Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:9130

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
17-10-2013
Zaaknummer
HA RK 12-149
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

De rechter heeft processuele beslissingen genomen. Vooringenomenheid is daaruit niet gebleken. De rechter bepaalt de gang van zaken op een zitting. Het staat een rechter vrij om een gemachtigde te onderbreken en/of aanwijzingen te geven. Zelfs als de rechter zou hebben gezegd dat de volmacht van de gemachtigde “wankel” zou zijn, dan kan daaruit nog geen vooringenomenheid worden afgeleid. Toepassing van de anti-misbruikbepaling, omdat verzoekster en haar gemachtigde geen enkel te respecteren belang hebben gehad bij de indiening van het onderhavige wrakingsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beschikking op het ter zitting van 26 april 2012 mondeling gedane en bij brieven van 26 en 27 april 2012 nader toegelichte, onder rekestnummer HA RK 12-149 ingeschreven verzoek van:

[verweerster] h.o.d.n. [kantoor],

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. R. Moszkowicz,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. S.P. Pompe, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:

  • -

    het schriftelijke verzoek tot wraking met 2 producties van 27 april 2012;

  • -

    een proces-verbaal van comparitie, gehouden op 26 april 2012;

  • -

    de schriftelijke reactie van de rechter van 14 mei 2012;

  • -

    de notities van mr. Moszkowicz ten behoeve van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

De rechter heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 15 juni 2012. De rechter is verschenen. Kort voorafgaand aan de zitting heeft mr. Moszkowicz per fax aan de rechtbank meegedeeld dat hij wegens persoonlijke omstandigheden niet in staat is om ter zitting te verschijnen. Hij heeft een pleitnota toegestuurd en verzocht deze aan het dossier toe te voegen. De uitspraak is bepaald op 20 juni 2012.

1 Gronden van de beslissing

Van de volgende feiten wordt uitgegaan.

a) Verzoekster is gedaagde partij in een bij de rechter aanhangige zaak onder nummer 1300902 HA EXPL 11-567.

b) Bij tussenvonnis van 25 januari 2012 is in deze zaak een comparitie na antwoord bepaald.

c) Volgens het proces-verbaal van de comparitie heeft de aldaar namens verzoekster verschenen plaatsvervangend gemachtigde mr. M.F. Ziabutt (hierna: de gemachtigde) na voorlezing ingestemd met de door hem ter zitting afgelegde verklaring en verzocht om nog een conclusie na comparitie te nemen. Nadat dat verzoek was afgewezen, heeft de gemachtigde medegedeeld opdracht te hebben gekregen van mr. Moszkowicz om in dat geval de kantonrechter te wraken.

2 Het verzoek en de gronden daarvan

2.1

Aan het verzoek -zoals nader toegelicht in de brieven van 26 en 27 april 2012 en de ter zitting overgelegde pleitnotities- wordt samengevat ten grondslag gelegd dat de gemachtigde heeft moeten constateren dat de houding en de uitlatingen van de rechter in negatieve zin afweek van de houding en bejegening van de gemachtigde van de wederpartij.

2.2

Bij aanvang van de zitting vroeg de rechter om een volmacht waaruit zou blijken dat de gemachtigde gemachtigd was ter zitting het woord te voeren en rechtshandelingen zou mogen verrichten. De gemachtigde heeft daarop medegedeeld, dat hij op het laatste moment was verzocht ter zitting te verschijnen en daarom geen volmacht bij zich had. De gemachtigde gaf aan dat de volmacht dezelfde dag nog zou worden toegezonden. De rechter begon daarop de zitting zie de andere uitspraak met de woorden “met een wankele volmacht”. Al op dat moment merkte de gemachtigde dat de rechter wellicht niet onbevangen tegenover verzoekster stond.

2.3

Vervolgens kreeg de gemachtigde van de wederpartij alle gelegenheid om het standpunt van zijn cliënte naar voren te brengen. De gemachtigde werd tijdens zijn betoog bij herhaling hinderlijk onderbroken door de rechter, met het verzoek zijn betoog in te perken. Voorts werd door de rechter geweigerd om de pleitnota van de gemachtigde aan te hechten aan het proces-verbaal van de zitting. De gemachtigde heeft niettemin het leeuwendeel van de pleitnota kunnen voorgedragen, maar in het proces-verbaal werd daarvan slechts een deel opgenomen waarna de gemachtigde heeft moeten verzoeken om aanvulling van het proces-verbaal. Vele opmerkingen werden door de rechter niet geaccepteerd omdat zij vond dat het al verwoord was in het proces-verbaal. Een verzoek van de gemachtigde om de zaak naar de rol te verwijzen voor het nemen van een conclusie na comparitie, werd door de rechter afgewezen. Dat klemde temeer, omdat de gemachtigde had aangegeven op het laatste moment te zijn verzocht ter zitting te verschijnen. Bij gebrek aan wetenschap en tijdige voorbereiding kon hij niet direct op alle stellingen van de zijde van de wederpartij reageren. Reden waarom is verzocht de zaak naar de rol te verwijzen. Toen de rechter daarin niet meeging, heeft de gemachtigde de rechter medegedeeld dat hij in dat geval genoodzaakt was haar te wraken.

2.4

Gelet op hetgeen zich gedurende de hele zitting had voorgedaan in onderling verband en samenhang beschouwd, stelt verzoekster, dat de rechter de schijn heeft gewekt, zowel objectief als subjectief, dat zij als rechter jegens haar en haar gemachtigde, niet onbevangen, onbevooroordeeld en onpartijdig zich heeft uitgelaten en/of heeft gehandeld en/of staat, zodat reeds op die grond de wraking van de rechter voor toewijzing gereed ligt.

3 De reactie van de rechter

3.1

De rechter heeft aangevoerd dat in haar beleving geen sprake is geweest van een op enige wijze onheuse of negatieve bejegening van de gemachtigde van verzoekster door haar. De rechter kan zich niet herinneren dat zij de woorden wankele volmacht heeft gebruikt. Zij heeft ter zitting niet toegestaan dat door de gemachtigde zes pagina’s pleitaantekeningen werden voorgedragen en overgelegd en hem uitgelegd dat het beleid is om toe te staan dat een toelichting wordt gegeven, maar dat een comparitie uitdrukkelijk niet bedoeld is als pleidooi. Verder heeft de rechter de gemachtigde aan het eind van de zitting gevraagd of hij alles gezegd had wat hij wilde zeggen, waarop de gemachtigde bevestigend heeft geantwoord. Met zijn in het proces-verbaal opgenomen verklaring heeft hij ook ingestemd.

3.2

Toen de rechter afwijzend had beslist op het verzoek van de gemachtigde om een conclusie na comparitie te mogen nemen, deelde de gemachtigde direct mede dat hij in dat geval opdracht had haar te wraken. Dit terwijl de rechter de motivering voor haar beslissing nog niet had gegeven. Door het verzoek tot wraking heeft de rechter haar motivering ter zitting dan ook niet meer gegeven. Ter zitting heeft de rechter medegedeeld dat het een ongemotiveerd verzoek betrof en de gemachtigde desgevraagd niet kon aangeven waarom het verzoek werd gedaan anders dan dat hij nog wilde reageren op de door de wederpartij ter zitting ingenomen stellingen. Dit terwijl de gemachtigde na een volwaardige behandeling ter zitting had ingestemd met de door hem ter zitting afgelegde verklaring. De rechter zag daarom geen aanleiding om verzoekster toe te staan zich nog uit te laten in een nadere conclusie. De rechter is van mening dat er geen gronden voor toewijzing van het verzoek bestaat, zodat dit moet worden afgewezen.

4 De beoordeling van het verzoek

4.1

Op grond van het bepaalde in artikel 36 Rv, dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2

Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.

4.3

Verzoekster heeft aan het verzoek mede te grondslag gelegd wat er tijdens een eerder die dag door de rechter voorgezeten comparitie van partijen in een andere zaak is voorgevallen. Echter, bij uitspraak van heden van deze kamer wordt het daarop gevolgde wrakingsverzoek afgewezen, en wel op de grond dat de rechter geen gegronde vrees voor partijdigheid heeft teweeggebracht. Alleen al daarom kunnen de gebeurtenissen in die zaak niet bijdragen aan de gronden voor het onderhavige wrakingsverzoek.

4.4

De grondslag van het verzoek komt er in de kern op neer dat de rechter door haar houding ter zitting met betrekking tot de volmacht, de hinderlijke onderbrekingen tijdens het naar voren brengen van het standpunt van verzoekster, de weigering de pleitnotities van de gemachtigde van verzoekster aan het dossier toe te voegen en door haar afwijzingen van het verzoek om de zaak naar de rol te verwijzen voor conclusie na comparitie, zowel subjectief als objectief de schijn van partijdigheid heeft gewekt.

4.5

Het niet toestaan om pleitnotities over te leggen en de afwijzende beslissing op het verzoek de zaak naar de rol te verwijzen voor het nemen van een conclusie na comparitie zijn rechterlijke beslissingen. Volgens vaste jurisprudentie is het instrument van wraking niet bedoeld om als rechtsmiddel tegen dergelijke (processuele) beslissingen te worden aangewend. Grond voor wraking bestaat alleen als deze beslissingen feiten opleveren waarvoor geen andere redelijke verklaring kan worden gegeven dan dat deze voortvloeien uit vooringenomenheid van de rechtbank. Uit hetgeen door verzoekster daartoe is aangevoerd kan dat niet worden afgeleid. Voor het oordeel dat de rechter bij de beoordeling van de vordering jegens verzoekster partijdig is, dan wel dat de vrees van verzoekster voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, bestaat dan ook geen grond.

4.6

Naar het oordeel van de wrakingskamer bepaalt de rechter de gang van zaken op een zitting. Dat betekent dat de rechter de regie in handen heeft. Het staat de rechter vrij een gemachtigde te onderbreken en/of aanwijzingen te geven. Daardoor lijdt de rechterlijke onpartijdigheid nog geen schade. Met betrekking tot de volmacht is niet vast komen te staan dat de rechter het over een wankele volmacht heeft gehad. Zelfs als de rechter het woord “wankel” in de mond zou hebben genomen, dan nog kan daar geen vooringenomenheid uit worden afgeleid. In het verzoekschrift staat vermeld dat de gemachtigde het overgrote deel van zijn pleitnota heeft kunnen voordragen. Uit het van de zitting opgemaakte proces-verbaal blijkt dat de gemachtigde de juistheid van hetgeen door hem ter zitting is verklaard, heeft bevestigd. Dat de rechter op aangeven van de gemachtigde het proces-verbaal nog heeft aangevuld is een gebruikelijke gang van zaken. Enige vooringenomenheid kan daaruit niet worden afgeleid.

4.7

Er zijn evenmin aanwijzingen dat de rechter subjectief partijdig was. Deze wrakingsgrond is in het geheel niet onderbouwd.

4.8

Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoekster en haar gemachtigde geen enkel rechtens te respecteren belang gehad bij indiening van het onderhavige verzoek. De rechtbank is daarom van oordeel dat mr. Moszkowicz, handelend als gemachtigde van verzoekster, misbruik maakt van de bevoegdheid om een verzoek tot wraking te doen. De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 39 lid 4 (Rv) bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

  • -

    wijst het verzoek tot wraking af;

  • -

    bepaalt dat de procedure met rolnummer HA EXPL 11-567 wordt voorgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het wrakingsverzoek werd ingediend;

  • -

    bepaalt dat een volgend verzoek van verzoekster en haar gemachtigde tot wraking van de rechter in deze zaak niet in behandeling genomen zal worden.

Aldus gegeven door mrs. E.R.S.M. Marres, M. van Walraven en C.M. Degenaar, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen rechtsmiddel open.