Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0029

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
13/520126-09 en 13/710080-10 (gevoegd ter terechtzitting) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Teberio; leiding geven aan criminele organisatie; gewoontewitwassen; overtreding van de Wet inzake de geldtransactiekantoren; overtreding van de Wet op het financieel toezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/520126-09 en 13/710080-10 (gevoegd ter terechtzitting) (Promis)

Datum uitspraak: 12 maart 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sri Lanka) op [1969],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] [woonplaats].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 19 december 2011, 13 februari 2012 en 27 februari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.H.M. van Leijen en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.M. Moszkowicz, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging op de zitting, kort en zakelijk weergegeven het volgende ten laste gelegd.

Ten eerste het in vereniging plegen van gewoontewitwassen, subsidiair schuldwitwassen van geldbedragen van € 100.000,-, € 672.575,-,€ 277.500,- en € 115.817,- en geldbedragen uit contante geldtransacties op 8, 11 en 22 januari 2010 (telkens een geldbedrag) en 25 januari 2010 (€ 200.000,-). Meer subsidiair is de rechtspersoon Vigra Telecommunications BV als pleger van deze witwasgedragingen aangemerkt. Verdachte wordt verweten daaraan feitelijk leiding te hebben gegeven. Daarnaast wordt verdachte overtreding van artikel 3 Wet inzake de Geldtransactiekantoren (Wgt) en artikel 2:3a lid 1 Wet op het financieel toezicht (Wft) ten laste gelegd, en subsidiair dat Vigra Telecommunications B.V. deze feiten heeft gepleegd en verdachte daaraan feitelijk leiding heeft gegeven.

Tot slot wordt verdachte ervan beschuldigd te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit hemzelf, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], Vigra Telecommunications en/of een of meer anderen. Deze organisatie zou tot oogmerk hebben het plegen van witwassen, opzettelijk overtreding van artikel 3 Wgt en artikel 2:3a Wft, alsmede het vervalsen van facturen en kasadministratie.

De feiten zouden zijn begaan in de periode 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010, te Amsterdam en/of te Beverwijk.

De volledige gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

2.1. Geldigheid van de dagvaarding.

2.1.1. De raadsman heeft betoogd dat de tenlastelegging een ontoelaatbare doublure bevat die tot nietigheid moet leiden. Die doublure zou erin bestaan dat een naar tijd en plaats gelijke gedraging zowel als witwassen als in de vorm van een overtreding van de Wgt of de Wft ten laste is gelegd.

De rechtbank ziet niet in waarom het de officier van justitie niet zou vrijstaan eenzelfde gedraging als overtreding van meer dan één wettelijk verbod aan te merken. Het gaat hier om wetsbepalingen van verschillende aard en strekking. Artikel 420bis Wetboek van Strafrecht (Sr) verbiedt immers het verrichten van handelingen met gelden die van misdrijf afkomstig zijn met het doel de integriteit van het financiële verkeer te beschermen en te voorkomen dat criminele gelden een weg in het legale handelsverkeer kunnen vinden. De genoemde artikelen uit de financiële toezichtwetgeving strekken ertoe het verrichten van financiële werkzaamheden zonder de daarvoor vereiste papieren tegen te gaan. Deze laatste bepaling kan, anders dan de witwasbepaling, ook worden overtreden door handelingen te verrichten met gelden die geheel uit legale bron afkomstig zijn. Weliswaar strekken deze bepalingen eveneens tot bescherming van het financiële verkeer, maar zij hebben mede tot doel de controle op financiële instellingen te verscherpen.

Van een onbegrijpelijke of ontoelaatbare doublure in de tenlastelegging is geen sprake.

Of deze strafbare feiten kunnen worden bewezen en, zo ja, van welke vorm van samenloop hier sprake is, is een vraag die pas bij de waardering van het bewijs aan de orde komt.

2.1.2. Daarnaast heeft de raadsman de nietigheid ingeroepen van de ten laste gelegde criminele organisatie, voor zover dit het oogmerk inzake valsheid in geschrift betreft. De raadsman meent, zo begrijpt de rechtbank het verweer, dat de tenlastelegging onvoldoende duidelijk maakt waarom dit een oogmerk van de organisatie zou zijn en waarom dit verdachte wordt aangerekend.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Ingeval aan de verdachte deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr ten laste wordt gelegd, stellen de wet en de rechtspraak wat de formulering van dit verwijt betreft slechts de eis dat wordt vermeld uit welke (rechts)personen de criminele organisatie bestaat, wat de oogmerken van deze organisatie zijn en op welke plaats en tijd verdachte aan die organisatie zou hebben deelgenomen. In beginsel is niet nodig dat in de tenlastelegging al nader uiteen wordt gezet waarom een bepaald delict als oogmerk van de organisatie wordt gezien en evenmin waaruit de deelname van verdachte aan deze organisatie heeft bestaan. Voldoende is dat de verdachte dit op begrijpelijke wijze uit het dossier kan opmaken.

Uit de stukken van het dossier in deze strafzaak kan worden afgeleid waarom de officier van justitie valsheid in geschrift als een van de oogmerken van de door hem benoemde criminele organisatie beschouwt.

De dagvaarding is dan ook geldig.

2.2. Deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. De bewijsmiddelen

De rechtbank steunt de hierna weer te geven bewezenverklaring op de volgende redengevende feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de daarbij genoemde bewijsmiddelen.i

Hoewel de tenlastelegging niet van directe betrokkenheid van verdachte bij alle na te noemen feiten uitgaat, wordt hem wel verweten over een bepaalde periode te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die deze feiten tot oogmerk zou hebben gehad. Nu de hierna volgende bewijsmiddelen in het kader van dat laatste verwijt wel relevant kunnen zijn, zullen zij eveneens in dit vonnis worden vermeld.

De gebruikte bewijsmiddelen luiden als volgt.

3.1. Met betrekking tot Z6 (Beverwijkse Bazaar)

3.1.1. Een proces-verbaal van de Belastingdienst/Douanekantoor West met nummer 2009-0523-00373, d.d. 27 april 2009, opgemaakt door de ambtenaren van de Belastingdienst/Douane en tevens buitengewoon opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (Z6 001 - 002).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde buitengewoon opsporingsambtenaren, zakelijk weergegeven:

Op 26 april 2009 omstreeks 20.40 uur bevonden wij ons op de Parallelweg te Beverwijk. Aldaar zagen wij een witte bestelauto stilstaan voor de oprit welke toegang gaf tot een bedrijventerrein. Deze bestelauto was voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1]. Bevraging bij de meldkamer leerde ons dat deze auto te naam was gesteld ten name van Vigra Telecommunication op het adres Javastraat 41-43 te Amsterdam. Wij besloten om een controle in te stellen op grond van de Wet op de Accijns.

Vervolgens ben ik, verbalisant [verbalisant 1], overgegaan tot visitatie van de in de bus aanwezige goederen. Ik trof aan in de laadruimte diverse kartonnen dozen en een ledige koffer. Een kartonnen doos was dichtgeplakt met tape. Nadat ik deze doos had geopend, zag ik een drietal plastic zakken. In deze plastic zakken zag ik diverse stapels met Euro biljetten in de diversiteit van € 500,00, € 200,00, 100,00, € 50,00, € 20,00, € 10,00 en € 5,00.

Om 22.15 uur is aangehouden dhr. [medeverdachte 5], geboren [1964] te [geboorteplatas].

Alle zakjes met geld, in totaal een bedrag van € 152.120,00, zijn overgedragen aan de FIOD-ECD.

3.1.2. Een proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD-ECD, d.d. 14 juli 2009, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (Z6 003).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

In proces-verbaal nummer 2009-0523-00373 verklaart [verbalisant 1] dat hij op 26 april 2009 een auto van Vigra Telecommunication heeft doorzocht. De auto werd bestuurd door de heer [medeverdachte 5]. In aanvulling op genoemd proces-verbaal heeft [verbalisant 1] aan mij, verbalisant, telefonisch het volgende verklaard. Nadat [verbalisant 1] het geld nader had onderzocht en geteld, viel hem op dat alle bundels ongeveer € 5.000 bevatten en dat alle bundels netjes gekopt waren met een elastiek eromheen. Tevens heeft [verbalisant 1] waargenomen dat enkele bundels coupures van € 500 bevatten.

3.1.3. Een proces-verbaal van ambtshandeling van de Belastingdienst/FIOD-ECD, d.d. 11 juni 2009, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (Z5 238 - 239).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Ik heb onderzoek gedaan naar de in beslag genomen voorwerpen die vermeld zijn op bewijs in beslagneming en lijst in beslag genomen voorwerpen van dossiernummer 45137. Deze voorwerpen zijn aangetroffen in de bestelauto met kenteken [kenteken 1].

Ik zag handgeschreven - en computerprint bonnen van 25-4-2009 en 26-4-2009. De totaaltelling van deze verkoopbonnen bedraagt € 36.518,-.

3.1.4. Een proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD-ECD, d.d. 27 april 2009, betreffende een verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 27 april 2009, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (p. Z6 008 - 014).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 5], zakelijk weergegeven:

Alle omzet die op 26 april 2009 is behaald kunt u terugvinden op de handgeschreven bonnen of op de uitgeprinte bonnen uit de computer. U houdt mij voor dat er ook bonnen van 25 april (de rechtbank begrijpt: 2009) tussen zitten. Dat klopt. Ik heb u gisteren al verklaard dat er mensen zijn die zaterdag al kaarten hebben aangeschaft, maar pas op zondag 26 april hebben betaald.

3.1.5. Een proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD-ECD, d.d. 28 april 2009, betreffende een verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 28 april 2009, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (p. Z6 015 - 020).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 5], zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten: Kunt u ons vertellen wie de boekhouding voert bij Vigra Telecommunication?

Antwoord: Het geld wordt altijd door [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) geteld. De andere aandeelhouder, [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]), neemt op zondag altijd het geld van mij in ontvangst als ik uit Beverwijk terugkom.

3.1.6. Een geschrift, te weten een weergave van een telefoongesprek (doorgenummerde blz. Z6 - 089 - 092).

Datum : 30 april 2009

Tijdstip : 09:53:54

Gespreknummer : [tel.nr. 1]

Getapt persoon : [medeverdachte 5]

In- /Uitgaand : uitgaand

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

NNman: [voornaam medeverdachte 5] annai wat is er gebeurd?

[voornaam medeverdachte 5]: Ik weet het niet. Op zondag is er normaal veel geld.

(..)

[voornaam medeverdachte 5]: Ze hebben alle dozen gezien. Ze zeggen dat ik geplakte doos moet openen. Ik heb de doos opengemaakt. Ze hebben het geld gezien.

(..)

NNman: Heb je geen probleem gehad met het geld?

[voornaam medeverdachte 5]: Eerst heb ik gezegd 50000. Ik heb gezegd dat de omzet van Beverwijk. Ze wilden mij niet geloven. Ze ander ook gezien toen zeiden ze 100000 daarna zeiden ze 200000. Ze hebben alles direct daar doorgegeven.

(..)

[voornaam medeverdachte 5]: (..) Op zondag zijn ze mij verhoord. (..) Daarna heb ik advocaat ingeschakeld. [bijnaam verdachte] heeft ook een advocaat ingeschakeld.

(..)

[voornaam medeverdachte 5]: (..) Maar het geld is een probleem. Ze geloofden mij niet. Ik heb ook geen bonnen. Ik heb wel bewijd (de rechtbank begrijpt: bewijs) voor de verkoop in Beverwijk. Voor extra geld die ik heb ontvangen heb ik geen bonnen. Deze heb ik niet in de computer aangeslagen. Ze hebben een bon nodig van wie, hoeveel bedrag en waarvoor heb je gekregen. Als ik dit heb dan is er geen probleem.

NNman: Voor de volgende keer moeten wij gewoon zo doen. Dan is het makkelijk toch.

[voornaam medeverdachte 5]: Ja, wij moeten eigenlijk twee personen handtekening vragen. (..) Kunnen ze laten ons met rust.

3.1.7. Een proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD-ECD bevel ex art. 126 Sv (AH-036), opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (Z6 129 - 132).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Verdachte [medeverdachte 5] heeft snel na zijn vrijlaten op 29 april 2009 contact gehad met diverse mensen, waaronder de heer [medeverdachte 4].

De FIOD-ECD heeft op 6 mei 2009 van de advocaat van Vigra Telecom BV een brief ontvangen met daarbij als bijlage een e-mail bericht van de heer [medeverdachte 4]. De heer [medeverdachte 4] geeft in dit bericht aan dat medewerkers van zijn bedrijf € 100.000 hebben afgeleverd bij Vigra op de Beverwijkse Bazaar.

3.2. Met betrekking tot Zaaksdossier 1 (geldloper 17 november 2009):

3.2.1. Een proces-verbaal van het Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Nationale Recherche betreffende observeren 17 november 2009, d.d. 8 februari 2010 opgemaakt door de opsporingsambtenaren KL006314, KL006871, KL8547 en KL5637 (Z1 010 - Z1 0013).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaren zakelijk weergegeven:

Tijdstip Observant Waarneming/bevindingen 13.15 Allen Aanvang observatie op de Javastraat te Amsterdam nabij de aldaar op perceel 41 gevestigde winkel VIGRA telecom 13.17 5637 Er gaat een man naar binnen in Vigra Telecom. De man draagt niets zichtbaars bij zich in zijn handen. De man wordt verder aangehaald als NN1. 13.24 6314 NN1 komt de winkel Vigra telecom weer uit. Onder zijn rechterarm houdt hij een wit kartonnen doosje geklemd. 13.25 6314 NN1 wordt aangehouden op de openbare weg de Javastraat te Amsterdam

3.2.2. Een proces-verbaal betreffende aanhouding van de verdachte [medeverdachte 6] van het Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 17 november 2009 opgemaakt door de opsporingsambtenaren KL8547 en KL6314 (Z1 014 - Z1 015).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaren zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 17 november 2009 omstreeks 13.25 uur hielden wij op de Javastraat te Amsterdam als verdachte aan: [medeverdachte 6]. De verdachte droeg zichtbaar een witte kartonnen doos met zich mee.

