Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:8033

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
11-07-2013
Zaaknummer
13-656173-12 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf wegens het een gewoonte maken van mensensmokkel door valse samenlevingsovereenkomsten op te stellen ter verkrijging van verblijfsvergunningen. Ook wordt hij veroordeeld wegens valsheid in geschrift meermalen gepleegd, poging tot oplichting meermalen gepleegd en het zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat voeren.

Verdachte heeft het vreemdelingenbeleid doorkruist en de reputatie en belangen van vreemdelingen geschaad die wel op legale en integere gronden een verblijfstitel trachten te verkrijgen. De rechtbank neemt het verdachte voorts in het bijzonder kwalijk dat zijn handelwijze gepaard is gegaan met het stelselmatig indienen van valse authentieke akten en documenten die als bewijs hadden te dienen voor een rechtmatig verblijf van de vreemdelingen hier te lande. Door zijn geraffineerde optreden heeft verdachte het vertrouwen dat burgers en instanties in de juistheid van deze akten en geschriften moeten kunnen stellen, aangetast. Verdachte heeft bij de bewezen verklaarde feiten onmiskenbaar een initiërende en cruciale rol gehad. Daarbij heeft hij de betrokken vreemdelingen bovendien fors voor zijn diensten laten betalen en heeft verdachte aldus misbruik gemaakt van de kwetsbare en afhankelijke positie waarin deze vreemdelingen zich bevonden. De rechtbank rekent dit verdachte in hoge mate aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/656173-12 (Promis)

Datum uitspraak: 21 december 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1963],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[GBA adres],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 13, 18 en 21 december 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.M. Noordzij en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat

Ten aanzien van feit 1:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander of anderen, te weten een of meer vreemdelingen, te weten

[persoon 4] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8]

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, in elk geval in een Staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hen/hem/haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), zich voorgedaan als advocaat en/of een of meer valse/vervalste document(en) en/of authentieke akte(n),

te weten een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en)

voorhanden gehad en/of afgegeven aan die voornoemde [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] en/of de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning, terwijl hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), daarvan een beroep of gewoonte heeft/hebben gemaakt,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

  1. ) (zaaksdossier 1)

  2. voornoemde [persoon 1] (ook wel genoemd [A]) voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor een bedrag van in totaal (ongeveer) 7500 (zegge: zevenduizendvijfhonderd) euro, in elk geval enig geldbedrag, een huwelijkspartner, te weten een vrouw, genaamd [persoon 9] (geboren op [1991], Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie en/of (daarna) een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [persoon 1] en/of

  3. een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 1] en/of die burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan die [persoon 1] en/of de IND en/of

  4. een ontmoeting verzorgd tussen die [persoon 1] en een vrouw, die [persoon 9], zijnde een burger van de Europese Unie en/of en kopie van het ID-bewijs van voornoemde vrouw gemaakt en/of (vervolgens) overhandigd aan die [persoon 1] en/of

  5. die [persoon 1] geadviseerd foto's te maken van zichzelf, samen met voornoemde [persoon 9] en/of

  6. die [persoon 1] geadviseerd zich bij de gemeente in te schrijven samen met voornoemde [persoon 9]

en/of

b) (zaaksdossier 2 en 3)

die [persoon 2] en [persoon 3] toegezegd, tegen betaling van een geldbedrag van in die [persoon 2] en [persoon 3] toegezegd, tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 2] en/of [persoon 3] op te stellen en/of een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 2] en/of [persoon 3] opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 2] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

c) (zaaksdossier 4)

voornoemde [persoon 4] voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor een bedrag van in totaal (ongeveer) 4000 (vierduizend) euro een huwelijkspartner,te weten [persoon 10] (geboren op [1981], Roemeense nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie en/of (vervolgens) een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [persoon 4] en/of

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 4]en/of die [persoon 10], zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan die [persoon 4] en/of de IND en/of

vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 4] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vevalst was

en/of

d) (zaaksdossier 5)

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 900 (zegge: negenhonderd) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 5] en/of [persoon 11] (geboren op [1972], Duitse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [persoon 5] en/of de IND en/of

vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 5] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

e) (zaaksdossier 6)

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 1050 (zegge: duizendvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 6] en/of [persoon 12] (geboren op [1962], Britse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [persoon 6] en/of de IND en/of

vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 6] ingevuld en/of ingediend terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

f) (zaaksdossier 7)

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 450 (zegge: vierhonderdenvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 7] en/of [persoon 13] (geboren op [1988], Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [persoon 7] en/of de IND en/of

vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 7] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

g) (zaaksdossier 8)

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 1650 (zegge: zestienhonderd vijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [persoon 8] en/of [persoon 14] (geboren op[1981], Franse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [persoon 8] en/of de IND en/of

vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar - en/of beroepsprocedure voor voornoemde [persoon 7]ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was;

Ten aanzien van feit 2:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

één of meerdere medewerker(s) van) de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen tot de afgifte van een of meer document(en), als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, waaruit het rechtmatig verblijf als Gemeenschapsonderdaan blijkt, in elk geval van enig(e) goed(eren), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, tegen betaling van (telkens) (ongeveer) 900 (zegge: negenhonderd) euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

  • -

    zich voor heeft gedaan als advocaat en/of

  • -

    een of meer valse dan wel vervalste document(en), te weten een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] heeft opgemaakt en/of getoond en/of afgegeven en/of verstuurd aan een of meerdere medewerker(s) van de IND;

Ten aanzien van feit 3:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meerdere medewerker(s) van) de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer document(en) als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Vreemdelingenwet, waaruit het rechtmatig verblijf als Gemeenschapsonderdaan blijkt, in elk geval van enig(e) goed(eren),

hebbende verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), (telkens) tegen betaling van (ongeveer) 900 (zegge: negenhonderd) euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    zich voorgedaan als advocaat en/of

  • -

    een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [persoon 4] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] opgemaakt en/of getoond en/of afgegeven en/of verstuurd aan een of meerdere medewerker(s) van de IND, waardoor die IND werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Ten aanzien van feit 4:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [persoon 1] en/of [persoon 8] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] heeft/hebben overhandigd aan voornoemde [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] - zijnde (een) geschrift(en) en/of authentieke akte(n) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met de waarheid een of meer ambtsstempel(s) vervalst en/of aangepast en/of in die voornoemd(e) contract(en) de naam van een fictieve notaris aangebracht en/of in voornoemd(e) contract(en) een ander lettertype en/of een andere layout gebruikt en/of diverse grammaticale fouten gemaakt en/of wijzigingen aangebracht;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer vals(e) of vervalst(e) samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) - zijnde (een) geschrift(en) en/of authentieke akte(n) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer vals(e) en/of vervalst(e) samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [persoon 1] en/of B.C. [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] heeft/hebben overhandigd aan voornoemde [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] en/of de IND ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in voornoemde samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) een of meer ambtsstempel(s) is/zijn vervalst en/of aangepast en/of in die voornoemd(e) document(en) de naam van een fictieve notaris aangebracht en/of in voornoemd(e) document (en) een ander lettertype en/of een andere layout is gebruikt en/of diverse grammaticale fouten zijn gemaakt en/of wijzigingen zijn aangebracht;

