Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7188

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
AWB 11/2460 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor de beoordeling van de juistheid van het geboortejaar geldt nog steeds de jurisprudentie van de CRvB. Een registratie in de GBA en daarmee samenhangend oordeel van het college van burgemeester en wethouders over de gewijzigde geboortedatum is niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2460 AOW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats], Marokko,

eiser,

gemachtigde mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank,

verweerder,

gemachtigde mr. A.C. Bakker.

Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) afgewezen.

Bij besluit van 4 april 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2012. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1.1 Eiser is woonachtig in Marokko, maar heeft in het verleden in Nederland gewoond en gewerkt. Bij besluit van 2 maart 2007 heeft verweerder op verzoek van eiser de verzekeringstijdvakken voor de AOW vastgesteld. Het gaat daarbij om een drietal tijdvakken in de periode 1971-1974, op grond waarvan eiser bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd recht heeft op 4% van het volledige AOW-pensioen.

1.2 Bij brief van 23 september 2009 heeft eiser een AOW-pensioen aangevraagd. In de aanvraag staat dat het geboortejaar van eiser [1943] is.

1.3 Bij brief van 16 november 2009 heeft verweerder eiser verzocht om authentieke stukken waaruit zijn geboortejaar 1943 blijkt, omdat eiser bij binnenkomst in Nederland destijds als geboortejaar 1948 heeft opgegeven.

1.4 Ter staving van zijn geboortejaar 1943 heeft eiser -onder meer en voor zover van belang- de volgende kopieën van bewijsstukken overgelegd:

- een uittreksel van de geboorteakte van eiser van 25 maart 2009, waarop als geboortedatum [1943] is vermeld;

- een ongedateerd bewijs van leven, waarop als geboortedatum [1943] is vermeld;

- een huwelijksakte waarin staat vermeld dat eiser op 2 november 1968 op 25-jarige leeftijd is gehuwd met [echtgenote]. De huwelijksakte is ingeschreven in het register op 2 november 1968;

- het paspoort van eiser, geldig van 3 december 2009 tot 2 december 2014, met daarop vermeld de geboortedatum [1943];

- de identiteitskaart van eiser, met de geboortedatum [1943];

- een afschrift van een uitspraak van het kantongerecht van Al Hoceima, Marokko, van 26 maart 2008, waarin de rechtbank het verzoek van eiser om zijn geboortejaar te wijzigen van 1948 in 1943 heeft toegewezen;

- een afschrift van het vonnis van het gerechtshof van Al Hoceima, Marokko, van 2 december 2008, waarin de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Voorts heeft de Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade te Rabat aan verweerder een Copie intégrale d’acte de naissance geleverd, waarop de aantekening is geplaatst dat op 15 januari 2009 op grond van de uitspraak van het gerechtshof van Al Hoceima van 2 december 2008 de geboortedatum van eiser is gerectificeerd van 1948 naar [1943].

1.5 Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat eiser bij aankomst in Nederland als geboortedatum [1948] heeft opgegeven en eiser volgens die datum nog geen 65 jaar is.

1.6 In het bestreden besluit heeft verweerder zich -zakelijk weergegeven- op het standpunt gesteld dat geen rekening kan worden gehouden met het vonnis van het gerechtshof van Al Hoceima van 2 december 2008, op grond waarvan de geboortedatum van eiser is gewijzigd, omdat dit vonnis niet is gebaseerd op controleerbare gegevens die van doorslaggevende betekenis zijn.

1.7 Eiser heeft het bestreden besluit gemotiveerd betwist.

Inhoudelijke beoordeling

2.1 Aan de orde is de vraag of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat zijn geboortejaar niet 1948 maar 1943 is.

2.2 Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (zie onder meer de uitspraken van 13 december 1989, LJN: AN0928 en van 18 februari 2004, LJN: AO5861) worden voor de beoordeling van de juistheid van het geboortejaar de volgende uitgangspunten gehanteerd:

- uitgegaan wordt van het geboortejaar zoals dit bij migratie is opgegeven;

- wanneer uit authentieke stukken die tot stand zijn gekomen vóór de datum van migratie, een andere datum blijkt, kan deze datum aangehouden worden, nadat deze stukken op hun echtheid zijn getoetst;

- een medisch-deskundig oordeel over het juiste geboortejaar wordt niet als genoegzaam bewijs aanvaard, gelet op het negatieve oordeel van deskundigen op dit terrein over de waarde van een dergelijke leeftijdsvaststelling;

- met een vonnis van een Marokkaanse rechter wordt slechts dan rekening gehouden wanneer dat vonnis is gebaseerd op controleerbare gegevens die voor de Raad als van doorslaggevende betekenis zouden kunnen worden geoordeeld.

2.3. De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat voormelde rechtspraak van de CRvB niet langer van toepassing is, omdat volgens eiser niet verweerder maar het college van burgemeester en wethouders als zijnde verantwoordelijk voor de gemeentelijke basisadministratie (GBA) de bevoegde instantie is die een oordeel mag geven over het geboortejaar. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De registratie in de GBA is op grond van artikel 35, vijfde lid, van de Wet Structuur en Uitvoeringorganisatie Werk en Inkomen (Wet SUWI) leidend voor verweerder. De rechtbank stelt vast dat verweerder heeft geconstateerd dat uit het Schakelregister blijkt dat eiser in de Nederlandse bevolkingsregisters ingeschreven heeft gestaan met geboortedatum

[1948]. De geboortedatum [1943] van eiser is thans niet vastgelegd in de GBA. Van een verzoek tot wijziging van het geboortejaar is ook niet gebleken. Een registratie in de GBA en daarmee samenhangend oordeel van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente over de gewijzigde geboortedatum is hier dan ook niet aan de orde. De rechtbank merkt daarbij nog op dat uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) niet valt af te leiden dat het toetsingskader in zaken, waarin een wijzing van de geboortedatum in de GBA aan de orde is, in belangrijke mate afwijkt van voormeld toetsingskader van de CRvB (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 14 maart 2007, LJN: BA0627 en 6 oktober 2010, LJN: BN9565). Het standpunt van eiser dat verweerder gehouden was het vonnis en de (gewijzigde) akte van de burgerlijke stand te volgen, omdat het vonnis afkomstig is van een bevoegde rechter, behoorlijk tot stand is gekomen en in het land, waarin het vonnis is gewezen, wordt uitgevoerd, volgt de rechtbank, gelet op de jurisprudentie van de CRvB en de Afdeling niet. De rechtbank zal navolgend uitgaan van het toetsingskader zoals weergegeven in de hiervoor onder rechtsoverweging 2.2. genoemde uitspraken van de CRvB.

2.4 Vaststaat en niet betwist is dat eiser bij binnenkomst in Nederland als geboortejaar 1948 heeft opgegeven.

2.5 Van de door eiser overgelegde kopieën van bewijsstukken is alleen de huwelijksakte van 2 november 1968 tot stand gekomen vóór de datum van migratie. De rechtbank is niet gebleken dat deze akte op echtheid is getoetst. Zo de huwelijksakte als authentiek zou moeten worden aangemerkt, dan hecht de rechtbank aan deze akte niet de waarde die eiser eraan gehecht wenst te zien. De huwelijksakte strekt niet ten bewijze van de geboorte van eiser. In de huwelijksakte is voorts niet de geboortedatum van eiser vermeld, doch slechts zijn leeftijd van 25 jaar op het moment van het huwelijk. Uit de akte blijkt bovendien niet waarop deze leeftijd is gebaseerd. Hieruit valt niet zonder meer af te leiden dat de in de huwelijksakte vermelde leeftijd juist is.

2.6 Uit het door eiser overgelegde vonnis van het gerechtshof van Al Hoceima van 2 december 2008 blijkt het volgende. Het gerechtshof stelt in zijn vonnis vast dat uit de kopie van de geboorteakte van eiser, afgegeven in 1968, blijkt dat de geboorte niet binnen de wettelijke termijn is geregistreerd. Daardoor is het volgens het gerechtshof mogelijk dat een fout is gemaakt in de geboortedatum. Uit het door het gerechtshof gelaste medisch onderzoek van 25 juli 2008 blijkt dat eiser 65 jaar zou moeten zijn, hetgeen zou betekenen dat eiser in 1943 is geboren. Hierdoor is het gerechtshof overtuigd dat er een fout is gemaakt in de geboortedatum op de geboorteakte.

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het door eiser overgelegde vonnis van het gerechtshof van Al Hoceima van 2 december 2008 niet is gebaseerd op controleerbare gegevens die van doorslaggevende betekenis zijn. Volgens de rechtspraak van de CRvB wordt een medisch-deskundig oordeel over de juistheid van het geboortejaar niet als genoegzaam bewijs aanvaard. Nu een medisch onderzoek als grondslag heeft gediend voor de vaststelling van het geboortejaar 1943, kan geen rekening worden gehouden met het Marokkaanse vonnis. Uit de enkele constatering dat in de geboorteakte uit 1968 mogelijk een fout is gemaakt in de geboortedatum, valt immers niet af te leiden wat het juiste geboortejaar zou zijn. De rechtbank volgt het vonnis van het gerechtshof van Al Hoceima dan ook niet.

2.7 Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder bij de beoordeling van zijn aanspraken op grond van de AOW dient uit te gaan van een ander geboortejaar dan door eiser opgegeven bij binnenkomst in Nederland.

2.8 Nu geen van de beroepsgronden slaagt, zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren. Voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht is dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.G. Schoots, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bosman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2012.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB