in de woning van verdachte is blijven slapen, wordt bevestigd door de verklaring van haar moeder. Verdachte heeft ontkend geslachtsgemeenschap te hebben gehad met [aangeefster 3], maar dit kan wel bewezen worden. Het valt niet in te zien waarom [aangeefster 3] op alle punten de waarheid zou hebben gesproken, behalve op dit punt. Verdachte heeft daarentegen wel een goede reden om dit te ontkennen vanwege zijn besmetting met hiv. [aangeefster 3] heeft na de handelingen van verdachte bovendien laten onderzoeken of ze besmet was met hiv.

4.1.5. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde ontuchtige handelingen bewezen kunnen worden verklaard, doch dat de ten laste gelegde verkrachting niet bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte alle seksuele handelingen, die ten laste zijn gelegd, heeft gepleegd. Deze handelingen volgen allemaal uit de aangifte van [aangeefster 4] en verdachte heeft die handelingen bekend. Daarbij is onder meer sprake geweest van seksueel binnendringen bij [aangeefster 4] door verdachte.

De relatie tussen verdachte en [aangeefster 4] is aan te merken als een therapeut-patiënt/cliënt relatie. Uit de aangifte volgt daarnaast dat [aangeefster 4] zeer onder de indruk was van verdachte en dat zij tegen hem opkeek. Zij was bijzonder gevoelig voor de aandacht die zij van hem kreeg. Ze was ten tijde van het misbruik een kwetsbaar en jong meisje dat leed aan een ernstige eetstoornis. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat ze door verdachte, in het kader van de behandeling, in een afhankelijkheidsrelatie met verdachte is gebracht. Verdachte heeft door de seksuele handelingen te plegen als therapeut/behandelaar misbruik gemaakt van zijn psychisch overwicht, de afhankelijke positie van [aangeefster 4] en het vertrouwen dat hij van haar had gewonnen. Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt in de periode van 1 augustus 2010 tot en met [2010] èn het plegen van ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen in de periode van [2010] tot en met 9 december 2010.

Dergelijk misbruik kan onder omstandigheden ook worden aangemerkt als verkrachting, maar het is in dit geval onvoldoende vast komen te staan dat verdachte een dergelijke bedreigende sfeer heeft doen ontstaan dat [aangeefster 4] geen weerstand meer kon bieden tegen zijn handelen.

4.1.6. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde niet, doch het subsidiair ten laste gelegde wel bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat alles wat [aangeefster 5] heeft verklaard waar is, met dien verstande dat hij niet zijn penis tegen haar vagina heeft gebracht, maar dat zijn penis haar vagina geraakt kan hebben toen zij in bed lagen.

De relatie tussen verdachte en [aangeefster 5] is aan te merken als een therapeut-patiënt/cliënt

relatie. Zij was immers gedurende de ten laste gelegde periode intern onder behandeling in de kliniek van verdachte. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [aangeefster 5] door verdachte, in het kader van haar behandeling, in een afhankelijkheidsrelatie met hem is gebracht. Verdachte heeft een vertrouwensrelatie met haar opgebouwd en, mede als gevolg van het grote leeftijdsverschil tussen hen, een psychisch overwicht opgebouwd en daar misbruik van gemaakt. Verdachte heeft zich dus in ieder geval schuldig gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde.

De verkrachting kan niet wettig en overtuigend worden bewezen omdat verdachte niet een dusdanig overwicht op [aangeefster 5] heeft gehad, noch zich andere omstandigheden hebben voorgedaan, waardoor zij gedwongen is de handelingen van verdachte te ondergaan.

4.1.7. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat de verklaring van [aangeefster 6] klopt met uitzondering van dat hij haar zou hebben bedreigd en zou hebben gezegd dat hij haar wilde neuken. [aangeefster 6] heeft, anders dan verdachte, consistent verklaard en er valt niet in te zien waarom ze dat deel zou hebben verzonnen, terwijl ze verder de waarheid heeft gesproken. Net zoals bij [aangeefster 2] en [aangeefster 3] heeft verdachte echter een goede reden om dat deel te ontkennen vanwege zijn hiv-besmetting. Gelet hierop kunnen alle ten laste gelegde handelingen worden bewezen. Hierbij is ook sprake geweest van seksueel binnendringen van het lichaam van [aangeefster 6].

Het staat vast dat de minderjarige [aangeefster 6] gedurende de ten laste gelegde periode aan de zorg van verdachte was toevertrouwd. Zij verbleef in de kliniek van verdachte en verdachte was verantwoordelijk voor haar. Verdachte heeft zich dus in ieder geval schuldig gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde.

Het binnendringen ging ook gepaard met feitelijkheden als gevolg waarvan [aangeefster 6] is gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Verdachte was ten tijde van het delict therapeut/behandelaar in de kliniek waar [aangeefster 6] was opgenomen en had uit dien hoofde een feitelijk overwicht op [aangeefster 6]. Dit werd versterkt door het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hen. [aangeefster 6] was een kwetsbaar meisje van 16 jaar en wordt zo ook door verdachte beschreven. [aangeefster 6] beschrijft verdachte als intimiderend en een machtige, grote man.

Bij verdachte thuis werd [aangeefster 6] tot drie keer toe geconfronteerd met een pornofilm die door verdachte werd aangezet. Toen ze terug wilde naar de kliniek stelde hij voor dat ze bleef slapen en weigerde een taxi voor haar te bestellen. Vervolgens werd zij onverhoeds en onverwacht geconfronteerd met verdachte die naakt en met een erectie in de badkamer voor haar stond. Daarna werd zij, slechts gekleed in een string, op bed door verdachte gemasseerd. Plotseling werd zij door hem op haar buik gedraaid en gevingerd en gebeft. Ten slotte zei verdachte dat zij er met niemand over mocht praten en dat het hun geheimpje was. Het is daarnaast van belang dat de seksuele handelingen plaatsvonden in een voor [aangeefster 6] vreemde omgeving, terwijl verdachte op eigen terrein was en dat zij de seksuele handelingen totaal niet had hoeven te verwachten van haar therapeut.

Volgens de Hoge Raad kan van dwingen niet alleen sprake zijn als verzet wordt gebroken, maar ook als het onverhoedse karakter van het handelen van verdachte het slachtoffer overvalt en verzet voorkomt. In dat geval is tegelijkertijd sprake van het aanwenden van dwang door middel van geweld en het aanwenden van dwang door een feitelijkheid. Daarvan was in deze zaak sprake.

4.1.8. Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde ontuchtige handelingen bewezen kunnen worden verklaard, doch dat de ten laste gelegde bedreiging niet bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de seksuele handelingen bekend, maar heeft verklaard dat die niet hebben plaatsgevonden op het moment dat [aangeefster 7] in de kliniek verbleef, maar op een later tijdstip. [aangeefster 7] heeft, zowel over de handelingen als over de periode, een consistente en heldere verklaring afgelegd, terwijl verdachte zeer wisselend heeft verklaard over wat er al dan niet zou zijn gebeurd met de meisjes. Er kunnen dus op zijn minst vraagtekens worden geplaatst bij het waarheidsgehalte van de verklaringen van verdachte. Daarnaast past de verklaring van [aangeefster 7] volledig in de door verdachte gehanteerde modus operandi. De verklaringen van de andere aangeefsters komen op belangrijke punten overeen, zoals het thuis uitnodigen, complimentjes geven en onverwacht porno opzetten. De verklaringen van de ander meisjes ondersteunen de verklaring van [aangeefster 7]. Er is geen enkele reden om aan haar verklaring te twijfelen. Ook het videomateriaal waaruit blijkt dat [aangeefster 7] verdachte dankbaar was, maakt dit niet anders, nu de meisjes volgens hun eigen verklaring heen en weer werden geslingerd tussen verschillende gevoelens.

De aan verdachte ten laste gelegde bedreiging, dat hij [aangeefster 7] zou hebben bedreigd met de Hells Angels, is onvoldoende wettig en overtuigend bewezen. Anders dan de modus operandi van het seksuele misbruik wordt het dreigen met de Hells Angels door verdachte niet ondersteund door de verklaringen van de andere aangeefsters.

De relatie tussen verdachte en [aangeefster 7] is aan te merken als een therapeut-patiënt/cliënt relatie. [aangeefster 7] was immers gedurende het plegen van de seksuele handelingen intern onder behandeling in de kliniek van verdachte. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [aangeefster 7] door verdachte, in het kader van haar behandeling, in een afhankelijkheidsrelatie met hem is gebracht. Verdachte heeft een vertrouwensrelatie met [aangeefster 7] opgebouwd en, mede als gevolg van het grote leeftijdsverschil tussen hen, een psychisch overwicht opgebouwd. Verdachte heeft door de seksuele handelingen te plegen dus misbruik gemaakt in de zin van artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht.

4.1.9. Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

[aangeefster 8] heeft verklaard dat zij verdachte heeft ontmoet in de sauna. Nadat zij later de kliniek [kliniek] had bezocht, nodigde verdachte haar uit om bij hem thuis langs te komen. Toen ze binnenkwamen op de [A-straat] heeft verdachte de deur op slot gedaan. Vervolgens zette hij een porno-DVD op. Daarna vroeg hij of zij hem wilde aftrekken. Dat wilde ze niet. Vervolgens ging verdachte naar de douche en heeft hij zich daar afgetrokken. Toen verdachte uitgedoucht was, kwam hij naast haar zitten op de bank en pakte plotseling haar borsten vast onder haar kleding. Zij gaf aan dat ze daar niet van gediend was, waarop verdachte ophield, maar zich wel ging aftrekken terwijl hij naast haar op de bank zat. De getuigen [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] hebben allen verklaard dat zij dit verhaal van [aangeefster 8] hebben gehoord na haar afspraak met verdachte.

Volgens verdachte was er in de sauna al sprake geweest van flirten tussen hem en [aangeefster 8] en ging hij ervan uit dat hij die dag een leuke middag zou gaan hebben. Getuige [getuige 2], die met [aangeefster 8] mee was naar de sauna, verklaart daar echter niets over. Verdachte ontkent dat hij [aangeefster 8] in zijn woning aangeraakt heeft, hij geeft wel toe dat hij gedoucht heeft.

Er is in deze zaak sprake van dwingen door geweld of een andere feitelijkheid. Door het onverhoedse karakter van het handelen van verdachte, te weten het aanzetten van de porno en het grijpen bij haar borsten, werd [aangeefster 8] namelijk overvallen en zo werd verzet voorkomen, zodat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Het ten laste gelegde kan worden bewezen op grond van de aangifte van [aangeefster 8], de verklaringen van de getuigen en door middel van gebruikmaking van zogenaamd ketting- of schakelbewijs, te weten de feiten en omstandigheden zoals die naar voren zijn gekomen in de hiervoor besproken en bewezen geachte feiten. Alle aangeefsters verklaren dat de verdachte, als ze bij hem op bezoek zijn, langs pornokanalen aan het zappen is of porno op heeft staan. Het kijken naar porno gaat telkens vooraf aan het seksueel misbruik en kan dan ook niet anders gezien worden dan als deel uitmakend van een patroon. Zowel [aangeefster 1] als [aangeefster 5] verklaart daarnaast dat verdachte zich in hun aanwezigheid heeft afgetrokken.

4.1.10. Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde niet bewezen kan worden verklaard, doch dat het subsidiair ten laste gelegde wel bewezen kan worden verklaard. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, onder andere het volgende aangevoerd.

[aangeefster 9] verklaart dat zij in augustus en september 2010 vier keer bij verdachte thuis is uitgenodigd, waarbij hij zei dat hij haar zou helpen met de behandeling van haar eetstoornis. Ook zij verklaart dat verdachte af en toe opeens porno opzette. Tijdens een van de bezoekjes is ze tegen hem aan gaan liggen. Hij streelde haar haar en zakte toen naar beneden en wreef over haar billen. Ook kan ze zich herinneren dat ze bij hem thuis is geweest en dat hij met de hak van zijn voet rondjes draaide over haar kruis. Verdachte heeft ontkend dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [aangeefster 9], althans hij kan zich er niets van herinneren. Over het wrijven over de billen verklaart hij dat dat gebeurd kan zijn, maar dan zonder seksuele bijbedoelingen.

De verklaring van [aangeefster 9] komt op belangrijke punten overeen met de verklaringen van de andere aangeefsters, zoals het thuis uitnodigen, complimentjes geven en onverwacht porno opzetten. De verklaringen van de ander meisjes ondersteunen de verklaring van [aangeefster 9], zodat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij [aangeefster 9]. Haar verklaringen bevatten echter onvoldoende aanknopingspunten om de conclusie te trekken dat de gedragingen van verdachte een zodanige psychische druk opleverden dat zij daaraan geen weerstand kon bieden en zich gedwongen voelde aan zijn wensen te voldoen. Er is dus geen sprake van feitelijkheden in de zin van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Het subsidiair ten laste gelegde, te weten dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn rol als therapeut/behandelaar, kan wel worden bewezen. [aangeefster 9] was niet opgenomen in de kliniek van verdachte, maar het was wel duidelijk dat ze bij hem thuis kwam om te praten over haar eetstoornis en dat hij haar daarbij zou kunnen helpen. De relatie tussen verdachte en [aangeefster 9] is dan ook aan te merken als een therapeut-patiënt/cliënt relatie.

4.2. Het standpunt van de verdediging

4.2.1. Algemeen

Verdachte heeft zich niet gedragen zoals het een hulpverlener betaamt. Van verkrachting is in het dossier echter nergens sprake, want uit het dossier blijkt niet dat verdachte de meisjes heeft gedwongen om handelingen te ondergaan, noch dat hij daartoe opzet had. Verdachte dient dus in alle gevallen vrijgesproken te worden van verkrachting.

Voor de verkrachtingen, zoals ten laste gelegd, moet sprake zijn van een 'andere feitelijkheid' of 'andere feitelijkheden' die een dermate bedreigend dwangmiddel opleveren dat het slachtoffer wordt gedwongen om de seksuele handelingen te ondergaan. De dwangmiddelen moeten dus zodanig zijn dat de capitulatie van het slachtoffer te verwachten was. Daarnaast moet verdachte opzet hebben gehad op de dwang.

Seksueel misbruik door iemand die werkzaam is in de gezondheidszorg valt in principe onder artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht. Dergelijk misbruik kan ook verkrachting opleveren, maar dan moet het slachtoffer door geweld, bedreiging met geweld of andere feitelijkheden zijn gedwongen om die handelingen te ondergaan. Het enkele bestaan van een afhankelijkheidsrelatie is echter onvoldoende om te kunnen spreken van dergelijke dwang.

4.2.2. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van dit feit van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en heeft zich gerefereerd ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Blijkens het dossier heeft [aangeefster 1] verdachte 257 sms'jes gestuurd. Uit die sms'jes blijkt niet dat ze bang was voor verdachte, maar juist dat ze dol op hem was en hem steeds wilde zien. [aangeefster 1] nam ook het initiatief in het contact met verdachte. Dat duidt niet op iemand die door verdachte verkracht is.

Verdachte heeft erkend dat er iets is gebeurd met [aangeefster 1], maar ontkent de frequentie van de handelingen. Er moet daarom worden gekeken naar de betrouwbaarheid van haar verklaring. [aangeefster 1] heeft verklaard dat ze op 20 maart 2010 bij verdachte heeft geslapen. Uit de sms'jes in de telefoon blijkt echter dat dat niet klopt. Ze is niet bij verdachte geweest en al helemaal niet continue. [aangeefster 1] heeft daarnaast verklaard dat ze vanaf 19 maart tot eind november 2010 een aantal keer per week bij verdachte heeft geslapen. In juli 2010 heeft ze in Spanje echter tegen [getuige 1] gezegd dat het één keer was gebeurd. Het is niet geloofwaardig dat het heel vaak zou zijn gebeurd en dat ze dat niet tegen haar vriendin zou hebben gezegd.

Gelet op het voorgaande kan niet worden aangetoond dat sprake was van dwangmiddelen en dat die van een voldoende kaliber waren dat de vrees bij [aangeefster 1] gerechtvaardigd was. Hoewel vast staat dat verdachte aan [aangeefster 1] heeft gezeten, blijkt uit het dossier dus niet dat hij haar verkracht heeft.

4.2.3. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van dit feit van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en heeft zich gerefereerd ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Op 14 september 2010 heeft [aangeefster 2] een e-mail gestuurd aan haar psycholoog over wat er was gebeurd met verdachte. Het taalgebruik in die e-mail lijkt echter niet op dat van een vrouw die verkracht is. Ook zegt [aangeefster 2] in de e-mail niet dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat ze het niet verder mocht vertellen. Het is niet begrijpelijk dat ze daar in haar aangifte opeens mee komt. In haar aangifte verklaart [aangeefster 2] daarnaast dat ze niets bij verdachte heeft gedaan. Dat ze hem gepijpt zou hebben, kan dus niet bewezen worden.

[aangeefster 2] doet pas vijf maanden na haar e-mail aan haar psycholoog aangifte. Uit het dossier blijkt dat er contact is geweest tussen verschillende aangeefsters. Het is dus niet uit te sluiten dat sprake is geweest van beïnvloeding.

Verdachte erkent de meeste ten laste gelegde handelingen. Hij ontkent echter ten stelligste dat hij [aangeefster 2] met zijn penis heeft gepenetreerd. Dat kan dus niet bewezen worden.

4.2.4. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behalve voor wat betreft de ten laste gelegde geslachtsgemeenschap. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft onderbouwd uitgelegd waarom hij nooit seks heeft gehad met aangeefster. Hij is besmet met hiv en zou dus nooit seks met iemand hebben buiten zijn relatie. Op dit punt staat de verklaring van verdachte dus lijnrecht tegenover die van aangeefster. Alleen aangeefster en haar vriendin, aangeefster [aangeefster 2], verklaren over geslachtsgemeenschap. De andere aangeefsters verklaren daar niets over. Nu de verklaring van aangeefster ten aanzien van de geslachtsgemeenschap niet wordt gesteund door ander bewijs, dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

4.2.5. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van dit feit vrijgesproken dient te worden van de cumulatief ten laste gelegde verkrachting en heeft zich gerefereerd ten aanzien van het overige. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Aan verdachte kan worden verweten dat hij met zijn handen aan een vijftien-/zestienjarig meisje heeft gezeten, maar uit de aangifte van [aangeefster 4] blijkt niet dat sprake was van dwang. [aangeefster 4] heeft verklaard dat ze een speciaal gevoel door verdachte kreeg. Ze dacht dat ze speciaal door verdachte was uitgekozen en vond de spanning wel leuk en interessant. Ook heeft ze verklaard dat ze opgewonden was toen ze samen met verdachte in zijn slaapkamer was en de seksuele handelingen plaatsvonden.

4.2.6. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van dit feit van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en heeft zich gerefereerd ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Aan verdachte kan worden verweten dat hij als hulpverlener seksuele handelingen heeft verricht ten aanzien van [aangeefster 5], maar er was geen sprake van verkrachting. [aangeefster 5] heeft immers verklaard dat ze niet tegen verdachte heeft gezegd dat het volgens haar te snel ging, maar juist deed alsof ze het fijn vond omdat ze zich vereerd voelde. Ook heeft ze verklaard dat de hunkering naar verdachte toenam toen ze de grens was overgegaan.

4.2.7. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van dit feit van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en heeft zich gerefereerd ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De seksuele handelingen van verdachte ten aanzien van [aangeefster 6] zijn gebeurd op één avond. Verdachte had vier uur lang een gesprek met haar gevoerd. Daarna is de vrijage ontstaan. Er was dus geen sprake van onverhoeds handelen door verdachte, waardoor [aangeefster 6] werd gedwongen om de handelingen te ondergaan.

[aangeefster 6] heeft verklaard dat verdachte erg intimiderend was. Dat blijkt echter helemaal niet. Sterker nog, [aangeefster 6] heeft verklaard dat ze verliefd is geworden op verdachte. Verdachte wilde na het ene voorval echter niet meer omdat hij wist dat het niet goed was. Verdachte wilde daarna nauwelijks nog contact met [aangeefster 6]. Dat wilde zij echter niet.

Nu uit het dossier niet blijkt dat sprake was van dwang door verdachte, dan wel opzet daarop, kan de ten laste gelegde verkrachting niet bewezen worden.

4.2.8. Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij seks heeft gehad met [aangeefster 7], maar dat dit negen maanden nadat zij de kliniek had verlaten, plaatsvond. Op dat moment was ze geen cliënte meer van verdachte en er was dus geen beletsel, vanuit een hulpverleningsrelatie, om een seksuele relatie aan te gaan. [aangeefster 7] heeft een andere verklaring afgelegd, namelijk dat de seksuele handelingen plaatsvonden terwijl ze nog in de kliniek zat, maar haar verklaring wordt niet door ander bewijs ondersteund. Er kan dus niet worden bewezen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht ten aanzien van [aangeefster 7] terwijl zij aan zijn zorg als hulpverlener was toevertrouwd.

Uit de door [persoon 1] gemaakte DVD blijkt daarnaast dat [aangeefster 7] na haar verklaring een videoboodschap heeft ingesproken waarin ze zegt dat ze veel aan verdachte heeft gehad en dat ze hem wil bedanken voor alles wat hij voor haar en haar familie gedaan heeft. Ook zegt ze dat hij een topper is en dat ze van hem houdt. Dit zijn niet de woorden van iemand die door verdachte bedreigd is. Bovendien blijkt hieruit niet dat er seksuele handelingen tussen haar en verdachte hebben plaatsgevonden in de tijd dat ze in de kliniek verbleef.

4.2.9. Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

[aangeefster 8] heeft op 22 december 2007 een informatief gesprek gevoerd met de politie. Op dat moment vond de politie haar verklaring onvoldoende om tot vervolging over te gaan. Op 11 januari 2012 wordt haar verklaring echter opeens wel opgenomen.

Verdachte ontkent dat hij op 7 december 2007 seksuele handelingen heeft verricht. Hij had [aangeefster 8] ontmoet in de sauna en dacht wel dat er iets zou gebeuren, maar toen ze bij hem in de kliniek en daarna thuis kwam, bleek dat ze op zoek was naar een baan en niet naar seks. Echter, ook als wordt uitgegaan van de verklaring van [aangeefster 8] kan het ten laste gelegde niet worden bewezen. Uit haar verklaring blijkt namelijk niet dat sprake was van dwang. Volgens [aangeefster 8] heeft verdachte de deur op slot gedaan, maar verdachte liet de sleutel in de deur zitten. Toen verdachte porno opzette, zei [aangeefster 8] volgens haar eigen verklaring dat ze daar ook opgewonden van werd. Ook zei ze tegen verdachte dat ze het goed vond dat hij zichzelf aftrok. Als dit al aanranding oplevert, dan is elke man voortaan loslopend wild. Verdachte kon immers niet weten dat [aangeefster 8] niet gediend was van zijn avances, want dat heeft ze op geen enkel moment aangegeven.

