Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0827

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
CV11-7916
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Beëindiging overeenkomst met verkeersregelaar. Geen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar een uitzendovereenkomst fase 1. Overeenkomst met uitzendbeding. Uit de bewoordingen van artikel 7:691 lid 2 vloeit voort dat een redengeving van de beëindiging niet vereist is. Of de door het uitzendbureau naar voren gebrachte grond voor beëindiging juist is, is dus niet relevant voor de vraag of zij rechtsgeldig kon beëindigen. Wel is relevant of de inlener, nu werknemer dit gemotiveerd betwist, het uitzendbureau verzocht heeft om de werknemer niet meer in te zetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0333

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1231497 CV EXPL 11-7916

Vonnis van: 9 maart 2012

F.no.: 686

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te Vinkeveen

eiser

nader te noemen [eiser]

procederende in persoon

t e g e n

INDIVIDU CONSULTANTS B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen Individu

gemachtigde: mr. J. Jaab

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 28 februari 2011 inhoudende de vordering van [eiser] met producties;

- de conclusie van antwoord van Individu met producties.

Ingevolge tussenvonnis van 27 mei 2011 zijn vervolgens nog ingediend:

- de conclusie van repliek van [eiser] met een productie;

- de conclusie van dupliek van Individu met producties;

- de akte waarin [eiser] heeft gereageerd op die laatste producties, tevens wijziging eis.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1.Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1.Tussen [eiser] en Individu zijn vanaf 7 juli 2010 een aantal overeenkomsten gesloten, die als aanduiding vermelden Uitzendovereenkomst Fase 1 & 2 en in welke overeenkomsten is bepaald dat een uitzendovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van de terbeschikkingstelling. Op grond van deze overeenkomsten heeft [eiser] werkzaamheden verricht bij diverse bedrijven.

1.2.De overeenkomsten vermelden onder meer:

“Op deze uitzendovereenkomst is het uitzendbeding van toepassing. Dit betekent dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt, doordat de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht aan de inlener op verzoek van de inlener ten einde komt.”

1.3.In de overeenkomst is bepaald dat de NBBU-CAO voor Uitzendkrachten van toepassing is.

1.4.[eiser] heeft in juli 2010 deelgenomen aan de cursus verkeersregelaar. In dat kader is een verklaring opgesteld waarin onder meer is opgenomen:

“Hierbij verklaart dhr [eiser] (..) deel te nemen aan de cursus verkeersregelaar van INDIVIDU uitzendbureau en na het behalen van dit certificaat minimaal 1040 uur als uitzendkracht te werken voor INDIVIDU uitzendbureau. (…)

Indien de deelnemer niet aanwezig is op de voorgaande data en tijden en/of zich niet houdt aan voorgaande afspraken, zullen de totale kosten van de cursus,

€ 650,- op de deelnemer verhaald worden.”

1.5.Nadat [eiser] het examen met goed gevolg heeft afgelegd is door Individu een aanstellingspas Verkeersregelaar aangevraagd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze pas is op 21 september 2010 afgegeven.

1.6.Individu heeft [eiser] een zomer- en een winterverkeersregelaarsuniform met haar logo terbeschikking gesteld.

1.7.[eiser] is op 22 september 2010 aangevangen met werkzaamheden als Aspirant-Verkeersregelaar.

1.8.Individu heeft op 6 oktober 2010 aan [eiser] meegedeeld dat zijn werkzaamheden beëindigd werden. Nadien is [eiser] niet meer ingezet.

Vordering en verweer

2.[eiser] vordert– na wijziging van eis - veroordeling van Individu tot betaling van een schadevergoeding aan hem ter hoogte van € 8.460,87 netto, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis en met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, inclusief de nakosten.

3.[eiser] stelt – kort gezegd – dat tussen hem en Individu een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen, waarbij het uitzendmatige karakter is gelegen in de flexibiliteit van variatie van gewerkte uren per week en niet in het per direct kunnen beëindigen van het dienstverband door Individu. Het gegeven ontslag per 7 oktober 2010 is zonder reden gebeurd. De arbeidsovereenkomst is aangevangen op 21 september 2010 en zou, als deze niet tussentijds door Individu was opgezegd, hebben doorgelopen tot één jaar daarna. [eiser] vordert de (gefixeerde) schadevergoeding van het gederfde inkomen welke bij een gemiddelde werkweek van 20 uur neerkomt op € 8.460,87 netto.

4.Individu voert verweer tegen de vordering en voert daartoe aan dat er sprake was van een uitzendovereenkomst tussen haar en [eiser], die op 7 oktober 2010 op rechtsgeldige wijze is beëindigd. Individu betwist dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand zou zijn gekomen.

Beoordeling

5.Tussen partijen is in geschil of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zoals [eiser] stelt of een uitzendovereenkomst fase 1, zoals Individu stelt. Vaststaat dat [eiser] in de periode 7 juli tot 7 oktober 2010 via Individu werkzaamheden heeft verricht bij meerdere bedrijven. In dat kader zijn door [eiser] en Individu een aantal overeenkomsten getekend waarin, zoals hiervoor onder 1.1 - 1.3 vermeld, is vermeld dat het een uitzendovereenkomst fase 1 en 2 betreft en de NBBU CAO van toepassing is.

