Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW2434

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
1226425 CV EXPL 11-5769
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht, wijziging arbeidsvoorwaarden. Toepassing criteria Mammoet/Stoof en Woonzorg Nederland.

Een werkneemster wordt na enkele over haar ingediende klachten door het GVB overgeplaatst naar een andere functie. Zij verliest hierdoor de vaste ploegentoeslag. De kantonrechter oordeelt de klachten niet als zodanig ernstig dat deze het verval van de gedurende 20 jaar genoten ploegentoeslag doen rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1226425 CV EXPL 11-5769

Vonnis van: 23 maart 2012 (bij vervroeging)

F.no.: 646

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te Almere

eiseres

nader te noemen [eiseres]

gemachtigde: mr. J. Boter

t e g e n

GVB EXPLOITATIE B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde sub 1

nader te noemen GVB Exploitatie dan wel GVB

GVB HOLDING N.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde sub 2

nader te noemen GVB Holding

gemachtigde van gedaagden: mr. A.M.J. Bouman

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 20 mei 2011 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft op 8 september 2011 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Verschenen zijn [eiseres] en haar gemachtigde, en voor gedaagden [naam huidige manager] en [naam T&I teamleider], bijgestaan door hun gemachtigde. Vervolgens hebben partijen gerepliceerd en gedupliceerd en heeft [eiseres] een akte genomen naar aanleiding van de door gedaagden bij dupliek overgelegde productie.

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. [eiseres] is met ingang van 16 november 1978 bij de Gemeente Amsterdam aangesteld in de functie van wagenbestuurder. Met ingang van 1 juli 2005 is [eiseres] bevorderd in de functie van 1e Medewerker Kaartverkoop (thans Tickets & Info, ook genoemd T&I). Het bruto maandloon van [eiseres] in deze functie bedroeg laatstelijk € 2.795,-- exclusief vakantiegeld en andere toeslagen. Tot deze toeslagen behoort een ploegentoeslag.

1.2. [eiseres] werkte sedert 1978 in ploegendienst en genoot sedert 1978 een ploegentoeslag.

1.3. Per 1 januari 2007 is GVB verzelfstandigd en is een arbeidsovereenkomst gesloten tussen GVB Exploitatie en [eiseres].

1.4. [eiseres] is van 1 juni 2009 tot 14 juli 2009 op verzoek van GVB werkzaam geweest binnen het Front Office Telefoonteam.

1.5. Vanaf 25 januari 2010 tot heden is [eiseres] werkzaam als Schrijver op de afdeling Klantenservice.

1.6. GVB heeft aan [eiseres] nimmer schriftelijke beoordelingen of beoordelingsverslagen verstrekt en haar nimmer enige schriftelijke waarschuwing gegeven. De achtergrond van de overplaatsing naar het Front Office Telefoonteam in juni/juli 2009 is in die periode niet schriftelijk aan [eiseres] bevestigd.

1.7. Bij brief van 25 januari 2010 heeft mevrouw [naam huidige manager] [eiseres] het volgende bericht:

“Bij deze ontvang je een korte samenvatting en een weergave van de gemaakte afspraken naar aanleiding van ons gesprek van woensdag 20 en maandag 25 januari jl.

(…)

Functioneren

De directe aanleiding om jouw functioneren te bespreken waren de mails die ik tijdens mijn vakantie ontving over de case [naam ondergeschikte]. Deze case neem ik hoog op en dit in combinatie met een aantal andere items over het onderwerp functioneren hebben geleid tot het gesprek.

Ik heb twee zaken benoemd: houding & gedrag en inzet & uitvoering. Ons gesprek heeft zich met name toegespitst op het eerste onderwerp: jouw houding en gedrag. Ik heb geconcludeerd en geconstateerd dat jouw houding en gedrag binnen de functie van 1ste medewerker T&I niet past binnen datgene wat wij als bedrijf verwachten van een medewerker, in dit geval jou. Wij verwachten dat de toon waarop én hoe je zaken zegt, past bij de situatie en dat het op een juiste en fatsoenlijke manier gebeurt. In jouw geval schiet je daarbij ernstig te kort en dit is niet wenselijk binnen de functie.

Wat is er voorgevallen

Een aantal belangrijke zaken die in jouw houding en gedrag niet wenselijk zijn en jouw functioneren negatief beïnvloeden zijn:

Wij hebben een aantal klachten ontvangen van diverse directe collega’s. Ook heeft de teamleider T&I [naam T&I teamleider] geconstateerd dat jouw aanwezigheid binnen de groep leidt tot sfeerbepaling, in deze zin een negatieve beïnvloeding van de (werk)sfeer. Jouw verweer hierop was dat de medewerkers moeite zouden hebben met de manier waarop je dingen verteld, omdat je te direct bent. Zowel [naam P&O adviseur] als ik hebben meerdere malen aangegeven dat het niet gaat om de inhoud van de boodschap, maar de manier van communiceren en daar wringt dan ook gelijk de schoen.

Het specifieke geval van jouw collega [naam ondergeschikte] betrof de situatie waarbij [naam ondergeschikte] zich op 3 januari afmeldde met de mededeling over zijn tante die met spoed in het ziekenhuis was opgenomen. Jij hebt hem op dat moment gedwongen een keus te maken tussen zijn familie en zijn werk. Een opgelegde keus die ik niet kan accepteren, te meer niet omdat zijn tante wellicht een andere rol voor hem speelde dan het woord doet vermoeden. GVB kan en wil op deze manier haar medewerkers niet dwingen een dergelijke keus te maken. Nog opvallender hierbij is dat een andere collega zich ook afmeldde voor die werkdag met een vergelijkbare situatie, maar hier geen enkel issue van werd gemaakt door jou. Merkwaardig is de vermelding van beide gevallen in het logboek van T&I CS, waarbij de aantekeningen over het wegblijven van [naam ondergeschikte] een opvallend karakter hebben. Voor de complete beeldvorming heb ik het logboek alsook de mail bijgevoegd. Dit is meten met twee maten en dus ook niet wenselijk binnen je functie van 1ste medewerker. Jouw argumentatie om zo te reageren naar [naam ondergeschikte] toe was dat er issues met hem lopen en dit de druppel was. Hierop heb ik geantwoord, dat dit geen motivatie is om zo naar hem te reageren.

Regelmatig is het voorgekomen dat jij buitensporig gedrag vertoonde, zowel naar de teamleider T&I als naar de diverse medewerkers T&I. Dit uitte zich met name in blazen en stemverheffing; tieren. Een gedraging die op geen enkele manier past binnen het goed functioneren van een medewerker, zeker niet binnen je functie als 1ste medewerker. Zowel de teamleider T&I als de voormalig manager VIK heeft je hier meerdere malen mondeling op aangesproken. Je gaf tijdens ons gesprek aan dat dit buitensporige gedrag wordt veroorzaakt door een opeenstapeling van items die jou irriteren, waardoor de berg te hoog wordt of de emmer overloopt. De omstandigheden die jouw irritaties aanwakkeren zijn: de drukte in de werkzaamheden, de manier waarop de teamleider T&I alsook de 1e medewerker van de buitenposten is aangesteld en de positie van T&I binnen de organisatie.

Naast houding en gedrag is inzet/uitvoering ook een van de zaken binnen functioneren. Er is expliciet aangegeven dat de functie van 1ste medewerker coördinerende taken heeft, maar dat als de situatie er om vraagt, je moet bijspringen achter het loket. Dit is iets wat jij niet of nauwelijks hebt gedaan, ondanks dat de werksituatie daarom vroeg. Ik zie dat als een gemis in jouw functioneren.

Voorts valt te concluderen dat je voorafgaand aan de zomer van 2009 tijdelijk op de Arlandaweg bent geplaatst bij de Front Office. De aanleiding voor deze overplaatsing was slecht functioneren, ook hier was houding en gedrag het onderwerp. In de 7 weken van deze overplaatsing was de sfeer op T&I CS weer verbeterd. En je werkzaamheden binnen de Front Office heb je naar behoren uitgevoerd. Deze combinatie heeft ons doen besluiten je toen nog een kans te geven als 1ste medewerker T&I. Je bent toen dus weer terug gegaan naar je oude functie. Dit is een tijd lang goed gedaan, maar vervolgens verviel je weer volledig in je oude gedrag.

