Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7541

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-02-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
13-708104-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van medeplichtigheid aan gijzeling.

Het draait in deze zaak om de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid van gijzeling van aangeefster doordat hij aangeefster samen met een medeverdachte van het adres waar aangeefster gegijzeld werd heeft weggebracht naar een parkeerplaats. De rechtbank acht dit niet bewezen, nu uit het dossier niet valt af te leiden dat verdachte op het moment dat hij de medeverdachte en aangeefster naar de parkeerplaats vervoerde, wetenschap had van het feit dat aangeefster daar tegen haar wil bij de medeverdachte aanwezig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/708104-11 (Promis)

Datum uitspraak: 29 februari 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te [woonplaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 oktober 2011, 20 december 2011 en 15 februari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.M. van Ditzhuyzen en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.F.J. Smeets, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging op de zitting van 15 februari 2012 - ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2011 tot en met 11 juli 2011 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] en/of te Den Haag en/of te Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [aangeefster], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [zoon 1] en/of [zoon 2] en/of [aangever] en/of een of meer andere familieleden van voornoemde [aangeefster], te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- aangebeld bij de woning (aan de [A-straat nr] te [plaats 1]) van

voornoemde [aangeefster] en/of [aangever] en/of telkens onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

- die woning betreden,

- en/of de aldaar aanwezige [aangeefster] en haar partner [aangever] verder die woning ingeduwd, en/of

- tegen die [aangeefster] en/of [aangever] gezegd: "Neer!, neer!", en/of hen gedwongen om op de grond te gaan liggen, en/of

- tegen voornoemde [aangeefster] gezegd dat zij mee moest werken en dat hij haar anders zou opensnijden, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of die [aangeefster] het knetterende geluid heeft laten horen van een taser en/of (daaraan) heeft toegevoegd "of moet ik dit gebruiken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- tegen voornoemde [aangeefster] en/of [aangever] gezegd dat zij naar de grond moest(en) blijven kijken, en/of

- toen die [aangeefster] op de grond lag, haar hoofd heeft opgetild en/of een geluiddemper heeft getoond en/of daarbij heeft gezegd:"dit is een geluiddemper dus niemand hoort je", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) tegen voornoemde [aangeefster] gezegd dat zij met haar gezicht in de richting van de muur moest gaan staan, en/of

- voornoemde [aangever] met gebruikmaking van tie-wraps tegen zijn wil aan zijn polsen en enkels vastgebonden, en/of

- die [aangeefster] bij haar arm en/of pols stevig vastgepakt en/of gedwongen mee naar buiten te lopen, en/of

- die [aangeefster] gedwongen op de achterbank van haar eigen auto (te weten Fiat Stilo, zwart van kleur) plaats te nemen, en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] gedwongen om telefonisch contact te leggen met haar schoondochter en/of [zoon 2] (zoon van [aangeefster]), en/of

- via de luidspreker van de telefoon tegen die [zoon 2] gezegd dat er 2,7 miljoen (euro) (los)geld aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) betaald moest worden, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) die [aangeefster] tegen haar wil meegenomen naar een woning (gelegen aan de [B-straat nr] te [plaats 2]) en/of die [aangeefster] aldaar (tegen haar wil) vastgehouden, en/of

- zich telkens dicht in de buurt van die [aangeefster] begeven en/of die [aangeefster] in de gaten gehouden, en/of

- [zoon 2] (telkens) aanwijzingen gegeven hoe (hij) het losgeld moest betalen aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- (telkens) onderhandelingen gevoerd met [zoon 2] over de betaling van het losgeld en/of het vrijlaten van [aangeefster], en/of

- het losgeld opgehaald, en/of

- (vervolgens) [zoon 2] telefonisch benaderd en van hem (opnieuw) (los)geld geëist, en/of

- voornoemde [aangeefster] vanuit de woning [B-straat nr] te [plaats 2], met gebruikmaking van een bestelbus naar een locatie vervoerd, en/of

- in de nabijheid van/op die locatie een (vlucht)auto neergezet en/of

- voornoemde [aangeefster] gedwongen mee te lopen naar een parkeerterrein in Reeuwijk, zulks, terwijl hij in het bezit was van een vuurwapen;

(artikel 282a jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

[medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) gijzelnemers in of omstreeks de periode van 9 juli 2011 tot en met 11 juli 2011 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] en/of te Den Haag en/of te Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [aangeefster], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [zoon 1] en/of [zoon 2] en/of [aangever] en/of een of meer andere familieleden van voornoemde [aangeefster], te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft [medeverdachte 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- aangebeld bij de woning (aan de [A-straat nr] te [plaats 1]) van voornoemde [aangeefster] en/of [aangever] en/of telkens onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

- die woning betreden,

- en/of de aldaar aanwezige [aangeefster] en haar partner [aangever] verder die woning ingeduwd, en/of

- tegen die [aangeefster] en/of [aangever] gezegd: "Neer!, neer!", en/of hen gedwongen om op de grond te gaan liggen, en/of

- tegen voornoemde [aangeefster] gezegd dat zij mee moest werken en dat hij haar anders zou opensnijden, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of die [aangeefster] het knetterende geluid heeft laten horen van een taser en/of (daaraan) heeft toegevoegd "of moet ik dit gebruiken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- tegen voornoemde [aangeefster] en/of [aangever] gezegd dat zij naar de grond moest(en) blijven kijken, en/of

- toen die [aangeefster] op de grond lag, haar hoofd heeft opgetild en/of een geluiddemper heeft getoond en/of daarbij heeft gezegd:"dit is een geluiddemper dus niemand hoort je", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) tegen voornoemde [aangeefster] gezegd dat zij met haar gezicht in de richting van de muur moest gaan staan, en/of

- voornoemde [aangever] met gebruikmaking van tie-wraps tegen zijn wil aan zijn polsen en enkels vastgebonden, en/of

- die [aangeefster] bij haar arm en/of pols stevig vastgepakt en/of gedwongen mee naar buiten te lopen, en/of

- die [aangeefster] gedwongen op de achterbank van haar eigen auto (te weten Fiat Stilo, zwart van kleur) plaats te nemen, en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] gedwongen om telefonisch contact te leggen met haar schoondochter en/of [zoon 2] (zoon van [aangeefster]), en/of

- via de luidspreker van de telefoon tegen die [zoon 2] gezegd dat er 2,7 miljoen (euro) (los)geld aan hem, [medeverdachte 2], en/of een meer (andere) gijzelnemers betaald moest worden, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) die [aangeefster] tegen haar wil meegenomen naar een woning (gelegen aan de [B-straat nr] te [plaats 2]) en/of die [aangeefster] aldaar (tegen haar wil) vastgehouden, en/of

- zich telkens dicht in de buurt van die [aangeefster] begeven en/of die [aangeefster] in de gaten gehouden, en/of

- [zoon 2] (telkens) aanwijzingen gegeven hoe (hij) het losgeld moest betalen aan hem, [medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) gijzelnemers en/of

- (telkens) onderhandelingen gevoerd met [zoon 2] over de betaling van het losgeld en/of het vrijlaten van [aangeefster], en/of

- het losgeld opgehaald, en/of

- (vervolgens) [zoon 2] telefonisch benaderd en van hem opnieuw (los)geld geëist, en/of

- voornoemde [aangeefster] vanuit de woning [B-straat nr] te [plaats 2], met gebruikmaking van een bestelbus en/of een of meer personenauto(s) naar een locatie vervoerd, en/of

- voornoemde [aangeefster] gedwongen mee te lopen naar een parkeerterrein in Reeuwijk, zulks, terwijl hij in het bezit was van een vuurwapen

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 10 juli 2011 tot en met 11 juli 2011 te [plaats 2] en/of te Den Haag en/of te Reeuwijk opzettelijk behulpzaam is geweest door een simkaart voor die [medeverdachte 2] en/of een of meer andere gijzelnemers te kopen en/of door voornoemde [aangeefster] (vanuit de woning [B-straat nr] te [plaats 2]) met gebruikmaking van een (bestel)bus naar een locatie te vervoeren (Reeuwijkse Houtwal te Reeuwijk) zulks, terwijl die [medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) gijzelnemers daarbij die [aangeefster] de instructie heeft/hebben gegeven dat zij, terwijl zij naar de (bestel)bus

liep(en), met haar hoofd naar de grond moest kijken en/of haar ogen gesloten moest houden en/of die [aangeefster] (terwijl zij haar ogen gesloten hield) heeft/hebben geholpen (op de tast) in de (bestel)bus te gaan en/of (vervolgens) die [aangeefster] de instructie heeft/hebben gegeven dat zij in de (bestel)bus haar ogen dicht moest houden en/of (vervolgens, aangekomen op de locatie (Reeuwijkse Houtwal te Reeuwijk,) die [aangeefster] met gesloten ogen uit die (bestel)bus heeft/hebben uit laten stappen, zulks terwijl die [medeverdachte 2] in het bezit was van een vuurwapen en/of op of in de nabijheid van die locatie een (vlucht)auto heeft neergezet voor die [medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) gijzelnemers;

(282 a jo 47 jo 48 sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 9 juli 2011 te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij, verdachte, en/of (een of

meer) van zijn mededader(s):

- aangebeld bij de woning (aan de [A-straat nr] te [plaats 1]) van voornoemde [aangever] en/of [aangeefster], en/of telkens onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

- die woning betreden, en/of

- de aldaar aanwezige [aangever] en zijn partner [aangeefster] verder die woning ingeduwd, en/of

- tegen die [aangever] gezegd: "Neer!, neer!", en/of die [aangever] gedwongen om op de grond te gaan liggen, en/of

- tegen voornoemde [aangever] gezegd dat hij naar de grond moest blijven kijken, en/of

- aan die [aangever] gevraagd of er andere personen in de woning aanwezig waren, en/of

- de (slaap)kamer(s) in voornoemde woning doorzocht, en/of

- aan die [aangever] (uitleg van) de sleutels van de woning gevraagd, en/of

- tegen die [aangever] gezegd dat zij hem gingen vastbinden, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het (achter)hoofd van die [aangever] gedrukt en/of gedrukt gehouden, en/of

- de polsen en enkels van voornoemde [aangever], tegen zijn wil, vastgebonden met gebruikmaking van tie-wraps en/of touw;

(artikel 282 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

4.1 Inleiding

4.1.1. De rechtbank gaat van de volgende feiten en omstandigheden uit.i

4.1.2. Op zaterdag 9 juli 2011 worden [aangeefster] (hierna: [aangeefster]) en haar partner [aangever] door [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd in de woning van [aangeefster] in [plaats 1]. Vervolgens wordt [aangeefster] diezelfde avond door [medeverdachte 1] meegenomen naar de woning van de ouders van [medeverdachte 2], te weten [B-straat nr] in [plaats 2]. Daar wordt [aangeefster] vastgehouden tot zondagavond 10 juli 2011.

Door [medeverdachte 1] wordt van de zoon van [aangeefster] een losgeldbedrag van 2.7 miljoen euro geëist in ruil voor de vrijlating van [aangeefster]. Na onderhandelingen tussen [medeverdachte 1] en de zoon van [aangeefster] komen ze uiteindelijk een losgeldbedrag van € 170.000 overeen. Op 10 juli 2011 wordt rond 13:45 uur het losgeldbedrag van € 170.000 in een park te Woerden neergelegd en dat geldbedrag wordt door [medeverdachte 1] opgehaald. [aangeefster] wordt echter niet vrijgelaten.

Door [medeverdachte 2], bij wie [aangeefster] dan nog steeds wordt vastgehouden, wordt dan rond 16:30 uur opnieuw losgeld geëist van de zoon van [aangeefster]. [medeverdachte 2] komt met de zoon van [aangeefster] een losgeldbedrag overeen en [medeverdachte 2] zegt tegen de zoon van [aangeefster] dat hij naar Reeuwijk moet komen voor de overdracht. Rond middernacht op 10 juli 2011 wordt [aangeefster] dan meegenomen naar een parkeerplaats in Reeuwijk alwaar de overdracht zou plaatsvinden tussen haar en het losgeld. De overdracht mislukt door de aldaar aanwezige politie en [medeverdachte 2] wordt direct aangehouden.