6.De tussen partijen gesloten overeenkomsten voldoen aan de definitie van uitzendovereenkomst als bepaald in artikel 7:690 BW, te weten een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde. Dit betekent dat in beginsel ervan uitgegaan dient te worden dat sprake is van een uitzendovereenkomst fase 1 en niet een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De NBBU CAO kent immers pas in fase 3 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

7.[eiser] heeft aangevoerd dat hij gezien de verklaringen en gedragingen van Individu er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij gedurende langere tijd bij Individu werkzaam zou zijn. [eiser] wijst in dat kader op de hiervoor onder 1.4 genoemde verklaring deelname cursus verkeersregelaar. Daardoor is door Individu de verklaring geopenbaard dat zij [eiser] minimaal 1040 uur in zou zetten. Dit is volgens [eiser] aan te merken als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ook het uitreiken van zowel een zomer- als een winteruniform is een gedraging van Individu waaruit die verklaring kan worden afgeleid. Individu ontkent en betwist dit. De kantonrechter is – met Individu - van oordeel dat geen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen. Noch uit de verklaring deelname cursus verkeersregelaar, noch uit terbeschikkingstelling van een uniform kan worden afgeleid dat Individu in weerwil van de – voor iedere tewerkstelling separaat door beide partijen getekende uitzendovereenkomst – het vertrouwen heeft gewekt dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De verklaring behelst immers een verplichting van [eiser] om nadat de cursus verkeersregelaar op kosten van Individu is gevolgd, zich beschikbaar te houden voor werk als verkeersregelaar. Een inzetverplichting, danwel een aanbod om in dienst te treden, van Individu valt daarin niet te lezen. Zoals Individu ook aanvoert heeft zij door terbeschikkingstelling van de uniformen slechts voldaan aan haar verplichting om [eiser] de middelen te geven om op adequate wijze invulling te geven aan de functie van verkeersregelaar.

8.Nu sprake is van een uitzendovereenkomst is de volgende vraag of Individu deze overeenkomst per 7 oktober 2010 kon beëindigen, zonder schadeplichtig te zijn jegens [eiser]. Artikel 7:691 lid 2 bepaalt dat in de uitzendovereenkomst schriftelijk kan worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling op verzoek van de inlener ten einde komt. In de uitzendovereenkomsten tussen partijen is een schriftelijke bepaling met die strekking opgenomen (zie hiervoor 1.2).

9.Individu stelt dat de inlener, in dit geval Van Hattum & Blankevoort, Individu verzocht heeft de terbeschikkingstelling van [eiser] te beëindigen. Deze stelling is onderbouwd door overlegging van een verklaring van de heer [naam] van Individu over de gang van zaken. In die verklaring wordt gesteld dat [eiser] door de inlener erop aangesproken zou zijn dat hij steeds van zijn plek liep. Ter plaatse constateerde de medewerker van Individu dat dit inderdaad het geval was, terwijl er damwanden bij een school werden gehesen. [eiser] zou meerdere malen zijn aangesproken om zijn plaats in te nemen, maar dit geweigerd hebben. Dat zou voor de inlener aanleiding zijn geweest om te vragen om [eiser] weg te sturen. [eiser] heeft deze verklaring gemotiveerd weersproken. Hij voert aan contact te hebben gehad met de heer [naam], uitvoerder bij Van Hattem & Blankevoort. Deze zou te kennen hebben gegeven dat er meerdere incidenten met verkeersregelaars van Individu geweest zouden zijn, maar niet in relatie tot [eiser]. Voorts stelt [eiser] dat collega [naam] gedreigd zou hebben naar de leiding te stappen - en dat klaarblijkelijk gedaan heeft - nadat hij hem had gevraagd of de brokkeltjes van een zwarte gumachtige substantie die hij in zijn shag verwerkte invloed zouden kunnen hebben op zijn reactievermogen.

10.Uit de bewoordingen van artikel 7:691 lid 2 vloeit voort dat een redengeving van de beëindiging niet vereist is. Of de door Individu naar voren gebrachte grond dus juist is, is niet relevant voor de vraag of zij rechtsgeldig kon beëindigen. Wel is relevant of de inlener, nu [eiser] dit gemotiveerd betwist, Individu verzocht heeft [eiser] niet meer in te zetten. De verklaring van een medewerker van Individu is daartoe onvoldoende. Nu Individu een beroep doet op het uitzendbeding is het aan haar om dit bewijs te leveren. Individu heeft bewijs aangeboden en zal dan ook in de gelegenheid worden gesteld dat bewijs te leveren.

11.Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

I.laat Individu toe te bewijzen dat Hattem & Blankevoort haar verzocht heeft [eiser] niet meer tewerk te stellen;

II.bepaalt dat ter openbare terechtzitting van vrijdag 6 april 2012 te 10.00 uur de gelegenheid wordt geboden om aan te geven of, en zo ja, op welke wijze van die bewijsopdracht gebruik zal worden gemaakt en zo daartoe getuigen zullen worden gehoord, welke getuigen worden voorgedragen, waarna daarvoor plaats, dag en uur zullen worden bepaald;

III.houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.