Besluit

In ons eerste gesprek heb ik duidelijk aangegeven wat ik vind van dergelijke gedragingen en dat ik mij zou buigen over een besluit of jij past op de functie. Op maandag 25 januari heb ik mijn besluit aan jou meegedeeld in bijzijn van P&O adviseur [naam P&O adviseur]: niet terug in eigen functie. Terugkeer is niet wenselijk of acceptabel, bovendien hebben we een dergelijk traject al eens doorlopen. Dit besluit is niet tijdelijk, maar heeft een definitief karakter.

Vervolgens zijn wij aansluitend naar Bureau Tijdelijk Werk gegaan om het proces en de mogelijkheden te bespreken. Hieruit is naar voren gekomen dat zij op korte termijn voorzien in tijdelijke werkzaamheden. Deze werkzaamheden vallen binnen de afdeling VIK, namelijk als Schrijver binnen de afdeling Klantenservice. Op deze manier kan je jouw kennis en voorkeur voor Communicatie goed toepassen. In de tussentijd word je aangemeld bij de afdeling Transitie die met jou op zoek gaan naar een passende andere functie. Daarbij is essentieel dat je gedrag verandert. Buitensporigheid wordt binnen geen enkele functie getolereerd. In het traject dat je zal doorlopen bij Transitie zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan dit aspect van je functioneren.

Vanaf 26 januari val je hiërarchisch gezien onder teamleider Klantenservice [naam teamleider klantenservice], zij zal praktische afspraken met je maken over werktijden, inwerken, etc. Jouw transitie activiteiten zullen door mij begeleid worden. In de maand februari zullen wij weer een gesprek hebben om de voortgang te bespreken, je ontvangt hierover t.z.t. een uitnodiging via Outlook.

Ik hoop oprecht dat deze vervelende situatie zowel voor jou, mij en dus het bedrijf positief kunnen wenden. Ik hoop met een gezamenlijke inspanning een andere passende functie voor je te vinden waar je het naar je zin zult hebben en je waar mogelijk ook te helpen bij het veranderen van dit gedrag. Waarbij ik mij terdege besef dat dergelijke woorden op dit moment niet in verhouding staan tot het gevoel wat je nu hebt. Maar ik ben optimistisch gestemd in een goede afloop van deze situatie ondanks het feit dat je niet teruggaat in je functie van 1ste medewerker T&I.”

1.8. Tegen voornoemde brief heeft [eiseres] bij brief van dezelfde datum en in aanvulling daarop bij brief van 28 januari 2010 uitvoerig bezwaar gemaakt.

1.9. GVB heeft hierop bij brief van 29 januari 2010 gereageerd en benadrukt dat het om een definitief besluit gaat.

1.10. Bij brief van 22 juli 2010 heeft GVB [eiseres] bericht dat op 1 juli 2010 de termijn verstreek waarbinnen zij een keuze kon maken over het vervolg van haar loopbaan. Aangezien zij geen keuze heeft gemaakt blijft de huidige situatie gehandhaafd zoals aangekondigd in de brief van 16 juni 2010. Dat betekent het volgende: met ingang van 1 juli 2010 is [eiseres] aangesteld als Schrijver op de afdeling Klantenservice. Het salaris wijzigt niet en bedraagt € 2.767,-- bruto per maand, schaal 7, periodiek 11, voor een 36-urige werkweek. De roostertoeslag is in de functie van Schrijver niet van toepassing en wordt, omgezet in een aflopende toeslag. De afbouw beloopt een periode van 36 maanden en verloopt als volgt: - Periode 1 € 268,18 van 1-7-2010 tot 1-4-2011, - Periode 2 € 191,56 van 1-4-2011 tot 1-1-2012, - Periode 3 € 114,93 van 1-1-2012 tot 1-10-2012, - Periode 4 € 38,31 van 1-10-2012 tot 1-7-2013. De overige toelages wijzigen niet.