4.2.10. Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Volgens [aangeefster 9] zou verdachte over haar billen hebben gestreken en met zijn voet rondjes hebben gedraaid in haar kruis. Die gebeurtenissen zouden dermate traumatisch zijn geweest dat ze nu nauwelijks nog een toekomst heeft. Het lijkt erop dat de problemen van [aangeefster 9] niets met verdachte te maken hebben, maar met misbruik dat volgens haar eigen verklaring in het verleden heeft plaatsgevonden.

Verdachte ontkent dat hij seksuele handelingen heeft verricht ten aanzien van [aangeefster 9]. Hij verklaart dat hij haar heeft getroost. Als wordt uitgegaan van de verklaring van [aangeefster 9], dan volgt daaruit niet dat verdachte door feitelijkheden is gedwongen om het handelen van verdachte te ondergaan, dus de ten laste gelegde verkrachting kan niet bewezen worden.

Ook het subsidiair ten laste gelegde kan niet bewezen worden nu verdachte de seksuele handelingen ontkent en de verklaring van [aangeefster 9] niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. Inleiding

De rechtbank zal hieronder beginnen met een algemene uiteenzetting van het juridisch kader dat van belang is voor de beoordeling van de ten laste gelegde feiten. Vervolgens zal de rechtbank de ten laste gelegde feiten één voor één bespreken.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het in rubriek 5 bewezen geachte heeft begaan op de hierna in samenvattende vorm weergegeven feiten en omstandigheden, zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen, en de navolgende bewijsoverwegingen.i

4.3.2. Het juridisch kader

De in de tenlastelegging aan verdachte verweten gedragingen vallen soms onder meer dan één strafbepaling. Verdachte erkent in sommige gevallen misbruik te hebben gemaakt van zijn positie. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben, op één geval na, aangegeven dat waar dat ten laste is gelegd, steeds sprake was van een hulpverlener-patiënt relatie tussen verdachte en de betreffende aangeefster. De rechtbank twijfelt hier niet aan en gaat daar in het navolgende van uit. Waar dit door de verdediging is betwist, zal de rechtbank daar expliciet op ingaan.

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan verkrachting. De rechtbank zal hierop per feit verder ingaan. In het algemeen kan hier wel het volgende over worden gesteld. Uit uitspraken van de Hoge Raad blijkt dat in gevallen waarin ontucht is gepleegd in een patiënt-hulpverlener relatie, ook sprake kan zijn van verkrachting. In dat geval dient ook aan de vereisten van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht te zijn voldaan. Dit wetsartikel houdt in dat een slachtoffer door geweld of een andere feitelijkheid, of door dreiging met geweld of dreiging met een andere feitelijkheid tot die ontuchtige handelingen is gedwongen, waarbij sprake was van seksueel binnendringen van het lichaam.

In de verdachte ten laste gelegde feiten komt geweld (of dreiging daarmee) als zodanig niet voor. Centraal staan de zogenaamde "andere feitelijkheden", kort gezegd handelingen, die niet onder de term "geweld" vallen. Het kan daarbij gaan om handelingen, maar ook om mededelingen en omstandigheden. Om tot bewezenverklaring van verkrachting te komen, moeten deze feitelijkheden zodanig van aard en omvang zijn dat zij samen een dermate grote psychische druk op een aangeefster leggen, dat zij op het moment van de seksuele handelingen redelijkerwijs niets anders kan doen dan de handelingen te dulden. Ook is vereist dat verdachte opzet had op het ontstaan van deze druk op aangeefsters. Dit (voorwaardelijke) opzet houdt in dat verdachte op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een aangeefster dwong tot het ondergaan van het seksuele binnendringen.

Concreet betekent dit dat verdachte in de bewuste situatie begreep of heeft moeten begrijpen dat alle handelingen, mededelingen en omstandigheden tot deze druk op aangeefsters hebben geleid. Om verdachte daarvoor verantwoordelijk te kunnen houden, moeten al deze handelingen, mededelingen en omstandigheden door verdachte zijn verricht of in het leven geroepen.

Voor een bewezenverklaring van verkrachting is niet voldoende dat er een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en een aangeefster heeft bestaan, die aan verdachte een overwicht op die aangeefster gaf. Er moet meer zijn. Deze relatie en het psychisch overwicht kunnen een aangeefster beïnvloeden maar maken niet per se haar handelen onvrijwillig. Andere factoren kunnen van belang zijn, zoals het leeftijdsverschil en de persoonlijke kenmerken van de aangeefster. Een kwetsbaar persoon zal eerder worden gedwongen dan een ander.

Volgens de Hoge Raad is vereist dat verdachte binnen de bestaande afhankelijkheidsrelatie handelingen heeft verricht, waardoor een dreigende sfeer is ontstaan. Aangeefsters moeten ten gevolge van die ontstane dreigende sfeer zijn gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Welke handelingen daarbij van belang zijn, is afhankelijk van het geval. Hieronder zal in de specifieke gevallen op al deze aspecten gedetailleerd worden ingegaan en beslist.

4.3.3. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 1], geboren op [1992], heeft verklaard dat ze eind januari 2010 een intakegesprek heeft gehad met verdachte vanwege haar eetstoornis. Vanaf februari 2010 is zij begonnen in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte de eigenaar was. Gedurende de week deed verdachte groepssessies en op zondag deed hij de familiegroep. Ze had ook therapeutische gesprekken met verdachte. Ze zag hem als haar behandelaar. Verdachte sms'te haar dat ze hem altijd kon bellen als er iets was. Op 19 maart 2010 sms'te verdachte dat het beter voor haar was dat ze bij hem op de bank zou slapen. Verdachte heeft haar opgehaald en meegenomen naar zijn huis op de [B-straat nr] te [plaats]. In het huis was verdachte haar aan het knuffelen, vasthouden en strelen. Hij streelde haar over haar benen en aaide haar over haar rug. Rond 03:00 uur gingen ze allebei naar bed. Verdachte vroeg haar om nog even naast hem te gaan liggen op bed. Hij sloeg zijn arm om haar heen en ging lepeltje lepeltje (de rechtbank begrijpt: met zijn buik tegen haar rug) tegen haar aan liggen. Ze is toen in slaap gevallen. Later werd ze wakker en zag ze dat porno aanstond op de televisie. Eerder op de avond had verdachte al een aantal keer langs pornokanalen gezapt. Verdachte sliep, maar werd op een gegeven moment wakker. Hij ging toen met zijn stijve geslachtsdeel tegen haar kont aanrijden. [aangeefster 1] durfde niet te zeggen dat ze het niet leuk vond omdat ze bang was dat verdachte boos zou worden en raar zou reageren. Nadat ze waren opgestaan, heeft verdachte tegen haar gezegd dat ze goed moest onthouden dat ze tegen niemand mocht zeggen dat ze bij hem in bed had geslapen. Ze vertrouwde verdachte, hij gaf haar een vadergevoel en gaf haar het gevoel dat ze bijzonder was.

Een andere dag heeft verdachte haar kont gestreeld terwijl ze bij hem in bed lag. Hij ging met zijn hand onder haar broek en wreef tot net bij haar vagina. Ook wreef hij onder haar bh over haar borsten. Terwijl ze sliep, vingerde verdachte haar van achteren (de rechtbank begrijpt: achterlangs). Hij ging met een vinger over haar vagina en vervolgens in haar vagina. Hij maakte op en neer gaande bewegingen met zijn vinger.

In de kliniek ging verdachte zich steeds meer op haar focussen. Ze durfde niet tegen hem in te gaan. Hij kon heel goed manipuleren. Ze was op dat moment emotioneel en labiel. Verdachte wilde dat ze vaker langskwam. Ze ging elke keer met hem mee uit angst. Ze was bang om een deel van de hulp die hij haar gaf te verliezen. En wie zou haar geloven want hij was zo'n bekende man.

[aangeefster 1] heeft vanaf 19 maart tot eind november 2010 regelmatig bij verdachte geslapen. Verdachte ging steeds verder als ze bij hem sliep. Hij begon haar vaker te vingeren in een nacht. Uiteindelijk heeft hij haar ook gebeft. Een keer voelde ze dat hij een vinger in haar vagina en een vinger in haar anus had. De eerste keren deed verdachte haar boxershort of string opzij, daarna deed hij alles uit. Vaak lagen ze lepeltje lepeltje. Verdachte vingerde haar ook wel eens met twee vingers. Hij befte haar ook elke keer als ze bij hem sliep. Verdachte pakte ook haar hand en deed die om zijn stijve geslachtsdeel. Hij rukte zichzelf dan af met haar hand.

Gedurende deze periode is [aangeefster 1] altijd in behandeling geweest. In de avonden ging ze vaak eten in de kliniek en ook in de weekenden kwam ze er regelmatig. Ook heeft ze van april to september 2010 in een 'safe house' gewoond. Dat viel nog in het nazorgtraject van de kliniek. Dit huis stond in de buurt van de kliniek en als zij of haar huisgenootjes hulp nodig hadden, dan konden ze naar de kliniek gaan.

In juli 2010 is ze als ervaringsdeskundige naar Spanje geweest voor het programma 'Family Matters'. Ze was toen nog erg kwetsbaar. Verdachte zei ook altijd dat ze kwetsbaar en gevoelig was en dat hij haar in de gaten zou houden. In Spanje heeft hij haar op een ochtend zijn excuses aangeboden omdat hij haar grenzen over was gegaan. 's Avonds is ze met verdachte met de auto weggegaan om te praten. Verdachte wees naar haar vagina en zei dat het hem speet. Hij zei dat hij het zou ontkennen en dat hij zou zeggen dat ze psychiatrisch was. Hij zei ook dat hij haar leven 'the worst nightmare' zou maken. Die avond is ze wel naar zijn hotelkamer gegaan om te praten. Toen heeft weer hetzelfde (de rechtbank begrijpt: dezelfde seksuele handelingen als hiervoor omschreven) plaatsgevonden. Vanaf dat moment was ze alleen maar banger. Terug in Nederland is ze bij verdachte blijven slapen. Ze was bang voor een terugval in haar eetstoornis.ii

Naar aanleiding van de eerste nacht dat ze bij verdachte is blijven slapen, heeft verdachte tegen haar gezegd: "ik ontken alles en ik zal je leven een nachtmerrie maken, a worst nightmare."iii

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op de [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij directeur was van het bedrijf [kliniek]. In de kliniek deed hij groepssessies. Hij denkt dat de beschuldiging dat hij hulpverlener was voor de meisjes terecht is. Hij keek constant porno. Er was een soort beeld als goeroe van hem gecreëerd en hij werkte daaraan mee. Er zijn in Spanje en in september (de rechtbank begrijpt: in Nederland) dingen gebeurd. Alle dingen, behalve het met zijn vinger in haar anus gaan en het aftrekken, zijn in Spanje gebeurd.iv

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vragen welke handelingen hebben plaatsgevonden en in welke periode, uit van de verklaring van aangeefster. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van een deel van de ten laste gelegde handelingen en heeft verklaard dat die handelingen op twee momenten, in juli in Spanje en in september in Nederland, hebben plaatsgevonden. De rechtbank acht de ontkennende verklaring ten aanzien van de langere periode en zijn handelingen echter minder geloofwaardig dan de verklaring van de aangeefster over de periode en de handelingen. Verdachte heeft sinds zijn aanhouding in april 2011 diverse verklaringen afgelegd. Hij is in maart 2012 op eigen verzoek door de rechter-commissaris gehoord omdat hij 'dingen op tafel' wilde leggen, maar ook daarna heeft hij zijn verklaring nog aangepast ten aanzien van een aantal aangeefsters. Anders dan bij verdachte heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangeefster. Zij heeft consistent verklaard over de handelingen van verdachte, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. De verdediging heeft ook geen omstandigheden naar voren gebracht die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de verklaring van de aangeefster.

