Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0944

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-03-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
484582 - HA RK 11-65
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking. Verzoek horen getuigen-deskundigen bij wege van voorlopig getuigenverhoor. Zwaarwegende bezwaren. Afwijzing.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 163
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 187
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2012/58 met annotatie van Mr. G. van Rijssen
S&S 2012/73

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 484582 / HA RK 11-65

Beschikking van 1 maart 2012

in de zaak van

1. de commanditaire vennootschap

C.V. SCHEEPVAARTONDERNEMING ARCHANGELGRACHT,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. BEHEERMAATSCHAPPIJ ARCHANGELGRACHT,

3. de commanditaire vennootschap

C.V. SCHEEPVAARTONDERNEMING RIJPGRACHT,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. BEHEERMAATSCHAPPIJ RIJPGRACHT,

alle gevestigd te Amsterdam,

verzoeksters,

advocaat mr. T.C. Wiersma te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

LE LIS N.V., ook wel handelende onder de naam BEXCO ROPES,

gevestigd te Hamme (België),

2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

DELMAR SYSTEMS INC.,

gevestigd te Broussard, Louisiana (Verenigde Staten van Amerika),

3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

AXA BELGIUM S.A.,

gevestigd te Brussel (België),

verweersters,

advocaat mr. H. Posthumus Meyjes te Amsterdam.

Verweersters zullen hierna afzonderlijk Le Lis, Delmar en Axa worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 maart 2011,

- de tussenbeschikking van 19 mei 2011, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 18 juli 2011,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 26 juli 2011.

1.2. De beschikking is, nadat partijen buiten rechte niet tot een vergelijk zijn gekomen, bepaald op heden. Partijen zijn van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2. De feiten

2.1. Verzoeksters (hierna: de Rederij) hebben in gemeenschappelijk eigendom het schip de m.s. “Archangelgracht” (hierna: het schip).

2.2. Op 5 januari 2007 heeft het schip in Antwerpen (België) een lading aan boord genomen, bestaande uit negen haspels met ankertrossen bestemd voor het ankeren van mobiele offshore boorplatforms respectievelijk twee kratten met onderdelen voor genoemde ankertrossen.

2.3. Tijdens de zeereis op weg naar New Orleans, Louisiana (Verenigde Staten van Amerika) heeft het schip slecht weer gehad. Enkele van de onder dek gestuwde en vastgezette haspels zijn toen losgelaten waarbij schade aan de ankertrossen is ontstaan. In Bilbao (Spanje), heeft herstuwing en hersjorring van de lading plaatsgevonden, waarna het schip de lading in de Verenigde Staten van Amerika aan Delmar heeft uitgeleverd. Na lossing van de lading in New Orleans heeft Le Lis besloten om zes van de negen ankertrossen naar België te doen terugvervoeren.

2.4. Op 20 maart 2007 heeft de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen op verzoek van verweersters de heer B. Desmet van de Nautische Commissie bij voornoemde rechtbank als deskundige benoemd (hierna: de gerechtsdeskundige) voor het onderzoeken van de oorzaak en de aard en de omvang van de schade aan de akertrossen. De gerechtsdeskundige heeft in augustus 2010 gerapporteerd.

2.5. In het rapport heeft de gerechtsdeskundige, voor zover hier relevant, als volgt geconcludeerd:

“9. Besluit

(…)

9. Het zijn deze ondoelmatige sjorringen die geleid hebben tot de ontstuwing van de haspels tijdens de ongunstige weers- en zeeomstandigheden.

(…)”

2.6. Bij dagvaarding van 29 maart 2007 heeft de Rederij bij deze rechtbank een procedure aanhangig gemaakt (bekend onder rolnummer 07/2366) tegen Le Lis en Delmar teneinde voor recht verklaard te krijgen dat zij niet althans slechts beperkt aansprakelijk is ten opzichte van Le Lis en Delmar voor de schade aan de lading. Deze procedure is op de parkeerrol van 2 april 2008 ambtshalve doorgehaald.

2.7. Bij dagvaarding van 29 januari 2008 hebben verweersters bij deze rechtbank een vordering tegen de Rederij ingesteld (bekend onder rolnummer 08/2473) tot hoofdelijke veroordeling van de leden van de Rederij tot betaling van de schade in verband met het eerdergenoemde vervoer, welke schade nader is op te maken bij staat. Deze procedure is op de parkeerrol van 5 oktober 2011 ambtshalve doorgehaald.

3. Het verzoek

3.1. De Rederij wenst op korte termijn de gerechtsdeskundige alsmede een door hem geraadpleegde deskundige, te weten de heer [A], nautisch expert bij Van Ameyde Marine Surveyors te Antwerpen, te (doen) horen. De Rederij heeft daartoe de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen op de in het verzoekschrift vermelde gronden, onder bepaling van een datum. Zij legt aan het verzoek, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

3.2. In de door verweersters tegen de Rederij aanhangig gemaakte procedure bij deze rechtbank (zie onder 2.7) verwijten verweerster de Rederij dat de schade aan de haspels met ankertrossen “het directe gevolg is van onvoldoende sjorren van de reels ten gevolge waarvan de lading tijdens de reis is gaan werken.” Dit verwijt komt overeen met de conclusie van de gerechtsdeskundige (opgenomen onder 2.5). De Rederij gaat er vanuit dat de rapportage van de gerechtsdeskundige op enig moment, na hervatting van de bij de rechtbank Amsterdam aanhangig gemaakte procedures, in het geding zal worden gebracht en dat bij de Rederij de bewijslast zal worden gelegd ter zake de nakoming van haar verplichting om voor en bij aanvang van de reis met de haspels met ankertrossen vanuit Antwerpen de van haar te verlangen zorg te hebben aangewend met betrekking tot de stuwage en vastzetting van de betreffende haspels. In dit verband wil de Rederij op voorhand middels een voorlopig getuigenverhoor toelichting en opheldering verkrijgen ten aanzien van de door de gerechtsdeskundige aan zijn rapportage van augustus 2010 ten grondslag gelegde aannames en berekeningen. Volgens de Rederij is het namelijk evident dat er rekenfouten zijn gemaakt in het rapport van de gerechtsdeskundige, aldus steeds de Rederij.

3.3. Verweersters verzetten zich tegen inwilliging van het verzoek. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige is dat de rechter in beginsel op de voet van artikel 187 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), gelezen in samenhang met artikel 166 Rv, een getuigenverhoor beveelt zo vaak een der partijen dit verzoekt, indien de te bewijzen feiten zijn betwist, het bewijs daarvan door getuigen is toegelaten en de te bewijzen feiten tot een beslissing in de zaak kunnen leiden. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, ook als het overigens aan de eisen voor toewijzing voldoet, evenwel onder meer worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt. Ook kan toewijzing van het verzoek achterwege blijven indien het strijdig is met een goede procesorde, dan wel dat toewijzing van het verzoek moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig beoordeeld bezwaar.

4.2. Uit het verzoekschrift blijkt dat de Rederij een voorlopig getuigenverhoor wenst omdat zij twijfels heeft over de deugdelijkheid van het door de gerechtsdeskundige uitgebrachte deskundigenrapport en daarover getuigen-deskundigen wil horen. Dit verzoek is er dus niet op gericht om nieuwe feiten boven tafel te krijgen, maar om de waardering van dat gerechtelijk deskundigenrapport aan te vechten. Het voorlopig getuigenverhoor is naar het oordeel van de rechtbank hiervoor geen geschikt middel. Een dergelijk verzoek verhoudt zich immers niet met het doel van het voorlopig getuigenverhoor, namelijk om de verzoeker in staat te stellen zich een oordeel te vormen over diens proceskansen in een aanhangig te maken of aanhangig geding en eventueel bewijs dat dreigt verloren te gaan, vast te leggen. Het is niet de bedoeling van een voorlopig getuigenverhoor om de verzoeker op voorhand (een deel van) de bewijsfase te laten doorlopen. Daarvoor is het horen van getuigen in de bodemprocedure het geëigende middel.

4.3. Dit leidt ertoe dat er zwaarwegende bezwaren bestaan om bij wege van een voorlopig getuigenverhoor getuigen-deskundigen te horen. Het verzoek zal dus worden afgewezen.

4.4. De leden van de Rederij zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van verweersters begroot op:

Vast recht: EUR 568,00

Kosten advocaat: EUR 904,00 (2,0 punten x tarief EUR 452,00)

Totaal: EUR 1.472,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het verzoek af,

5.2. veroordeelt de leden van de Rederij in de proceskosten, aan de zijde van verweersters tot op heden begroot op EUR 1.472,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. van Eekeren en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2012.?