1.11. Bij brief van 3 september 2010 heeft GVB de gemachtigde van [eiseres] bericht dat het verzoek van de gemachtigde van [eiseres] om het besluit om [eiseres] formeel te plaatsen in de functie van Schrijver met in begrip van een afbouwregeling van haar roostertoeslag te heroverwegen, is voorgelegd aan de adviescommissie. Deze heeft het verzoek niet ontvankelijk geacht. Dit advies is overgenomen door GVB.

Vordering

2. [eiseres] vordert voor recht vast te stellen dat zij vanaf 1 juli 2010 weer haar eigen functie van 1e Medewerker Tickets & Info kan uitoefenen totdat er op een rechtsgeldige wijze een einde komt aan deze functie-uitoefening dan wel een rechtsgeldig einde komt aan het dienstverband tussen [eiseres] en GVB. Voorts vordert [eiseres] voor recht vast te stellen dat zij voldoende heeft gefunctioneerd in haar functie van 1e Medewerker Tickets & Info tot 26 januari 2010, alsmede dat [eiseres] recht heeft op doorbetaling van haar loon, emolumenten en toeslagen conform CAO GVB, behorende bij haar functie van 1e Medewerker Tickets & Info. Verder vordert [eiseres] vast te stellen voor recht dat zij een nabetaling krijgt van het verschil tussen het loon, emolumenten en toeslagen die [eiseres] heeft ontvangen in de uitgeoefende functie tussen 1 juli 2010 en de datum waarop [eiseres] haar eigen functie van 1e Medewerker Tickets & Info weer zal oppakken, en het loon, emolumenten en toeslagen waarop zij recht zou hebben als [eiseres] haar eigen functie van 1e Medewerker Tickets & Info blijvend zou hebben uitgeoefend, met de wettelijke verhoging hierover en de wettelijke rente vanaf de verschuldigdheid tot aan de voldoening. Voorts voldoet [eiseres] aan de vereisten van artikel 8.28.2 lid 1 van de CAO. Krachtens het tweede lid van dit artikel vordert [eiseres] behoud van haar toeslag, mocht zij niet terugkeren in de eigen functie. Tot slot vordert [eiseres] de buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van GVB in de kosten van de procedure.

3. Daartoe voert [eiseres] aan dat zij niet op deugdelijke gronden door GVB is overgeplaatst van haar functie van 1e Medewerker Tickets & Informatie naar de functie van Schrijver. Het door GVB genoemde incident biedt daarvoor onvoldoende grond. Noch in functioneringsverslagen noch in beoordelingsverslagen is vastgelegd dat [eiseres] slecht functioneert. Er is slechts de brief van 25 januari 2010 over het functioneren van [eiseres] als 1e Medewerker Tickets & Info. Evenmin is er een plan van aanpak gemaakt om het beweerdelijk minder functioneren van [eiseres] te verbeteren. Er is gekozen voor een tijdelijke overplaatsing.

4. Ook met betrekking tot die tijdelijke functie is niet vastgelegd dat [eiseres] niet zou hebben gefunctioneerd. Aangenomen dient dan ook te worden dat [eiseres] voldoende invulling heeft gegeven aan de tijdelijke functie en dat zij na het aflopen daarvan op 1 juli 2010 weer aan het werk kan in haar eigenlijke functie van 1e Medewerker Tickets & Info en dat zij aanspraak heeft op het bij deze functie behorende loon en emolumenten. Met name zijn daarbij voor [eiseres] van belang het behoud van de toeslagen, waaronder de feestdagentoeslag.

5. De tijdelijke overplaatsing van 1 juni 2009 tot 14 juli 2009 houdt geen verband met de huidige overplaatsing, althans dat blijkt niet uit het dossier, en is voorts goed afgerond en uitgevoerd.

6. De verklaring van de heer [naam toenmalige manager] van 16 januari 2012 is erg lang na het gebeurde opgesteld en bovendien subjectief en weinig feitelijk.