4.1.3. Naar aanleiding van verkeersgegevens van het telefoonnummer van verdachte wordt verdachte op 26 juli 2011 aangehouden. Uit de verkeersgegevens blijkt dat verdachte op 10 juli 2011 113 contactmomenten heeft gehad met [medeverdachte 2] en dat het telefoonnummer van verdachte op 10 juli 2011 van 23:07 uur tot 23:58 uur aanstraalde op de zendmastlocatie Buitenomweg te Reeuwijk, de locatie waar [medeverdachte 2] is aangehouden en waar [aangeefster] is bevrijd.ii

4.1.4. Op 10 juli 2011 heeft verdachte op 22:32 uur een telefoongesprek met [medeverdachte 2] in het Marokkaans gehad waarin, naar het Nederlands vertaald (tapgesprek TA11 gesprek 39/TA13 gesprek 8), het volgende wordt gezegd:

Verdachte: niet dat hij gepakt is door de politie, ik weet niet waar hij is.

[medeverdachte 2]: he,

Verdachte: hier ergens parkeren of ben je de plek kwijtgeraakt?

[medeverdachte 2]: ...(ntv)

Verdachte: ik zei of je de plek kwijt bent geraakt.

[medeverdachte 2]: ik ben niet degene die dat weg had gehaald

Verdachte: hoe wil je 'm vinden als jij niet degen die dat weg hebt gehaald

[medeverdachte 2]: ik zit te kijken maar ik heb het niet gevonden

Verdachte: wat nu? Hij moet oprotten/weggaan, auto...Hij moet oprotten/weggaan, zij moet niet in de auto blijven.

[medeverdachte 2]: we moeten morgen haar zoeken en wij brengen haar naar omgeving uhh...

Verdachte: we gooien haar op de weg en daarna komt de politie.

[medeverdachte 2]: in die omgeving...(ntv) daar gaan wij haar gooien.

Verdachte: is goed.iii

Door de Marokkaanse tolk is aangegeven dat 'haar' in het bovengenoemde telefoongesprek ook kan verwijzen naar een eerder in het gesprek genoemde auto.iv

4.1.5. Door verdachte wordt bekend dat hij op 10 juli 2011 bij de woning [B-straat nr] te [plaats 2] is geweest en dat hij [medeverdachte 2] en [aangeefster] heeft weggebracht van [plaats 2] naar Reeuwijk. Door verdachte is ter terechtzitting het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

"Zaterdagnacht rond één uur belde [medeverdachte 2]. Hij vroeg aan mij of ik naar zijn woning aan de [C-straat] wilde rijden om te kijken of de lichten uit waren. Dat heb ik gedaan. Vervolgens belde [medeverdachte 2] mij zondagochtend weer met de vraag of ik een extra simkaart voor hem had. Ik vond dat toen een hele normale vraag. Ik kon er thuis geen één vinden, dus ik dacht laat maar. Maar toen belde [medeverdachte 2] mij weer een paar keer en toen ben ik voor hem naar de benzinepomp gereden, heb daar een simkaart gekocht en ik heb die naar [medeverdachte 2] toe gebracht. Ik ben toen alleen in de gang van de woning van de ouders van [medeverdachte 2] geweest. Ik vroeg waarom hij een extra simkaart nodig had en hij vertelde mij dat het in verband met gokvrienden was en dat hij niet met zijn eigen nummer naar hun wilde bellen.

Vervolgens belde [medeverdachte 2] mij eind van de dag weer. Tussendoor heeft hij mij ook proberen te bellen. Hij vroeg aan mij of ik naar hem toe kon komen omdat hij naar die gokvrienden toe moest en er moest ook een vriendin van [medeverdachte 2] (hierna: [aangeefster]) mee. Hij vroeg mij of ik hem en [aangeefster] weg wilde brengen. Ik heb toen de gele bus gehaald en ik heb ze naar Reeuwijk gebracht. Ik ben in [plaats 2] niet in de woning van de ouders van [medeverdachte 2] geweest, alleen in de gang. Ik heb [aangeefster] niet de bus zien instappen en in de bus zat [medeverdachte 2], in het midden, met zijn rug naar mij toe. Ik kan mij niet herinneren dat er iets in de bus is gezegd. Ik weet niet of [aangeefster] heeft gezegd dat zij naar huis wilde en of ik daarop heb gereageerd. Maar als ik als schietschijf werd gebruikt voor de gokvrienden van [medeverdachte 2], dan zou ik ook graag naar huis willen.

Toen ik ze bij de voorste parkeerplaats bij de Reeuwijkse plassen had afgezet, dacht ik dat ze eerst een romantische wandeling gingen maken naar de achterste parkeerplaats waar [medeverdachte 2] met zijn gokvrienden had afgesproken. Vervolgens heeft [medeverdachte 2] mij nog een paar keer gebeld. Ik moest nogmaals een simkaart voor hem kopen en ik moest hem daar weer ophalen. Omdat [medeverdachte 2] boos werd en zei dat ik op kon donderen, heb ik aan [persoon 1] gevraagd of hij mij wilde ophalen in Reeuwijk. Ik heb vervolgens de auto voor [medeverdachte 2] daar geparkeerd. Ik heb nooit wat vernomen van een ontvoering."

Ten aanzien van het tapgesprek TA11 gesprek 39/TA13 gesprek 8 heeft verdachte het volgende ter terechtzitting verklaard:

"Dat ging over een auto. Dat [medeverdachte 2] een auto ging zoeken die hij niet zelf geparkeerd had. [medeverdachte 2] was op zoek naar die auto. Omdat [medeverdachte 2] de auto niet kon vinden, dacht ik dan zetten we de auto langs de kant als we hem wel vinden en dan zou de politie de auto zelf kunnen vinden."

4.1.6. Voorts is door [aangeefster] bij de politie over verdachte het volgende verklaard:

"We (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] en [aangeefster]) spraken af dat hij zou gaan bellen zodat iemand mij weg kon brengen. Hij heeft toen iemand gebeld. Ik heb die chauffeur helemaal niet gezien. Op een gegeven moment zei hij (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) dat ik mijn ogen dicht moest doen. Vervolgens ging [medeverdachte 2] in een voertuig zitten en daarna hielp hij mij er in. Op een gegeven moment stopte dit busje. Ik moest uitstappen. [medeverdachte 2] stapte vervolgens ook uit. Ik moest mijn ogen gesloten houden en ik hoorde het busje wegrijden."v

"U vraagt mij of dader 5 (de rechtbank begrijpt: verdachte) in de woning is geweest. Hij is niet in de huiskamer geweest. Misschien in de hal. Ik heb verdachte niet gezien. Verdachte 3 (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) is eerst in het voertuig gestapt en heeft mij in het voertuig geholpen. [medeverdachte 2] zat in het midden. Ik zat rechtsvoor in de bus. Ik heb de bestuurder, verdachte, helemaal niet gezien. Wij hebben voor mijn gevoel niet lang gereden. In de bus is niet gesproken. Er werd wel gezegd dat het allemaal goed zou komen. Dit zei verdachte tegen mij omdat ik naar huis wilde. Niet langer dan 10 minuten hebben we gereden. Volgens mij hebben [medeverdachte 2] en verdachte niet met elkaar gesproken."vi

"De man die mij thuis heeft vastgehouden (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2], hierna [medeverdachte 2]) zei in de bus dat ik niet mocht kijken. Hij zei tevens tegen mij "je hebt toch niet gekeken."Dit moet de chauffeur van de bus (de rechtbank begrijpt: verdachte) ook duidelijk hebben gehoord. Verdachte zei op een gegeven moment tegen mij: "Mevrouwtje gaat lekker naar huis", iets in die strekking. Als ik daar had gezeten dan had ik wel geweten dat er iets niet goed zou zijn. Ik herinner mij nog wel dat bij het uitstappen [medeverdachte 2] tegen mij zei dat ik mij niet mocht omdraaien. Verdachte moet ook dit hebben gehoord."vii

4.1.7. Voorts heeft medeverdachte [medeverdachte 2] door middel van een brief aan de raadsman van verdachte geschreven dat hij verdachte die zondagmorgen had gebeld omdat hij een simkaart nodig had. Omdat hij in de loop van de dag geen uitweg meer zag heeft hij verdachte gevraagd langs te komen. Verdachte kwam binnen in de gang en [medeverdachte 2] heeft hem verteld dat hij geld moest gaan halen wat hij met zwartgokken had gewonnen, maar dat hij niet in zijn eentje durfde omdat hij bang was dat ze hem wilden belazeren of hem iets aan wilden doen. Ook heeft hij gezegd dat hij een vriendin mee zou nemen. Hij heeft verdachte gevraagd hun met het busje naar Reewijk te brengen en dat hij heeft gezegd dat ze even gingen wandelen. Verdachte zou hem vervolgens weer komen halen. Hij heeft tegen verdachte gezegd dat familie de vrouw zou komen halen. Hij heeft er spijt van dat hij verdachte erin heeft betrokken zonder dat hij het wist. viii Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat deze brief de waarheid is.ix

4.1.8. Het draait in deze zaak om de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen dan wel de medeplichtigheid van gijzeling van [aangeefster] doordat hij [aangeefster] samen met medeverdachte [medeverdachte 2] van de [B-straat nr] te [plaats 2] heeft weggebracht naar Reeuwijk op 10 juli 2011. Daarnaast dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [aangever], de partner van [aangeefster], op 9 juli 2011.

4.2. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt dat verdachte van te voren op de hoogte was van de plannen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] om [aangeefster] te gijzelen. Voorts staat vast dat verdachte niet in de woning van [aangeefster] in [plaats 1] is geweest, aldus de officier van justitie.

Wel stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de aan verdachte ten laste gelegde medeplichtigheid aan de gijzeling van [aangeefster] wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie grondt haar overtuiging op het feit dat verdachte [medeverdachte 2] en [aangeefster] naar Reeuwijk heeft vervoerd en dat op het moment van het vervoeren en voorafgaande aan het vervoeren verdachte de instructies die [medeverdachte 2] aan [aangeefster] heeft gegeven, moet hebben gehoord. Met de instructies bedoelt de officier van justitie hetgeen [aangeefster] heeft verklaard, te weten dat zij niet naar de bus mocht kijken en dat zij met haar hoofd naar de grond moest kijken. Indien verdachte het niet heeft gehoord dan had verdachte op zijn minst moeten zien dat [aangeefster] zich niet gedroeg als een vriendin van [medeverdachte 2], aldus de officier van justitie. Daarnaast wordt de overtuiging van de officier van justitie versterkt door het feit dat [aangeefster] zelf heeft verklaard dat verdachte de instructies wel gehoord moet hebben, dat uit de verkeersgegevens blijkt dat er op 10 juli 2011 113 keer contact is geweest tussen verdachte en [medeverdachte 2] en dat uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte een duidelijke rol heeft gehad. Uit het tapgesprek TA11 gesprek 39/TA13 gesprek 8 blijkt immers dat verdachte zich ook erg veel zorgen maakt om de auto van [aangeefster] en probeert daar een oplossing voor te zoeken. Hieruit blijkt dat verdachte hand en spandiensten heeft verricht voor [medeverdachte 2], aldus de officier van justitie.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte volgens de officier van justitie geweten moet hebben dat [aangeefster] niet vrijwillig in die bus zat. Hierdoor wist verdachte dat [aangeefster] tegen haar wil bij [medeverdachte 2] verbleef en dat voor haar vrijlating betaald moest worden aan [medeverdachte 2]. Verdachte heeft bewust meegewerkt en [medeverdachte 2] geholpen bij deze gijzeling door [aangeefster] van [plaats 2] naar Reeuwijk te brengen.

4.3. Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte concludeert tot integrale vrijspraak. Ten aanzien van het aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde betoogt de raadsman dat uit het dossier niet is af te leiden dat bij verdachte wetenschap ten aanzien van de gijzeling of de wederrechtelijke vrijheidsberoving bestond. Ten aanzien van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde betoogt de raadsman dat verdachte op 9 juli 2011 niet in de woning van [aangeefster] is geweest.

4.4. Het oordeel van de rechtbank

4.4.1. De rechtbank acht - met de officier van justitie en de raadsman - niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd, nu uit het dossier niet valt op te maken dat verdachte van te voren op de hoogte was van de plannen van de daders om het slachtoffer te gijzelen. Evenmin valt uit het dossier op te maken dat verdachte betrokken is geweest bij de daadwerkelijke ontvoering van [aangeefster] in [plaats 1] en bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van haar partner [aangever]. Derhalve dient verdachte van het aan hem onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

4.4.2. Voorts acht de rechtbank - anders dan de officier van justitie, maar met de raadsman - ook niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 subsidiair is ten laste gelegd, nu uit het dossier ook niet valt af te leiden dat verdachte op het moment dat hij [medeverdachte 2] en [aangeefster] naar Reeuwijk vervoerde, wetenschap had van het feit dat [aangeefster] daar tegen haar wil bij [medeverdachte 2] aanwezig was. De rechtbank heeft bij haar oordeel hetgeen hieronder wordt overwogen, betrokken.

4.4.3. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet uit het dossier valt op te maken dat verdachte de instructies die [medeverdachte 2] aan [aangeefster] heeft gegeven voordat ze de bus in stapten en op het moment dat ze in de bus zaten, heeft gehoord, dan wel heeft gezien.

4.4.4. De verklaring van [aangeefster] daarover, dat verdachte wel gehoord moet hebben dat zij niet van [medeverdachte 2] mocht kijken en dat verdachte wel geweten moet hebben dat er iets gaande was, is geen eigen waarneming, maar een conclusie die zij, al dan niet gevoed door de verhoorders, uit haar eigen waarnemingen heeft getrokken. De rechtbank kan alleen afgaan op een verklaring omtrent hetgeen [aangeefster] zelf heeft waargenomen of ondervonden, dus niet op conclusies van [aangeefster]. De verklaring van [aangeefster] levert dan ook geen bewijs op tegen verdachte.

4.4.5. Voorts kan uit de enkele opmerking van verdachte "dat mevrouwtje lekker naar huis gaat", niet worden bewezen dat verdachte wist dat er een ontvoering gaande was. Ook het door de officier van justitie aangehaalde tapgesprek kan daar geen bijdrage aan leveren, nu ook uit dat gesprek niet blijkt dat verdachte wist dat er een ontvoering gaande was.

4.4.6. Daarnaast past de bovengenoemde opmerking van verdachte "dat mevrouwtje lekker naar huis gaat" ook binnen de alternatieve lezing die door verdachte is gegeven, te weten dat [medeverdachte 2] had afgesproken met gokvrienden. Deze alternatieve lezing van verdachte, ook bevestigd door de brief geschreven door medeverdachte [medeverdachte 2], is dan ook op geen enkele wijze in strijd met de beschikbare bewijsmiddelen.

4.4.7. Gelet op het hiervoor genoemde kan niet bewezen worden dat verdachte enige vorm van opzet had op de aan hem ten laste gelegde medeplichtigheid aan de gijzeling dan wel de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [aangeefster].

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Verklaart het aan verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van hetgeen is vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten een doos (itemnummer 4108548).

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. M.R. Jöbsis en J.L. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Zuithoff, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 februari 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar processen-verbaal die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering.

ii Proces-verbaal van bevindingen, blz. 520 ev.

iii Proces-verbaal van bevindingen, blz. 1010 -1011.

iv Proces-verbaal van bevindingen, blz. 513.

v Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster], blz.170.

vi Proces-verbaal van derde verhoor aangever [aangeefster], blz. 457 - 458.

vii Proces-verbaal van verhoor van de getuige [aangeefster], blz. 680 - 681.

viii Brief van medeverdachte [medeverdachte 2] aan de raadsman van verdachte, blz. 572.

ix Proces-verbaal van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris op 24 oktober 2011.