Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0071

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
13-661224-11 (promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeldt tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 voorwaardelijk, voor poging tot doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/661224-11 (Promis)

Datum uitspraak: 23 maart 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te [woonplaats], gedetineerd in het Huis van Bewaring "Karelskamp" te Almelo.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 maart 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. I.M.F. Graumans, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.A.M. van Dijk, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 07 december 2011 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] met kracht tegen een muur heeft geslagen en/of (meermalen) (met kracht) die [slachtoffer 1] bij de keel heeft gepakt en/of (meermalen) (met kracht) de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen, waardoor die [slachtoffer 1] geen lucht meer kreeg, en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] (meermalen) (met kracht) tegen de muur heeft geslagen;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 november 2011 tot en met 07 december 2011 te [plaats] (telkens) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk (telkens) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] middels email-berichten en/of voicemailberichten en/of telefonisch dreigend de woorden toegevoegd : "Ik schiet een kogel door jou en [slachtoffer 2] haar kop" en/of "Ik zet [slachtoffer 2] een pistool op d'r hoofd en neem jou mee" en/of "He ik kom met en pistool en ga schieten zo bij [slachtoffer 2] morgen bij jou" en/of "[slachtoffer 1] de waarheid komt boven tafel met jou er naast al moet ik er voor moorden" en/of "zal ik jou pijn doen kijk verder neem ik dan schuld wel op me maar ga ervoor met mij houd het op dan is het zo en dan straf ik de schuldige omdat ik dat moet doen want dit ligt niet aan mij geloof ik volg een advies op van jou vriendin die zegt dat jij niet honderd ben ik werd daar nog boos om", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het eerste feit acht de officier van justitie de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie verwijst hiertoe naar de door het slachtoffer [slachtoffer 1] afgelegde verklaring en de geneeskundige verklaring, waarin de arts concludeert dat het geconstateerde letsel past bij verwurging. Ook verwijst de officier van justitie naar de bevindingen van de verbalisant ter plaatse, vlak nadat de melding door de politie was ontvangen. Het opzet van verdachte was er op gericht [slachtoffer 1] van het leven te beroven. Dat verdachte zelf ook letsel heeft opgelopen, doet hieraan niet af; dit letsel duidt eerder op verweer en afweer van de zijde van het slachtoffer. Ten aanzien van het door de officier van justitie bewezen geachte tweede feit, verwijst zij naar de verklaring van het slachtoffer, naar wat [slachtoffer 2] hierover heeft verklaard en naar de in het dossier aanwezig e-mailberichten.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte ten aanzien van beide feiten vrijgesproken dient te worden. Ten aanzien van het eerste ten laste gelegde feit merkt de raadsman op dat er slechts sprake is geweest van een handgemeen waarvan niet vastgesteld kan worden wiens initiatief het is geweest. Er is geen sprake geweest van (voorwaardelijke) opzet bij verdachte ter zake van doodslag of zware mishandeling. Verdachte heeft slechts getracht om aangeefster, die op dat moment wild om zich heen aan het slaan was, van zich af te houden. Dit wil niet zeggen dat verdachte door zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard om aangeefster wat dan ook aan te doen.

Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging merkt de raadsman op dat verdachte ontkent dat de in het dossier aanwezige e-mails door hem zijn verzonden. Het e-mailadres was ten tijde van de relatie door aangeefster zelf aangemaakt en zij beschikte tevens over het wachtwoord daarvan. De e-mailberichten kunnen dan ook van iedereen afkomstig zijn. Niet is onderzocht of de e-mailberichten afkomstig waren van de computer van verdachte. Ook de telefoonberichten komen niet terug in het dossier en zijn dus niet te verifiëren. Met betrekking tot de voicemailberichten wordt opgemerkt dat het moeilijk controleerbaar is van wie deze afkomstig zijn, nu de geluidsdrager niet aan het dossier is toegevoegd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. i

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

Op 7 december 2011 vond er een ontmoeting plaats tussen verdachte en zijn ex-vriendin [slachtoffer 1] in de woning van de vriend van de moeder van verdachte te [plaats]. Ook de moeder van verdachte en haar vriend waren in de woning aanwezig. Die avond kregen verdachte en [slachtoffer 1] ruzie.ii

De relatie tussen verdachte en [slachtoffer 1] was sinds 28 november 2011 verbroken. Sindsdien werden [slachtoffer 1] en haar vriendin [slachtoffer 2] telefonisch en per e-mail bedreigd door verdachte. Op 7 december 2011 wilde [slachtoffer 1] na de ruzie met verdachte vertrekken. Toen zij naar buiten liep, voelde zij dat verdachte haar hard duwde en tegen een muur aangooide. Zij zag dat verdachte zijn hand uitstak en haar hard bij haar keel pakte. Zij voelde dat verdachte haar meerdere malen met haar hoofd tegen de muur aansloeg en zij voelde direct een hevige pijn op haar achterhoofd. Zij voelde dat verdachte heel erg hard in haar keel kneep en zij kon geen adem meer halen. [slachtoffer 1] probeerde zich los te maken, maar voelde dat verdachte alleen maar harder ging knijpen. Na enige tijd kneep verdachte zo hard dat [slachtoffer 1] geen woord meer uit haar keel kreeg. Zij voelde hevige pijn aan haar nek van het knijpen. Zij hoorde de moeder van verdachte schreeuwen dat verdachte haar los moest laten omdat hij haar anders zou vermoorden. Zij hoorde verdachte zeggen dat het juist de bedoeling was om haar te vermoorden. De moeder van verdachte probeerde tussenbeide te komen, maar werd door verdachte weggeduwd. Meteen nadat hij zijn moeder had weggeduwd pakte verdachte [slachtoffer 1] weer bij haar keel en begon haar weer met haar hoofd tegen de muur aan te slaan. [slachtoffer 1] voelde dat zij een klap tegen haar rechterslaap kreeg van verdachte en zij voelde direct een stekende pijn ter hoogte van haar slaap. Zij voelde dat verdachte zo hard in haar keel kneep dat zij het bewustzijn begon te verliezen. Zij voelde dat haar benen slap werden en dat zij wegzakte. Op dat moment zag zij dat de moeder van verdachte weer tussenbeide kwam en dat verdachte haar losliet. De verbalisant ter plaatse merkt op dat hij over de gehele nek, borst en wang van [slachtoffer 1] rode striemen ziet.iii

De na de melding ter plaatse aangekomen verbalisant trof in de woning [slachtoffer 1], de moeder van verdachte en de vriend van de moeder aan. Verbalisant zag dat iedereen erg overstuur was. De moeder van verdachte huilde en zei dat als zij er niet tussen was gesprongen, het heel erg fout was afgelopen. Verbalisant zag dat [slachtoffer 1] een heel rode nek had en hij zag strangulatieplekken in haar hals.iv Volgens de arts die [slachtoffer 1] op 7 december 2011 heeft gezien past het door hem waargenomen beeld bij mishandeling en strangulatie.v

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op 8 december 2011 verklaarde [slachtoffer 2] telefonisch tegenover verbalisant dat zij op 2 december 2011 samen met [slachtoffer 1] een voicemailbericht had beluisterd dat op de telefoon van [slachtoffer 1] was binnengekomen, terwijl [slachtoffer 1] bij [slachtoffer 2] thuis zat. [slachtoffer 2] heeft toen het volgende gehoord: "Ik zet [slachtoffer 2] een pistool op d'r hoofd en neem jou mee" of woorden van gelijke strekking. Verbalisant hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat dit haar wel bang maakte maar dat zij daarvan geen aangifte wilde doen, mede omdat haar adres dan ook bij verdachte bekend zou kunnen worden. vi

De e-mailberichten die [slachtoffer 1] van verdachte heeft ontvangen, bevatten onder meer de volgende teksten: "He, ik kom met een pistool en ga schieten zo bij [slachtoffer 2] morgen bij jou" en "[slachtoffer 1] de waarheid komt boven tafel met jou er naast al moet ik er voor moorden" en "zal ik jou pijn doen kijk verder ik neem dan schuld wel op me maar ga ervoor met mij houd het op dan is het zo en dan straf ik de schuldige omdat ik dat moet doen want dit ligt niet aan mij geloof ik volg een advies op van jou vriendin die zegt dat jij niet honderd ben ik werd daar nog boos om".vii

Nadere bewijsoverwegingen

Met betrekking tot voorwaardelijke opzet ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Naar aanleiding van het betoog van de raadsman dat er bij verdachte geen sprake is geweest van voorwaardelijk opzet, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van de aangeefster [slachtoffer 1] wordt ondersteund en bevestigd door andere bewijsmiddelen, waaronder de ter zake opgemaakte geneeskundige verklaring, waarin wordt opgemerkt dat het geconstateerde letsel past bij verwurging.

De rechtbank stelt voorts vast dat de aangeefster heeft verklaard dat de gevolgen van het vastgrijpen en dichtknijpen van haar keel al in werking begonnen te treden; zij voelde dat zij het bewustzijn begon te verliezen en dat zij wegzakte.

Ook de verklaring van de moeder van verdachte, dat als zij er niet tussen was gesprongen, het heel erg fout zou zijn afgelopen èn de verklaring van verdachte zelf, dat het ook juist de bedoeling was om [slachtoffer 1] te vermoorden, bevestigen en ondersteunen de verklaring van aangeefster. De uitleg van verdachte, dat er sprake was van een wederzijds handgemeen, waarbij hij slechts heeft geprobeerd [slachtoffer 1] van zich af te houden, vindt geen steun in de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

Gelet op de gehele toedracht en aard van het letsel kan worden bewezen dat verdachte aangeefster bij de keel heeft gepakt en deze vervolgens heeft dichtgeknepen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hiermee willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer 1] hierdoor zou komen te overlijden. Verdachte heeft dus gehandeld met het voor een poging tot doodslag vereiste opzet in voorwaardelijke zin. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Met betrekking tot de e-mailberichten in het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank stelt vast dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij wel telefonisch contact met aangeefster heeft gehad en haar e-mailberichten heeft gestuurd. Met betrekking tot de e-mailberichten komt het de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk voor dat aangeefster, zoals door verdachte is gesteld, zichzelf dergelijke e-mailberichten zou sturen. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat derden gebruik zouden hebben gemaakt van het account van verdachte. De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die deze e-mailberichten aan aangeefster heeft verzonden. Het verweer wordt dan ook verworpen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

Op 7 december 2011 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] met kracht tegen een muur heeft geslagen en meermalen met kracht die [slachtoffer 1] bij de keel heeft gepakt en meermalen met kracht de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen, waardoor die [slachtoffer 1] geen lucht meer kreeg en het hoofd van die [slachtoffer 1] meermalen tegen de muur heeft geslagen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Op tijdstippen in de periode van 28 november 2011 tot en met 7 december 2011 te [plaats] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] middels e-mailberichten en een voicemailbericht dreigend de woorden toegevoegd: "Ik zet [slachtoffer 2] een pistool op d'r hoof en neem jou mee"en "He, ik kom met een pistool en ga schieten zo bij [slachtoffer 2] morgen bij jou" en "[slachtoffer 1] de waarheid komt boven tafel met jou er naast al moet ik er voor moorden" en "zal ik jou pijn doen kijk verder ik neem dan schuld wel op me maar ga ervoor met mij houd het op dan is het zo en dan straf ik de schuldige omdat ik dat moet doen want dit ligt niet aan mij geloof ik volg een advies op van jou vriendin die zegt dat jij niet honderd ben ik werd daar nog boos om".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2. Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht om, indien de rechtbank aan een strafoplegging toekomt, zijn cliënt een onvoorwaardelijke straf op te leggen die niet langer van duur is dan de reeds in voorlopige hechtenis ondergane tijd en daarnaast een voorwaardelijke straf, met eventueel bijzondere voorwaarden. Verdachte was net zijn leven weer aan het oppakken na een lange detentie en wil graag de kans krijgen om dit goed te doen. Ook het feit dat verdachte en aangeefster hun relatie inmiddels weer een nieuwe kans hebben gegeven en dat zij beiden hebben besloten om hun aangifte tegen elkaar in te trekken, dient mee te worden gewogen in het vaststellen van een eventuele straf, aldus de raadsman.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft aangeefster belet de woning te verlaten door haar tegen de muur te slaan, met haar hoofd tegen de muur te slaan en door haar bij haar keel te pakken en haar keel met kracht dicht te knijpen, waardoor aangeefster geen lucht meer kreeg. Vooral dit laatste had fatale gevolgen kunnen hebben. Dat zij hierdoor niet is overleden en hieraan geen ernstig letsel heeft overgehouden, is niet aan de handelwijze van verdachte te danken, maar aan het feit dat de moeder van verdachte aangeefster te hulp schoot.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging jegens aangeefster en [slachtoffer 2].

Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft zich ten aanzien van de ernst van beide feiten weinig invoelend opgesteld.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 20 februari 2012, waaruit blijkt dat verdachte al eerder is veroordeeld ter zake van huiselijk geweld.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 285 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

Poging tot doodslag

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 10 (tien) maanden van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Wieland, voorzitter,

mrs. R. Hirzalla en J.B. Oreel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Gardenier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 maart 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii Een proces-verbaal van verhoor verdachte.

iii Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1].

iv Een proces-verbaal van aanhouding.

v Een geneeskundige verklaring d.d. 7 december 2011, opgesteld door A.H. Postmus, arts.

vi Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 december 2011.

vii Een geschrift, inhoudende een elftal e-mailberichten afkomstig van [e-mailadres] over de periode 2 december 2011 tot en met 4 december 2011.