Verweer

7. GVB verweert zich tegen de vordering en voert aan dat in 2009 is geconstateerd dat [eiseres] in haar functie van 1e Medewerker Tickets & Info tekort schoot op de punten: houding, gedrag en communicatie. Dit had een negatieve invloed op het algehele functioneren van de afdeling. Dat heeft ertoe geleid dat de toenmalige manager de heer [naam toenmalige manager] [eiseres] met ingang van 1 juni 2009 tijdelijk uit haar functie heeft gezet en elders tewerk heeft gesteld. Met ingang van 14 juli 2009 is [eiseres] teruggekeerd in haar functie. Aanvankelijk leek dat goed te gaan, maar gaandeweg is zij toch weer teruggevallen in haar oude gedrag. Daarnaast bleek zij onvoldoende in staat haar coördinerende rol op te pakken. Een en ander was aanleiding voor de huidige manager van [eiseres], mevrouw [naam huidige manager], om [eiseres] op 25 januari 2010 na het zoveelste incident waarbij zij onredelijk was tegen een medewerker, definitief uit haar functie te zetten. Dit besluit en de redenen daarvoor zijn aan [eiseres] meegedeeld in een gesprek op dezelfde datum en bij brief van die datum schriftelijk aan haar bevestigd. [eiseres] heeft de kritiek van GVB op haar onacceptabele houding en gedrag op geen enkel moment betwist, maar juist bevestigd in haar brief van 28 januari 2010. Bovendien blijkt uit die brief dat [eiseres] niet de intentie had dit gedrag achterwege te laten.

8. Door voorts niet op het redelijke voorstel van GVB in te gaan om haar definitief in de functie van Schrijver te plaatsen heeft [eiseres] zich niet als een goed werknemer gedragen. GVB was daarom gerechtigd de definitieve plaatsing in de functie van Schrijver per 1 juli 2010 eenzijdig door te voeren. Dit geldt tevens voor het voorstel van GVB om de roostertoeslag geleidelijk af te bouwen. Door daar niet op in te gaan was GVB gerechtigd de geleidelijke beëindiging daarvan door te voeren per 1 juli 2010.

Beoordeling

9. [eiseres] heeft niet onderbouwd waarom zij haar vordering ook tegen GVB Holding richt. De arbeidsovereenkomst is gesloten met GVB Exploitatie. De vordering tegen GVB Holding zal daarom worden afgewezen. GVB Exploitatie zal hierna als GVB worden aangeduid.

10. Vast staat dat GVB [eiseres] tegen de zin van [eiseres] in uit haar functie van 1e medewerker T&I heeft gehaald. GVB heeft [eiseres] geplaatst in de functie Schrijver binnen de afdeling Klantenservice. Beide functies kennen binnen GVB een functieschaal 7. De functie 1e medewerker T&I wordt in ploegendienst vervuld en kent daarom een ploegentoeslag. De functie Schrijver wordt niet in ploegendienst vervuld. Van enige andere passende functie buiten die van 1e medewerker T&I die wel in ploegendienst kan worden verricht is niet gebleken. [eiseres] heeft gedurende haar 32-jarige dienstverband bij GVB altijd in ploegendienst gewerkt en daarom altijd een ploegentoeslag ontvangen. De door GVB aan haar opgelegde overplaatsing naar de functie van Schrijver betekent daarom dat zij - afgezien van een eventuele op haar van toepassing zijn de garantietoeslag - die ploegentoeslag kwijtraakt. De te beantwoorden vraag is of GVB gerechtigd is [eiseres] uit haar functie van 1e medewerker T&I te halen en/of haar de ploegentoeslag te ontnemen.

11. Allereerst is van belang dat de tussen GVB en [eiseres] gesloten arbeidsovereenkomst geen eenzijdig wijzigingsbeding zoals bepaald in art. 7:613 BW kent. Of GVB tot de functiewijziging met het daarbij behorende verlies aan ploegentoeslag mag overgaan, moet daarom worden beoordeeld op basis van het in art. 7:611 BW genoemde goed werkgeverschap en goed werknemerschap.

12. Of een werknemer gehouden is een andere functie te aanvaarden dient te worden beoordeeld aan de hand van de criteria zoals die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het arrest Van der Lely/Taxi Hofman (26 juni 1998, JAR 1998/199) en zoals gepreciseerd in het arrest Stoof/Mammoet (11 juli 2008, JAR 2008/204). Aldaar overwoog de Hoge Raad dat allereerst dient te worden bepaald of de werkgever een voldoende reden heeft om tot wijziging van de functie over te gaan, en als dat zo is dient de werknemer dat voorstel te accepteren, tenzij dat in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd. Relevant is dat in beide arresten geen sprake was van een bij de nieuwe functie behorende loonsverlaging of het verlies van toeslagen.

13. Van een bij de aangeboden nieuwe functie behorend lager salaris was wel sprake in het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2010 (JAR 2011/20, Woonzorg Nederland). In dit arrest overwoog de Hoge Raad dat een zogenaamd wijzigingsontslag in strijd kan zijn met het stelsel van het Nederlandse ontslagrecht. Of zulks in een concreet geval ook zo is hangt af van alle omstandigheden van die situatie.

14. De onderhavige zaak ligt daarmee tussen de situatie zoals beoordeeld door de Hoge Raad in het arrest Stoof/Mammoet en de situatie zoals beoordeeld in het arrest Woonzorg Nederland. Echter in beide situaties dient er voor de werkgever een redelijke grond te zijn om tewerkstelling in de oorspronkelijke functie niet te continueren.

15. De eerste te beantwoorden vraag is daarmee of GVB voldoende grond had [eiseres] in januari 2010 uit haar functie 1e medewerker T&I te halen, wetende dat de consequentie daarvan zou zijn dat zij in een andere passende functie haar ploegentoeslag zou kwijtraken.

16. Voor die vraag is allereerst van belang dat [eiseres] de ploegentoeslag gedurende haar hele dienstverband van toen 32 jaar heeft ontvangen. Verder is van belang dat met haar nooit schriftelijk vastgelegde functioneringsgesprekken zijn gevoerd, en dat haar nooit schriftelijke waarschuwingen zijn gegeven. Wel is [eiseres] door GVB van 1 juni tot 14 juli 2009 uit haar functie 1e medewerker T&I gehaald en geplaatst binnen het Front Office Telefoonteam. De achtergrond van deze overplaatsing is destijds niet schriftelijk aan [eiseres]bevestigd. Weliswaar heeft de toenmalige leidinggevende, [naam toenmalige manager], op 16 januari 2012 een schriftelijke verklaring over die tijdelijke overplaatsing opgesteld, doch [eiseres] heeft betwist dat de door [naam toenmalige manager] genoemde redenen aan haar destijds zo zijn gemeld. Het staat niet vast dat de functie binnen het Front Office Telefoonteam minder zwaar was dan die van 1e medewerker T&I. De kantonrechter is van oordeel dat op grond hiervan de tijdelijke overplaatsing niet als een ondubbelzinnige sanctie jegens [eiseres] kan worden opgevat, en dat in ieder geval niet aan [eiseres] ondubbelzinnig kenbaar is gemaakt op grond waarvan die overplaatsing plaatsvond en op welke onderdelen van haar functioneren zij zich diende te verbeteren. [eiseres] gold na de terugkeer in haar functie 1e medewerker T&I dus niet als een op concrete punten gewaarschuwd mens.

17. GVB heeft [eiseres] in januari 2010 uit haar functie gehaald op basis van de in de brief van 25 januari 2010 genoemde twee gronden. De eerste grond betreft het door de ondergeschikte [naam ondergeschikte] aan [eiseres] op 3 januari 2010 verzochte en door [eiseres] geweigerde verlof. De tweede grond betreft, zoals GVB dat consequent noemt, het door [eiseres] in stresssituaties gaan blazen en tieren. [eiseres] heeft erkend ten overstaan van [naam ondergeschikte] niet juist te hebben gehandeld. Zij verklaart dit vanuit de werkdruk op dat moment en op dat moment bij haar bestaande privéomstandigheden. [eiseres] erkent in stresssituaties van haar hart geen moordkuil te maken, hetgeen haar oplucht en waarna zij weer verder kan. Zij stelt echter er nooit op te zijn aangesproken dat GVB dat niet accepteert.