3.2.3. Een proces-verbaal van bevindingen aangetroffen administratie geldkoerier van het Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 22 januari 2010 opgemaakt door de opsporingsambtenaar KL006373.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 17 november 2009 werd de verdachte [medeverdachte 6] aangehouden.

Bij deze aanhouding bleek de verdachte [medeverdachte 6] in het bezit van een kartonnen doos inhoudende een bedrag van 100.000 euro, samengesteld uit gebundelde biljetten van 50, 20 en 10 euro.

3.2.4. Een proces-verbaal 'Zaaksdossier 01 Geldloper' van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 28 mei 2010 opgemaakt door de opsporingsambtenaar S076 (opgenomen in Z1 en genummerd pagina I - XXV).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

(p. XIII) Uit sms-berichten en gesprekken welke over de tap kwamen op 17 november 2009 bleek dat vermoedelijk weer een overdracht zou gaan plaatsvinden op de Javastraat.

SMS bericht van 17 november 2009 om 12.18.01 uur:

[medeverdachte 7] ([tel.nr. 2]) ontvangt een sms bericht van [medeverdachte 6] ([tel.nr. 3]):

"Javastraat.com"

(p. XIV) SMS bericht 17 november 2009 om 13:22:53 uur:

[medeverdachte 7] ([tel.nr. 2]) stuurt een sms-bericht naar [medeverdachte 6] ([tel.nr. 3])

"10 min"

(p. XV) Sms bericht 17 november om 13:43:36 uur

[medeverdachte 7] ([tel.nr. 2]) stuurt een sms bericht naar [medeverdachte 6] ([tel.nr. 3]).

"Iam waiting"

3.2.5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] van het Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 18 november 2009 opgemaakt door de opsporingsambtenaren KL006373 en KL008547 (Z1 077 - ZD1 083).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 6], zakelijk weergegeven:

Het geld is van de eigenaar van de winkel. Hij is genaamd [bijnaam verdachte]. Ik heb dit geld van [bijnaam verdachte] overhandigd gekregen. Hij gaf me een doos in de winkel.

3.2.6. Een proces-verbaal van bevindingen 'iruppu bestanden' van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 20 mei 2010 opgemaakt door de opsporingsambtenaar S076 (Z1 112-113)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op een onder de verdachte [medeverdachte 4] in beslag genomen USB-stick werd een bestand aangetroffen onder de bestandsnaam 'Iruppu'. De bestanden zijn opgemaakt per maand en laten een overzicht zien van de inkomsten en uitgaven van Vigra Telecommunications BV.

In de Irrupu bestanden is de administratie betreffende 17 november 2009 bekeken en hieruit blijkt dat op 17 november 2009 een bedrag van € 100.000,- door Vigra Telecommunications BV als uitbetaling is geregistreerd. Als begunstigde van dit geld is genoemd 'Empyrean GT [medeverdachte 2].'

3.2.7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 20 mei 2010 opgemaakt door de opsporingsambtenaren S023 en S064 (Z1 104 - 111).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 4], zakelijk weergegeven:

V: Wij laten u een usb-stick zien. Is deze van u?

A: Deze usb-stick is van mij.

V: Wat staat er daadwerkelijk op?

A: In ieder geval mijn privébestanden en de bedrijven waarmee ik gelinkt ben. Waarmee ik zaken gedaan heb.

V: Welke bedrijven zijn dat?

A: Dat zijn Go4You en Empyrean Fields.

V: Op het moment dat wij u de situatie voorhielden van de 17e november 2009 achtte u het ook niet uitgesloten dat u de € 100.000,- niet echt ontvangen heeft van Vigra. Bent u na het inzien van uw bestanden nog steeds deze mening toegedaan?

A: Nu kan ik met zekerheid zeggen dat ik die € 100.000,- niet ontvangen heb. Het is mijn bedrijf en (de rechtbank begrijpt: ik) moet dus ook weten wat er gebeurt.

V: In welke bedrijven heeft u een zakelijke betrokkenheid?

A: Empyrean Fields en Go4you sowieso.

3.3. Met betrekking tot de gelden, afkomstig van AMCO- Electronics (8, 22 en 25 januari 2010)

3.3.1. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden Vigra Telecom van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-023 (Z5 149 - 150).

Op 27 januari 2010 heeft er in het kader van onderzoek 13TEBERIO een doorzoeking plaatsgevonden in perceel Javastraat 41-43 te Amsterdam, alwaar Vigra Telecommunications gevestigd is. Tijdens deze doorzoeking is er beeldmateriaal in beslag genomen afkomstig van het interne video bewakingssysteem.

In dit proces-verbaal wordt gebruik gemaakt van camera 5. Deze camera is gericht op werkplek 3 en geeft zicht op een werkplek voorzien van een bureau. Te zien is dat op dit bureau twee geldtelmachines staan.

Ik, verbalisant, heb de beelden van camera op 8 januari 2010 bekeken en het volgende bevonden.

12.31.50 u Een jongen met baseballpet (NN1) en een meisje komen in beeld en schudden [verdachte] de hand. NN1 draagt een oranje plastic tas met zich en haalt uit deze tas een zwarte plastic tas. Door NN1 worden vervolgens pakken geld uit de zwarte plastic tas gehaald en op het bureau neergelegd. [verdachte] pakt deze pakken geld en legt deze op de geldtelmachine.

12.32.21 u Op het bureau liggen stapels geld en [verdachte] haalt deze pakken geld door de telmachine.

12.34.18 u [verdachte] is bezig met de geldtelmachine om het geld dat NN1 heeft gebracht te tellen. [medeverdachte 1] loopt op de achtergrond langs en kijkt wat [verdachte] aan het doen is.

12.42.13 u [verdachte] stopt de stapels geld in een blauwe plastic tas.

12.43.13 u [verdachte] overhandigt iets kleins, vermoedelijk een briefje, aan NN1.

12.43.33 u NN1 neemt afscheid van [verdachte] en verlaat de ruimte.

3.3.2. Een proces-verbaal zaaksdossier 5 Witwassen van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-038 (voorafgaand aan Z5, p. XI en XII).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Het onderzoeksteam Terrier van de nationale Recherche kwam binnen het onderzoek naar een verdovende middelenlijn een 'underground bankier' tegen. Het mobiele telefoonnummer [tel.nr. 4] en [tel.nr. 5] in gebruik bij de 'underground bankier' werd getapt.

Datum : 8 januari 2010

Tijdstip : 12.44.15

Gespreknummer : [tel.nr. 6]

Getapt persoon : [tel.nr. 4] ([medeverdachte 2])

In- /Uitgaand : inkomend

[medeverdachte 2] wordt gebeld door [bijnaam verdachte]

(..)

[bijnaam verdachte]: (..) die jongen van [NAAM 1] had zestig gebracht.

[medeverdachte 2]: Ja, het is goed, is goed

[bijnaam verdachte]: Is goed.

Op 27 januari 2010 werden tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte [verdachte] in de woonkamer twee mobiele telefoons in beslag genomen.

De simkaart werd uit de telefoon TEBZZ 1.3.1. gehaald en onderzocht.

Hieruit bleek dat het telefoonnummer [tel.nr. 7] bij deze telefoon behoorde.

De mobiele telefoon TEBZZ. 1.3.2. stond nog aan. Er werd vastgesteld dat deze telefoon het telefoonnummer [tel.nr. 6] heeft.

In de periode 20 december 2009 tot en met 8 januari 2010 heeft [medeverdachte 2] regelmatig telefonisch contact met [bijnaam verdachte] die gebruik maakt van het telefoonnummer [tel.nr. 6].

3.3.3. Een proces-verbaal van bevindingen omtrent transactie 22 januari 2010 van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-0076 (Z5 158 - 166).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Tijdens de doorzoeking op 27 januari 2010 in het bedrijfspand van Vigra Telecommunications BV zijn diverse zaken in beslag genomen waaronder de beelden van het interne camerasysteem.

Op 18 maart 2010 zijn door mij beelden bekeken betreffende 22 januari 2010.

Ik zag dat op 22 januari 2010 om 14.00 uur een man binnenkomt in de hal van Vigra met in zijn linkerhand een plastic tas.

Deze man herken ik als [medeverdachte 8].

Op 22 januari 2010 is op de beelden te zien dat [medeverdachte 8] komt bij werkplek 3 en verdachte [verdachte] een hand geeft. [medeverdachte 8] leegt vervolgens zijn tas op het bureau. De stapels die uit de plastic tas zijn gekomen worden door [medeverdachte 8] voor zich op het bureau gelegd en hij neemt vervolgens zelf plaats aan het bureau. Gezien de grootte, de vorm en de kleur, heb ik, verbalisant, het vermoeden dat het hier geld betreft.

Vervolgens is te zien dat [verdachte] stapels van [medeverdachte 8] aanneemt en op een apparaat op zijn bureau legt. Tijdens de doorzoeking van het pand is gebleken dat deze apparaten op het bureau geldtelmachines zijn.

Vervolgens is op de beelden te zien dat het geld geteld wordt door middel van de geldtelmachine en dat de stapels die voor [medeverdachte 8] op het bureau lagen nu bij [verdachte] liggen.

Er worden nogmaals diverse stapels op de geldtelmachine gelegd, waarna [medeverdachte 8] zijn jas aantrekt en vertrekt. De plastic tas blijft op het bureau achter.

Op de beelden is te zien dat [medeverdachte 8] om 14.20 uur Vigra Telecom verlaat.

3.3.4. Een proces-verbaal van bevindingen € 200.000,- van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-064 (Z5 180 - 185).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Tapgesprekken onderzoek TERRIER

Uit de binnen het onderzoek TERRIER opgenomen en afgeluisterde gesprekken blijkt dat [medeverdachte 2] onder andere gebruik maakte van het telefoonnummer [tel.nr. 5].

Datum : 25 januari 2010

Tijdstip : 14.07.24

Gespreknummer : 0031684717076

Getapt persoon : [tel.nr. 5] ([medeverdachte 2])

In- /Uitgaand : inkomend

NNman7976: Ik heb 200 stuks gestuurd, he...

[medeverdachte 2]: 200?!

NN: Ja.

(..)

[medeverdachte 2]: Waarom?

NN: Omdat ik het gevoel heb dat jij krijgt, jij krijgt het groot, dat gevoel heb ik...100%...

[medeverdachte 2]: (lacht zachtjes)..Alsjeblieft, [naam 1] maak me niet dood..

NN: ja, ik heb al gestuurd, [naam 1]..

[medeverdachte 2]: Echt waar?

NN: Ik heb teveel, teveel, ik kan niet houden weet je, jij houdt iets, ik houd iets, teveel...begrijp je me?

[medeverdachte 2]: Ik zal checken, oke?

(..)

NN: [bijnaam verdachte] is daar of niet..

[medeverdachte 2]: Ik praat nu met hem..

Datum : 25 januari 2010

Tijdstip : 14.10.03

Gespreknummer : [tel.nr. 7]

Getapt persoon : [tel.nr. 5] ([medeverdachte 2])

In- /Uitgaand : inkomend

[medeverdachte 2] wordt gebeld door [bijnaam verdachte].

(..)

[medeverdachte 2]: luister even. (..) Is de man van [NAAM 1] daar niet gekomen toch?

[bijnaam verdachte]: Hij is daar, hij is nu daar.

[medeverdachte 2]: Zusterneuker, kijk wat heeft gedaan, hij heeft zoveel gestuurd.

[bijnaam verdachte]: Ja, ik ook, ik wilde net naar u bellen. En toen dacht ik, misschien hebt u een werk eeuh iets afgesproken.

[medeverdachte 2]: Nee nee nee, hij heeft net met mij gebeld en hij heeft het gezegd.

(..)

Transactie in beeld

Op maandag 25 januari 2010 omstreeks 13.35 uur is op de in beslag genomen interne camerabeelden te zien dat een tweetal personen, nadien geïdentificeerd als [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8], het pand van Vigra binnenkomt. Op de beelden van de verschillende camera's is duidelijk te zien dat [medeverdachte 8] een tweetal plastic tassen bij zich draagt. Een tas is voorzien van het merkteken van Albert Heijn in de kleuren paars/oranje.

Op de beelden is vervolgens te zien dat zich in de ruimte, aangemerkt als werkplek 3, vier personen bevinden. De eerdergenoemde [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8], maar ook twee werknemers van Vigra die ik, verbalisant, herken als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ([bijnaam medeverdachte 3]).

Op de beelden is te zien dat de twee plastic tassen, die [medeverdachte 8] bij zich droeg, op het bureau staan.

Vervolgens zie ik op de beelden dat [bijnaam medeverdachte 3] er een stapel uit pakt. Aan de hand van de kleur en de grootte van de stapel maak ik op dat het bankbiljetten betreft. Deze stapel wordt vervolgens op een bij de zoeking aangetroffen geldmachine (de rechtbank begrijpt: geldtelmachine) geplaatst.

Ook is te zien dat de man genaamd [medeverdachte 8] de tweede plastic tas uitpakt. Dit betreft de paars/oranje Albert Heijn tas. Uit deze tas wordt weer een gele plastic tas gepakt. [medeverdachte 8] haalt uit deze tas diverse stapels, vermoedelijk bankbiljetten.

Vervolgens is te zien dat [medeverdachte 1] aan het bureau komt zitten en zich gaat bezig houden met het vermoedelijk tellen van het aangeboden geld. De stapels die door de geldtelmachine zijn gegaan worden door [medeverdachte 1] voorzien van een binder en op een stapel gelegd.

Zoeking Javastraat 41-43

Op 27 januari 2010 heeft er onder andere een zoeking plaatsgevonden in het bedrijfspand van Vigra Telecom, gevestigd Javastrat 41-43 te Amsterdam. Daarbij is onder andere ook een paars/oranje plastic tas aangetroffen en in beslag genomen (beslagcode TEBJS.02.006). Op de uitvergroting van een gedeelte van deze plastic tas zie ik dat er vermoedelijk met de hand op de tas is geschreven '200000'.

3.3.5. Een proces-verbaal van bevindingen van het Korps Landelijke politiediensten, d.d. 19 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar kl008549 (Z5 186 - 192).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Na 9 december 2009 is het onderzoeksteam TERRIER gestart met een onderzoek telecommunicatie op het nummer [tel.nr. 4], bij de Hawalla bankier genaamd [medeverdachte 2] in gebruik.

Op de locatie [adres 1] is door het onderzoeksteam TERRIER een zoeking verricht. In deze woning werd [medeverdachte 2] aangehouden. Ook de telefoon van [medeverdachte 2], waar het onderzoeksteam interceptie op had verricht, werd in de genoemde woning aangetroffen.

Ook werd een memoboekje aangetroffen met hierop administratie met namen en bedragen.

Opvallend aan deze notities is dat er veelvuldig de naam [NAAM 1] in voorkomt. Hieronder wordt omschreven wat er bij de naam [NAAM 1] staat omschreven.

08.01 [NAAM 1] DEHLI 60

09.01 [NAAM 1] 37

09.01 Nog een keer [NAAM 1] 25

21.01 [NAAM 1] 49900

23.01 [NAAM 1] 19990

26.01 [NAAM 1] 200

Onderstaand wordt een opsomming gegeven van tapgesprekken.

Datum Bevindingen 08.01 Op 8 januari 2010 te 12.44 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [bijnaam verdachte].

[bijnaam verdachte] zegt dat die jongen van [NAAM 1] 60 had gebracht. [medeverdachte 2] zegt ja, het is goed.

3.3.6. Een proces-verbaal van ambtshandeling van de Belastingdienst/FIOD-ECD, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (Z5 193).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Ik heb onderzoek gedaan in de bedrijfsadministratie 2009 en 2010 van Vigra BV om vast te stellen of [medeverdachte 9] of Amco Electronics Import-Export VOF een relatie heeft met Vigra BV. Ik heb geen relatie kunnen vaststellen tussen [medeverdachte 9] of van Amco Electronics Import-Export VOF en Vigra BV vanuit de bedrijfsadministratie 2009 en 2010.

In de bedrijfsadministratie zijn door mij over het gehele jaar 2009 en de maand januari 2010 geen bescheiden en of betalingen aangetroffen van [medeverdachte 9] of Amco Electronics Import-Export VOF waaruit een verplichting ten opzichte van Vigra BV zou kunnen ontstaan of bestaan.

3.3.7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 2 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S023 en S085 (Z5 548 - 554).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 9], zakelijk weergegeven:

V: Hoe vaak heb jij en of Amco geld gebracht naar Vigra Telecom?

A: Ik denk drie of vier keer.

V: Klopt het dat je 25 januari bij Vigra geld hebt gebracht?

Noot verbalisant: verbalisant laat de camerabeelden zien bij Vigra.

V: Weet u om hoeveel geld het hier ging?

A: Ik heb geen idee. We hebben daar wel lang gezeten zie ik aan de tijd.

V: Waar is dat geld voor bedoeld?

A: Als [medeverdachte 10] vertelt dat geld moet daar heen, dan doe ik dat.

V: Was dat geld voor een bestelling bij GT Mobile?

A: Ik weet het niet, dan moet ik liegen.

V: Is er nog vaker geld gebracht tussen 7 januari en 27 januari (de rechtbank begrijpt: 2010)?

Verbalisant toont camerabeelden

A: Ik herken [voornaam medeverdachte 8]. Op de 25e was [voornaam medeverdachte 8] ook mee.

3.3.8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 26 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S023 en S038 (Z5 611 - 618).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 8], zakelijk weergegeven:

V: Wat kun je vertellen over Amco Electronics Import & Export VOF?

A: Het is een bedrijf dat zich bezig houdt met de import en export van mobiele telefoons. Ik ken dit bedrijf via [medeverdachte 9].

Ik kom daar langs. Als er klusjes zijn waarvoor ik wordt gevraagd, dan doe ik dat wel.

V: Wij hebben op 27 januari 2010 een inval gedaan in het pand van Vigra Telecommunications.

A: Ik ben daar wel een keer binnen geweest.

Wij verbalisanten toonden de verdachte een fotoprint, te weten foto 5 en 6 (opmerking rechtbank: foto's van camerabeelden van Vigra van 8 januari 2010 omstreeks 12.42 u (p. Z5 149, 155 en 156)

A: O, ik moest toen wat brengen naar dat bedrijf. Jullie weten wel wat dat is. Het waren mobiele telefoons en geld.

V: Hoeveel geld?

A: Dat weet ik niet.

V: Heb je ook een kwitantie gekregen van Vigra waaruit blijkt dat jij dat geldbedrag in goede orde hebt afgegeven?

A: Nee.

Wij verbalisanten tonen de verdachte en fotoprint, te weten foto 3 (opmerking rechtbank: een foto van camerabeelden van Vigra van 8 januari 2010 (Z5 149, 153).

V: Ken je de man die op de foto staat met een geel/zwarte gestreepte trui (de rechtbank begrijpt: de verdachte [verdachte]).

A: Nee die ken ik niet.

V: Ben je aanwezig geweest bij het tellen van het geld totdat het tellen klaar was?

A: Ja, volgens mij wel. Die man zei dat het ok was en toen ben ik weggegaan.

V: Hoe vaak heb je geld gebracht naar Vigra in de periode van 7 januari 2010 tot 27 januari 2010?

A: Ik denk 2 a 3 keer.

V: Wij tonen je nu een aantal foto's van 25 januari 2010 die zijn opgenomen in het proces-verbaal transactie 25 januari.

A: Ja, nu zie ik dat ik met [medeverdachte 9] daar ben geweest.

3.3.9. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 26 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S082 en S064 (Z5 627 - 639).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [getuige 1], zakelijk weergegeven:

V: Sinds wanneer werkt u bij AMCO Electronics Import Export VOF?

A: Sinds 2 jaar. Ik ben administratief medewerker, klantenbeheerder, neem bestellingen aan en zet ze klaar.

V: Wie is de baas van AMCO?

A: De heer [medeverdachte 10] en de heer [medeverdachte 9].

V: Kent u het bedrijf Vigra?

A: Ik ken het bedrijf als GT-Mobile op de Javastraat.

Ze hebben wel eens telefoons aan ons verkocht.

V: Om welke bedragen ging het bij de facturen van Vigra?

A: Om maximaal 5000 euro, maar de laatste tijd hebben ze niks meer van ons gekocht.

V: Kopen jullie ook goederen van Vigra?

A: Ik heb nooit iets gezien. Ik heb nog nooit een factuur van Vigra of GT Mobile gezien.

Intern weet ik niet van zaken met Vigra waardoor er zoveel geld over zou gaan.

3.3.10. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 7 oktober 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-034 en S-051 (dossier [MEDEVERDACHTE 10], p. 350-355).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 10], zakelijk weergegeven:

V: Doet/deed AMCO zaken met Vigra Telecom/GT Mobile op de Javastraat 41-43 te Amsterdam?

A: Ik ken maar 1 persoon van die firma en dat is iemand die ik ken als [bijnaam medeverdachte 2].

Ik heb 1 keer met [medeverdachte 9] 200.000 Euro aan [bijnaam medeverdachte 2] gestuurd.

U toont mij een foto, te weten foto 4 (opmerking rechtbank: op deze foto is de verdachte [medeverdachte 2] te zien). Dat is [bijnaam medeverdachte 2].

3.3.11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 2 december 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-038 en S-051 (dossier [MEDEVERDACHTE 10], p. 773 - 781).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 10], zakelijk weergegeven:

Ik heb gelezen in het dossier dat [bijnaam medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: de verdachte [medeverdachte 2]) wordt genoemd.

U houdt mij een tapgesprek voor van 25 januari 2010 om 14.07.24 uur (opmerking rechtbank: zie bewijsmiddel 3.3.).

V: Wat bedoelde u met 200?

A: Daar bedoelde ik de 200.000 euro mee.

V: Wie is [bijnaam verdachte]?

A: Ik weet niet precies wat de relatie is tussen [bijnaam verdachte] en [bijnaam medeverdachte 2], maar als [bijnaam medeverdachte 2] naar mijn kantoor kwam was hij altijd samen met [bijnaam verdachte]. [bijnaam verdachte] heeft een winkel in de Javastraat in Amsterdam met reclame van GT Mobile. Ik ben daar één keer geweest.

V: Heeft u zelf handel gedreven met [bijnaam verdachte]?

A: Nee, nooit, zelfs niet gesproken met hem.

V: Vastgesteld is dat er op 8 januari 2010, 22 januari 2010 en 25 januari 2010 grote contante geldbedragen zijn afgeleverd bij Vigra. Wat kunt u hierover verklaren?

A: Ik kan u zeggen dat er op 8 januari 2010 een bedrag van 60.000 euro is gebracht, op 22 januari een bedrag van 20.000 euro en op 25 januari die twee ton.

3.4. Met betrekking tot de aangetroffen goederen bij de doorzoeking op 27 januari 2010:

3.4.1. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S011, S001 en S058 (Z5 066 - 087)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaren, zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2010 omstreeks 09.43 uur bevond ik mij, S001, voor perceel Javastraat 41-43 te Amsterdam, alwaar het bedrijf Vigra Telecommunications BV zat gevestigd. Omstreeks 09.43 uur zag ik dat een man met een getinte huidskleur de toegangsdeur van perceel Javastraat 41-43 opende met een sleutel en deze binnen ging. Deze man bleek later [medeverdachte 3] te zijn. Ik zag dat het alarm van perceel Javastraat 41-43 te Amsterdam door [medeverdachte 3] werd uitgeschakeld.

Ik, verbalisant S011, zag dat het perceel Javastraat 41-43 te Amsterdam in totaal was voorzien van 6 kluizen/kluiskasten. Deze kluizen waren gesitueerd in de kluisruimte (ruimte 07). Tevens werd in ruimte 09 een kluis aangetroffen.

Opmerkelijk is te noemen dat buiten deze kluizen en kluisruimte een aanzienlijke hoeveelheid chartaal geld werd aangetroffen in twee kartonnen dozen in ruimte 09.

3.4.2. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door opsporingsambtenaar S-049, d.d. 28 januari 2010 (p. Z5 090 - 091).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2010 bevond ik mij in het pand Javastraat 41 te Amsterdam in het kader van een doorzoeking in onderzoek Teberio. In dit pand is gevestigd Vigra Telecom. Tijdens de doorzoeking werd ik ingedeeld op een ruimte die uit twee delen bestond. Links was de keuken en rechts was een opslagruimte. De gehele ruimte is als '09' benoemd op de situatieschets van de doorzoeking.

Ik zag dat in de opslagruimte een grote kluis stond. Ik zag dat aan de rechterkant in de ruimte heel veel dozen stonden. Ik zag, aan de hand van het opschrift op de dozen, dat het hier vermoedelijk om dozen prepaid telefoonkaarten ging. Om 10.15 uur kwam de hondengeleider met een speurhond speciaal opgeleid om geld op te sporen. Ik zag dat de hond op de stapel dozen aan de rechterkant afliep en rechtop ging staan. Hierop heb ik de dozen die op de door de hond aangewezen doos stonden verwijderd. Ik zag dat deze doos anders was afgesloten dan de rest van de op dat moment zichtbare eerste rij dozen. Ik zag dat deze doos was afgesloten met breed bruin plakband. Ik heb hierop het plakband eraf gehaald en de doos geopend. Ik zag in de doos pakketjes T-mobile prepaidkaarten liggen. Ik heb deze pakketjes opgepakt en zag dat onder deze pakketjes bundels geld lagen. Ik zag dat de bundels uitsluitend uit twintig euro biljetten bestonden.

3.4.3. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door opsporingsambtenaar S-049, d.d. 28 januari 2010 (p. Z5 094-095).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2010 bevond ik mij in het pand Javastraat 41 te Amsterdam in het kader van een doorzoeking in onderzoek Teberio. In dit pand is gevestigd Vigra Telecom. Tijdens de doorzoeking werd ik ingedeeld op een ruimte die uit twee delen bestond. Links was de keuken en rechts was een opslagruimte. De gehele ruimte is als '09' benoemd op de situatieschets van de doorzoeking.

Ik zag dat in de opslagruimte een grote kluis stond. Ik zag dat aan de rechterkant in de ruimte heel veel dozen stonden. Ik heb de eerste rij dozen doorzocht. Ik zag dat dozen prepaid telefoonkaarten bevatten van verschillende providers. Nadat ik de eerste rij had gedaan, zag ik dat in de tweede rij dozen een doos die op een andere wijze was dichtgemaakt als de andere dozen. Ik zag dat deze doos, net als de eerder gevonden doos met geld, was dichtgeplakt met breed bruin plakband. Ik heb deze doos uit de stapel gehaald en geopend. Ik zag dat de doos vol zat met bundels geld. Ik zag dat dit voornamelijk bundels waren met vijftig euro biljetten. Ook zag ik dat er een bundel met honderd euro biljetten bij zat.

Nadat de eerste rij geldbundels was gecontroleerd zag ik dat er in de tweede rij ook bundels met vijftig euro biljetten lagen. Ook nog losse biljetten van tweehonderd euro en tevens een bundel met allerlei valuta.

3.4.4. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-088 (Z5 098- 099)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2010 is er een doorzoeking geweest in het perceel Javastraat 41-43 te Amsterdam. Tijdens deze zoeking is een geldbedrag van in totaal € 950.567,50 aangetroffen en in beslag genomen. In het betreffende pand was een grote kluis/kluiskamer gevestigd met daarin 4 kluizen en een kluiskast. Het totale bedrag aangetroffen in deze ruimte is € 277.500,-. Het aangetroffen bedrag in het genoemde pand (exclusief de kluiskamer) is € 673.067,50.

3.4.5. Een geschrift, te weten een ambtsedige verklaring van bevindingen van [ambtenaar 1], ambtenaar van de Belastingdienst Amsterdam, d.d. 17 juni 2010 (Algemeen relaas-verbaal Teberio, p. 807 e.v.).

Dit geschrift houdt onder meer in als verklaring van deze ambtenaar, zakelijk weergegeven (p. 859 en 861):

De Irruppu-bestanden geven een reëler beeld van de feitelijke kaspositie per een bepaalde datum en wordt daarom door ons aangemerkt als de feitelijke kasadministratie.

Uitgaande van de irruppu bestanden over de periode 2 januari 2009 tot en met 27 januari 2010 bedraagt het kassaldo per 27 januari 2010 € 261.666,07. Hierbij valt op dat de balieontvangsten nog niet zijn verantwoord in het Irruppu-bestand van 27 januari 2010.

In het wekelijkse kasboek wordt geen betrouwbare voorstelling gegeven van de administratieve, noch van de feitelijke gang van zaken betreffende de kaspositie van VIGRA Telecommunications BV.

Op basis van de bevindingen ten aanzien van de Irruppu bestanden is het niet waarschijnlijk dat het kasgeld van de onderneming meer zou hebben bedragen dan omstreeks € 275.000 aan (handels)geld en dat er geen overtollige kasgelden aanwezig waren.

3.4.6. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-023 (Z5 555 - 562)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [getuige 2], zakelijk weergegeven:

V: Werkt u bij Vigra Telecommunications BV?

A: Ja.

V: Hoeveel uur per week werkt u bij Vigra?

A: 40 uur per week.

V: Wie is de baas van Vigra?

A: Dat zijn [verdachte], roepnaam [bijnaam verdachte], en [medeverdachte 1].

V: Waar wordt het contante geld bewaard bij Vigra?

A: Meestal in de kluis.

V: Wat bedoelt u met meestal?

A: Meestal wordt het in de kluis betaald, maar hoe ze dat anders doen heb ik nooit aan ze gevraagd. Met ze bedoel ik [bijnaam verdachte] en [medeverdachte 1].

V: Heeft u wel eens buiten de kluis geld gezien bij Vigra?

A: Nee.

3.4.7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-085 en S-076 (Z5 338 - 346).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [verdachte], zakelijk weergegeven:

V: Kunt u vertellen waar het contante geld binnen het bedrijf Vigra Telecom ligt opgeslagen?

A: In de kluis. Wij hebben twee kluizen voor geld. In beide ligt het geld.

3.4.8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 28 januari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-034 en S-084 (Z5 381 - 388).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 1] zakelijk weergegeven:

V: Waar wordt het geld bewaard tussen de tijd dat het ontvangen is door Vigra en opgehaald wordt door G4S?

A: In een kluis.

V: Dus als wij het goed begrijpen dan gaat al het geld wat niet in de kas zit de kluis in?

A: Wij maken de kas op van die dag en dit gaat aan het einde van de dag de kluis in. Er blijft iets geld achter in de kassa voor de volgende dag.

V: Dus nergens anders in het pand is er geld?

A: De munten zitten in een bus of een doos in de kast. Verder ligt nergens anders geld.

3.4.9. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 29 maart 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-038 en 23169 (Z5 654 - 659).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [getuige 3], zakelijk weergegeven:

V: Wat is uw relatie met Vigra Telecommunications BV?

A: Ik ben de boekhouder van dit bedrijf. Sinds het derde kwartaal van 2003 tot en met heden verzorg ik de boekhouding voor Vigra. Na oktober 2008 heeft [medeverdachte 4] de administratie begeleid met betrekking tot het kasboek.

Ik boek al de inkoopfacturen, zowel de kasinkoop als de kasomzet, de inkoop per bank, en de verkoopfacturen alleen per bank. Ik doe de aangiften loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. Ik krijg een excelsheet die zij bij Vigra hebben opgemaakt. Daar staan de balieontvangsten op vermeld van Beverwijk, de Wholesale van Vigra en de balieverkoop van Vigra Telecommunications BV.

Volgens mij wordt het kasgeld nooit geteld. Ik krijg de gegevens aangeleverd van Vigra en dat boek ik. Ik zie niet of het kasgeld daadwerkelijk is geteld.

Vigra verkoopt alleen belkaarten, geen telefoontoestellen.

V: Wordt er geld door [medeverdachte 4] in het buitenland opgehaald en naar Vigra gebracht?

A: Nee, dat heb ik althans nooit waargenomen.

V: Zegt de naam Amco Electronics u wat?

A: De naam zegt mij niets. Als het een debiteur zou zijn van Vigra Telecommunications BV, zou ik die zeker kennen.

3.4.10. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 18 juni 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-038 en S-064 (Z7 536 - 541).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [getuige 3], zakelijk weergegeven:

V: Kent u een Excel bestand van Vigra Telecommunications BV met de naam Irruppu?

A: Nee, zegt me eigenlijk niets.

V: Kent u een klant van Vigra Telecommunications BV met de naam [klant]?

A: Nee, ken ik niet.

[klant] bestaat bij mij echt niet en de naam komt niet voor in mijn bestand zoals ik dat aangeleverd krijg.

V: Volgens de Irruppu bestanden is op 17 november 2009 een betaling gedaan aan Empyrean GT [medeverdachte 2]. Kent u deze omschrijving?

A: Nee, ik weet wel dat Empyrean in het wekelijks kasboek voorkomt met de toevoeging LID of LMD erachter.

Ik ken deze omschrijving 'Empyrean [medeverdachte 2]' niet, maar ook de omschrijving 'Empyrean Samn' niet. Ik vind het vreemd. Het lijkt wel of iemand heel intelligent bezig is geweest en twee dingen geheel gescheiden houdt. Deze Iruppu bestanden krijg en kreeg ik nooit te zien.

3.5. Aanvullende bewijsmiddelen betrekking tot het bestaan van de criminele organisatie, en de deelname van de diverse verdachten in deze organisatie

a) ten aanzien van de verdachte [medeverdachte 3]:

3.5.1. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 4 februari 2010 (p. Z 5 469 - 478).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 4], zakelijk weergegeven (p. Z5 475):

V: Kent u de persoon op deze foto (verbalisant toont foto 3 van de bijgevoegde fotobijlage (opmerking rechtbank: dit is een foto van de verdachte [medeverdachte 3])

A: Ja. Hij staat bekend als [bijnaam medeverdachte 3].

V: Hoe lang werkt hij al bij Vigra?

A: Ik denk vanaf 2007/2008. Hij doet alles. [bijnaam medeverdachte 3] en [bijnaam getuige 2] runnen Vigra. [bijnaam medeverdachte 3] en [bijnaam getuige 2] kennen de klanten, nemen alle bestellingen aan en verwerken alles in het systeem.

V: Heeft hij een sleutel van het pand?

A: Ja.

3.5.2. Een proces-verbaal van bevindingen omtrent vaststellen afnemers Vigra van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 18 mei 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-076 (Z7 1 - 5).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporinsgambtenaar, zakelijk weergegeven:

Gedurende de periode 15 januari 2010 tot en met 27 januari 2010 heeft een tap gelopen op het telefoonnummer 06 [tel.nr. 8]. Dit telefoonnummer is een abonnement op naam van de verdachte [medeverdachte 1].

De gesprekken welke gedurende deze periode over de tap kwamen werden echter niet gevoerd door [medeverdachte 1], maar door een man welke zich '[bijnaam medeverdachte 3]' noemde.

3.5.3. Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek (Z7 10).

Datum : 18 januari 2010

Tijdstip : 17.46.03 u

Gespreknummer : 00316[tel.nr. 9]

Getapt persoon : 0031 - 6 [tel.nr. 8]

In- /Uitgaand : inkomend

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

[bijnaam medeverdachte 3] wordt gebeld door [naam 2]

V: Ja

[naam 2]; Ja, [bijnaam medeverdachte 3], die komt, hij heeft ongeveer 2000 rupee bij zich. Je moet het wisselen.

V: Is goed.

(..)

3.5.4. Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek (Z7 20-21).

Datum : 22 januari 2010

Tijdstip : 11.58.33

Gespreknummer : 00316[tel.nr. 10]

Getapt persoon : 0031 - 6 [tel.nr. 8]

In- /Uitgaand : inkomend

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

[bijnaam medeverdachte 3] wordt gebeld door NNvrouw

NNvrouw zegt dat ze de vrouw van [klant] is en [naam 3] heeft net aan haar verteld dat ze facturen moet laten. Dat wist ze niet.

NNvrouw wil factuur van november en december.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt kan dat niet en hij kan nu alleen voor januari maken.

(..)

NN vrouw wil ook voor deze maand een factuur laten maken.

NNvrouw vraagt of er geen andere oplossing is. [naam 3] is niet hier.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt dat het niet kan maar hij vanavond die andere jongens vragen.

(..)

3.5.5. Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek (Z7 21).

Datum : 22 januari 2010

Tijdstip : 17.31.31

Gespreknummer : 00316[tel.nr. 10]

Getapt persoon : 0031 - 6 [tel.nr. 8]

In- /Uitgaand : inkomend

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

[bijnaam medeverdachte 3] wordt gebeld door NNvrouw

Vrouw zegt dat ze de vrouw van [klant] is. Ze had vanochtend ook gebeld.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt dat hij voor november en december geen facturen kan maken. Oke zegt vrouw.

[bijnaam medeverdachte 3] vraagt wat voor bedrag ze een factuur voor deze wil maken en dan hij het maken.

Vrouw zegt 25000,--. [naam 3] zei het.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt dat het goed is.

3.5.6. Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek (Z7 22).

Datum : 24 januari 2010

Tijdstip : 13.54.15

Gespreknummer : 00316[tel.nr. 10]

Getapt persoon : 0031 - 6 [tel.nr. 8]

In- /Uitgaand : inkomend

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

[bijnaam medeverdachte 3] belt met mevrouw [klant]

[klant] zegt dat hij nog een factuur van 15.000 euro mag maken en het moet datum twee weken eerder zijn. Ze heeft gisteren een factuur van 25 (duizend) meegenomen.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt dat het goed is en hij zal morgen bellen nadat hij bekeken heeft.

3.5.7. Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek (Z7 23).

Datum : 25 januari 2010

Tijdstip : 10.33.34

Gespreknummer : 00316[tel.nr. 10]

Getapt persoon : 0031 - 6 [tel.nr. 8]

In- /Uitgaand : inkomend

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

[bijnaam medeverdachte 3] wordt gebeld door mevrouw [klant].

(..) [klant] vraagt om een factuur van 15.000 euro te maken.

[bijnaam medeverdachte 3] zegt dat ze al een factuur van 25.000 euro hebben gemaakt. Het wordt moeilijk om een factuur te maken. Maar hij gaat met die andere jongen praten. Dan moeten ze deze factuur ook annuleren en dan nieuwe maken. [bijnaam medeverdachte 3] zal er over terug bellen.

3.5.8. Een proces-verbaal van bevindingen omtrent belwinkel [klant] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 12 mei 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S076 (Z7 58 - 62).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Uit de eerdergenoemde Irruppu bestanden van de FIOD-ECD blijkt dat zowel in november als december geen betaling heeft plaatsgevonden van € 25.000,-.

Uit de Irruppu bestanden blijkt dat in januari 2010 geen betaling heeft plaatsgevonden van 15.000 euro.

Opvallend is dat uit Irruppu blijkt dat gedurende het jaar 2009 door [klant] een aantal malen bedragen groter dan € 20.000 aan Vigra Telecommunications worden betaald. Na 7 september 2009 vinden er geen betalingen meer plaats van de grootte.

3.5.9. Een proces-verbaal van bevindingen omtrent de administratie [klant] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 31 mei 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S076 (Z7 99 - 101).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Tijdens een bezoek aan de boekhouder van [klant] blijkt dat de totale inkoop van telefoonkaarten, volgens het winst & verliesoverzicht van 2009, over 2009 € 54.026,07 is.

Na augustus 2008 zou er volgens de boekhoudster geen inkopen meer zijn gedaan bij Vigra Telecommunications BV.

3.5.10. Een geschrift, te weten een factuur van Vigra Telecommunnications voor de levering van belkaarten (Z7 90).

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Klant naam: [klant]

Datum: 22 januari 2010

Factuurnummer 20100296002

Subtotaal € 25.173,00

Contant betaald.

(b) ten aanzien van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1]:

3.5.11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 4 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-023 en S-085 (p. Z5 352- 363).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [verdachte], zakelijk weergegeven:

V: Uit de stukken van de Kamers van Koophandel blijkt dat u samen met [medeverdachte 1] gezamenlijk eigenaar bent van Vigra Telecommunications BV.

A: Ja, dat klopt.

Ik word [bijnaam verdachte] genoemd.

V: Binnen Vigra op de Javastraat, bent u daar de enige medewerker die [bijnaam verdachte] genoemd wordt?

A: Ja, dat klopt.

V: Wie heeft er feitelijk de leiding bij Vigra Telecommunications BV?

A: [medeverdachte 1] en ik.

3.5.12. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 28 januari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaren S-034 en S-084 (p. Z5 381 - 388).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 1], zakelijk weergegeven:

V: Nog even over de rolverdeling tussen u en [bijnaam verdachte]. Stel dat [bijnaam verdachte] een been breekt en hij kan 6 weken niet werken, kunt u het bedrijf dan voortzetten?

A: Ja, ik weet hetzelfde van het bedrijf als [bijnaam verdachte]. Andersom kan het ook.

(c) ten aanzien van de verdachte [medeverdachte 4]:

3.5.13 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 4 februari 2010 (p. Z 5 469 - 478).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [medeverdachte 4], zakelijk weergegeven:

Vanaf 2006 ben ik bij Vigra begonnen in verband met de omzet van VOF naar BV. Ik maak gebruik van werkruimte binnen Vigra.

