Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7126

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
13/670221-11 + 15/667672-08 (TUL) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

PROMIS; vrijspraak van verkrachting en aanranding nu niet is komen vast te staan dat verdachte het opzet had op dwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/670221-11 + 15/667672-08 (TUL) (Promis)

Datum uitspraak: 24 februari 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats], en aldaar feitelijk verblijvende.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 februari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H. Vriezen-Buist en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.J. Borghuis, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging op de zitting van 19 augustus 2011 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte die [aangeefster] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [aangeefster] duwde/bracht en/of die [aangeefster] heeft getongzoend, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- voornoemde [aangeefster] in zijn woning heeft uitgenodigd en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] heeft verteld dat hij, verdachte, lymfeklier kanker heeft en/of

- dat hij, verdachte nog maar 6/7 maanden te leven heeft en/of

- dat hij, verdachte, schulden heeft en/of

- misbruik heeft gemaakt van de overwichtsituatie waarin hij, verdachte ten opzichte van die [aangeefster], verkeerde, te weten een relatie van een oudere man met een minderjarige waarbij hij, verdachte, voornoemde [aangeefster] troostte en/of onderdak bood als voornoemde [aangeefster] het thuis moeilijk had en/of

- (vervolgens) steeds dichter bij voornoemde [aangeefster] is gaan zitten en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] één of meer knuffel(s) heeft gegeven, en/of

- de broek van voornoemde [aangeefster] heeft losgemaakt en/of heeft uitgetrokken

- terwijl (daarbij) die [aangeefster] eenmaal of meermalen “stop”en/of “nee” heeft gezegd en/of hem, verdachte, heeft weggeduwd;

en (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende en/of intimiderende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op of omstreeks 07 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft/is hij, verdachte,

- voornoemde [aangeefster] in zijn woning uitgenodigd en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] verteld dat hij, verdachte, lymfeklier kanker heeft en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] verteld dat hij, verdachte, nog maar 6/7 maanden te leven heeft en/of

- voornoemde [aangeefster] verteld dat hij, verdachte, schulden heeft en/of

- misbruik heeft gemaakt van de overwichtsituatie waarin hij, verdachte ten opzichte van die [aangeefster], verkeerde, te weten een relatie van een oudere man met een minderjarige waarbij hij, verdachte, voornoemde [aangeefster] troostte en/of onderdak bood als voornoemde [aangeefster] het thuis moeilijk had en/of

- (vervolgens) steeds dichter bij voornoemde [aangeefster] gaan zitten en/of

- (vervolgens) voornoemde [aangeefster] één of meer knuffel(s) gegeven, waardoor voornoemde [aangeefster] werd gedwongen te dulden dat hij verdachte, voornoemde [aangeefster]

- in/op haar nek en/of mond heeft gezoend en/of

- (vervolgens) (onder haar kleding) de borsten van voornoemde [aangeefster] heeft betast en/of aangeraakt en/of

- de broek van voornoemde [aangeefster] heeft losgemaakt en/of heeft uitgetrokken en/of

- (vervolgens) de vagina van voornoemde [aangeefster] heeft betast en/of aangeraakt

- terwijl (daarbij) die [aangeefster] eenmaal of meermalen “stop”en/of “nee” heeft gezegd en/of hem, verdachte, heeft weggeduwd;

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Zij heeft er op gewezen dat de seksuele handelingen niet betwist worden, maar dat deze volgens de aangeefster een gedwongen karakter hadden en volgens verdachte niet. De officier van justitie vindt dat ook de dwang bewezen kan worden en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De aangifte is diezelfde avond gedaan en de aangeefster verklaart in diverse verhoren consistent. Dat zij geen seks met verdachte wenste wordt ondersteund door uitgelezen SMS berichten waarin verdachte onder andere bericht dat hij de aangeefster niet heeft willen kwetsen. De aangeefster op haar beurt bericht dat zij drie keer “Stop” heeft gezegd. Bij medisch onderzoek kort na de beweerde verkrachting werden schaafwondjes en bloedingen in de vagina van de aangeefster geconstateerd.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit omdat verdachte geen opzet zou hebben gehad om tegen de wil van de aangeefster seks met haar te hebben. Verdachte bestrijdt dat de aangeefster heeft gezegd dat hij moest stoppen en hem heeft weggeduwd. De raadsman heeft de geloofwaardigheid van de aangeefster aan de kaak gesteld en daartoe enkele vermeende onwaarheden in haar verklaringen ter sprake gebracht. De raadsman wijt een en ander onder andere aan het feit dat zij aan een borderline persoonlijkheidsstoornis zou lijden. Ook indien haar verklaring wel geheel juist zou zijn, dan nog is volgens de raadsman geen sprake van verkrachting, aangezien de feitelijkheden zodanig moeten zijn dat het slachtoffer erdoor gedwongen wordt en geen weerstand kan bieden. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat hiervan geen sprake is. Uit de verklaringen van de aangeefster blijkt immers dat zij slechts in het begin heeft geprotesteerd en onzeker is of verdachte heeft gehoord dat zij zei dat hij moest ophouden. Ook heeft de aangeefster verklaard dat zij had kunnen weglopen, maar dat niet heeft gedaan, en dat het kan zijn dat verdachte haar verkeerd begrepen heeft. Verdachte had dus niet het opzet om te dwingen, zodat vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsman. Voorts heeft de raadsman bepleit dat sommige ten laste gelegde feitelijkheden niet als dwang kunnen worden gekwalificeerd.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

In zaken als de onderhavige is niet zelden sprake van de ene verklaring tegenover de andere. Doorslaggevend is dan niet de enkele vraag aan welke verklaring de rechtbank het meeste geloof hecht. Want ook als de rechtbank de ene verklaring geloofwaardiger acht dan de andere, is nog niet per se gezegd dat de rechtbank uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt. Daarvoor kan meer nodig zijn dan de enkele vaststelling dat de ene verklaring geloofwaardiger is dan de andere.

Voor het bewijs van het opzet op de ten laste gelegde gedragingen dient allereerst vastgesteld te worden of de seksuele gedragingen plaats hadden tegen de wil van aangeefster en dat verdachte dit wist of had kunnen weten.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft gemerkt dat aangeefster geen seks met hem wilde hebben; hij dacht dat het vrijwillig was. Daartegenover staat de verklaring van aangeefster dat de geslachtsgemeenschap tegen haar zin heeft plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat in het midden kan blijven of er sprake is geweest van onvrijwillige seks aan de kant van aangeefster. De rechtbank verwijst in het bijzonder naar de verklaringen van aangeefster bij de rechter-commissaris, waaruit valt op te maken dat zij slechts in het begin protesteerde en verdachte wegduwde, doch dat zij niet hard duwde. Zij heeft verder verzet gestaakt en het was volgens aangeefster mogelijk dat verdachte haar verkeerd begreep. Ook als sprake is geweest van onvrijwillige seks dan nog biedt deze verklaring, mede beschouwd in samenhang met de overige door aangeefster afgelegde verklaringen, onvoldoende basis voor de overtuiging dat de verdachte zich daarvan bewust is geweest.

De rechtbank is daarom van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte het opzet had op dwang. De rechtbank acht het ten laste gelegde derhalve niet bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, is de benadeelde partij, [aangeefster], in de vordering niet-ontvankelijk.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 22 maart 2011 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 15/667672-08, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 20 maart 2009 van de politierechter te Haarlem, waarbij verdachte is veroordeeld tot werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, op 8 april 2009 aan verdachte is uitgereikt.

Nu verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem is ten laste gelegd, zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart [aangeefster] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/667672-08 af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.W. Bianchi, voorzitter,

mrs. C.F. de Lemos Benvindo en M.J.A. Duker, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 februari 2012.

De jongste rechter is buiten staat te tekenen.