Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6122

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2012
Datum publicatie
17-02-2012
Zaaknummer
506001 / KG ZA 11-1962 Pee/JWR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Via de websites van Google Maps en Google Street View kan het vestigingsadres van een stichting worden gevonden. Tevens is een satelietfoto van het betreffende pand te zien en geblurde foto's van de oprit.

In de naam van de stichting komen de namen van twee natuurlijke personen voor die woonachtig zijn op het vestigingsadres van de stichting. De betreffende bewoners stellen dat het verwerken van de naam van de stichting inbreuk maakt op hun privacy. De voorzieningenrechter toetst het gebruik van gegevens door Google aan de Wbp en concludeert dat er geen sprake is van persoonsgegevens in de zin van die wet, en dat voorzover daarvan wel moet worden uitgegaan de belangenafweging ex artikel 8f Wbp in het voordeel van Google uit dient te vallen.

Wetsverwijzingen
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Computerrecht 2012/122 met annotatie van A.P.C. Roosendaal
JBP 2013/14
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 506001 / KG ZA 11-1962 Pee/JWR

Vonnis in kort geding van 16 februari 2012

in de zaak van

1. [eiser],

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 16 december 2011,

advocaat mr. O.D. Oosterbaan te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOOGLE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. vennootschap naar buitenlands recht

GOOGLE INC.,

gevestigd te Mountain View (Californië, USA),

gedaagden,

advocaat mr. Q.R. Kroes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en Google genoemd worden.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 6 februari 2012 heeft [eiser] c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Google heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Mr. Kroes heeft op de zitting verklaard mede namens Google Inc. op te treden. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en een pleitnota overgelegd.

Ter terechtzitting waren onder meer aanwezig:

- de heer [eiser], bijgestaan door mr. Oosterbaan;

- mevrouw [naam], werkzaam bij Google, bijgestaan door mr. Kroes.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Google biedt via internet onder meer de informatiediensten Google Maps en Google Street View aan. Via Google Maps worden topografische kaarten en satellietfoto’s ter beschikking van het publiek gesteld. Via Google Street View wordt de mogelijkheid geboden om panoramafoto’s van straten te bekijken.

2.2. [eiser] c.s. heeft geconstateerd dat het intypen van de zoekwoorden “[eiser] en [woonplaats]” in de zoekfunctie van Google ertoe leidt dat de volgende informatie werd weergegeven:

“Stg.[Stichting; vzr] Mr. [eiser]/mr. [eiseres], [A-straat nr],

[postcode] [woonplaats], [tel.nr].”

Via Google Maps kan de locatie van het betreffende adres worden weergegeven. Via Google Street View kan een opname van de [A-straat] ter hoogte van nummer [nr], inclusief de oprit van het betreffende pand en, voor zover vanaf de weg zichtbaar, delen van het pand en van de op het moment van opname op het betreffende perceel aanwezige objecten, worden bekeken.

2.3. [eiser] c.s. woont in het pand aan de [A-straat nr].

2.4. Na klachten van [eiser] c.s. heeft Google de hiervoor onder 2.2 weergegeven melding aangepast in die zin dat alleen nog de straat en het huisnummer worden weergegeven. Verder kan thans nog via Google Maps een satellietfoto worden bekeken waarop het pand, gelegen aan de [A-straat nr] te zien is. De via Google Street View te bekijken opnamen zijn gedeeltelijk “geblurd” (vervaagd) zodat de daarop aanvankelijk zichtbare delen van het pand en de op het moment van opname op het betreffende perceel aanwezige objecten niet langer als zodanig herkenbaar zijn.

3. Het geschil

3.1. [eiser] c.s. vordert – samengevat – dat Google op straffe van een dwangsom wordt geboden alle op hem betrekking hebbende persoonsgegevens van de websites Google Maps en Google Street View te verwijderen en verwijderd te houden.

3.2. [eiser] c.s. stelt dat Google inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer door op hem betrekking hebbende persoonsgegevens via haar websites kenbaar te maken. Op grond van het bepaalde in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) vordert [eiser] c.s. dat deze inbreuk gestaakt wordt.

3.3. Google voert verweer. Naar haar mening maakt zij geen persoonsgegevens in de zin van de Wbp openbaar. Voor zover dit anders mocht zijn stelt Google zich op het standpunt dat de in de Wbp opgenomen belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. De voorzieningenrechter zal eerst ingaan op de vordering tot verwijdering van de op dit moment nog op internet zichtbare gegevens en vervolgens op de vordering om de thans door Google verwijderde gegevens verwijderd te houden.

4.3. [eiser] c.s. stelt dat de momenteel zichtbare adresaanduiding en de (geblurde) fotoweergave van de openbare weg ter hoogte van dat adres zijn te beschouwen als persoonsgegevens in de zin van de Wbp. Voor het verwerken hiervan heeft hij geen toestemming gegeven. Verwerking is dan op grond van artikel 8f Wbp slechts toegestaan indien de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke (Google), tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene ([eiser] c.s.), in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert. Naar het oordeel van [eiser] c.s. dient in dit geval zijn privacybelang te prevaleren boven het commerciële belang van Google. Temeer nu zijnerzijds bezwaar is gemaakt dient Google op grond van artikel 40 Wbp een hernieuwde belangenafweging te maken. Bovendien houdt Google zich niet aan andere in de Wbp op haar van toepassing zijnde verplichtingen, zodat haar geen beroep op artikel 8f toekomt, aldus [eiser] c.s.

4.4. Google voert aan dat een enkele adresaanduiding en een geblurde fotoweergave geen persoonsgegevens zijn in de zin van de Wbp. De betreffende gegevens kunnen worden gebruikt om onroerende zaken te identificeren. De Wbp is echter alleen van toepassing op gegevens “betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon”. Voor zover al wordt toegekomen aan de weging van belangen als bedoeld in artikel 8f Wbp beroept Google zich op het belang van vrijheid van informatie en vrijheid van ondernemerschap en het belang om het publiek te kunnen voorzien van topografische informatie.

4.5. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Voor toepasselijkheid van de Wbp is vereist dat er sprake is verwerking van gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Gegevens die naar hun aard niet op personen betrekking hebben noch – gezien de context waarin ze worden verwerkt – mede bepalend zijn voor de wijze waarop een persoon in het maatschappelijk verkeer wordt beoordeeld of behandeld, zijn volgens de Memorie van Toelichting geen persoonsgegevens. Zoals ter terechtzitting is geconstateerd valt op de geblurde foto’s geen verwijzing naar een bepaalde natuurlijke persoon waar te nemen. Voor de satellietfoto geldt dat hierop het pand waarin [eiser] c.s. woont zichtbaar is. Dat [eiser] c.s. bewoner is van het pand blijkt niet uit die foto. Het enkel vermelden van een straatnaam en huisnummer met daarbij een niet erg gedetailleerde luchtfoto van het pand dat op die locatie staat, zonder vermelding van gegevens over de bewoner, kan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet worden beschouwd als een gegeven dat naar zijn aard op een persoon betrekking heeft. De door Google verschafte informatie bevat geen faciliteit waarmee deze informatie aan een bepaalde persoon valt te koppelen. De enkele vermelding van een straatnaam en huisnummer is slechts een plaatsbepaling van een (doorgaans) onroerende zaak en kan niet worden beschouwd als een adresgegeven, nu daarvoor noodzakelijk is dat tevens duidelijk is wie of wat op die bepaalde plek zijn verblijfplaats heeft, althans bereikbaar is. Het voorgaande betekent dat de vordering gericht op het verwijderen van de op dit moment door Google aangeboden informatie niet kan worden toegewezen.

4.6. [eiser] c.s. vordert verder dat het Google wordt verboden de onder 2.2 weergegeven informatie, meer specifiek de naam van de stichting die op het de [A-straat nr] te [woonplaats] is gevestigd, opnieuw via haar webpagina’s kenbaar te maken. [eiser] c.s. stelt dat de naam van de stichting is afgeleid van de namen van natuurlijke personen en dat de informatie derhalve tot de betreffende natuurlijke personen herleidbaar is. Daarmee valt deze informatie onder de definitie van “persoonsgegeven” in de zin van de Wbp. Voor het verwerken van deze gegevens is geen toestemming gegeven. Voor het rechtmatig gebruik van deze gegevens is daarom de in artikel 8f Wbp bedoelde belangenafweging noodzakelijk. Deze bepaling dient restrictief te worden uitgelegd, zeker indien de belanghebbende bezwaar maakt tegen de vermelding van zijn gegevens. Google kan zich bovendien niet op artikel 8f beroepen nu zij zich aan andere bepalingen van de Wbp niets gelegen laat liggen. Google heeft slechts een commercieel belang, dat minder zwaar weegt dat het privacybelang van [eiser] c.s. [eiser] c.s. vreest bovendien dat het pand door de activiteiten van Google eerder een object voor een inbraak zal worden. Dat dezelfde informatie ook door andere organisaties via internet beschikbaar wordt gesteld is geen reden om het belang van [eiser] c.s. minder zwaar te doen wegen. De belangenafweging ex artikel 8f Wbp dient daarom in het nadeel van Google uit te vallen. Aldus – steeds – [eiser] c.s.

4.7. Google voert aan dat de thans verwijderde gegevens betrekking hadden op een stichting, en derhalve niet op een natuurlijk persoon. Dat de naam van een rechtspersoon is afgeleid van één of meer namen van natuurlijke personen wil niet zeggen dat informatie over die rechtspersoon moet worden beschouwd als het verwerken van gegevens met betrekking tot die natuurlijke perso(o)n(en). Dit hangt af van de betrokkenheid van de betreffende natuurlijke persoon bij die rechtspersoon en van de aard van de verstrekte informatie. Bij het enkel weergeven van een vestigingsadres van een stichting waarvan de naam verwijst naar natuurlijke personen is in ieder geval geen sprake van het verwerken van persoonsgegevens, aldus Google. Mocht hierover anders worden geoordeeld dan dient de belangenafweging ex artikel 8f Wbp volgens Google in haar voordeel uit te vallen. Google heeft de informatie die zij op haar websites weergeeft gekocht van de Kamer van Koophandel, een handelwijze die door de Staatssecretaris van Economische Zaken is gesanctioneerd. Met het oog op de privacy worden bepaalde gegevens (andere dan waar het hier over gaat) op grond van nadere regelgeving in het Handelsregisterbesluit door de Kamer van Koophandel niet ter kennis van derden gebracht. De weging van het privacybelang heeft aldus reeds plaatsgehad, stelt Google. Daarnaast kunnen ingeschrevenen bij de Kamer van Koophandel aangeven dat zij niet willen dat hun gegevens worden opgenomen in aan derden te verkopen databestanden. Kennelijk is door [eiser] c.s. van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Zij kunnen dan echter niet alsnog bij de koper van zo’n bestand verwijdering van die gegevens vorderen, aldus Google. Daarnaast voert Google aan dat de gegevens die zij op haar website vermeldt geen gevoelige informatie bevatten, de mogelijkheid dat [eiser] c.s. hiervan nadelige gevolgen van zal ondervinden klein moet worden geacht en dat het gaat om informatie die ook eenvoudig via andere bronnen kan worden achterhaald. Het belang van [eiser] c.s. bij verwijdering acht Google daarom minder groot dan haar eigen belang om informatiediensten aan te kunnen bieden. Bovendien zou er een ongelijke situatie kunnen ontstaan indien [eiser] c.s. wel bezwaar maakt tegen gebruik van de gegevens door Google en niet tegen gebruik door concurrerende marktpartijen. Aldus – steeds – Google.

4.8. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De naam van een rechtspersoon waarin de naam van een natuurlijk persoon is verwerkt kan niet zonder meer beschouwd worden als een gegeven dat betrekking heeft op die natuurlijke persoon en daarmee onder de werkingsfeer van de Wbp worden gebracht. De band tussen een natuurlijk persoon en de rechtspersoon die zijn naam draagt kan immers zeer divers zijn. Zelfs is mogelijk dat iedere band ontbreekt of op zeker moment gaat ontbreken zonder dat dit tot naamswijziging van de rechtspersoon leidt. Door [eiser] c.s. zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waarom in dit geval de naam van de stichting gevestigd op de [A-straat nr] te [woonplaats], door de doorsnee gebruiker van de informatiediensten van Google met hem als persoon die ter plaatse verblijft in verband zal worden gebracht. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de verwerking van een naam van een rechtspersoon waarin de naam van een natuurlijk persoon terugkomt in dit geval toch als het verwerken van persoonsgegevens dient te worden beschouwd, dient een weging van belangen als bedoeld in artikel 8f Wbp plaats te vinden. Dat Google zich mogelijkerwijs in andere gevallen niet steeds aan de bepalingen van de Wbp heeft gehouden speelt in het kader van onderhavige belangenafweging geen rol, evenmin als het feit dat een belangenafweging in het voordeel van [eiser] c.s. ertoe zal kunnen leiden dat ook andere organisaties dan Google in dat geval in strijd met de Wbp handelen.

4.9. Ingeval in het kader van de in artikel 8f Wbp bedoelde belangenafweging een beroep wordt gedaan op een privacybelang moet het gaan om de privacy van de natuurlijke persoon wiens gegevens worden verwerkt. De vraag is in hoeverre dat belang hier in het geding is. Via de website Google Maps wordt uitsluitend de naam van de stichting en het bijbehorende vestigingsadres bekendgemaakt, waarbij een satellietfoto van het adres kan worden bekeken. Via de website van Google Street View kan daarbij een geblurde panoramafoto van de straat waaraan het adres is gelegen worden bekeken. Dat de natuurlijke personen, wier namen in de naam van de stichting terugkomen, woonachtig zijn op hetzelfde adres als waar de stichting is gevestigd, wordt door Google niet bekendgemaakt en kan ook niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Dat via een website bekend wordt gemaakt waar een stichting, waarvan de naam een band met een bepaalde natuurlijke persoon veronderstelt, is gevestigd, en hoe het betreffende pand er op een satellietfoto uitziet, betekent niet zonder meer een inbreuk op de privacy van die betreffende natuurlijke persoon. Dit temeer omdat informatie over het vestigingsadres van een rechtspersoon vrij opvraagbaar is bij de Kamer van Koophandel. Weliswaar is aannemelijk dat de drempel voor het publiek om kennis te nemen van deze informatie wordt verlaagd nu deze vrij op internet is terug te vinden, maar door [eiser] c.s. zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die doen vermoeden dat daardoor een (verdergaande) inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer valt te verwachten. Dat het vrij beschikbaar zijn van deze informatie via internet het pand mogelijk eerder tot een doelwit van inbrekers zal maken acht de voorzieningenrechter een te speculatief argument. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet het belang van [eiser] c.s. daarom wijken voor het belang dat Google erbij heeft om rechtmatig door haar verkregen informatie te gebruiken voor haar commerciële activiteiten. De vorderingen van [eiser] c.s. zullen daarom worden afgewezen.

4.10. [eiser] c.s. zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Google worden begroot op:

- griffierecht EUR 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.391,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorziening;

5.2. veroordeelt [eiser] c.s. in de proceskosten aan de zijde van Google, tot op heden begroot op EUR 1.391,00;

5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2012.