V: Laatst bent u bijvoorbeeld bij een ING-overleg van Vigra geweest. Waarom bent u bij belangrijke besprekingen?

A: Ik heb de hele bedrijfsstructuur opgezet. Ik weet heel veel af van de gang en zaken van het bedrijf.

V: Hoe vaak in de week bent u aanwezig bij Vigra Telecommunications BV?

A: Bijna iedere dag.

V: Gemiddeld hoeveel uur per week besteedde u in 2009 aan Vigra?

A: Gemiddeld 20 uur per week.

V: Heeft u vrije toegang tot de andere ruimtes van het pand?

A: Ja, ik kon overal komen.

V: Wat heeft u te maken met de heer [getuige 3]?

A: Dat is de boekhouder van Vigra. Ik stem met hem de administratieve zaken met betrekking tot Vigra af.

3.5.14. Een proces-verbaal zaaksdossier 5 Witwassen van de politie Amsterdam-Amstelland, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S-038 (voorafgaand aan Z5, p. XLIV - XLV).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 18 maart 2008 is door [medeverdachte 11] aangifte gedaan van straatroof. In zijn verklaring vertelt hij dat:

- hij werkt bij de firma Empyrean Fields (bedrijf [medeverdachte 4])

- zijn werkgever een winkel heeft aan de Javastraat 41 te Amsterdam.

- Empyrean Fields een onderdeel is van Vigra Telecom

- zijn baas [bijnaam verdachte] heet

- de bedrijfsleider van Vigra Telecom, [voornaam medeverdachte 4] heet.,

3.5.15. Een proces-verbaal betreffende dataonderzoek van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 21 juni 2010, opgemaakt door de digitaal rechercheurs S-027 en S-089 (Z5 826 - 829)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde digitaal rechercheurs, zakelijk weergegeven:

Op de harde schijf uit de in perceel [adres 2] te Amsterdam in beslag genomen laptop-computer zagen wij een groot aantal gewiste Office Excel-bestanden, genaamd Iruppu.

Wij zagen dat de inhoud van dit bestand overeenkwam met het gelijknamige bestand uit de USB-stick.

Deze bestanden kwamen voor op de locatie \Users\[voornaam medeverdachte 4]\Documents\USB\Nieuwe map \Rolex HoldingBV\account Vigra

Op deze locatie zagen wij tevens een gewist en inmiddels overschreven bestand met de naam Irupu 17-11-2009.xls

Ik zag in de tijdskolom 'Last written' dat daar datums werden vermeld gelegen tussen 02/01/2009 (bestand Irruppu 02-01-2009.xls) en 01/12/2009 (Irruppu 30 -11-2009.xls).

Dat kan betekenen dat op die datum op alle bestanden tussen deze tijdstippen een bewerking is uitgevoerd.

(d) ten aanzien van de rol van de verdachte [medeverdachte 2] kan worden volstaan met de belastende bewijsmiddelen die hiervoor zijn genoemd.

4. Overwegingen met betrekking tot het bewijs

4.1. Conclusie ten aanzien van de transacties als genoemd onder 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4.

De rechtbank stelt op basis van de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, het volgende vast.

In de periode van 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010 heeft een groep natuurlijke personen, opererend onder de vlag van de onderneming Vigra, op diverse tijdstippen grote hoeveelheden contant geld verworven, voorhanden gehad en al dan niet overgedragen.

De rechtbank stelt vast dat deze groepering (hierna als "Vigra" aangeduid) de beschikking heeft gekregen/gehad over de volgende geldbedragen.

(a) op 26 april 2009 heeft Vigra een bedrag van € 152.120,-- in contante coupures voorhanden gehad;

(b) op 17 november 2009 heeft Vigra een bedrag van € 100.000,-- in contante coupures meegegeven aan [medeverdachte 6];

(c) op 8 januari 2010 (€ 60.000,--), 22 januari 2010 (€ 60.000,--) en 25 januari (€ 200.000,--) heeft Vigra contante geldbedragen in ontvangst heeft genomen van (medewerkers van) AMCO Electronics Import Export VOF (hierna: Amco);

(d) op 27 januari 2010 heeft Vigra een bedrag van € 950.560,50 in contante coupures in het bedrijfspand aan de Javastraat voorhanden had: € 277.500,- in de kluis en € 673.067,50 in twee kartonnen dozen buiten de kluisruimte.

Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt welke natuurlijke personen bij welke handelingen betrokken zijn geweest.

4.2. Aanwijzingen voor witwassen

Uit de bewijsmiddelen komt een ernstig en gerechtvaardigd vermoeden naar voren dat de hiervoor genoemde gelden telkens geheel of gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn en dat sprake zou zijn van witwassen. In elk van de bovengenoemde gevallen is het geld immers aangetroffen onder omstandigheden die voldoen aan een aantal zogenoemde witwastypologieën: algemene objectieve kenmerken van witwassen die zijn verkregen door de jarenlange internationale opsporing en bestrijding van witwassen. Dergelijke typologieën vormen een aanwijzing dat het om opbrengsten uit criminele activiteiten gaat.

De volgende concrete omstandigheden kunnen in het licht van deze typologieën als bezwarend worden aangemerkt.

Allereerst geldt voor alle transacties dat het gaat om (i) geldbedragen van behoorlijke omvang, (ii) in contante coupures, die (iii) niet terug zijn te vinden in de (officiële) boeken van de betrokkenen en evenmin kunnen worden verantwoord met facturen of andere bewijsstukken van reguliere handelsactiviteiten.

Verder geldt het volgende:

(a) Met betrekking tot de transactie van 26 april 2009

- Het aangetroffen geld bestond mede uit biljetten van € 500,--, een coupure die naar de ervaring leert veel gebruikt wordt in het criminele circuit.

- Het geld is volgens de bestuurder afkomstig is uit de verkoop op de zwarte markt in Beverwijk, maar een bedrag van € 115.602,-- wordt niet door de verkoopbonnen gedekt.

- De bestuurder kan niet duidelijk benoemen waar dit geld vandaan komt en verklaart daarover in korte tijd wisselend.

(b) Met betrekking tot de transactie van 17 november 2009

- Het geld, een aanzienlijk bedrag, werd meegegeven in een witte kartonnen doos om zonder enige verdere bescherming over straat te worden vervoerd.

- Het geld werd meegegeven aan een persoon die, zo volgt uit het aan het dossier toegevoegde vonnis in een andere strafzaak tegen [medeverdachte 2] (Rb Amsterdam 23 december 2011, parketnr. 13/997036-09), als geldloper heeft gefungeerd in een netwerk van verschillende personen die zich bezig hielden met Hawalla bankieren. De onderhavige transactie was daarvan onderdeel.

- Uit datzelfde vonnis volgt dat drie personen uit dat netwerk (onder wie de in 2.2. genoemde [medeverdachte 7]) 32 kilo heroïne hebben vervoerd en aanwezig gehad. Verder bestaan aanwijzingen voor betrokkenheid bij een ander drugstransport.

- Verdachte heeft elke betrokkenheid bij deze transactie ontkend, hoewel de koerier duidelijk verklaart dat hij dit geld van hem heeft gekregen. Bovendien laat zich bezwaarlijk indenken dat een bedrag van dergelijke omvang zonder zijn medeweten zou worden meegegeven vanuit de winkel waarover verdachte de scepter zwaait.

(c) Met betrekking tot de 'Amco' transacties

- In korte tijd zijn diverse grote geldbedragen afgeleverd, afkomstig vanuit de zelfde bron (Amco) waarmee Vigra volgens de boeken - althans op het moment van deze transacties - geen zakelijke relatie heeft.

- Het geld is, in weerwil van de veiligheidsrisico's die met het transport van een omvangrijk contant geldbedrag gepaard gaan, in plastic tassen vervoerd en afgeleverd.

- De personen die dit geldbedrag hebben afgeleverd, hebben desgevraagd te kennen gegeven dat zij geen idee hebben hoeveel geld ze meedroegen. Evenmin konden zij verklaren waarom dit geld bij Vigra moest worden afgegeven.

(d) Met betrekking tot de € 673.067,50 'buiten de kluis'

- Het geld was verstopt in een stapel kartonnen dozen en was nog eens extra verhuld door een bovenlaag met telefoonkaarten.

- Geen duidelijke of gegronde reden is gegeven of te bedenken waarom dit geld op die plek werd bewaard, terwijl het pand van Vigra - een voormalig kantoor van de bank Fortis - over voldoende kluiscapaciteit beschikte.

- Diverse medewerkers van Vigra, maar ook de beide leidinggevenden (verdachte en [medeverdachte 1]), hebben verklaard dat het contante geld van Vigra in de kluis werd opgeslagen en niet op een andere plek (4.6 t/m 4.9).

- Volgens berekeningen van een ambtenaar van de Belastingdienst moet het kassaldo op die dag veel lager zijn geweest. De aanwezigheid van deze grote hoeveelheid geld is dus niet te verklaren (4.5).

Deze feiten geven tevens blijk van een terugkerend patroon van verdachte geldtransacties. Dat draagt eens te meer bij aan het vermoeden dat sprake is van witwasactiviteiten.

(e) Met betrekking tot de € 277.500,-- 'in de kluis'

De met betrekking tot transactie (d) genoemde verdachte omstandigheden werpen wel een ander licht op het geld in de kluis. Het door de Belastingdienst berekende kassaldo benadert immers de hoeveelheid geld die in de kluisruimten is aangetroffen. Bovendien was, zoals hiervoor al is overwogen, binnen Vigra kennelijk het beleid dat het contante geld dat met de handel in telefoonkaarten werd verdiend, in de kluis werd opgeslagen. De rechtbank ziet hierin een aanwijzing, althans zij kan niet uitsluiten, dat mogelijk een strikte scheiding werd gemaakt tussen de gelden die met de reguliere bedrijfsvoering werden verkregen en geld dat uit andere bronnen afkomstig was. Zodoende valt niet uit te sluiten dat het geld dat in de kluis is aangetroffen, volledig uit de opbrengsten van de legale handel van Vigra bestond. De conclusie dat 'het niet anders kan dan dat dit geld van misdrijf afkomstig was', kan daarom wat dit deel van het aangetroffen geld betreft niet worden getrokken.

De officier van justitie heeft in zijn requisitoir op de mogelijkheid gewezen dat het 'witte' geld in de kluis vermengd is geraakt met geld uit illegale bron. Die conclusie zal de rechtbank niet trekken, nu, zoals hiervoor al gezegd, de mogelijkheid bestaat dat beide geldstromen welbewust werden gescheiden.

4.3. Geen geloofwaardige, concrete en verifieerbare verklaring voor de herkomst van het geld

Over de herkomst van de genoemde geldbedragen zijn de volgende verklaringen afgelegd.

(a) Met betrekking tot de transactie van 26 april 2009

[medeverdachte 4] heeft zich opgeworpen als de eigenaar van het geld dat niet door de verkoopbonnen werd gedekt. Hij heeft verklaard dat hij in totaal € 100.000,- heeft laten afleveren bij de kraam van Vigra op de markt in Beverwijk om te kunnen deelnemen aan een actie die Lycatel, een aanbieder van telefoonkaarten, dat weekend hield.

De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig.

Ten eerste wordt dit verhaal niet bevestigd door de bestuurder van het busje, [medeverdachte 5]. Deze heeft in eerste instantie verklaard dat Vigra in dat weekend een hogere omzet dan gebruikelijk heeft gehaald. Hij maakt daarbij geen melding van een levering van € 100.000,- van [medeverdachte 4]/Empyrean Field voor een actie van Lycatel. Als [medeverdachte 5] in het verhoor wordt voorgehouden dat de verkoopbonnen opgeteld tot slechts een bedrag van € 36.518,-- leiden, verklaart hij eerst dat mogelijk iemand een bedrag heeft voorgeschoten en vervolgens dat hij vermoedt dat er toch een klant is geweest die op zondag 10.000 telefoonkaarten heeft gekocht (Z5 425). Pas de volgende dag verklaart hij dat het zou kunnen dat Empyrean Fields een groot bedrag heeft voorgeschoten, maar dat hij dat niet weet.

Het is ongeloofwaardig dat een voorschot van deze omvang zo achteloos bij de weekendopbrengst zou zijn gevoegd dat de verantwoordelijke voor het transport van het geld zich de dag daarna niet meer kan herinneren dat hij dit geld van Empyrean Fields heeft ontvangen.

Ten tweede heeft ook [medeverdachte 4] zelf op dit punt geen duidelijke en consistente verklaring gegeven. Aanvankelijk stelt hij dat € 62.000,-- uit de kas komt en dat € 38.000,-- bij afnemers zou zijn opgehaald. Deze verklaring wijzigt hij in een later verhoor. Hij zegt dan dat een deel van het geld (€ 52.000,--) afkomstig zou zijn van ene [naam 4] uit Italië en het restant afkomstig van [medeverdachte 11].

De genoemde [naam 4] is in zijn verklaring eerst een koerier die het geld in Italië heeft gecollecteerd en daarna in een sealbag bij [medeverdachte 4] heeft afgeleverd (Z5 445). Later verklaart [medeverdachte 4] echter dat [naam 4] een Italiaanse afnemer is en dat twee andere mannen het geld hebben gebracht (Z5 454). Desgevraagd kan hij niet zeggen hoe [naam 4] verder heet, en evenmin wat het bedrijf van deze man en het adres daarvan is. Administratieve vastlegging van de transactie ontbreekt. Enig aanknopingspunt om deze verklaring te kunnen verifiëren, wordt dus niet gegeven.

De raadsman van verdachte heeft als bijlage 6 bij zijn pleitnota een overzicht overgelegd waarop de laatste transacties tussen Empyrean Fields en [naam 4] zouden zijn opgenomen. In dit overzicht komt de naam [naam 4] niet voor. Dat dit tot bewijs van de transactie kan dienen, is de rechtbank niet gebleken.