Tussen verdachte en [aangeefster 1] bestond een aanzienlijk leeftijdsverschil. Hoewel niet ten laste gelegd, was [aangeefster 1] gedurende een deel van de ten laste gelegde periode zelfs minderjarig (17 jaar). Uit de verklaring van [aangeefster 1] blijkt daarnaast duidelijk dat tussen verdachte en haar een afhankelijkheidsrelatie was ontstaan. De rechtbank concludeert, gelet op de hiervoor onder 4.3.3 weergegeven algemene opmerkingen ten aanzien van verkrachting, echter dat deze omstandigheden op zichzelf onvoldoende zijn om het handelen van verdachte als verkrachting aan te kunnen merken. Er moet dus worden beoordeeld of er nog andere omstandigheden of handelingen zijn die als 'feitelijkheid' in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval.

Een groot deel van de seksuele handelingen die verdachte bij [aangeefster 1] heeft verricht, vonden plaats in zijn woning, de eigen vertrouwde plek van verdachte, maar niet die van [aangeefster 1]. Bovendien heeft verdachte [aangeefster 1] onverhoeds geconfronteerd met pornografische beelden. Ten slotte heeft verdachte grote druk op [aangeefster 1] gelegd door meermalen tegen haar te zeggen dat ze niets over de gebeurtenissen mocht zeggen, te zeggen dat hij alles zou ontkennen en te zeggen dat hij haar leven een nachtmerrie zou maken. [aangeefster 1] heeft verklaard dat ze bang was om tegen verdachte in te gaan omdat ze voor haar eetstoornis afhankelijk was van verdachtes hulp en dat ze bang was om die hulp te verliezen. Met de hiervoor genoemde handelingen en mededelingen heeft verdachte een zodanige psychische druk op [aangeefster 1] gelegd dat zij daaraan geen weerstand meer kon bieden.

Verdachte wist dat [aangeefster 1] een fysiek en psychisch kwetsbaar meisje was. Op het moment dat verdachte voor het eerst over [aangeefster 1] hoorde, lag ze zelfs in een ziekenhuis op de Intensive Care-unit vanwege haar eetstoornis. Hij had dus moeten beseffen welke druk hij met zijn handelen en mededelingen op [aangeefster 1] legde. Gelet op voornoemde omstandigheden mocht verdachte niet aannemen dat [aangeefster 1] de seksuele handelingen vrijwillig onderging. Door zijn handelen heeft verdachte dus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [aangeefster 1] de handelingen, waaronder begrepen het seksueel binnendringen van het lichaam, tegen haar wil zou ondergaan, zodat er sprake is van voorwaardelijke opzet op dwang. De ten laste gelegde verkrachting kan dus worden bewezen.

4.3.4. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 2] heeft verklaard dat ze leed aan een eetstoornis. Via [aangeefster 3] is ze in contact gekomen met verdachte. Ze heeft hem op 8 augustus 2010 voor het eerst ontmoet. Verdachte zei dat ze een week in de kliniek kon blijven. Iedere dag kwam verdachte naar de kliniek en vertelde wat er die dag zou gebeuren. Ook leidde hij groepsgesprekken. Na een week zei verdachte dat ze langer mocht blijven omdat ze nog lang niet van haar problemen af was. Op 29 augustus 2010 sliep ze voor het eerst bij verdachte thuis op de [B-straat nr] te [plaats]. Ze is samen met verdachte op bed gaan liggen om een film te kijken. Verdachte streelde over haar benen en blote buik. Hierna zette verdachte de film uit en zapte naar porno. Toen ze zei dat ze dat niet hoefde te zien, zei verdachte dat ze het wel leuk vond en dat ze van controlespelletjes hield. Vervolgens ging ze slapen. Toen ze rond 5 of 6 uur 's ochtends wakker werd, voelde ze dat verdachte naar haar toe draaide. Hij streelde haar onder haar shirt over haar buik. Vervolgens begon hij onder haar bh haar borsten te strelen. Ze probeerde zich weg te draaien, maar verdachte zei dat ze geen controlespelletjes moest spelen en dat ze prima wist waar ze mee bezig was. Verdachte ging steeds verder naar beneden met zijn hand. Hij ging met zijn hand in haar joggingbroek en onderbroek en met zijn vinger in haar vagina. Hij maakte op-en-neer gaande bewegingen in haar vagina met zijn vinger. Verdachte zei aan haar ogen te zien dat zij het ook wilde. Verdachte heeft haar tot ongeveer 7 uur 's ochtends betast en gevingerd. Hij is tot tweemaal toe met zijn vinger in haar vagina geweest. Verdachte zei dat ze er met niemand over mocht praten omdat ze anders zijn leven zou verwoesten. Hij zei ook dat ze 18 jaar oud was en dat ze het ook had gewild en dat ze moest zeggen dat ze op de bank had geslapen.

Op 4 september 2010 was ze weer bij verdachte. Terwijl ze met hem aan het praten was, begon hij haar weer te strelen. Hij zoende in haar nek en ging met zijn hand onder haar jurkje. Hij ging met zijn hand naar haar borsten. Ook probeerde hij met zijn handen in haar legging te gaan. Na het eten is ze weer met verdachte naar zijn woning gegaan. Verdachte zei dat ze naast hem op bed moest gaan liggen. Hij streelde haar vervolgens weer over haar benen en buik. Ze zag dat zijn geslachtsdeel stijf was. Hij zei dat ze macht over hem had en controlespelletjes speelde. Hij trok zijn broek en onderbroek uit en ging met zijn mond naar haar vagina. Hij maakte met zijn tong bewegingen bij haar vagina en bewerkte haar clitoris met zijn tong. Verdachte zei dat ze het aan niemand mocht vertellen, omdat niemand zou geloven dat ze met een 49-jarige man in bed had gelegen. Hij zei ook dat ze 18 jaar oud was en dat het allemaal vrijwillig gebeurde.

In oktober 2010 is ze met [aangeefster 3] bij verdachte langsgegaan. Terwijl [aangeefster 3] aan het douchen was, ging verdachte met zijn hand in [aangeefster 2]s broek. Hij streelde met zijn vinger over haar vagina.

Van 7 op 8 november 2010 is ze weer bij verdachte geweest. Verdachte zei dat ze naar huis moest bellen om te zeggen dat ze bij [naam] zou slapen. Dat heeft ze gedaan. Vervolgens zei verdachte dat hij wist dat ze te vertrouwen was omdat ze zo goed tegen iedereen kon liegen. Hij zei ook dat hij zich geen zorgen maakte dat ze het aan iemand zou vertellen omdat ze daarmee zijn en haar leven in gevaar zou brengen. Verdachte zei dat ze mee naar boven moest. Hij zei dat ze het zelf had uitgelokt en dat ze de consequenties dus maar moest dragen. Boven vroeg verdachte of ze porno wilde kijken. Ze zei dat ze dat niet wilde, maar hij zette toch porno op. Hij kneep in haar borsten. Hij zei dat ze lang genoeg spelletjes met hem had gespeeld en dat hij nu met haar wilde neuken. Ze zei dat ze dat niet wilde.v Hij zei toen: "Maar je hebt het zelf uitgelokt, je had het kunnen verwachten."vi

Eerst vingerde hij haar. Op een gegeven moment deed verdachte haar onderbroek en joggingbroek uit en deed een condoom bij zichzelf om. Hij ging toen met zijn geslachtsdeel in haar vagina. Daarna maakte hij op-en-neer gaande bewegingen, waardoor hij zijn geslachtsdeel steeds bij haar in haar vagina duwde. Op een gegeven moment is hij met zijn geslachtsdeel uit haar vagina gegaan en vervolgens er weer in gegaan.

Ze heeft verdachte ook wel eens gepijpt.vii

Verdachte heeft aan aantal keer letterlijk gezegd: "Ik wil niet dat je er met iemand over praat. Iedereen gaat zeggen dat het jouw schuld is, jij ligt hier immers in bed met je hulpverlener."viii

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op de [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij directeur was van het bedrijf [kliniek]. In de kliniek deed hij groepssessies. Hij denkt dat de beschuldiging dat hij hulpverlener was voor de meisjes terecht is. Hij keek constant porno. Er was een soort beeld als goeroe van hem gecreëerd en hij werkte daaraan mee.ix [aangeefster 2] is bij hem thuis geweest. Hij heeft haar over haar benen en buik gestreeld en porno opgezet. Ook streelde hij haar borsten. Hij is met zijn handen in haar onderbroek gegaan en heeft met zijn vinger op-en-neer gaande bewegingen gemaakt in haar vagina. Het kan zijn dat hij [aangeefster 2] heeft gebeft. Hij heeft ook tegen haar gezegd dat hij wilde neuken.x

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vragen welke handelingen hebben plaatsgevonden en in welke periode, uit van de verklaring van aangeefster. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van een deel van de ten laste gelegde handelingen, maar heeft ontkend dat hij door [aangeefster 2] is gepijpt en dat hij geslachtsgemeenschap met haar heeft gehad, terwijl hij dat laatste volgens zijn zeggen wel wilde. De rechtbank acht die ontkenning echter minder geloofwaardig dan de verklaring van de aangeefster. Verdachte heeft sinds zijn aanhouding in april 2011 diverse verklaringen afgelegd. Hij is in maart 2012 op eigen verzoek door de rechter-commissaris was gehoord omdat hij 'dingen op tafel' wilde leggen, maar ook daarna heeft hij zijn verklaring nog aangepast ten aanzien van een aantal aangeefsters. Daarbij heeft verdachte ook een duidelijk motief om te ontkennen dat hij geslachtsgemeenschap met [aangeefster 2] zou hebben gehad omdat dat zijn handelen, vanwege zijn hiv-besmetting, laakbaarder zou maken. Anders dan bij verdachte heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangeefster. Zij heeft consistent verklaard over de handelingen van verdachte, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. Bovendien heeft zij in september 2010, dus ruim voor haar aangifte en voordat de beschuldigingen tegen verdachte in de media bekend werden, een e-mail gestuurd naar haar psychologe, waarin ze heeft aangegeven dat ze verdachte heeft gepijpt. De verdediging heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de verklaring van de aangeefster.

Tussen verdachte en [aangeefster 2] bestond een aanzienlijk leeftijdsverschil. Uit de verklaring van [aangeefster 2] blijkt daarnaast duidelijk dat tussen verdachte en haar een afhankelijkheidsrelatie was ontstaan. Zoals hiervoor al overwogen, zijn deze omstandigheden op zichzelf onvoldoende om het handelen van verdachte als verkrachting aan te kunnen merken. Er moet dus worden beoordeeld of er nog andere omstandigheden of handelingen zijn die als 'feitelijkheid' in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval.

De seksuele handelingen die verdachte bij [aangeefster 2] heeft verricht, vonden plaats in zijn woning, de eigen vertrouwde plek van verdachte, maar niet die van [aangeefster 2]. Bovendien heeft verdachte [aangeefster 2] onverhoeds geconfronteerd met pornografische beelden. Ten slotte heeft verdachte een grote druk op [aangeefster 2] gelegd door meermalen tegen haar te zeggen dat ze niets over de gebeurtenissen mocht zeggen, te zeggen dat niemand haar zou geloven en dat iedereen zou denken dat het haar schuld was en te zeggen dat ze het zelf had uitgelokt. Bovendien zei verdachte, als [aangeefster 2] zei dat ze bepaalde dingen niet wilde doen, dat ze het wel wilde en dat ze spelletjes aan het spelen was. Met de hiervoor genoemde handelingen en mededelingen heeft verdachte een zodanige psychische druk op [aangeefster 2] gelegd dat zij daaraan geen weerstand meer kon bieden en de handelingen daarom maar onderging.

Verdachte wist dat [aangeefster 2] een kwetsbaar meisje was vanwege haar eetstoornis. Hij had dus moeten beseffen welke druk hij met zijn handelen en mededelingen op haar legde. Gelet op voornoemde omstandigheden mocht verdachte niet aannemen dat [aangeefster 2] de seksuele handelingen vrijwillig onderging. Door zijn handelen heeft verdachte dus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [aangeefster 2] de handelingen tegen haar wil zou ondergaan, zodat er sprake is van voorwaardelijke opzet op dwang. De ten laste gelegde verkrachting kan dus worden bewezen.

4.3.5. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 3], geboren op [1994], heeft verklaard dat ze in juli 2010 heeft meegedaan aan het programma 'Family Matters'. Alle deelnemers van dat programma zijn na de opnamen naar de kliniek [kliniek] van verdachte gegaan voor nazorg. Ze is van eind juli tot eind augustus 2010 opgenomen in de kliniek. Toen ze weer naar huis mocht, kwam ze nog wel elke woensdag terug voor extra ondersteuning. Ze was toen vijftien jaar oud.

Verdachte was de baas in de kliniek. Hij deed ook de groepssessies. Ook gingen ze, alleen of in groepen, met hem mee uit eten.

De eerste keer dat ze bij verdachte bleef slapen, was op 31 juli 2010. Dat was in zijn woning op de [B-straat]. Ze sliep in de logeerkamer. Op een gegeven moment kwam verdachte naast haar op bed liggen en legde hij zijn hand onder het dekbed op haar buik. Hij is even weggeweest, maar kwam later weer terug. Hij deed opnieuw zijn hand op haar buik, maar toen onder haar T-shirt. Hij aaide over haar buik.

In totaal hebben op zes verschillende tijdstippen seksuele handelingen plaatsgevonden tussen aangeefster en verdachte. Een keer ging ze bij verdachte op bed liggen. Verdachte zapte steeds naar een pornokanaal. Op een gegeven moment ging hij met zijn hand in haar broek. Hij maakte haar broek open en betastte met een hand, over haar bh heen, haar borsten. Met zijn andere hand ging hij in haar onderbroek. Hij ging met zijn vingers in haar vagina en betastte haar clitoris.

Op 14 oktober heeft ze voor het eerst seks met verdachte gehad. Ze lagen bij hem thuis op bed. Verdachte zapte weer naar een pornokanaal. Hij ging met zijn hand naar haar kruis en ging met zijn vingers langs haar clitoris en in haar vagina. Hij heeft haar ook gebeft. Daarna pakte hij haar rechterhand, deed hem om zijn geslachtsdeel en maakte trekkende bewegingen. Toen zei hij dat hij wilde dat ze hem pijpte. Dat heeft ze een paar seconden gedaan. Hierna werd hij helemaal gek. Hij deed een condoom om en ging met zijn geslachtsdeel in haar vagina. De seks duurde lang. Die nacht is hij nog een keer met zijn geslachtsdeel in haar vagina geweest.

Vóór 14 oktober 2010 is ze een keer met [aangeefster 2] bij verdachte geweest. Verdachte ging toen met zijn handen aan de borsten van [aangeefster 2] zitten. Hij trok de panty van [aangeefster 3] naar beneden en begon haar te vingeren.

De laatste seksuele handelingen vonden plaats in november 2010. Verdachte heeft haar toen gevingerd.

Alle seksuele handelingen hebben in het huis van verdachte aan de [B-straat] plaatsgevonden.xi

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op de [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij directeur was van het bedrijf [kliniek]. In de kliniek deed hij groepssessies. Hij denkt dat de beschuldiging dat hij hulpverlener was voor de meisjes terecht is. Hij keek constant porno. Er was een soort beeld als goeroe van hem gecreëerd en hij werkte daaraan mee. Hij heeft [aangeefster 3] twee keer gevingerd. Hij heeft haar ook betast aan haar borsten. Hij wist hoe oud ze was. xii

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vragen welke handelingen hebben plaatsgevonden en in welke periode, uit van de verklaring van aangeefster. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van een deel van de ten laste gelegde handelingen, maar ontkent een aantal andere handelingen, waaronder dat hij door [aangeefster 3] is gepijpt en dat hij geslachtsgemeenschap met haar heeft gehad. De rechtbank acht die ontkenning echter minder geloofwaardig dan de verklaring van de aangeefster. Verdachte heeft sinds zijn aanhouding in april 2011 diverse verklaringen afgelegd. Hij is in maart 2012 op eigen verzoek door de rechter-commissaris was gehoord omdat hij 'dingen op tafel' wilde leggen, maar ook daarna heeft hij zijn verklaring nog aangepast ten aanzien van een aantal aangeefsters. Daarbij heeft verdachte ook een duidelijk motief om te ontkennen dat hij geslachtsgemeenschap met [aangeefster 3] zou hebben gehad of door haar is gepijpt omdat dat zijn handelen, vanwege zijn hiv-besmetting, laakbaarder maakt. Anders dan bij verdachte heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangeefster. Zij heeft consistent verklaard over de handelingen van verdachte, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. De verdediging heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de verklaring van de aangeefster.

4.3.6. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Nu verdachte de onder 4 cumulatief ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft bekend en de raadsvrouw hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering met hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan.

1. Een proces-verbaal met nummer 2010316249 van 17 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van [aangeefster 4] (p. 19006 t/m 19022).

2. De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de tevens cumulatief ten laste gelegde verkrachting van [aangeefster 4] niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit haar verklaring blijkt namelijk niet dat sprake was van een psychisch bedreigende situatie waardoor zij gedwongen is de seksuele handelingen te ondergaan. De afhankelijkheidsrelatie in combinatie met het leeftijdsverschil tussen verdachte en [aangeefster 4] is daarvoor onvoldoende.

4.3.7. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 5] heeft verklaard dat het begin augustus 2010 niet goed met haar ging. Ze had een binge eating disorder. Via internet kwam ze terecht bij de kliniek [kliniek]. Aan het eind van het intakegesprek moest ze, als ze behandeld wilde worden, aan verdachte vragen of hij haar wilde helpen. Dat heeft ze gedaan. Vanaf 17 augustus 2010 heeft ze in de kliniek verbleven.

De rol van verdachte binnen de kliniek was ontzettend groot. Hij leidde de groepsgesprekken en deed andere activiteiten. Hij was de goeroe en iedereen overlegde alles met hem. Hij was hulpverlener in de hele zin van het woord. Hij voerde ook de familiegesprekken en deed de familiegroepen.

In de nacht van 20 op 21 augustus 2010 heeft verdachte haar opgehaald bij de kliniek. Ze kon bij hem slapen. In de auto naar zijn huis wreef hij al een paar keren over haar been. Ze zijn op de bank gaan zitten. Verdachte zette de TV aan en zapte naar porno.

Later is ze naar boven gegaan en is ze naast verdachte op bed gaan zitten. Ze mocht bij hem slapen. Hij is toen met de voorkant van zijn lijf tegen haar kont gaan liggen. Hij sloeg zijn rechterarm om haar heen en legde zijn hand op haar buik. Hij begon haar te strelen boven en onder haar kleding. Hij wreef onder haar shirt over haar bh. Hij wreef ook over haar billen en benen. Vervolgens zijn ze in slaap gevallen. 's Ochtends begon verdachte haar op haar mond te zoenen. Hij gebruikte daarbij ook zijn tong. Verdachte trok haar slaapbroekje naar beneden, maakte haar bh los en trok deze naar beneden. Terwijl ze op haar rug lag, kwam verdachte steeds half op haar liggen. Hij kuste haar nek en streelde haar borsten, buik en billen. Hij schoof haar string opzij en ging met zijn hand naar haar vagina. Hierna betastte hij haar clitoris en ging hij met twee vingers in haar vagina naar binnen. Zo zijn ze een uur bezig geweest. Verdachte wisselde het af met strelen en vingeren. Hij deed haar string helemaal uit en ging met zijn mond en tong langs haar vagina en clitoris. Daarna deed hij zijn boxershort uit en kwam met zijn voorkant tegen haar rug aan liggen. Ze voelde zijn erectie ter hoogte van haar stuitje.

Op 21 augustus 2010 is ze 's avonds weer bij verdachte thuis geweest. Op een gegeven moment riep verdachte haar naar boven. Ze ging in bed liggen. Verdachte begon haar te zoenen op haar mond. Hij streelde over haar hele lichaam. Vervolgens heeft hij haar onderbroek naar beneden gedaan en heeft hij haar gebeft. Hij kwam op haar liggen en zijn stijve geslachtsdeel raakte haar clitoris. Hij heeft zich naast haar afgetrokken en is toen klaargekomen.

Op de avond van 24 augustus 2010 is er voor het laatst seksueel contact geweest. Toen ze samen met verdachte op de bank bij hem thuis zat, ging hij met zijn hand tussen haar benen en betastte haar clitoris.xiii

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op het adres [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij de ten aanzien van [aangeefster 5] ten laste gelegde handelingen heeft verricht. Het is één avond gebeurd.xiv

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat verdachte bij het plegen van de seksuele handelingen met [aangeefster 5] niet een dusdanig overwicht op haar heeft gehad dat zij gedwongen is om de handelingen te ondergaan. Ook zijn er geen andere omstandigheden aanwezig waaruit blijkt dat sprake was van dwang of onmacht bij [aangeefster 5] om zich tegen de handelingen te verzetten. De afhankelijkheidsrelatie in combinatie met het leeftijdsverschil tussen verdachte en [aangeefster 5] is daarvoor onvoldoende.

4.3.8. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 6], geboren op [1993], heeft verklaard dat ze op 15 augustus 2009 een gesprek in de kliniek van verdachte had. Tijdens het gesprek stelde verdachte dat ze co-independency (de rechtbank begrijpt: codependant, compulsief medeafhankelijk) was ten aanzien van haar zus. Verdachte besloot dat ze allebei in de kliniek zouden blijven. In de kliniek deed verdachte 's middags sessies. Tijdens die sessies werd zij ook aangesproken. Tijdens de familiedagen wist verdachte feilloos de vinger op de zere plek te plaatsen. Hij praatte je als het ware een probleem aan, verklaarde zij.

De avond voor een afspraak met haar vader belde verdachte haar om te vragen of ze gespannen was en of ze ergens koffie met hem wilde drinken en met hem wilde praten. Hij haalde haar op en reed naar zijn huis. Binnen gingen ze op de bank zitten. Verdachte zette de televisie aan. Tijdens het gesprek hoorde ze opeens vreemde geluiden. Ze zag toen dat de televisie op een pornokanaal stond. Dit gebeurde drie keer.

Nadat verdachte had gedoucht, riep hij haar naar boven. Toen ze boven kwam, zag ze dat verdachte naakt was en een erectie had.