Ten aanzien van feit 5:

hij een of meermalen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat heeft gevoerd door in een of meer aanvraagprocedure(s) en/of (bijbehorende) bezwaarprocedure(s) bij de IND, ten behoeve van (een) verblijfsvergunning(en) voor een of meer perso(o)n(en), te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8],

  • -

    tegen) voornoemde [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] te zeggen dat en/of voor te houden dat en/of zich voor te doen als(of) hij advocaat was en/of

  • -

    een of meer visitekaartjes te laten drukken met daarop (onder andere) de tekst [verdachte] De Boer Gelderbloem Advocaten, Mr. [verdachte], zulks terwijl hij nooit als zodanig bij de Landelijke Orde van Advocaten ingeschreven is;

Ten aanzien van feit 6:

hij een of meermalen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, een of meer geldbedragen met een totale waarde van (ongeveer) 121.476,- (zegge: honderdeenentwintig duizend, vierhonderd zesenzeventig) euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans rederlijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Afsplitsing feit 6

Overeenkomstig het hiertoe door de verdediging gedane verzoek heeft de rechtbank ter terechtzitting van 18 december 2012 bepaald dat feit 6 op de dagvaarding wordt afgesplitst van de onderhavige zaak. De behandeling van dit feit zal, zo mogelijk gelijktijdig met de tevens aanhangige ontnemingsvordering, onder een ander parketnummer op een later tijdstip door het Openbaar Ministerie ter zitting worden aangebracht voor behandeling.

5 Waardering van het bewijs

5.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich – in zijn op schrift gestelde requisitoir uitgebreid en hier verkort weergegeven – op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 heeft hij gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken, nu niet is gebleken van een voltooide oplichting van de IND door verdachte. Het door de officier van justitie bewezen geachte komt erop neer dat verdachte zich gedurende een lange periode schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, door ten aanzien van meerdere vreemdelingen valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties op te stellen en te verstrekken, die als onderbouwing dienden voor de aanvragen tot verkrijging van een verblijfsvergunning van deze vreemdelingen bij de toetsing aan het EU gemeenschapsrecht door de IND. Aldus heeft verdachte ook meermalen getracht de IND op te lichten en heeft hij meermalen valsheid in geschrift gepleegd. In één geval heeft verdachte zelf een schijnrelatie getracht op te zetten tussen een vreemdeling en een EU-burger, aldus de officier van justitie. Tot slot heeft verdachte zich tegenover genoemde vreemdelingen telkens voorgedaan als advocaat, terwijl hij dit niet was.

5.2

Het standpunt van de verdediging

In zijn pleitnotities uitgebreid en hier verkort weergegeven, heeft de raadsman betoogd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de aanvragen tot verkrijging van een verblijfsvergunning die door de vreemdelingen bij de IND zijn ingediend. Pas in de fase van bezwaar kwam verdachte als gevolmachtigde in beeld en kon om die reden niet op de hoogte zijn van de valsheid van de onderliggende samenlevingscontracten en salarisspecificaties. Deze waren als zodanig al gevoegd in de dossiers die verdachte van de IND ontving, aldus de raadsman. Het handschriftvergelijkend onderzoek dat door de verbalisant is verricht, is ondeugdelijk en vormt onvoldoende bewijs om verdachte te kunnen aanmerken als vervalser van deze schriftelijke stukken. Voor zover op de computer van verdachte samenlevingscontracten en/of salarisspecificaties zijn aangetroffen, zijn deze door verdachte zelf overgetypt ter archivering en/of herkenning van vervalste overeenkomsten en/of salarisspecificaties. Bij gebrek aan ander bewijs dan de verklaringen van de vreemdelingen, kan volgens de raadsman niet worden vastgesteld dat verdachte zich aan één van de ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt. Dit geldt ook voor de verdenking dat verdachte zich tegenover de vreemdelingen onterecht heeft voorgedaan als advocaat.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

5.3.1

Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank niet bewezen wat onder feit 3 is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat niet is gebleken van een voltooide oplichting door verdachte van de IND. Als gevolg van het handelen van verdachte is de IND immers in geen van de ten laste gelegde gevallen daadwerkelijk overgegaan tot verstrekking van enig verblijfsdocument aan de betreffende vreemdeling.

5.3.2

Partiële vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank acht evenmin bewezen wat onder feit 1 sub b is ten laste gelegd. Uit de inhoud van het dossier kan ten hoogste blijken dat verdachte de vreemdelingen [persoon 2] en [persoon 3] heeft voorgehouden in ruil voor betaling van een geldbedrag een samenlevingscontract voor hen te zullen opstellen, terwijl niet is gebleken dat zulks ook daadwerkelijk door verdachte is gedaan en nu evenmin sprake is geweest van een ingediende aanvraag bij de IND, kan niet bewezen worden dat verdachte voornoemde [persoon 2] en [persoon 3] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van wederrechtelijk verblijf in Nederland. Gelet hierop dient verdachte ten aanzien van feit 1 partieel te worden vrijgesproken.

5.3.3

Het oordeel over het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht op na te noemen gronden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 meermalen schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, deels in vereniging gepleegd, van welk misdrijf hij een gewoonte heeft gemaakt. Voorts wordt bewezen geacht dat verdachte in dit verband de IND meermalen heeft gepoogd op te lichten door valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties op te maken en te verstrekken, waardoor verdachte tevens meermalen valsheid in geschrift heeft gepleegd.

Hierna volgt een zakelijke uiteenzetting van de inhoud van de relevante bewijsmiddelen die voor voornoemd oordeel – in het algemeen en per zaaksdossier afzonderlijk – worden gebezigd.1

5.3.3.1 Algemeen

Met betrekking tot de verblijfsrechtelijke aanvragen die bij de IND tussen 1 juni 2009 en 25 mei 2012 zijn ingediend door de vreemdelingen [persoon 4], [persoon 5], [persoon 6], [persoon 7] en [persoon 8], zijn samenlevingsovereenkomsten van Lubbers en Dijk Notarissen of Brummelhuis & Stein Notarissen als bewijsstuk ingebracht. In deze samenlevingscontracten is een ambtsstempel aangepast of is de naam van een fictieve notaris aangebracht en daarbij is telkens een ander lettertype en een andere lay-out gebruikt. Deze samenlevingscontracten zijn vals.2 In de woning van verdachte wordt een groot aantal IND-dossiers op naam van andere vreemdelingen aangetroffen. Tussen deze dossiers liggen meerdere valse samenlevingscontracten op naam van Lubbers en Dijk Notarissen en Voerman Notarissen, met daarin handgeschreven wijzigingen aangebracht.3 Op USB-sticks die daarnaast in de woning van verdachte worden aangetroffen staan samenlevingscontracten in Word-formaat, afkomstig van Lubbers en Dijk Notarissen en Notariskantoor Voerman.4 Deze USB-sticks zijn eigendom van verdachte en worden alleen door hem gebruikt. De aangetroffen digitale versies heeft verdachte zelfstandig overgetypt van papieren exemplaren.5 Met de printer van verdachte zijn ruim 3.000 pagina’s geprint en meer dan 1.000 pagina’s gescand.6 Verdachte had dit scanapparaat nieuw in de winkel gekocht.7

5.3.3.2 Zaaksdossier 1: [persoon 1]

[persoon 1] heeft een onrechtmatige verblijfsrechtelijke status in Nederland.8 In augustus 2011 zegt verdachte tegen [persoon 1] dat hij advocaat is en dat hij hem kan helpen een Nederlands document te krijgen door middel van het trouwen met een meisje, te weten [persoon 9], geboren op 9 oktober 1991 en in het bezit van de Spaanse nationaliteit.9 In ruil hiervoor moet [persoon 1] een bedrag van in totaal 7.500 euro betalen aan verdachte, waarvan [persoon 1] de helft contant bij verdachte thuis aan hem betaalt.10 Ook moet [persoon 1] geld betalen aan [persoon 9].11 Verdachte regelt twee ontmoetingen tussen [persoon 1] en [persoon 9], één op het Centraal Station in Amsterdam en één in kamer 206 van hotel Season in Amsterdam. Verdachte zelf is hierbij telkens ook aanwezig.12 Bij de ontmoeting in het hotel is ook [persoon 10] aanwezig. Zij werkt met verdachte samen en regelt voor hem meisjes uit Spanje.13 [persoon 1] gaat hierna samen met [persoon 10] en [persoon 9] kopieën maken van de identiteitskaart en het paspoort van [persoon 9].14 Op advies van verdachte gaat [persoon 1] vervolgens met [persoon 9] naar dierentuin Artis om foto’s van hen samen te maken, zodat de Nederlandse regering kan zien dat [persoon 9] en hij samen in Nederland zijn.15 [persoon 9] keert vervolgens terug naar Spanje en verdachte koopt hiertoe een ticket voor [persoon 9] naar Barcelona.16 Verdachte zegt tegen [persoon 1] dat [persoon 9] terug zal komen naar Nederland zodat hij zich samen met haar bij de gemeente kan inschrijven.17

5.3.3.3 Zaaksdossier 4: [persoon 4]

In 2009 zegt verdachte tegen [persoon 4] dat hij advocaat is.18 [persoon 4] vertelt verdachte dat hij samen met zijn vriendin [persoon 10], geboren op 26 augustus 1981 en in het bezit van de Roemeense nationaliteit,19 legaal in Nederland wil wonen. Verdachte deelt [persoon 4] mee dat hij hem hiermee kan helpen en dat [persoon 4] hem geld moet betalen voor het opmaken van een samenlevingscontract. Nadat [persoon 4] 950 euro contant aan verdachte heeft betaald, overhandigt verdachte hem een samenlevingscontract dat is opgemaakt door notaris mr. [persoon 15] van het notariskantoor Lubbers en Dijk Notarissen. Verdachte vertelt [persoon 4] en zijn vriendin waar zij moeten tekenen. [persoon 4] is voor dit samenlevingscontract nooit naar een notaris geweest.20 Samen met [persoon 10] en [persoon 4] gaat verdachte vervolgens op 3 november 2009 naar de IND om een Aanvraag Toetsing gemeenschapsrecht in te dienen. Als bijlage bij deze aanvraag wordt onder meer voornoemd samenlevingscontract overgelegd.21 Tegen de negatieve beschikking van de IND op deze aanvraag dient verdachte op 18 december 2009 als gemachtigde van [persoon 4] een voorlopig bezwaarschrift in. Op 4 februari 2010 levert verdachte een aanvullend bezwaarschrift in bij de IND.22

5.3.3.4 Zaaksdossier 5: [persoon 5]

In 2010 zegt verdachte tegen [persoon 5] dat hij advocaat is.23 [persoon 5] vertelt verdachte dat hij samen met zijn vriendin [persoon 11], geboren op 21 januari 1972 en in het bezit van de Duitse nationaliteit,24 legaal in Nederland wil verblijven. Verdachte zegt [persoon 5] dat hij hiervoor een samenlevingscontract nodig heeft en dat hij dat voor hem kan regelen in ruil voor betaling van een bedrag van 900 euro. [persoon 5]betaalt dit bedrag contant aan verdachte in een internetcafé in Amsterdam. [persoon 5] schrijft op een papier de personalia en adresgegevens van zichzelf en zijn vriendin en overhandigt dit aan verdachte, die toezegt het samenlevingscontract te zullen verzorgen via de notaris. Na enkele dagen belt verdachte naar [persoon 5] en vertelt hem dat het samenlevingscontract klaar is. Nadat zij op dezelfde plek hadden afgesproken, overhandigt verdachte aan [persoon 5] een samenlevingscontract en wijst hij [persoon 5] waar hij en zijn vriendin moeten tekenen. Het samenlevingscontract is op dat moment al helemaal ingevuld, inclusief handtekening en stempel van de notaris van het kantoor Lubbers en Dijk Notarissen.25 Verdachte overhandigt daarnaast aan [persoon 5] onder meer lege aanvraagformulieren voor een toetsing aan het EU gemeenschapsrecht.26 Op 9 februari 2011 wordt een aanvraag Toetsing gemeenschapsrecht ingediend bij de IND, waarbij als bijlage onder meer voornoemd samenlevingscontract wordt overgelegd.27