Andere bronnen die het relaas van [medeverdachte 4] bevestigen, zijn onbetrouwbaar. De eerste is [medeverdachte 11]. Hij heeft zijn verklaring op 30 juli 2009 afgelegd, dus na het eerste verhoor van [medeverdachte 4]. Deze omstandigheid trekt de betrouwbaarheid van zijn verklaring en de echtheid van de in dit verhoor overgelegde facturen, die zijn lezing moeten staven, in twijfel. De rechtbank ziet hierin om die reden niet de vereiste steun voor de verklaring van [medeverdachte 4].

Hetzelfde geldt voor de verklaring van de verdachte [medeverdachte 1]. Hij bevestigt eveneens in enige mate het verhaal van [medeverdachte 4] (Z5 379), maar ook zijn verklaring is pas negen maanden na het voorval afgelegd. De betrouwbaarheid daarvan kan dus evenmin worden gegarandeerd.

Verdachte heeft over dit onderwerp geen verklaring afgelegd.

(b) Met betrekking tot de transactie van 17 november 2009

De geldloper [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij de doos met het geld heeft ontvangen van verdachte [verdachte] en dat deze hem zou hebben gevraagd naar de hoek van de straat te lopen, waar verdachte hem zou meenemen in de auto. [medeverdachte 6] blijft uiterst vaag over de precieze inhoud van de doos. Verdachte ontkent zelf iedere betrokkenheid. Zoals hiervoor al is overwogen, is de rechtbank echter van oordeel dat hij dit geld wel heeft overhandigd. [medeverdachte 2] heeft geen verklaring willen afleggen.

De rechtbank stelt vast dat geen van de verdachten een verklaring heeft willen geven over de herkomst van dit geld.

(c) Met betrekking tot de 'Amco' transacties

[medeverdachte 10] heeft op 2 december 2010 een verklaring afgelegd over de aflevering van de drie geldbedragen bij Vigra. Het geld zou een betaling 'buiten de boeken om' vormen, bedoeld ter betaling van telefoons die waren geleverd vanuit Engeland. Het geld moest naar '[bijnaam medeverdachte 2]' worden gebracht. Met '[bijnaam medeverdachte 2]' bedoelt [medeverdachte 10] de verdachte [medeverdachte 2]. Volgens [medeverdachte 10] zou het bedrag van € 200.000,-- van een vriend uit België, genaamd [vriend uit België], zijn geleend.

De rechtbank wijst deze verklaring van [medeverdachte 10] echter als ongeloofwaardig van de hand.

Uit de camerabeelden van 8, 22 en 25 januari 2010 volgt dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] het hier bedoelde geld in ontvangst hebben genomen van [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 8]. Dat zet vraagtekens bij de verklaring van [medeverdachte 10], omdat deze duidelijk verklaart dat het geld was bestemd voor [medeverdachte 2]. Waarom dat geld bij de mensen van Vigra moest worden afgeleverd, wordt niet duidelijk.

[verdachte] ontkent dat [medeverdachte 2] op enige wijze is verbonden aan zijn winkel. Hij verklaart [medeverdachte 2] alleen te kennen als een klant die af en toe belkaarten koopt (Z5 356). [medeverdachte 10] zegt hij evenmin te kennen (Z5 359). Op vragen over het geld dat [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] bij Vigra hebben afgeleverd, wil hij geen antwoord geven (Z5 367).

[medeverdachte 1] verklaart wel een man genaamd [medeverdachte 2] te kennen, maar hij heeft hem al zes tot twaalf maanden niet meer in de winkel gezien (Z5 391 en 392). Vervolgens ontkent hij [medeverdachte 9] te kennen (Z5 401) en zwijgt hij, als hem beelden van 25 januari 2010 worden getoond waarop is te zien dat hij geld van [medeverdachte 9] in ontvangst neemt (Z5 405). [medeverdachte 3] wil evenmin iets verklaren, als hem beelden van de aflevering van 25 januari 2010 worden getoond (Z5 522). De naam [medeverdachte 2] noch de naam [bijnaam medeverdachte 2] komt in zijn verklaring naar voren.

Verder wordt de verklaring van [medeverdachte 10] niet bevestigd door degenen die het voor de vermeende handel bestemde geld hebben afgeleverd. [medeverdachte 8] weet niets concreters te melden dan dat het geld bestemd was voor de betaling van mobiele telefoons. [medeverdachte 9] verklaart niet te weten waar het geld voor was bedoeld (Z5 533). Tot slot hult de beweerdelijke afnemer van deze gelden, [medeverdachte 2], zich in stilzwijgen (Z5 640 e.v.). De beloofde verklaring die hij ter zitting zou afleggen, is uitgebleven.

Kortom, geen van de overige betrokkenen bevestigt de verklaring van [medeverdachte 10] over de afname van mobiele telefoons. Ook andere bescheiden waaruit het bestaan van deze transactie zou kunnen blijken, zijn achterwege gebleven. De rechtbank gelooft dan ook niet dat de gelden in verband staan met de aankoop of verkoop van mobiele telefoons. Evenmin gelooft de rechtbank dat dit geld zou voorkomen uit een lening van een vriend van [medeverdachte 10] uit België. De gestelde leningsovereenkomst, die overigens pas in een laat stadium naar boven is gekomen, kan op geen enkele wijze worden geverifieerd, nu [medeverdachte 10] desgevraagd geen verdere persoons- of adresgegevens van de vriend kan overleggen. Voorts is uit het dossier van geen andere legale bedrijfsactiviteit gebleken die kan verklaren hoe Amco binnen een zo kort tijdbestek in staat is een dergelijke hoeveelheid contant geld uit de eigen vennootschap te trekken en naar Vigra te verplaatsen.

(d) Met betrekking tot de € 673.067,50 'buiten de kluis'

Vaststaat dat een grote hoeveelheid contant geld buiten de kluis is aangetroffen. Het geld was op heimelijke wijze verstopt en verpakt. Uit de boekhouding van Vigra kan de aanwezigheid van dit geldbedrag niet worden verklaard. De twee hoofdverantwoordelijken bij Vigra, verdachte en [medeverdachte 1], hebben hiervoor evenmin een verklaring kunnen geven. Verdachte verklaart weliswaar dat het bedrag buiten de kluis apart was gezet, omdat het was bedoeld voor de aankoop van Lycatelkaarten. Hij kan echter desgevraagd niet zeggen om welk bedrag het ging. Evenmin kan hij een gegronde reden geven waarom voor aankomende transacties bestemde bedragen niet op een aparte plaats in de kluis konden worden bewaard (Z5 355).

[medeverdachte 1] verklaart stellig dat buiten de kluis geen geld werd bewaard (zie 4.8). Als hij wordt geconfronteerd met de aanwezigheid van het hiervoor genoemde geldbedrag buiten de kluis, beroept hij zich op zijn zwijgrecht (Z5 400).

De rechtbank stelt dan ook vast dat voor geen van de onder (a), (b), (c) en (d) genoemde geldbedragen een concrete, verifieerbare en op voorhand niet als volslagen onwaarschijnlijk aan te merken verklaring over de herkomst van het geld is gegeven. Gelet op alle hiervoor onder 4.2. omstandigheden die duiden op witwassen, betekent dit dat het niet anders kan dan dat deze gelden uit misdrijf afkomstig zijn.

4.4. Overtreding van artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht (Wft)

Artikel 2:3a lid 1 Wft verbiedt het eenieder met een zetel in Nederland zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van betaaldienstverlener.

Een betaaldienstverlener is degene die zijn bedrijf maakt van het verlenen van betaaldiensten (art. 1:1 Wft). Wat betaaldiensten zijn, wordt nader gespecificeerd in de bijlage van de Europese richtlijn voor het harmoniseren van betaaldiensten in de EU (Payment Service Directive) (2007/64/EC). Tot de betaaldiensten die deze bijlage noemt, behoren de zogenoemde 'geldtransfers'. Geldtransfers zijn in artikel 4 lid 13 van dezelfde richtlijn gedefinieerd als:

'een betalingsdienst waarbij, zonder opening van betaalrekeningen op naam van de betaler of de begunstigde, van een betaler geldmiddelen worden ontvangen met als enig doel het daarmee corresponderende bedrag over te maken aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder en/of waarbij de geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld.'

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is gebleken dat de personen achter Vigra dergelijke diensten hebben geleverd. Zij hebben gelden in ontvangst genomen van [medeverdachte 10], [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Uit de tapgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 2] en de gang van zaken met betrekking tot de geldloper op 17 november 2009 blijkt dat gelden op afroep werden meegegeven om beschikbaar te stellen aan een begunstigde. Die begunstigde was [medeverdachte 7].

Daarmee heeft Vigra geldtransfers als bedoeld in de richtlijn tot stand gebracht.

Uit de stukken van het dossier is op geen enkele wijze gebleken dat Vigra beschikte over een vergunning van DNB als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 Wft. Verdachte heeft zich evenmin op het bezit van een vergunning beroepen. De rechtbank concludeert daarom dat een vergunning ontbrak.

4.5. Overtreding van artikel 3 lid 1Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt)

Artikel 3 lid 1 verbiedt het als geldtransactiekantoor werkzaam zijn. Een geldtransactiekantoor is in artikel 1 sub a van diezelfde wet gedefinieerd als de natuurlijke persoon of rechtspersoon (..) die beroepsmatig of bedrijfsmatig ten behoeve of op verzoek van een derde geldtransacties uitvoert (..). Een geldtransactie is onder meer het wisselen van munten of bankbiljetten (artikel 1 sub c onder 1 Wgt).

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de personen binnen Vigra zich meermalen hebben bezig gehouden met geldtransacties van bovengenoemde aard. Zij hebben bankbiljetten van kleine coupures grote coupures gewisseld tegen bankbiljetten van grote coupures.

De rechtbank baseert dit op de volgende bewijsmiddelen.

4.5.1. Een proces-verbaal van bevindingen 'geld omwisselen d.d. 11 januari 2010' van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 16 maart 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S076 (Z5 215 - 228).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 16 maart 2010 zijn door mij de beelden bekeken betreffende 11 januari 2010 van Vigra Telecommunications BV.

Op 11 januari 2010 om 15.18 uur is op de beelden van camera 3 te zien dat een onbekende man de toegangsdeur tot de werkplekken van Vigra betreedt. Deze onbekende man zal verder NN1101 genoemd worden. Om 15.20 uur is te zien dat NN1101 werkplek 3 betreedt en een plastic tas rechts op de stoel legt.

Vervolgens komt een man werkplek 3 binnen die ik herken als de verdachte [verdachte] ([bijnaam verdachte]). [bijnaam verdachte] neemt plaats tegenover NN1101. NN1101 haalt meerdere stapels uit eerdergenoemde plastic tas en legt deze op tafel neer. Daarnaast is te zien dat [bijnaam verdachte] een stapel, welke niet afkomstig is van NN1101, op een apparaat op zijn bureau legt. Tijdens de doorzoeking van het pand is gebleken dat deze apparaten op het bureau geldtelmachines zijn. Er wordt door NN1101 nog een stapel op tafel gelegd welke vermoedelijk uit zijn schoudertas afkomstig is. Aan de hand van de kleur en de grootte van de stapels vermoed ik dat het bankbiljetten betreft.

Nadat de stapels door NN1101 op tafel zijn gelegd wordt de stapel uit de geldtelmachine door [bijnaam verdachte] overhandigd aan NN1101. Gezien (het feit dat, Rb) [bijnaam verdachte] gebruik maakt van een geldtelmachine, maak ik op dat de stapels uit de geldtelmachines bundels papiergeld zijn.

NN1101 neemt vervolgens de stapel van [bijnaam verdachte] aan. De kleur van de stapel is op dit moment goed te zien. Aan de hand van de paarse kleur betreft het hier vermoedelijk € 500,-- biljetten.

De stapels welke door NN1101 op tafel zijn gelegd worden vervolgens door [bijnaam verdachte] in een plastic tas gedaan. NN1101 stopt de stapels in zijn binnenzak, terwijl [bijnaam verdachte] doorgaat met de stapels in de plastic zak te stoppen. [bijnaam verdachte] pakt de laatste stapels om ze in de plastic tas te doen en NN1101 staat op.

NN1101 verlaat om 15.45 uur Vigra.

Op 11 januari 2010 om 16.06 uur is op de beelden van camera 3 te zien dat NN1101 weer binnenkomt bij Vigra.

Om 16.06 uur is te zien dat NN1101 wederom werkplek 3 binnenkomt. In eerste instantie is NN1101 hier met een andere man die ik herken als de verdachte [medeverdachte 3]. Op het bureau rechts van NN1101 is door NN1101 een stapel neergelegd, die aan hand van de vorm en kleur mij doet vermoeden dat het bankbiljetten betreft. Kort daarop komt een man de kamer binnenlopen welke ik herken als de verdachte [medeverdachte 1].

In de opeenvolgende beelden is te zien dat NN1101 licht naar voren en naar links leunt waarbij hij vermoedelijk iets op het bureau neerlegt. Op de volgende foto is te zien dat op deze plek op het bureau een stapel ligt welke qua vorm en kleur mij doet vermoeden dat het geld betreft. Te zien is ook dat [medeverdachte 1] iets uit een doos links naast zich pakt.

Op de eerstvolgende beelden is te zien dat om 16.09 uur NN1101 paarse langwerpige voorwerpen gelijkende op papiergeld in zijn rechterhand houdt.

Hierna verlaat NN1101 vrijwel direct Vigra (16.12 uur).

4.5.2. Een proces-verbaal van bevindingen 'geldwisseltransactie d.d. 23 januari 2010 van de politie Amsterdam-Amstelland, d.d. 4 februari 2010, opgemaakt door de opsporingsambtenaar S079 (Z5 229-233).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 23 januari 2010 te 15.27 uur komt op camera 5, van werkplek 3, een NN man het kantoor binnen. Uit de beelden blijkt dat de man zijn hand in zijn binnenzak brengt en vervolgens een stapel biljetten pakt. Aan de hand van het formaat van de biljetten (oranjekleurig) zou opgemaakt kunnen worden dat het hier om papiergeld gaat van € 50,--. Vervolgens is te zien dat een medewerker van Vigra, die ik herken als de verdachte [medeverdachte 3] ([bijnaam medeverdachte 3]), een stapel bankbiljetten pakt. Aan de hand van het formaat van de biljetten en de kleur (paarskleurig) zou opgemaakt kunnen worden dat het hier om papiergeld gaat met een waarde van € 500,--.[bijnaam medeverdachte 3] pakt vervolgens zelfstandig de andere stapels bankbiljetten die door de NN man voor hem zijn gelegd. Inmiddels heeft de man een stapel biljetten gepakt. Deze biljetten zijn groen van kleur en vertegenwoordigen mogelijk een waarde van € 100,--. Ook deze biljetten worden door [bijnaam medeverdachte 3] geteld door de geldtelmachine. Vervolgens is te zien dat de NN man de stapel paarskleurige €500,-- biljetten in de binnenzak van zijn jas stopt.

Uit de grootte van de bedragen die over de toonbank gaan, de frequentie waarmee dit gebeurt en de kennelijke professionaliteit en snelheid waarmee de transacties worden afgewerkt, leidt de rechtbank af dat sprake is van bedrijfsmatig handelen.

Op grond van diezelfde omstandigheden verwerpt de rechtbank het verweer van verdachte [verdachte] dat hij uitsluitend omringende winkeliers zo nu en dan van wisselgeld voorzag.

4.6. Witwassen op 11 januari 2010 en 23 januari 2010

De officier van justitie heeft betoogd dat de wisseltransacties van 11 en 23 januari 2010 tevens kunnen worden gekwalificeerd als witwassen. De rechtbank acht daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig. Het dossier biedt onvoldoende informatie om te kunnen concluderen dat het niet anders kan dan dat hier verhandelde geld van misdrijf afkomstig is.

De officier van justitie heeft in dit verband subsidiair het standpunt ingenomen dat het onderliggende misdrijf bestaat in overtreding van artikel 2:3a lid 1 Wft en/of artikel 3 lid 1 Wgt.

Dat standpunt deelt de rechtbank niet. Onder de huidige jurisprudentie kan het voorhanden hebben van geld dat van eigen misdrijf afkomstig is, slechts dan als witwassen worden gekwalificeerd, indien de verdachte tevens een handeling heeft verricht die er op is gericht de geldelijke opbrengsten veilig te stellen. Met andere woorden: er moet minstens een verdere stap zijn genomen om te bewerkstelligen dat het geld een ogenschijnlijke legale herkomst krijgt, zodat het geld in het reguliere betalingsverkeer kan worden aangewend.

Binnen Vigra zijn dergelijke stappen ondernomen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat op grote schaal uit misdrijf afkomstige gelden zijn aangenomen, aan de werkplek tegen andere coupures zijn gewisseld en zijn gebundeld in dozen, bedekt onder een laag telefoonkaarten.

Voor zover het gaat om de grote bundels geld die op 27 januari 2010 buiten de kluis zijn aangetroffen, treft het standpunt van de officier van justitie dan ook doel. Hier zijn de eerste verhullingshandelingen verricht.

Zodanige handelingen hebben echter nog niet plaatsgevonden op het moment dat de geldwisseltransactie is afgerond. Daarom mag het enkele voorhanden hebben van de gewisselde gelden nog niet als witwassen worden aangemerkt.

Voor zover de officier van justitie heeft bedoeld dat tussen de geldwisselingen en het aantreffen van de geldbundels op 27 januari nog verdere verhullingshandelingen zijn verricht met de gewisselde bedragen, is dat niet nader omschreven of onderbouwd.

Mogelijk zouden de illegale geldwisselingen nog als onderliggend misdrijf kunnen worden gezien van (een deel van) het geld dat op 27 januari 2010 in de kluis is aangetroffen.

Die optie stuit echter evenzeer af op de niet uit te sluiten mogelijkheid dat twee geldstromen gescheiden zijn gebleven en het geld in de kluis uitsluitend uit de legale handelsactiviteiten van Vigra voortkwam.

4.7. De rol van elk van de verdachten

Vaststaat dat de belwinkel van Vigra over een periode van negen maanden een toevluchtoord voor van misdrijf afkomstige gelden was. Daarbij zijn telkens een of meer leden van eenzelfde groep verdachten betrokken.

Op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank met betrekking tot de rol van deze verdachten het volgende vast.

[verdachte] (verdachte) had samen met [medeverdachte 1] de feitelijke leiding over Vigra. Hij heeft tevens in persoon witwashandelingen uitgevoerd door geld aan te nemen en met behulp van de geldtelmachine te tellen. Verder stond hij in telefonisch contact met de verdachte [medeverdachte 2] over de aan- en afvoer van de gelden. Voor de buitenwereld was hij bekend als degene die het bedrijf Vigra exploiteerde.

[medeverdachte 1] was de tweede feitelijk leider van Vigra. Ook hij heeft zelf van misdrijf afkomstige gelden aangenomen en geteld.

[medeverdachte 3] is belast geweest met de dagelijkse praktijk in de winkel en het aannemen, tellen en wisselen van gelden. Uit zijn veelvuldige aanwezigheid, de beelden van de geldtransacties, het feit dat hij de winkel mocht openen en het alarm kon uitzetten, zijn contacten met derden over het vervaardigen van facturen en het bezit van de telefoon van [medeverdachte 1] volgt dat hij met een vergaande mate van zelfstandigheid mocht werken.

Gelet op de omvang van zijn rol is niet aannemelijk dat hij niet heeft geweten dat hij deelnam aan het witwassen van geld.

[medeverdachte 2] heeft diverse geldtransporten van en naar Vigra gecoördineerd. Deze transporten maakten deel uit van een netwerk van ondergronds bankieren, het zgn. Hawalla bankieren. Dat volgt uit de onder 3.3. weergegeven tapgesprekken, het onder 3.4. genoemde memoboekje en de verklaring van [medeverdachte 10], die [medeverdachte 2] aanwijst als degene voor wie de gelden van Amco waren bestemd.

De rechtbank weegt in dit verband ter sterking van haar overtuiging mee dat de rechtbank [medeverdachte 2] in het onderzoek "Terriër" heeft veroordeeld voor zijn rol als tussenpersoon in een systeem van Hawalla bankieren. In die rol heeft hij volgens het vonnis op grote schaal als medepleger gelden witgewassen. Onder die witwashandelingen vielen transporten die zijn uitgevoerd door de koerier [medeverdachte 6]. Een van die transporten (zie 3.2.) maakt tevens onderdeel uit van deze strafzaak en wordt aan [verdachte] en [medeverdachte 4] als witwassen ten laste gelegd.

Met betrekking tot [medeverdachte 4] stelt dat de rechtbank op basis van de onder 3 weergegeven bewijsmiddelen vast dat hij al lange tijd bij Vigra betrokken was, dagelijks aanwezig was in het pand Vigra, toegang had tot alle delen van het pand en geholpen heeft de bedrijfsstructuur van Vigra op te zetten. Verder hield [medeverdachte 4] zich bezig met de administratieve vastlegging binnen Vigra. Deze vastleggingen stemde hij af met de boekhouder. Dat [medeverdachte 4] in diepere mate betrokken was bij Vigra dan hij zelf wil toegeven, blijkt uit het feit dat [medeverdachte 5] hem en zijn bedrijf in een verklaring in een andere zaak als onderdeel van Vigra heeft bestempeld.

[medeverdachte 4] bleek tijdens zijn aanhouding te beschikken over een USB-stick met een bestand (Iruppu.xls) waarin de ondergrondse transactie van € 100.000,-- aan [medeverdachte 6] was geregistreerd. Deze transactie was geboekt als een betaling aan zijn bedrijf Empyrean Fields. Het betreffende bestand is door de Belastingdienst aangemerkt als de werkelijke boekhouding van Vigra. De (officiële) boekhouder van Vigra kent dit bestand niet en de boeking 'Empyrean Field' waaronder de betaling aan [medeverdachte 6] is vastgelegd, zegt hem niets.

De rechtbank heeft de overtuiging gekregen dat dit Irruppubestand een schaduwboekhouding is waarin geldtransacties, die in het kader van het ondergronds bankieren netwerk plaatsvonden, werden vastgelegd.

[medeverdachte 4] is nauw betrokken geweest bij deze vastlegging. Dat valt af te leiden uit de omstandigheden dat hij belast was met administratieve vastleggingen binnen Vigra, dat in het bestand een ondergrondse betaling op naam van zijn bedrijf is geboekt en dat dit bestand bij hem thuis is aangetroffen op zowel een USB-stick als zijn eigen computer.

Die omstandigheden leiden tevens tot verwerping van het verweer dat het bestand als onderdeel van een aantal bestanden van de computer van Vigra naar [medeverdachte 4]s eigen computer is gedownload en dat hij verder geen enkele nadere betrokkenheid bij de inhoud en totstandkoming daarvan had.

[medeverdachte 4] heeft geprobeerd de ondergrondse transacties van 26 april 2009 en 17 november 2010 te doen voorkomen als reguliere transacties in telefoonkaarten tussen zijn bedrijf en Vigra. In zijn verklaring komt met betrekking tot het ophalen van gelden bij klanten een door hem zelf geschetste verwevenheid tussen transacties en uitwisseling van personeel van zijn bedrijf Empyrean Field en Vigra naar voren.

Deze handeling en zijn verklaring daarover getuigen van een vergaande mate van betrokkenheid bij deze transacties. Daar komt bij dat [medeverdachte 4] een belangrijke rol in de organisatie rondom Vigra heeft gespeeld, zoals hiervoor is overwogen. Daarom is uitgesloten dat [medeverdachte 4] in een andere rol dan die van medepleger bij deze transacties betrokken is geweest.

4.8. Conclusie over de criminele organisatie

Gelet op de omstandigheden dat:

- een groepering bestaande uit diverse personen, te weten de hiervoor genoemde verdachten, zich over een langere periode bezig heeft gehouden met het plegen van witwassen en overtreding van de financiële toezichtwetgeving,

- deze personen ter voltooiing van deze strafbare feiten zowel onderling als met derden nauw en bewust hebben samengewerkt,

- zoals hiervoor uiteen is gezet, zichtbaar wordt dat elk van de verdachten in de totstandkoming van de terugkerende verschillende strafbare feiten een bepaald aandeel heeft gehad,

- daaruit een bepaalde rolverdeling naar voren komt en tevens een onderscheid zichtbaar wordt tussen de leiders van de groepering en degenen die onder hen in de hiërarchie staan,

concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de genoemde natuurlijke personen. Dit samenwerkingsverband had deelname aan een netwerk van ondergronds bankieren tot doel, waarbij van misdrijf afkomstige gelden een uitweg konden vinden en konden worden aangewend voor nieuwe transacties. Uit het dossier komen aanwijzingen naar voren dat de uitgaande gelden (ten dele) voor de financiering van andere strafbare feiten waren bestemd.

Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat het bedrijf Vigra Telecommunications BV als een dekmantel fungeerde om de ondergrondse geldstroom aan het zicht te onttrekken, de van misdrijf afkomstige gelden met legale handelsgelden te vermengen en aldus mogelijk te maken dat criminele opbrengsten in het bovengrondse bedrijfseconomische verkeer werden aangewend.

Omdat Vigra slechts als dekmantel heeft gefungeerd, merkt de rechtbank niet de rechtspersoon, maar de daarachter opererende natuurlijke personen aan als de daders van de strafbare feiten aan.

Dat de criminele organisatie mede het vervaardigen van valse facturen tot oogmerk had, kan niet worden bewezen. Weliswaar heeft [medeverdachte 3] op enig moment een valse factuur opgemaakt, maar dat is onvoldoende om dit tevens als een van de doelen van de organisatie te beschouwen.

4.9. Verdere beoordeling van gevoerde verweren

4.9.1. Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat er onvoldoende wettig bewijs is dat verdachte de doos met € 100.000,-- aan de geldloper [medeverdachte 6] heeft meegegeven (transactie (b)).

Dit verweer verwerpt de rechtbank. De verklaring van de geldloper wordt ondersteund door de melding van een transactie van € 100.000 in het Irrupu-bestand (2.6). Daarnaast bleek de geldloper in het bezit van het telefoonnummer [tel.nr. 11] (Z 1 34) te zijn. Dit is het telefoonnummer van verdachte (Z1 227).

De raadsman heeft in dit verband ter zitting tevens een in Pakistan opgestelde schriftelijke verklaring van [medeverdachte 6] in het geding gebracht, waarin deze zijn eerdere verklaring intrekt en verklaart dat hij bij de politie ten onrechte de naam van [bijnaam verdachte] heeft genoemd. Aan deze schriftelijke verklaring hecht de rechtbank geen geloof. De betrouwbaarheid van dit stuk valt op geen enkele wijze te controleren. Bovendien spoort dit niet met de vermelding van de transactie in het Iruppu-bestand.

4.9.2. Ten aanzien van de Amco-betalingen van 8 en 22 januari 2010 is het verweer gevoerd dat de rechtbank slechts tot vrijspraak kan komen, omdat een andere kamer van de rechtbank in de zaak [medeverdachte 10] heeft geoordeeld dat niet kan worden uitgesloten dat deze gelden afkomstig waren van en bestemd waren voor de handel in mobiele telefoons.

Er is echter geen rechtsregel die bepaalt dat de rechter bij zijn oordeel over het bewijs van (bepaalde onderdelen van) de tenlastelegging is gebonden aan het oordeel van een rechter in een andere zaak.

De rechtbank heeft hiervoor onder verwijzing naar diverse bewijsmiddelen uit dit strafdossier gemotiveerd waarom zij de verklaring van [medeverdachte 10] over de telefoonhandel ongeloofwaardig acht en concludeert dat het niet anders kan dan dat de twee gebrachte geldbedragen van misdrijf afkomstig is. Bij dat oordeel zijn de stukken van het dossier uit de zaak [medeverdachte 10] meegewogen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 en 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1 (710080-10)

in de periode van 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010 te Amsterdam en te Beverwijk heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit hem, verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en Vigra Telecommunications BV, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- witwassen van vermogensbestanddelen, te weten het verwerven en voorhanden hebben en overdragen en op voorraad hebben van grote contante geldbedragen uit misdrijf afkomstig (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht) en

- opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3 lid 1 Wet inzake de geldtransactiekantoren en

- opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2:3a Wet op het financieel toezicht,

terwijl hij, verdachte binnen deze organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld;

Feit 2 (710080-10)

op 11 januari 2010 te Amsterdam opzettelijk als geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren werkzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte, bedrijfsmatig ten behoeve van een onbekend gebleven persoon een contante geldtransactie uitgevoerd d.d. 11 januari 2010 om 15.18-15.45 uur;

Feit 3 (710080-10)

in de periode van 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010 te Amsterdam al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens opzettelijk zonder vergunning van De Nederlandsche Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, immers heeft / hebben hij verdachte en/of zijn mededaders ten behoeve van en/of op verzoek van (een) begunstigde(n) en/of betaler(s) contante geldtransfers uitgevoerd, te weten

- een geldbedrag van in totaal € 100.000,--,

- een geldbedrag van in totaal € 672.575,--,

- een geldbedrag gekregen door een contante geldtransactie de dato 8 januari 2010,

- een geldbedrag gekregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010,

- een geldbedrag van € 200.000,-- gekregen uit een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010 en

- een geldbedrag van ongeveer € 115.817,--;

Feit 1 (520126-09)

in de periode van 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010 te Amsterdam en te Beverwijk, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) telkens grote contante geldbedragen, te weten

- een geldbedrag van in totaal € 100.000,--,

- een geldbedrag van in totaal € 672.575,--,

- een geldbedrag gekregen door een contante geldtransactie de dato 8 januari 2010,

- een geldbedrag gekregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010,

- een geldbedrag van € 200.000,-- gekregen uit een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010 en

- een geldbedrag van ongeveer € 115.817,--,

voorhanden gehad en/of verworven en/of overgedragen, terwijl hij, verdachte, telkens wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft alle ten laste gelegde feiten bewezen geacht. Hij heeft gevorderd dat voor die strafbare feiten aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft de officier van justitie gerekwireerd tot verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld.

8.2. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich op grote schaal heeft bezig gehouden met ondergronds bankieren. Voor deze ondergrondse activiteiten werd gebruik gemaakt van het pand van een handelsbedrijf dat zich bezig hield met de aan- en verkoop van telefoonkaarten. Doordat binnen dit bedrijf ook legale handel in telefoonkaarten werd bedreven, kon de illegale geldstroom beter verhuld worden.

Bewezen is dat verdachte verantwoordelijk is voor het witwassen van circa 1,2 miljoen euro. Witwassen is een ernstig feit dat in niet te onderschatten mate bijdraagt aan de instandhouding van criminaliteit. Het leidt er immers toe dat uit misdrijf verkregen geld een schijnbaar legale herkomst krijgt, waarna de pleger van het misdrijf vrijelijk over het geld kan beschikken in de legale economie, zodat "misdaad loont".

Daarnaast zijn met de 'underground banking' activiteiten opzettelijk bepalingen uit de financiële toezichtwetgeving ontdoken. Juist dit soort wetsbepalingen zijn (mede) in het leven geroepen om te voorkomen dat uit misdrijf verkregen gelden hun weg vinden in het legale handelsverkeer.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank ten nadele van verdachte verder rekening met de volgende omstandigheden.

- verdachte heeft leidinggevende rol binnen de criminele organisatie vervuld en

- aannemelijk is dat hij als hoofdfiguur in de organisatie en als eigenaar van het gebruikte bedrijf Vigra Telecommunications relatief veel voordeel heeft kunnen genieten.

Anderzijds is hij nog niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld en acht de rechtbank minder feiten bewezen dan de officier van justitie.

Alle voornoemde omstandigheden leiden tot een vrijheidsbenemende straf van na te noemen omvang.

Verbeurdverklaring

In het pand van Vigra Telecommunications is op 27 januari 2010 in totaal € 944.267,50 in beslag genomen. Dit beslag is onder de naam van verdachte geregistreerd. De rechtbank heeft bewezen geacht dat een gedeelte van dit geld ter hoogte van € 672.575,-- van misdrijf afkomstig is. Dat geld dient als het voorwerp van witwassen te worden verbeurd verklaard.

De rest van het in beslag genomen geld (€ 271.692,50) moet worden geretourneerd aan Vigra Telecommunications BV.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 140, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, artikel 3 (oud) van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht en de artikelen 1 en 6 van de Wet op de economische delicten.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte de onder (710080-10) feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair en (520126-09) feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van (710080-10), feit 1:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Ten aanzien van (710080-10), feit 2 primair:

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3, eerste lid Wet inzake de geldtransactiekantoren, opzettelijk begaan;

Ten aanzien van (710080-10), feit 3 primair:

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2:3a, eerste lid Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan en meermalen gepleegd;

Ten aanzien van (520126-09), feit 1 primair:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen contante geld, tot een hoogte van € 672.575,-- (zeshonderd-twee-en-zeventig-duizend en vijf-honderd-vijf-en-zeventig euro).

Beveelt, dat het resterende gedeelte van het in beslag genomen geld wordt terug gegeven aan de rechthebbende Vigra Telecommunications BV.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter,

mrs. N.J. Koene en A.C. Schaafsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. Vogelaar, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2012.

Bijlage I : de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 13/710080-10:

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010 te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of Vigra Telecommunications BV. en/of één of meer anderen, welke Organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- witwassen van vermogensbestanddelen, te weten het verwerven en/of voorhanden hebben en/of overdragen en/of op voorraad hebben van (grote) contante geldbedragen uit misdrijf afkomstig (artikel 420terbisWetboek van strafrecht) en/of

- opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2:3a Wet op het Financieel Toezicht juncto artikel 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten, en/of

- valsheid in geschrift, te weten het in strijd met de waarheid opmaken en/of vervalsen van facturen en de (kas)administratie inclusief gegevensdrager(s) (artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

terwijl hij, verdachte, van deze organisatie oprichter en/of leider en/of bestuurder was, althans binnen deze organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld;

Artikel 140 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

Feit 2:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 01 januari 2010 tot en met 27 januari 2010, te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, (telkens) opzettelijk als geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake de Geldtransactiekantoren, werkzaam is geweest, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) beroepsmatig en/of bedrijfsmatig ten behoeve van één of meer (onbekend gebleven) ander(en) één of meer (contante) geldtransactie(s) uitgevoerd, te weten

een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11januari 2010 om 15:18-15:45 uur (Zaaksdossier 05, pagina's 215-123),

Artikel 1 onder 2 en artikel 3 Wet inzake de Geldtransactiekantoren

Artikelen 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair,

Vigra Telecommunications BV op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 01 januari 2010 tot en met 27 januari 2010, te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, (telkens) opzettelijk als geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake de Geldtransactiekantoren, werkzaam is geweest, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) beroepsmatig en/of bedrijfsmatig ten behoeve van één of meer (onbekend gebleven) ander(en) één of meer (contante) geldtransactie(s) uitgevoerd, te weten

een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11januari 2010 om 15:18-15:45 uur (Zaaksdossier 05, pagina's 215-123),

terwijl hij, verdachte, tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en/of feitelijk heeft leiding gegeven;

Artikel 1 onder 2 en artikel 3 Wet inzake de Geldtransactiekantoren

Artikel 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Artikel 51 Wetboek van Strafrecht

Feit 3:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010, te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandsche Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de

Wet op het Financieel Toezicht, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten behoeve van en/of op verzoek van begunstigde(n) en/of betaler(s) [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 9] [medeverdachte 9] en/of één of meer (onbekend gebleven) ander(en) één of meer (contante) geldtransactie(s) en/of (één of meer (contante) geldtransfer(s) uitgevoerd en/of voor rekening van één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) ontvangen en/of aan één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) beschikbaar gesteld en/of voor één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) gehouden, te weten

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 100.000,00 (Zaaksdossier 01),

en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 672.575,00 (Zaaksdossier 05, pagina's 90-100), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen, door een contante geldtransactie de dato 08 januari 2010 (Zaaksdossier 05, pagina's 149-157), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010 (zaaksdossier 05, pagina's 158-166)

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 200.000,00 (zijnde een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010) (Zaaksdossier 05, pagina's 171-178), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11 januari 2010 om 15:18-15:45 uur (zaaksdossier 05, pagina's 215-223), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer EURO 115.817,00, althans enig geldbedrag (Zaaksdossier 06)

Artikel 2:3a lid 1 Wet op het Financieel Toezicht

Artikelen 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair,

Vigra Telecommunications BV op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 26 april 2009 tot en met 27 januari 2010, te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandsche Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de

Wet op het Financieel Toezicht, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten behoeve van en/of op verzoek van begunstigde(n) en/of betaler(s) [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 9] en/of één of meer (onbekend gebleven) ander(en) één of meer (contante) geldtransactie(s) en/of (één of meer (contante) geldtransfer(s) uitgevoerd en/of voor rekening van één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) ontvangen en/of aan één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) beschikbaar gesteld en/of voor één of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) gehouden, te weten

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 100.000,00 (Zaaksdossier 01),

en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 672.575,00 (Zaaksdossier 05, pagina's 90-100), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen, door een contante geldtransactie de dato 08 januari 2010 (Zaaksdossier 05, pagina's 149-157), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010 (zaaksdossier 05, pagina's 158-166)

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 200.000,00 (zijnde een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010) (Zaaksdossier 05, pagina's 171-178), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11 januari 2010 om 15:18-15:45 uur (zaaksdossier 05, pagina's 215-223), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer EURO 115.817,00, althans enig geldbedrag (Zaaksdossier 06)

terwijl hij, verdachte, tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en/of feitelijk heeft leiding gegeven;

Artikel 2:3a lid 1 Wet op het Financieel Toezicht

Artikel 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Artikel 51 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 13/520126-09

Feit 1:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2009 tot en met 27 Januari 2010 te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) één of meer (grote) (contante) geldbedrag(en), te weten (ongeveer) EURO 1.365.892,00, althans

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 100.000,00 (Zaaksdossier 01),

en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 672.575,00 (Zaaksdossier 05, pagina's 90-100), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 277.500,00 (Zaaksdossier 05, pagina 90-100) en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen, door een contante geldtransactie de dato 08 januari 2010 (Zaaksdossier 05, pagina's 149-157), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010 (zaaksdossier 05, pagina's 158-166)

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 200.000,00 (zijnde een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010) (Zaaksdossier 05, pagina's 171-178), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11 januari 2010 om 15:18-15:45 uur (zaaksdossier 05, pagina's 215-223), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer EURO 115.817,00, althans enig geldbedrag (Zaaksdossier 06)

(telkens) die/dat geldbedrag(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of daarvan gebruik heeft/hebben gemaakt en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk -- onmiddellijk of middellijk -- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Artikel 420ter/420his Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair,

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2009 tot en met 27 Januari 2010 te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van één of meer (grote) (contante) geldbedrag(en), te weten (ongeveer) EURO 1.365.892,00, althans

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 100.000,00 (Zaaksdossier 01),

en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 672.575,00 (Zaaksdossier 05, pagina's 90-100), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 277.500,00 (Zaaksdossier 05, pagina 90-100) en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen, door een contante geldtransactie de dato 08 januari 2010 (Zaaksdossier 05, pagina's 149-157), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010 (zaaksdossier 05, pagina's 158-166)

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 200.000,00 (zijnde een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010) (Zaaksdossier 05, pagina's 171-178), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11 januari 2010 om 15:18-15:45 uur (zaaksdossier 05, pagina's 215-223), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer EURO 115.817,00, althans enig geldbedrag (Zaaksdossier 06)

(telkens) die/dat geldbedrag(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of daarvan gebruik heeft/hebben gemaakt en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, terwijl hij, verdachte, (telkens) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk -- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Artikel 420quater Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair,

Vigra Telecommunications BV op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2009 tot en met 27 Januari 2010 te Amsterdam en/of te Beverwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van één of meer (grote) (contante) geldbedrag(en), te weten (ongeveer) EURO 1.365.892,00, althans

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 100.000,00 (Zaaksdossier 01),

en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 672.575,00 (Zaaksdossier 05, pagina's 90-100), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 277.500,00 (Zaaksdossier 05, pagina 90-100) en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen, door een contante geldtransactie de dato 08 januari 2010 (Zaaksdossier 05, pagina's 149-157), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 22 januari 2010 (zaaksdossier 05, pagina's 158-166)

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EURO 200.000,00 (zijnde een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 25 januari 2010) (Zaaksdossier 05, pagina's 171-178), en/of

- een geldbedrag afkomstig uit en/of verkregen door een contante geldtransactie de dato 11 januari 2010 om 15:18-15:45 uur (zaaksdossier 05, pagina's 215-223), en/of

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer EURO 115.817,00, althans enig geldbedrag (Zaaksdossier 06)

(telkens) die/dat geldbedrag(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of daarvan gebruik heeft/hebben gemaakt en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, terwijl Vigra Telecommunications BV (telkens) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk -- afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

Aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander(en) telkens opdracht heeft gegeven en/of feitelijk heeft leiding gegeven;

Artikel 420bis/420quater Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Artikel 51 Wetboek van Strafrecht

i Voor zover niet anders vermeld, wordt hierna telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Bij elk van de processen-verbaal staat vermeld van welke opsporingsinstantie het verbaal afkomstig is.