Later ging ze naast verdachte op bed liggen. Op een gegeven moment lag ze op haar buik op bed, met haar shirt over haar billen. Verdachte begon haar rug te masseren. Toen draaide hij haar om zodat ze op haar rug lag. Hij ging toen met zijn hand in haar broek en zat met zijn hand aan haar vagina. Hij ging met zijn vinger in haar vagina en maakte er bewegingen mee. Daarna likte hij met zijn tong haar vagina. Dit heeft ze toegelaten omdat verdachte erg intimiderend is.xv

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op de [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij directeur was van het bedrijf [kliniek]. In de kliniek deed hij groepssessies. Hij denkt dat de beschuldiging dat hij hulpverlener was voor de meisjes terecht is. Hij keek constant porno. Er was een soort beeld als goeroe van hem gecreëerd en hij werkte daaraan mee. Er is iets gebeurd met [aangeefster 6]. Ze kwam naar zijn huis omdat ze de volgende dag een belangrijk gesprek zou hebben. Hij heeft haar op bed gemasseerd. Hij heeft haar daarna bevredigd. Hij heeft haar met zijn handen aangeraakt en waarschijnlijk ook met zijn mond.xvi

Tussen verdachte en [aangeefster 6] bestond een aanzienlijk leeftijdsverschil ten tijde van de seksuele handelingen. [aangeefster 6] was zelfs nog minderjarig, 16 jaar. Uit haar verklaring blijkt daarnaast duidelijk dat tussen verdachte en haar een afhankelijkheidsrelatie was ontstaan. Deze omstandigheden zijn op zichzelf onvoldoende om het handelen van verdachte als verkrachting aan te kunnen merken. Er moet dus worden beoordeeld of er nog andere omstandigheden of handelingen zijn die als 'feitelijkheid' in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval.

Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad kan van dwingen niet alleen sprake zijn als verzet wordt gebroken, maar ook als het onverhoedse karakter van het handelen van verdachte het slachtoffer overvalt en verzet voorkomt. Alleen al door [aangeefster 6] plotseling op haar rug te draaien en de seksuele handelingen te verrichten, heeft verdachte zich daardoor schuldig gemaakt aan dwang. Dat deze handelingen plaatsvonden na een lang gesprek, zoals door de raadsvrouw is betoogd, doet niet af aan de onverhoedsheid van het handelen van verdachte omdat [aangeefster 6] niet hoefde te verwachten dat verdachte van masseren plotseling zou overgaan naar het verrichten van seksuele handelingen.

Daarnaast zijn er nog meer feitelijkheden aanwezig. De seksuele handelingen die verdachte bij [aangeefster 6] heeft verricht, vonden plaats in zijn woning, de eigen vertrouwde plek van verdachte, maar niet van [aangeefster 6]. Bovendien heeft verdachte [aangeefster 6] onverhoeds geconfronteerd met pornografische beelden en haar onverwacht zijn naakte lichaam en stijve geslachtsdeel laten zien. Met de hiervoor genoemde handelingen heeft verdachte een zodanige psychische druk op [aangeefster 6] gelegd dat zij daaraan geen weerstand meer kon bieden en de handelingen daarom maar onderging.

Verdachte wist dat [aangeefster 6] een kwetsbaar jong meisje was. Hij had dus moeten beseffen welke druk hij met zijn handelen op haar legde. Gelet op voornoemde omstandigheden mocht verdachte niet aannemen dat [aangeefster 6] de seksuele handelingen vrijwillig onderging Door zijn handelen heeft verdachte dus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [aangeefster 6] de handelingen tegen haar wil zou ondergaan, zodat er sprake is van voorwaardelijke opzet op dwang. De ten laste gelegde verkrachting kan dus worden bewezen.

4.3.9. Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- [aangeefster 7] heeft verklaard dat ze op 15 augustus 2009 voor het eerst in de kliniek [kliniek] is gekomen vanwege een drankprobleem. Verdachte besloot op een gegeven moment gewoon dat zij en haar zusje in de kliniek zouden blijven. De kliniek was van verdachte. Hij deed zelf één keer per week de groep en zat ook wel op kantoor.

Op een gegeven moment vroeg verdachte of ze een massage wilde. Omdat hij nog niet klaar was, moest ze maar met de taxi naar zijn woning komen. Terwijl ze op de bank met verdachte aan het praten was, hoorde ze seksgeluiden. Ze zag dat er op de televisie porno opstond. Verdachte zapte weg, maar zapte vijf minuten later weer terug. Later zapte hij voor de derde keer naar porno.

Na de massage gingen ze weer terug naar het huis van verdachte. Op de bank begon verdachte over haar armen en benen te strelen. Hij prikte met zijn vinger in haar buik. Verdachte trok haar schoenen uit en trok haar legging een stukje naar beneden. Hij ging toen met zijn vingers over het blote stukje buik. Op dat moment voelde aangeefster zich erg ongemakkelijk omdat verdachte haar therapeut was.

Verdachte ging door met het wrijven over haar been en armen. Daarna stopte hij een van zijn handen voorlangs in haar legging. Nadat zij zijn hand had weggehaald, deed hij zijn hand weer via de bovenkant in haar legging en vervolgens in haar string. Ze voelde zijn hand voor en onder haar vagina.

Een andere keer is ze na een massage naar het huis van verdachte gegaan om te douchen. Terwijl ze onder de douche stond, hoorde ze de badkamerdeur. Toen ze het douchegordijn een beetje opzij deed, zag ze dat verdachte geheel naakt in de badkamer stond. Hij stapte naakt bij haar in de douche.

In de tijd dat ze in de kliniek was, is ze nog drie of vier keer alleen bij verdachte thuis geweest. Elke keer ging het op een soortgelijke manier. Verdachte betastte haar over haar kleding op haar benen en armen. Ook zat hij onder haar kleding, maar over haar bh, aan haar borsten.xvii

- [aangeefster 6] heeft verklaard dat ze vanaf 15 augustus 2009 samen met haar zus [aangeefster 7] in de kliniek van verdachte verbleef. Toen ze de kliniek uit ging, ging [aangeefster 7] in een huis wonen dat verdachte zou gaan betalen. De eerste nacht dat ze de kliniek uit was, kreeg ze een sms van [aangeefster 7] dat zij bij verdachte was.xviii

- Verdachte, geboren op [1960], wonende op de [B-straat nr] te [plaats], heeft verklaard dat hij directeur was van het bedrijf [kliniek]. In de kliniek deed hij groepssessies. Er was een soort beeld als goeroe van hem gecreëerd en hij werkte daaraan mee. Verdachte verklaart dat de seksuele handelingen, waarover [aangeefster 7] heeft verklaard, hebben plaatsgevonden, maar dat die handelingen pas negen maanden nadat zij de kliniek had verlaten, hebben plaatsgevonden.xix

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vragen welke handelingen hebben plaatsgevonden en in welke periode, uit van de verklaring van aangeefster. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de ten laste gelegde handelingen, maar verklaart dat die handelingen pas maanden nadat [aangeefster 7] de kliniek had verlaten, plaatsvonden. De rechtbank acht die verklaring echter minder geloofwaardig dan de verklaring van de aangeefster. Verdachte heeft sinds zijn aanhouding in april 2011 diverse verklaringen afgelegd. Hij is in maart 2012 op eigen verzoek door de rechter-commissaris gehoord omdat hij 'dingen op tafel' wilde leggen, maar ook daarna heeft hij zijn verklaring nog aangepast ten aanzien van een aantal aangeefsters. Anders dan bij verdachte heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangeefster. Haar verklaring is toetsbaar nu haar zus, [aangeefster 6], heeft verklaard dat ze de eerste dag dat ze uit de kliniek was, terwijl [aangeefster 7] nog in een woning die verdachte had geregeld verbleef, een sms van [aangeefster 7] heeft gehad dat ze bij verdachte thuis was. Bovendien heeft zij consistent verklaard. Dat [aangeefster 7] op enig moment na haar behandeling een videoboodschap heeft ingesproken, waarin ze zegt dat ze verdachte dankbaar was voor alle hulp, is voor de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan haar verklaring. Diverse aangeefsters hebben verklaard dat ze verdachte aan de ene kant dankbaar waren voor zijn hulp bij de stoornis waarvoor ze in de kliniek behandeld werden, maar aan de andere kant hem verwijten dat hij misbruik van hen heeft gemaakt. Dat [aangeefster 7] verdachte dankbaar was, sluit dus niet uit dat de seksuele handelingen hebben plaatsgehad.

Nu de rechtbank bewezen acht dat de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden in de periode waarin verdachte nog als hulpverlener van [aangeefster 7] kon worden aangemerkt, wordt het verweer van de raadsvrouw, dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de cumulatief ten laste gelegde ontuchtige handelingen, verworpen.

De rechtbank is echter, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de ten laste gelegde bedreiging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verklaring van de aangeefster over deze bedreiging wordt namelijk niet ondersteund door ander bewijs. Verdachte zal hiervan derhalve worden vrijgesproken.

4.3.10. Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

De rechtbank is, met de raadsvrouw, van oordeel dat het onder 8 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte dient daarvan derhalve te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit de verklaring van aangeefster [aangeefster 8] blijkt niet dat verdachte haar op 7 december 2007 in de woning aan de [A-straat] te [plaats] met feitelijkheden heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen. Sterker nog, de rechtbank is van oordeel dat het denkbeeld van verdachte, dat aangeefster net als hij seks wilde, niet onlogisch was. Verdachte had aangeefster, nadat zij hem in de sauna had ontmoet en naar een open dag van zijn kliniek was geweest, bij hem thuis uitgenodigd. Zij is met verdachte naar binnen gegaan bij een pand op de [A-straat]. Verdachte heeft hierbij weliswaar de deur op slot gedaan, maar het was voor aangeefster niet onmogelijk om de woning te verlaten omdat de sleutel nog in het slot zat. Aangeefster wist ook dat de sleutel in het slot zat. Toen verdachte een DVD met porno opzette, heeft aangeefster desgevraagd tegen verdachte gezegd dat haar dat ook opwond. Ook vond ze het, daarnaar door verdachte gevraagd, goed dat hij in haar aanwezigheid masturbeerde. Gelet op deze uitingen van de aangeefster mocht verdachte er van uitgaan dat aangeefster vrijwillig bij hem was en akkoord was met zijn handelingen.

4.3.11. Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

De rechtbank is, met de raadsvrouw, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om de onder 9 primair en subsidiair ten laste gelegde ontuchtige handelingen te bewijzen. Verdachte dient derhalve van dat feit te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte heeft ontkend dat hij seksuele handelingen heeft verricht ten opzichte van aangeefster [aangeefster 9]. Hij heeft erkend dat het mogelijk is dat hij de billen van aangeefster heeft aangeraakt, maar volgens zijn verklaring gebeurde dat, als het al is gebeurd, op het moment dat hij aangeefster wilde troosten. Hij ontkent met de hak van zijn voet bewegingen te hebben gemaakt tegen het kruis van aangeefster. Nu verdachte de ten laste gelegde seksuele handelingen ontkent, dient er, om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, steunbewijs aanwezig te zijn voor de verklaring van de aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat dit steunbewijs niet aanwezig is, ook niet in de vorm van zogeheten schakelbewijs voortvloeiend uit de verklaring van de overige aangeefsters.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen

* het onder 1 primair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] in zijn woning en te Spanje door feitelijkheden en door bedreiging met een feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- met zijn stijve geslachtsdeel 'rijdende bewegingen' tegen haar billen aan gemaakt en

- haar buik en benen en borsten en billen en vagina gestreeld en/of betast en

- zijn vinger(s) in haar vagina en anus gebracht en

- zijn tong in haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt en

- zich laten aftrekken door die [aangeefster 1]

en bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met een feitelijkheid hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 1]

- die [aangeefster 1] heeft uitgenodigd in zijn, verdachtes, woning en

- onverhoeds en onverwacht pornobeelden heeft getoond en

- die [aangeefster 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en als behandelaar van die [aangeefster 1] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 1] heeft gehad, waarbij die [aangeefster 1] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 1] in die kliniek in behandeling was, en

- tegen die [aangeefster 1] heeft gezegd om nooit over bovengenoemde seksuele handelingen met een derde te spreken en tegen haar heeft gezegd dat zij niet moest zeggen dat zij bij hem, verdachte, in bed had geslapen en gezegd: "Ik ontken alles en ik zal je leven een nachtmerrie maken: a worst nightmare", althans woorden van dergelijke aard en strekking en aldus een zware druk op haar heeft gelegd

en aldus voor die [aangeefster 1] een psychisch bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

* het onder 2 primair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 29 augustus 2010 tot en met 9 december 2010 te [plaats] in zijn woning, door feitelijkheden en door bedreiging met feitelijkheden [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en benen en borsten en vagina gestreeld en/of betast en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- in haar nek gezoend en

- haar vagina gelikt en

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en

- zich laten pijpen door die [aangeefster 2]

en bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 2]

- die [aangeefster 2] heeft uitgenodigd in zijn, verdachtes, woning en

- onverhoeds en onverwacht pornobeelden heeft getoond en

- die [aangeefster 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en als behandelaar van die [aangeefster 2] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 2] heeft gehad, waarbij die [aangeefster 2] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 2] in die kliniek in behandeling was, en

- tegen die [aangeefster 2] heeft gezegd om nooit over bovengenoemde seksuele handelingen met een derde te spreken omdat zij anders zijn leven zou verwoesten en tegen haar heeft gezegd dat zij niet moest zeggen dat zij bij hem, verdachte, in bed had geslapen, en tegen haar gezegd dat zij het aan niemand mocht vertellen omdat niemand toch zou geloven dat zij met een 49-jarige man in bed zou hebben gelegen, althans woorden van dergelijke aard en strekking, en heeft gezegd: "Ik wil niet dat je er met iemand over praat, iedereen gaat zeggen dat het jouw schuld is. Jij ligt hier immers in bed met je hulpverlener" en "Je hebt het zelf uitgelokt, je had het kunnen verwachten" en aldus een zware druk op haar heeft gelegd

en aldus voor die [aangeefster 2] een psychisch bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

* het onder 3 primair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2010 tot en met [2010] te [plaats] in zijn woning, buiten echt, met [aangeefster 3], geboren op [1994], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en aan zijn zorg was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, waarbij die [aangeefster 3] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 3] in die kliniek in behandeling was, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar buik en borsten en vagina gestreeld en/of betast en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt en

- zijn geslachtsdeel in haar vagina gebracht en

- zich laten aftrekken en pijpen door die [aangeefster 3].

* het onder 4 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met [2010] te [plaats] in zijn woning, buiten echt, met [aangeefster 4], geboren op [1994], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en aan zijn zorg was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, waarbij die [aangeefster 4] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 4] in die kliniek in behandeling was, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar benen en borsten en vagina gestreeld en/of betast en

- in haar nek gezoend en haar getongzoend en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt;

en

op tijdstippen in de periode van [2010] tot en met 9 december 2010 te [plaats] in zijn woning, terwijl hij toen werkzaam was in de maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [aangeefster 4], geboren op [1994], die zich als cliënte aan verdachtes zorg had toevertrouwd, waarbij die [aangeefster 4] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan, hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 4] in die kliniek in behandeling was, immers heeft hij een of meermalen

- haar benen en borsten en vagina gestreeld en/of betast en

- in haar nek gezoend en haar getongzoend en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt en

- zich laten aftrekken en pijpen door die [aangeefster 4].

* het onder 5 subsidiair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2010 tot en met 24 augustus 2010 te [plaats] in zijn woning, terwijl hij toen werkzaam was in de maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 5], die zich als cliënte aan verdachtes zorg had toevertrouwd, waarbij die [aangeefster 5] voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 5] in die kliniek in behandeling was, immers heeft hij een of meermalen

- in haar nek gezoend en haar getongzoend en

- haar buik en benen en borsten en billen en vagina gestreeld en/of betast en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt en

- zijn geslachtsdeel tegen haar vagina geduwd en

- zich afgetrokken terwijl die [aangeefster 5] naast hem, verdachte, lag.

* het onder 6 primair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

in de periode van 15 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te [plaats] in zijn woning, door feitelijkheden de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [aangeefster 6], geboren op [1993], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij een of meermalen

- haar rug gemasseerd en

- haar vagina betast en

- zijn vinger(s) en tong in haar vagina gebracht en

- haar vagina gelikt

en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [aangeefster 6]

- die [aangeefster 6] heeft uitgenodigd in zijn, verdachtes, woning en

- onverhoeds en onverwacht pornobeelden heeft getoond en

- onverhoeds en onverwacht zijn naakte lichaam en stijve geslachtsdeel aan die [aangeefster 6] heeft getoond en

- terwijl hij de rug van die [aangeefster 6] masseerde, haar onverhoeds en onverwacht op haar rug heeft gedraaid en

- die [aangeefster 6] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en als behandelaar van die [aangeefster 6] een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht over die [aangeefster 6] heeft gehad, waarbij die [aangeefster 6] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek], waarvan verdachte eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 6] daar in behandeling was

en aldus voor die [aangeefster 6] een psychisch bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

* het onder 7 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

in de periode van 15 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te [plaats] in zijn woning, terwijl hij toen werkzaam was in de maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster 7], die zich als cliënte aan verdachtes zorg had toevertrouwd, waarbij die [aangeefster 7] een gedeelte van voornoemde periode in de kliniek [kliniek] waarvan hij, verdachte, eigenaar was, heeft verbleven, terwijl die [aangeefster 7] in die kliniek in behandeling was, immers heeft hij

- haar buik en benen en armen en borsten en vagina gestreeld en/of betast en

- onverhoeds en onverwacht geheel naakt de doucheruimte betreden waar die [aangeefster 7] stond te douchen en

- zijn hand in de broek van die [aangeefster 7] gestopt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

Strafbaarheid van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [aangeefster 1] in Spanje door feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Gelet op artikel 5, eerste lid, onder 2 van het Wetboek van Strafrecht zijn die handelingen echter alleen strafbaar als daar in Spanje ook straf op is gesteld. De rechtbank constateert dat hier sprake van is, nu dergelijke handelingen strafbaar zijn gesteld in artikel 179 van de Spaanse strafwet, de Código Penal.

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 subsidiair, 6 primair, 7, 8 en 9 subsidiair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren, met aftrek van voorarrest. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte wordt beschreven als chaotisch, niet te doorgronden, opvliegerig en niet eerlijk, charmant, manipulatief en charismatisch. Hij was betrokken, soms te betrokken en bemoeide zich met alles. Dat is lange tijd goed gegaan, maar in het laatste jaar liep het in toenemende mate uit de hand. Dit heeft geleid tot het merendeel van de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn positie als behandelaar en het vertrouwen dat patiënten en hun families in hem hadden op grove wijze beschaamd. Hij heeft de lichamelijke integriteit van zijn patiënten telkenmale ernstig geschonden. Hij heeft het belang van de aan hem toevertrouwde, vaak nog zeer jonge patiënten volledig ondergeschikt gemaakt aan zijn belang, door meermalen verregaand seksueel misbruik te plegen. Vier van de negen slachtoffers waren minderjarig, waarbij twee van de meisjes ten tijde van het misbruik slechts l 5 jaar oud waren. Ze waren niet alleen vanwege hun leeftijd kwetsbare slachtoffers, maar ook omdat ze leden aan ernstige stoornissen. Niet alleen is het vertrouwen dat de slachtoffers hadden in verdachte als therapeut geschaad, maar ook het vertrouwen in de hulpverlening in het algemeen.

Verder is van belang dat verdachte besmet was met hiv. Hij moet hebben kunnen begrijpen dat dit extra belastend moet zijn geweest voor de slachtoffers. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om misbruik te plegen.

Enkele aangeefsters hebben ter terechtzitting verteld wat de gevolgen voor hen zijn geweest van het door verdachte gepleegde misbruik Zij geven aan nog dagelijks de gevolgen te ervaren van verdachtes grensoverschrijdende gedrag. Het kost hen moeite om andere mensen, vooral mannen, weer te vertrouwen en hulpverleners weer toe te laten in hun leven. Zowel in de familiesfeer als op school en bij hun studie is hun leven nadelig beïnvloed. Te verwachten valt, dat zij nog geruime tijd de nadelige gevolgen van verdachtes gedrag zullen ondervinden.

Bij de strafeis is rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals het faillissement van zijn bedrijven en het feit dat deze zaak, door de grote media aandacht die hij heeft gekregen, aan weinigen ontgaan zal zijn, Anderzijds is het zo dat verdachte in deze zaak zelf meermalen de media heeft opgezocht.

Verdachte heeft niet willen meewerken aan een onderzoek naar zijn persoon. Hij heeft na de uitzending van RTL Boulevard hulp gezocht in een verslavingskliniek in Engeland. Hoewel het toe te juichen is dat verdachte kennelijk heeft ingezien dat hij professionele hulp nodig heeft, tekent het verdachte dat hij niet heeft ingezien dat het doel van rapportage niet zozeer hulpverlening is, maar voorlichting van de rechtbank omtrent zijn persoon.

Voor de bewezen geachte feiten past in beginsel slechts een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Er zijn geen omstandigheden die aanleiding geven om daarvan af te wijken.

De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat aan verdachte voor een periode van tien jaren het recht zal worden ontzegd om een beroep als hulpverlener in de gezondheidszorg uit te voeren. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat er een aanzienlijke kans is op recidive nu er sprake is van een lange periode waarin en de grote hoeveelheid slachtoffers waarmee verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd en de reclassering recidive ook niet uitsluit.

Ten slotte heeft de officier van justitie betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen, met uitzondering van de door [aangeefster 4] gevorderde materiële schade, toegewezen dienen te worden en hebben zij gevorderd dat de schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van deze vorderingen wordt opgelegd. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De vorderingen van [aangeefster 9], [aangeefster 1] en [aangeefster 3] zijn voldoende onderbouwd en redelijk en dus voor toewijzing vatbaar. Datzelfde geldt voor de door [aangeefster 4] gevorderde immateriële schade. Haar vordering dient echter niet-ontvankelijk te worden verklaard voor zover deze ziet op de door haar gevorderde materiële schade. Er is uitgebreid nader onderzoek nodig voor de vaststelling van de directe relatie tussen het gedrag van verdachte en de opgevoerde materiële schade. De procedure in de strafzaak leent zich daar niet voor.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich - zo begrijpt de rechtbank - op het standpunt gesteld dat aan verdachte (hooguit) een straf gelijk aan het voorarrest opgelegd dient te worden. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte schaamt zich heel erg voor wat er gebeurd is en wil daarvoor verantwoordelijkheid nemen. Hij heeft zich niet gedragen zoals van een hulpverlener verwacht mag worden, maar hij heeft daar ook verantwoordelijkheid voor genomen. Hij is echter geen verkrachter.

De vervolging van verdachte is niet begonnen met een aangifte, maar met een uitzending van RTL Boulevard. Verdachte is in de media geslacht en daardoor beschadigd voor het leven. Dit dient tot strafvermindering te leiden.

Verdachte zit al een jaar vast voor zes gevallen van orale seks en drie gevallen van seksuele aanrakingen. Kijkend naar andere uitspraken waarbij lagere straffen zijn opgelegd, heeft hij lang genoeg vastgezeten.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het door het Openbaar Ministerie gevorderde beroepsverbod.

De verdediging heeft daarnaast betoogd dat de vordering van de benadeelde partijen (deels) afgewezen dienen te worden, dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. De raadsvrouw heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De door [aangeefster 1] gevorderde materiële schade bestaat uit kosten voor therapie. De psychologe bij wie [aangeefster 1] de therapie volgt, richt zich op eetstoornissen, waar [aangeefster 1] al last van had voordat ze bij verdachte terecht kwam. Ook is [aangeefster 1] pas acht maanden na haar aangifte gestart met deze therapie. Het causaal verband tussen deze therapie en het handelen van verdachte staat dus niet vast. Verdachte is ook niet schadeplichtig voor de tijd die de psychologe van [aangeefster 1] op 23 maart 2012 in de zittingszaal aanwezig is geweest. Dit deel van de vordering van [aangeefster 1] dient dus afgewezen te worden.

Ten aanzien van de door [aangeefster 1], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] gevorderde schade valt niet in te zien waarom zij recht zouden hebben op een hoger bedrag dan door benadeelde partij [aangeefster 9] is gevorderd. [aangeefster 9] heeft € 1.250, - gevorderd. De uitspraken die door de raadsman van de benadeelde partijen zijn aangehaald ter onderbouwing van de gevorderde immateriële schade betreffen onvergelijkbare zaken.

Bij benadeelde partij [aangeefster 3] staat bovendien helemaal niet vast dat ze momenteel lijdt onder het handelen van verdachte. Dat is niet vastgesteld door een psychiater. Datzelfde geldt voor benadeelde partij [aangeefster 4], nu de laatst bekende informatie ten aanzien van haar dateert van januari 2011.

Ten slotte dient de vordering van [aangeefster 4] ook niet-ontvankelijk te worden verklaard ten aanzien van de door haar gevorderde materiële schade. Er is niet ten laste gelegd dat sprake is geweest van een wanprestatie tijdens de behandeling in de kliniek [kliniek]. Dit deel van de vordering levert al met al een onevenredige belasting op van het strafproces.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

8.3.1. Strafoplegging

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft stelselmatig en op grote schaal seksueel misbruik gemaakt van meisjes en jonge vrouwen die aan zijn zorg waren toevertrouwd en van wie hij, als geen ander, wist dat ze kwetsbaar waren. Vier van hen waren tijdens het misbruik minderjarig, twee van hen zelfs jonger dan zestien jaar. In drie gevallen was sprake van dermate grote door verdachte uitgeoefende dwang dat verdachte verkrachting kan worden verweten.

Verdachte heeft zijn lustgevoelens laten prevaleren boven de belangen van de slachtoffers. Verdachte wist naar eigen zeggen heel goed dat hij fout handelde maar heeft, in plaats van tijdig zelf professionele hulp te zoeken om de afstand te kunnen bewaren die van een zorgverlener mag worden verwacht, keer op keer een situatie gecreëerd waarbinnen seksuele handelingen konden plaatsvinden en waaraan de slachtoffers geen of onvoldoende weerstand konden bieden. Bij dat laatste hebben zijn nationale bekendheid, het grote leeftijdsverschil met en de afhankelijkheid van de slachtoffers een rol van betekenis gespeeld.

Verdachte heeft grovelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers en hun ouders in hem stelden. Weliswaar heeft verdachte positieve resultaten geboekt bij de behandeling van stoornissen waarvoor de meisjes zich bij hem hadden gemeld, maar hij heeft, zoals een slachtoffer treffend aangeeft, hen er een ander probleem voor teruggegeven.

De gevolgen voor de slachtoffers en hun ouders zijn groot. Naar de ervaring leert, ondervinden slachtoffers van delicten als de onderhavige veelal lange tijd de psychische gevolgen daarvan, ook binnen het gezin. Diverse meisjes hebben uiteengezet emotionele schade te hebben geleden en in therapie te zijn gegaan als gevolg van de handelwijze van verdachte. Ter zitting hebben enkele slachtoffers gebruik gemaakt van hun spreekrecht en daaruit blijkt dat bedoelde gevolgen zich al hebben gemanifesteerd. Verdachte heeft bewust het risico genomen dat de normale seksuele ontwikkeling van met name de jongste meisjes onomkeerbaar zou worden aangetast.

Gelet op het voorgaande is een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Namens verdachte is naar voren gebracht dat voortdurende detentie zal betekenen dat verdachte, naast eerder zakelijk, ook persoonlijk failliet zal gaan. De rechtbank weegt dit niet in verdachtes voordeel mee, nu dit een voor verdachte logische en voorzienbare consequentie is van zijn strafbare handelen.

Het feit dat verdachte zich in de periode voorafgaand aan zijn arrestatie heeft laten behandelen in een buitenlandse kliniek werkt evenmin strafverminderend, aangezien de rechtbank door verdachtes gebrek aan medewerking aan het pro Justitia persoonlijkheidsonderzoek in deze strafzaak niet op waarde kan schatten of en in hoeverre sprake was van een stoornis en of de behandeling in de buitenlandse kliniek vruchten heeft afgeworpen.

De aandacht die verdachte in verband met deze zaak in de media heeft gekregen, leidt ook niet tot strafverlaging, omdat verdachte deze aandacht gezien zijn nationale bekendheid had kunnen verwachten en omdat verdachte ook zelf de publiciteit heeft gezocht nadat de eerste beschuldigingen waren geuit.

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een lagere straf dan is geëist omdat de voorgestelde straf voor het seksueel misbruik, hoe laakbaar dat ook was, op zichzelf te fors is, gegeven de omstandigheid dat geen sprake is geweest van enig geweld of bedreiging daarmee en verdachte nooit eerder is veroordeeld voor een zedendelict. Daarnaast heeft de rechtbank minder feiten bewezen verklaard dan door het Openbaar Ministerie ter onderbouwing van zijn eis zijn gesteld. Ook heeft verdachte inzicht getoond in het laakbare van zijn gedrag en heeft hij spijt betoond aan de slachtoffers.

Verdachte heeft aangegeven niet meer als hulpverlener aan het werk te willen gaan. De rechtbank wil daarover voor langere tijd de zekerheid hebben en zal verdachte dan ook voor lange duur het recht ontzeggen om als hulpverlener in de (maatschappelijke) zorg te werken.

8.3.2. Ten aanzien van de benadeelde partijen

8.3.2.1. Algemeen

De benadeelde partijen [aangeefster 1], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] hebben, naast materiële schade, een schadevergoeding gevorderd voor immateriële schade ter hoogte van € 10.000, -. De rechtbank acht deze vorderingen thans niet voldoende onderbouwd om ze tot een dergelijk bedrag toe te wijzen, nu onvoldoende duidelijk is hoeveel schade de benadeelde partijen hebben geleden als gevolg van het handelen van verdachte. De vorderingen zijn immers niet onderbouwd met recente rapportages van deskundigen over de psychische gemoedstoestand van de benadeelde partijen en het verband tussen die toestand en verdachtes handelen. Onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren.

Naar de ervaring leert, ondervinden slachtoffers van delicten als de onderhavige echter lange tijd de psychische gevolgen daarvan. Gelet hierop en gelet op de aanwezige onderbouwing van de vorderingen is de rechtbank van oordeel dat hun vorderingen in ieder geval kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 5.000, -. De vorderingen van [aangeefster 1], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] met betrekking tot immateriële schade zullen derhalve tot dit bedrag worden toegewezen. De vorderingen zullen ten aanzien van de meer gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

8.3.2.2. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 1]

Naast de meer gevorderde immateriële schade is de rechtbank ook van oordeel dat de door [aangeefster 1] gevorderde materiële schade onvoldoende onderbouwd is. Uit de overlegde facturen van psychologische consulten blijkt onvoldoende dat de behandeling van [aangeefster 1] het directe gevolg is van de handelingen van verdachte. Psycholoog [psycholoog] specialiseert zich kennelijk in eetstoornissen. [aangeefster 1] leed hier al aan voor het strafbare handelen van verdachte. Er zou nader onderzoek nodig zijn voor de vaststelling van de directe relatie tussen het gedrag van verdachte en de opgevoerde materiële schade. De procedure in de strafzaak leent zich daar niet voor. Het materiële deel van de vordering levert dus een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is dus gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van [aangeefster 1] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 5.000, - (vijfduizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij kan het overige deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [aangeefster 1] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

8.3.2.3. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van [aangeefster 3] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 5.060, - (vijfduizend en zestig euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij kan het overige deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [aangeefster 3] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

8.3.2.4. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 4]

Naast de meer gevorderde immateriële schade is de rechtbank ook van oordeel dat de door [aangeefster 4] gevorderde materiële schade onvoldoende onderbouwd is. Er is uitgebreid nader onderzoek nodig voor de vaststelling van de directe relatie tussen het gedrag van verdachte en de opgevoerde materiële schade. De procedure in de strafzaak leent zich daar niet voor.

Het materiële deel van de vordering levert dus een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is dus gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van [aangeefster 4] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 4 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 5.000, - (vijfduizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij kan het overige deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [aangeefster 4] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

8.3.2.5. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 9]

Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd voor het onder 9 ten laste gelegde, is [aangeefster 9] in de vordering niet-ontvankelijk.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 28, 36f, 55, 57, 242, 245, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart het onder 4 tweede deel, 5 primair, 7 tweede deel, 8 en 9 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 eerste en derde deel, 5 subsidiair, 6 primair en 7 eerste deel ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van het onder 4 eerste en derde deel ten laste gelegde:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

en

Eendaadse samenloop van

- Ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, en

- Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd.

Ten aanzien van het onder 5 subsidiair en 7 eerste deel ten laste gelegde:

Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 6 primair ten laste gelegde:

Verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

* Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

* Veroordeelt verdachte daarnaast tot een bijkomende straf, te weten ontzetting uit het recht tot directe of indirecte uitoefening van een beroep in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg voor de duur van 10 (tien) jaren.

* Wijst de vordering van [aangeefster 1], wonende op het adres [adres] te [plaats], toe tot € 5.000, - (vijfduizend euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1], € 5.000, - (vijfduizend euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van 60 (zestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

* Wijst de vordering van [aangeefster 3], wonende op het adres [adres] te [plaats], toe tot € 5.060, - (vijfduizend en zestig euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 3] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 3], € 5.060, - (vijfduizend en zestig euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van 60 (zestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

* Wijst de vordering van [aangeefster 4], wonende op het adres [adres] te [plaats], toe tot € 5.000, - (vijfduizend euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 4] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 4], € 5.000, - (vijfduizend euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van 60 (zestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

* Verklaart [aangeefster 9] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. van Eijk, voorzitter,

mrs. M.R. Jöbsis en A.J. Wesdorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 april 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii P. 011021 t/m 011037.

iii Een proces-verbaal van verhoor van getuige van 14 oktober 2011 van de rechter-commissaris, mr. O.P.G. Vos, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de verklaring van [aangeefster 1].

iv De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.

v P. 12002 t/m 12016.

vi Een proces-verbaal van verhoor van getuige van 13 oktober 2011 van de rechter-commissaris, mr. J. Edgar, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de verklaring van [aangeefster 2].

vii P. 12002 t/m 12016.

viii Een proces-verbaal van verhoor van getuige van 13 oktober 2011 van de rechter-commissaris, mr. J. Edgar, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de verklaring van [aangeefster 2].

ix De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.

x De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 26 maart 2012 heeft afgelegd.

xi P. 17002 t/m 17022.

xii De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.

xiii P. 15007 t/m 15030.

xiv Een proces-verbaal van nader verhoor verdachte van 24 februari 2012 van de rechter-commissaris, mr. O.P.G. Vos, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de verklaring van verdachte.

xv P. 14004 t/m 14012.

xvi De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.

xvii P. 13003 t/m 13012.

xviii P. 14004 t/m 14012.

xix De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2012 heeft afgelegd.