5.3.3.5 Zaaksdossier 6: [persoon 6]

[persoon 6] noemt verdachte als zijn advocaat, die hij via een vriend heeft leren kennen.28 [persoon 6] gaat samen met zijn vriendin [persoon 12], geboren op [1962] en in het bezit van de Britse nationaliteit,29 naar verdachte toe voor advies over het aanvragen van een verblijfsvergunning bij de IND. Verdachte regelt vervolgens een samenlevingscontract en de bijbehorende aanvraagformulieren voor de IND. [persoon 6] moet hiervoor een bedrag van 1.050 euro betalen aan verdachte. [persoon 6] is zelf nooit bij een notaris geweest. Bij het indienen van de aanvraag Toetsing gemeenschapsrecht wordt [persoon 6] bijgestaan door verdachte.30 Deze aanvraag wordt op 20 april 2010 bij de IND ingediend, waarbij als bijlage onder meer een samenlevingscontract wordt overgelegd dat is opgesteld door notaris Voerman van Brummelhuis & Stein Notarissen.31 Tegen de negatieve beschikking van de IND op deze aanvraag dient verdachte op 23 mei 2010 als gemachtigde van [persoon 6] een voorlopig bezwaarschrift in. Op 20 juni 2010 levert verdachte een aanvullend bezwaarschrift in bij de IND.32

5.3.3.6 Zaaksdossier 7: [persoon 7]

Verdachte zegt tegen [persoon 7] dat hij advocaat is.33 [persoon 7] wil met zijn vriendin [persoon 13], geboren op [1988] en in het bezit van de Spaanse nationaliteit, legaal in Nederland verblijven.34 Op 7 september 2010 wordt op naam van [persoon 7] een aanvraag Toetsing gemeenschapsrecht ingediend bij de IND, waarbij als bijlage onder meer een samenlevingscontract wordt overgelegd dat afkomstig is van notaris [persoon 15] van Lubbers en Dijk Notarissen.35 Daarnaast worden bij genoemde aanvraag diverse salarisspecificaties overgelegd, op naam van voornoemde Jarrett van werkgever Oscar Groep B.V., afkomstig van administratiekantoor Bakker B.V.36 De gegevens van deze salarisspecificaties komen niet overeen met de gegevens van administratiekantoor Bakker B.V. en [persoon 13] is in het geheel onbekend bij dit kantoor.37 Jarrett was in de periode waarop de salarisspecificaties betrekking hebben, werkloos.38 Op USB-sticks die in de woning van verdachte worden aangetroffen staan meerdere soortgelijke salarisspecificaties onder andere op naam van Jarrett in Word-formaat.39 Verdachte maakt als gemachtigde van [persoon 7] vervolgens bezwaar tegen de negatieve beschikking van de IND op voornoemde aanvraag. [persoon 7] moet verdachte hiervoor een bedrag van 450 euro contant betalen. Samen met [persoon 7] en Jarrett gaat verdachte daarna op 19 januari 2012 naar de rechtbank Haarlem, waar hij hen vertegenwoordigt in een beroepsprocedure tegen de negatieve beschikking van de IND op voornoemd bezwaarschrift.40

5.3.3.7 Zaaksdossier 8: [persoon 8]

In juni 2009 zegt verdachte tegen [persoon 8] dat hij advocaat is.41 In een internetcafé in Amsterdam vertelt [persoon 8] tegen verdachte dat hij hulp nodig heeft om samen met zijn vriendin Mavis Adjaye, geboren op 2 maart 1981 en in het bezit van de Franse nationaliteit,42 legaal in Nederland te kunnen verblijven. Verdachte zegt [persoon 8] dat hij de persoonlijke gegevens van hem en zijn vriendin nodig heeft om voor hen een samenlevingscontract te maken.43 Voor het opmaken van dit contract moet [persoon 8] 900 euro contant aan verdachte betalen.44 Bij een volgende ontmoeting heeft verdachte ook lege inschrijfformulieren voor de IND bij zich die hij invult met de gegevens van [persoon 8] en Adjaye. Deze formulieren worden vervolgens door hen ondertekend.45 Nadat [persoon 8] 900 euro contant aan verdachte heeft betaald, overhandigt die een samenlevingscontract op naam van [persoon 8] en Adjaye dat afkomstig is van notaris Le Cat van Lubbers en Dijk Notarissen. Zij ondertekenen dit contract en krijgen het exemplaar van verdachte mee om samen met de aanvraag af te geven bij de IND. Verdachte maakt hierna een afspraak voor [persoon 8] en Adjaye bij de IND om met de papieren langs te gaan.46 Verdachte zegt tegen [persoon 8] dat hij hem ook nog 450 euro aan advocaatkosten moet betalen als alles is afgerond. In hetzelfde internetcafé en in het bijzijn van Adjaye betaalt [persoon 8] enkele dagen later 450 euro aan verdachte.47 Op 14 januari 2010 wordt een aanvraag Toetsing gemeenschapsrecht ingediend bij de IND, waarbij onder meer een samenlevingscontract wordt overgelegd dat is opgesteld door notaris Le Cat van Lubbers en Dijk Notarissen.48 Na een negatieve beschikking van de IND op de voornoemde aanvraag zoekt [persoon 8] opnieuw contact met verdachte. Deze dient op 18 februari 2010 als gevolmachtigde van [persoon 8] een bezwaarschrift in tegen de negatieve beschikking van de IND, welk bezwaarschrift op 4 juni 2010 ongegrond wordt verklaard.49 Verdachte zegt tegen [persoon 8] dat hij hem 300 euro moet betalen om namens hem in beroep te gaan bij de rechtbank. [persoon 8] betaalt verdachte dit bedrag.50 Verdachte stelt tegen voornoemd negatief besluit van de IND op 8 juni 2010 beroep in bij de rechtbank.51

5.3.3.8 Nadere bewijsoverwegingen

- koppelen aan EU-burger -

De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft getracht de vreemdeling [persoon 1] te ‘koppelen’ aan Maria [persoon 9], zijnde een EU-burger, en dat hij aldus samen met anderen een schijnrelatie tussen hen heeft geprobeerd op te zetten. [persoon 1] heeft hierover meermalen en op consistente wijze verklaard, terwijl bij hem diverse schriftelijke bescheiden zijn aangetroffen die deze verklaringen op essentiële onderdelen ondersteunen. Daarnaast blijkt uit zowel de eigen verklaringen van verdachte als de aard en inhoud van enkele sms’jes van verdachte aan [persoon 1] dat verdachte zowel [persoon 1] als [persoon 9] kende en dat hij op de hoogte was van hun schijnrelatie. Gelet op deze feiten en omstandigheden kan de blote stelling van verdachte dat hij niet als zodanig bij dit dossier betrokken is geweest, niet overeind blijven. Verdachte heeft zich ten aanzien van dit zaaksdossier dan ook in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan mensensmokkel.

- betrokkenheid bij de aanvragen -

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in hun onderlinge verband en samenhang bezien, is de rechtbank voorts van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte ten aanzien van de vreemdelingen [persoon 4], [persoon 4], [persoon 6], [persoon 7] en [persoon 8] telkens reeds bij de aanvraagprocedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning betrokken is geweest. Dit blijkt allereerst uit hetgeen voornoemde vreemdelingen en andere getuigen onafhankelijk van elkaar gelijkluidend hebben verklaard omtrent de door verdachte gehanteerde modus operandi. Deze bestond er telkens uit dat verdachte de vreemdelingen vertelde dat zij een samenlevingscontract nodig hadden om een aanvraag voor een verblijfsvergunning bij de IND te kunnen indienen en dat hij een dergelijk contract voor hen kon regelen in ruil voor betaling van een geldbedrag. Verdachte verstrekte vervolgens daadwerkelijk een samenlevingscontract op naam van de betrokken vreemdeling en een EU-burger, ogenschijnlijk opgesteld door een notaris. Deze (valse) contracten, telkens van hetzelfde type, golden als onderbouwing voor de vervolgens in te dienen aanvraag bij de IND. Enkele vreemdelingen hebben bovendien verklaard dat verdachte voor hen ook de aanvraagformulieren heeft geregeld of een afspraak voor hen heeft gemaakt bij de IND. Aldus is voldoende aannemelijk geworden dat verdachte in de onderhavige zaken telkens reeds bij de aanvraagprocedure, en niet pas in de bezwaarfase, betrokken is geweest en dat hij ook telkens op de hoogte was van de valsheid van de (door hemzelf verstrekte) samenlevingscontracten. Het feit dat de aanvragen kennelijk door de vreemdelingen zelf bij de IND zijn ingediend en verdachte op dat moment (nog) niet als gevolmachtigde namens hen optrad in de bestuursrechtelijke procedure, maakt voornoemd oordeel niet anders.

- gewoonte –

Anders dan de officier van justitie baseert de rechtbank haar oordeel dat verdachte van het plegen van mensenmokkel een gewoonte heeft gemaakt, uitsluitend op de zes bewezen verklaarde gevallen. Gelet echter op de lange pleegperiode en de aard van de door verdachte verrichtte handelingen, vormt ook dit lagere aantal voldoende grond voor een dergelijke kwalificatie.

- valselijk opmaken samenlevingscontracten en salarisspecificaties -

De rechtbank volgt de officier van justitie in zijn primaire standpunt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit, te weten dat bewezen kan worden dat verdachte de valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties zelfstandig heeft opgesteld. Voor dit oordeel is allereerst redengevend, evenals eerder vermeld, dat verdachte in alle gevallen telkens op eigen initiatief tegen de vreemdelingen sprak over het opmaken van samenlevingscontracten en dat hij deze contracten, telkens van hetzelfde type, enige tijd later ook zelf aan hen ter ondertekening overhandigde. Met uitzondering van [persoon 7] hebben alle vreemdelingen onafhankelijk van elkaar verklaard dat zij hiervoor nooit zelf naar een notaris zijn gegaan. De verklaring van [persoon 7] dat hij dit contract samen met zijn vriendin Jarrett in persoon op het kantoor van een notaris heeft ontvangen, wordt door de verklaring van Jarrett weerlegd en is ook overigens hoogst onaannemelijk nu dergelijke contracten doorgaans niet tegen betaling van een contant bedrag van 300 euro door een notaris op kantoor worden afgegeven. Daarbij komt dat door de betreffende notaris Le Cat, net als ten aanzien van de in de overige zaaksdossiers overgelegde (soortgelijke) contracten, aangifte is gedaan van de valsheid van dit contract. Le Cat en Vierveijzer hebben de valsheid van deze contracten geconstateerd op basis van telkens dezelfde uiterlijke kenmerken, waaronder de gebruikte lay-out, de plaats van de stempels, de handtekeningen en de datum van overdracht. Op diverse USB-sticks van verdachte zijn valse samenlevingscontracten van dit type in Word-formaat aangetroffen, terwijl verdachte heeft verklaard dat hij deze zelf van het papier heeft overgetypt. Er zijn daarnaast nog diverse andere (fysieke) valse samenlevingscontracten gevonden tussen de vele stapels IND-dossiers die door de woning van verdachte verspreid lagen. Met de printer van verdachte, waarvan hij heeft verklaard deze als nieuw in de winkel te hebben gekocht, zijn tot slot duizenden pagina’s geprint en gescand. Voor al deze feiten en omstandigheden heeft verdachte slechts tegenstrijdige of onaannemelijke verklaringen gegeven, die hun weerlegging vinden in genoemde bewijsmiddelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat verdachte zich heeft beziggehouden met het zelfstandig opstellen en verstrekken van valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties, zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.

5.3.3.9 Voorwaardelijke verzoeken

De rechtbank wijst alle getuigenverzoeken die door de raadsman ter terechtzitting voorwaardelijk zijn gedaan, af. De verklaringen die de diverse vreemdelingen onafhankelijk van elkaar hebben afgelegd zijn naar hun aard en inhoud consistent, gedetailleerd en geven geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. Zij vinden voorts voldoende steun in voormelde overige bewijsmiddelen. Bij het ontbreken van een nadere onderbouwing van de verzoeken worden deze afgewezen, nu het horen van de vreemdelingen niet noodzakelijk is voor enige te nemen beslissing in onderhavige strafzaak. Het eveneens voorwaardelijk gedane verzoek tot het alsnog laten verrichten van dactyloscopisch onderzoek op de schriftelijke documenten, wordt om redenen van dezelfde aard eveneens afgewezen. Onder verwijzing naar de weergave van de gebezigde bewijsmiddelen wordt tot slot ook het voorwaardelijke verzoek tot het horen van de verbalisanten met betrekking tot het handschriftvergelijkend onderzoek afgewezen, nu na te noemen bewezenverklaring niet (mede) hierop wordt gestoeld.

5.3.4

Het oordeel over het onder 5 ten laste gelegde

Tussen 1 juni 2009 en 25 mei 2012 heeft verdachte tegen [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3], [persoon 4], [persoon 5], [persoon 6], [persoon 7] en [persoon 8] gezegd dat hij advocaat is.52 Ten aanzien van de personen [persoon 4], [persoon 5], [persoon 6], [persoon 7] en [persoon 8] was verdachte op dat moment betrokken bij aanvraagprocedures en bijbehorende bezwaarprocedures bij de IND ter verkrijging van een verblijfsvergunning voor voormelde vreemdelingen.53 Verdachte is nooit als advocaat ingeschreven geweest bij de Landelijke Orde van Advocaten.54

5.3.4.1 Nadere bewijsoverweging

De diverse vreemdelingen hebben afzonderlijk van elkaar en zonder uitzondering gelijkluidend verklaard over de wijze waarop verdachte zich naar hen presenteerde, te weten als zijnde een advocaat. Zoals blijkt uit het dossier beschouwden zij hem ook allemaal als zodanig. Nu de rechtbank niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan aan de waarde van deze verklaringen zou kunnen worden getwijfeld, acht zij het aannemelijk dat verdachte zich tegenover de vreemdelingen telkens heeft uitgegeven voor advocaat, terwijl hij dit niet was.

6 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 5.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, anderen, te weten vreemdelingen, te weten

[persoon 1] en en [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en [persoon 8]

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland,

immers heeft hij, verdachte, zich voorgedaan als advocaat en heeft hij valse documenten en authentieke akten,

te weten samenlevingscontracten en salarisspecificaties

voorhanden gehad en afgegeven aan die voornoemde [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en [persoon 8] en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning, terwijl hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), wist(en) dat dat verblijf wederrechtelijk was, terwijl hij, verdachte, daarvan een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

  1. ) (zaaksdossier 1)

  2. voornoemde [persoon 1] voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor enig geldbedrag, een huwelijkspartner, te weten een vrouw, genaamd [persoon 9] (geboren op [1991], Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie, en daarna een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [persoon 1] en

  3. een ontmoeting verzorgd tussen die [persoon 1] en een vrouw, die [persoon 9], zijnde een burger van de Europese Unie, en een kopie van het ID-bewijs van voornoemde vrouw gemaakt en

  4. ie [persoon 1] geadviseerd foto's te maken van zichzelf, samen met voornoemde [persoon 9] en

  5. die [persoon 1] geadviseerd zich bij de gemeente in te schrijven samen met voornoemde [persoon 9]

en

c) (zaaksdossier 4)

tegen betaling van een geldbedrag van 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro een vals samenlevingscontract op naam van die [persoon 4] en [persoon 10], zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan die [persoon 4] en de IND en

een bezwaarschrift voor voornoemde [persoon 4] ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

d) (zaaksdossier 5)

tegen betaling van een geldbedrag van 900 (zegge: negenhonderd) euro een vals samenlevingscontract op naam van die [persoon 5] en [persoon 12] (geboren op [1972], Duitse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan voornoemde [persoon 5] en de IND

en

e) (zaaksdossier 6)

tegen betaling van een geldbedrag van 1.050 (zegge: duizendvijftig) euro een vals samenlevingscontract op naam van die [persoon 6] en [persoon 12] (geboren op [1962], Britse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan voornoemde [persoon 6] en de IND en

vervolgens een aanvraagformulier van de IND ten behoeve van een verblijfsvergunning en een daaropvolgend bezwaarschrift voor voornoemde [persoon 6] ingevuld en ingediend terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

f) (zaaksdossier 7)

tegen betaling van een geldbedrag van 450 (zegge: vierhonderdenvijftig) euro een vals samenlevingscontract op naam van die [persoon 7] en [persoon 13] (geboren op [1988], Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan voornoemde [persoon 7] en de IND en

vervolgens een bezwaar- en beroepsschrift voor voornoemde [persoon 7] ingevuld en ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

g) (zaaksdossier 8)

tegen betaling van een geldbedrag van in totaal 1.650 (zegge: zestienhonderd vijftig) euro een vals samenlevingscontract op naam van die [persoon 8] en [persoon 14] (geboren op [1981], Franse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan voornoemde [persoon 8] en de IND en

vervolgens een aanvraagformulier van de IND ten behoeve van een verblijfsvergunning en een daaropvolgend bezwaar – en beroepsschrift voor voornoemde [persoon 7] ingevuld en ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was;

Ten aanzien van feit 2:

in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,

medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen tot de afgifte van een of meer document(en), als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, waaruit het rechtmatig verblijf als Gemeenschapsonderdaan blijkt, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven –

telkens opzettelijk bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- valse documenten, te weten samenlevingscontracten en salarisspecificaties (mede) op naam van [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en [persoon 8] heeft opgemaakt en verstuurd aan medewerkers van de IND;

Ten aanzien van feit 4:

in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, samenlevingscontracten en salarisspecificaties (mede) op naam van [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en M. [persoon 8] – zijnde geschriften en authentieke akten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte, in strijd met de waarheid een ambtsstempel aangepast en in die voornoemde contracten de naam van een fictieve notaris aangebracht en in voornoemde contracten een ander lettertype en een andere lay-out gebruikt;

en

in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties – zijnde geschriften en authentieke akten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties (mede) op naam van [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en M. [persoon 8] heeft overhandigd aan voornoemde [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en [persoon 8] en de IND ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning,

en bestaande die valsheid hierin dat in voornoemde samenlevingscontracten en salarisspecificaties een ambtsstempel is aangepast en in die voornoemde documenten de naam van een fictieve notaris is aangebracht en in voornoemde documenten een ander lettertype en een andere lay-out is gebruikt;

Ten aanzien van feit 5:

in de periode van 1 juni 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam telkens zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat heeft gevoerd door (in aanvraagprocedures en bijbehorende bezwaarprocedures bij de IND, ten behoeve van een verblijfsvergunning voor personen, te weten [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en M. [persoon 8],)

- tegen voornoemde [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 7] en [persoon 8] te zeggen dat hij advocaat was,

zulks terwijl hij nooit als zodanig bij de Landelijke Orde van Advocaten ingeschreven is;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 Motivering van de straffen en maatregelen

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 5 bewezen geachte overtreding wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de voorwerpen zoals deze onder de nummers 14, 19 en 20 op de beslaglijst staan genoemd verbeurd zullen worden verklaard, dat de voorwerpen die onder de nummers 2, 4, 5, 7 tot en met 11 en 15 tot en met 18 staan genoemd zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat de voorwerpen onder de nummers 1, 3, 6, 12 en 13 zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende(n).

9.2

Het standpunt/strafmaatverweer van de verdediging

In zijn schriftelijke pleitnotities uitgebreid en hier verkort weergegeven heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf disproportioneel is. Volgens de raadsman kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die qua duur gelijk is aan het door verdachte reeds uitgezeten voorarrest, eventueel in combinatie met een deels voorwaardelijke straf. De raadsman heeft in dit verband onder andere aangevoerd dat verdachte reeds persoonlijk nadeel heeft ondervonden van de vele media-aandacht rond de strafzaak tegen hem. Tot slot heeft de raadsman gewezen op de penibele thuissituatie van verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft gedurende een periode van jaren een gewoonte gemaakt van mensensmokkel. Verdachte heeft daarbij meermalen getracht de IND op te lichten door valse samenlevingscontracten en salarisspecificaties te verzorgen die als onderbouwing moesten dienen voor verblijfsvergunningsaanvragen voor de onderhavige vreemdelingen. Daarmee heeft verdachte zich tevens meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Ook heeft verdachte getracht een vreemdeling te koppelen aan een EU-burger, om op deze manier een schijnrelatie te kunnen opzetten. Tot slot heeft verdachte zich tegenover de diverse vreemdelingen ten onrechte uitgegeven voor advocaat. Uit niets blijkt dat verdachte dit heeft gedaan op basis van een andere drijfveer dan winstbejag.

Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht staat ten dienste van de handhaving van het op basis van de Vreemdelingenwet gevoerde vreemdelingenbeleid in Nederland. Dit beleid is door de gedragingen van verdachte in ernstige mate doorkruist en gefrustreerd, waardoor schade wordt toegebracht aan de samenleving. Tegelijkertijd schaadt het handelen van verdachte de algemene reputatie en belangen van vreemdelingen die wel op legale en integere gronden een verblijfstitel trachten te verkrijgen. De rechtbank neemt het verdachte voorts in het bijzonder kwalijk dat zijn handelwijze gepaard is gegaan met het stelselmatig indienen van valse authentieke akten en documenten die als bewijs hadden te dienen voor een rechtmatig verblijf van de vreemdelingen hier te lande. Door zijn geraffineerde optreden heeft verdachte het vertrouwen dat burgers en instanties in de juistheid van deze akten en geschriften moeten kunnen stellen, aangetast.

Verdachte heeft bij de bewezen verklaarde feiten onmiskenbaar een initiërende en cruciale rol gehad. Daarbij heeft hij de betrokken vreemdelingen bovendien fors voor zijn diensten laten betalen en heeft verdachte aldus misbruik gemaakt van de kwetsbare en afhankelijke positie waarin deze vreemdelingen zich bevonden. De rechtbank rekent dit verdachte in hoge mate aan. Dat aan het handelen van verdachte een einde is gekomen, is daarnaast geenszins aan verdachte zelf te danken, maar aan het gezamenlijke optreden van politie, justitie en de IND.

Ten aanzien van hetgeen door de raadsman als strafmaatverweer naar voren is gebracht, is niet gebleken van concrete feiten of omstandigheden die zouden moeten leiden tot matiging van de op te leggen straf. De door de verdediging aangehaalde media-aandacht en publiciteit rond onderhavige strafzaak is niet van dien aard geweest dat verdachte als gevolg hiervan daadwerkelijk in zijn (privacy)belangen is geschaad. De proceshouding van verdachte heeft de rechtbank evenmin aanleiding gegeven de op te leggen straf te matigen. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met voornoemde stelselmatigheid waarmee verdachte zijn strafwaardige praktijken heeft uitgevoerd alsmede de aanzienlijke periode daarvan. Anders dan de officier van justitie baseert de rechtbank de na te noemen straf uitsluitend op de bewezen verklaarde gevallen. Gelet op al het voorgaande, als ook in aanmerking genomen de in andere, soortgelijke zaken opgelegde straffen, ziet de rechtbank evenwel geen aanleiding bij de strafoplegging in matigende zin af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

10 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. STK Identiteitsbewijs

paspoort

4307832 2x nnp + verz.pap

2 1.00 STK samenleefcontract

4307841

3 2.00 STK Paspoort

4307824

4 1.00 STK samenleefcontract

4307768

5 1.00 STK samenleefcontract

4307731

6 2.00 STK Paspoort

4307832

7 1.00 STK samenleefcontract

4307724

8 1.00 STK samenleefcontract

4307721

9 1.00 STK samenleefcontract

4307701

1. STK samenleefcontract

4307688

1. STK samenleefcontract

4307760

1. STK Identiteitsbewijs

4307676

1. STK Identiteitsbewijs

4307653

1. STK Papier

4307785

1. STK samenleefcontract

4307640

1. STK samenleefcontract

4307615

1. STK samenleefcontract

4307595

1. STK samenleefcontract

4307576

1. STK Agenda

4307556

20 22.00 STK Enveloppe

4324775.

Verbeurdverklaring

De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met betrekking tot de voorwerpen onder 14, 19 en 20 genoemd het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot de voorwerpen onder 2, 4, 5, 7 tot en met 11 en 15 tot en met 18 het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 45, 47, 57, 58, 197a, 225, 226, 326 en 435 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 9a van de Advocatenwet.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

Verklaart het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt

en

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt en het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen;

Ten aanzien van feit 2:

poging tot oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, terwijl zij gepleegd is in een authentieke akte, meermalen gepleegd;

en

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

en

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl zij gepleegd is in een authentieke akte, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 5:

zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat voeren, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf van 4 JAAR.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte ter zake van het onder 5 bewezen verklaarde feit tot een geldboete van € 500 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Verklaart verbeurd:

De voorwerpen zoals deze onder de nummers 14, 19 en 20 staan genoemd op de in rubriek 10 vermelde beslaglijst.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

De voorwerpen zoals deze onder de nummers 2, 4, 5, 7 tot en met 11 en 15 tot en met 18 staan genoemd op de in rubriek 10 vermelde beslaglijst.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

De voorwerpen zoals deze onder de nummers 1, 3, 6, 12 en 13 staan genoemd op de in rubriek 10 vermelde beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,

mrs. H.A. van Eijk en C.S. Schoorl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Bertels, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 december 2012.

De oudste rechter is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 A-dossier, pag. A000236-A000239; pag. A000241-000249; A000253-000282

3 Persoonsdossier 1.1, pag. P000410-412; pag. AP000035-AP000037

4 Persoonsdossier 1.1, pag. P000652-000667; P000674-000710; P000720-000732; P000741-000757

5 Persoonsdossier 1.1, pag. P000466; De ter terechtzitting van 13 december 2012 afgelegde verklaring van verdachte

6 Persoonsdossier 1.1, pag. P000644-646

7 De ter terechtzitting van 13 december 2012 afgelegde verklaring van verdachte

8 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000022

9 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000070, Een geschrift, te weten een fotokopie van een Spaans identiteitsbewijs op naam van [persoon 9], pag. Z000034.

10 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000070; Een geschrift, te weten een mede door verdachte ondertekende kwitantie, pag. Z000076

11 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000070; pag. Z000142-143

12 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000066; Z000072; Z000032-Z000033; Een geschrift, te weten een hotelbon d.d. 8 september 2011 van [vennootschap 1] te Amsterdam, pag. Z000089

13 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000072; Z000150-Z000151

14 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000072; Z000032

15 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000072-Z000073; Z000032-Z000033; Geschriften, te weten kopieën van foto’s en een kwitantie en toegangsbewijzen van dierentuin Artis, pag. Z000084-Z000088; Persoonsdossier 1.1, pag. P000473

16 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000073; De ter terechtzitting van 13 december 2012 afgelegde verklaring van verdachte.

17 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000073

18 Zaaksdossier Z.04, pag. Z000391-Z000392

19 Een geschrift, te weten een fotokopie van een Roemeens identiteitsbewijs op naam van [persoon 10], zaaksdossier Z.04, pag. Z000309

20 Zaaksdossier Z.04, pag. Z000383-Z000385

21 Zaaksdossier Z.04, pag. Z000288; Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Aanvraag om toetsing aan het EU gemeenschapsrecht”, pag. Z000302-Z000302; Een geschrift, te weten een kopie van het als bijlage bij de aanvraag gevoegde samenlevingscontract, pag. Z000310-Z000316

22 Persoonsdossier 1.1. pag. P000381; Een geschrift, te weten een negatieve beschikking van de IND, zaaksdossier Z.04, pag. AZ000075-AZ000079; Een geschrift, te weten een door Acquah bij de IND ingediend voorlopig bezwaarschrift, pag. AZ000084-AZ000075; Een geschrift, te weten een kopie van een machtiging voor het indienen van een bezwaarschrift door [verdachte] namens [persoon 4], pag. AZ000087; Een geschrift, te weten een door [verdachte] bij de IND ingediend aanvullend bezwaarschrift, zaaksdossier Z.04, pag. AZ000089-AZ000096

23 Zaaksdossier Z.05, pag. Z000450-Z000451

24 Een geschrift, te weten een fotokopie van een Duits identiteitsbewijs op naam van [persoon 11], zaaksdossier Z.05, pag. Z000422.

25 Zaaksdossier Z.05, pag. Z000450-Z000452

26 Zaaksdossier Z.05, pag. Z000454-Z000455

27 Zaaksdossier Z.05, pag. Z000455; Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Aanvraag toetsing aan het EU gemeenschapsrecht”, zaaksdossier Z.05, pag. Z000414-Z000417; Een geschrift, te weten een kopie van het als bijlage bij de aanvraag gevoegde samenlevingscontract, pag. Z000423-Z000429

28 Zaaksdossier Z.06, pag. Z000521

29 Een geschrift, te weten een fotokopie van een Brits identiteitsbewijs op naam van [persoon 12], zaaksdossier Z.06, pag. Z000478

30 Zaaksdossier Z.06, pag. Z000521- Z000522

31 Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Application for cerification against Community Law”, zaaksdossier Z.06, pag. Z000472-Z000475; Een geschrift, te weten een kopie van het als bijlage bij de aanvraag gevoegde samenlevingscontract, pag. Z000479-Z000485

32 Een geschrift, te weten een negatieve beschikking van de IND, zaaksdossier Z.06, pag. AZ000189-AZ000193; Een geschrift, te weten een door Acquah bij de IND ingediend voorlopig bezwaarschrift, pag. AZ000195-AZ000196; Een geschrift, te weten een kopie van een machtiging voor het indienen van een bezwaarschrift door [verdachte] namens [persoon 6], pag. AZ000198; Een geschrift, te weten een door [verdachte] bij de IND ingediend aanvullend bezwaarschrift, zaaksdossier Z.06, pag. AZ000200-AZ000207

33 Zaaksdossier Z.07, pag. Z000628

34 Zaaksdossier Z.07, pag. Z000621-Z000622; Een geschrift, te weten een fotokopie van een Spaans identiteitsbewijs op naam van [persoon 13], pag. Z000537

35 Zaaksdossier Z.07, pag. Z000626-Z000628; Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Aanvraag om toetsing aan het EU gemeenschapsrecht”, zaaksdossier Z.07, pag. Z000532-Z000533; Een geschrift, te weten een kopie van het als bijlage bij de aanvraag gevoegde samenlevingscontract, pag. Z000538-Z000544

36 Zaaksdossier Z.07, pag. Z000626; Geschriften, te weten salarisspecificaties op naam van [persoon 13], pag. Z000549-Z000551, Z000566

37 Zaaksdossier Z.07, pag Z000594-Z000595; Persoonsdossier 1.1, pag. P000741-P000743

38 Zaaksdossier Z.07, pag. Z000642

39 Persoonsdossier 1.1, pag. P000652-000667; P000741-000757

40 Persoonsdossier 1.1, pag. P000464; Zaaksdossier Z.07, pag. Z000628-Z000629; Een geschrift, te weten een negatieve beschikking van de IND, Z.07 pag. Z000611-Z000614; Een geschrift, te weten een kopie van een machtiging voor het indienen van een bezwaarschrift door Acquah namens [persoon 7], pag. AZ000239; Een geschrift, te weten een door [verdachte] bij de IND ingediend aanvullend bezwaarschrift, pag. Z000598-Z000607

41 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000701; Z000729

42 Een geschrift, te weten een fotokopie van een Frans identiteitsbewijs op naam van [persoon 14], zaaksdossier Z.08, pag. Z000718

43 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000729

44 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000701; Z000729

45 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000729; Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Application for cerification against Community Law”, pag. Z000656 e.v.

46 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000701; Z000730

47 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000729-Z000730

48 Een geschrift, te weten een ingevuld en ondertekend formulier “Application for verification against Community Law”, zaaksdossier Z.08, pag. Z000656-Z000658; Een geschrift, te weten een kopie van het als bijlage bij de aanvraag gevoegde samenlevingscontract, pag. Z000719-Z000725

49 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000694

50 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000730

51 Zaaksdossier Z.08, pag. Z000694

52 Zaaksdossier Z.01, pag. Z000070; Zaaksdossier Z.02, pag. Z000191, Zaaksdossier Z.03, pag. 000274, Zaaksdossier Z.04, pag. Z000391-Z000392, Zaaksdossier Z.05, pag. Z000451; Zaaksdossier Z.06, pag. Z000521, Zaaksdossier Z.07, pag. Z000628, Zaaksdossier Z.08, pag. Z000729

53 Zie in dit verband het oordeel ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

54 Persoonsdossier 1, pag. P000054-P000055; De ter terechtzitting van 13 december 2012 afgelegde verklaring van verdachte