18. De kantonrechter is van oordeel dat het incident met [naam ondergeschikte] op zichzelf staat. Door GVB is niet aannemelijk gemaakt dat deze gebeurtenis een structurele component heeft. Het door [eiseres] in stresssituaties van zich afblazen heeft wel een structurele component. Het is echter niet komen vast te staan dat GVB [eiseres] eerder dan in januari 2010 ondubbelzinnig heeft laten weten zulks niet te accepteren. Daar komt bij dat van GVB verlangd mag worden [eiseres], een medewerkster met een 32-jarige staat van dienst en een stijgende carrièrelijn, bij een door GVB geconstateerde tekortkoming te hulp te schieten in de zin van bijvoorbeeld begeleiding of coaching. Niet is gebleken dat dat is gebeurd.

19. De kantonrechter is van oordeel dat het daarom niet redelijk is dat GVB [eiseres] in januari 2010 uit haar functie heeft gehaald, op grond van een door GVB geconstateerde tekortkoming in het functioneren, wetende dat een overplaatsing van [eiseres] naar een andere functie tot verlies van ploegentoeslag zal leiden en zonder de bereidheid uit te spreken die ploegentoeslag toch te zullen blijven doorbetalen.

20. GVB zal dus ofwel [eiseres] dienen terug te plaatsen in haar functie van 1e medewerker T&I ofwel haar de bij die functie behorende toeslagen moeten uitbetalen. Omdat GVB ook door uitsluitend dat laatste te doen handelt binnen de grenzen van het goed werkgeverschap, zal de op tewerkstelling in de functie 1e medewerker T&I gerichte verklaring voor recht niet worden uitgesproken.

21. Wel kan de verzochte verklaring voor recht worden gegeven dat [eiseres] recht heeft op het verschil tussen het salaris met toeslagen behorend bij de functie 1e medewerker T&I en het salaris met toeslagen zoals [eiseres] dat vanaf 1 juli 2010 genoten heeft. Er is geen aanleiding GVB te veroordelen het salaris te betalen behorend bij de functie 1e medewerker T&I indien [eiseres] deze functie weer zal vervullen, omdat er geen aanleiding is te veronderstellen dat GVB alsdan het daarbij behorende salaris en toeslagen niet zal betalen. [eiseres] heeft recht op nabetaling van salaris. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de omstandigheden van het geval, de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over dit bedrag op nihil dient te worden gesteld. De wettelijke rente over deze nabetaling is wel toewijsbaar.

22. De door GVB genoemde en door [eiseres] ten dele erkende klachten betreffen een tekortkoming van [eiseres] in de uitoefening van die functie. Die tekortkoming is, zoals hierboven is overwogen, niet zodanig dat [eiseres] daarmee haar ploegentoeslag kan worden ontnomen. Die tekortkoming staat er echter wel aan in de weg dat voor recht kan worden verklaard dat [eiseres] tot 26 januari 2010 voldoende heeft gefunctioneerd. De op dit punt verzochte verklaring voor recht wordt daarom geweigerd.

23. [eiseres] heeft onvoldoende gesteld dat substantiële buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, en evenmin op welk bedrag dan aanspraak wordt gemaakt. Deze post wordt daarom afgewezen.

24. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal GVB in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat [eiseres] tegenover GVB Exploitatie recht heeft op doorbetaling van haar loon, emolumenten en toeslagen conform CAO GVB, behorende bij haar functie van 1e Medewerker Tickets & Info;

II. veroordeelt GVB Exploitatie aan [eiseres] te betalen het verschil tussen het loon, emolumenten en toeslagen behorende bij haar functie van 1e Medewerker Tickets & Info en het loon zoals [eiseres] dat heeft ontvangen vanaf 1 juli 2010, welk verschil wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf ieder moment waarop dit verschil verschuldigd was;

III. veroordeelt GVB Exploitatie in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op:

-griffierecht: € 71,00

-kosten dagvaarding: € 100,33

-salaris gemachtigde: € 1.000,00

--------------

Totaal: € 1.171,33

Inclusief eventueel verschuldigde BTW;

IV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. G.C. Boot, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter