Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9645

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
AWB 12/1351 GEMWT
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft besloten dat alle objecten van de Occupybeweging van het Beursplein moeten worden verwijderd. Alleen een informatiestand van de betogers mag blijven staan.

Wetsverwijzingen
Grondwet
Grondwet 9
Wet openbare manifestaties
Wet openbare manifestaties 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2012/332 met annotatie van A.E. Schilder, J.G. Brouwer
JG 2012/70 met annotatie van A.E. Schilder, J.G. Brouwer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/1351 GEMWT

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op

22 maart 2012 in de zaak tussen

[verzoeker sub 1],

[verzoeker sub 2],

[verzoeker sub 3],

[verzoeker sub 4],

verzoekers,

gemachtigde mr. M.A.R. Schuckink Kool,

en

de burgemeester van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde J. Pot.

Zitting hebben:

mr. J.P. Smit, voorzieningenrechter,

mr. R. Gort, griffier.

Op de zitting van 21 maart 2012 zijn verzoekers verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Voorafgaande aan de zitting heeft de voorzieningenrechter in aanwezigheid van partijen de situatie ter plaatse opgenomen. Na sluiting van het onderzoek ter zitting, heeft de voorzieningenrechter bepaald mondeling uitspraak te zullen doen op 22 maart 2012 om 9.00 uur.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst de last in het besluit van 19 maart 2012 voor zover het de informatiekeet betreft, met dien verstande dat deze schorsing niet geldt voor die perioden waarin andere manifestaties op het Beursplein plaatsvinden;

- laat de last in stand, met dien verstande dat verzoekers alle objecten voor zaterdag 24 maart 2012 van het Beursplein te Amsterdam dienen te verwijderen;

- bepaalt dat deze voorziening wordt getroffen tot zes weken nadat op de bezwaren van verzoekers is beslist;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van dit geding begroot op een bedrag van €874,- te betalen aan verzoekers;

- bepaalt dat verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht ter hoogte van een bedrag van €152,- dient te vergoeden.

Overwegingen

Verzoekers zijn representanten van de zogenaamde Occupy-beweging. Deze beweging heeft, na voorafgaande melding, vanaf 15 oktober 2011 een tentenkamp opgeslagen op het Beursplein te Amsterdam bij wijze van manifestatie.

Tussen verweerder en de leden van de Occupy-beweging hebben sindsdien diverse gesprekken plaatsgevonden over de inrichting van het plein en zijn diverse afspraken gemaakt. Zowel van omwonenden en ondernemers als vanuit het kamp zijn diverse signalen gekomen van problemen met betrekking tot met name de nachtelijke uren waaruit blijkt dat anderen dan de manifestanten gebruik maken van de faciliteiten van het kampement. Daarnaast zijn er meldingen van zowel politie als brandweer dat afspraken niet blijken te worden nagekomen door de leden van de beweging. Dit heeft er toe geleid dat verweerder op 19 maart 2012 een beslissing heeft genomen waarbij hij heeft gelast om uiterlijk donderdag 22 maart 2012 om 10.00 uur alle bestaande objecten van het Beursplein te Amsterdam te verwijderen.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt en hebben tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

Verzoekers hebben op grond van artikel 9, van de Grondwet recht tot vergadering en betoging. Op grond van de Wet Openbare Manifestaties (WOM) kan de burgemeester, ter bescherming van de gezondheid, het belang van het verkeer en ter bestrijding van of voorkoming van wanordelijkheden beperkingen aan dit recht stellen.

Deze procedure leent zich niet voor de beantwoording van principiële vragen over de reikwijdte van het grondwettelijk recht en op welke wijze hierop inbreuk kan en mag worden gemaakt. In deze procedure kan slechts aan de orde zijn of, na een afweging van alle in het geding zijnde belangen, er aanleiding is om een orde maatregel te treffen totdat op de bezwaren van verzoekers is beslist. Daarbij zal een balans gevonden moeten worden tussen de belangen van verzoekers enerzijds en de belangen van verweerder anderzijds.

Allereerst overweegt de voorzieningenrechter dat het besluit van verweerder niet uitblinkt in de vermelding van de aan te wenden bevoegdheden. Enerzijds wordt gesteld dat voor de te verwijderen objecten een objectenvergunning is vereist op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) welke niet is verleend. Voor een objectvergunning is echter het Stadsdeel bevoegd, zoals ter zitting ook door verweerder is bevestigd, zodat het aanwenden van bestuursdwang ook aan het Stadsdeel is voorbehouden. Verweerder komt daarom deze bevoegdheid niet toe. Anderzijds is verweerder op grond van de WOM wel bevoegd beperkingen te stellen, maar is de formulering van het besluit niet geheel inzichtelijk. De voorzieningenrechter heeft echter ter zitting van verweerder begrepen dat dit het kader is waar binnen bestuursdwang zal worden gebruikt.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de voorzieningenrechter vast dat vanuit de zijde van verweerder, met name in de persoon van de burgemeester zelf, diverse gesprekken met de leden van de Occupy-beweging zijn gevoerd over de toekomst van het kampement op het Beursplein. Naast het bespreken van de problemen die zich op het plein voordoen, heeft de burgemeester steeds aangegeven dat het verblijf op het plein als tijdelijk moet worden beschouwd. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat een extra complicerende factor in dit geheel is dat de Occupy-beweging een beweging is zonder duidelijke structuren, maar een verzameling is van wisselende individuen waarbij het niet eenvoudig is bindende afspraken te maken.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat op zich niet kan worden aanvaard dat een gedeelte van de openbare ruimte in de stad, waartoe een ieder toegang zou moeten hebben, definitief wordt bezet door een beperkte groep mensen. In zover kan het recht op vergadering en betoging niet strekken.

De voorzieningenrechter acht het belang van de burgemeester zowel wat het tijdsverloop betreft, de ruimtelijke inbeslagname door de manifestatie en de daaruit voortvloeiende overlast, met name in de nachtelijke uren, dan ook zwaarwegend. Anderzijds weegt het recht van betoging ook zwaar en mag dit niet geheel illusoir worden gemaakt.

Dat leidt ertoe dat de voorzieningenrechter een voorziening zal treffen die poogt aan beide partijen recht te doen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter tevens dat de Occupy-beweging bezig is met een decentralisatie van hun activiteiten, waarbij ook elders in de stad manifestaties worden opgezet, het aanbod van verweerder om het kamp op de Zuidas op te stellen nog steeds geldt en vanuit de Occupy-beweging een nieuwe melding is gemaakt van een nieuwe manifestatie elke zondag van 16.00 uur tot 18.00 uur op het Beursplein.

De voorzieningenrechter betrekt daarbij eveneens dat verzoekers hebben aangegeven bereidt te zijn het kampement op te heffen op die momenten dat er andere manifestaties op het plein plaatsvinden en dat van de zijde van de burgemeester enige opening is geboden tot voorlopige handhaving van de informatiekeet.

In concreto komt dit erop neer dat de te treffen voorziening ertoe leidt dat alle objecten behalve de informatiekeet moeten worden verwijderd. De voorzieningenrechter stelt daarbij vast dat dit dient te geschieden voor zaterdag 24 maart 2012 om 10.00 uur. De informatiekeet mag blijven staan, behoudens in die gevallen dat er andere manifestaties op het Beursplein plaatsvinden. Nu dit aanstaande zondag al het geval zal zijn, zal ook de informatiekeet voor aanstaande zaterdag verwijderd moeten worden. Aanstaande maandag zal de informatiekeet dan weer mogen worden teruggeplaatst. Dit alles totdat op de bezwaren van verzoekers is beslist.

De voorzieningenrechter zal verweerder veroordelen in de kosten van dit proces.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier de voorzieningenrechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB